CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie 3 (2021-32985)

gemeenteraad 20 september 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Ontwerp Regionale Energie Strategie 1.0 (RES) (2021-38725)1.284 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gezamenlijke reactie energiecoöperaties Cleantech Regio op de ontwerp-RES 1.0 Aan: RES Cleantech Regio Van: voorzitters energiecoöperaties Datum: 30 mei 2021

Inleiding De energiecoöperaties in de Cleantech Regio spreken hun waardering uit voor de plek die de energiecoöperaties en lokaal eigendom hebben gekregen in deze ontwerp-RES. Tegelijkertijd hebben wij een aantal zorgen over en bezwaren tegen het bod zoals dat er nu ligt, met name op het vlak van de technische haalbaarheid van dat bod. Wij achten het huidige bod niet realistisch. Wij nemen graag onze verantwoordelijkheid en denken graag mee hoe dat bod realistischer kan worden en dragen daar, in gezamenlijkheid met gemeenten en provincie, graag aan bij.

Bod ontwerp-RES 1.0 Wat opvalt is dat het bod in de RES 1.0 zo’n 13% lager is dan in de concept-RES (1,23 TWh vs 1,07 TWh). Maar vooral in de invulling van het bod is een fundamenteel andere strategie zichtbaar voor de RES 1.0 ten opzichte van die in de concept-RES. De RES 1.0 leunt zwaar op zon-op-dak. Daarmee moet bijna 50% van het bod voor 2030 worden ingevuld. Daarentegen is het aandeel wind met 10% een marginaal deel van de invulling van het bod. Wat ook opvalt is dat het streven naar lokaal eigendom en de rol die energiecoöperaties daarin kunnen en willen vervullen een duidelijke plek heeft gekregen in deze ontwerp-RES 1.0, waar die in de concept-RES bijna geheel ontbrak. Zon-op-dak, maatschappelijke voorkeur en veel belemmeringen in de praktijk Wij hebben grote vraagtekens bij het realiteitsgehalte van het grote aandeel zon-op-dak in dit ontwerp-bod. Vanuit onze eigen ervaring weten we dat bij de realisatie van zon-op-dak een groot aantal belemmeringen speelt. Projecten gaan vaker niet dan wel door omdat er geen sluitende businesscase te maken is, vanwege de kosten voor een verzwaarde netaansluiting en/of de kosten voor het versterken van de dakconstructie. Daarnaast komt het regelmatig voor dat een verzekeraar niet wil meewerken of dat er (op termijn) onvoldoende netcapaciteit is.

(Een beeld uit de praktijk: bij een onderzoek naar 30 daken dat we onlangs in Lochem hebben gedaan, bleken uiteindelijk 22 daken ongeschikt, zijn er 3 daken gerealiseerd en de rest kan pas over een paar jaar overgaan tot realisatie bij vervanging van het dak.) Deze belemmeringen worden ook erkend door de werkgroep Zon op Daken van het Nationaal Programma RES.

Wij beseffen dat zon-op-dak de maatschappelijk voorkeur heeft en dat daarmee wordt aangesloten bij de zonneladder. Maar in de RES 1.0 ontbreekt het perspectief waarmee de bestaande belemmeringen worden weggenomen. Daarmee lijkt het aandeel zon-op-dak niet realistisch. Substantieel aandeel windenergie nodig voor toekomstbestendige energievoorziening De Veluwe als kernhabitat voor de wespendief maakt het onzeker of er in de toekomst windprojecten kunnen worden gerealiseerd op en om de Veluwerand. De komst van de drie in de ontwerp-RES 1.0 opgenomen molens van IJsselwind is door de recente uitspraak van de Raad van State onzeker geworden of is op zijn minst ernstig vertraagd. Dat zet het bod aan windenergie onder druk. Dit wordt versterkt doordat ook elders in de CTR potentiele windlocaties zijn komen te vervallen. Een duidelijke onderbouwing van dat wegvallen van wel geschikte locaties ontbreekt in de ontwerp-RES 1.0. Met een marginaal aandeel aan windenergie ontstaat een onevenwichtige mix aan energiebronnen. Voor een toekomstbestendige energievoorziening ontbreekt vooral de groene stroomproductie in de winter, wanneer de opbrengst van zonnepanelen minimaal is. Juist in het winterseizoen zal de elektriciteitsvraag sterk toenemen als wij onze woningen steeds meer met warmtepompen gaan verwarmen als alternatief voor aardgas.

Maar ook vanuit het oogpunt van maatschappelijke kosten is de minimale inzet op wind ongunstig: windenergie is grofweg de helft goedkoper om te realiseren dan zon. En het ruimtebeslag is bij wind vele malen minder dan bij zon-op-veld: de opbrengst van een windturbine van 4 MW staat ongeveer gelijk aan die van 30 voetbalvelden vol met zonnepanelen. Verwacht geen wonderen van innovaties in de komende 9 jaar In de ontwerp-RES 1.0 is vermeld dat in de CTR volop wordt ingezet op innovatie. Daarbij worden waterstof, biogas en slimme energiehub’s met name benoemd. Deze innovaties zijn hard nodig voor de totale energietransitie en om de doelen op de langere termijn te kunnen realiseren. Daarvoor zijn toepassing en opschaling van deze innovaties nodig. Om het RESbod te kunnen waarmaken in 2030 zijn die toepassing en opschaling per direct nodig. De praktijk laat echter zien dat innovaties en met name opschaling van economisch haalbare marktrijpe oplossingen een lange aanlooptijd vragen. Het is mooi als innovaties extra capaciteit opleveren. Het is echter onverantwoord om het bereiken van de doelen afhankelijk te maken van innovaties waarvan het nog zeer onzeker is of die op de noodzakelijke termijn inzetbaar zijn.

Productie waterstof vraagt om heel veel extra groene stroom Ten aanzien van de ambities voor waterstof (een energiedrager) willen wij hier opmerken dat voor de productie van waterstof heel veel groene stroom nodig is en dat deze stroom ook het jaarrond wordt geproduceerd. Deze stroomproductie komt bovenop de opwek met zon en wind uit het RES-bod. Daarnaast is daarbij ook een aanzienlijk deel windstroom nodig om ook in de winter voldoende lokale stroomproductie te kunnen borgen. Daarom zetten we grote vraagtekens bij de ambitie voor het inzetten van waterstof die lokaal geproduceerd zou worden.

Lokaal eigendom en maatschappelijke acceptatie Het proces om te komen tot de zoekgebieden voor zon en wind lijkt nogal eenzijdig ingestoken te zijn geweest vanuit het perspectief van ruimtelijke kwaliteit. Maatschappelijke kosten, maatschappelijke acceptatie en de bijdrage aan de energietransitie lijken minder meegewogen te hebben in dat proces. Terwijl er in onze optiek juist vanuit het wegen van alle vier de hoekpunten van het afwegingskwadrant van het NP RES de beste oplossingen te vinden zijn. Het realiseren van wind- en zonprojecten met maatschappelijke acceptatie is mogelijk, dat laten talloze voorbeelden in het land zien. Lokaal eigendom, zeggenschap voor omwonenden en een goede verdeling van de lusten en lasten zijn steeds cruciaal gebleken bij deze succesvolle projecten. We waarderen het dan ook dat lokaal eigendom een nadrukkelijke plek heeft gekregen in deze ontwerp-RES. Ook waarderen we de nauwere betrokkenheid die we als energiecoöperaties hebben ervaren in de laatste ontwikkelperiode van de ontwerp-RES en de aanstelling van de RES-coördinator die fungeert als coördinatiepunt tussen de RES-regio en de energiecoöperaties. Het is zaak dit nu verder uit te bouwen en uit te werken richting de RES 2.0, zodat we een realistische en een voldoende maatschappelijk geaccepteerde energietransitie kunnen realiseren in de CTR.

Advies Hoewel wij de problematiek rondom de zonering rond de Veluwe vanwege de wespendief begrijpen, adviseren wij u om tot een realistischer en evenwichtiger bod te komen met een groter aandeel wind en een groter aandeel zon-op-land. Als energiecoöperaties komen wij met een coöperatief bod dat een bijdrage kan leveren aan dat realistischer en evenwichtiger bod. De uitvoering van dat coöperatieve bod vraagt nadrukkelijk om samenwerking met en ondersteuning van zowel gemeenten als provincie. Wij vertrouwen erop dat wij daar goede afspraken over kunnen maken met u en dat die afspraken onderdeel worden van de RES. Zet bij de doorontwikkeling naar de RES 2.0 niet alleen in op ruimtelijke kwaliteit en landschap, maar ook op verlaging van de netwerk- of maatschappelijke kosten en op maatschappelijke acceptatie, met name op het realiseren van lokaal eigendom, een open en transparant gebiedsproces bij de realisatie van projecten en een eerlijke verdeling van de lusten en lasten.

Namens de besturen van de samenwerkende energiecoöperaties in de Cleantech Regio: BrummenEnergie deA stichting-ECE EnergieRijk Voorst Heerde Energiek LochemEnergie ZutphenEnergie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10414211/2