CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota sociaal domein 2025-2028 (losse pagina's)

gemeenteraad 24 maart 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Kadernota sociaal domein 2025 t/m 202818.188 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

We vergroten de basisvaardigheden van onze inwoners (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden)

Voor mensen die laaggeletterd zijn is het lastig om mee te doen in de samenleving. Zij hebben moeite met lezen, schrijven, rekenen of begrijpen van taal. Dagelijks kunnen zij tegen praktische belemmeringen aanlopen, zoals het lezen van brieven of het voorlezen aan hun kinderen. We blijven inzetten op het bereiken van mensen die laaggeletterd zijn. De afgelopen jaren hebben we vooral mensen die niet het Nederlands als moedertaal spreken (NT2’ers) bereikt. Het bereiken van NT1’ers is lastiger. Ze nemen een stuk minder deel aan activiteiten en zijn

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

hierdoor ook moeilijker vindbaar. We zetten in op het (vroegtijdig) signaleren van laaggeletterdheid (met focus op NT1’ers) door maatschappelijke partners en onze eigen professionals (consulenten) door het creëren van bewust­ zijn over laaggeletterdheid, bijvoorbeeld door het bieden van trainingen en netwerkbijeenkomsten. Hierbij kan het inzetten van ervaringsdeskundigen het bereik verhogen. We beseffen dat we onszelf ook een spiegel moeten voorhouden, aangezien veel correspondentie, folders en formulieren niet in begrijpelijke taal geschreven, dus op B1-niveau, zijn geschreven. Daarnaast zetten we in op een ‘dekkend’ samenwerkingsnetwerk voor de aanpak van laaggeletterd bij zowel jongeren als volwassenen. Met een breder scala aan netwerkpartners zetten we in op het bereiken van laaggeletterden. Hierin gaan we de samenwerking intensiveren met bijvoorbeeld scholen en de bibliotheek. Leerkrachten, intern begeleiders en schoolmaatschappelijk werkers kunnen een belangrijke signaalfunctie vervullen en mensen met laaggeletterdheid toe leiden naar passende ondersteuning. Als gemeente ontwikkelen we hiervoor praktische handvatten om het gesprek aan te gaan en te informeren over de mogelijk­ heden. We weten dat er een ook een sterk verband is tus­ sen lage taalvaardigheid en armoede.

Daarom hebben we extra aandacht voor laaggeletterdheid bij de gesprekken met inwoners door de consulenten van Werk en Inkomen. Tot slot zetten we in op toegankelijke en begrijpelijke communicatie vanuit de gemeentelijke organisatie (dit is eveneens een actiepunt vanuit inclusie).

We gaan financiële stress tegen

We behouden de voorlichting over het tegengaan en voorkomen van geldproblemen. We bereiken inwoners voordat problematische schulden ontstaan door actief in te zetten op vroegsignalering van betalingsachterstanden en te zorgen voor een goede opvolging van de meldin­ gen. We blijven inzetten op schuldhulpverlening. We verhogen de inzet van budgetbeheer of budgetcoaching als alternatief voor bewindvoering; hier zijn we in de vorige beleids­periode al mee begonnen. Ook blijven we de samenwerking tussen professionals en organisaties

33

verbeteren. De afspraken hierover zijn vastgelegd in overeenkomsten tussen de gemeenten en de uitvoerders van budget­coaching, schuldhulpverlening en budgetbe­ heer. Er is een overeenkomst voor vroegsignalering en een aanzet voor een convenant voor bewindvoering. Het verder uitvoeren van deze afspraken blijft van groot belang om onze inwoners zo snel en goed mogelijk te helpen. We blijven de komende jaren aandacht geven aan het voorkomen dat gezinnen en de kinderen in de gezinnen last hebben van financiële stress. Daarom zetten we de minimaregelingen voor jeugdsport, schoolzwemmen en spullen voor het onderwijs door. En we stemmen tijdig af tussen organisaties en binnen de gemeente als er geldproblemen zijn, die zorgen voor meer problematiek in gezinnen. Ook preventie van geldproblemen bij jeugd is van belang. We willen voorkomen dat jongeren in geldproblemen en schulden raken. Hiervoor blijven we onder andere samen­ werken met scholen, die zich al jaren inzetten tijdens de Week van het Geld.

We begeleiden inwoners naar een passende (werk)plek

We richten ons op persoonlijke aandacht en maatwerk. Per bijstandsgerechtigde wordt er een individueel plan gemaakt waarin de mogelijkheden tot werk, participeren of zorg beschreven staat. Het belangrijkste is dat inwo­ ners zich vitaal en mentaal goed voelen. Vaak komen de stappen richting participeren of werk daarna vanzelf. Daar gaan we ons ook op richten. Dit doen we door trajecten zoals Beweeg je Voor(s)t waar mensen de tijd krijgen om eerst te groeien en succeservaringen op te doen. Intern zorgen we ervoor dat we onze werkprocessen verder verbeteren. We zetten ons in om inwoners te ondersteunen bij een passende (werk)plek binnen de maatschappij. We zijn onderdeel van het regionaal werkcentrum Veluwe Stedendriehoek. Dit is een landelijke opdracht aan de

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

arbeidsmarktregio’s om te zorgen voor meer eenduidig­ heid richting werkgevers en een inclusieve arbeidsmarkt. Zowel regionaal als lokaal werken we samen met partijen en initiatieven om de baangarantie te vergroten. Denk aan de regionale jobcoachvouchers of het lokale aanbod van begeleiding. In de gemeente is ook Social Return on Investment (SROI) van toepassing op al onze aanbestedingen. Het doel is om extra werk(ervaringen)plekken te creëren voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente gaat zich ook inzetten om intern plekken beschikbaar te maken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Denk aan het inclusief werkcafé. We onderzoeken of we sommige inwoners een meer inte­ grale aanpak moeten bieden op het gebied van werk en zorg. Hierdoor kunnen we de inwoner beter meenemen in de ondersteuningsopties. De ondersteuning is erop gericht om iemand verder te helpen bij de nieuwe fases van het leven zoals: werken, ziekte en beperkingen, pensioen en meedoen in de maatschappij.

We voorkomen armoedeval

We voorkomen de armoedeval na het verlaten van de bijstand door een inkomensnorm van 125% te hanteren. Hiermee kunnen inwoners met een inkomen tot 125% van de bijstandsnorm gebruik maken van minimaregelingen, zoals de bijzondere bijstand en Stichting Leergeld. De gemeente heeft al jaren een ruime inkomensnorm van 125% van de bijstandsnorm voor minimaregelingen. Gemeenten mogen deze norm zelf bepalen. De inkomens­ norm boven het bijstandsniveau voorkomt een armoedeval wanneer mensen de bijstand verlaten. Het is dan wel nodig dat mensen met een laag inkomen ook daadwer­ kelijk gebruikmaken van deze inkomensregelingen. We zetten ons daarom in om de bekendheid van regelingen te vergroten. En om hulp aan te bieden bij het aanvragen ervan. Dat doen we door begrijpelijke gemeentelijke communicatie en door de bekendheid van het aanbod bij verwijzers te verhogen.

34

6.3

Door kansengelijkheid te vergroten

Kansengelijkheid hangt samen met vele factoren, bijvoor­ beeld de wijk waar een kind opgroeit of het inkomen van de ouders. Ook zien we dat kansengelijkheid afhangt van of je een jongen bent of een meisje, en of je in Nederland bent geboren of niet. Uiteraard speelt het onderwijs een belangrijke rol bij het vergroten van kansengelijkheid van kinderen. Denk daarbij aan voorschoolse educatie, pas­ send onderwijs en een veilig leerklimaat. Maar er is meer nodig. Een goede samenwerking tussen school, ouders, sociaal werk, het jongerenwerk, de gemeente en andere organisaties vergroot de kans op succes op school en daarbuiten. En zo zullen, naast kansenongelijkheid, ook de groeiende sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen mensen verminderen (zie hoofdstuk 7). Naast het aanpakken van (onderwijs)achterstanden bij kinderen, geldt het credo van gelijke kansen ook voor mensen die door een fysieke en/of psychische beperkin­ gen, etniciteit, cultuur, seksuele voorkeur, religie, leeftijd of welke reden dan ook niet volledig mee kunnen doen in de maatschappij. We hebben dan ook altijd, naast het bieden van kansen (aanbod), aandacht voor de uitkomst (zoals meedoen mogelijk maken), aangezien de uitgangs­ posities niet voor iedereen gelijk zijn. Dit heeft geleid tot het inzicht dat soms ongelijke investeringen nodig zijn om gelijkwaardigheid te bereiken.

Dat wil zeggen dat het soms nodig is om te differentiëren en dus mensen onge­ lijk te behandelen zodat zij uiteindelijk dezelfde kansen krijgen: hoe kwetsbaarder iemands situatie, des te meer maatwerk nodig is.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

Het overgrote deel van de jongeren in onze gemeente ervaart geen grote problemen bij het opgroeien. Wel zien we de kosten voor de inzet van jeugdhulp stijgen. Niet zozeer vanwege een toename van het aantal jongeren in de jeugdhulp. Dit wordt veroorzaakt door de oplopende tarieven en doordat de trajecten langer duren. In de

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

tweede helft van 2023 ontving 8,5% van de kinderen en jongeren van de gemeente jeugdhulp. Landelijk zien we dat de toenemende prestatiedruk, identiteitsproblemen, schooluitval, het gebrek aan toekomstperspectief en sociale media belangrijke factoren zijn voor de toene­ mende behoefte aan jeugdhulp. In onze gemeente speelt de toename niet, wel zijn de problemen herkenbaar voor onze gemeente. Anno 2023 groeide 3% van de kinderen in onze gemeente op in een gezin met een laag inkomen. We weten niet of deze kinderen ook vaker gebruik maken van een vorm van jeugdhulp of bijvoorbeeld achterstanden hebben in het onderwijs. Onderzoek wijst echter uit dat kinderen in gezinnen met een laag inkomen of die te maken krijgen met een echtscheiding wel vaker een kwetsbare positie hebben en vaker een beroep doen op de jeugdhulp. Eén procent van de jongeren was in 2019 (de meest recente cijfers) betrokken bij een echtscheiding. In 2022 heeft 1,8% van de jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar voortijdig de school verlaten en hun opleiding niet afgemaakt. In datzelfde schooljaar was het relatieve verzuim (meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim binnen 4 weken) dat bij onze leerplichtambtenaar terecht kwam 2%.

DIT IS ONZE VISIE

Iedereen verdient dezelfde kans om gezond, veilig en onbezorgd te kunnen opgroeien en om zijn of haar talenten te kunnen ontplooien. Dit begint bij gelijke kansen voor kinderen met dezelfde talenten. Zijn of haar achtergrond, het opleidingsniveau van ouders/ verzorgers of hun financiële situatie mag geen invloed hebben op de onderwijskansen en mogelijkheden om talenten te ontplooien. Ook fysieke en/of psychische beperkingen, etniciteit, cultuur, seksuele voorkeur, religie of leeftijd mogen gelijke kansen niet in de weg staan. Iedereen in onze gemeente moet onvoorwaardelijk, volwaardig, gelijkwaardig en zelfstandig mee kunnen doen. We zien het tegengaan van kansenongelijkheid en het bevorderen van een inclusieve samenleving als een opdracht voor iedereen.

35

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

Kinderen krijgen een kansrijke start

We blijven zo vroeg mogelijk inzetten op een optimale ontwikkeling van kinderen. De eerste duizend dagen, inclusief de maanden vanaf het begin van de zwanger­ schap, zijn namelijk een belangrijke bouwsteen voor de fysieke en mentale gezondheid van het jonge kind. Het welzijn van ouders en kind voor, tijdens en na de zwangerschap is daarbij een belangrijke voorspeller. In deze periode wordt de basis gelegd voor zaken als stof­ wisseling, het immuunsysteem en emotionele hechting. Kinderen die opgroeien in een liefdevolle en beschermde omgeving hebben meer kans op een goede gezondheid. Het ondersteunen van ouders en kinderen helpt om gezondheidsverschillen te verkleinen, vooral voor kinderen in kwetsbare situaties. We implementeren daarom meer interventies gedurende de eerste duizend dagen van een kind.

We maken voorschoolse educatie mogelijk voor alle peuters

Het bieden van gelijke kansen begint al in de vroege kinderjaren. Om deze gelijke kansen aan te bieden, willen we dat het in de gemeente Voorst voor alle inwoners mogelijk is om hun peuter van een voorschoolse voorzie­ ning gebruik te laten maken. In een kinderopvang krijgen alle kinderen namelijk hetzelfde rijke ontwikkelingsaanbod aangeboden en is er extra aandacht voor de kinderen die dit nodig hebben. We informeren ouders en professionals actief over de mogelijkheden en kansen die we bieden, maar de verantwoordelijkheid blijft bij ouders liggen. Het is aan hen op hun kind op te voeden op de manier die bij hen past. De Wet Kinderopvang is de basis voor het uitvoeren van kinderopvang (denk hierbij aan kindcentra, gastouder­ opvang, voor- en na schoolse opvang). De hoofdtaak van de kinderopvang is het opvangen en verzorgen van de kinderen. Waarbij verantwoorde en veilige kinderopvang (emotionele veiligheid, het stimuleren van ontwikkeling en

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

het bieden van een veilige plek) hoofddoelen zijn. Naast deze wettelijke taken is de kinderopvang deel van de context en omgeving rondom een kind. Op deze plek kun­ nen zowel kinderen als ouders elkaar ontmoeten. Door op deze locaties meer aandacht voor informele contacten te laten zijn, investeren we op een laagdrempelige manier in de context en het netwerk rondom een kind. Professionals zijn hierbij aanwezig om te ondersteunen bij (opvoed) vraagstukken.

We organiseren een dekkend aanbod aan inclusief onderwijs en ondersteuning

We zorgen voor een passend onderwijsaanbod voor leer­ lingen op verschillende niveaus, liefst zo dichtbij mogelijk. We bieden zorg en hulp zodat onze kinderen zich naar vermogen kunnen ontwikkelen, ook op school. Daarbij zijn we als gemeente verantwoordelijk voor de extra zorg die sommige kinderen nodig hebben om naar school te kun­ nen. Dit doen we in nauwe samenwerking met de scholen en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Door de Wet passend onderwijs en de Jeugdwet zijn taken en verantwoordelijkheden voor zowel het onderwijsveld als de gemeente veranderd. De samenwerkingsagenda jeugd-onderwijs-zorg en afspraken die zijn gemaakt met het onderwijs over het uitvoeren van de ondersteu­ ningsplannen Passend Onderwijs van de samenwerkings­ verbanden en plannen voor zorg voor de jeugd van de gemeenten, staan ook in het Voorster lokale onderwijsbe­ leid van de komende jaren centraal. Vanuit de Rijksoverheid is er sinds 2023 een landelijke werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035 beschre­ ven. In 2035 bieden scholen en kindcentra een inclusieve ontwikkelomgeving voor élk kind, met of zonder extra ondersteuningsbehoefte en ongeacht cognitieve, fysieke of sociaal-emotionele gesteldheid en culturele achter­ grond. We behandelen alle betrokkenen op basis van gelijkwaardigheid en met respect.

De gemeente Voorst werkt samen met haar partners in het onderwijs aan deze ontwikkeling naar steeds inclusiever onderwijs.

36

In het onderwijs staat vroegtijdig signaleren en preventie van leerproblemen centraal. Professionals in de school maken deel uit van verschillende netwerken, zoals het Samennetwerk Voorst waarin intern begeleiders van basisscholen en professionals vanuit het samenwerkings­ verband Passend Onderwijs en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG, onder andere de schoolmaatschappelijk wer­ kers) met elkaar overleggen. Bijvoorbeeld over de over­ gang van primair onderwijs (po) naar voortgezet onderwijs (vo) en de zorgstructuur in de school. Daarnaast bestaat bijvoorbeeld de Voorster Lokaal Educatieve Agenda waarin bestuurders vanuit kinderopvang, po, vo, speciaal onder­ wijs en CJG met elkaar overleggen over onderwijsachter­ standen, inclusie en zorg in en om de school.

We werken aan een inclusieve gemeente

We werken aan een inclusieve gemeente. Dit betekent een samenleving waarin iedereen onvoorwaardelijk en onbeperkt mee kan doen. Het gaat om iedereen die moeite ondervindt in het meedoen, of dat nu komt door fysieke en/of psychische beperkingen of verschil in cultuur, geslacht, seksuele voorkeur, leeftijd of religie. Dit doen we door sociale en fysieke drempels weg te nemen. En door onderlinge verbinding en contact in de buurten te versterken.

communicatie. We willen herkenbare, representatieve en begrijpelijk communicatie voor alle inwoners, denk bij­ voorbeeld aan de toegankelijkheid van onze gemeentelijke website en gebruik van toegankelijke taal in brieven en folders. Samenwerkingspartners uit het sociaal domein stimuleren we om de in gang gezette beweging te doen volgen. In het kader van verbinding en contact blijven we samen­ werkingspartners en inwoners(initiatieven) aanmoedigen om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan ontmoe­ ting in de buurten en wijken, zodat hun betrokkenheid bij hun buurt of gemeenschap versterkt. We faciliteren hen bij het ontwikkelen en uitvoeren van inclusieve activiteiten. Daarnaast zetten we in op verbinding en samenwerking tussen organisaties en versterken we het netwerk van organisaties die zich inzetten voor een inclusieve samen­ leving. We zoeken de samenwerking op met potentiële organisaties zoals scholen en sportverenigingen om aandacht te vragen voor inclusie.

Dit begint bij bewustwording en zichtbaarheid. Bewust worden van verschillen en overeenkomsten, maar ook elkaar begrijpen is essentieel hierin. Kennis kan ervoor zorgen dat men elkaars verschillen leert waarderen en dat deze verschillen tot verrijking kunnen leiden. Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie hierin. We integreren ‘inclusief ontwerp’ in de gehele gemeentelijk organisatie, waarin we streven om ruimtes te creëren die door iedereen gebruikt kunnen worden. We benaderen inclusie, diversiteit en toegankelijkheid vanuit alle beleids­ velden, maar ook in alle lagen van onze gemeentelijke organisatie. We investeren in trainingen en bijeenkomsten (bijvoorbeeld over inclusieve houding en werkwijze) voor onze gemeentelijke organisatie, maar ook voor inwoners en professionals. Deze lijn zetten we ook door in onze

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

37

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

38

Hoofdstuk 7

EEN LEVEN LANG GEZOND (STRATEGIE II)

Gezondheid is voor iedereen van grote waarde. Het is essentieel voor ons welzijn, om actief te kunnen deelnemen aan de samenleving en om sociale relaties te onderhouden. Omgekeerd heeft deelname aan de samenleving ook een grote invloed op iemands gezondheid. Werk, onderwijs, sociale interacties en activiteiten geven betekenis aan het leven. Als gemeente Voorst hanteren we daarom een brede kijk op gezondheid. Wij zien gezondheid als het vermogen van iemand om zich aan te passen aan veranderingen in zijn of haar leven. Dit omvat de vele sociale, fysieke en emotionele uitdagingen waarmee onze snel veranderende en veeleisende maatschappij ons confronteert. Dit noemen we ook wel Positieve Gezondheid, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van leven in de breedste zin van het woord. Vanuit onze visie op Positieve Gezondheid realiseren wij ons dat gezondheid niet alleen bepaald wordt door individuele factoren als genen, leefstijl en het al dan niet hebben van een beperking. Ook sociale en fysieke factoren als leefomgeving, afkomst, onderwijs en armoede hebben hier invloed op. Al die aspecten samen vormen het systeem waarin iemand leeft. Dat systeem heeft grote invloed op de kansen op een goede gezondheid. De ongelijkheden die hieruit voortvloeien kunnen generaties doorwerken. Maar het leidt ook direct tot verschillen in levensverwachting.

Zo leven mensen met een hoge sociaaleconomische positie in Nederland naar verwachting 4-6 jaar langer dan mensen met een lage sociaaleconomische positie. En mensen met een hoge sociaaleconomische positie leven gemiddeld maar liefst 14 jaar langer in goede gezondheid dan

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

MENSEN MET EEN HOGE SOCIAALECONOMISCHE POSITIE LEVEN IN NEDERLAND NAAR VERWACH­ TING 4-6 JAAR LANGER DAN MENSEN MET EEN LAGE SOCIAALECONOMISCHE POSITIE.

39

mensen met een lage sociaaleconomische positie. In onze gemeente zal dit beeld niet heel anders zijn. Landelijk lukt het nog steeds niet deze verschillen te verkleinen. Dat kan alleen als we iets doen aan de onderliggende mecha­ nismen. Door krachten te bundelen tussen beleidsvelden kunnen we bestaanszekerheid bieden, kansengelijkheid stimuleren en kwetsbare groepen handvatten bieden om gezonde keuzes te maken. We beschouwen het verbeteren van gezondheid dus als een sociale, fysieke én economi­ sche opgave waar we samen met partners in het werkveld aan moeten werken. Eerder legden we uit hoe we inzetten op bestaanszekerheid en een sterke sociale basis, onder andere als basis voor goede gezondheid (hoofdstuk 6.1 & 6.2) en een gezonde, veilige en kansrijke jeugd (hoofdstuk 6.3). Tegelijk realiseren we ons ook dat het verkleinen van gezondheidsachterstanden geen project is, maar een langdurig proces. Dat wil zeggen dat verbetering vaak niet binnen één beleidsperiode zichtbaar is, maar pas op de langere termijn. Deze benadering zien we ook terug in de ambities uit het GALA, waarin we een duidelijke stip op de horizon hebben afgesproken: een gezonde generatie in 2040. En daarvoor moeten we op alle niveaus meer inzetten op preventie.

7.1

We zeiden het al: de zorgvraag én -kosten gaan naar verwachting de komende jaren fors stijgen. Uit weten­ schappelijk onderzoek blijkt dat een deel van deze kosten vermeden kunnen worden door te investeren in preventie op het gebied van publieke gezondheid2, onder andere door het bevorderen van een gezondere leefstijl. Vooral interventies in de schoolsetting of community-interventies blijken hierbij uitermate effectief. Zo scoren programma’s ter bevordering van fysieke activiteit in de gemeenschap, interventies in scholen (zoals anti-pestprogramma’s en rookpreventie), maar ook suïcidepreventie hoog op rendement. Met andere woorden: het beschikbare bewijs laat overtuigend zien: investeren in preventie loont, zowel op gezondheidsvlak als economisch. Toch blijkt het in de praktijk vaak lastig om mensen tot een gezonde leefstijl te bewegen. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid met het Nationaal Preventieakkoord en het GALA flink geïn­ vesteerd om onder andere roken, problematisch alcohol­ gebruik en overgewicht terug te dringen. Ondanks deze investeringen zijn de gestelde ambities volgens doorre­ keningen van het RIVM nog ver buiten bereik. We zien weliswaar dat het hoofdlijnenakkoord van kabinet Schoof-I het belang van preventie benadrukt om de volksgezond­ heid te verbeteren, gezondheidsverschillen te verkleinen en de zorgvraag te beheersen.

Maar in de financiële bijlagen zien we ook dat er fors minder middelen beschik­ baar komen. Zo wordt er 10% gekort op SPUK-gelden en €230 miljoen op incidentele middelen. Daarnaast wordt er oplopend tot €300 miljoen per jaar bezuinigd op de

2

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

Door een versterkte focus op preventie

Lesley Owen, Antony Morgan, Alastair Fischer, Simon Ellis, Andrew Hoy, Michael P. Kelly, The cost-effectiveness of public health interventions, Journal of Public Health, Volume 34, Issue 1, March 2012, Pages 37–45, https://doi.org/10.1093/pubmed/fdr075 Le LK-D, Esturas AC, Mihalopoulos C, Chiotelis O, Bucholc J, Chatterton ML, et al. (2021) Cost-effectiveness evidence of mental health prevention and promotion interventions: A systematic review of economic evalu­ ations. PLoS Med 18(5): e1003606. https://doi.org/10.1371/journal. pmed.1003606

40

publieke gezondheid. Meer gezondheidswinst behalen met geld kan wat ons betreft alleen als we doen wat werkt. Meer doen is niet altijd beter. Het gaat er vooral om dat we het juiste doen. En dat vraagt om effectieve preventie en vroegsignalering. Alleen zo kunnen we toch veel impact maken en de gezondheid van onze inwoners verbeteren.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

Onze jeugd beweegt minder en in combinatie met overgewicht blijft dit bij kinderen en jongeren een aandachtspunt. Maar wat het meest in het oog springt, is achteruitgang van de mentale gezondheid van onze jongeren. Een (landelijke) ontwikkeling die sinds de coronapandemie is versterkt. Ondanks onze inzet hebben we dit helaas nog niet kunnen keren. Vooral het hoge aandeel jongeren dat denkt aan zelfdoding is zorgwek­ kend: een op zes jongeren tussen de 12 en 25 jaar heeft serieuze gedachten aan zelfdoding. Dit percentage loopt nog verder op onder sommige groepen mensen. Zo heeft bijna de helft van de Nederlandse lesbische, homo- en biseksuele (LHB)-volwassenen en jongeren ooit gedachten aan zelfdoding gehad. Dit is ruim 5 keer vaker dan in de algemene (volwassen) bevolking. Maar ook agrariërs zijn een (beroeps)groep met een relatief hoog risico op zelf­ doding. Alhoewel dit landelijke cijfers betreft, is er geen reden om aan te nemen dat dit beeld anders is in onze gemeente. Van de volwassenen in onze gemeente heeft de helft overgewicht en 16% heeft obesitas, een ernstige vorm van overgewicht. De helft van de volwassen bevolking voldoet aan de beweegrichtlijn en we zien dit percentage teruglopen naarmate mensen ouder worden. Desondanks ervaart 72,5% van de volwassenen in de Gemeente Voorst een (zeer) goede gezondheid.

Dit is significant lager voor mensen met een minimum inkomen en/of laagopgeleiden. Ook bij middelengebruik zien we een verband met opleidingsniveau: onder inwoners met een lagere oplei­ ding wordt het meest gerookt en ook alcoholgebruik is het hoogst in die groep. ‘Voorst onder de loep’ (een

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

kwalitatief onderzoek naar maatschappelijke proble­ matiek in de gemeente Voorst) heeft verder laten zien dat alcoholgebruik niet alleen genormaliseerd is onder volwassenen, maar dat alcoholgebruik onder kinderen ook nog te vaak wordt geaccepteerd door hun ouders. Op (problematisch) drugsgebruik in onze gemeente hebben we zeer beperkt zicht, maar uit landelijke cijfers weten we dat de wereld van drugsgebruik zeer dynamisch is en nieuwe middelen snel aan populariteit kunnen winnen. Terwijl het aantal gebruikers van bijvoorbeeld cannabis, ecstasy en cocaïne in de algemene bevolking de afgelopen jaren vrijwel gelijk is gebleven, hebben we gezien dat middelen als 3-MMC in sommige doelgroepen aan een snelle opmars bezig zijn en lokaal voor veel problematiek kunnen zorgen.

Denk je aan zelfdoding? Praten helpt. Neem 24/7 gratis en anoniem contact op. Chat via 113.nl of bel 113.

DIT IS ONZE VISIE

Het is onacceptabel dat mensen in Nederland met een kwetsbare economische positie gemiddeld vier tot zes jaar eerder sterven en vijftien jaar korter in goede gezondheid leven. Aangezien de belangrijkste oorza­ ken van deze gezondheidsverschillen vaak buiten het gezondheidsdomein liggen – zoals armoede, schulden en leefomstandigheden – is het verminderen van deze ver­ schillen een gedeelde verantwoordelijkheid van meerdere beleidsgebieden. Want iedereen verdient dezelfde kans op een gezond een vitaal leven. Daarom differentiëren we onze aanpakken en strategieën vanuit het perspectief van sociaaleconomische kwetsbaarheid: hoe kwetsbaarder iemands situatie is, hoe meer maatwerk nodig is. Het gezondheidsbeleid is daardoor nauw verbonden aan onze inspanningen om bestaanszekerheid te garanderen en de sociale basis te versterken (hoofdstuk 6). Daarnaast

41

hanteren we enkele specifieke strategieën om de gezond­ heid van onze inwoners te verbeteren. Die leggen we hieronder uit.

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

We werken aan vijf ketenaanpakken:

Vanuit GALA en IZA werken we in regionaal verband aan vijf ketenaanpakken: 1. Welzijn op recept, zie ook hoofdstuk 8.1 2. Valpreventie, zie ook hoofdstuk 7.2 3. Kansrijke start, zie ook hoofdstuk 6.3 4. Gezonde leefstijlinterventie voor volwassenen 5. Kind naar gezonder gewicht

We versterken de mentale gezondheid voor iedereen

Iedereen heeft wel eens een minder goede dag. Maar wat als deze mindere dagen steeds vaker terugkomen en er een verslechtering van de mentale gezondheid dreigt te ontstaan? We zijn ervan overtuigd dat het altijd zinvol is om mentale gezondheid te versterken: zowel psychisch gezonde mensen als degenen met psychisch lijden hebben baat bij initiatieven die mentale gezondheid bevorderen. De aanpak van mentale gezondheid vraagt om een inte­ grale benadering over alle levensgebieden. Het onderwerp mentale gezondheidsbevordering is op dit moment belegd bij een veelheid van organisaties waardoor het aanbod versnipperd is en niet altijd goed aansluit bij de vraag. Willen we een wezenlijke verandering teweegbrengen in de mentale gezondheid van onze inwoners, moeten we toewerken naar een sluitend aanbod van wetenschappelijk voldoende onderbouwde interventies. We volgen hierin de landelijke aanpak ‘Mentale Gezondheid: van ons allemaal’. We verzamelen daarvoor allereerst informatie om te kun­ nen bepalen waar specifieke inzet het hardst nodig is en

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

werken waar mogelijk samen met onze buurtgemeentes om krachten te bundelen. Jeugd en jongeren is hierin een specifieke doelgroep die bijzondere aandacht behoeft. We weten namelijk dat 75% van de psychische klachten begint voor de leeftijd van 24 jaar en 50% al voor de leeftijd van 14 jaar3. En dat het hebben van psychische problemen op jonge leeftijd vaak leidt tot lichamelijke en psychische problemen op latere leeftijd, waaronder middelengebruik, slaapproblemen, depressieve stoornissen en suïcidaliteit. In samenwerking met onze partners onderzoeken we hoe we zo goed mogelijk aan kunnen sluiten bij de specifieke behoefte van elke doelgroep. Om tot passende acties te komen is het namelijk van belang om ons aanbod op lokaal niveau samen met partijen binnen buiten de zorg, zoals de GGZ, POH-GGZ, GGD, verenigingen en belangen­ organisaties – én samen met inwoners – af te stemmen. We dagen onze inwoners uit om het gesprek aan te gaan over mentale gezondheid. De voorzieningen waar dit mogelijk is richten we zo laagdrempelig mogelijk in. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inloopvoorzieningen zoals de ontmoetingsplekken, Stichting Vriendendiensten, Korak, het onderwijs en het jongerenwerk. Ook betrekken we sleutelfiguren uit de kernen en onze maatschappelijke partners bij het bespreekbaar maken en het signaleren van mentale gezondheidsproblemen.

Het streven is hierin om zo dicht mogelijk bij de leefwereld van de inwoners aan te sluiten. Suïcidepreventie pakken we in regionaal verband op. Vanaf 2025 zal dit een taak worden van gemeenten. In samenwerking met de buurtgemeenten hebben we

3

Kessler, R. C., Angermeyer, M., Anthony, J. C., DE Graaf, R., Demyttenaere, K., Gasquet, I., DE Girolamo, G., Gluzman, S., Gureje, O., Haro, J. M., Kawakami, N., Karam, A., Levinson, D., Medina Mora, M. E., Oakley Browne, M. A., Posada-Villa, J., Stein, D. J., Adley Tsang, C. H., Aguilar-Gaxiola, S., Alonso, J., … Ustün, T. B. (2007). Lifetime prevalence and age-of-onset distributions of mental disorders in the World Health Organization’s World Mental Health Survey Initiative. World psychiatry: official journal of the World Psychiatric Association (WPA), 6(3), 168–176.

42

een kwartiermaker aangesteld om toe te werken naar een concreet plan van aanpak.

doelstellingen zijn daarom ‘geen alcoholgebruik onder de 18 jaar’ en ‘minder overmatig en zwaar alcoholgebruik’.

Na een voorzichtige verkenning gedurende de looptijd van de voorgaande Kadernota positioneren we Positieve Gezondheid en de daaraan verwante methode van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag nog sterker binnen onze organisatie. Positieve Gezondheid is de benadering die binnen de gezondheidszorg niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsver­ mogen van mensen en niet op de beperking of ziekte. In het regioplan dat is opgesteld door Deventer, Olst-Wijhe, Raalte en Voorst als onderdeel van het IZA is werken aan Positieve Gezondheid één van de drie bewegingen die worden ingezet naast de vijf verschillende programmalij­ nen. Het gaat hierbij om het stimuleren van eigen regie, het nemen van initiatief en het betrekken van mensen bij beslissingen over hun gezondheid. De werkpakketten onder deze beweging dragen hieraan bij.

We streven ernaar om beter zicht krijgen op drugsgebruik in onze gemeente. Aangezien gedegen monitoring op dit gebied momenteel ontbreekt, onderzoeken we de moge­ lijkheden om hierin te investeren om eventueel beleid te kunnen baseren op een goede probleemanalyse. Ons primaire doel hierbij is het voorkomen van gebruik. We inventariseren welke aantoonbaar effectieve interventies hiervoor beschikbaar zijn.

We ontwikkelen pragmatisch en evidencebased alcohol- en drugsbeleid

Gemeenten zijn uitvoerders van de landelijke Alcoholwet. Een van de voornaamste doelen van de Alcoholwet is om jongeren te beschermen tegen de schadelijke effecten van alcohol op de gezondheid en de veiligheid. Elk kind heeft immers het recht om gezond en veilig op te groeien. Sleutel voor een effectieve alcoholontmoediging is een integrale aanpak gestoeld op preventieve maatregelen, handhaving en voorlichting. We werken dit verder uit in een Preventie- en handhavingsplan alcohol. Hierin staan de belangrijkste maatregelen die we gaan nemen om problematisch alcoholgebruik te verminderen. Om ver­ schillende redenen is alcoholgebruik voor jongeren extra risicovol. Het verstoort de ontwikkeling van de hersenen en de kans op verslaving is groter naarmate jongeren eer­ der beginnen met drinken. Daarnaast blijkt dat wanneer jongeren eenmaal gaan drinken, ze onverminderd vaak grote hoeveelheden alcohol drinken. Onze belangrijkste

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

We ondersteunen sportverenigingen en hun actief kader

We stimuleren sporten en bewegen gedurende de gehele levensloop. De basis voor een leven lang sporten wordt op jonge leeftijd gelegd. Daarom faciliteren we de inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs, waardoor we de kwaliteit van het bewegingsonderwijs borgen en we meer zicht op de motorische ontwikkeling en het beweeggedrag van onze jonge inwoners krijgen. Naarmate jongeren ouder worden, zien we hun beweeggedrag namelijk afnemen. We kijken daarom hoe we in samenwerking met onze partners meer sport- en beweegaanbod voor (jong)volwassenen kunnen faciliteren. Hierbij zijn vitale sportverenigingen cruciaal. Zij vormen de basis van de sportinfrastructuur in Voorst en vervullen daarmee ook een belangrijke maatschappelijke functie door mensen te stimuleren om elkaar te ontmoeten. We ondersteunen sportverenigingen en andere sportaanbieders, bijvoor­ beeld om de vereniging te versterken en vitaal te houden, wegwijs te maken in wet- en regelgeving en deskundig­ heidsbevordering van het (vrijwillig) kader. We versterken de sportinfrastructuur in de gemeente Voorst en maken deze toekomstbestendig, bijvoorbeeld door samenwerking te stimuleren en te kijken waar investeringen in onze accommodaties echt noodzakelijk zijn. Om kwetsbare inwoners meer in beweging te krijgen, voeren we projecten uit waarbij we sport inzetten als

43

middel. In deze projecten gebruiken we sport niet alleen om mensen te laten sporten of bewegen, maar ook om bredere maatschappelijke doelen te bereiken. Hiermee creëren we niet alleen aanbod voor de sportieve inwo­ ners, maar zetten we sport en beweging in op diverse beleidsterreinen, zoals het voorkomen of verminderen van overgewicht, het bestrijden van eenzaamheid, en het bevorderen van een gezonde leefstijl. Sport is een uiterst effectieve en kostenefficiënte vorm van preventie. Daarom zorgen we voor een laagdrempelig en toeganke­ lijk sport- en beweegaanbod door verbinding te zoeken met bijvoorbeeld leefstijltrajecten als de gecombineerde leefstijl interventie voor volwassenen, uniek sporten, leefstijlinterventie voor kinderen en werkparticipatie. Daarnaast zorgen we ervoor dat sporten en bewegen voor iedereen financieel toegankelijk is.

7.2

Door een groene, gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen

De omgeving waarin wij leven, werken en recreëren (de fysieke leefomgeving) is van directe invloed op onze leefstijl en daarmee op onze gezondheid. Een effectief gezondheidsbeleid kan daarom alleen slagen door een integrale benadering waarbij aandacht is voor zowel de sociale als fysieke leefomgeving. Als gemeente willen we gezondheid steviger integreren in de gebiedsontwikkeling. Daarom besteden we meer aandacht aan wat er nodig in de fysieke en sociale leefomgeving om gezondheidswinst te bereiken voor onze inwoners. En maken we gezondheid een vast onderdeel van de belangenafweging in ruimtelijk beleid.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

Het woon- en leefklimaat in de gemeente Voorst is over­ wegend goed. Er zijn geen grote gebieden met bijvoor­ beeld overmatige geurhinder, geluidsoverlast of slechte luchtkwaliteit. Veranderingen in het klimaat leiden tot

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

meer hittestress, meer en langere periodes van regenval en langere droogte. Dit vraagt om aandacht hiervoor bij de inrichting van de openbare ruimte zodat we ook voor toekomstige generaties een gezonde leefomgeving ont­ wikkelen. De focus in het beleid ligt op het bevorderen van de mogelijkheden tot bewegen.

VISIE: ZO ZIEN WE HET VOOR ONS

Onze ambitie is: meer gezonde jaren voor iedereen en een gezonde generatie in 2040. We erkennen dat we dit alleen kunnen bereiken door integraal samen te werken met andere beleidsvelden. De integrale benadering zien we bijvoorbeeld terug in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 en de nieuwe Omgevingswet: gezondheid is onderdeel van het ruimtelijk beleid en vraagt om een integrale benadering waarbij de fysieke leefomgeving niet los kan worden gezien van de sociale leefomgeving. Door de fysieke en sociale aspecten integraal te bekijken, borgen we het gezondheids­aspect in de beleidsontwikkeling en uitvoering van al het gemeente­ lijk beleid. Dat betekent dat we met relevante instellingen en organisaties afstemmen hoe we de gezondheid van onze inwoners beschermen en bevorderen bij ruimtelijke ontwikkelingen en in ruimtelijke programma’s.

ZO GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN

We bouwen aan een beweegvriendelijke openbare ruimte bij (her)inrichting

Bewegen is een belangrijk middel voor gezondheid, maar ook voor inwoners om elkaar te ontmoeten. Het versterkt zo ook de sociale cohesie en veiligheid in onze buurten. Hierbij hoeft niet uitsluitend gedacht te worden aan de klassieke vorm van sporten via een vereniging, waarbij de sportbeoefening voorop staat (zie ook hoofdstuk 7.1). Het kan ook gaan om een wandeling, elkaar ontmoeten tijdens het spelen van de kinderen of een potje jeu de boules. Daarom zorgen we voor voldoende groen in de omgeving voor sport, spel en recreatie. Bij de inrichting van de openbare ruimte hanteren we het principe ‘groen,

44

tenzij’: we ruilen geen groen in voor grijs, beperken de verharding tot het strikt noodzakelijke en voegen waar mogelijk extra groen toe. We houden rekening met natuur­ lijke speelvormen en ontwerpen de omgeving zo dat deze daartoe uitnodigt. Bij grote ondergrondse werkzaamheden, zoals bij de warmtetransitie of rioolvernieuwing, zorgen we ervoor dat de straat na afloop beweegvriendelijker wordt ingericht. Daarbij prioriteren we voetgangers en fietsers voor gemotoriseerd verkeer en bevorderen het fietsen door het versterken van de fietsinfrastructuur. Hierbij is ook aandacht voor veiligheid en toegankelijkheid, in het bijzonder voor toegankelijkheid voor voorzieningen voor mensen met een fysieke beperking en voor ouderen.

We zetten in op een toekomstbestendige fysieke leefomgeving

In 2025 gaan we onze Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (omgevingsvisie) herijken. Met het oog op 2040 (en een doorkijk naar 2050) voor onze toekomstige generaties zetten we met de omgevingsvisie in op het formuleren van ambities en acties die bijdragen aan het verstevigen van de toekomstbestendigheid van de leefomgeving en haar gebruikers. Uitgangspunt is dat Voorst een gemeente wil zijn waar het goed wonen, werken, ondernemen en recreëren is en dat omgevingskwaliteit hierbij centraal staat. Dat wil zeggen met oog voor de natuur, gezond­ heid, milieu en duurzaamheid.

In onze omgevingsvisie besteden we naast aandacht voor klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte, biodiversiteit en voldoende groen in de omgeving voor sport, spel en recreatie ook aandacht aan ruimte voor ontmoeting, de aanwezigheid van (zorg)voorzieningen en de leefbaarheid van het platteland. Ook in onze woningbouwopgaaf zetten we in op de juiste woning voor de juiste doelgroep op de juiste plek. Daarbij houden we rekening met de toenemende vergrijzing en een toename van een- en tweepersoonshuishoudens in de gemeente.

We werken tegelijk aan valpreventie

Naast een beweegvriendelijke woonomgeving werken we tegelijk aan valpreventie, want de meeste ongelukken vinden plaats in en om het huis. Valpreventie is een van de ketenaanpakken die worden genoemd in het GALA. Deze ketenaanpak richt zich op de 65-plussers. De interventies zijn gericht op het verminderen van risicofactoren voor vallen. Een effectieve valpreventie-aanpak bevat altijd een valpreventieve beweeginterventie.

Een gezonde leefomgeving is een belangrijk vertrekpunt waarbinnen we als gemeente denken en handelen. We zetten in op een goede kwaliteit van leven voor huidige en toekomstige generaties. Dit vraagt ons om bij ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te hebben voor eventuele nega­ tieve effecten die ingrepen en landgebruik - op de korte én de lange termijn - met zich meebrengen. We streven ernaar om negatieve effecten zo veel mogelijk in te per­ ken. Daarbij kijken we niet alleen vooruit in de tijd, maar gaat ook aandacht uit naar het effect van onze keuzes op gebieden elders.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

45

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

46

Hoofdstuk 8

INNOVATIE VAN ZORG EN ONDERSTEUNING (STRATEGIE III)

In hoofdstuk 7.1 leggen we uit hoe preventie (een deel van) de groeiende zorgvraag kan voorkomen. Toch dreigt de vraag naar zorg sneller te stijgen dan het aanbod. Naast deze reductie van de groei van de zorgvraag ontkomen we er dus niet aan dat we de samenleving beter moeten voorbereiden op schaarste in de zorg. Om passende zorg en ondersteuning toe­ gankelijk te houden voor kwetsbare mensen, is het van belang dat de medische en de gemeentelijke expertise goed worden benut.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

OM PASSENDE ZORG EN ONDERSTEUNING TOE­ GANKELIJK TE HOUDEN VOOR KWETSBARE MEN­ SEN, IS HET VAN BELANG DAT DE MEDISCHE EN DE GEMEENTELIJKE EXPERTISE GOED WORDEN BENUT.

47

8.1

Door een nauwe samenwerking met het medisch domein

Niet alle vraagstukken in de zorg vragen noodzakelij­ kerwijs om een medisch antwoord. Dat is een van de uitgangspunten van het IZA waar we ons als gemeente aan hebben gecommitteerd. Dit akkoord brengt aan aantal belangrijke veranderopdrachten met zich mee. Het IZA maakt mogelijk dat er ­transformatieplannen kunnen worden ingediend waarbij gemeenten, zorgverzekeraar en aanbieders van zorg en welzijn samenwerken.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

Alhoewel de contacten van het sociaal domein met het medisch domein in de laatste jaren zijn toegenomen, con­ stateren we dat nog vaak voor een medische weg wordt gekozen in plaats van de route via het sociaal domein. Dat we werken langs gebaande paden en daarin vastlopen. We veronderstellen dat een route via het sociaal domein in veel gevallen beter is, al was het maar om de zorgsector, met name de GGZ, te ontlasten. Voor behandeling in de GGZ bestaan lange wachtlijsten. Om dit mogelijk te maken is transformatie nodig. Eerste stappen hierin hebben we al gezet door het sociaal domein aan te sluiten op ZorgDomein, een platform waarmee zorgverleners zoals huisartsen patiënten gemakkelijk kunnen doorverwijzen naar het sociaal domein.

VISIE: ZO ZIEN WE HET VOOR ONS

De groeiende zorgvraag moet worden omgebogen om de zorg nu en in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Dat vraagt ook om een andere inzet van financi­ ële middelen.Transformatie vraagt om buiten de gebaande paden te denken en over de schotten van wetgeving heen. Het vraagt om nieuwe werkwijzen tussen het medisch domein en het sociaal domein. Daar gaan we de komende jaren aan werken.

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

We implementeren het ‘verkennend gesprek’

Vanaf 2025 wordt het ‘verkennend gesprek’ vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering voor mensen met psychische klachten die ook andere problemen hebben, zoals schulden of eenzaamheid. Wij implementeren deze nieuwe werkwijze stapsgewijs, waarbij we het aantal deel­ nemende huisartspraktijken in de loop van de komende jaren uitbreiden. De huisarts is de partij die, met een verkennend gesprek, de hulp kan inroepen van experts uit de GGZ, het sociaal domein en van ervaringsdeskundigen, om samen te beoordelen of de hulpvraag van een persoon kan worden geadresseerd met een niet-medische aanpak. De verwachting is dat cliënten zo eerder op de juiste plek geholpen worden en dat de wachtlijsten in de GGZ ver­ minderen. Hiertoe moet een passend werkproces worden ingericht.

We werken het transformatieplan GEM uit

Vanuit het regioplan in het kader van mentaal welbevinden werken we met zorgverzekeraar, huisartsen, voorlig­ gend veld en zorgaanbieders aan een transformatieplan ‘Ecosysteem mentale gezondheid’ (GEM). GEM heeft oog voor de samenloop van psychische klachten en bestaansonzekerheid. GEM zet in op minder maatschappelijke uitval, destigmatisering, GGZ als net­ werkonderdeel, effectievere zorg en ondersteuning en het verlagen van de druk op zorgpersoneel. Om dit te berei­ ken, zijn uitgangspunten geformuleerd. Een belangrijk onderdeel is het zo mogelijk werken in groepen in plaats van individueel. Het gedachtegoed van GEM is vertaald naar wat er nodig is in de regio Midden-IJssel. Ook de inrichting van alle vier functies van het Mentaal Gezondheidsnetwerk (eveneens een IZA-afspraak) zijn onderdeel van dit transformatie­ plan. Dit zijn:

48

• Het werken aan verkennende gesprekken; • Het transfermechanisme (inzicht in vraag en aanbod van zorg); • Informatievoorziening over wachttijden; • Domeinoverstijgend casusoverleg. We zetten de IZA-middelen in om deze transformatie mogelijk te maken. De beoogde effecten van GEM als ecosysteem zijn zowel kwalitatief (o.a. betere toeganke­ lijkheid en betere regionale samenwerking) als kwantitatief (o.a. structurele verlaging van de Zvw-kosten van de GGZ). Naar verwachting wordt deze aanpak in de periode 2025 t/m 2027 uitgerold.

We implementeren ‘Welzijn op recept’

Welzijn op recept is een ketenaanpak in het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en een alternatief voor mensen met psy­ chosociale klachten. Ook hier vindt samenwerking met het sociaal domein plaats. De eerdergenoemde verkennende gesprekken en de verwijzing naar het sociaal domein overlappen elkaar enigszins, dus daar zal ook een prakti­ sche uitwerkingsvorm voor moeten worden gevonden.

8.2

Door de gecombineerde inzet van ervaringsdeskundigen en sociaal werkers

In hoofdstuk 6.1 leggen we uit hoe vrijwilligers cruciale steunpillaren zijn in de sociale basis van onze kernen. Die sociale basis draagt eraan bij dat inwoners voor veel van hun dagelijkse problemen dicht bij huis een oplossing kunnen vinden. Sommige vrijwilligers maken daarbij in meer of mindere mate gebruik van hun eigen ervaringen. We hebben het dan over ervaringsdeskundigen. In de gemeente Voorst zijn ervaringsdeskundigen onder andere actief in de voorzieningen in het ‘voorliggend veld’, bijvoorbeeld in de inloop mentale gezondheid. Zij weten bijvoorbeeld hoe het voelt om jarenlang mishandeld te worden en hoe ingewikkeld het kan zijn om daar iets aan te doen, of hoe je na psychische problemen weer ‘gewoon

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

door’ moet. Dat zorgt voor herkenning, als startpunt van verandering. Zij zijn, naast de algemene ondersteu­ ning door vrijwilligers, nét een extra toevoeging en van onschatbare waarde voor mensen die uit balans zijn of die, om welke reden dan ook, moeilijk te bereiken zijn door de (formele) zorg. Vooral voor deze laatste groep is de inzet van ervaringsdeskundigheid, bijvoorbeeld in de GGZ en verslavingszorg, niet nieuw en is de werking ervan meer dan voldoende bewezen. Wij zien ervaringsdes­ kundigen ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, als tool om mensen vanuit het beginsel van gelijkwaar­ digheid ruimte te geven om te werken aan herstel én om specialistisch zorggebruik te verminderen (weergegeven door pijl van boven naar beneden in het kader Het sociaal stelsel). Voorwaarde voor succesvolle inzet van ervarings­ deskundigen is dat het onafhankelijk van formele zorg of ondersteuning is, zo leert de ervaring. Wel heeft het ondersteuning in de vorm van facilitering nodig. Daarin zien wij onze rol als gemeente.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

We hebben de afgelopen jaren gemerkt dat de positie van ervaringsdeskundigen als vrijwilligers kwetsbaar is. Het is lastig voor organisaties om ervaringsdeskundigen te vin­ den en vooral te houden. De groep ervaringsdeskundigen is divers, maar bevindt zich vaak in een positie waarin hun werk als ervaringsdeskundigen niet (eenvoudig) te combi­ neren valt met werk of opleiding. Daarmee wordt ook de roep naar structurele ondersteuning en financiering ervan luider.

VISIE: ZO ZIEN WE HET VOOR ONS

We willen ervaringsdeskundigheid sterker positioneren in het voorliggend veld. De ervaringsdeskundige onder­ scheidt zich van andere hulpverleners doordat hij of zij ervaringskennis heeft van de methoden die het herstel­ proces van cliënten ondersteunen en doordat hij of zij zelf een voorbeeld is van hoop en empowerment. Concreet zien we een rol voor beroepsmatige ervaringsdeskundig­ heid in het ondersteunen van zelfhulp en herstelprocessen van zowel individuen als groepen.

49

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

We faciliteren de inzet van beroepsmatige ervaringsdeskundigen

We blijven initiatieven steunen die ervaringsdeskundigen inzetten om mensen te helpen werken aan hun herstel. Met herstel bedoelen we het begeleiden naar een vervullend leven ondanks (mentale) klachten, een (psychische) kwets­ baarheid of een andere beperking. Herstel krijgt dus een andere betekenis dan de meer traditionele van genezing en ziekte. We zien deze vorm van ondersteuning als aanvul­ ling op én deels als vervanging van de (vaak dure) formele zorg. Ervaringsdeskundigen kunnen namelijk een sleutelrol spelen in het verkleinen van de afstand tussen mensen met een (psychische) kwetsbaarheid en hulpverleners en daar­ mee de kloof tussen de systeemwereld van de zorg en de leefwereld van mensen overbruggen. Omdat ervaringsdes­ kundigen zelf ervaring hebben met ontwrichting en herstel, hebben ze het vermogen om vanuit die ervaring ruimte te maken voor het herstel van anderen. Als gemeente sturen we op gelijkwaardige samenwerking: als opdrachtgever nemen we dit mee in de aanwijzingen aan zorg- en ondersteuningspartijen. De inwoner krijgt zo weer regie over haar eigen leven en ontwikkelt het vermogen om een nieuwe weg te vinden in het leven. Om de continuïteit van ervaringsdeskundigheid ter bevordering van herstel te waarborgen, faciliteren we de (semi)professionalisering van ervaringsdeskundigen als betaalde functie.

8.3

Door een goed werkende lokale toegang

Met ‘lokale toegang’ bedoelen we het proces van toe­ gang naar advies, ondersteuning, hulp en zorg vanuit de verschillende sociaal domeinwetten. Het is de plek waar inwoners terecht kunnen voor eventuele zorg of ondersteuning. De gemeente heeft de wettelijke taak om deze toegang tot het sociaal domein goed te rege­ len. Professionals in de toegang bepalen in hoeverre er

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

ondersteuning of aanvullende (meer, gespecialiseerde vormen van) hulp nodig is.

DIT IS WAT WE CONSTATEREN

In de gemeente Voorst overlappen de toegangen vanuit de verschillende wetten, maar ze zijn niet hetzelfde. De afgelopen periode hebben we stappen gezet richting één integrale gemeentelijke toegang voor jeugdhulp, Wmoondersteuning en Werk & Inkomen: de Frontoffice. In de aankomende beleidsperiode gaan we door met de door­ ontwikkeling van de lokale toegang.

VISIE: ZO ZIEN WE HET VOOR ONS

We zien een goed toegeruste toegangsfunctie als sleutel om zorg en ondersteuning optimaal te organiseren, waarbij het perspectief van de inwoner centraal komt te staan. In een recente publicatie heeft de VNG uitgewerkt aan welke eisen de lokale toegang moet voldoen om inwoners in kwetsbare en complexe situaties te kunnen ondersteunen. We hanteren dit kader als meetlat waaraan we onze toegang toetsen en - waar nodig - aanpassen. We plaatsen hierbij wel een kritische kanttekening: onze toegang en de (inrichtings)keuzes die we als gemeente maken, kunnen niet alles oplossen. We opereren als gemeente niet in een vacuüm, maar juist binnen een context waar veel uitdagingen liggen. We dienen daarom ook naar de inwoners toe voorzichtig te zijn met het wekken van de verwachting dat álles maakbaar is, en dat professionele zorg ‘de oplossing’ kan bieden. Stellen dat dit wel zo is, schept verkeerde en te hoge verwachtingen bij onszelf, bij onze medewerkers en bij inwoners.

HOE GAAN WE DIT DOEL BEREIKEN?

De lokale toegangen zijn dichtbij, integraal en met mandaat

We richten onze toegang zo in dat inwoners kunnen met hun hulpvraag laagdrempelig terecht kunnen bij de gemeente. Het contact is vriendelijk, er wordt oprecht geluisterd en gaat uit van vertrouwen. Zo lang als nodig blijft de medewerker aanspreekpunt en vertrouwd gezicht.

50

De kern is dat in het contact met de hulpvrager niet de regels het start- en eindpunt vormen, maar de vraag en situatie. De medewerkers in de lokale toegangen hanteren een brede blik en doen, samen met inwoners, een brede analyse met oog voor de context en verschillende leefge­ bieden van hulpvrager en (waar van toepassing) het gezin en omgeving. We trainen de medewerkers van het lokale toegangen voor het hanteren van de brede blik en op het gebruik van werkbare methodes en technieken. Om voor inwoners (voor de langere termijn) passende hulp te bieden gaan we de samenwerking aan met vrijwillige inzet, met voorzieningen uit het voorliggend veld en met (tijdelijke) specialistische expertise. Niet elke hulpvraag heeft een professioneel antwoord nodig. Daarbij kijken we steeds expliciet naar eigen kracht en het informele netwerk, die daarbij cruciaal zijn. Om met een brede blik samenhangende, passende hulp in te zetten is verbeterde samenwerking nodig met het gebied waarin medewerkers van de lokale toegang werken.

Die relaties gelden voor de gemeentelijke domeinen als Wmo, Jeugdwet, Werk & Inkomen en schuldhulpverlening, maar ook welzijnswerk, woningbouwcoöperaties, (passend) onderwijs, leerplicht, kinderopvang en het medisch domein van huisartsen, jeugdartsen, jeugdgezondheidszorg, wijkverpleging, (vol­ wassen) GGZ en andere zorgpartijen, en tenslotte partijen met een veiligheidsexpertise. Een verbeterde samenwer­ king moet zorgen dat de hulpvrager sneller passende hulp ontvangt en dat onnodige instroom in bijvoorbeeld de GGZ wordt voorkomen. Hulpverlening is niet langer enkel bedoeld om aan over te dragen, maar om dichtbij aanwezig te zijn: voor overleg, voor tijdelijke inzet of voor een langer hulptraject. Daarom ontwikkelen we de consultatiefunctie voor specialistische expertise.

plaatsvindt. Samenwerking over domeinen kan alleen bij goede gegevensuitwisseling zodat hulpvragers niet altijd hetzelfde verhaal hoeven te doen. Natuurlijk is dat aan regels gebonden. Als gemeente zorgen we voor een doordachte gegevensverwerking bij samenwerking, zodat bestaande mogelijkheden optimaal worden benut. Tegelijk blijven we als gemeente en teams kritisch op de vraag welke informatie, met welk doel en op welke grondslag nodig is. Deze integrale samenwerking tussen het lokale team van Jeugd, Wmo en specialistische zorg bij jongeren die 18 jaar worden is cruciaal. Een half jaar voordat een jeugdige de formeel meerderjarige leeftijd van 18 jaar bereikt, stellen we daarom een toekomstplan op in samenwerking met de jeugdhulpaanbieder. Tot slot kan de samenwerking binnen het sociaal domein een stimulans krijgen door het gebruik van één integrale verordening.

We hebben oog voor (on)veiligheid

Niemand wil een onveilige omgeving en desondanks krijgen veel mensen ermee te maken. Medewerkers van de toegang hebben een rol om onveiligheid te signaleren en om inwoners te helpen bij het krijgen van passende hulp en daarbij vinger aan de pols te houden. Bij zorgen over onveiligheid wordt dat bespreekbaar gemaakt met de aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermis­ handeling en/of de coördinator veiligheid. De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt gebruikt en we betrekken waar nodig Veilig Thuis. Waar onveiligheid speelt blijft het lokaal team betrokken en zet zich met behulp van partners vasthoudend in op het vergroten van de veiligheid.

Als een medewerker in de toegangen na een goed gesprek en gedegen analyse samen met de hulpvrager consta­ teert dat een ander gemeentelijk domein aan zet is, dan heeft de medewerker mandaat dat hieraan opvolging

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

51

BEGRIPPENLIJST Woord

Betekenis

Bestaanszekerheid

De zekerheid dat men in de basisbehoeften kan voorzien, zoals voedsel en onderdak.

Positieve gezondheid

Een brede kijk op gezondheid die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. Mensen worden aangesproken op hun vermogen tot actie en niet benaderd als zieke of iemand met een beperking. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens. Positieve Gezondheid betekent dat iemand zingeving ervaart en vaardigheden ontwikkeld heeft om de uitdagingen van het leven aan te kunnen.

Decentralisatie

Mantelzorg Preventie

Sociale basis

Pedagogische basis Voorliggend veld Zelfredzaamheid Hervormingsagenda Veerkracht

Gezondheidsachterstanden Kindcentra

Ervaringsdeskundigen

Het overdragen van taken van de centrale overheid naar lagere overheden.

Zorg die langdurig en onbetaald wordt gegeven aan zieke familieleden of vrienden. Het voorkomen van problemen of ziekten door vroegtijdig in te grijpen.

De sociale verbanden van inwoners onderling waardoor mensen kunnen samenleven, elkaar kunnen ontmoeten en kunnen meedoen. En de sociale infrastructuur en de fysieke leef­ omgeving van inwoners die hier ondersteunend aan is.

Het deel van de sociale basis dat bijdraagt aan opgroeien, opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren en de ondersteuning van ouders.

Het georganiseerde, ondersteunende en vrij toegankelijke aanbod voor bewoners in een wijk of de gemeente (algemene, collectieve en voorliggende voorzieningen). De mate waarin mensen zelf het vermogen hebben om regie te voeren over hun leven en hun netwerk in te kunnen en willen zetten bij het oplossen van eventuele problemen. Plan voor structurele veranderingen in een bepaald beleidsterrein. Het vermogen om te herstellen van tegenslagen.

Ongelijkheden in gezondheid tussen verschillende groepen mensen.

Integrale voorzieningen waar onderwijs, opvang, zorg en welzijn voor kinderen van 0-12 jaar oud samenkomen.

Mensen die hun persoonlijke ervaringskennis (professioneel) inzetten om anderen te helpen. Zij onderscheiden zich van reguliere hulpverlening door de inbreng van deze persoonlijke ervaringen. Soms volgt de ervaringsdeskundige een opleiding zodat hij dit werk beroeps­ matig en betaald kan doen.

Dit is een uitgave van: Gemeente Voorst Postbus 9000, 7390 HA Twello www.voorst.nl 0571-27 99 11 Januari 2025

SOCIAAL DOMEIN 2025 – 2028 – KADERNOTA

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15095844/1