Presentatie programma ruimtelijke kwaliteit raad
Tekst van het document
Programma ruimtelijke kwaliteit gemeenteraad d.d. 4 maart 2025
Inhoud Uitgangspunten en kaders: ○
woningsplitsing
○
(pré-)mantelzorg
○
karakteristieke panden
Tijdlijn: ○
26 november ’24: eerste constateringen (technisch-inhoudelijk)
○
Terugkoppeling op 14 januari 2025
○
Verwerking reacties 4 maart 2025
○
Raadsvoorstel 24 maart 2025
Woningsplitsing ●
In de kernen en het buitengebied ○
●
In de kernen verwachting vooral woningcorporatie
Niet concurreren met ‘rood-voor-groen-beleid’ ○ ○
beleid op dit punt vereenvoudigen (begin 2025 op terug) Rvg-beleid is uitbreiden/toevoegen van bebouwing.
Woningsplitsing is sec de bestaande woning (toegestane inhoudsmaten). ● Cultuurhistorisch waardevol altijd maatwerk ● Parkeren, privacy, milieu en stedenbouw/landschap zijn belangrijke afwegingen ● 50 m2 woonruimte is ondergrens ● Bedrijfs- en recreatiewoningen uitgesloten ● Maar één keer splitsing mogelijk
(pré-)mantelzorg • •
Mantelzorg is al toegestaan Ruimtelijk worden kaders geboden
•
beleid woningsplitsing (bestaande bouwmogelijkheden) beleid Rood voor Groen (nieuwe bebouwingsmogelijkheden)
Hiermee wordt pré mantelzorg al mogelijk gemaakt zonder officiële toetsing en past binnen generiek beleid
karakteristieke panden; erfgoed ●
● ●
Onderdeel van de Voorster identiteit is cultuurhistorie en landschap; belangrijk voor de positionering binnen de regio Stedendriehoek en aangegeven door de raad in de opbrengst contourenschets 2050 Maatwerk voor monumentenbescherming: 3 categorieën Behoud karakteristieke bebouwing ○
Vrijwilligheid, maatwerk en gebiedsgericht
● ● ●
Herijking erfgoedbeleid (monumentenbeleid) gemeente Voorst Per gebied cultuurhistorische waarde stelling bespreken Kaders of denklijnen in het programma ruimtelijke kwaliteit
Uitvoering in het omgevingsplan
5. tijdlijn Uitgangspunten raad • •
3 moties globale inhoud programma ruimtelijke kwaliteit
Kwalitatieve uitgangspunten vaststellen bij de raad
14 jan ‘25 26 nov ’24
24 maart Verwerking en terugkoppeling‘25 Reacties uit de raad
medio ‘25 • • •
Terugkoppeling resultaten Programma vaststellen door college Juridische borging uiteindelijk in het Omgevingsplan (voor 2032)
Reacties d.d. 26 november 2024 ● Is er een verschil in het oppervlak aan bijgebouwen bij de nieuwe mogelijkheden in het Rood-voor-groen-beleid ten opzicht van woningsplitsing? ○
geen toevoeging van mogelijkheden aan extra oppervlakte voor bijgebouwen
● Is er een verschil in mantelzorgbeleid per gemeente? ○
Niet in mantelzorg an sich.
● Hoe past de meergeneratiewoning hier binnen? ○
meergeneratiewoning wordt gedefinieerd door meerdere huishoudens in één woning die ruimtes delen; al toegestaan in het buitengebied (meerdere huishoudens in woningen)
● Aanpassing (basisprincipes) in het RvG-beleid toevoegen in de presentatie. ○
zie volgende sheet
● Hoe wordt omgegaan met de communicatie richting inwoners? ○
‘(pré)mantelzorg aanvragen’: inzetten op ambtelijke begeleiding (geen aparte ruimtelijke kaders)
Aanvulling uitgangspunten ● ● ● ●
● ● ● ●
planologische (ruimtelijke) belemmeringen ook belangrijke afwegingen. Voldoen aan eisen in kader van brand- en bouwkundige veiligheid. Bijgebouwen: uitgaan van bestaande mogelijkheden (geen extra bouwmogelijkheden) Geen verevening bij bereikbare/sociale woningbouw. In geval wel verevening van toepassing is: in de kernen bijdragen fonds sociale woningbouw; buitengebied in groenfonds Participatie conform beleid Juridische borging goede erfinrichting is randvoorwaardelijk evt. ook cultuurhistorisch behoud
Opmerkingen 14 januari 2025 ● Ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied is belangrijk ○
Verstening van het buitengebied etc
● Maximaal 1 of 4 wooneenheden toevoegen? ○ ○
Advies is maximaal 1 toe te voegen Verzoeken voor bijvoorbeeld 4 wooneenheden worden verkend aan de hand van het Roodvoor-Groen-beleid
Algemeen ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit ontstaat wanneer een omgeving niet alleen functioneel en duurzaam is, maar ook aantrekkelijk en betekenisvol voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Drie belangrijke pijlers die bijdragen aan deze kwaliteit zijn: ●
●
●
Belevingswaarde Gaat over het ervaren en verbinden; een plek met hoge belevingswaarde roept emoties en associaties op. Historische gebouwen, kenmerkende landschappen en authentieke materialen geven een gebied karakter en maken het herkenbaar en uniek. Dit draagt bij aan de identiteit en aantrekkelijkheid van een omgeving. Wanneer mensen zich verbonden voelen met een plek, vergroot dit niet alleen hun waardering, maar ook hun betrokkenheid bij het behoud en het beheer ervan. Gebruikswaarde Gaat over een functionele en leefbare omgeving; een plek met hoge gebruikswaarde functioneert en sluit aan op de behoeften van gebruikers. Dit betekent een plek die toegankelijk is, veilig en praktisch, waardoor het aantrekkelijk blijft voor bewoners en bezoekers. Toekomstwaarde Gaat over duurzaamheid en veerkracht; een plek die flexibel, duurzaam en voorbereid is op veranderingen. Ruimte bieden voor nieuwe functies en aanpassingen zorgt ervoor dat een gebied ook op de lange termijn relevant blijft.
Ruimtelijke kwaliteit ontstaat door het juiste samenspel tussen deze waarden. De herkomstwaarde heeft hierbij op alle 3 pijlers invloed. De ruimte in Nederland en ook in de gemeente Voorst is schaars. Een combinatie van waarden en functies is dan ook essentieel. Dit vraagt om een ontwerphouding die zich kenmerkt door een integrale aanpak. Om ruimtelijke kwaliteit te borgen moet er gezocht worden naar koppelkansen, tussen bijvoorbeeld fysiek en sociaal, tussen groen en gezond, tussen ruimte en economie. En waardevolle elementen in het landschap die doorgegeven moeten worden aan toekomstige generaties. Dit vraagt om een lange adem: continuïteit is van belang voor landschap en openbare ruimte.
Beleidskader woningsplitsing (1) Er bestaat maatschappelijke behoefte aan meer woonruimte. Een middel om meer mogelijkheden te bieden is woningsplitsing. Voor woningsplitsing zijn verschillende varianten te onderscheiden. Grofweg geldt een onderscheidt tussen ‘harde’ (bouwkundig en kadastraal splitsen) en ‘zachte’ (o.a. friendswonen en inwonen) splitsing. Binnen de gemeente Voorst is de ‘zachte’ woningsplitsing mogelijk gemaakt in het buitengebied (meerdere huishoudens in één (planologische) woning) of door samen met de woningbouwcorporatie IJsseldal Wonen het concept friendswonen toe te passen. Voor de ‘harde’ splitsing is in de gemeente Voorst geen beleid; in het verleden is met maatwerk medewerking verleend. Door beleid op te stellen wordt het (procedureel) eenvoudiger en duidelijker voor de samenleving en biedt het de mogelijkheid om een extra hypotheek af te sluiten waardoor de financiering minder complex wordt. Vanuit de beoordeling ruimtelijke kwaliteit wordt hiermee beter aangesloten op de huidige behoeften van gebruikers, waardoor een hogere gebruikswaarde ontstaat. De plek blijft toegankelijk, veilig en praktisch, waardoor het aantrekkelijk blijft voor bewoners en ook bezoekers. Daarnaast biedt dit mogelijkheden om een plek flexibel en voorbereid op veranderingen in te richten, waardoor ook de toekomstwaarde toeneemt.
Dit moet geen afbreuk doen aan de belevingswaarde, waar mogelijk moet ook deze worden versterkt. Deze beoordeling geldt ook voor mantelzorg. Door het creëren van extra woningsplitsingsmogelijkheden – die ook in een bijgebouw kunnen worden ingezet – biedt de gemeente Voorst een generiek kader voor zowel binnen de kernen, alsook in het buitengebied. Een uitzondering is het landelijke kader voor een mantelzorgwoning. Wanneer een zorgindicatie door de wijkverpleegkundige is afgegeven kan vergunningsvrij en tijdelijk een voorziening worden geplaatst. Prémantelzorg kan gelden wanneer er nog géén zorgindicatie is. En levert op deze wijze een bijdrage aan de toenemende zorgvraag (langer zelfstandig wonen en de vergrijzing van de samenleving) en de krapte op de arbeidsmarkt. Om de regeldruk zo laag mogelijk te houden wordt er geen extra beperkingen geformuleerd over prémantelzorg (dit kan volgens dezelfde generieke regeling). Wel wordt ingezet op communicatie en ambtelijke begeleiding.
Beleidskader woningsplitsing (2) Voor de ruimtelijke kwaliteit is het belangrijk dit samenspel te beoordelen op de volgende kaders, zowel voor de kernen als het buitengebied. Ruimtelijke beoordeling Om het buitengebied niet te laten verstenen is woningsplitsing enkel in de bestaande bouwmogelijkheden (maximale inhoud van de woning en oppervlakte aan bijgebouwen) toegestaan. Hierbij is het mogelijk om de extra wooneenheid in een bijgebouw te organiseren (of in de woning óf in het bijgebouw). Dit kan ook bijdragen aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Daarbij blijft een goede erfinrichting een randvoorwaarde. Daarbij dienen aspecten als stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, het parkeren, privacy, voldoen aan milieuwet- en regelgeving, planologische belemmeringen en branden bouwkundige veiligheid beoordeeld te worden. Daarnaast geldt dat cultuurhistorisch waardevolle gebouwen (zoals monumenten) en bedrijfswoningen altijd maatwerk zijn. Recreatiewoningen en strijdige/handhavingssituaties zijn uitgesloten. Volkshuisvestelijk Het uitgangspunt is om maximaal één wooneenheid toe te voegen binnen de bestaande bouwmogelijkheden. Voor de oppervlakte aan woonruimte geldt een bandbreedte met een ondergrens van 50 m 2 en een bovengrens van 100 m2. Een buitenruimte (tuin of balkon) is een randvoorwaarde en telt niet mee in de oppervlakte woonruimte.
Het toevoegen van extra bouwmogelijkheden valt niet onder het dit beleid, maar valt onder het ‘rood-voor-groen-beleid’. Financieel De gemeente heeft als doel om bereikbare/sociale woningbouw te stimuleren. Wanneer anderszins wordt gerealiseerd, dan is verevening van toepassing. Binnen de kernen wordt een bijdrage geleverd aan het fonds sociale woningbouw. In het buitengebied in het groenfonds. Juridisch Maar één keer splitsing mogelijk, dit vraagt om een juridische borging. Daarnaast vragen gebouwen die in het verleden zijn gesplitst om maatwerk. De aanvrager moet participatie uitvoeren conform ons beleid.
Beleidskader erfgoed en karakteristieke panden De nieuwe Omgevingswet biedt meer mogelijkheden voor lokaal maatwerk, om ontwikkelgericht te werken en met een gebiedenbenadering integraliteit te bevorderen. Daarom wil de gemeente Voorst gebiedsgericht werken; per gebied aangeven wat belangrijk is voor de kwaliteit en identiteit. Historische gebouwen, landschappen en structuren geven een gebied karakter en identiteit. Daarnaast trekt erfgoed bezoekers die op hun beurt de lokale economie stimuleren. Door erfgoed te koesteren én te benutten, versterken we de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van onze omgeving. In de ruimtelijke toekomstvisie erkent de gemeente Voorst het belang van landschap en cultuurhistorie als belangrijke bouwstenen van de Voorster identiteit. Deze Voorster identiteit maakt ons uniek binnen de regio Stedendriehoek. Recent heeft de gemeenteraad dit bevestigd in de opbrengst contourenschets 2050 (d.d.11 november 2024). Voor de ruimtelijke kwaliteit is het bij erfgoed van belang dat naast de belevingswaarde, ook de gebruik- en toekomstwaarde worden beoordeeld. Gebiedsgericht door erfgoed zorgvuldig te integreren in ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor de leefomgeving zowel esthetisch als functioneel kan worden verrijkt. En door te gelden als inspiratiebron voor nieuwe architectuur en stedenbouw.
Dit levert een bijdrage aan de sociale cohesie omdat mensen zich meer verbonden voelen met hun omgeving. Gebouwgericht is erfgoed ook een drager van duurzaamheid. Herbestemmen en restaureren voorkomt sloop en verspilling van materialen. Dit sluit aan op circulaire bouwprincipes. En een duurzame ruimtelijke inrichting. Kansrijk is een categorisering van het monumentenbeleid met een juridisch kader in het omgevingsplan. Nu geldt er namelijk één monumentenbescherming. Door gerichter te beschermen ontstaat meer ruimte voor ontwikkeling. De bescherming ‘karakteristiek’ geldt vooral vanuit landschappelijke perspectief (bijvoorbeeld een bescherming van het ensemble, dit beperkt niet de gebruiks- en toekomstwaarde) en is op basis van vrijwilligheid. Door gebiedsgericht te werken wordt de kwaliteit en identiteit onderbouwd en vindt de bescherming plaats in het omgevingsplan.