Raadsmededeling Meicirculaire 2026 algemene uitkering gemeentefonds
Tekst van het document
Mededeling aan de gemeenteraad
9 juni 2026
Onderwerp:
Meicirculaire 2026 algemene uitkering gemeentefonds
Nummer: 926512
Programma:
Algemene dekkingsmiddelen
Openbaar
Inleiding De Meicirculaire 2026 algemene uitkering gemeentefonds is door het Rijk gepubliceerd. Deze jaarlijkse circulaire is van belang voor onze lopende begroting 2026-2029 en voor de begroting over het nieuwe meerjarige tijdvak 2027-2030. Kern van de boodschap Wij brengen u op de hoogte van de financiële uitkomsten van deze circulaire en het effect op ons financieel meerjarenperspectief (FMP). In de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 is de algemene uitkering gebaseerd op de uitkomsten van de Decembercirculaire 2025. De Meicirculaire 2026 is daarnaast een basis voor de op te stellen meerjarenprogrammabegroting 2027-2030. In onderstaand overzicht is het effect opgenomen van de uitkomst van de Meicirculaire 2026 op ons FMP. In dit overzicht zijn de belangrijkste verwachte mutaties meegenomen. Het geeft een aanwijzing van de ontwikkeling van ons FMP op basis van de huidige informatie. Bedragen x €1.000
Om schrijving Geraamd begrotingssaldo 2026-2029 Voorjaarsrapportage 2026 Bijdragen gemeenschappelijke regelingen o.b.v. begrotingen 2027-2030 Toepassing prijscompensatie/indexering Meicirculaire 2026 Verw acht saldo FMP 2027-2030
2027 -47 -159 -295 -526 1.749 723
2028 -1.134 -585 -295 -504 1.742 -777
2029
2030
-367 -936 -295 -486 1.584 -500
-367 -936 -295 -486 1.645 -439
Nadere toelichting Elk jaar zijn er meestal drie circulaires van het Rijk over de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De meicirculaire vertaalt de Voorjaarsnota van het Rijk, de Septembercirculaire vertaalt de Miljoenennota en de Decembercirculaire is gebaseerd op de Najaarsnota en sluit het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Mutaties Meicirculaire 2026 ten opzichte van de Decembercirculaire 2025 De algemene uitkering op basis van de Decembercirculaire 2025 is in onze huidige begroting verwerkt. In onderstaande tabel staan de verschillen tussen deze circulaire en de Meicirculaire 2026. Vervolgens worden de belangrijkste ontwikkelingen binnen de diverse onderdelen toegelicht.
-1-
Bedragen x €1.000
Meicirculaire 2026 Decembercirculaire 2025 Meicirculaire 2026 Verschil meicirculaire 2026 t.o.v. decembercirculaire 2025
2026 53.209 53.334 125
2027 52.267 55.160 2.893
2028 50.995 52.733 1.738
2029 51.455 51.808 353
2030 52.261 52.661 400
Toelichting verschillen Accresontwikkeling / uitkeringbasis Accres- en nominale ontw ikkelingen Afrekening ruimte onder BCF-plafond Hoeveelheidsverschillen en ontw ikkelingen uitkeringsbasis Subtotaal Accresontwikkeling / uitkeringbasis Taakmutaties Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Huishoudelijke hulp uit de Wmo Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo Kinderopvang pleegouders Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg ‘Weeffout’ Jeugdzorg Overige kleinere posten per saldo Subtotaal Taakmutaties IU / DU / SU Participatie (IU) Overheidsbrede Dienstverlening (DU) Armoedebestrijding kinderen (DU) Alleenverdienersproblematiek Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp IBO Problematische schulden Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Ondersteuning lokale politieke partijen Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Overige kleinere posten per saldo Subtotaal IU / DU / SU WOZ WOZ-w aarden mutaties en aanpassing rekentarieven Subtotaal WOZ Stelposten Stelpost Plafond BCF Subtotaal Stelposten
2026
2027
2028
2029
2030
1.654
1.532
1.361
1.328
486 2.140
654 2.186
664 2.025
755 2.083
-1.677 501
-1.691 505
-12 1 -1.197
Totaal verschil
186 -261 291 216
281
16 -72 -12 1 -67
16 -12 5 290
-12 -12
-12 1 -1.187
26 3 10
-29 3 10
-79 3 10
-85 3 10
11
11
11
14
1 110
842 4 896
1 -4
1 -54
-1 -59
-134 -134
-334 -334
-332 -332
-331 -331
-328 -328
-
-100 -100
-100 -100
-100 -100
-100 -100
125
2.893
1.738
353
400
32 3 14 21 18 11 10
Accresontwikkeling/uitkeringsbasis - Accres- en nominale ontwikkelingen en hoeveelheidsverschillen: het accres (toe- of afname omvang gemeentefonds) is gemuteerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP) volgens de geldende financieringssystematiek. Daarnaast zijn nominale ontwikkelingen verwerkt in de omvang van de maatstaven (verdeling gemeentefonds) en een actualisatie van de basisgegevens zoals inwoners en woonruimten. - Afrekening ruimte onder BCF-plafond: er is een plafond gesteld aan de bijdrage van het Rijk aan het BTW-compensatiefonds (BCF). Als gemeenten meer declareren uit dit fonds dan komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Omgekeerd komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. De werkelijke declaratie over 2025 zit onder het ingestelde plafond. Bij de Septembercirculaire 2025 is al een voorschot uitgekeerd. De definitieve afrekening is lager dan het voorschot en wordt nu gecorrigeerd.
-2-
Toelichting taakmutaties - Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo: in de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Dit kan niet eerder dan per 1 januari 2028. Voor 2027 worden hiervoor middelen toegevoegd aan het gemeentefonds als compensatie van de al eerder uitgenomen middelen. In onze begroting was rekening gehouden met de invoering van dit tarief in 2027 door de opname van een stelpost van € 231.200. Deze stelpost vervalt. - Huishoudelijke hulp uit de Wmo: het nieuwe kabinet heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat mensen die dat kunnen, zelf gaan betalen voor huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Als gevolg hiervan hebben gemeenten jaarlijks minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Aan het gemeentefonds worden daarom weer middelen toegevoegd als vangnetregeling.
- Kinderopvang pleegouders: extra geld is beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. - Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg en 'Weeffout' Jeugdzorg: deze mutaties vloeien voort uit de afwikkeling van de SPUK Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf en verrekeningen met het provinciefonds in verband met de overgang van de jeugdzorg van provincies naar gemeenten bij de decentralisatie van de jeugdzorg. Toelichting mutaties IU/DU/SU - De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026. Daarnaast wijzigt de budgetverdeling voor de rijksbijdrage beschut werk als gevolg van een nieuwe verdeelsleutel. - De decentralisatie-uitkering Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energiebeleid (CDOKE) vervangt de specifieke uitkering (SPUK) CDOKE. In 2027 wordt een totaalbedrag van € 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. In onze begroting is al rekening gehouden met een structurele bate van € 459.170 volgens provinciale afspraken. Dit bedrag wordt voor 2027 gecorrigeerd op de toegekende bijdrage (€ 841.777). Dit betekent voor 2027 een hogere bijdrage van € 382.607.
- Binnen de decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn daarnaast verschillende mutaties verwerkt waarvoor incidentele en structurele middelen beschikbaar zijn gesteld: - Armoedebestrijding kinderen: structureel worden middelen beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling; - Alleenverdienersproblematiek: een tegemoetkoming aan alleenverdiener-huishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben; - Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp: een tegemoetkoming om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren; - IBO Problematische schulden: bijdrage om problematische schulden fundamenteel aan te pakken; - Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren: er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar; - Ondersteuning lokale politieke partijen: een bedrag is beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen om voor 2026 een bedrag naar het gemeentefonds over te hevelen.
Met deze middelen kunnen gemeenten politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad ondersteunen. WOZ-waarden en verrekentarieven De WOZ-waarde vormt de basis voor onder andere de onroerendezaakbelasting (OZB). In het gemeentefonds worden deze WOZ-waarden gebruikt voor de berekening van zogenoemde rekentarieven. Dit zijn fictieve tarieven die het Rijk gebruikt om de financiële draagkracht van gemeenten onderling te vergelijken. Een gemeente met veel en dure woningen (hoge WOZwaarden) heeft volgens het systeem meer belastingcapaciteit en krijgt relatief minder uit het gemeentefonds. In de Meicirculaire 2026 is de jaarlijkse aanpassing van de rekentarieven voor het jaar 2027 doorgevoerd. Aanpassing van de rekentarieven gebeurt jaarlijks, zodat ze aansluiten bij de actuele WOZ-ontwikkelingen. -3-
Als de gemiddelde WOZ-waarde in Nederland stijgt, worden de rekentarieven ook verhoogd. Zo blijft de verdeling van het gemeentefonds evenwichtig. Stelpost plafond BTW-compensatiefonds (BCF) Het ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld op welke manier gemeenten de verwachte ruimte onder het plafond van het BCF kunnen opnemen als verwachte bate in de begroting. Het is toegestaan om maximaal de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond op te nemen in de begroting en meerjarenraming. Op basis van de afrekening over 2025 in de Meicirculaire 2026 moet een bijstelling in onze begroting worden verwerkt. Netto-effect Meicirculaire 2026 In de onderstaande tabel staat het totale verschil ten opzichte van de Decembercirculaire 2025 en de middelen die gereserveerd worden voor specifieke taken of budget neutraal in de begroting worden verwerkt. Bedragen x €1.000
Berekening netto-effect Meicirculaire 2026 Verschil t.o.v. Decem bercirculaire 2025 Vervallen stelpost begroting uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Budgettair neutraal verw erken uitname huishoudelijke hulp Budgettair neutraal verw erken toevoeging vangnetregeling Reservering middelen taakmutaties Reservering middelen IU/DU/SU Totaal netto-effect Meicirculaire 2026
2026 125
-16 -110 -1
2027 2.893 -231
-16 -896 1.750
2028 1.738
4 1.742
2029 353
2030 400
1.677 -501
1.691 -505
54 1.583
59 1.645
Zoals hiervoor toegelicht vervalt de opgenomen stelpost in onze begroting als gevolg van de uitgestelde vervanging van het abonnementstarief Wmo in 2027. Als stelpost was een bedrag van € 231.000 opgenomen. Verder wordt de uitname van de middelen huishoudelijke hulp vanaf 2029 budgettair neutraal verwerkt in onze begroting en zetten we de specifieke middelen apart die voor bepaalde doelen beschikbaar worden gesteld. Het college van burgemeester en wethouders. Informatie over deze mededeling: portefeuillehouder: Rosmarijn Boender
rm-926512-Meicirculaire_2026_algemene_uitkering_gemeentefonds
-4-
medewerker: Freek War, controller 0571-27 93 40 f.war@voorst.nl