Duistervoordseweg 54, Twello Toelichting Regels Bijlagen (VS)
Tekst van het document
4.6
Verkeer en parkeren
Verkeer De nieuwe appartementen trekken extra verkeer aan. De hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd door de bouw van woningen kan worden ingeschat met CROW-publicatie 381 (december 2018). Uit berekeningen volgt dat het plan in een worst-case scenario leidt tot 108 verkeersbewegingen per etmaal. De ligging van de locatie aan de rand van het centrum van Twello maakt dat -gelet op de huidige inrichting en gebruik het bestaande wegennet- deze beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het woongebouw relatief eenvoudig kan worden verwerkt. Daarbij wordt ook meegewogen dat ten opzichte van de toename aan verkeersbewegingen voor de appartementen, de verkeersbewegingen van en naar de bestaande winkel op de locatie komen te 26
Duistervoordseweg 54, Twello
vervallen. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid. Parkeren Het plan kent een gevarieerd aanbod wat betreft omvang van de appartementen. Afhankelijk van de verschillende oppervlaktes is op basis van CROW-normeringen het aantal parkeerplaatsen berekend. Voor bewoners van de appartementen komt dit neer op een behoefte van 16,2 (afgerond 16) parkeerplaatsen. Inclusief bezoekersparkeren (0,3 parkeerplaatsen per woning/appartement) zijn in totaal 20,7 (afgerond 21) parkeerplaatsen nodig. In het plan zijn 23 parkeerplaatsen voorzien. De 16 parkeerplaatsen voor bewoners worden allemaal op het achterterrein gerealiseerd. Aan de voorzijde van het pand zijn op dit moment al parkeerplaatsen aanwezig, wat in de nieuwe situatie ook aan de orde blijft. Het gaat om 7 plekken. Deze liggen half op de grond van de initiatiefnemer en half op openbaar grondgebied (gemeente Voorst). In de huidige situatie zijn de parkeerplaatsen aan de voorzijde niet alleen in gebruik bij de stoppende meubelwinkel, maar ook voor de andere (winkel)voorzieningen in de plint aan de zijde van het Raccordement. Daarmee kan dus niet zonder meer gesteld worden dat voldaan wordt aan de gestelde parkeernorm.
In het centrum van Twello kan echter overwogen worden dat in de openbare ruimte al veel parkeerruimte aanwezig is en bezoekersparkeren - zowel voor de woningen als winkelend publiek - (ook) hier kan worden opgevangen. Daarmee wordt met in totaal 23 parkeerplaatsen voldoende voorzien in de benodigde parkeerbehoefte.
4.7
Water
4.7.1
Watertoets
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Beoordeling De toets is op 26 oktober 2022 voor de locatie uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in Bijlage 7 opgenomen. Uit de toets blijkt dat op de locatie geen waterbelangen van Waterschap Vallei en Veluwe gelden. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat het plan geen essentiële waterbelangen raakt en geen verdere acties nodig zijn op dit vlak. Dit houdt in dat door het waterschap een positief wateradvies wordt gegeven voor het plan. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.
Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. 27
Duistervoordseweg 54, Twello
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heerstende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen. 4.7.2
Wateraspecten in het plan
Binnen het plangebied dient vanuit de gemeentelijke regelgeving een hemelwaterberging van 36 mm/m2 verhard (dak- en terrein)oppervlak aangebracht te worden met een overloop naar een openbaar hemelwaterriool of -indien deze niet aanwezig is- het gemengde stelsel. De hemelwaterberging mag op particulier terrein of collectief op openbaar terrein gerealiseerd worden. Bij verdere uitwerking van de plannen dient initiatiefnemer aan te geven hoe de benodigde bergingscapaciteit wordt gerealiseerd. Er is voldoende ruimte aanwezig op het perceel om hierin met infiltratiekratten te voorzien.
4.8
Kabels, leidingen en straalpaden
Op en rond het plangebied zijn geen kabelleidingen, brandstoftransportleidingen of straalpaden aanwezig die een belemmering vormen voor het woningbouwplan.
4.9
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is sprake van een aangewezen bouwplan. Voor de ontwikkeling is een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelende partij. Hierin zijn afspraken gemaakt over kosten, fasering en wijze van uitvoering van de plannen. De kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling, evenals eventuele planschadekosten, zijn met deze overeenkomst anderszins verzekerd. Het plan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht.
28
Duistervoordseweg 54, Twello
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
5.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemmingen voor: Verkeer - Verblijf; Wonen. Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan is hiervan geen sprake. Met vrijgeven van de locatie voor archeologie komt de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' in dit nieuwe bestemmingsplan te vervallen. De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. 5.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke 29
Duistervoordseweg 54, Twello
bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
5.3
Bestemmingen
5.3.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving De bestemming Verkeer-Verblijfsgebied wordt gehanteerd bij wegen die geen doorgangsfunctie hebben. De verblijfsfunctie staat hier centraal. Hieraan verbonden zijn functies als parkeren, voet- en fietspaden, groen en speelvoorzieningen. Ten behoeve van het flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. In dit bestemmingsplan gaat het echter slechts om een klein strookje met deze bestemming ter plaatse van de parkeerplaatsen aan de voorzijde van het pand. Bebouwingsmogelijkheden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 5.3.2
Wonen
Bestemmingsomschrijving Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis en voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte en bijbehorende voorzieningen als groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bebouwingsmogelijkheden Binnen deze bestemming is op de verbeelding (kaart) een bouwvlak opgenomen. Daarnaast zijn in het plan twee specifieke bouwaanduidingen opgenomen, namelijk voor een berging en een overkapping. Deze aanduidingen zijn bepalend voor de plaats van het hoofdgebouw, de overige gebouwen/bergingen, overkappingen, de andere bouwwerken en waar niet mag worden gebouwd. Over vergunningvrij bouwen wordt vanzelfsprekend geen uitspraak gedaan. Bouwvlak Het bouwvlak is opgenomen om de situering van het hoofdgebouw (appartementencomplex) te bepalen. De maat van het hoofdgebouw is voor de maatvoering van het bouwvlak leidend. Hoewel het plan voorziet in een gebouw met verspringingen in de gevel en plattegrond, is het bouwvlak wel als een rechthoekige contour rondom de buitenste delen van het gebouw geprojecteerd. Hiermee ontstaat enige flexibiliteit wanneer een verspringing in de gevel bij definitieve uitwerking van de bouwaanvraag toch nog wat verschoven moet worden.
Op de verbeelding zijn de toegestane hoogtematen (goot- en bouwhoogte) voor het hoofdgebouw opgenomen, afgestemd op de verschillende bouwhoogten die in de ontwerptekeningen zijn opgenomen (afgerond op hele meters). Buiten het bouwvlak mag niet gebouwd worden, uitgezonderd bergingen bij de appartementen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - berging' en een overkapping ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - overkapping'. Voor allebei geldt een maximale hoogte van 3 meter. Ook zijn er mogelijkheden voor andere bouwwerken, niet zijnde gebouwen of overkappingen. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf In de kernen van de gemeente Voorst is binnen de woonbestemming een beroep of bedrijf aan huis 30
Duistervoordseweg 54, Twello
mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m² per woning. Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw (het eigen appartement) en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt. Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast Een woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Conform de standaard regeling van de gemeente mogen hiervoor maximaal drie kamers van een woning worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst.
De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Parkeren In de regels is een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van bestemming ‘Wonen’ wordt gebouwd, dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet voldaan worden aan de in de regels genoemde parkeernorm.
5.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
5.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 5.4.2
Afwijking
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan; bestemming 'Wonen': ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van 31
Duistervoordseweg 54, Twello
mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan maar te regelen via een afwijking, zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd wordt. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd. De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
32
Duistervoordseweg 54, Twello
Hoofdstuk 6 6.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten overleg
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. De plannen passen binnen de afspraken uit de Woonagenda Cleantech Regio 2018 en daarmee ook binnen provinciaal beleid. Tegen het plan bestaan geen bezwaren. Op grond van de digitale watertoets heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Om die reden is geen aanleiding gezien in nader overleg te treden met het Waterschap. Draagvlak in de omgeving is belangrijk. De initiatiefnemer heeft om die reden op 22 maart 2022 een inloopavond georganiseerd voor alle direct omwonenden. Op 26 april 2022 vond een vervolgafspraak plaats naar aanleiding van opmerkingen van enkele omwonenden. Dit heeft geleid tot enkele concrete wijzigingen in het plan, zoals het verplaatsen van balkons. Dit om privacy van de omwonenden zoveel mogelijk te waarborgen.
6.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan Duistervoordseweg 54, Twello heeft vanaf 1 december 2022 voor een periode van zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen over het plan naar voren te brengen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.
33
Duistervoordseweg 54, Twello
34
Duistervoordseweg 54, Twello
Bijlagen
35
Duistervoordseweg 54, Twello
Bijlage 1 Voorlopig ontwerp
36
Duistervoordseweg 54, Twello
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
57
De Bunte Vastgoed Oost BV Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Duistervoordseweg 54 te Twello Projectnummer: 210563_02/sh/lvh Datum: 13 augustus 2021
Opdrachtgever De Bunte Vastgoed Oost BV Postbus 8029 6710 AA EDE Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 7
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 4 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 4 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 6 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 7 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 8 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 8 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 11
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 12
4.1 4.2 4.3 4.4
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 12 VASTE BODEM EN GRONDWATER VERKENNEND ONDERZOEK ........................... 12 VASTE BODEM NADER ONDERZOEK ................................................................... 13 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 13
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten, peilbuis en verontreinigingscontour vaste bodem met lood
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van De Bunte Vastgoed Oost BV is in juli en augustus 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend en nader bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Duistervoordseweg 54 te Twello. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie verwijzen wij naar bijlage 1. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en bestemmingswijziging van de locatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Aanleiding tot het nader bodemonderzoek zijn de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek. Het nader bodemonderzoek heeft tot doel de ernst, mate en omvang te bepalen van de aangetoonde sterke verontreiniging met lood in de vaste bodem. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”.
Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens 2. bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning
eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
C
D
E
F
G
O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie gemeente Voorst; • informatie provincie Gelderland; • voorgaande milieutechnische werkzaamheden; • www.bodemloket.nl; • www.topotijdreis.nl; • Bagviewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Duistervoordseweg 54 te Twello en staat kadastraal bekend als: gemeente Twello, sectie B, nummer 6107 en 8668. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1.650 m2. Op de locatie is een winkel gesitueerd met parkeerplaatsen. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1.
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.3
Historische informatie
Uit informatie van de gemeente Voorst blijkt dat op de locatie in 1961 een verfdetailhandel gevestigd was. Vanaf 2005 was op de locatie een meubelzaak gevestigd. Er is geen (voormalige) tank bekend. Het huidige pand is gebouwd in 2008/2009. Op een beperkt deel van de locatie (westzijde) is in oktober 2006 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Tauw. Hierbij is in monsterpunt 15 een gehalte aan PAK aangetoond boven de interventiewaarde. Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte aan PAK is in november 2006 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is de PAK-verontreiniging afgeperkt. De omvang van de verontreiniging bedraagt circa 15 m3. In september 2007 is door Ophof Infra de sanering van de PAK-verontreiniging uitgevoerd. De milieukundige begeleiding van de sanering is uitgevoerd door Hunneman MilieuAdvies Raalte BV(kenmerk 2007022). De belangrijkste kenmerken zijn: • de sanering heeft tot doel het verwijderen van de aangetoonde PAK-verontreiniging, in verband met de voorgenomen nieuwbouw op de locatie; • de verontreinigde grond is ontgraven tot maximaal 0,8 m-mv; • in totaal is 14,48 ton met PAK verontreinigde grond, onder afvalstroomnummer 05WQ8V050809, afgevoerd naar de VAR in Wilp-Achterhoek; • in de controlemonsters van de bodem en het talud van de ontgraving zijn analytisch geen gehalten aan PAK aangetoond boven de terugsaneerwaarde.
Figuur 1: bodemverontreinigingskaart provincie Gelderland
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
3
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De gegevens over de regionale bodemopbouw zijn samengevat in tabel 2. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket diepte (m-mv) samenstelling parameters deklaag Formatie van Twente en Eemformatie 0 - 20 uiterst fijn zand op (Eem)klei 1e WVP Form. van Twente en Kreftenheye 20 - 45 middel grof tot uiterst grof zand kD = 1500-2000 m2/d scheidende laag Formatie van Drenthe 45 - 120 klei C = 9,4 x 106 dagen 2e WVP Form. van Maassluis en mariene 120 - 200 fijn (slibhoudend) zand en fijn kD = 600 m2/d Boven Pliocene afzettingen tot matig grof zand met schelpen >200 klei hydrologische basis Toelichting: WVP = watervoerend pakket kD= doorlatend vermogen of transmissiviteit C = verticale weerstand
Regionale grondwaterstroming De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk gericht. 2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie onverdacht voor bodemverontreiniging. Het verkennend bodemonderzoek is grotendeels uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV”). De grond(water)monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Naar aanleiding van de analyseresultaten is aanvullend laboratoriumonderzoek uitgevoerd (uitsplitsing). In aanvulling op het verkennend bodemonderzoek is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een onverdachte locatie strategie 6.4.2 uit de NEN-5707. Voor het nader bodemonderzoek is aansluiting gezocht bij het onderzoeksprotocol NTA5755. In het kader van het nader bodemonderzoek is, op basis van de NTA-5755, een beknopt conceptueel model opgesteld. Uit de beschikbare voorinformatie is het conceptueel model in tabel 3 samengevat. Tabel 3: Aanleiding Doel Oorzaak Ouderdom Ernst Spoed
conceptueel model Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de aangetoonde loodverontreiniging Het bepalen van de ernst, mate en omvang van de aangetroffen loodverontreiniging De oorzaak is onbekend maar houdt mogelijk verband met het voormalig terreingebruik De verontreiniging is naar verwachting ontstaan voor1987, waardoor geen sprake is van een nieuw geval van bodemverontreiniging volgens de Wet Bodembescherming. De verontreiniging betreft mogelijk een ernstig geval van bodemverontreiniging De bodemverontreiniging is naar verwachting niet spoedeisend
Onderzoeksvragen/informatiebehoefte • wat is de ernst, mate en omvang van de loodverontreiniging in de vaste bodem? Onderzoekstechniek en opzet De NTA-5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor. Gezien de aard van de verontreiniging en locatie specifieke omstandigheden (sturing op zintuiglijke waarnemingen) is de locatie onderzocht door middel van het plaatsen van boringen en het analyseren van grondmonsters op lood.
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
4
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 4. Tabel 4:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/onderdeel
boringen 0,5 m-mv
onverdacht < 2.000 m2 asbestonderzoek@ uitsplitsing MM-03
12 12 # -
nader bodemonderzoek
13
#: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek
veldonderzoek waarvan tot met > 2 m-mv peilbuis
3 3# -
1 -
4
laboratoriumonderzoek vaste bodem
grondwater
3 x NEN-grond* 2 x asbest (grond) 3 x lood 13 x lood 1 x NEN-grond
1 x NEN-water* -
*: inclusief arseen en chroom
-
@ : gecombineerd met onverdacht
De samenstelling van de in tabel 4 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 5. Tabel 5:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
5
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.6
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
6
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek voor het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd op 5 en 15 juli 2021 door de gecertificeerde medewerker dhr. J. Molenkamp van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 12 handboringen uitgevoerd (1 t/m 12), waarvan 1 boring is afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,5 m-mv. Het veldonderzoek voor het nader bodemonderzoek is uitgevoerd op 9 augustus 2021 door de gecertificeerde medewerker dhr. R. Roelofs van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het nader bodemonderzoek zijn 13 handboringen uitgevoerd (2a t/m 5a, 7a t/m 9a, 11a, 12a en 13 t/m 16). De maximale boordiepte bedraagt 2,0 m-mv. Inpandig zijn 4 betonboringen uitgevoerd. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm.
Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de actuele contactzone (0,0~0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten en peilbuis verwijzen wij naar tekening 1-1. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 6. Tabel 6: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,06
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam
toevoeging
klinker
0,06 ~ 0,5
zand, matig fijn
zwak siltig
0,5 ~ 1,0
zand, matig fijn
zwak siltig, zwak humeus
1,0 ~ 3,5
zand, matig fijn tot zeer fijn
zwak siltig
grondwaterstand: circa 1,9 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, met uitzondering van boring 6, geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. In de humeuse laag van boring 6 zijn sporen puin waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2).
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
7
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Het grondwater uit de geplaatste peilbuis is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 11. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 7 t/m 10 en 12. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 7 t/m 12. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters
Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1 :
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 7 t/m 11.
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
8
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 7:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 1 t/m 6 7 t/m 9+11+12 1+6+10 1+6+10 13 t/m 16 AW½ I0,0~0,5 0,0~0,5 0,0~1,0 0,7~2,0 0,6~1,7 waarde (AW+I) waarde < < < < < 20 48 76 @ @ @ @ @ @ @ @ < < < < < 0,6 6,8 13 < < < < < 55 117,5 180 < < < < < 15 102,5 190 < < < < < 40 115 190 < < 0,30• < < 0,15 18,08 36 < 61• 340•• < < 50 290 530 < < < < < 1,5 96 190 38• < < < < 35 67,5 100 < 160• 260• < < 140 430 720 < < 5,1• < < 1,5 20,8 40 < < < < < 0,02 0,51 1 < < < < < 190 2595 5000
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Tabel 8:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing (uitsplitsing MM-03)
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) lood
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) 1-02 6-02 10-01 1 6 10 AW½ I-waarde waarde (AW+I) 0,5-1,0 0,5-1,0 0,6-0,5 < 650••• 80• 50 290 530
Tabel 9:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing (nader)
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) lood
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) 02a-1 03a-1 04a-1 05a-1/2 07a-1 08a-1 2a 3a 4a 5a 7a 8a AW½ I-waarde 0,5-0,7 0,5-1,0 0,5-0,7 0,5-1,5 0,5-0,7 0,5-0,7 waarde (AW+I) < 120• 120• 120• 130• < 50 290 530
Tabel 10:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing (nader)
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) lood
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) 09a-1/2 11a-1 12a-1 13-2 14-1 15-2 16-1 9a 11a 12a 13a 14a 15 16 AW½ I0,5-1,5 0,5-0,7 0,5-0,7 0,5-0,9 0,2-0,7 0,5-1,0 0,2-0,6 waarde (AW+I) waarde 120• 61• < < 120• < 220• 50 290 530
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
9
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 11:
analyseresultaten grondwater analyseresultaten (µg/l)
peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen cis 1,2-dichlooretheen trans 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
toetsingswaarden (µg/l) 10 2,5-3,5 6,9 920 4,8 1,91
Swaarde
½ (S+I)
Iwaarde
< < < < < < < < < < <
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < < <
7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
10
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.4
Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 12:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten)
monstergegevens Monster
Sleuf/MP
RE-01 RE-02
1 t/m 6 7 t/m 12
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* traject monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte (m-mv) >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in bodem/puin 0,06~0,5 0,06~0,5
-
<0,4 <0,4
n.a. n.a.
asbesttype soort asbest
H/NH
-
-
<0,4 <0,4
Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
11
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van De Bunte Vastgoed Oost BV is in juli en augustus 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend en nader bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Duistervoordseweg 54 te Twello. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en bestemmingswijziging van de locatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Aanleiding tot het nader bodemonderzoek zijn de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek. Het nader bodemonderzoek heeft tot doel de ernst, mate en omvang te bepalen van de aangetoonde sterke verontreiniging met lood in de vaste bodem. Op basis van de analyseresultaten is op tekening 1-1 de contour weergegeven waarbinnen lood in de vaste bodem is aangetoond boven de interventiewaarde. 4.1
Asbestonderzoek
Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, met uitzondering van boring 6, geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. In de humeuse laag van boring 6 zijn sporen puin waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone binnen RE-01 en RE-02 [0,06-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.2
Vaste bodem en grondwater; verkennend onderzoek
Analytisch zijn in MM-01 en MM-02 van de niet humeuse bovengrond (0,0~0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan lood, nikkel en zink aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. In mengmonster MM-03 van het oude maaiveld zijn licht verhoogde gehalten aan kwik, zink en PAK, en een matig verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Het aangetoonde gehalte aan lood overschrijdt de tussenwaarde. De licht verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarde. Naar aanleiding van het matig verhoogde gehalte aan lood in MM-03 zijn de individuele monsters waaruit MM-03 is samengesteld separaat geanalyseerd op lood. Hierbij zijn geen tot sterk verhoogde gehalten aan lood aangetoond. Het maximaal aangetoonde gehalte aan lood (boring 6) overschrijdt de interventiewaarde. Analytisch zijn in MM-04 van de ondergrond (0,7~2,0 m-mv), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 10 zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden.
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
12
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4.3
Vaste bodem nader onderzoek
Naar aanleiding van het sterk verhoogd aangetoonde gehalte aan lood in boring 6 (humeuse laag van 0,5-1,0 m-mv) zijn nieuwe boringen geplaatst. De monsters zijn genomen uit de humeuse bodemlaag (oud maaiveld) van 0,2 tot maximaal 1,5 m-mv. In totaal zijn 13 separate monsters geanalyseerd op lood. Analytisch zijn geen tot maximaal licht verhoogde gehalten aan lood aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan lood overschrijden de achtergrondwaarde, maar blijven beneden de tussenwaarde. Tevens is de ondergrond onder de bebouwing geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Analytisch zijn in MM-05 van de ondergrond (0,6~1,7 m-mv), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. 4.4
Conclusies en aanbevelingen
In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. In de humeuse laag van boring 6 zijn sporen puin waargenomen, en is analytisch een sterk verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de interventiewaarde. In de ter horizontale inkadering onderzochte monsters zijn analytisch geen tot maximaal licht verhoogde gehalten aan lood aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten is op de locatie sprake van een sterke bodemverontreiniging met lood. De verontreiniging in de vaste bodem, met gehalten aan lood > I-waarde, is binnen de onderzoekslocatie ingekaderd. Op basis van de onderzoeksresultaten bedraagt de omvang van de sterk verontreinigde bodem minder dan 25 m3 (15 x 3 = 45 m2 x 0,5 dikte = 22,5 m3). De aangetoonde bodemverontreiniging is naar verwachting veroorzaakt vóór 1987 en betreft derhalve geen geval van ernstige bodemverontreiniging. De gemeente Voorst is het bevoegd gezag. Wij adviseren om de aangetoonde verontreiniging met lood, op een natuurlijk moment, onder milieukundige begeleiding te verwijderen. Voorafgaand aan de saneringswerkzaamheden dient een beknopt plan van aanpak te worden opgesteld en te worden ingediend bij het bevoegd gezag (gemeente Voorst/Omgevingsdienst).
Verkennend en nader bodem- en verkennend asbestonderzoek, Duistervoordseweg 54 te Twello
13
BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht
Kadastrale kaart
Uw referentie: 210563
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Twello B 8668
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 2 augustus 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an 1
50 2 100 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
04
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an
-6 -6
1 50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
100
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
4 200
-6 -6
-50
-100
-120
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
150
0
-200
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
05
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an 1
50
02
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
0 100
-6 -6
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-100
-70
06
klinker / cm t ov m aaiveld ow: geen, edelm an 1
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
50 0 2
-6 -6 100 -50
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit , ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
0 -6 -6
-50
-100
150 -100 4 -120
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
200
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
-50
-100
03
100
-6 -6
-120
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
0
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit , ow: geen, schep
0
N EN /V OA D u ist e r voor d se w e g 5 2 -5 4 Tw e llo 210563 N EN 5 1 0 4
-200
07
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit , bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
10
1 0
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an
-6 -6
1 50
-50 2 100
-70
3
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
0 -6 -6
-50
-70
150 4 200
08
klinker / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
09
klinker / cm t ov m aaiveld ow: geen, edelm an 1
50
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit , bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-6 -6
250
250
-50
300
-70 -350
350
350
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p
11
0
klinker / cm t ov m aaiveld
0
-6 -6
ow: geen, edelm an 1
-50
50
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 5 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. M ole n k a m p