CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Extern juridisch advies bestemmingsplanprocedure

gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: RM Reactie college extern juridisch advies opgevraagd door de raad over intrekken paraplubestemmingsplan kwaliteitsbepalingen buitengebied door het college1.095 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIES Aan

:

Van Betreft

:

Presidium

Datum

:

In

Inleiding

pe

gemeenteraad

Voorst

(geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) Juridisch adviseurs | beantwoording vragen vaststelling bestemmingsplan 27 april 2023

:

Per emailbericht

griffier van volgende vraagstelling voorgelegd. van

de

de

gemeenteraad

van

Voorst d.d.

10

april 2023

werd

ons

de

Het

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst (hierna: college) heeft op dinsdag 13 december 2022 besloten (besluit nr. 2) tot intrekking van het (Ontwerp) Paraplubestemmingsplan Kwaliteitsbepalingen Buitengebied. Het college heeft middels een raadsmededeling de gemeenteraad van Voorst geïnformeerd over dit intrekkingsbesluit. Bij het presidium van Voorst bestaat een aantal juridische vragen over een bestemmingsplanprocedure. Deze leggen we graag aan u voor. Onze

beantwoording is hieronder

In.

Vragen

1.

Welk

elke vraag in cursief vermeld.

na

bestuursorgaan is bevoegd over een bestemmingsplanprocedure na de termijn van terinzageligging? a. Vallen bevoegdheid m.b.t. een bestemmingsplan, na de termijn van terinzageligging, te aan een ander delegeren bestuursorgaan? Op grond van artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meerdere bestemmingsplannen vast. De gemeenteraad is het enige bestuursorgaan binnen de gemeente dat op grond van de Wro een bestemmingsplan kan vaststellen. De Wro voorziet wat betreft de bevoegdheid omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan niet in delegatie naar een ander bestuursorgaan. Het college heeft hierin dus geen zelfstandige bevoegdheid. 2.

ls de

een

besluit te a.

gemeenteraad gehouden

Moet

nemen

daar

om

binnen

12

weken,

een

art. 3.8 lid 1 sub d Wro? weigerings- of vaststellingsbesluit

na

de

termijn

van

de

gemeenteraad

van

terinzageligging,

op basis

aan

ten

grondslag liggen? De termijn van 12 weken zoals genoemd in artikel 3.8lid 1 sube van de Wro is een termijn van orde. Overschrijding van die termijn doet niets af aan de wettelijke verplichting van de raad om een besluit inzake de vaststelling van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan te nemen. Het directe

gevolg van het niet tijdig beslissen is dat de aanhoudingsverplichting die geldt voor aanvragen om omgevingsvergunning die passen in het “oude” bestemmingsplan. Deze aanvragen zuilen moeten worden afgehandeld conform het oude bestemmingsplan. Op grond

algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aanvraag omgevingsvergunning aangehouden indien er geen reden is om de te maar een bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd. Deze aanvraag weigeren wordt

een

van

artikel 3.3 lid 1 sub b om

van

de Wet

aanhouding duurt op grond van artikel 3. 3 lid 2 sub b Wabo totdat de termijn van 12 weken zoals genoemd in artikel 3. 8 lid 1 sub e van de Wro is overschreden. Indien er niet binnen 12 weken na de termijn van terinzagelegging is beslist en er een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend, en er geen reden is om de aanvraag te weigeren, dan dient deze omgevingsvergunning te worden verleend. Het vervallen van de aanhoudingsverplichting is de sanctie op het niet tijdig vaststellen van het bestemmingsplan en geldt van rechtswege. Het vaststellen van het bestemmingsplan maakt overigens dat op grond van artikel 3. 3. lid 1 sub e van de Wabo er weer een nieuwe aanhoudingsverplichting ontstaat. In dat kader kan het ook zinvol zijn om het bestemmingsplan zo spoedig mogelijk vast te stellen en bekend te maken. 3.

Blijft na het verstrijken van de termijn van 12 weken de gemeenteraad nog bevoegd om te besluiten over het bestemmingsplan? a. Zo ja: blijft het bestemmingsplan, bij het uitblijven van een besluit van de gemeenteraad, dan nog altijd boven de markt hangen?

Zoals gesteld onder 2 is de vaststellingstermijn van 12 weken een termijn van orde. De gemeenteraad blijft bevoegd en kan een bestemmingsplan altijd nog vaststellen. In elk geval zal de raad een besluit “omtrent vaststelling van het bestemmingsplan” moeten nemen. Op grond van artikel 3. 1 lid 1 Wro moet een bestemmingsplan voorzien in een goede ruimtelijke ordening. Hoe langer de periode tussen de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling is, hoe meer de gemeenteraad zich ervan moet vergewissen dat er nog sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Als de raad het besluit tot vaststelling neemt, moet er een actuele belangenafweging (artikel 3: 4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) ) plaatsvinden en zal het besluit deugdelijk moeten worden gemotiveerd (3: 46 Awb) Op grond van artikel 3. 1a Wabo kan het bevoegd gezag zich bij het verlenen van een omgevingsvergunning in ieder geval baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. Dit geeft een indicatie over de periode waarbinnen een bestemmingsplan in ieder geval nog vastgesteld kan worden. .

4. Welk bestuursorgaan is bevoegd gezag voor vaststelling van zienswijzen op een ontwerpbestemmingsplan? a. Kunnen zienswijzen beantwoord worden zonder vaststelling van een zienswijzennotitie door het bevoegde gezag? Op grond van artikel 3. 8 lid 1 sub d Wro kan er door een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad worden ingebracht. Het is dus ook de gemeenteraad als bevoegd gezag die de (eventueel) ingebrachte zienswijzen moet betrekken bij de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan. In de praktijk doet het college van burgemeester en wethouders (B&W) daar via een zienswijzennota een voorstel voor. Het is vervolgens de raad die daar een besluit tot vaststelling over neemt. De Wro kent hiervoor geen vormvoorschriften, maar in de besluitvorming moet duidelijk terug komen hoe de gemeenteraad om is gegaan met de ingebrachte zienswijzen en deze heeft betrokken bij de finale besluitvorming omtrent het bestemmingsplan. 5.

Wat is volgens u de koninklijke weg voor de afhandeling van een bestemmingsplanprocedure nadat het ontwerp ter inzage heeft gelegen (intrekkingsbesluit college of vaststellings- dan wel weigeringsbesluit gemeenteraad) ? 2

Gelet op het geschetste primaat van de gemeenteraad in bestemmingsplanprocedures (zie ook het gestelde onder 1 tot en met 4) kan het niet zo zijn dat B&W een bestemmingsplanprocedure afbreken zonder daar de gemeenteraad in gekend te hebben. Het is de gemeenteraad die daar de finale beslissing over neemt. In dit verband wijzen wij nogmaals op hetgeen dwingend is bepaald in artikel 3.8 lid 1 aanhef en sub e. Wro. Het

collegebesluit tot intrekking van het (Ontwerp) Paraplubestemmingsplan Kwaliteitsbepalingen Buitengebied d.d. 13 december 2022 staat dan ook op gespannen voet met de bevoegdheidstoedeling aan de gemeenteraad op dit vlak. Wij betwijfelen ten sterkste of hieraan de door het college beoogde juridische gevolgen zijn verbonden. Voor de rechtszekerheid

juridisch correcte afronding van de wettelijke procedure geven overweging dat de gemeenteraad in een openbare vergadering alsnog een besluit neemt over het wel of niet vaststellen van het bestemmingsplan. en

voor een

wij in

Groningen/Zwolle,

27

april 2023

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) Juridisch adviseur Omgevingsrecht (geanonimise rd) (geanonimiseerd) Adviseur Decentraal overheidsrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13872171/2