CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota sociaal domein 2025 t/m 2028

gemeenteraad 24 maart 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Kadernota sociaal domein 2025 t/m 202818.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sociaal domein

2025 t/m 2028

Kadernota

INHOUDSOPGAVE 1

VOORWOORD

3

2 INLEIDING 2.1 We doen het samen 2.2 Totstandkoming 2.3 Leeswijzer

5 6 8 9

3

11

DE URGENTIE

4 DE MISSIE 4.1 Waaraan meten we succes af?

15 15

5 STRATEGIEËN 5.1 Schematische weergave Kadernota

19 20

6 EEN STERK FUNDAMENT (STRATEGIE I) 6.1 Door de sociale basis te versterken 6.2 Door bestaanszekerheid te bieden 6.3 Door kansengelijkheid te vergroten

25 26 32 35

7 EEN LEVEN LANG GEZOND (STRATEGIE II) 7.1 Door een versterkte focus op preventie 7.2 Door een groene, gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen

39 40

8

INNOVATIE VAN ZORG EN ONDERSTEUNING (STRATEGIE III) 8.1 Door een nauwe samenwerking met het medisch domein 8.2 Door de gecombineerde inzet van ervaringsdeskundigen en sociaal werkers 8.3 Door een goed werkende lokale toegang BEGRIPPENLIJST

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

44

47 48 49 50 52

1

VOORWOORD

Hoofdstuk 1

De Kadernota Sociaal Domein voor de gemeente Voorst: Een richtlijn voor ons handelen. Om dát te behouden wat belangrijk is voor iedereen. Of om dat juist (weer) te gaan opbouwen en versterken. Een goede sociale basis. Een basis waarbij je een goede gezondheid hebt. Een basis met een gelukkige jeugd. Een basis waarbij je bestaanszekerheid hebt. Een basis waarbij je sociale contacten hebt. Dat je je creatief kunt uiten. Dat je lekker kunt sporten. Dat je meedoet. Ongeacht je afkomst, waar je in gelooft, hoeveel geld je hebt, je gezondheidstoestand of welke andere bijzonderheid dan ook. Want dat is de kern. Ieder mens is bijzonder. Heeft recht op een menswaardig bestaan. Moet in principe zo zelfstandig mogelijk kunnen leven. Tegelijkertijd hoef je het niet alleen te doen. De veel geroemde saam­ horigheid van de gemeente Voorst, ook wel vertaald in noaberschap, helpt je. Dat is wat ik in de jaren als wethouder sociaal domein zo verwarmend vind. Er zijn zó veel mensen in onze gemeente die iets voor een ander over hebben. En zij willen daar niet veel voor terug. Een bedankje is voldoende. En daar waar een tandje extra bij gezet moet worden, daar staat de gemeente Voorst klaar om te helpen. Om je weer op de rails te zetten. Of om je blijvend te ondersteunen. Net wat het meest passend is voor jouw situatie. De Kadernota Sociaal Domein geeft kaders, richtlijnen. Dat is wat dit is.

Uiteraard worden deze richtlijnen verder uitgewerkt. In detailplannen en uitvoeringsagenda’s. Maar het begint met richting. Die treft u aan in deze Kadernota. Hier is door de ambtenaren van de gemeente Voorst hard aan gewerkt. In samenspraak met vele organisaties en inwoners. Om samen te werken aan het samen leven. Want u en ik; wij zijn de samenleving! Peter Wormskamp, Wethouder Sociaal Domein

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

2

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

3

INLEIDING

Hoofdstuk 2

Van kinderen die opgroeien in armoede tot ouderen die te maken hebben met eenzaamheid. Van mensen die hulp in het huishouden nodig hebben zodat ze langer thuis kunnen wonen tot kinderen met psy­ chische problematiek: de voorzieningen binnen het sociaal domein spelen een cruciale rol in het dagelijks leven van veel inwoners. Sinds 2015 kunnen zij voor deze vragen terecht bij de gemeente. In de negen jaar na de decentralisatie hebben we veel geleerd. We hebben belangrijke stappen gezet in het verbeteren van ondersteuning en hulpverlening aan onze inwo­ ners, en in het versterken van netwerken en informele organisaties. Onze dienstverlening is dichter bij de mensen georganiseerd en er is meer samenwerking ontstaan tussen maatschappelijke partners. En bovenal: met veel van onze inwoners gaat het goed.

WE ZOEKEN STRUCTURELE OPLOSSINGEN VOOR HULPVRAGEN BINNEN BESTAANDE NETWERKEN.

Maar hoewel er vooruitgang is geboekt, zijn we er nog niet. De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat de vraag naar (dure) maatwerkvoorzieningen, ondanks deze inspanningen, eerder is toegenomen in plaats van afgenomen. De komende jaren zal daarom de nadruk meer komen te liggen op het vinden van structurele oplossingen voor hulpvragen binnen bestaande netwerken. Er is een investering nodig in een sterk sociaal fundament, robuuste netwerken en de veerkracht van onze inwoners. De vernieuwde Kadernota Sociaal Domein is een belangrijke stap in dit proces.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

4

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

5

We staan namelijk voor grote uitdagingen. Met een vergrijzende bevolking en een groeiende vraag naar professionele zorg stijgen ook de kosten. De financiële situatie van de gemeente maakt dit (nog) uitdagender; op het moment van schrijven is er nog sprake van een finan­ cieel ‘ravijnjaar’ in 2026 waarvoor harde, moeilijke keuzes nodig zijn. Het waarborgen van de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg en ondersteuning is - mede om die reden - een grote opgave. Want onze ambitie is groot: we willen binnen één generatie het verschil maken. Ons doel is een gezonde generatie in 2040. Dat vraagt om focus op de belangrijkste maatschappelijke doelen die we voor ons zien: een stabiele basis voor alle Voorsternaren, gelijke kansen op een vitaal en gezond leven en in veiligheid en vrijheid kunnen leven. De komende jaren gaan we daarom nog meer inzetten op preventie en het versterken van de basis, zodat kwetsbare inwoners meer weerbaarheid ontwikkelen. Het welzijn van onze inwoners staat hierbij centraal. Als we gelukkige inwoners en leefbare kernen willen, moeten enkele zaken op orde zijn: een goede gezondheid, financiële zekerheid, toegang tot passende voorzieningen en een sociaal leven waarin betrokkenheid centraal staat. Door een sterke sociale basis en preventie voorkomen we meteen ook te grote vraag naar zorg en ondersteuning.

En dat is een belangrijke bijvangst om te zorgen dat deze toegankelijk en betaalbaar blijft. Het zijn grote opgaven die om een langjarige samenwerking van de gemeente, onze inwoners en alle maatschappelijke partners vragen. We benaderen deze opgaven vanuit een integraal per­ spectief. We verbinden de verschillende wetten binnen het sociaal domein, zoals de Wet maatschappelijke ondersteu­ ning, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeen­ telijke schuldhulpverlening, met elkaar. Deze Kadernota biedt echter geen uitputtende lijst van álle activiteiten die de gemeente zal ondernemen. We zien het als een visie, een strategisch document waarin we uitleggen waarom we doen wat we doen en de strategieën die we hanteren

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

om onze doelen te behalen. De uitvoeringsagenda’s, die op deze Kadernota volgen, zullen de specifieke acties en het budget verder toelichten. Deze Kadernota biedt geen definitieve antwoorden op álle vragen waar het sociaal domein voor staat, aangezien onvoorziene gebeurtenissen zoals de coronapandemie, de energiecrisis, het tekort aan (betaalbare) woningen, en de oorlog in Oekraïne ons hebben laten zien hoe groot de impact daarvan op onze plannen kan zijn. Soms zal het nodig zijn om doelen en prioriteiten aan te passen. Deze Kadernota is daarom geen eindpunt, maar een hernieuwde start. Met een duidelijke focus op de maat­ schappelijke uitdagingen en op de inwoners die onze steun het hardst nodig hebben. Zodat we in 2040 kunnen zeggen: het gaat goed met ál onze inwoners!

2.1

We doen het samen

INWONERS

Vanzelfsprekend zijn de behoeften van onze inwoners leidend bij wat we doen. We blijven hen de komende jaren opzoeken om aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners. Dat doen we onder andere door de dorps­ belangenorganisaties en de Adviesraad Sociaal Domein actief te betrekken bij de uitwerking van beleid, maar ook door in gesprek te blijven met inwoners. De coördinatoren maatschappelijke initiatieven zijn hierbij samen met de dorpsondersteuners en sociaal werkers een belangrijke schakel. Zij signaleren waar het knelt, waardoor we in staat zijn passende actie te ondernemen en beleid te ontwikkelen. We blijven de ervaringen van inwoners die ondersteuning ontvangen jaarlijks monitoren door middel van de cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugd.

PARTNERS IN DE GEMEENTE

De opgaven waarvoor we staan kunnen we niet alleen het hoofd bieden. Als we kijken naar de focus voor de komende periode, gaan we als gemeente niet alleen

6

opereren als uitvoerder en opdrachtgever, maar vooral ook als partner. Want willen we de sociale basis versterken, dan is het essentieel dat we aansluiten bij bestaande dynamieken, bijvoorbeeld van een groep initiatiefnemers in een van onze kernen. Deze benadering vanuit gelijk­ waardigheid vraagt soms om een andere houding van ons. Als gemeente moeten we veel meer actief netwerkregie gaan voeren, zowel lokaal als regionaal, in samenwerking met partners, opdrachtnemers en onze inwoners. Op die manier kunnen we onze bijdragen beter op elkaar afstem­ men en onze ambities bereiken.

RIJK EN REGIO

Veel uitdagingen waar we voor staan zijn niet uniek voor onze gemeente. Bovendien staat er geen hek om de gemeente Voorst. Veel inwoners gaan buiten de gemeentegrenzen naar hun werk of naar school en maken er gebruik van zorg en ondersteuning. Ook gaan veel maatschappelijke vraagstukken geregeld verder dan de mogelijkheden van de gemeente Voorst toelaten. De afstemming met zorgaanbieders, uitvoeringsorganisaties én medeoverheden in de regio en provincies is daarom niet alleen nuttig en noodzakelijk voor ons, maar vooral ook voor onze inwoners.

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

In februari 2023 hebben de rijksoverheid, gemeenten, GGD’en en zorgverzekeraars het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ondertekend. Hierin staan afspraken om het preventieve gezondheidsbeleid te versterken. In december 2022 werd al het ‘Hoofdlijnen Sportakkoord II Sport Versterkt’ ondertekend, waarin ook de verbin­ ding wordt gelegd met het GALA. Aan het GALA en het Sportakkoord II is een financiële regeling (brede SPUKregeling) verbonden gericht op het stimuleren van pre­ ventie, sport en bewegen en het versterken van de sociale basis. Met een lokaal plan van aanpak geven we hier invulling aan. De verschillende onderdelen van het GALA kennen een looptijd tot en met 2025 of 2026.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

Integraal Zorgakkoord (IZA)

In november 2022 werd het Integraal Zorgakkoord (IZA) ondertekend door 13 landelijke partijen uit de zorg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De belangrijkste boodschap uit het IZA was dat door demografische en maatschappelijk ontwikkelingen de zorg zoals wij die nu organiseren vastloopt: er is een transfor­ matie nodig. Het IZA richt zich in hoofdzaak op de houdbaarheid van het Zorgstelsel, met als invalshoek de Zorgverzekerings­ wet. Het GALA richt zich hoofdzakelijk op het bouwen aan een fundament voor een gerichte aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis, waarin een gezonde samenleving centraal staat. Vanuit het IZA wordt deze gerichte aanpak gezien als voorwaarde voor de beweging naar de voorkant waar ­gemeenten een belangrijke rol in spelen, onder meer door het versterken van de sociale basis en het aanpakken van gezondheids­achterstanden. Ten tweede betreft het IZA de samenwerking met zorg­­partijen. Dit speelt met name ook regionaal. De keten­afspraken en de afspraken over de preventie-­ infrastructuur, zijn een uitwerking van de werkagenda uit het IZA over gezond leven en preventie. Het IZA heeft een looptijd tot en met 2026. Met een in 2023 vastgesteld regioplan geven we invulling aan de doelen van het IZA. Dit regioplan kent 5 programmalijnen: 1. Gezond leven 2.

Vergrijzende samenleving 3. Mentaal welbevinden 4. Professional centraal 5. Slimmer organiseren van zorg

7

De eerste drie vormen ook een belangrijke opgave voor gemeenten en deze worden ook vanuit gemeenten aan­ gestuurd. De laatste twee liggen als opgaven vooral bij de zorgaanbieders.

Hervormingsagenda Jeugd

In mei 2021 heeft de Commissie van Wijzen de financiële staat en stand van de jeugdzorg- en het stelsel beoor­ deeld.1 Aan het Rijk en de VNG/gemeente is het advies gegeven om een agenda op te stellen met als doel de knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het stelsel financieel houdbaar te maken. De hervormingsagenda bevat per thema een pakket aan maatregelen en besparingen. De thema’s zijn: 1. Reikwijdte; 2. Stevige lokale teams en toegang in verbinding met aanpalende domeinen; 3. Voorkomen residentiele jeugdzorg; 4. Kwaliteit en blijvend leren; 5. Regionalisering, standaardisatie en verbetering inkoopstelsel; 6. Verbeteren inzicht functioneren jeugdstelsel; 7. nieuwe financieringssystematiek. De maatregelen en besparingen moeten ertoe leiden dat: 1) jeugdigen weerbaar opgroeien door in te zetten op laagdrempelige algemene voorzieningen en 2) zorg beschikbaar en passend wordt gemaakt voor de meeste kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Om bovenstaande doelen te behalen werken we de hervormingsagenda uit op lokaal en regionaal niveau en leggen we directe verbindingen met andere zorgakkoor­ den, zoals bijv. het toekomstscenario kind en gezin, IZA, GALA en de toekomstagenda ‘Zorg en Ondersteuning voor mensen met een beperking’.

1

Arbeidsmarktregio: Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek

Deze thema’s zijn vertaald naar de Voorster context in een zestal beleidskaders, waarin we, naast een gezamen­ lijke visie en het wettelijk, maatschappelijk en politieke kader waarin we werken, ook uitgangspunten voor uitvoerend beleid definieerden. In oktober 2024 stelde de Gemeenteraad de beleidskaders vast als richting waar we als sociaal domein naartoe willen.

Voorst maakt deel uit van de arbeidsmarktregio Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek, een samenwer­ kingsverband tussen gemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen. We werken geza­ menlijk aan het opzetten van dienstverlening die gericht is op zowel werkgevers als werkzoekenden.

Parallel aan dit proces liep de evaluatie van de Kadernota Sociaal Domein 2021-2024, waarover de Gemeenteraad in november 2024 is geïnformeerd. We identificeerden ongerealiseerde ambities uit de vorige beleidsperiode en namen die, naast de richtinggevende beleidskaders, mee in het formuleren van de belangrijkste opgaven van de komende jaren en wat we op de lange(re) termijn in onze samenleving willen bereiken.

In 2026 moet elke arbeidsmarktregio in Nederland beschikken over een regionaal werkcentrum (RWC). Deze taak is door het ministerie aan ons toegewezen, met als doel een flexibele arbeidsmarkt te creëren waar iedereen aan kan deelnemen en waar mensen op één locatie de benodigde hulp kunnen ontvangen.

2.2

Totstandkoming

Het startpunt voor deze Kadernota vormden de mee­ denksessies die we vanaf begin 2024 organiseerden met samenwerkingspartners uit onder andere het culturele veld, het welzijnswerk, de GGD, verenigingen en (sport) aanbieders. Samen keken we naar de taken en de rol van de gemeente, onderzochten we de feiten en cijfers over onze gemeente en bepaalden we de thematische focus voor de komende periode. We vroegen hun wat ze bezighoudt en wat ze belangrijk vinden en nodig hebben. Hieruit kwam een focus op een zestal thema’s naar voren als belangrijke hoekstenen voor gemeentelijk beleid in het Voorster sociaal domein: • Ontmoeting; • Cultuur; • Sport en bewegen; • Inclusie; • Bestaanszekerheid; • Mentale gezondheid.

Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, p. 10

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

8

We hebben ons best gedaan om elke inwoner volop de kans te geven om mee te denken en de koers in het ­sociaal domein mee te bepalen. Voor een zo groot mogelijk bereik kozen we voor een participatietraject middels het inwonerspanel om onze ambities te toetsen. We vroegen inwoners om prioriteit erin aan te brengen en om nieuwe ideeën aan te dragen. De enquête werd, naast het inwonerspanel, ook uitgezet in het Voorster Nieuws. In totaal ontvingen we 519 reacties, die we gebruikten om onze ambities aan te scherpen. In december 2024 gaf de Adviesraad Sociaal Domein advies op een conceptversie van de Kadernota, waarna hun inbreng in de definitieve versie is verwerkt.

In deze Kadernota treft u in de verschillende hoofdstuk­ ken aan wat we de afgelopen periode van inwoners en vakmensen hebben gehoord en welke stappen we als gemeente gaan zetten om onze gezamenlijke ambities te realiseren. Tijdens de bijeenkomsten en de inspraak­ momenten hebben we gemerkt dat veel inwoners en vakmensen zich herkenden in de (globale) koers die we samen zijn ingeslagen. Vooral viel op dat veel mensen bereid zijn met ons de komende jaren de opgaven op te willen pakken. Die energie en die bereidwilligheid houden we graag vast als we deze visie uit gaan voeren.

2.3

Leeswijzer

De Kadernota begint in hoofdstuk 3 met een korte beschrijving van de uitdagingen waar we in de gemeente Voorst voor staan. Het is immers belangrijk om de klokken gelijk te zetten om tot een visie te komen. Dit hoofdstuk bevat een korte probleemanalyse die de basis vormt voor ons toekomstige beleid. Daarna volgt, vanaf hoofdstuk 4, de daadwerkelijke visie. In hoofdstuk 4 beschrijven we welk hoofddoel we nastreven en waaraan we succes afmeten. In Hoofdstuk 5 staat onze inzet schematisch weergegeven. In hoofdstuk 6 tot en met 8 beschrijven we langs welke hoofdlijnen we de komende jaren aan dat doel gaan werken. We beschrijven telkens wat we op dit moment constateren in onze gemeente en hoe we het liefste zien dat zij eruit zou zien. Daarbij hoort uiteraard ook wat we de komende jaren gaan doen.

De urgentie

De doelen

Onze inzet

Onze uitda­ gingen, feiten en cijfers in vogelvlucht

Terugblik vanuit de toekomst

Welke strate­ gieën hanteren we en welke beweging maken we?

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

9

Hoofdstuk 3

DE URGENTIE

We zeiden het al: met veel Voorsternaren gaat het goed. Ze vinden hun weg in de maatschappij, ze doen mee, komen rond én vooruit. Die positieve trend willen we de komende periode doorzetten. Maar we zien ook dat niet iedereen meeprofiteert. Daarom is het belangrijk dat we de Voorsternaren die hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben, ook bereiken. En dat we huishoudens waar vaak meerdere problemen tegelijkertijd spelen goed verder helpen. We hebben daarbij te maken met een aantal grote uitdagingen. Verschillende ontwikkelingen wijzen op een steeds grotere schaarste in de zorg en ondersteuning. Zo hebben we aan de ene kant de krapte op de arbeidsmarkt als het gaat om perso­ neel in zorg en welzijn én de druk op de dragende middengroep in onze gemeente die toeneemt. Dat zijn de Voorsternaren tussen de circa 20 en 60 jaar op wie niet alleen een beroep wordt gedaan voor (vrijwilligers)werk, maar ook voor mantelzorg en het gezin. Dat betekent dat de mogelijkheden om zorg en ondersteuning te verlenen steeds minder worden. Aan de andere kant is de verwachting dat de zorg­ vraag de komende jaren stijgt door onder andere de structurele toename van kinderen in de jeugdhulp, toenemende vergrijzing en de verwachte toename in het aantal leefstijlgerelateerde (chronische) aan­ doeningen.

Al deze dingen hebben komende jaren onvermijdelijk invloed op de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

10

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

VERSCHILLENDE ONTWIKKELINGEN WIJZEN OP EEN STEEDS GROTERE SCHAARSTE IN DE ZORG EN ONDERSTEUNING.

11

Ook de landelijke overheid, de VNG en zorgpartijen hebben deze ontwikkelingen gesignaleerd. Als reactie zijn veel initiatieven geïnitieerd om de zorg en onder­ steuning toegankelijk en betaalbaar te houden. Het GALA en het IZA bijvoorbeeld zetten in op de beweging van zorg naar gezondheid; ze richten zich op preventie. De Hervormingsagenda Jeugd draait om afspraken om de jeugdhulp te verbeteren en financieel haalbaar te houden. Het zijn allemaal initiatieven die invloed hebben op onze koers voor de komende periode. Maar ook de financiën staan, zoals al in de inleiding gezegd, onder druk. Grote cao-loonstijgingen en ­stijgende prijzen van energie en huren hebben geleid tot bovenge­ middelde kostenstijgingen bij aanbieders van maatwerk­ voorzieningen. Omdat wij een wettelijke plicht hebben om reële tarieven te bieden, heeft dit direct gevolgen voor de tarieven in zorg en welzijn. Bovendien krijgen we vanaf 2026, het zogenoemde ‘ravijnjaar’, te maken met een fors lagere uitkering uit het Gemeentefonds. Het inzetten op preventie en voorliggende voorzieningen in zorg en welzijn zou op termijn moeten voorkomen dat de uitgaven van de maatwerkvoorzieningen nog verder escaleren. Juist daarom is het van groot belang om een duidelijke koers te kiezen in de Kadernota en deze koers ook te blijven varen.

• Demografie: Voorst vergrijst in rap tempo, nog sneller dan andere gemeenten • Toename ‘grijze druk’ en afname geboortes • Veel 70-plussers in instelling • Verwachte toename van chronische aandoeningen, zorgvraag en zorgkosten: Door de vergrijzing en een verder stijgende levensverwachting krijgen meer inwoners ouderdomsziekten. Dat betekent dat de druk op het hele zorgsysteem toeneemt, van hulp bij het huishouden tot verpleeghuiszorg en mantelzorg, terwijl ook het aantal potentiële mantelzorgers daalt.

• Hoge mate van overmatig alcoholgebruik (7,5% van 18+) • Hoge mate van overgewicht (51,3%) • Verwachte toename aantal leefstijl gerelateerde (chronische) aandoeningen

Vergrijzing neemt toe

Arbeidsmarkttekorten

Leefstijl

UITDAGINGEN

Gezondheidsverschillen • Inwoners met een goed inkomen, een opleiding en een baan hebben gemiddeld gezien een betere gezondheid dan inwoners met een laag inkomen, weinig opleiding en geen werk. In straten en buurten met veel mensen met een lager inkomen zijn er ook meer mensen met gezondheidsproblemen.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

12

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

• Verwachte toename krapte voor meeste zorgsectoren • Toename krapte het snelst in sectoren: verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, gehandicaptenzorg en huisartsenzorg • Vergrijzing van medewerkers, beperkte instroom in de opleidingen, hoog verzuim en snel verloop spelen een rol.

Mentale gezondheid onder druk

• Veel jongeren en volwassenen met (risico op) psychische problemen • Eenzaamheid hoog en zal naar verwachting toenemen • Veel gebruik van GGZ • Druk op de GGZ hoog (wachttijden en zorgkosten).

13

DE MISSIE

Hoofdstuk 4

Het is duidelijk dat het sociaal domein in Voorst voor grote opgaven staat. Maar vanuit welke houding geven we de komende jaren richting aan alles wat we gaan doen en laten, vanuit waar gaan we beweging stimuleren, en wat gaan we uitdragen en faciliteren? In deze Kadernota Sociaal Domein kiezen we als missie voor ‘Iedere Voorsternaar kan leunen op een stabiele basis en heeft dezelfde kansen op een vitaal en gezond leven in veiligheid en vrijheid’. Dit geeft richting, maar laat ook ruimte.

4.1 Waaraan meten we succes af? ‘Iedere Voorsternaar kan leunen op een stabiele basis en heeft dezelfde kansen op een vitaal en gezond leven in veiligheid en vrijheid’ is een missie

IEDERE VOORSTERNAAR KAN LEUNEN OP EEN STABIELE BASIS EN HEEFT DEZELFDE KANSEN OP EEN VITAAL EN GEZOND LEVEN IN VEILIGHEID EN VRIJHEID.

waarin de gemeente Voorst een belangrijke rol gaat nemen, maar dat we alleen samen waar kunnen maken. Samen met inwoners en onze partners in het brede welzijnswerk, het verenigingsleven, de zorg, jongerenwerk en het onderwijs.

Een goede samenwerking begint met duidelijkheid over waaraan we succes afmeten. Wat zijn de beoogde effecten op de lange termijn? Een kwantitatieve verta­ ling van ons kwalitatief omschreven oogmerk. Hierbij moet duidelijk zijn dat het de beoogde uitkomst betreft. Sommige zaken hebben we volledig zelf in de hand, maar veel is afhankelijk van de context – denk aan de economie, de demografie, de landelijke politiek en globale ontwikkelingen - waarin we onze doelen samen gaan waarmaken. Er direct op sturen kan dan niet, maar met alle kracht beïnvloeden wel.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

14

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

15

Positieve Gezondheid is de benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van mensen en niet op de beperking of ziekte. Werken vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid sluit dan ook naadloos aan bij de transformatieopgave om in te spelen op de leefwereld van onze inwoners.

BEWUST DAT DE SAMENLEVING NIET (ZO) MAAKBAAR IS, MAAR SOCIAAL DOMEIN 2040 LAAT WEL ZIEN WAARNAAR WIJ STREVEN.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

Mensen kunnen, waar nodig met ondersteuning, gezond oud worden in hun eigen omgeving. Inwoners beschikken over de basisvaardigheden (lezen en schrijven).

Een robuuste sociale basis: er hoeft minder vaak een beroep gedaan te worden op maatwerkvoorzieningen. Hulp is maatwerk, gespecialiseerde en/of individuele hulp is beschikbaar voor inwoners in de meest kwetsbare situaties.

Inwoners met een bijstandsuitkering vinden passend (betaald) werk en kunnen participeren in maatschappelijke activiteiten.

Inwoners met betaalachterstanden komen tijdig in beeld en wordt hulp aangeboden. Hierdoor worden schulden voorkomen. Inwoners met geldproblemen en schulden krijgen ondersteuning Noaberschap

Veilig en vrij

DE VISIE VAN DE GEMEENTE VOORST: WE ZIJN ONS ERVAN

Ambities

De vraag en de situatie van de inwoner zijn het start- en eindpunt, niet de regels.

Vitaal en gezond

De ambities binnen een doel staan op volgorde van belangrijkheid, op basis van de resultaten uit het inwonerspanel. Zo vinden veel inwoners dat “Er zijn minder verschillen in levensverwachting en het aantal jaren in goede gezondheid; dat is minder afhankelijk van de sociaal­economische situatie van inwoners.” prioriteit verdient boven “Inwoners krijgen volop ruimte om te bewegen.”. In de uitwerking van ons beleid houden we hier zo veel mogelijk rekening mee.

Zelf- en samen-redzaamheid

Passende ondersteuning

Dezelfde kansen

We schrijven het jaar 2040. We kijken terug naar de keuzes die we in 2025 maakten om de grote uitdagingen die we toen signaleerden het hoofd te bieden. In de afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in een solide sociale basis en gezorgd voor bestaanszekerheid voor de inwoners van Voorst. Er is hard gewerkt aan het creëren van een gemeente waar iedereen zichzelf kan zijn, zich veilig en vrij voelt, en waar positieve gezondheid centraal staat. We hebben op dit gebied veel succes geboekt. Hoewel er altijd ruimte voor verbetering is, hebben we op veel fronten vooruitgang gemaakt. De richting die met de Kadernota Sociaal Domein 2025-2028 insloegen is daarvoor belangrijk geweest, maar ook inspanningen op andere terreinen waren onmisbaar, zoals meer passende woningen, klimaatadaptieve maatregelen en een gezonde openbare ruimte. Hieronder geven we de in 2040 behaalde doelen en de ambities waaraan we dit succes afmeten weer (zie tabel hiernaast).

Stabiele basis

POSITIEVE GEZONDHEID

Doelen

Terugblik vanuit de toekomst: Sociaal Domein in 2040

Gezond opgroeien

Mantelzorgers en vrijwilligers voelen zich ondersteund en blijven duurzaam inzetbaar. Jongeren worden gestimuleerd en ondersteund om de sociale basis te versterken. Inwoners in alle dorpen hebben volop mogelijkheden om elkaar te ontmoeten.

Kinderen groeien op in geborgenheid en zijn goed voorbereid op de uitdagingen in de samenleving van morgen. Ouders, kinderopvang, scholen en professionals werken effectief samen. Ouders zijn bewust van en zelfverzekerd over gezonde opvoeding.

Inclusief onderwijs Terugdringen van gezondheids­ achterstanden Gezonde leefstijl

Fysiek en sociaal veilig

Inclusief en gelijkwaardig

Kinderen hebben dezelfde kansen.

Kinderen ontwikkelen zich naar vermogen.

Jongeren behalen een startkwalificatie of worden begeleid richting de arbeidsmarkt. Er zijn minder verschillen in levensverwachting en het aantal jaren in goede gezondheid; dat is minder afhankelijk van de sociaaleconomische situatie van inwoners. Inwoners zijn weerbaar en mentaal gezond.

Preventie en handhaving voorkomen riskant middelengebruik. Inwoners krijgen volop ruimte om te bewegen.

Een fijne en prettige plek om je (sociaal) veilig te voelen: thuis, op straat, op het werk en overal in onze gemeente.

Een veilige leefomgeving die uitnodigt om elkaar te ontmoeten, samen te bewegen en samen te leven. Elke inwoner heeft gelijke toegang tot kansen en middelen en kan zich naar vermogen ontwikkelen en meedoen aan de maatschappij, ongeacht zijn of haar afkomst en achtergrond of eventuele beperking. De openbare ruimte is fysiek en sociaal toegankelijk voor iedereen.

16

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

17

Hoofdstuk 5

STRATEGIEËN

Om te zorgen dat iedere Voorsternaar kan leunen op een stabiele basis én dezelfde kansen heeft op een vitaal en gezond leven in veiligheid en vrijheid, werken we aan een laagdrempelig stelsel van zorg en ondersteuning in Voorst. Met een sterke sociale basis in alle kernen en krachtige vrij toegankelijke brede basisondersteuning aan wie het niet zelf redt. En met aanvullende professionele of specialistische zorg en ondersteuning voor als dat nodig is (zie kader Het sociaal stelsel ). In onze koers voor de komende periode staat preventie centraal. Wat we willen is zoveel mogelijk voorkomen dat inwoners van onze gemeente in de problemen komen. En dat we beginnende problemen vroeg, dichtbij en in samenhang oppakken met brede basis­ ondersteuning en hulp vanuit de sociale basis. Dit is beter voor het welzijn van onze inwoners én het zorgt dat inzet van (dure) specialistische en medische zorg niet nodig is, of in ieder geval minder vaak.

MET AANVULLENDE PROFESSIONELE OF SPECIA­ LISTISCHE ZORG EN ONDERSTEUNING VOOR ALS DAT NODIG IS

In de hiernavolgende drie hoofdstukken beschrijven we waar de gemeente Voorst de komende jaren op inzet om ons hoofddoel ‘Iedere Voorsternaar kan leunen op een stabiele basis en heeft dezelfde kansen op een vitaal en gezond leven in veiligheid en vrijheid’ te bereiken.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

18

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

19

Sociaal stelsel in de gemeente Voorst

Elk hoofdstuk bevat een strategie waarmee we – in nauwe samenwerking met onze partners en onze inwoners – een wezenlijke verandering teweeg willen brengen. De strate­ gieën zijn:

Versterken sociale basis

1. Een sterk fundament 2. Een leven lang gezond 3. Innoveren van zorg en ondersteuning

5.1

Specialistische zorg en ondersteuning

Brede basisondersteuning in het ʻvoorliggende veldʼ

Schematische weergave Kadernota

Missie Doelen

Innoveren van zorg en ondersteuning

Iedere Voorsternaar kan leunen op een stabiele basis en heeft dezelfde kansen op een vitaal en gezond leven in veiligheid en vrijheid

Sociale basis

Stabiele basis

Dezelfde kansen

Vitaal en gezond

Veilig en vrij

Zelfredzaam

Gezond opgroeien

Gezonde leefstijl

Fysiek en sociaal veilig

Passende ondersteuning

Inclusief onderwijs

Terugdringen gezond­ heidsachterstanden

Inclusief en gelijkwaardig

Eerste laag: een sterke sociale basis

Noaberschap Strategieën

1. Een sterk fundament (Hoofstuk 6)

De sociale basis in de gemeente Voorst bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste zijn er de inwoners zelf en de activiteiten die zij onderling verrichten, zoals het helpen van een buur, mantelzorg verlenen, of vrijwilligerswerk doen. Mensen die elkaar helpen op basis van wederzijds vertrouwen en verantwoordelijkheid, gemeenschapszin en (lokale) betrokkenheid. Oftewel: onze invulling van noaberschap. Voorbeelden hiervan zijn burenhulp, ondersteuning bij het invullen van formulieren, of het oprichten van een zorgcoöperatie. Het tweede onderdeel bestaat uit de vrij toegankelijke, algemene voorzieningen binnen de gemeente, die van invloed zijn op ons dage­ lijkse leven, zoals ontmoetingsplekken, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, sport en bewegen en cultuur. De gemeente ondersteunt een aantal van deze belangrijke voorzieningen, zoals buurthuizen, de bibliotheek, (sport) verenigingen, cultureel aanbod en vrijwilligersinitiatieven. Dit zijn voorzieningen die breed toegankelijk zijn voor alle

2. Een leven lang gezond (Hoofstuk 7) 3. Innoveren van zorg en ondersteuning (Hoofstuk 8)

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

20

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

Jeugdhulp, dagbesteding, huishoudelijke hulp, inkomensondersteuning en schuldhulpverlening, re-integratietrajecten Consultatiebureau, orthopedagoog, cliëntondersteuning, logopedie, Jeugdgezondheidszorg, algemeen & schoolmaatschappelijk werk, huisarts/praktijkondersteuning GGZ, jongerenwerk Buurthuizen, bibliotheek, (sport)verenigingen, vrijwilligersinitiatieven, cultureel aanbod

inwoners om sociale participatie en welzijn te bevorderen. De contacten, relaties en leefomgevingen in de sociale basis die belangrijk zijn in de opvoeding van kinderen vormen de zogenoemde pedagogische basis. Een sterke sociale basis draagt bij aan het welzijn van onze inwoners en helpt zorgvragen te voorkomen. Daarnaast kunnen oplossingen binnen de sociale basis vaak een laagdrem­ pelig alternatief of een aanvulling zijn op professionele hulp. Inwoners kunnen dicht bij huis terecht voor onder­ steuning wanneer dat nodig is. In hoofdstuk 6 beschrijven we onze strategie om de sociale basis in de gemeente te versterken.

Tweede laag: brede basisondersteuning in het ‘voorliggend veld’ Als een inwoner professionele ondersteuning nodig heeft, is het belangrijk dat de vraag snel en op de juiste plek wordt opgepakt. Dit vraagt om laagdrempelige, vrij toegankelijke eerstelijnsvoorzieningen, zowel voor de

21

inwoners als voor de verwijzers. Dit zijn voorzieningen die beschikbaar zijn voordat er een beroep wordt gedaan op specialistische zorg of maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein. Ze dienen als eerste stap in ondersteu­ ning en zorg, zodat zwaardere (en vaak duurdere) zorg kan worden voorkomen. Mensen worden aangemoedigd om eerst van deze voorzieningen gebruik te maken. In de gemeente Voorst is de ondersteuning via Mens en Welzijn Voorst, via team Inwonersondersteuning of via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) hier een voorbeeld van. Hier kan een professional samen met de inwoner bepalen welke ondersteuning nodig is en direct hulp bieden, of het nu gaat om opvoedingsondersteuning, begeleiding bij zelfstandig wonen, of hulp bij beginnende schulden en psychosociale problemen. Wanneer er meer specialistische hulp (toegankelijk via een verwijzing) nodig is, kunnen zij doorverwijzen of zorgen voor een warme overdracht naar de juiste zorg. Het ‘voorliggend veld’ vervult dus een sleutelrol binnen het sociale stelsel.

middel van inkoop, beleid en toezicht op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde zorg. Hoe zorgen we in de gemeente Voorst voor een beweging naar ‘de voorkant’, met zorg en ondersteuning die dichtbij, preventief, samenhangend en eenvoudig is? Dat doen we zowel van beneden naar boven (versterken van de sociale basis (hoofdstuk 6) als van boven naar beneden (innoveren van zorg en ondersteuning, hoofdstuk 8).

Derde laag: specialistische zorg en ondersteuning De top van de piramide omvat specialistische en/of langdurige zorg en ondersteuning, waarvoor altijd een formele beschikking of verwijzing vereist is. Dit betreft voorzieningen zoals jeugdhulp, dagbesteding, huishoude­ lijke hulp, inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, en re-integratietrajecten. Het gaat hierbij vaak om de meest kostbare pakketten aan hulp. Ons uitgangspunt is om hulp zo licht mogelijk te hou­ den, maar zo intensief als nodig is. De ondersteuning moet altijd aansluiten bij de specifieke behoeften van de inwoner. Een deel van deze hulp wordt door de gemeente zelf georganiseerd. Specialistische en langdurige onder­ steuning op het gebied van de Wmo en Jeugdhulp wordt geleverd door zorgpartijen met wie wij regionaal of bovenregionaal contracten hebben. Wij sturen hierop door

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

22

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

23

Hoofdstuk 6

EEN STERK FUNDAMENT (STRATEGIE I)

We zeiden het al: de komende jaren gaan we onze focus verleggen naar de ‘voorkant’. We versterken de sociale basis, zorgen dat onze inwoners en kernen een sterkere veerkracht hebben en meer kans hebben op een leefbaar bestaan. Als we gelukkige inwoners en leefbare kernen willen, dan zijn een aantal zaken belangrijk: financiële stabiliteit, toegang tot goede voorzieningen waar iedereen terecht kan én een soci­ aal leven in een buurt waar mensen bij elkaar betrok­ ken zijn. We hebben elkaar nodig om ervoor te zorgen dat dit fundament voor ál onze inwoners op orde is. Want vanuit deze basis wordt meedoen mogelijk.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

24

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

SOMS IS ER EEN DUWTJE NODIG OM ELKAAR BETER TE LEREN KENNEN EN ELKAAR MAKKELIJ­ KER TE VINDEN.

25

6.1

Door de sociale basis te versterken

De buurt biedt ons heel veel: leuke mensen met ieder hun eigen kennis en kwaliteiten, gezellige activiteiten, hulp, spullen, ideeën, verhalen en nog veel meer. Toch weten we dat vaak niet van elkaar. Soms is er een duwtje nodig om elkaar beter te leren kennen en elkaar makkelijker te vinden. En op die manier gebruik te maken van alles wat er dichtbij allemaal is. In zo’n buurt kijken inwoners ook naar elkaar om en werken ze samen om prettig en goed te leven. Dat duwtje kan op veel manieren: iemand die je meeneemt naar een activiteit op de ontmoetingsplek, een dorpsgenoot die met een cadeautje langs komt om je welkom te heten in je nieuwe buurt of een uitnodiging voor de buurtbarbecue.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

Voorst is een gemeenschap waarin veel mensen elkaar kennen. Van oudsher is de sociale cohesie sterk, vooral in de kleine kernen. Veel inwoners in onze gemeente zijn actief. Onze gemeente kent een rijk verenigingsleven met veel vrijwilligers: 34% van de volwassen inwoners doet vrijwilligerswerk. Hieronder wordt verstaan: werk dat in georganiseerd verband (bijvoorbeeld sportver­ eniging, kerkbestuur of school) onbetaald wordt uit­ gevoerd. Wel zien we dat het aantal vrijwilligers, vooral onder ouderen, sinds een aantal jaren aan het dalen is. Vrijwilligersorganisaties hebben steeds meer moeite om vrijwilligers te vinden en vast te houden. De groep waaruit de vrijwilligers komen, werkt meer en vaak langer door. Ook het aandeel mantelzorgers in onze gemeente is hoog: 15% in de leeftijdscategorie 18 jaar en ouder verleent mantelzorg. Onder middelbare scholieren (klas 2 en 4) is dit zelfs 18,5%. Voor jongvolwassenen (16 tot en met 25 jaar) zijn alleen regionale cijfers beschikbaar: van hen geeft 8% mantelzorg. Met andere woorden: de formele zorg leunt sterk op mantelzorgers. Dat vraagt erkenning en aandacht voor de positie, inzet, maar ook

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

kwetsbaarheid van de mantelzorger. Want we weten dat één op de tien mantelzorgers zich ernstig overbelast voelt en daardoor een groter risico loopt om onder andere depressieve klachten te ontwikkelen. We zien dus dat de kernen, net als in grote delen van Nederland, onder druk staan. Van alle demografische ontwikkelingen springt vooral de vergrijzing en de arbeidsmarkt in het oog: de komende jaren vergrijst onze bevolking in een behoorlijk rap tempo. Naar verwachting hebben deze ouderen meer behoefte aan gezondheids­ zorg, langdurige zorg en ondersteuning, zowel formeel als informeel. Dit legt een grotere druk op mantelzorgers, vrijwilligers, en zorgvoorzieningen. Ouderen lopen een groter risico op eenzaamheid en sociale isolatie, vooral als ze minder mobiel zijn of hun sociale netwerk kleiner wordt door het wegvallen van leeftijdsgenoten. En terwijl ouderen vaak waardevolle bijdragen kunnen leveren als vrijwilligers, kan hun capaciteit beperkt worden door hun eigen toenemende zorgbehoeften, wat op zijn beurt de beschikbaarheid van vrijwilligers vermindert. Bijkomend probleem is dat het aantal eenpersoonshuishoudens verder toeneemt. Mantelzorg zal dus vermoedelijk steeds vaker door leeftijdsgenoten worden uitgevoerd. Buren en vrienden worden de komende jaren steeds belangrijker.

Kortom, de vergrijzing, die in onze gemeente om extra aandacht vraagt, zorgt voor een verschuiving in de behoeften en uitdagingen binnen de sociale basis. Het vraagt om aanpassingen in zorg, infrastructuur, en sociale voorzieningen om de kwaliteit van leven te waarborgen en de sociale cohesie te behouden.

VISIE: ZO ZIEN WE HET VOOR ONS

Een sterke sociale basis is het vertrekpunt van onze inves­ teringen in het sociaal domein. De afgelopen jaren hebben we namelijk gemerkt dat het loont om te werken vanuit sterke verbindingen in de buurt. Dat er oplossingen te realiseren zijn met inwoners die naar elkaar omkijken en door te investeren in laagdrempelige voorzieningen. Door te investeren in de gemeenschap, helpen we de beweging

26

van individu naar collectief. De sociale basis vormen we samen met inwoners en onze samenwerkingspartners. Ons aandeel in de sociale basis is investeren om de ont­ moeting te faciliteren en verbindingen en voorzieningen in de buurt te versterken.

ontstaat er een hechte(re) gemeenschap waar eenzaam­ heid wordt verminderd en sociale cohesie wordt versterkt. Deze ontmoetingen zijn niet alleen belangrijk voor per­ soonlijke relaties maar ook voor het behoud van regie over het eigen leven en het verkrijgen van eigenwaarde.

Hierbij plaatsen we wel een kanttekening: als we de sociale veerkracht van onze inwoners en buurten willen versterken, is het belangrijk te beseffen dat we de (zelf) redzaamheid van mensen niet moeten overschatten. De maatschappij wordt steeds complexer en veel mensen beschikken niet altijd over de vaardigheden om regie te voeren over hun leven of om hulp te vragen. Daarnaast zien we steeds duidelijker dat tegenslagen én de toegang tot hulpbronnen ongelijk verdeeld zijn over inwoners. Sommige groepen worden bovendien onevenredig vaak en langdurig aangesproken op hun veerkracht. Dit vraagt om gerichte en ongelijke investeringen om meer gelijke kansen te creëren. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor de structurele oorzaken van tegenslag, zoals armoede en de ongelijke verdeling van hulpbronnen op het gebied van inkomen, gezondheid, opleiding en vaar­ digheden. Onze aanpak om kansengelijkheid te vergroten, leggen we uit in hoofdstuk 6.3.

Deze ontmoetingsplekken zijn toegankelijk voor iedereen, zonder drempels of ingewikkelde procedures. Iedereen kan vrij binnenlopen, deelnemen aan activiteiten, en zich welkom voelen. Ze sluiten aan bij onze Voorster tradities en gewoonten, waardoor ze herkenbaar en vertrouwd aanvoelen voor de inwoners. Alle deelnemers – bezoekers, vrijwilligers en professionals – worden als gelijkwaardig beschouwd, met ruimte voor open dialoog en wederzijds respect. Vrijwilligers zijn leidend in het organiseren van ontmoetingen, met ondersteuning van professionals waar nodig om kwaliteit en continuïteit te waarborgen.

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

We maken ontmoeting mogelijk voor iedereen

We zorgen in samenwerking met onder andere Mens en Welzijn Voorst, Trefpunt Duistervoorde, Woonzorgcoöperatie De Benring Voorst, sportverenigingen en ondernemende sportaanbieders, en onze samen­ werkingspartners in het jongerenwerk voor zowel fysiek als sociaal goed toegankelijke ontmoetingsplekken en voorzieningen waar mensen kunnen samenkomen, elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen doen voor en door de wijk. Ontmoeting is de basis voor een sociale, vertrouwde, en veilige buurt. Een buurt waar mensen bewoners verschillen zonder te vervreemden, Door elkaar te leren kennen en samen activiteiten te ondernemen,

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

We faciliteren cultuurparticipatie in Voorst

We zorgen ervoor dat iedereen, gedurende zijn of haar hele leven, toegang heeft tot kunst en cultuur in onze gemeente. Cultuur omvat een breed scala aan activiteiten, zoals podiumkunsten, literatuur, culturele instellingen, online kunstvormen, en cultureel erfgoed. Zowel actieve deelname (zoals zelf muziek maken of theater spelen) als passieve deelname (bijvoorbeeld het bezoeken van musea) bevorderen gezondheid en welzijn, vergroten sociale cohesie en dragen bij aan de leefbaarheid in de gemeente. Dit begint bij een toegankelijke cultuureducatie in het onderwijs. Naast de vele positieve effecten op de per­ soonlijke ontwikkeling van kinderen, vergroten we met cultuureducatie op jonge leeftijd ook de participatie in de culturele instellingen op latere leeftijd. We blijven investe­ ren in cultuureducatieprogramma’s en ontwikkelen, samen met onze partners in het onderwijs, een doorlopende leerlijn van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs. Ook in ons jeugdbeleid blijven we jongeren aanmoedigen om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan hun eigen

27

talentontwikkeling, maar die ook hun betrokkenheid bij hun buurt of gemeenschap versterken. De komende periode blijft de inzet van een cultuurcoach centraal in ons streven naar meer cultuurparticipatie. De cultuurcoach fungeert als een centrale schakel in het culturele netwerk van de gemeente. De cultuurcoach verbindt culturele aanbieders met scholen, zorginstellin­ gen, welzijnsorganisaties, sportclubs en andere relevante partijen om een breed en toegankelijk cultuuraanbod te realiseren. We begeleiden culturele organisaties, vereni­ gingen, en individuele initiatiefnemers bij het ontwikkelen en uitvoeren van culturele projecten en activiteiten. We werken samen met scholen om cultuureducatie te integre­ ren in het curriculum en ondersteunen bij het organiseren van culturele workshops en activiteiten voor leerlingen. We bevorderen samenwerking tussen verschillende culturele en maatschappelijke organisaties en versterken de cultu­ rele infrastructuur van de gemeente. En we ondersteunen organisaties bij het vinden van financiering voor culturele activiteiten, bijvoorbeeld door hen te begeleiden bij subsi­ dieaanvragen of hen te verbinden met potentiële sponsors en fondsen.

We ondersteunen vrijwillige inzet en mantelzorgers

We blijven Voorsternaren die mantelzorg verlenen waar­ deren en ondersteunen. Ondersteuning begint bij een toegankelijk en laagdrempelig aanbod dat past bij de behoefte van de mantelzorger. Want mantelzorgers zijn niet alleen onmisbaar voor zorg en welzijn voor anderen, zij zijn vaak ook mensen met een hulpvraag. We zorgen voor een goed vindbare mantelzorgondersteuning, waar mantelzorgers terecht kunnen voor informatie, advies, en doorverwijzingen naar passende zorg- en ondersteu­ ningsdiensten. Dit loket kan mantelzorgers ook helpen met administratieve zaken, zoals het aanvragen van vergoedingen of hulpmiddelen. Ook in onze mantelzor­ gondersteuning maken we de beweging van een individu­ ele naar een meer collectieve aanpak. Zo zorgen we ervoor

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

28

dat zowel mantelzorgers als zorgbehoevenden elkaar kunnen ontmoeten en, waar mogelijk, kunnen steunen. Daarmee ontlasten we de mantelzorgers en verminderen we bovendien gevoelens van eenzaamheid. We bieden maatwerk waar de basisondersteuning niet voldoende blijkt. Bijvoorbeeld door respijtzorg, waarbij een vrijwil­ liger of professionele zorgverlener tijdelijk de zorgtaken van de mantelzorger overneemt, waardoor de mantelzor­ ger de kans krijgt om op adem te komen of persoonlijke zaken te regelen. Om hun inzet extra te erkennen, blijven we daarnaast mantelzorgers een financiële waardering geven via een mantelzorgcompliment. In ons vrijwilligersbeleid ligt onze focus primair op het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties. Dat doen we onder andere met subsidies. Vanuit die subsidies worden trainingen gegeven voor vrijwilligers, is er een database met vacatures en worden besturen ondersteund. Besturen en ander vrijwillig kader van sportverenigingen worden actief ondersteund door een verenigingsondersteuner van Voorst Actief. Deze neemt niet de taken van een vrijwilliger over maar ondersteunt bij het aanvragen van subsidies, het werven van nieuwe vrijwilligers en leden en het opzetten van nieuw sportaanbod bij verenigingen. Hij brengt de vrijwilliger in contact met de juiste lokale, regi­ onale of landelijke organisatie die ondersteuning biedt.

Hierbij wordt samengewerkt met de VrijwilligersCentrale van Mens en Welzijn.

We investeren in de pedagogische basis

Een stevige pedagogische basis stimuleert de ontwikkeling van kinderen en ondersteunt ouders bij het opvoeden. Zij draagt bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien en helpt bij het omgaan met alledaagse problemen. Hoe sterker de pedagogische basis om je heen, hoe sterker het fundament om kansrijk op te groeien (zie hoofdstuk 6.3). De coronapandemie, waarin kinderen veel minder mogelijkheden hadden om leeftijdsgenoten te ontmoeten en samen te sporten, te spelen en te leren, heeft duidelijk gemaakt wat er gebeurt met jongeren als een deel van

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

deze ontmoetingen niet meer mogelijk is en leefomge­ vingen ontoegankelijk worden. Dit had duidelijk gevolgen voor hun ontwikkeling en hun mentale gezondheid. Bij het versterken van de pedagogische basis richten we ons op het verbeteren van de leefwereld van kinderen en jongeren. Dit doen we onder andere door ontmoeting mogelijk te maken tussen kinderen, jongeren en hun ouders. Uiteraard zijn kinderdagverblijven en scholen bij uitstek de plekken waar dit alles samenkomt. Daarom stimuleren we de ouderbetrokkenheid bij (voor)scholen. Daarnaast zetten we in op het versterken van omgevings­ factoren in de leefomgevingen waarin het kind opgroeit, waarvan wij weten dat deze een beschermend effect hebben bij de ontwikkeling van het kind. Het helpt kinde­ ren en jongeren als ze de kans krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan de gemeenschap waar ze deel van uitmaken. En het helpt als ze een constructieve vrijetijdsbesteding hebben en warme, ondersteunende relaties in hun gezin en met andere volwassenen in hun omgeving.

We versterken de gemeenschapskracht in alle dorpen

Wij zijn er voor de inwoners en daarom is samenwerking met de inwoners van de twaalf kernen ontzettend belang­ rijk. Behalve in Twello, zijn er in alle dorpen plaatselijke belangenverenigingen actief. We behouden en versterken de positie van dorpsbelangenorganisaties om samen met inwoners te komen tot plannen en initiatieven voor hun dorp. Deze dorpsbelangenorganisaties behartigen en verenigen de belangen van de inwoners van een dorp. Zij weten dus heel goed wat er lokaal leeft en speelt. Daarnaast helpen ze mee bij het in stand houden en vergroten van de leefbaarheid in hun dorp. Dat doen ze steeds vaker aan de hand van een visie op de toekomst van hun dorp (een dorpsvisie of dorpsontwikkelingsplan). Daarin trekken dorp en wij als gemeente Voorst hand in hand samen op, om mooie maar ook haalbare plannen

29

voor het dorp te maken. Hierbij benutten we de kwaliteiten en kracht die de inwoners van een dorp hebben. We stimuleren het betrekken van een zo breed mogelijke groep inwoners, zodat plannen gedragen worden door het hele dorp en inwoners zich betrokken en verantwoordelijk voelen. De coördinatoren maatschappelijke initiatieven hebben veel contact met de dorpsbelangenorganisaties en dorpsondersteuners. Ze zijn regelmatig aanwezig bij vergaderingen en blijven zo op de hoogte van alles wat in een dorp speelt. Zij zorgen ervoor dat de verbinding tus­ sen de dorpen en de gemeentelijke organisatie optimaal is. Samenwerken is de basis. Ook zorgen de coördinatoren maatschappelijke initiatieven voor verbinding tussen de dorpsbelangenorganisaties door het twee keer per jaar organiseren van een dorpenplatform. Tijdens dit dorpen­ platform ontmoeten alle besturen van de dorpsbelangen­ organisaties elkaar, door te netwerken leren ze van elkaar en worden verbindingen gelegd. Daarnaast komen tijdens zo’n dorpenplatform onderwerpen aan bod die voor alle dorpen relevant zijn. Denk aan handvatten voor het maken van een dorpsvisie, de rol van ontmoetingsplekken in een dorp, informatie over de nieuwe wetten zoals de omge­ vingswet en inwonersparticipatie

We ondersteunen maatschappelijke initiatieven De gemeente Voorst kent actieve gemeenschappen. We zien dat steeds meer inwoners met mooie en goede ideeën aan de slag gaan. De inzet is vaak om het dorp, de buurt en/of de straat te verbeteren, gezelliger, spor­ tiever, mooier, groener, schoner en/of veiliger te maken. Initiatiefnemers nemen daarbij zelf de regie om dit voor elkaar te krijgen.

Wij blijven deze maatschappelijke initiatieven ondersteu­ nen. De dorpsbelangenorganisaties krijgen jaarlijks een budget ter beschikking om ideeën voor hun dorp waar te maken. Zij besteden dit in afstemming met hun inwo­ ners. Ook voor de buurten in Twello en gemeentebrede initiatieven zijn middelen beschikbaar. De coördinatoren

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

maatschappelijke initiatieven staan altijd klaar om te helpen en zorgen dat initiatiefnemers weten waar ze terecht kunnen voor hulp bij het uitwerken van hun plan of initiatief. Bijvoorbeeld door advies te geven, te helpen om contacten te leggen en mee te kijken als er een vergunning nodig is of als er aanvullend budget nodig blijkt. Goede voorbeelden van initiatieven zetten we in het zonnetje, onder andere via het digitaal dorpsplein www. kijkindekernen.nl en het Voorster Nieuws. In het najaar van 2023 is op initiatief van Mens en Welzijn het project Sterke Buurtverbinders van start gegaan. De gemeente is samenwerkingspartner binnen dit programma dat wordt ondersteund door het Oranje Fonds. Hierbinnen werken we aan het uitbreiden van het netwerk van (vrij­ willige) buurtverbinders. De buurtverbinders leren van elkaar en worden ondersteund bij hun werkzaamheden. Het netwerk van de buurtverbinders blijven we inzetten om onze mogelijkheden voor maatschappelijke initiatieven onder de aandacht te brengen.

We bieden professionele hulp voor wie het zelf, met een stevig netwerk, niet redt Onze insteek is dat inwoners een sterk sociaal netwerk om hen heen hebben of een beroep kunnen doen op een sterke sociale basis en voorliggende voorzieningen voor ondersteuning. Soms is er echter aanvullende hulp nodig, met als doel om inwoners weer regie over hun eigen leven te geven. Deze (individuele en/of specialistische) onder­ steuning bieden we alleen waar het nodig is en met de insteek dat mensen zo snel mogelijk weer zelf, met hulp van hun netwerk, verder kunnen.

voorzieningen sluiten dan niet goed aan bij de benodigde oplossingen, waardoor deze groep tussen wal en schip dreigt te vallen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van complexe problematiek, waarbij op meerdere leefgebieden vragen en problemen aanwezig zijn. Maar ook mensen die in socio-economische achterstand verkeren (denk aan laag opleidingsniveau, weinig of onvoldoende inkomen of mensen die laaggeletterd zijn) en minder terug kunnen vallen op een eigen netwerk en vangnet lopen een grotere kans om ‘vast te lopen’ in het sociaal domein. Het gaat dus vaak om die mensen die het sociaal domein het hardst nodig hebben. Mensen die ondersteuning nodig hebben maar niet binnen de gangbare wettelijke kaders en voorzieningen vallen, bieden we maatwerk volgens het gedachtegoed van de doorbraakmethode van het Instituut van Publieke Waarden. Dit heeft als doel een ‘doorbraak’ te realiseren om de situatie van de inwoner te verbeteren. Dat vraagt om het zoeken van maximale ruimte binnen wat (juridisch en financieel) kan en mag om te voorkomen dat vaak onbedoelde en ongewenste effecten van beleid nadelig uitpakken voor de inwoner die hulp zoekt. Wanneer we constateren dat onze huidige (beleids)regels dit doel in de weg zitten, ze averechts werken of onrechtvaardig of zelfs onrechtmatig uitpakken voor mensen, evalueren we deze regels kritisch en passen we ze - waar nodig en mogelijk - aan.

Voor de overgrote meerderheid van de inwoners met een hulpvraag kunnen we op deze manier passende onder­ steuning bieden. Dit geldt vooral voor inwoners met een relatief goed omschreven (vaak enkelvoudige) hulpvraag, waarvoor we een afgebakend product of een afgebakende dienst hebben. Voor een kleine groep kan zo echter géén passende oplossing worden gevonden. De bestaande

30

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

31

6.2

Door bestaanszekerheid te bieden

Voor elke inwoner is bestaanszekerheid belangrijk. Bestaanszekerheid: dat is voldoende inkomen om van te leven en gebruik te kunnen maken van onderwijs en zorg. En ook voldoende geld om onverwachte uitgaven op te kunnen vangen. Als inwoners die zekerheid hebben, dan kunnen ze beter meedoen, zoals werken, voor elkaar zorgen en meedoen aan activiteiten in de dorpen. Werk hebben en houden, hulp durven zoeken bij geldproble­ men, weten hoe je een aanvraag doet: dat alles is belang­ rijk. Daarnaast heeft bestaanszekerheid ook te maken met een passende woonplek. In de regionale Woondeal en Woonzorgvisie van de gemeente Voorst hebben we daarom afspraken gemaakt over de te realiseren aantallen woningen tot 2030, met aandacht voor verplicht urgente aandachtsgroepen, zoals ouderen, mensen met een verstandelijke beperking en uitstromers uit beschermd wonen en jeugdigen.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

Recente studies laten zien dat de financiële positie van steeds meer mensen onder druk staat, terwijl duurzame verbeteringen, zoals de hervorming van het toeslagenstel­ sel, nog op zich laten wachten. De Nationale Ombudsman gaf eind 2022 aan dat mensen met lage inkomens in de knel zitten en vaak onder de bestaansminimumgrens belanden. Het sociaal minimum schiet tekort, waardoor mensen geen financiële reserves kunnen opbouwen, en de regelgeving binnen het sociale domein is te complex. Het aantal mensen met een laag inkomen is vergeleken met andere gemeenten weliswaar aan de lage kant. Maar voor die inwoners die een laag inkomen hebben, is het net zo goed vaak een dagelijkse puzzel om rond te komen. Dit heeft ook te maken met de vele regelingen en vele organisaties die regelingen verstrekken. Daar staat wel tegenover dat Voorst een relatief welvarende gemeente is. Het gemiddelde bruto jaarinkomen per inwoner ligt boven het landelijk gemiddelde, terwijl het werkloosheidscijfer (2,6%) lager ligt dan het landelijk gemiddelde.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

Veel inwoners hebben dus een inkomen uit werk. Het aantal mensen met een bijstandsuitkering (17 op de 1000 inwoners) is dan ook relatief laag. Het gaat om 2,5 % van de huishoudens. Daarbij zien we wel dat 60% van de men­ sen met een algemene bijstandsuitkering langer dan drie jaar in de uitkering zit. Voor hen is het is het zeer moeilijk of helemaal niet mogelijk om een passende baan te vin­ den. Gemiddeld verkeren bijstandsgerechtigden in minder goede gezondheid en voelen zich vaker sociaal geïsoleerd dan de gemiddelde Voorsternaar (zie ook hoofdstuk 7). Bijna 15% van de mensen met een bijstandsuitkering heeft (parttime) werk met begeleiding van bijvoorbeeld een jobcoach. Er zijn veel inwoners die geen bijstandsuitkering hebben, maar wel een laag inkomen hebben. Het gaat dan om mensen met alleen een AOW-uitkering of inwoners met een baan met een laag inkomen. In totaal heeft 6 % van de inwoners in de gemeente Voorst een laag inkomen. Alle inwoners, ook inwoners met een midden of hoog inkomen kunnen te maken krijgen met geldproblemen en schulden. Daarom is er voor alle inwoners gratis informatie, advies en budgetcoaching. Ook zijn er de sociaalraadslieden en het Formulierenteam. En er is schuldhulpverlening. Daarvan maken op het moment van schrijven ongeveer 48 inwoners gebruik.

Uit cliëntonderzoeken weten we wel dat de bekendheid van minimaregelingen in onze gemeente ontoereikend is. Dat heeft, naast de informatievoorzieningen van de gemeente, ook te maken met het feit dat veel inwoners geen gebruik maken van de gemeentewebsite. Ook blijkt het voor inwoners vaak lastig een aanvraag te doen. Een deel van de bevolking (17%) van de gemeente Voorst is van oudsher laaggeletterd. Dat is meer dan het lande­ lijke gemiddelde (12%). Uit landelijke cijfers weten we dat de meerderheid (55%) van deze mensen Nederlands als moedertaal heeft (zo genoemde NT1’ers). Deze doelgroep blijkt in de praktijk lastig te bereiken. We weten dat kinde­ ren die in een taalarme omgeving opgroeien zelf ook grote kans hebben om een taalachterstand op te lopen.

32

VISIE: ZO ZIEN WE HET VOOR ONS

We willen dat iedereen in onze gemeente de zekerheid heeft van een waardig bestaan. Voldoende inkomen om rond te komen is daarvoor vanzelfsprekend een basis­ voorwaarde. (Financiële) bestaanszekerheid hebben is belangrijk om de rust en ruimte te vinden die nodig is om een bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving en je te ontwikkelen. Iedereen moet dus over een inkomen (werk of uitkering) beschikken waar men van kan leven en alle sociale basisvoorzieningen van kan betalen. Dat houdt onder andere in dat het minimumloon van een dusdanig adequaat niveau moet zijn om te kunnen voorzien in kosten levensonderhoud. Wat betreft inkomenspolitiek is vooral het rijk aan zet, maar ook wij als gemeente kunnen helpen om een leefbaar minimum te garanderen. Bijvoorbeeld door minimabeleid (denk aan het ophogen van de draagkrachtnorm voor inkomensondersteuning), de manier van schulddienstverlening en te blijven investeren in onze inwoners die een grote afstand tot de arbeids­ markt hebben. En bovenal moeten inwoners kunnen rekenen op een toegankelijke en betrouwbare overheid, die niet alleen wijst op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid, maar mensen actief verder helpt, zodat huishoudens ook echt krijgen waar ze recht op hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15054800/2