Nawoord rekenkamercommissie 'Een volwassen jeugdbeleid' Voorst
Tekst van het document
Nawoord van de rekenkamercommissie Geachte leden van de raad, Op 19 mei ontvingen wij de bestuurlijke reactie op de conclusies en aanbevelingen van ons onderzoek naar preventieve hulp voor jeugdigen in Voorst. We zijn blij met de bestuurlijke reactie. Deze helpt om een gedegen afweging te maken ten aanzien van de aanbevelingen uit ons rapport en de voorgestelde besluiten in het raadsvoorstel. Naar aanleiding van de reactie van het college willen wij graag nog de volgende drie opmerkingen maken: Algemeen De Jeugdwet (art. 2.9 b) stelt dat de gemeenteraad in de verordening ook regels vastlegt ‘over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen’. In de gemeente Voorst gebeurt die afstemming voor een groot deel in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het CJG heeft echter geen plaats en ook geen opdracht in de gemeentelijke verordening. Het CJG is niet alleen relevant voor de toegang tot de voorliggende voorzieningen (waar het onderzoek van de RKC over gaat), maar óók voor de geïndiceerde jeugdzorg (omdat het de toegang tot de individuele jeugdzorg regelt). Zonder grip of informatie over het CJG kan de raad dan ook niet sturen en controleren.
Wij bedoelen niet te zeggen dat het CJG niet goed functioneert of dat het CJG als ‘netwerkorganisatie’ niet goed zou kunnen functioneren. Het onttrekt zich echter voor een groot deel aan de controle van de raad. Aanbeveling 1 Het college wil wachten op de Hervormingsagenda Jeugd en de daaropvolgende wetgeving voor het jeugdbeleid in brede zin. Het wachten op de besluitvorming over de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en wetgeving is echter een qua tijd onduidelijk traject en heeft vooral betrekking op de geïndiceerde jeugdzorg. De val van het kabinet heeft deze onduidelijkheid vergroot. Onze aanbevelingen hebben juist betrekking op de wijze waarop de gemeente Voorst zélf haar beleid in de verordening vastlegt voor wat betreft de preventieve hulp aan jeugdigen. Wij adviseren u zich niet afhankelijk te maken van dit landelijke proces, maar uit te gaan van eigen visie en ambities. Aanbeveling 3 Het CJG kent geen centrale administratie van cliënten en financiën. Daardoor heeft de raad geen inzicht in de effectiviteit van de voorliggende voorzieningen en de toegang daartoe én niet tot de toegang tot de geïndiceerde jeugdzorg. In de financiële verslaglegging zijn de uitgaven die verband houden met jeugd- en jongerenwerk en de voorliggende voorzieningen niet af te leiden. Het is aan de raad te bepalen welke informatie zij wil ontvangen.
Als rekenkamer stellen wij ons op het standpunt dat controle onmogelijk is zonder kwalitatieve of kwantitatieve informatie.
Met dit nawoord willen we de eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden van de raad om het beleid voor preventieve hulp aan jeugdigen vorm te geven onderstrepen. We wensen de raad veel wijsheid toe bij de bespreking en besluitvorming over dit onderwerp. Voorst, 22 augustus 2023
C. van Dijk
M. Titsing
Voorzitter rekenkamer
Secretaris rekenkamer