CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

programmabegroting VNOG 2025-2028

gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: VNOG: Jaarstukken 2023 en begroting 2025-2028 Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland31.317 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

− houdt toezicht op-, adviseert over- en verzorgt de privacy- en gegevensbescherming; − neemt deel aan regionale en landelijke netwerken en overlegt actief met ketenpartners om te investeren in kennis en contacten;

Pagina 26 van 71

−

werkt, naar aanleiding van landelijke afspraken, samen met andere afdelingen aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDuR, zie hiervoor de separate paragraaf 5.8.

4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. a. Een solide financiële positie en control. BV: − zorgt voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en adviseert over financiën, verzekeringen, inkoop en aanbesteden en coördineert het risicomanagement; − zorgt voor bestuurlijke informatievoorziening hierover die transparant en tijdig is; − organiseert en coördineert de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjarenbegroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening); − overlegt periodiek met de gemeentelijke financieel ambtenaren (het FAO); − stelt een intern beheersingsplan op en versterkt de uitvoering van verbijzonderde interne controle, onder meer in het kader van de rechtmatigheidsverklaring die het DB afgeeft aan het AB; − onderhoudt contact met de accountant. b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers.

BV: − overlegt periodiek met gebouwbeheerders en het FAO over beheer/gebruik brandweerkazernes; − beheert de locaties vanuit de gebruikersrol conform vastgestelde demarcatieregeling en voert de afspraken uit de regeling uit, zoals inrichting toegangsbeheer en inbraakbeveiliging; − optimaliseert werklocaties en training- en oefenlocaties (met afdeling Brandweerzorg); − adviseert gemeenten over verduurzaming van kazernes op basis van het VNOG Klimaatplan; − bewaakt, begeleidt en adviseert gemeenten over het oplossen van RI&E knelpunten in kazernes; − levert gemeenten input bij nieuw- en verbouwprojecten van kazernes; − adviseert over de veilige energietransitie en de gevolgen voor VNOG als crisisorganisatie (extern) en bevordert een duurzame bedrijfsvoering (intern). c. Onze mensen richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen.

BV: − investeert in de professionele (door)ontwikkeling van VNOG; − helpt medewerkers zelf regie voeren op hun vitaliteit, loopbaan en mobiliteit; − faciliteert programma’s voor vrijwilligers, samen met afdeling Brandweerzorg; − faciliteert het Arbobeleid, mede op basis van de RI&E; − zorgt voor doorontwikkeling van e-HRM dat bijdraagt aan meer efficiency en kwaliteit, gebruiksgemak en de registratie en rapportage van/over personele gegevens/data en de formatie; − verzorgt de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg en -administratie. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.

Pagina 27 van 71

Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product

L/B

Realisatie 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Personele kosten

Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo

224.305 9.366.353 -9.142.048

235.000 9.448.040 -9.213.040

235.000 9.264.340 -9.029.340

235.000 9.080.340 -8.845.340

235.000 9.080.340 -8.845.340

235.000 9.080.340 -8.845.340

157.228 -157.228 10.100 2.082.841 -2.072.740

336.500 -336.500

296.500 -296.500

296.500 -296.500

296.500 -296.500

296.500 -296.500

1.495.600 -1.495.600

1.425.600 -1.425.600

1.425.600 -1.425.600

1.393.100 -1.393.100

1.773.000 -1.773.000

99.422 -99.422

89.500 -89.500

109.500 -109.500

109.500 -109.500

109.500 -109.500

109.500 -109.500

72.567 -72.567

80.000 -80.000

80.000 -80.000

80.000 -80.000

80.000 -80.000

80.000 -80.000

752.330 -752.330

762.000 -762.000

702.000 -702.000

697.800 -697.800

697.800 -697.800

697.800 -697.800

610.677 -610.677

758.200 -758.200

776.200 -776.200

776.200 -776.200

776.200 -776.200

776.200 -776.200

2.696.230 -2.696.230

2.971.520 -2.971.520

2.627.328 -2.627.328

2.627.328 -2.627.328

2.652.328 -2.652.328

2.643.578 -2.643.578

87.595 -87.595 7.000 480.364 -473.364

134.500 -134.500

134.500 -134.500

134.500 -134.500

134.500 -134.500

134.500 -134.500

706.700 -706.700

771.700 -771.700

771.700 -771.700

771.700 -771.700

741.700 -741.700

650.415 -650.415

982.100 -982.100

896.000 -896.000

1.030.000 -1.030.000

1.177.000 -1.177.000

1.180.000 -1.180.000

-16.814.616

-17.529.660

-16.848.668

-16.794.468

-16.933.968

-17.278.118

1.118.954 737.824 381.130 381.130

625.000 310.150 314.850 314.850

114.000 335.150 -221.150 -221.150

114.000 335.150 -221.150 -221.150

30.000 367.650 -337.650 -337.650

-16.433.486

-17.214.810

-17.069.818

-17.015.618

-17.271.618

Facilitair

Huisvesting

Communicatie

Middelen

Verzekeringen

Personeelszaken

Informatie

Arbo

Overig

Rente en afschrijving

Mutatie(s) reserve(s)

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 6.0 Bedrijfsvoering

Saldo reserves Resultaat

Baten Lasten Saldo

Pagina 28 van 71

-17.278.118

Programma:

7. Algemene dekkingsmiddelen

Programmahouder:

dhr. J. Joon

Op het programma 7 ‘Algemene dekkingsmiddelen’ staan de middelen die betrekking hebben op de gemeentelijke bijdragen en de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding vanuit het Rijk. De gemeentelijke bijdrage voor 2025 is conform de Kadernota 2025-2028. Voor de hoogte van de bijdrage wordt verwezen naar bijlage 2. De middelen in dit programma worden ingezet om via de andere programma’s de Opgaven van de organisatie uit te voeren. Verder is in dit programma een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven en staat hier de nog over de andere programma’s te verdelen post loon- en prijscompensatie. De mutatie in de reserves betreft de toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Zie voor een toelichting hierop bijlage 4. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product

L/B

Personele kosten

Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo

Realisatie 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

638.478 229.481 408.997

319.000 -319.000 1.050.000 1.050.000 0

417.000 -417.000 1.088.500 1.088.500 0

417.000 -417.000 1.357.000 1.357.000 0

417.000 -417.000 1.428.000 1.428.000 0

417.000 -417.000 1.314.000 1.314.000 0

60.143.843

767.558 -767.558 63.783.540

3.437.258 -3.437.258 67.199.940

3.437.258 -3.437.258 67.457.540

3.412.258 -3.412.258 70.458.040

3.412.258 -3.412.258 71.977.640

60.143.843 55.941 29.284 26.657

63.783.540

67.199.940

67.457.540

70.458.040

71.977.640

507.892 -507.892

574.414 -574.414

561.974 -561.974

601.594 -601.594

657.094 -657.094

60.579.496

62.189.090

62.771.268

63.041.308

66.027.188

67.491.288

7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Baten Lasten Saldo Saldo reserves

2.509.728 820.850 1.688.878 1.688.878

1.202.985

1.964.465

3.833.775

1.202.985 1.202.985

1.964.465 1.964.465

3.833.775 3.833.775

5.378.895 3.000.000 2.378.895 2.378.895

4.819.295 4.500.000 319.295 319.295

Resultaat

62.268.374

63.392.075

64.735.733

66.875.083

68.406.083

67.810.583

Treasury

Loon- en prijscompensatie

Bijdragen rijk en gemeenten

Algemeen

Mutatie(s) reserve(s)

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves

Pagina 29 van 71

Programma:

8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)

Programmahouder:

dhr. J. Joon

Het programma 8 betreft onderwerpen die één op één met alleen de betrokken gemeente worden verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf 5.5.) conform de Regeling demarcatie. − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn. − De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem). Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen. − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken? a. Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht onder de juiste arbeidsomstandigheden. b. Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? a.

Kazernes − De afdeling Bedrijfsvoering (team Vastgoed, Services en Projecten, VSP) zorgt voor / coördineert het onderhoud en de facilitaire diensten, in nauw overleg met de gemeentelijke gebouwbeheerders en conform de afspraken in de Regeling Demarcatie. Tevens zorgt deze afdeling voor de verrekening van de kosten met de desbetreffende gemeenten. b. Overgangsrecht − VNOG zorgt voor een juiste uitvoering van het FLO / overgangsrecht en voor verrekening van de kosten met de betreffende gemeenten. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? De facilitaire kosten van de kazernes, etc. en het overgangsrecht worden een op een met de betreffende gemeenten verrekend. Zie voor een specificatie bijlage 3.

Pagina 30 van 71

Product

L/B

Apeldoorn

Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo

Doetinchem

Harderwijk

Epe

Zutphen

Aalten

Berkelland

Bronckhorst

Brummen

Apeldoorn

Elburg

Ermelo

Hattem

Heerde

Lochem

Montferland

Nunspeet

Oldebroek

Oost Gelre

Oude IJsselstreek

Doetinchem

Putten

Voorst

Winterswijk

Totaal saldo baten en lasten

Realisatie 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

494.292 494.292 0 157.986 157.986 0 5.991.105 5.991.105 0 73.607 73.607 0 174.694 174.694 0 45.494 45.494 0 35.573 35.573 0 23.314 23.314 0 17.172 17.172 0 5.442.696 5.442.696 0 19.111 19.111 0 15.055 15.055 0 7.055 7.055 0 25.374 25.374 0 39.689 39.689 0 17.658 17.658 0 23.852 23.852 0 19.269 19.269 0 33.413 33.413 0 34.556 34.556 0 562.845 562.845 0 9.842 9.842 0 21.348 21.348 0 18.020 18.020 0 0

1.200.000 1.200.000 0 183.000 183.000 0 125.000 125.000 0 49.000 49.000 0 125.000 125.000 0 33.000 33.000 0 56.000 56.000 0 58.000 58.000 0 25.000 25.000 0 590.000 590.000 0 41.000 41.000 0 20.000 20.000 0 14.000 14.000 0 27.000 27.000 0 65.000 65.000 0 30.000 30.000 0 34.000 34.000 0 33.000 33.000 0 71.000 71.000 0 47.000 47.000 0 159.000 159.000 0 19.000 19.000 0 33.000 33.000 0 21.000 21.000 0 0

372.000 372.000 0 183.000 183.000 0 125.000 125.000 0 49.000 49.000 0 125.000 125.000 0 33.000 33.000 0 56.000 56.000 0 58.000 58.000 0 25.000 25.000 0 2.111.000 2.111.000 0 41.000 41.000 0 20.000 20.000 0 14.000 14.000 0 27.000 27.000 0 65.000 65.000 0 30.000 30.000 0 34.000 34.000 0 33.000 33.000 0 71.000 71.000 0 47.000 47.000 0 10.000 10.000 0 19.000 19.000 0 33.000 33.000 0 21.000 21.000 0 0

372.000 372.000 0 183.000 183.000 0 125.000 125.000 0 49.000 49.000 0 125.000 125.000 0 33.000 33.000 0 56.000 56.000 0 58.000 58.000 0 25.000 25.000 0 2.110.000 2.110.000 0 41.000 41.000 0 20.000 20.000 0 14.000 14.000 0 27.000 27.000 0 65.000 65.000 0 30.000 30.000 0 34.000 34.000 0 33.000 33.000 0 71.000 71.000 0 47.000 47.000 0 10.000 10.000 0 19.000 19.000 0 33.000 33.000 0 21.000 21.000 0 0

372.000 372.000 0 183.000 183.000 0 125.000 125.000 0 49.000 49.000 0 125.000 125.000 0 33.000 33.000 0 56.000 56.000 0 58.000 58.000 0 25.000 25.000 0 2.110.000 2.110.000 0 41.000 41.000 0 20.000 20.000 0 14.000 14.000 0 27.000 27.000 0 65.000 65.000 0 30.000 30.000 0 34.000 34.000 0 33.000 33.000 0 71.000 71.000 0 47.000 47.000 0 10.000 10.000 0 19.000 19.000 0 33.000 33.000 0 21.000 21.000 0 0

372.000 372.000 0 183.000 183.000 0 125.000 125.000 0 49.000 49.000 0 125.000 125.000 0 33.000 33.000 0 56.000 56.000 0 58.000 58.000 0 25.000 25.000 0 2.110.000 2.110.000 0 41.000 41.000 0 20.000 20.000 0 14.000 14.000 0 27.000 27.000 0 65.000 65.000 0 30.000 30.000 0 34.000 34.000 0 33.000 33.000 0 71.000 71.000 0 47.000 47.000 0 10.000 10.000 0 19.000 19.000 0 33.000 33.000 0 21.000 21.000 0 0

0

0

0

0

0

0

Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht Baten Lasten Saldo Saldo reserves Resultaat

Pagina 31 van 71

4. Overzicht baten & lasten en financieel-technische uitgangspunten 2025 P rogra mma

2025

2026

2027

2028

be groting

be groting

be groting

be groting

la ste n struc t.

ba te n inc id.

struc t.

la ste n inc id.

struc t.

ba te n inc id.

struc t.

la ste n inc id.

struc t.

ba te n inc id.

struc t.

la ste n inc id.

struc t.

ba te n inc id.

struc t.

inc id.

Risic o- e n c risisbe he e rsing

9.767.560

0

9.964.260

0

9.962.260

0

9.920.760

0

Bra ndwe e rzorg

33.974.205

14.000

35.725.555

14.000

36.698.555

14.000

35.988.555

14.000

G e ne e skundige Hulpve rle ningsO rga nisa tie in de Re gio

2.257.100

48.000

2.257.100

48.000

2.256.600

48.000

2.256.600

48.000

MKO N

5.515.250

4.151.500

5.514.750

4.151.500

5.515.250

4.151.500

5.519.750

4.151.500

Dire c tie e n c ontrol

880.300

0

860.300

0

915.300

0

1.060.300

0

17.083.668

235.000

17.029.468

235.000

17.168.968

235.000

17.513.118

235.000

Alge me ne de kkingsmidde le n e n onvoorzie n

5.517.172

68.288.440

5.773.232

68.814.540

5.858.852

71.886.040

5.800.352

73.291.640

Ka ze rne s e n ove rga ngsre c ht

3.602.000

3.602.000

3.601.000

3.601.000

3.601.000

3.601.000

3.601.000

3.601.000

Be drijfsvoe ring

78.597.255

0

76.338.940

O nttre kking a a n re se rve s

500.000

76.864.040

335.150

78.932.405

335.150

76.338.940

78.932.405 0

0

2.593.465

81.976.785

0

4.696.775

335.150

78.597.255

S a ldo

80.725.665

2.593.465

Toe voe ging a a n re se rve s

Tota a l la ste n e n ba te n

0

500.000

80.725.665

835.150

81.560.815

76.864.040

81.560.815 0

4.696.775

3.000.000

367.650

84.976.785

367.650

85.344.435

79.935.540

0

3.000.000

2.408.895

0

81.341.140

0

4.500.000

319.295

85.841.140

319.295

4.500.000

82.935.540

85.344.435 0

81.660.435

2.408.895

86.160.435

0

86.160.435

86.160.435 0

De toevoeging aan de reserves in 2027 en 2028 van respectievelijk € 3.000.000 en € 4.500.000 betreft de verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor de dekking van de stijging van de kapitaallasten. Deze bedragen worden gestort in de egalisatiereserve afschrijvingen en de hogere kapitaallast wordt onttrokken.

Pagina 32 van 71

Financieel-technische uitgangspunten Het algemeen bestuur heeft op 14 december 2023 de Kadernota 2025-2028 vastgesteld. In de Kadernota staan de financieel-technische uitgangspunten voor de begroting 2025. De volgende uitgangspunten zijn toegepast Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2025 verschilt niet van degene die is toegepast voor vorige begrotingen. Deze is als volgt: 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2025 wordt berekend op basis van het percentage (loonvoet sector overheid), dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2023 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoorden en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2025 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2023 voor 2024.

De BDUR bedraagt ongeveer 16% van de inkomsten van de VNOG. Als de uitkering in 2024 en 2025 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2024. Hierin zijn begrepen de mutaties uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. het laatst bekende arbeidsvoorwaardenakkoord 2023; d.

het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (5,8%). Voor 2025 is dit, na correctie, 8,3% (zie in de tabel in hoofdstuk 7 de berekening); e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2023 aangepast met de percentages voor 2024. Voor 2025 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende het begrotingsjaar 2025 wordt bij de tussentijdse rapportages en de jaarrekening een begrotings-brede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; Pagina 33 van 71

3.

4.

5.

6.

7. 8.

g. het opleidingsbudget beweegt mee met de loonsom (2% minus 100.000) h. de begroting 2025 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2024 genomen vermeerderd met de gevolgen van het laatste arbeidsvoorwaardenakkoord; b. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (5,8%). Voor 2025 is dit, na correctie, 8,3%; c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.397. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht rekening houdend met het besluit van het AB van 22 juni 2023 over Posten zijn de basis 2.0 (geen aanpassing budget); d. de begroting 2025 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2024) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2023, die nog niet in de primitieve begroting 2024 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2025; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2025: 1,6%; d.

de begroting 2025 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die zijn verwerkt in het MeerjarenInvesteringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Bij de berekening van het rente-omslagpercentage is uitgegaan van 3,25% voor de nog af te sluiten leningen voor de toekomstige investeringen voor met name de voertuigen in de periode 2025-2030. Het omslagpercentage voor 2025 e.v. jaren komt dan uit op 1,5%. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven.

Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG en is voor 2025 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.

Pagina 34 van 71

Effect Kadernota: loon- en prijscompensatie De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2025 zijn, na toepassing van de hiervoor beschreven systematiek en kaders als volgt (prijscompensatie inclusief verhoging opleidingsbudget): Loon- en prijscompensatie 2025 looncompensatie septembercirculaire septembercirculaire verschil 2022 2023 2024 4,20% 6,70% 2,50% 2025 5,80% 5,80% opnemen voor 2025 inclusief bijstelling 2024 8,30% Loon- en prijscompensatie 2025 exclusief MKON 3.007.000

prijscompensatie septembercirculaire 2023 1,60% 258.000

Meldkamer Nederland (Meldkamer 353.000 Deze loon-Oost en prijsstijging (totaalBrandweer samenMulti) € 3.265.000) is verwerkt als een7.000 verhoging van de gemeenBijdrage 4 Veiligheidsregio's 267.000 5.000 telijke bijdrage. Loon- en prijscompensatie 2025 MKON t.l.v. VNOG

86.000

2.000

Per maart 2023 zijn de vijfLoonveiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel gezamenlijk verantwoordelijk en prijscompensatie 2025 Totaal VNOG 3.093.000 260.000 looncompensatie prijscompensatie voor het onderdeel ‘Meldkamer Brandweer-Multi’ van de Meldkamer Oost-Nederland (de MKONseptembercirculaire septembercirculaire MKBM).septembercirculaire De vijf regio’s hebben afgesproken datverschil het personeel van MKON-MKBM in dienst is van 2022 2023 2023 De vijf veiligheidsregio’s beVNOG en VNOG diverse ondersteunende middelen en diensten levert. 2024 4,20% 6,70% 2,50% kostigen gezamenlijk de MKON-MKBM, die in de VNOG-begroting is opgenomen. Ook over de 2025 5,80%2025. VNOG betaalt 1,60%hiervan haar aandeel, de MKON-MKBM is een loon- en prijsindex5,80% toegepast voor opnemen voor 2025 inclusief bijstelling 2024 8,30% vier andere regio’s hun aandeel: Loon- en prijscompensatie 2025 exclusief MKON 3.007.000 Loonen prijscompensatie 2025 looncompensatie Meldkamer Oost Nederland Brandweer Multi) septembercirculaire (Meldkamer septembercirculaire Bijdrage 4 Veiligheidsregio's 2022 2023 Loon2025 MKON t.l.v. VNOG 2024 en prijscompensatie 4,20% 6,70% 2025

5,80%

258.000

353.000 verschil 267.000 86.000 2,50%

prijscompensatie 7.000 septembercirculaire 2023 5.000 2.000

5,80%

1,60%

Totaal VNOG 3.093.000 Het aandeel van2025 VNOG inbijstelling de loonde MKON-MKBM260.000 (€ 86.000 + € 2.000) is onderopnemen voor inclusief 2024en prijsindex voor 8,30% Loon-van en prijscompensatie exclusief MKON 3.007.000 258.000 deel de ‘autonome 2025 ontwikkelingen’ voor 2025 en is via dat onderdeel verwerkt als een verhoging van de gemeentelijke bijdrage (zie overzicht met eindeffect hierna). Meldkamer Oost Nederland (Meldkamer Brandweer Multi) 353.000 Bijdrage 4 Veiligheidsregio's 267.000 Het totaal aan loon- en prijsindex 2025 komt daarmee op: Loon- en prijscompensatie 2025 MKON t.l.v. VNOG 86.000 Totaal VNOG

3.093.000

7.000 5.000 2.000 260.000

Toelichting op de gehanteerde percentages In de begroting voor 2024 was 4,2% looncompensatie opgenomen. Op grond van de cijfers van het CPB (septembercirculaire 2023; loonvoet sector overheid) is dit 6,7%. De begroting voor 2024 wordt hiervoor niet meer bijgesteld, maar bij het maken van de jaarrekening 2024 worden de eventuele meerkosten verrekend met de gemeenten conform de afspraak die hierover is gemaakt. Voor 2025 wordt het verschil tussen 4,2% en 6,7% (2,5%) opgeteld bij het percentage van het CPB voor 2025 van 5,8%, dit komt daarmee uit op totaal 8,3%. Eindeffect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage 2025 In de Kadernota stonden voorts, naast de loon- en prijscompensatie, enige autonome ontwikkelingen (o.a. de hiervoor genoemde loon- en prijsindex voor de MKON-MKBM, aandeel VNOG). Deze zijn verwerkt in de meerjarenbegroting met als dekking een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Er waren echter ook besparingen ter demping van de gemeentelijke bijdrage in de Kadernota opgenomen. Het eindeffect van de Kadernota voor de gemeentelijke bijdrage 2025 is daarmee als volgt: Pagina 35 van 71

Effect van deze Kadernota ten opzichte van de gemeentelijke bijdrage 2024

2025 Gemeentelijke bijdrage volgens de meerjarenbegroting 2024 e.v. Loon- en prijscompensatie Autonome ontwikkelingen Demping gemeentelijke bijdrage Ontwikkeling kapitaallasten Ontwikkeling kapitaallasten Totaal

2026

2027

2028

53.322.200

56.222.200 58.222.200 58.222.200

3.265.000 348.300 -780.000

3.265.000 370.200 -780.000 -3.000.000

56.155.500

*Bedragen t.o.v. begroting 2024

Overzichten In bijlage 2 staan de gemeentelijke bijdragen 2025. In bijlage 3 staat een overzicht van programma 8.

Pagina 36 van 71

3.265.000 3.265.000 370.700 390.300 -780.000 -780.000 -5.000.000 -5.000.000 3.000.000 4.500.000 56.077.400 59.077.900 60.597.500

5. Paragrafen 5.1. Beleidsregels en uitgangspunten reserves Inleiding Deze paragraaf beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s, de reserves, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit, zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2025-2028. De beleidsregels zetten eerdere lijnen voort; ze zijn vastgelegd in de betreffende paragrafen van voorgaande begrotingen. Risicomanagement 1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT.

De afdelingshoofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingshoofden rapporteren hierover in de Financiële verkenningen en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandscapaciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2.

De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het AB over de resultaatsbestemming, of anderszins door AB besluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve / het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelnemende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. 3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vormen samen de weerstandscapaciteit (zie hierna). Pagina 37 van 71

4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote stortingen en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 10.

De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in bijlage 4. Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden3. 3. De weerstandsratio =

beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit

4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)4. 5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken.

3 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de

bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 4 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van risico’s van de VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment.

Pagina 38 van 71

5.2. Weerstandscapaciteit en risicomanagement Inleiding In de paragraaf ‘Weerstandscapaciteit en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. Verder is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. In de vastgestelde Kadernota 2025-2028, opgemaakt eind 2023, is een update van de risicoinventarisatie weergegeven met de berekende daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. Eerder is in de kadernota besloten om de nieuwe beleidslijnen omtrent vermogen en risico’s in de betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening op te nemen. De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen de P&C-cyclus.

Daarbij worden de verwachte en beoordeelde risico’s geactualiseerd in de kadernota’s en begrotingen en wordt verantwoording afgelegd over beheersing ervan in tussentijdse rapportages en jaarstukken. Het managen van risico’s is een continu proces waarbij zich steeds weer andere risico’s kunnen voordoen. Dit vereist voortdurende afstemming zowel met collega’s intern als ook met de andere (aangrenzende) veiligheidsregio’s. Dat geldt zowel de aanpak als de uitkomsten van de risico-inventarisatie. Actuele voorbeelden die de noodzaak van het managen van risico’s onderstrepen zijn: • de inflatieontwikkeling met als gevolg stijging van prijzen m.n.

van het (brandweer)materieel en materiaal maar ook de ontwikkelingen in het rentepeil; • de blijvende aandacht van het tijdig en goed kunnen (blijven) inspelen op bestrijding van crises, zoals (eerder de coronapandemie en) de opvang van vluchtelingen; • mogelijke kostenstijging bij het realiseren van verduurzamingsdoelen, zoals extra onderhoudskosten vanwege het risico van vervroegde vervanging van accu’s bij elektrificatie van voertuigen; • (mogelijke) verontreiniging van grond/bodem bij kazernes en oefenterreinen en de daarmee samenhangende kosten van (mogelijke) sanering van grond; • mogelijke claims van betrokkenen als gevolg van door VNOG genomen besluiten en uitgevoerde – en gehandhaafde maatregelen ter bestrijding van crises, dit risico laat zich nu niet kwantificeren. In deze paragraaf wordt de actuele risico-inventarisatie voor de begroting 2025-2028 weergegeven met het daarbij benodigde weerstandsvermogen. Risico-inventarisatie Algemeen Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2023 zijn, in het kader van de P&C-cyclus, de risico’s beoordeeld en (op)nieuw opgehaald t.b.v. het opstellen van de Kadernota 2025-2028. Voor het opstellen van deze begroting zijn deze gegevens, waar mogelijk/nodig, marginaal getoetst.

Pagina 39 van 71

Inventarisatie In de kadernota 2025-2028 is een toelichting gegeven welke risico’s, met de daarbij gegeven kwantificering, door uitvoering van maatregelen en (externe) ontwikkelingen zijn gewijzigd ten opzichte van de vorige begroting en kadernota, periode 2024-2027. Na de hieronder weergegeven tabel worden enkele belangrijke risico’s kort verder toegelicht. Risicoregister VNOG: uitwerking t.b.v. de begroting 2025 in tekst Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken

Kans in %

Effect in euro's bedrag

1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers en (desinvesteringen) materieel i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem.

50%

100.000

Weerstandscapaciteit (euro's) 50.000

2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG.

50%

400.000

200.000

3 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 4 Te veel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie. Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen.

70%

408.000

286.000

10%

50.000

5.000

70%

650.000

455.000

6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel.

50%

160.000

80.000

7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).

70%

300.000

210.000

8 Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.

30%

90.000

27.000

50%

150.000

75.000

10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E.

30%

25.000

8.000

11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 12 Hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid. Extra kosten/investeringen doorvoeren maatregelen duurzaamheid nog onzeker.

50%

84.000

42.000

50%

400.000

200.000

13 Extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel. Aanpassingen werkplekfaciliteiten en verbindingen (crisiscentrum) ter overbrugging naar huisvesting 1-post.

70%

200.000

140.000

14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek.

30%

500.000

150.000

30%

350.000

105.000

10%

150.000

15.000

Pagina 40 van 71

17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking.

10%

300.000

30.000

18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. 19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.

30% 50%

78.000 1.800.000

23.000 900.000

10%

300.000

30.000

21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt. Evaluatie risico na 1e jaar uitvoering.

30%

375.000

114.000

Totaal

3.145.000 Niet kwantificeerde risico's

Nr. Risico's en oorzaken

Kans in %

Effect in euro's bedrag

Weerstandscapaciteit (euro's)

1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom, onzekerheid omtrent uitkomsten t.a.v. financiële - en personele impact. 4 Toekomstige crises (w.o pandemie) kwantificering c.q. opname in risicoprofiel gevolgen crises, zoals COVID-19. De rol en beschikbare financiële middelen (w.o. extra BDuR) voor VNOG bij (toekomstige) crises, is afhankelijk van onzekere gebeurtenissen en de visie daarop vanuit het Rijk en de gemeenten. 5 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. 6 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging.

Op basis van een marginale toetsing van de risico’s, na het opstellen van de Kadernota 2025-2028, en de overwegingen van het managementteam, zijn een aantal aanpassingen doorgevoerd. Deze hebben betrekking op: • de kosten voor tijdelijke huisvesting nadat bekend is geworden dat ook de crisisorganisatie op zoek moet naar tijdelijke vervangende huisvesting omdat ze niet tot de realisatie van de nieuwe huisvesting kan blijven op de Europaweg; in verband hiermee wordt rekening gehouden met mogelijke extra kosten m.n. voor verbindingen; • een wijziging van 10% naar 30% op de kans dat een hack van de systemen zich zal voordoen, dit nog (steeds) lage percentage wordt gerechtvaardigd door de genomen maatregelen. Echter de dreiging dat systemen worden gehackt blijft en neem eerder toe dan af ook gezien mondiale ontwikkelingen en dreigingen, en • een verplaatsing van het risico op PFAS verontreiniging naar de niet-gekwantificeerde risico’s, dit omdat VNOG de landelijke ontwikkelingen volgt t.a.v. de verwachte onderzoeken naar het gebruik/aanwezigheid van PFAS bij (overheids) gebouwen.

Pagina 41 van 71

Specifiek gekoppeld aan het gegeven dat VNOG de paraatheid organiseert met een relatief groot aantal vrijwilligers (vlg. benchmark 2019 Berenschot), ligt daarin een aantal risico’s besloten, die VNOG bovengemiddeld kunnen raken: • de financiële compensatie voor mogelijk stijgende werkgeverslasten via bijv. het gemeentefonds kan VNOG een nadelig herverdeeleffect opleveren; • de maatschappelijke trend van daling van de bereidheid om zich langdurig te binden aan vrijwilligerswerk, mogelijk gecombineerd met een gevoeld gebrek aan lokale identiteit bij de plaatselijke brandweerposten en • vertraging en voortschrijdend inzicht bij de implementatie van de Toekomstvisie kan leiden tot een verschil met de eerder geraamde daling van het aantal vrijwilligers. Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen (zie het overzicht ‘Niet gekwantificeerde risico's’). Bij de inventarisatie van de risico’s is ook gekeken naar de mogelijke oorzaken ervan en de te nemen maatregelen voor het matigen, overdragen, vermijden of accepteren ervan.

Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde risico’s, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en een mogelijke getalsmatige onderbouwing is opgenomen, is in bijlage 9 te vinden. De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal opnieuw plaatsvinden gaande het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstands-capaciteit, komen hierna in deze paragraaf aan de orde. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”).

Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een

Pagina 42 van 71

bestedingsdoel aan verbonden. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit begroting 2025

€

Saldo Algemene reserve Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *) Post onvoorzien Beschikbaar weerstandsvermogen

1.135.114 1.010.368 250.000 2.395.482

* hierbij is rekening gehouden met in 2023 genomen besluiten tot toekomstige besteding in 2024 e.v. jaren, m.n. voor het oplossen van personele knelpunten bij afd. Bedrijfsvoering en Brandweerzorg ad. € 1.577.000; de storting in deze reserve vanwege de verlaagde huur van de Europaweg verloopt budgettair neutraal. Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG begroting 2025 Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio

€ 2.395.482 3.145.000 0,76

Toelichting De berekende waarde van de weerstandsratio voor de begroting 2025-2028 komt uit op 0,76 en zit daarmee onder de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG BegroRekening ting 2023 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Netto schuldquote

17%

70%

77%

104%

88%

77%

Solvabiliteitsratio Exploitatieruimte

42% 6,52%

18% -1,54%

19% -2,86%

11% -4,73%

10% -2,39%

11% -0,37%

Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Pagina 43 van 71

Categorie

Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

A= minste risico

B - gem. risico

C = meeste risico

< 90% > 50% begr. > 0%

90%-130% 20%- 50% begr. = 0

> 130% < 20% begr.< 0%

De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2025-2028. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2025-2028 is uitgegaan van een toename van de investeringen op basis van de Toekomstvisie. Ter financiering van deze investeringen wordt vreemd vermogen aangetrokken in de vorm van leningen met een looptijd van 10 tot 15 jaar. In de voorliggende cijfers is de overdracht aan de gemeenten verwerkt van drie kazernes bij VNOG in eigendom. Bij twee heeft de terug verkoop w.o. ook de overdracht van financiering in de vorm van langlopende leningen, plaatsgevonden eind 2023. De laatste gaat naar verwachting in de eerste helft van 2024 terug naar de gemeente. De financiële effecten van de overdracht, o.a. op het saldo aan liquide middelen, zijn verwerkt en doorgerekend in het kengetal van de netto schuldquote.

Dat geldt eveneens voor de effecten van onttrekkingen en toevoegingen op reserves (eigen vermogen) en voorzieningen. De berekende netto schuldquote valt grotendeels in de categorie ‘minste risico’. In de loop van het meerjarenperspectief loopt dit risico (tijdelijk) op door een hogere schuldenlast als gevolg van een forse toename van de investeringen. Dit wordt veroorzaakt door de toename van de aflossingsverplichtingen met de daarbij behorende afname van de liquide middelen. Daarbij is - op basis van de uitgangspunten in de Kadernota 2025-2028 - vanaf 2027 gerekend met een hogere benodigde bijdrage van de gemeenten ter dekking van de gestegen kapitaalslasten. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio bedraagt over 2025: 19% en valt daarmee (nog net) in de categorie: meeste risico. Dit kengetal neemt verder af in de loop van de weergegeven jaren. De oorzaak daarvan is dezelfde als toegelicht bij de netto schuldquote. Voor lokale overheden i.c. een gemeenschappelijke regeling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten.

Pagina 44 van 71

5.3. Onderhoud kapitaalgoederen Het (brandweer)materieel is eigendom van VNOG. De kazernes worden beschikbaar gesteld aan VNOG. Over het gebruik ervan en de vergoeding ervoor zijn demarcatieafspraken gemaakt. In 2013 heeft VNOG, in afstemming met de belastingdienst, de eigendom van een drietal brandweerkazernes tijdelijk overgenomen. Inmiddels zijn de kazernes van Harderwijk en Apeldoorn (Saba) eind 2023 weer terug in eigendom overgegaan naar de gemeenten. De verwachting is dat dit in het eerste halfjaar 2024 ook zal gebeuren met de kazerne van de gemeente Doetinchem. Voor Apeldoorn bestaat het voornemen om drie brandweerposten samen te voegen tot één post. Die nieuwe locatie wordt dan ook de (centrale) werkplek van het management, de staf en het ondersteunend personeel bij VNOG. Deze locatie blijft eigendom van de gemeente Apeldoorn. De kapitaalgoederen voor rekening van VNOG zijn de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.

Pagina 45 van 71

5.4. Financiering en Treasury Inleiding De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting. Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het treasurystatuut is op 10 december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn. De RUDDO (Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden) is voor de VNOG niet van toepassing. Algemene ontwikkelingen Het gemeentelijk brandweermaterieel en een aantal kazernes zijn na wijziging van de Wet op de Veiligheidsregio’s, eind 2013 in eigendom overgedragen aan de VNOG. Eind 2023 zijn twee van de drie kazernes weer terug verkocht aan de gemeenten, de overdracht aan de gemeente van de laatste kazerne volgt naar verwachting in het eerste halfjaar 2024. De totale omvang van de vaste activa bedroeg eind 2023 circa € 34,7 miljoen. De financieringsbehoefte is grotendeels gedekt door langlopende leningen, kasgeldleningen en bankkredieten en voor een deel door de inzet van reserves.

In de komende jaren zal de VNOG voor vervanging van het brandweermaterieel en de herfinanciering van aflossingen regelmatig nieuwe leningen gaan aantrekken op de momenten dat dit nodig wordt geacht. VNOG heeft daarbij te maken met fors gestegen rentepercentages op langlopende leningen wat, via de onttrekkingen uit de egalisatiereserve, ook een effect zal hebben op de gemeente bijdragen. Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële middelen die door VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld afnemen. Decentrale overheden krijgen op deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De afgelopen jaren is er nauwelijks rente vergoed. Sinds 2022 wordt er weer een bescheiden vergoeding gegeven voor tegoeden in de schatkist. Over 2023 is sprake van een verdere toename van de renteopbrengsten uit de rekening courant verhouding w.o. het aangehouden saldo in de schatkist. Voor 2025 zal het drempelbedrag voor het aanhouden van tegoeden buiten de schatkist voor VNOG rond de € 1.450.000 bedragen.

Risicobeheer Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerapporteerd moeten worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt, zoveel als mogelijk is, gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen: 1. er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte en 2. het is een relatief goedkope financieringsvorm. Pagina 46 van 71

Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico). Om dat risico te beperken wordt in de wet FIDO aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlopende investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van renteontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan ontstaan. Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden gedwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de begroting van VNOG. De totale omvang van de programmabegroting van VNOG bedraagt in 2025 circa € 79 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond € 6,5 miljoen. Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, zal voorkomen worden dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat maximaal 20% van de netto opgenomen vaste schuld jaarlijks in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening.

De vaste schulden die VNOG kent bestaat uit leningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 15 jaar. VNOG zal ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel, materiaal en apparatuur extra leningen gaan aantrekken. Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisiconorm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft. Jaar

2025

2026

2027

2028

79.000.000

81.500.000

85.500.000

86.000.000

20%

20%

20%

20%

15.800.000

16.300.000

17.100.000

17.200.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

Berekening norm Begrotingstotaal 1) Percentage Renterisiconorm

Renteherzieningen Aflossingen: Lening Berkelland

0

0

0

BNG 40.109776

125.000

0

0

0

BNG 40.110312

167.000

167.000

167.000

167.000

BNG 40.110.517

250.000

250.000

0

0

BNG 40.110.644

500.000

500.000

0

0

BNG 40.110.766

500.000

500.000

0

0

BNG 40.111.179

300.000

300.000

300.000

300.000

BNG 40.111.678

600.000

600.000

600.000

600.000

BNG 40.111.883

400.000

400.000

400.000

400.000

BNG 40.112.457

400.000

400.000

400.000

400.000

1.733.333

1.733.333

1.733.333

1.733.333

1.733.333

1.733.333

1.733.333

1.733.333

1.733.333

Aan te trekken in 2024 € 26 miljoen Aan te trekken in 2025 € 26 miljoen Aan te trekken in 2026 € 26 miljoen Renterisico

Ruimte onder rente risiconorm

4.975.333

6.583.667

7.067.000

7.067.000

10.824.667

9.716.333

10.033.000

10.133.000

Pagina 47 van 71

Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten hoeft in de begroting 2025 geen rekening meer worden gehouden met een specifieke rentetoerekening voor kazernes, zoals daarvan in voorgaande jaren wel sprake was i.v.m. met de daarvoor specifiek aangetrokken leningen. Voor alle investeringen wordt een (omslag)rentepercentage van 1,50% gehanteerd. Rentetoerekening begroting 2025 * € 1.000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€

1.310

De externe rentebaten

€

222

Saldo rentelasten en rentebaten

€

1.088

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

1.088

Aan taakvelden toegerekende rente, gemm.1,5%

€

-1.088

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

0

De geprognotiseerde boekwaarden van de activa die (gemiddeld) integraal worden gefinancierd over 2025 bedragen circa € 72.600.000 (boekwaarde per 1 januari 2025 € 60.200.000 plus de helft van de investeringen 2025 € 12.400.000). De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 1,5% over genoemde boekwaarden en komt uit op circa € 1.090.000.

Pagina 48 van 71

5.5. Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere onderdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Vastgoed en Facilitair Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De Regeling geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt. De kosten voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14010966/2