CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Procesplan voor evaluatie participatiebeleid en invoering uitdaagrecht gemeente Voorst

gemeenteraad 22 september 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Evaluatie participatiebeleid en participatieverordening gemeente Voorst en invoering uitdaagrecht1.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Procesplan voor evaluatie participatiebeleid en invoering uitdaagrecht gemeente Voorst Op 4 februari 2025 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld

______________________________

Inleiding Participatiebeleid De gemeenteraad van Voorst heeft op 3 juli 2023 zijn participatiebeleid vastgesteld. Ook stelde de raad een participatieverordening vast. In dat beleid is het uitdaagrecht nog niet opgenomen. Het college evalueert het beleid en de verordening medio 2025. Dit procesplan vertelt welke stappen wij zetten om het beleid te evalueren en het uitdaagrecht onder mogelijke voorwaarden in te voeren. Motie uitdaagrecht De gemeenteraad nam op 11 november 2024 de motie ‘Wie pakt de handschoen op?’ met algemene stemmen aan. Met deze motie draagt de raad het college op kaders uit te werken voor de invoering van het uitdaagrecht en deze voor te leggen aan de raad. Met als doel om het uitdaagrecht op te nemen binnen het participatiebeleid en de participatieverordening. De motie draagt het college op voor het uitwerken van deze kaders input op te halen van de dorpsbelangenverenigingen, eventuele andere belangenverenigingen en de raad. Om vervolgens deze kaders aan te bieden samen met de evaluatie van het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving, welke in het voorjaar 2025 gepland staat. Verplichting Een bepaalde vorm van uitdaagrecht is verplicht volgens de ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’. Deze wet spreekt over ‘voorwaarden’ (zie artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet).

Het zijn dus de vóórwaarden van het uitdaagrecht waarover de participatie zal gaan. Wij gaan er vanuit dat de raad in zijn motie met ‘kaders’ doelt op de voorwaarden. De wet is per 1 januari 2025 van kracht. Tot 1 januari 2027 geldt een overgangstermijn, waarin wij de gelegenheid hebben een (gewijzigde) participatieverordening op te stellen. Leeswijzer en status Dit procesplan beschrijft in twee delen wat wij met het betrekken van belanghebbenden willen bereiken en op welke wijze. En welke partijen op welk moment worden betrokken. Bovendien geeft het plan aan welke bijdrage wordt gevraagd van de verschillende partijen. En wat er met die bijdrage gebeurt in het proces. Deel I van dit procesplan gaat over de evaluatie van het participatiebeleid. Deel II gaat over de invoering van uitdaagrecht. Wij informeren de gemeenteraad over dit procesplan tijdens een IBB. Het college stelt dit plan vast, maar het is een document dat niet strikt vaststaat. Het proces kan gedurende het traject nog worden bijgesteld, mocht daar in redelijkheid behoefte aan zijn. Als dit het geval is, informeren we de betrokkenen daarover. De gemeenteraad stelt het eventueel aangepaste beleid en de aangepaste verordening vast.

-1-

DEEL I

EVALUATIE PARTICIPATIEBELEID

1. Het doel van het evaluatietraject Wij blikken samen terug op twee jaar toepassing van het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving. Doel hiervan is om eventuele verbeteringen aan te brengen in het beleid en de verordening en deze gewijzigd vast te stellen.

2. Waar gaat de participatie over en waarover niet De participatie gaat over de evaluatie van het participatiebeleid en de -verordening, pas vanaf het moment dat zij zijn gaan gelden. Terugblik op participatie vóór die data staat dus buiten beschouwing. De participatie gaat ook alleen over onderstaande vragen. Wat willen wij van de participanten weten over de evaluatie van het participatiebeleid? De volgende vragen leggen wij aan hen voor. Deze vragen komen uit hoofdstuk 10 van het participatiebeleid. 1. Bij welke types beleid, projecten en activiteiten is participatie toegepast? 2. Bij welke types is dat niet of nauwelijks gebeurd, maar bleek daar wel behoefte aan te zijn? 3. Indien van toepassing, is er vroegtijdig (dat wil zeggen: niet later dan bij het eerste schetsontwerp) op participatie ingezet? 4. Is de groep van participanten representatief geweest in die trajecten? 5. Werden de kaders en rollen door de participanten als helder ervaren? 6. Welke treden van de participatieladder zijn in de trajecten toegepast? 7. Welke vormen van participatie zijn daarbij gekozen? 8. Is dit participatiebeleid voldoende geïmplementeerd in de gemeentelijke organisatie. En is het voldoende bekend bij en uitvoerbaar door initiatiefnemers? 9. Hoe ervaart de gemeente haar rol van adviseur en/of participant bij particuliere initiatieven? 10.

Kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat dit beleid heeft bijgedragen aan uitvoering van onze missie: betrokkenheid, saamhorigheid en verbinding met elkaar? 11. Is er aanleiding om dit participatiebeleid te verbreden en/of verder in te zetten?

3. Wie betrekken we? We betrekken de volgende personen en organisaties in het participatietraject in een klankbordgroep. Als zij niet aanwezig kunnen zijn, krijgen zij de gelegenheid een enquête in te vullen met bovenstaande vragen. -

Dorpsbelangenorganisaties Dorpscontactpersonen Lokale bedrijven en instanties die vaker participatie toepassen, bijvoorbeeld sportverenigingen en scholen Gemeentelijke organisatie Optioneel: via digitaal kanaal inwoners bevragen

4. Hoe kunnen de betrokkenen participeren? Er wordt bij de toepassing van participatie veel gewerkt met de participatieladder. Deze ladder heeft vijf treden: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. Dit gaat van een lichte tot een zeer grote betrokkenheid. Dus hoe hoger op de ladder, hoe groter de invloed van de participant. Om tot evaluatie van het participatiebeleid te komen, maken we gebruik van de middelste trede van de participatieladder, namelijk adviseren. Toepassing van deze trede beoogt actief respons op te halen via dialoog, vóórdat de gemeente de evaluatie op schrift stelt. De participatievorm is een klankbordgroep. De klankbordgroepleden krijgen dit procesplan en een vragenlijst, zodat zij zich kunnen voorbereiden.

-2-

5. Wanneer betrekken wij hen? De bedoeling is de klankbordbijeenkomst(en) rond februari 2025 te houden. Het aantal bijeenkomsten hangt af van de behoefte die er is, maar het is de intentie om er niet meer dan nodig te houden. Daarom combineren we de klankbordbijeenkomsten over het participatiebeleid zoveel mogelijk met die over het uitdaagrecht. Dit om de participanten (vaak vrijwilligers) niet onnodig te belasten in hun vrije tijd. Rond april 2025 willen wij het raadsvoorstel naar de gemeenteraad zenden.

6. Wat gaan we doen met de uitkomsten? Het is niet zo dat wensen die in het participatietraject naar voren zijn gebracht, altijd worden ingewilligd. Die intentie is er wel, maar het kan bijvoorbeeld zijn dat een wens praktisch niet haalbaar is voor initiatiefnemers en/of de gemeente. Het college bereidt de uiteindelijke afweging van de inbreng voor en legt die ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. We koppelen het besluit van de gemeenteraad terug aan de betrokkenen.

-3-

DEEL II

INVOERING UITDAAGRECHT

1. Het doel van het participatietraject De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) definieert uitdaagrecht als het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren. Als gemeente willen we via het participatietraject onderzoeken welke overige voorwaarden van uitdaagrecht passen bij de behoefte van inwoners en degemeente zelf. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en evaluatie van de participatie en legt op basis hiervan eventueel gewijzigd beleid voor aan de gemeenteraad. De gemeenteraad is bevoegd bestuursorgaan om te besluiten het participatiebeleid en de participatieverordening (gewijzigd) vast te stellen. De raad creeert daarmee lokaal uitdaagrecht onder bepaalde voorwaarden.

2. Waar gaat de participatie over en waarover niet De participatie gaat er niet over of het uitdaagrecht wel of niet wordt geregeld, want het is een verplichting. Wel gaat de participatie over de voorwaarden van het uitdaagrecht. Maar weer niet over voorwaarden die wettelijk vastliggen. Een voorbeeld daarvan is dat bepaalde overheidstaken alleen door de overheid mogen worden uitgevoerd. Ook gaat de participatie niet over onderwerpen die niet voldoen aan de definitie van uitdaagrecht. Wat willen wij van de participanten weten over de invoering van uitdaagrecht? De volgende vragen leggen wij aan hen voor. 1. Aan welke typen initiatieven denkt u als we het hebben over uitdaagrecht? 2. In hoeverre vindt u dat initiatiefnemers een band moeten hebben met de buurt als het initiatief zich daar voordoet? Geef aan waarom. 3. Initiatieven mogen geen winstoogmerk hebben, maar zouden bedrijven een rol kunnen spelen? Geef aan waarom wel of niet. 4. Zouden initiatiefnemers zich in een rechtsvorm moeten verenigen? Geef aan waarom wel of niet. 5. Initiatieven moeten draagvlak en maatschappelijke meerwaarde hebben. Geef aan in hoeverre u het hiermee eens of oneens bent. 6. Is het uw verwachting dat de initiatieven die u noemde, beter en goedkoper kunnen worden uitgevoerd? Geef aan waarom wel of niet. 7. Verwacht u dat er ondersteuning van de gemeente nodig is en zo ja, in welke vorm? 8.

Welke andere randvoorwaarden zijn nodig om uitdaagrecht goed te laten functioneren? Denk bijvoorbeeld aan: hoe om te gaan met algemeen en maatschappelijk belang, welke kwaliteit is nodig, hoe borg je continuïteit, termijnen en haalbaarheid en hoe verantwoord je de uitvoering van initiatieven. 9. Hoe kunnen veiligheid en aansprakelijkheid het beste worden geborgd?

3. Wie betrekken we? We betrekken de volgende personen en organisaties in het participatietraject in een klankbordgroep. Als zij niet aanwezig kunnen zijn, krijgen zij de gelegenheid een enquête in te vullen met bovenstaande vragen. - Dorpsbelangenorganisaties - Dorpscontactpersonen - Lokale bedrijven en instanties die al met een vorm van uitdaagrecht te maken hebben - Dorpshuisexploitanten (voeren sommige voormalige gemeentelijke taken uit) - Initiatiefnemers in de gemeente die al ervaringen hebben opgedaan, bij bijvoorbeeld speeltuintjes en rotondes - Stichting Dorpsverfraaiing Twello (voeren sommige voormalige gemeentelijke taken uit) - Ondernemersvereniging Twello Centrum - Stichting Mens en Welzijn - Gemeenteraad (via een IBB) - Gemeentelijke organisatie

-4-

4. Hoe kunnen de betrokkenen participeren? Er wordt bij de toepassing van participatie veel gewerkt met de participatieladder. Deze ladder heeft vijf treden: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. Dit gaat van een lichte tot een zeer grote betrokkenheid. Dus hoe hoger op de ladder, hoe groter de invloed van de participant. Om tot uitdaagrecht te komen, maken we gebruik van de middelste trede van de participatieladder, namelijk adviseren. Toepassing van deze trede beoogt actief respons op te halen via dialoog, vóórdat de gemeente het uitdaagrecht op schrift stelt. De participatievorm is een klankbordgroep. De klankbordgroepleden krijgen dit procesplan en een vragenlijst, zodat zij zich kunnen voorbereiden. Ook krijgen zij algemene informatie over het onderwerp uitdaagrecht.

5. Wanneer betrekken wij hen? De bedoeling is de klankbordbijeenkomst(en) rond februari 2025 te houden. Het aantal bijeenkomsten hangt af van de behoefte die er is, maar het is de intentie om er niet meer dan nodig te houden. Daarom combineren we de klankbordbijeenkomsten over het uitdaagrecht zoveel mogelijk met die over het participatiebeleid. Dit om de participanten (vaak vrijwilligers) niet onnodig te belasten in hun vrije tijd. Rond april 2025 willen wij het raadsvoorstel naar de gemeenteraad zenden, in combinatie met de evaluatie van het participatiebeleid.

6. Wat gaan we doen met de uitkomsten? Het is niet zo dat wensen die in het participatietraject naar voren zijn gebracht, altijd worden ingewilligd. Die intentie is er wel, maar het kan bijvoorbeeld zijn dat een wens praktisch niet haalbaar is voor initiatiefnemers en/of de gemeente. Of dat de gemeente over bepaalde taken regie op de uitvoering (of de uitvoering zelf) wil blijven houden. Verder kan het zijn dat een wens niet voldoet of kan voldoen aan de definitie van uitdaagrecht, bijvoorbeeld als een wens er niet in voorziet dat een taak beter en goedkoper wordt of kan worden uitgevoerd. Het college bereidt de uiteindelijke afweging van de inbreng voor en legt die ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. We koppelen het besluit van de gemeenteraad terug aan de betrokkenen.

-5-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15734231/1