Opbrengst regionale variantenstudie gemeente Voorst
Tekst van het document
Opbrengst variantenstudie 2050 gemeente Voorst Aandachtspunten van de gemeente Voorst voor het Ontwikkelperspectief voor de Regio Stedendriehoek
De rijksoverheid neemt weer de regie op de ruimtelijke ordening in Nederland. In 2023 heeft dit geresulteerd in ruimtelijke voorstellen. De provincie Gelderland heeft dit samen met de gemeentelijke samenwerking in de Regio Stedendriehoek uitgewerkt in het regioarrangement Regio Stedendriehoek 2023. Als regio hebben wij aangegeven intensief samen te gaan werken aan de nationale opgaven vanuit het credo: een sterke regio in balans. De ontwerp-nota Ruimte van het Rijk heeft tot 15 december 2025 ter inzage gelegen en vormde een doorvertaling van het eerdere voorontwerp. Hierin wordt de Regio Stedendriehoek als één van de zoekgebieden voor grootschalige woningbouw aangemerkt. Voor de definitieve vaststelling is nog geen datum bekend. Voor de regionale input is destijds de ‘Contourenschets 2050 – Verstedelijking in Balans’ als strategisch gespreksdocument vastgesteld. Uitgangspunt van de contourenschets is dat verstedelijking géén verstening betekent. Het gaat om de ontwikkeling van de hele regio in balans. Voor de inbreng vanuit de gemeente Voorst is op 22 april 2024 door de gemeenteraad een besluit genomen over de kracht en de bijdrage van de gemeente Voorst aan de verdere schaalsprong voor de Regio Stedendriehoek. Als reactie op de Contourenschets 2050 heeft de gemeenteraad op 11 november 2024 dit eerder besluit aangevuld.
Vanuit de Contourenschets 2050 is verder gebouwd aan een variantenstudie Regio Stedendriehoek 2050 over de ruimtelijke inrichting van de toekomst. Deelnemers hieraan zij de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen, de provincies Overijssel en Gelderland en de waterschappen Vallei en Veluwe, Rijn & IJssel en Drents Overijsselse Delta en de Rijksoverheid. De gemeenteraden wordt nu gevraagd om aan de hand van de variantenstudie aandachtspunten mee te geven voor het ontwerp Ontwikkelperspectief 2050. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om een keuze te maken uit één van de drie varianten. Het Ontwikkelperspectief kan bestaan uit verschillende elementen van de varianten met als doel dat dit leidt tot een aantrekkelijke regio in balans. • Wat vindt u positieve elementen in de verschillende varianten, die bijdragen aan de regio in balans? • Welke elementen verstoren deze balans in uw ogen? • Welke dilemma's ziet u in de varianten, waar een antwoord op moet komen? Belangrijke basis is dat de Voorster identiteit behouden blijft en wordt versterkt. Dit lichten wij hieronder toe. Aandachtspunten Positief is het aansluiten op gebiedskenmerken waarbij de balans tussen steden, kernen en landelijk gebied waardevol is.
Het is belangrijk dat het Ontwikkelperspectief past bij het karakter en de kenmerken van de regio, de IJsselvallei en het oosten als landsdeel. Dit vraagt om een helder beeld van de demografische ontwikkelingen, weloverwogen ambities waardoor daadkrachtige uitvoering geborgd is. De gemeente Voorst is te typeren als nuchter en ambitieus. Onze nuchterheid brengt rust, realiteitszin en focus, terwijl onze ambitie de motivatie levert om daadwerkelijk te slagen, energie en het sneller behalen van lange-termijn doelen. Wij zijn een regio in balans. Deze balans is ook bepalend voor onze regionale identiteit. Met diverse gebieden (Veluwe, IJsselvallei, Salland en de Achterhoek) en unieke steden en dorpen met hun eigen kwaliteiten. De kracht van de regio zit in onze verscheidenheid. Dit zorgt ook voor een goede woon-, werk- en leefomgeving. Bepalend voor onze Voorster identiteit zijn: − de kwaliteit van ons landschap; − de bijzondere cultuurhistorie; − de dorpse schaal van de kernen; − de krachtige sociale samenhang in onze gemeente; -1-
−
duurzaamheid: de wens en de noodzaak om onze ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomstbestendig te maken.
Deze identiteit is ons vertrekpunt in de opgaven waar wij als onderdeel van de regio voor staan. Dit vraagt om het behoud van balans en verhouding tussen de steden, de kernen en het landelijk gebied. Het vastgroeien van dorpen aan steden zien wij als een verstoring van de balans. Hiervoor is - in beginsel - toepassing van de ladder van duurzame verstedelijking noodzakelijk, als goede verantwoording van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Positief is landschapsversterking bij de verstedelijkingsopgave Bij de verstedelijkingsopgave is de voorwaarde gesteld: 'meer stad, meer landschap'. Onze gemeente heeft een groot landelijk gebied. Het past bij de identiteit van de gemeente Voorst om haar waardevolle en karakteristieke landschappelijke structuren te behouden. Wij zien ook mogelijkheden om deze structuren te versterken. In lijn met het waardevolle landschap, hoort ook het behoud van cultureel erfgoed. Zoals onze landgoederenzone, de polder Nijbroek en de uiterwaarden. De verstedelijkingsopgave moet rekening houden met deze kwaliteiten. Samen met de recreatieplas Bussloo en de luchthaven Teuge geeft dit kansen voor dagrecreatie en kleinschalige kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. In onze gemeente zien wij kansen met een gebiedsgerichte aanpak, voor het versterken van de groen/blauwe dooradering.
Zowel voor eventuele nieuwe verdienmodellen voor onze landbouwsector, als voor het herstel en versterken van cultuurhistorische waarden en biodiversiteit. Hierbij ontstaan ook kansen op het gebied van recreatie en een vitaal en toekomstig landelijk gebied, met een goede leefbaarheid in de kernen. Voor onze gemeente zijn dit positieve elementen voor het behoud en het versterken van ons voorzieningenniveau in ons landelijke gebied. Daarmee leveren wij ook een bijdrage aan de agenderende opgave ‘Veluwe’. Wij verwachten als opbrengst dat deze (regionale) landschapsversterking is gekwantificeerd voor onze gemeente. De gemeente Voorst biedt de balans in de regionale verstedelijkingsopgave namelijk met de landschappelijke contramal. Landschapsversterking zien wij in een samenspel tussen natuur inclusieve landbouw, singels, water en bossen. En in een gebalanceerde overgang tussen de kernen en het landschap. Binnen een concept als ‘landschapspark’ verwachten wij ook een stevig agrarisch karakter. Positief is het principe ‘water-en-bodem-sturend’ Het uitgangspunt 'water en bodem sturend' is opgenomen in het principe 'natuurlijk systeem als basis'. Wij gaan ervan uit dat door toepassing van dit principe, gebieden als de (voormalige) uiterwaarden worden ingericht voor waterveiligheid en ruimte voor de rivier. Een bovenlokaal belang.
De belangen van waterveiligheid nu juist niet prevaleren boven de lokale wensen. Dit geldt trouwens ook voor opvangbassins om het water vast te houden bij droge periodes. Daarnaast hoort bij dit principe een landelijk gebied, in balans met het bodem-watersysteem. Vanuit dit principe is een grote opgave in de gemeente Lochem verdedigbaar. Een grote verstedelijkingsopgave laten landen in de IJsselvallei (laagste punt van de regio) is vanuit dit principe niet logisch. De gemeente Voorst is een relatief laag gelegen gebied, waarbij kweldruk zowel vanuit de rivier de IJssel alsook vanuit de Veluwe zorgt dat enkel relatief kleinschalige ontwikkelingen passen (de zogenaamde ‘poffertjespan’). Een dilemma is het gebrek aan inzicht in de demografische ontwikkelingen Nationaal is de koers gematigd naar water en bodem richtinggevend. De Randstad is hiermee niet langer op ‘slot’. Wij zien hierbij een dilemma met een grotere verstedelijkingsambitie dan die we in de regio Stedendriehoek zijn overeengekomen. In de huidige woningbouwdoelstelling zit al een forse component bestuurlijke ambitie. Voor ons is een realistische woningbouwopgave op basis van de cijfers van het CBS/Primos noodzakelijk. Dit geldt overigens ook voor de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
En een vergelijk met wat wij als regio de afgelopen decennia hebben gerealiseerd geeft inzicht op onze uitvoeringskracht en een stabiele koers varen. Positief is een woningbouwopgave in de gemeente Voorst, wat bijdraagt aan de leefbaarheid van verschillende kernen De autonome groei van kernen vinden wij een positief element. Dit heeft positieve effecten op de leefbaarheid van verschillende kernen. Deze leefbaarheid staat in verschillende kernen al onder druk. Voor vitale kernen zijn maatschappelijke functies (school, huisarts, ontmoetingsplek) of detailhandel (supermarkt) belangrijk. Hierbij is brede welvaart als afwegingskader ook belangrijk. -2-
Wel benadrukken wij dat teveel spreiding weer zorgt voor veel verkeersbewegingen. Zorgvuldigheid en balans zijn hier noodzakelijk. Voor de gemeente Voorst zien wij dan ook - naast de meerwaarde van een landschappelijke contramal en als stedelijk uitloop- en recreatiegebied - een passende rol in de regionale woningbouwgave. Met deze opgave zijn we aan de slag bij onze herijking van onze omgevingsvisie. Een zorgvuldig proces met onze kernen en inwoners is hierbij ons uitgangspunt. Dit leidt tot meer draagvlak en een vlottere uitvoering. We bouwen hierbij voort op ons Programma Landelijk Gebied. De gemeente Voorst heeft al lange tijd een consistent beleid gevoerd op het gebied van huisvesting. Daarbij hebben de realistische voorspellingen geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal gebouwde woningen. Door deze stabiele koers - met verantwoordelijkheid in de regionale opgave verwachten wij dat de gemeente Voorst in 2050 ongeveer 6.000 inwoners extra telt. Bij de bouwplannen houden wij ook graag rekening met het versterken van het landschap. Dit betekent dat wij op zoek zijn naar 200-400 ha grond. Tot slot staan wij voor een gebalanceerde verdeling van de woningbouwopgave over de verschillende gemeenten. Op deze wijze werken wij samen aan regionale opgaven en zorgen wij voor een impuls voor de leefbaarheid en brede welvaart van de gehele regio.
Enkel het toevoegen van werklocaties verstoort de balans In variant 3 - waarin de gemeente Voorst enkel werklocaties toevoegt, en geen woningbouw - is sprake van een verstoring in de leefbaarheid en balans van de gemeente Voorst en om die reden onbespreekbaar. Het principe waarin de steden in balans verdichten en compacter bouwen is zoals eerder aangegeven wel een positief element in deze variant. Positief is verdichting en compact bouwen Over het algemeen zien wij een positief element in wanneer de steden en de dorpen verdichten en compacter bouwen. Wij zien hierbij kansen voor de herstructurering van bestaande (en verouderde) woonwijken. Voor de hele regio zou de prioriteit moeten liggen op meer verdichting en verbetering van de bestaande woonwijken, wat ook kansen biedt voor klimaatadaptatie. Op deze wijze blijft er ruimte over voor het landelijke leefklimaat in onze regio, terwijl op deze wijze ook de leefbaarheid behouden blijft. Het is hierbij een ook een positief en logisch element om kwalitatief te streven naar aansluiting bij de identiteit van de regio, met een gevarieerd aanbod aan verschillende soorten woonomgevingen. Belangrijk is de gezamenlijke opgave voor de betaalbare woningbouw en een oplossing te bieden voor de lokale woningzoekenden.
Positief is het versterken van fiets- en spoorinfrastructuur Wij zien hierbij mogelijkheden voor duurzame en vernieuwende vormen van mobiliteit. Met als belangrijk uitgangspunt de fietser op 1. Kansen zien wij in het versterken van de spoorinfrastructuur in de regio. Bereikbaarheid is namelijk een belangrijke voorwaarde voor meerdere functies (wonen, werken en ook recreëren). Hiervoor zien wij kansen bij de stationsgebieden binnen en vlak grenzend aan onze gemeente. Wel moet hier het openbaar vervoer naar de kleinere kernen niet worden vergeten. Dit heeft een positief effect op de leefbaarheid in het landelijk gebied. Extra IJsselbruggen verstoren de balans De lokale behoefte aan extra bruggen over de IJssel voelen wij niet in de gemeente Voorst. Dit is een belemmering. Dit heeft bovenal gevolgen voor onze huidige (vooral lokale) wegenstructuur. De regionale meerwaarde voor het woon- en leefklimaat van onze samenleving is (tot dusverre) niet inzichtelijk, evenals de effecten op de natuurwaarden. Wij gaan voor onze regionale samenwerking uit van een zorgvuldige afweging van lokale-, regionale- en rijks- belangen. Onvermijdelijk voor de verstedelijking in balans is zuinig ruimtegebruik. Extra bruggen staan daarmee op gespannen voet, ze versnipperen, verharden en verhogen de druk op het waardevolle landschap.
Positief is de kleinschalige werkgelegenheid Wij begrijpen het nationale belang om minder afhankelijk te zijn van andere economieën. Belangrijk voor het regionaal ontwikkelperspectief is inzicht te verkrijgen welke economische sectoren de regio in 2050 wil faciliteren, in relatie met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Een focus in de steden om de kenniseconomie te vergroten ondersteunen wij. Dit biedt kansen voor hogescholen en het aantrekken van een jonge doelgroep. Belangrijk blijft het behoud van bestaande werklocaties, vanwege het nationale en het provinciale voornemen tot minder transformatie van deze werklocaties. Het versterken van onze lokale economie zien wij als een middel om de leefbaarheid van onze kernen en het landelijke gebied te behouden en te versterken. Dit is ook noodzakelijk om onze -3-
(evenwichtige) balans tussen wonen en werken te behouden. Hierbij sluiten wij aan op onze identiteit en onze lokale arbeidsmarkt. Wij focussen op de maakindustrie (door de ligging en de bestaande MKB-bedrijven), de circulaire economie (met een bovenlokale functie) en in de innovatieve luchtvaartgebonden bedrijvigheid. Onze luchthaven Teuge vervult ook een regionale maatschappelijke opgave op gebied van zorg en veiligheid (lifeliner). Bedrijvigheid is hierbij een middel om de brede welvaart in onze regio te behouden en waar mogelijk te versterken wanneer de economische ontwikkeling en het gevraagde ruimtebeslag zich vertalen in een verhoogde productiviteit (per m2). Dit uit zich kwantitatief in het verkennen van een economische uitbreidingsopgave met een bandbreedte van 24 tot 31 ha. Hierbij hanteren wij de lokale behoefte als ondergrens. Nadere uitwerking en locatie specifiek maatwerk verklaren de bovengrens. Deze ruimte is vooral nodig voor de doorontwikkeling en de omvang van lokale en regionale MKB-bedrijven. Enkele stappen hebben wij al genomen om te komen tot uitbreiding van het bedrijventerrein Engelenburg en werklocaties nabij De Kar. Dit is een substantieel aandeel binnen de totale behoefte aan extra bedrijventerreinen in de regio (205 ha). Verder is het behoud van een toekomstbestendige agrarische sector in onze gemeente positief.
Dat de landbouwsector zich aanpast aan de eisen van deze tijd, stimuleren wij graag. Wij zijn ervan overtuigd dat de landbouwsector en de natuurversterking samen kunnen gaan. Dit past ook binnen een consistent overheidsbeleid: gemeente Voorst als groene long en hart van de Regio Stedendriehoek. Dit hebben wij recent ook opgehaald en vastgesteld met ons Programma Landelijk Gebied. Met deze visie op onze agrarische sector zien wij een belemmering in de schetsen waarbij de grote regionale verstedelijkingsopgaven landen in de gemeente Voorst. Grootschalige bedrijvigheid verstoort de balans De gemeente Voorst ziet dat grootschalige bedrijvigheid (XXL-logistiek/distributie) als element die de balans verstoort. In zowel onze gemeente als in de regio. Het toevoegen van grootschalige bedrijvigheid is niet passend in relatie tot ons kleinschalige, karakteristieke en historische landschap. Het past ook niet door het dorpse karakter van het Voorster grondgebied en het wateren bodemsysteem. Door deze keuze in sturing ondersteunen wij ons MKB. Niet onbelangrijk vanwege de (in de toekomst toenemende) krapte op de arbeidsmarkt en de dubbele vergrijzing. Verder zou dit ook extra opgaven creëren voor de regionale huisvesting van arbeidsmigranten. Tot slot achten wij het niet haalbaar en wenselijk om bij elke kern bedrijvigheid toe te voegen vanwege de toename aan verkeersbewegingen.
Dit gaan wij met onze samenleving verder verkennen. Positief is het inzicht over duurzame opwek van energie De gemeente Voorst onderschrijft de keuze om voor de forse opgave voor duurzame opwek te kijken naar bedrijventerreinen, vooral die met een hogere milieucategorie, om ook ruimte te creëren voor nieuwe energie-intensieve functies. Het logische uitgangspunt om nabij 150 kV onderstations dit te ontwikkelen wordt begrepen en dat in sommige gevallen het nodig is om deze energieintensieve functies te clusteren. Participatie draagt bij aan een sterk bestuur Een sterk lokaal bestuur heeft een bestuurskracht, een ondernemende visie en een duidelijke focus. Op deze manier voeren wij een beleid dat gunstig is voor zowel de inwoners als de bedrijven op de lange termijn. Zo dragen wij bij aan de regionale, de provinciale en de nationale doelstellingen. Maatschappelijk gezien staat de gemeente Voorst bekend om haar sterke sociale samenhang, zowel binnen de kernen als met de anderen binnen de gemeenschap. Deze cultuur behouden wij graag. Hier past een bestuur met een houding van overleg en het bereiken van consensus. Om deze redenen staan wij voor een zorgvuldig participatieproces met onze inwoners. Stroomlijnen van processen Onze belangrijke waarden en doelen hebben wij opgehaald bij ons Programma Landelijk Gebied.
Wij verwachten dat de resultaten van deze gesprekken een belangrijke rol spelen bij het verder uitwerken van de agenderende opgaven. Met het Programma Landelijk Gebied als basis, zijn wij in 2025 begonnen met het herzien van onze omgevingsvisie. De planning is om deze in 2026 vast te stellen. Wij verwachten dat deze verschillende processen goed op elkaar worden afgestemd. Dit geldt voor de afspraken die we regionaal ook maken in bijvoorbeeld het Regionaal Programma Energie. Maar ook voor het beleid van hogere overheden zoals de Nota Ruimte en de provinciale omgevingsvisies.
-4-
Tot slot verwachten wij ook inzicht te krijgen in de ambities van andere gemeenten. Wanneer de verschillende doelen helder zijn, dan kan daarover worden gecommuniceerd om er uiteindelijk samen aan te werken. Om op die manier regionaal tot een evenwichtige en gedragen uitwerking van het Ontwikkelperspectief te komen.
-5-