Raadsmededeling Bestuurlijke reactie rapport rekenkamercommissie
Tekst van het document
Mededeling aan de gemeenteraad
5 maart 2024
Onderwerp:
bestuurlijke reactie op het rapport Samenwerking vraagt duidelijkheid van de rekenkamercommissie
Nummer: 438246
Programma:
2. Mooi Voorst
Openbaar
Inleiding In deze raadsmededeling reageren wij op het onderzoeksrapport van de rekenkamercommissie Samenwerking vraagt duidelijkheid van 22 januari 2024. In onze reactie maken wij onderscheid tussen de conclusies en aanbevelingen uit het Twynstra & Gudde-rapport (bijlage 1 van het rapport) en de conclusies en bevindingen van de Rekenkamer Voorst. In het voortraject zijn wij betrokken geweest door in december 2023 onze technisch wederhoor te hebben gegeven op het Twynstra & Gudde-rapport. Kern van de boodschap Het Twynstra & Gudde-rapport geeft naar onze mening een goed beeld van de complexiteit van een regionale samenwerking op strategisch niveau. De rekenkamercommissie heeft dat weten te bereiken door de opdracht voldoende breed te formuleren. Het bureau heeft daarmee de mogelijkheid gekregen om in zijn onderzoek de blik ook vooruit te werpen en de samenwerking te beschouwen in relatie tot de ontwikkelingen die op ons, als Regio Stedendriehoek, afkomen. Het bureau is grondig te werk gegaan. Het heeft met respect voor ieders rol en positie interviews afgenomen en informatie verzameld. Het rapport zelf is helder geschreven en gaat in op die aspecten die een rekenkamer moet onderzoeken. Wij hebben hiervoor veel waardering.
Ook hebben wij veel waardering voor de Rekenkamer Voorst die deze complexe materie met veel verschillende informatiestromen vanuit acht gemeenten en via de Gemeenschappelijke Regeling (GR) heeft verzameld. Er is sprake van een regio in transitie, waarbij niet alle actuele ontwikkelingen in dit onderzoek zijn meegenomen. Dit vraagt daarom wel om enige nuancering over de conclusies omdat het om een momentopname gaat. Tegelijkertijd zien wij in het algemene deel enkele conclusies die feitelijk onjuist zijn. Hieronder gaan wij in de nadere toelichting in op de punten van het Twynstra & Gudde-rapport en daarna op de punten van de Rekenkamer Voorst. Nadere toelichting Onze reactie punten Twynstra & Gudde-rapport 1. Het regioverhaal Wij zien dat de Regio Stedendriehoek de afgelopen jaren stevige stappen heeft gezet in de ontwikkeling van een Strategische visie en de bijbehorende Uitvoeringsagenda. Wij zijn blij dat het rapport dit onderschrijft. Met daarbij de pas geleden succesvolle aanvraag voor de regiodeal en het bundelen van het bestaande beleid in het Regioarrangement 2023. Wij herkennen ons in de oproep om te komen tot een overkoepelend regioverhaal. Dat gaat helpen in het positioneren van de regio als verbindende schakel in Oost-Nederland, in relatie tot de andere regio's.
Graag gaan wij, in samenwerking met de andere colleges, aan de slag met het uitwerken van het regioverhaal. Wij zien het belang daarvan in. 2. Opzet en invulling van de raadsadviescommissie Het bestuur van de regio en wij ondersteunen de komst van een raadsadviescommissie. Wij ondersteunen daar waar mogelijk de raad, ook in de samenwerking met andere raden. De oproep om daarbij de commissie geen inhoudelijke of uitvoerende rol te geven ondersteunen wij. Samen met de tijdelijke informele adviescommissie komt het Algemeen Bestuur (AB) met een voorstel voor de rol en taken.
-1-
3. Doorontwikkeling van de programmatische sturing Deze aanbeveling ondersteunen wij volledig en wij zetten ons daarvoor in, ook zonder opdracht van de raad. De nieuwe opzet van de regio is de eerste stap naar een sterkere profilering van de regio maar nu komt het aan op het organiseren van het uitvoeren daarvan. Wij zien dat de regio hier al stappen in zet. Door een stevigere inzet van programmamanagers en projectleiders op de programma's uit de Uitvoeringsagenda. 4. Betrekken van ondernemers bij de samenwerking Wij zijn van plan de aanbeveling uit het rapport niet alleen te richten op de ondernemers in de regio, maar ook op het onderwijs en andere maatschappelijke partners. Daarom is, naast het versterken van de netwerken, in de nieuwe GR opgenomen dat de Strategische Board, met daarin ondernemers, onderwijsinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties, een adviescommissie voor het AB is. Wij denken dat een geformaliseerde adviesrol de betrokkenheid van ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties kan versterken. 5. Monitoring en communicatie over de resultaten Wij zien dat de betrokkenheid van de raden bij de regio in eerdere jaren onvoldoende was. In het afgelopen jaar is dit sterk verbeterd en zien wij meer betrokkenheid van de raden. Tegelijk herkennen wij dat het monitoren van successen en resultaten beter kan.
Dit heeft onder andere te maken met onvoldoende programmasturing (aanbeveling 3). Tegelijk is dit een resultaat van de manier waarop de Regio Stedendriehoek is georganiseerd. De regio heeft weinig bevoegdheden; dit maakt beoordeling op het behalen van resultaten (bijvoorbeeld woningbouwaantallen) ingewikkeld. Een opdracht om de resultaten en de meerwaarde van de regio meer uit te dragen past ook bij het uitwerken van het regioverhaal. Wij zijn ons ervan bewust dat de informatievoorziening over de regio aan onze raad onze verantwoordelijkheid is. Dat doet niets af aan het feit dat wij van plan zijn om in samenwerking met de andere colleges een extra inspanning te doen om de resultaten van de samenwerking meer uit te dragen en ook het maatschappelijke en economische belang daarvan. 6. Plan van aanpak op de aanbevelingen De rekenkamercommissie stelt de raad voor dat wij als college, in samenwerking met de andere colleges, een plan van aanpak opstellen over de wijze waarop wij invulling geven aan de aanbevelingen. Dit begrijpen wij en vinden wij ook zinvol. Over de voorgestelde evaluatie over twee jaar merken wij op dat in de nieuwe GR staat dat eens per vier jaar de samenwerking geëvalueerd wordt.
Daarbij is voorgesteld om het moment van evaluatie in het derde jaar van een raadsperiode te laten plaatsvinden, zodat de raadsleden ervaring met de regio hebben kunnen opdoen en eventuele aanpassingen met ingang van een volgende raadsperiode van start kunnen gaan. Dit betekent voor nu dat in 2025 een evaluatie plaatsvindt. Dan kan worden beoordeeld of uw aanbevelingen voldoende weerklank hebben gekregen. En ook of de (nieuwe) organisatiestructuur, de agenda (strategisch en uitvoerend) en de raadsadviescommissie bijdragen aan verbeteringen op het gebied van governance (op een maatschappelijk en financieel verantwoorde manier) en samenwerking. Onze reactie punten Rekenkamer Voorst 1. Een regio in transitie Zoals de rekenkamer terecht aangeeft, zijn in de algemene conclusies niet alle actuele ontwikkelingen meegenomen. Na de gesprekken die zijn gevoerd in juni 2023 is een transitie in gang gezet waarbij in de organisatie en de structuur veel veranderingen zijn doorgevoerd. Ook over de beleidsinhoudelijke thema's zijn in de tussentijd vanuit het Rijk via de provincies veel gemeentegrensoverstijgende vraagstukken bij de regio neergelegd die onder grote tijdsdruk zijn opgepakt. Het afgelopen jaar is veel vooruitgang geboekt om dit in goede banen te leiden. De informatieverzameling voor dit onderzoek is complex door de informatiestromen uit de acht gemeenten en de GR.
Wij benadrukken dat de algemene conclusie een momentopname is en gezien alle veranderingen die daarna zijn doorgevoerd een beetje een vertekenend beeld geeft. 2. Begroting Een van de conclusies is dat de begroting onvoldoende in balans is. Wij zijn van mening dat dit niet voldoende blijkt uit de stukken. De tekst onder de conclusie lezend, dekt de vlag de lading niet en dit geeft een verkeerd beeld. -2-
Zo houdt de provincie Gelderland toezicht op de GR-en en dit is verankerd de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Zij gaan al meerdere jaren akkoord met de begroting met de lichtste vorm van toezicht. Bovendien is er sprake van een kennis- en netwerkorganisatie, waarbij het grootste deel van de kosten logischerwijs bestaat uit salariskosten. 3. Bevoegdheden Vastgesteld wordt dat de bevoegdheden van de GR niet duidelijk zijn en dat dit financiële risico's met zich meebrengt in relatie tot de regiodeal. Het is belangrijk om scherp te hebben dat er geen bevoegdheden zijn overgedragen van de raden naar de regio. Hier lijkt verwarring over te bestaan. Ook de financiële risico's die genoemd worden in relatie tot de regiodeal herkennen wij niet. Het gaat meestal om bestaande gemeentelijke projecten waarvoor de dekking al is geregeld in de begroting. Deze vorm (niet vanuit een gemeenschappelijke visie) was juist ook een - naar onze mening terecht - kritiekpunt van het Twynstra & Gudde-rapport. 4. Informatiepositie raad Een van de conclusies is dat de informatiepositie van de raad onvoldoende is. Zoals hierboven aangegeven zijn het afgelopen jaar al veel verbeteringen doorgevoerd. De wijziging van de Wgr maakt het mogelijk om de kaderstellende en controlerende rol van de raad beter te borgen. Hiervoor zijn nieuwe instrumenten geïntroduceerd.
Het laatste voorbeeld is de wens van een raadsadviescommissie. Voor beleidsinhoudelijke onderwerpen zien wij ook kansen voor verbetering van de betrokkenheid van de raad via zowel raadsmededelingen als via rechtstreekse informatie vanuit de regio (nieuwsbrieven). De Regio Stedendriehoek informeert de raad inhoudelijk met de begroting, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de jaarrekening, zoals ook is vastgelegd in de Wgr. Als college hebben wij ons aandeel door verantwoording via de planning en control cyclus uitgevoerd. Ook zien wij - zonder dat dit via een motie of een zienswijze hoeft - kansen om vanuit de raad aan onze vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur (DB) een boodschap mee te geven. Daarnaast is het ook mogelijk om vanuit onze DB-vertegenwoordiger een mondelinge terugkoppeling te geven van de DBvergaderingen. Samenvattend, de afgelopen tijd is veel vooruitgang geboekt in de regio. Over de samenwerking, de structuur, de organisatie en de positionering van de raad zijn mooie stappen gezet. De regio is in transitie en wij hebben er alle vertrouwen in dat dit op een goede manier een vervolg krijgt. Natuurlijk blijven wij de genomen maatregelen over de samenwerking, de structuur, de organisatie en de positionering van de raad goed volgen. Het college van burgemeester en wethouders.
Bijlagen: rekenkamerrapport: onderzoek naar de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek
rm-438246-bestuurlijke_reactie_rapport_rekenkamercommissie
-3-
Informatie over deze mededeling: portefeuillehouder: Jan Willem Wiggers medewerker: Anouk ter Avest, senior expert ruimte 0571-27 93 89 a.teravest@voorst.nl