CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept programmabegroting 2022-2025 (2021-23149)

gemeenteraad 14 juni 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland: Begroting 2022 en Jaarstukken 2020 (2021-23578)22.794 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

L/B

Apeldoorn

Baten Lasten

Doetinchem

Harderwijk

Epe

Zutphen

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

2.454.003

1.761.000

1.761.000

1.761.000

1.761.000

1.761.000

2.454.003

1.761.000

1.761.000

1.761.000

1.761.000

1.761.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

Baten

793.381

685.000

685.000

159.000

159.000

159.000

Lasten

793.381

685.000

685.000

159.000

159.000

159.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

Baten

632.333

591.000

597.000

Lasten

632.333

591.000

597.000

Saldo

0

0

0

Baten

84.964

56.000

56.000

56.000

56.000

56.000

Lasten

84.964

56.000

56.000

56.000

56.000

56.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

Baten

143.767

140.000

140.000

140.000

140.000

140.000

Lasten

143.767

140.000

140.000

140.000

140.000

140.000

Saldo

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal saldo baten en lasten

Realisatie 2020

Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves Resultaat

25

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

4. Overzicht baten & lasten en financieel-technische uitgangspunten Overzicht baten en lasten 2022

Programma

2023

begroting lasten struct.

begroting baten

incid.

2024

struct.

lasten incid.

struct.

begroting baten

incid.

2025

struct.

lasten incid.

struct.

begroting baten

incid.

struct.

lasten incid.

struct.

baten incid.

struct.

Risico- en crisisbeheersing

6.567.200 153.000

Brandweerzorg

29.906.010

347.000

30.199.010

347.000

30.894.210

347.000

30.995.210

347.000

Gemeenschappelijke HulpverleningsOrganisatie in de Regio

1.884.000

48.000

1.929.000

48.000

1.935.000

48.000

1.635.000

580.000

1.635.000

1.635.000

580.000

5.000

12.890.370

6.494.200 152.000

1.814.000

48.000

Meldkamer Oost Nederland (brandweer)

1.635.000

580.000

Bedrijfsvoering

13.137.870 245.000

Directie en control

5.000

13.066.370 235.000

798.000

6.495.200 120.000

793.000

6.409.200

580.000 40.000

5.000

13.023.370 30.000

773.000

5.000

793.000

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

3.416.920

56.350.000

3.465.420

56.390.000

3.441.220

56.417.000

3.447.220

56.423.000

Kazernes in eigendom en overgangsrecht

3.239.000

3.239.000

2.116.000

2.116.000

2.116.000

2.116.000

2.116.000

2.116.000

60.514.000 398.000 60.569.000 Onttrekking aan reserves

0 59.653.000 387.000 59.486.000 398.000

Toevoeging aan reserves

incid.

0 60.174.000 160.000 59.513.000 554.000

0 60.354.000 30.000 59.519.000 821.000

0 865.000

55.000

60.514.000 453.000 60.569.000 398.000 59.653.000 387.000 59.486.000 554.000 60.174.000 160.000 59.513.000 821.000 60.354.000 30.000 59.519.000 865.000

Totaal lasten en baten Saldo

60.967.000

60.967.000

60.040.000

60.040.000

0

0

26

60.334.000

60.334.000 0

60.384.000

60.384.000 0

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Financieel-technische uitgangspunten Het Algemeen Bestuur heeft op 10 december 2020 de Kadernota 2022-2025 vastgesteld. In de Kadernota staan de financieel-technische uitgangspunten voor de begroting 2022. De volgende uitgangspunten zijn toegepast: Kaders systematiek loon- en prijscompensatie 1. Looncompensatie: De looncompensatie wordt berekend op basis van het percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2020 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende of te veel was om de stijging van de lonen zowel als gevolg van de afgesloten CAO alsook als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen. Zoals gebruikelijk wordt voor de jaarschijven 2023, 2024 en 2025 (de jaarschijven volgend op het begrotingsjaar) nog geen loonindex opgenomen. 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2022 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2020 voor 2021. De BDUR bedraagt ongeveer 15% van de inkomsten van de VNOG.

Als de uitkering in 2021 en 2022 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. Zoals gebruikelijk wordt voor de jaarschijven 2023, 2024 en 2025 (de jaarschijven volgend op het begrotingsjaar) gerekend met constante prijzen. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2021 plus de mutaties voor 2021 en 2022 uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. de laatst bekende cao-afspraken (huidige cao loopt tot eind 2020); d.

het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid”. Voor 2022 is dit 1,5% (zie in de tabel hierna de berekening); e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2020. Over 2021 en 2022 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende het begrotingsjaar 2021 wordt bij de financiële verkenningen en de jaarrekening een begrotingsbrede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; g. het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom; h. de begroting 2022 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2022. 3. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2021 genomen vermeerderd met de gevolgen van de laatste caoafspraken; b. plus 1,5% (“loonvoet sector overheid”) voor de loonindex in 2022 (zie in de tabel hierna de berekening); c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2022 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2022. 4. Voor de exploitatielasten wordt: a.

de vastgestelde begroting (2021) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2020, die nog niet in de primitieve begroting 2021 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2022: 1,5%; d. de begroting 2022 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. 5. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die is verwerkt in het jongste Meerjaringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor 2022-2025 is de egalisatie-

27

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

6.

7. 8. 9.

reserve kapitaallasten materieel naar verwachting nog van voldoende omvang om de stijging van de kapitaallasten te kunnen dekken. Voor investeren & activeren gelden als uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht. Het rente-omslagpercentage voor de begroting 2022 is berekend op 0,8%. Voor de berekening van de kapitaallasten voor de drie overgenomen kazernes wordt uitgegaan van de percentages van de voor de financiering afgesloten geldleningen. Voor de producten RBS en dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Ingaande 2022 valt deze taak naar alle waarschijnlijk uit de begroting (zie autonome ontwikkelingen, hoofdstuk 5). Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG voor 2021 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.

Effect Kadernota: loon- en prijscompensatie De loon- en prijscompensatie voor het jaar 2022 zijn, op basis van de hiervoor geschetste uitgangspunten, als volgt: Berekening percentage verhoging loonsom en opleidingsbudget 2022

Looncompensatie 2022: 0,4%

loonsom

110.000

vrijwilligersverg.

30.000

Loonindex 2021 (septembercirculaire 2020)

1,80%

Loonindex 2021 (septembercirculaire 2019)*

2,90%

Loonindex 2021 voor begroting 2022

-1,10%

Stijging opleidingsbudget 2% van de loonsom

Loonindex 2022 (septembercirculaire 2020)

1,50%

Prijscompensatie 1,5%: overige exploitatiekosten

200.000

Verhoging gemeentelijke bijdrage voor loonsom en opleidingsbudget 2022

0,40%

Totaal loon- en prijscompensatie

343.000

3.000

Deze loon- en prijsstijging is verwerkt als een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Effect Kadernota: autonome ontwikkelingen In de Kadernota staan de autonome ontwikkelingen voor 2022: Autonome ontwikkelingen (Kadernota 2022-2025) Bijdrage IOV verdwijnt; compensatie via Gemeentefonds Beëindiging Regionaal Brandmeld Systeem Herijkte financiering LCMS en netcentrisch werken ICT-crash Uitwijkplatform ICT Totaal autonome ontwikkelingen:

67.000 150.000 -32.000 51.000 100.000 336.000

In deze tabel is naast kostenverhogende ontwikkelingen ook een kostenverlagende ontwikkeling opgenomen. Zie verder bijlage 10 met een nadere specificatie. Deze autonome ontwikkelingen zijn verwerkt in de voorliggende meerjarenbegroting met als dekking een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Totaaleffect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage 2022 Het effect van de Kadernota voor de gemeentelijke bijdrage 2022 is als volgt: Effect gemeentelijke bijdrage Loon- en prijscompensatie Autonome ontwikkelingen Nieuw beleid (vastgoed) Structurele stijging

2022 343.000 336.000 p.m. 679.000

Gemeentelijke bijdragen 2022 In bijlage 2 staan de gemeentelijke bijdragen 2022.

28

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

5. Paragrafen 5.1. Beleidsregels en uitgangspunten reserves Inleiding Deze paragraaf bevat de beleidsregels en uitgangspunten omtrent de reserves, zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2022-2025, alsook een overzicht van de reserves. Beleidsregels en uitgangspunten 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gemuteerd vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het AB over de resultaatsbestemming, of anderszins door AB besluiten inclusief een zienswijze procedure. 3. De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) gezamenlijk is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij Kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 4. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s).

De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 5. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves, zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 6. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 7. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 8. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. Artikel 12 van de Financiële verordening 2019 bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Overzicht reserves De omvang van de reserves is ook opgenomen in bijlage 4. De doelen, uitgangspunten en duur van de reserves volgen hierna. 1. Uitgangspunten Egalisatiereserve kapitaallasten − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen als gevolg van afstoten van materieel* (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten.

− Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling. − Hoogte: geen minimum, geen maximum. − Duur: geen einddatum. * verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis

29

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

2. Uitgangspunten Egalisatiereserve uitruk − Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdragen (AB 25-6-2020). − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. − Hoogte: max. € 400.000. − Duur: geen einddatum. 3. Tijdelijke reserve organisatieontwikkeling − Doel: ter dekking van de éénmalige veranderkosten (waaronder “De Expeditie” en informatiepositie RB), zie Toekomstvisie VNOG (AB 15-1-2020). − Hoogte: € 1.040.000. Onttrekking tot en met 2023 tot 0 − Duur: tot eind 2023. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via begroting en jaarrekening al naar gelang de voortgang. 4. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan − Doel: Het gaat hierbij om kosten van het betrekken van medewerkers van de brandweer, zowel vrijwilligers als beroeps, bij de keuze van de voertuigen, materialen, instructie, etc. De inbreng van hun brandweerdeskundigheid is van groot belang. − Hoogte: € 360.000. − Duur: tot eind 2027. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar g elang de voortgang. 5.

Tijdelijke reserve frictiekosten LMS − Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke Meldkamer Samenwerking, LMS (AB 27-6-2019). − Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). − Duur: 2020-2026. − Mutaties: via AB besluit, onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 6. Reserve Jeugdbrandweer − Doel: jeugdgroep Oost Gelre. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre die is opgegaan in de Jeugdbrandweer VNOG). − Duur: n.t.b. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 7. Tijdelijke Reserve Frictiekosten Omgevingswet / RB − In dienstjaar 2020 is deze reserve gevormd ten behoeve van de ‘Personele frictiekosten transitie Omgevingswet 2021-2024’ ad € 480.000. Vanaf 2021 tot en met 2024 wordt ieder jaar € 120.000 aan deze reserve onttrokken ter dekking van deze frictiekosten. In deze meerjarenbegroting is hiermee reeds rekening gehouden. De reden hiervoor is dat vervangende capaciteit nodig is voor deelname van een bovengemiddeld aantal medewerkers aan bovengenoemde opleidingen en dat een groot verloop van medewerkers zal plaatsvinden (kosten van overdracht, inwerken). − Doel: dekken personele frictiekosten transitie onderdeel Risicobeheersing i.r.t. Omgevingswet. − Hoogte: € 485.000, uit overschot p-budget RB 2020.

− Duur: 2021-2024, onttrekking voor inhuur ter vervanging gedurende opleidingen en tijdelijke overbezetting van nieuwe medewerkers, in te werken door vertrekkende medewerkers. − Mutaties: via AB-besluit door vaststelling van de begroting 2021-2024, waarin voor vier jaar een onttrekking van € 121.000 is opgenomen. 30

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

8. Tijdelijke Reserve Dienstkleding − Doel: De Raad van Brandweercommandanten (RBC) heeft in april 2019 besloten dat de Brandweer tussen nu en 5 jaar over gaat naar het operationeel uniform, ook wel interventiekleding genoemd. Het operationeel uniform is een andere kledinglijn dan nu gebruikelijk voor het geüniformeerde personeel (vrijwilligers, dagdienst / ROF en beroeps). Het vervangt in beginsel het blauwe kazernetenue, al is het robuuster dan dat. Het is namelijk mogelijk om bij sommige incident-scenario's uitsluitend het operationeel uniform te dragen, dus zonder uitrukkleding. Daarnaast wordt met het operationeel uniform een slag gemaakt in modernisering, draagcomfort en duurzaamheid. De invoering van het operationeel uniform vindt voor de VNOG plaats over een periode van 4 jaar, te weten van 2022 t/m 2025 ter vervanging van zowel het blauwe kazernetenue als het witgrijze uitgaanstenue. Van dit laatste houdt de VNOG nog een voorraad aan ten behoeve van fleur en treur. Vooruitlopend op het nieuwe operationele uniform wordt nu terughoudend omgegaan met de vervanging van de huidige dienstkleding. Echter bij het invoeren van de nieuwe kleding is voor 2 jaar niet voldoende budget in de begroting aanwezig.

Daarom wordt in 2020 en 2021 ieder jaar € 50.000 ten laste van het kledingbudget gespaard om in de genoemde periode iedereen van het nieuwe operationele uniform te kunnen voorzien. − Duur: 2022-2024. − Hoogte: € 100.000, uit minder-uitgaven kledingbudget in 2020-2021. − Mutaties: AB besluit (door vaststelling van de begroting of wijziging van de begroting).

31

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

5.2. Weerstandsvermogen en risicomanagement Inleiding In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. Voor het verkrijgen van inzicht in het vereiste weerstandsvermogen is de risicoinventarisatie verder gecompleteerd in 2020 en gepresenteerd bij de Kadernota 20222025. Daarbij is tevens besloten om de nieuwe beleidslijnen omtrent vermogen en risico’s in de betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening op te nemen. Daarmee is het eerder vastgelegde beleid in de specifieke nota’s ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ (W&R) en ‘Reserves en voorzieningen (R&V) uit 2015, ingetrokken. Met bovenstaande is uitvoering gegeven aan de adviezen eind 2018 van de gemeentelijke commissie Van der Jagt / Van Arkel waarbij werd geadviseerd om het benodigde weerstandsvermogen en de bijbehorende risico-inventarisatie opnieuw te beoordelen en te wegen.

Omdat het managen van risico’s een continu proces is waarbij zich ook steeds weer andere risico’s kunnen voordoen, is het van belang dat het voldoende aandacht krijgt binnen de P&C cyclus. Daarnaast is het belangrijk om contacten en afstemming te hebben met de andere (aangrenzende) veiligheidsregio’s over zowel de aanpak als de uitkomsten van de risico-inventarisatie. Actuele voorbeelden die de noodzaak van het managen van risico’s onderstrepen zijn: • De digitale verstoring van de geautomatiseerde systemen bij de VNOG in 2020 waardoor het werken in/met de systemen een aantal weken beperkt mogelijk was; • De COVID-19 pandemie waarbij naast extra inzet van mensen en middelen ter ondersteuning van de maatregelen door de gevolgen van de crisis, ook sprake was van het niet kunnen of anders moeten uitvoeren van een deel van de reguliere activiteiten, plannen en initiatieven van de VNOG. Voor de VNOG bestaat daarbij nog een geringe kans dat genomen besluiten in het kader van de handhaving van de Covid-19 maatregelen (GRIP-4), met succes worden aangevochten met claims als gevolg. Dat risico laat zich nu niet kwantificeren. In deze paragraaf wordt hierna het nieuwe beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat en wordt verder de actuele risicoinventarisatie voor de begroting 2022-2025 weergegeven.

Deze inventarisatie is gebaseerd op de eerdere weergave in de kadernota 2022-2025, waarbij een herbeoordeling heeft plaatsgevonden ten behoeve van de nu voorliggende begroting. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t.a.v. het risicomanagement zijn: • het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het BBV betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening; • het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering, die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren; • naast het dragen van verantwoordelijkheid voor risico’s door het MT en het treffen en uitvoeren van maatregelen; het managen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken; 32

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

• •

de kwantificatie van de risico’s in een 5-tal kans percentages t.w.: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen, wordt overwogen om daarop de begroting aan te passen; het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiele middelen, zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s, door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven.

Risico-inventarisatie Algemeen In de Kadernota 2022-2025 is de eerdere gepresenteerde (voorlopige) risicoinventarisatie uit de Programmabegroting 2021-2024 gecompleteerd. Daarbij is en blijft inherent aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Inventarisatie De hierna gepresenteerde kwantificering van de risico’s heeft plaatsgevonden “met de reader van de bestuurlijke tweedaagse (september 2019, die de basis van de Toekomstvisie vormde) in de hand”; bij bijv. het risico van een vertraging in de vervanging van voertuigen is gekeken naar de effecten op de latere en lagere besparing op het onderhoud, het aantal vrijwilligers, kleding, vakbekwaamheid etc. Gekwantificeerde risico's Risico's

Kans in %

Effect in euro's

Weerstandscapaciteit (euro's)

Kosten voor multi-opschaling (CACO-functie) na schaalvergroting (regionale) meldkamers in 2022 i.c.m. landelijke beheersorganisatie (LMS). Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers. Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) repressieve inzet vrijwilligers incidentbestrijding door gelijkschakeling van rechtspositionele aanspraken van beroepspersoneel en vrijwilligers i.v.m. veranderde Europese wet-/regelgeving.

90%

bedrag 670.000

603.000

50%

375.000

187.500

90%

288.000

259.200

Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding door verloop/uitstroom vrijwilligers (mede a.g.v. verlies lokale 'eigenheid') Te veel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). Gebrekkige marktwerking brandweermaterieel. Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel.

70%

312.000

218.400

30%

50.000

15.000

70%

150.000

105.000

90%

150.000

135.000

Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten behorende bij (nog niet gerealiseerde) besparingen vervanging materieel (vorig punt).

90%

150.000

135.000

Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Kosten (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel. Onzekerheid (termijn)toekomstige definitieve kantoorlocatie, na Europaweg. Aanpassingen kantoorfaciliteiten en (meer) thuiswerken (corona). Uitval faciliteiten op de posten, geen (gemeentelijke) middelen voor vervanging van facilitaire zaken en meubilair. Digitale verstoring, belemmering uitvoering crisis - en alle ondersteunende/ bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen (w.o. cybercrime). Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek.

70%

150.000

105.000

90%

80.000

72.000

90% en 30% 70% 70%

300.000 150.000 150.000

360.000 105.000 105.000

70%

500.000

350.000

30%

350.000

105.000

10%

100.000

10.000

33

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. Stijging reële bijdrage aan IFV door bijv. nieuwe taken. Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)).

10%

600.000

60.000

30% 10%

60.000 1.080.000

18.000 108.000

10%

100.000

10.000 3.066.100

Niet gekwantificeerde risico's Risico's en oorzaken

Kans in %

Omgevingswet werkt anders uit dan verwacht, keuzes Risicobeheersing van de VNOG matchen niet met keuzes van de gemeenten.

30%

Effect in euro's bedrag -

Extra kosten VNOG bij opschaling meldkamerorganisatie. Bij de schaalvergroting van de meldkamers ontstaan frictiekosten waarvoor een reservering is gemaakt. Het risico is dat dit ontoereikend is. Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten. Egalisatiereserve materieel wordt vooralsnog toereikend geacht voor prijsstijgingen en hogere kapitaallasten bij vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten bij vervanging materieel.

30%

-

90%

-

Pandemie, het scenario pandemie uitbreiden met de ervaringen o.b.v. COVID19. De consequenties voor de VNOG zijn nog niet te kwantificeren.

90%

-

Toelichting De inventarisatie in 2020 is uitgevoerd over de volle breedte van de VNOG organisatie. De daarbij als nieuw geïnventariseerde risico’s (t.o.v. eerdere begrotingen) hebben in grote lijn te maken met de volgende onderwerpen: • het risico op hogere kosten en schaarste van (vervangend) brandweermaterieel in relatie met het gering aantal aanbieders van materieel; • het risico van het niet tijdig realiseren van personele – en materiële besparingen bij vertraging van realisatie van de Toekomstvisie; • de onzekerheid omtrent de toekomstige huisvesting van kantoorpersoneel; • het risico van (opnieuw) een (digitale) verstoring van de ICT-systemen 1), mede ingegeven door de ervaringen daaromtrent in 2020 en • risico’s met financiële gevolgen als gevolg van (andere) externe oorzaken, zoals de rentestijging en (extra) kosten van een pandemie (zoals daarvan nu sprake is bij de huidige Covid-19). 1) Het berekende bedrag als benodigde weerstandscapaciteit bij een digitale verstoring (hack) is t.o.v. de kadernota ’22-’25 verlaagd van € 450.000 tot € 350.000 waarbij enerzijds rekening is gehouden met de genomen maatregelen, waaronder (externe) monitoring van het netwerk van de VNOG, en anderzijds met het gegeven van toegenomen dreiging van (nieuwe) aanvallen.

Specifiek gekoppeld aan het gegeven dat de VNOG de paraatheid organiseert met een relatief groot aantal vrijwilligers (vlg. benchmark 2019 Berenschot), liggen daarin een aantal risico’s besloten, die de VNOG bovengemiddeld kunnen raken, t.w.: • de financiële compensatie voor mogelijk stijgende werkgeverslasten via bijv. het gemeentefonds kan de VNOG een nadelig herverdeeleffect opleveren; • de maatschappelijke trend van daling van de bereidheid om zich langdurig te binden aan vrijwilligerswerk, mogelijk gecombineerd met een gevoeld gebrek aan lokale identiteit van de posten; • de WNRA / taakdifferentiatie en de verandering in rechtspositie kan de bereidheid om in posten te participeren verminderen (“verplichte opkomst”) en • vertraging in de implementatie van de Toekomstvisie kan leiden tot een vertraging in de geraamde daling van het aantal vrijwilligers. Het berekende bedrag als (benodigde) weerstandscapaciteit is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behoren34

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

de financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te vroeg of te onduidelijk om de financiële effecten ervan te (kunnen) berekenen (zie het overzicht ‘Niet gekwantificeerde risico's’). Bij de inventarisatie van de risico’s is ook gekeken naar de mogelijke oorzaken ervan en de te nemen maatregelen voor het matigen, overdragen, vermijden of accepteren ervan. Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde - en niet-gekwantificeerde risico’s, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en een mogelijke getalsmatige onderbouwing is opgenomen, is in bijlage 9 te vinden. De bewaking van de (uitvoering van de) te nemen maatregelen zal plaatsvinden gaande het (begrotings)jaar en zichtbaar (moeten) worden in de te presenteren financiële rapportages. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstands-capaciteit, komen hierna in deze paragraaf aan de orde. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (benodigde weerstandscapaciteit). Het beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen.

De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de (begrote) post Onvoorziene uitgaven. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s.

35

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit begroting 2022

€

Saldo Algemene reserve

1.135.114

Saldo Bedrijfsvoeringsreserve

2.610.000

Post onvoorzien

250.000

Beschikbare weerstandsvermogen

3.995.114

Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG begroting 2022

€

Beschikbare weerstandsvermogen VNOG

3.995.114

Benodigde weerstandscapaciteit

3.066.100

Ratio

1,30

Toelichting De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve eind 2020 is zodanig, dat de weerstandsratio zich bevindt binnen de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. De berekende waarde voor de begroting 2022-2025 komt namelijk uit op 1,3. Financiële kengetallen VNOG

Netto schuldquote

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 49% 82% 71% 68% 72% 75%

Solvabiliteitsratio

26%

12%

15%

14%

13%

11%

Exploitatieruimte

16,9%

0,3%

0,1%

-0,3%

-1,1%

-1,4%

Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Categorie A= minste risico

B - gem. risico

C = meeste risico

Netto schuldquote

< 90%

90%-130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20%- 50%

< 20%

begr. > 0%

begr. = 0

begr.< 0%

Structurele exploitatieruimte

De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor de VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022-2024. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente/aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal 36

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2022-2025 is uitgegaan van een toename van de investeringen en bijbehorende schuldenlast op basis van de Toekomstvisie. Verder is de overdracht aan de gemeenten van de drie huidige bij de VNOG in eigendom zijnde kazernes en de daarbij komende effecten op de (overdracht van) financiering, verwerkt en doorgerekend (ook in het saldo aan liquide middelen). Dat geldt eveneens voor de effecten van onttrekkingen en toevoegingen op reserves (eigen vermogen) en voorzieningen. Tenslotte is rekening gehouden met de mogelijkheid dat door het bestuur wordt besloten om een groot deel van het positieve exploitatiesaldo over 2020 terug te betalen aan de gemeenten. Het effect van genoemde punten is verwerkt in de berekende netto schuldquote, deze komt meerjarig uit in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio bedraagt over 2020: 26% (gemiddeld risico).

Uitgaande van de ontwikkelingen als genoemd onder de toelichting bij de netto schuldquote, daalt de berekende ratio in de komende jaren via 15% naar 11%. Deze daling noopt niet tot onmiddellijke maatregelen, omdat het eigen vermogen is versterkt. Voor lokale overheden i.c. een gemeenschappelijke regeling moet deze ratio anders beoordeeld worden dan bij een bedrijf. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio wordt in het meerjarenperspectief negatief met name door onttrekkingen uit de egalisatiereserve afschrijvingen ter dekking van de toekomstige kapitaalslasten. Deze ontwikkeling is een aandachtspunt voor de komende Kadernota en begrotingen.

37

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

5.3. Onderhoud kapitaalgoederen Het (brandweer)materieel en drie kazernes, namelijk Apeldoorn-Saba, Doetinchem en Harderwijk, zijn in eigendom van de VNOG. De overige kazernes worden hetzij gehuurd hetzij om niet beschikbaar gesteld aan de VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten van de overgenomen kazernes is bij de VNOG voor de kazernes Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). Het MJOP van de kazerne Doetinchem wordt in 2021 geactualiseerd terwijl het MJOP voor de kazerne Harderwijk in 2022 herzien moet worden. De kazerne in Apeldoorn Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. Zoals bekend zijn de kazernes in eigendom van de VNOG een gevolg van een fiscale constructie met een looptijd van 10 jaar. Daarna zijn de lasten en baten voor de betreffende gemeente en wordt de opgebouwde onderhoudsvoorziening overgedragen. Naar verwachting zal het eigendom van alle drie de kazernes in 2023 weer aan de gemeenten worden overgedragen. Deze overdrachten zijn reeds in de meerjarenbegroting, in de meerjarige balans en in de prognoses over de bedrijfseconomische ratio's (solvabiliteit e.d.) verwerkt.

De kapitaalgoederen voor rekening van de VNOG zijn de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen. Informatie hieromtrent, zoals de onderhoudskosten per voertuig, is opgenomen in de reader van de bestuurlijke tweedaagse van 18/19 september 2019 en verwerkt in de paragraaf Bedrijfsvoering van deze Meerjarenbegroting 2022-2025.

38

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

5.4. Financiering / Treasury Inleiding De paragraaf treasury is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de begroting. Artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de Wet Financiering decentrale overheden (wet fido) moet de Veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Het treasurystatuut is op 10 december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In de treasuryparagraaf wordt aangegeven welke de gestelde doelen zijn. De RUDDO is voor de VNOG niet van toepassing. Algemene ontwikkelingen Het gemeentelijk brandweermaterieel en een aantal kazernes zijn na wijziging van de Wet op de Veiligheidsregio’s eind 2013 in eigendom overgedragen aan de VNOG. De totale omvang van de vaste activa bedroeg eind 2020 circa € 46,6 miljoen. De financieringsbehoefte is grotendeels gedekt door langlopende leningen, kasgeldleningen en bankkredieten en voor een deel door de inzet van reserves. In de komende jaren zal de VNOG voor vervanging van het brandweermaterieel en de herfinanciering van aflossingen regelmatig nieuwe leningen gaan aantrekken op de momenten dat dit zinvol wordt geacht.

Schatkistbankieren Decentrale overheden moeten schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat financiële middelen die door de VNOG worden aangehouden op bankrekeningen boven een bepaald bedrag worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld afnemen. Decentrale overheden krijgen op deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Momenteel liggen deze rentes rond de nul procent. Het gevolg van dit beleid is dat de VNOG nagenoeg geen rente opbrengsten uit rekening courant verhouding meer zal ontvangen. Voor 2022 zal het drempelbedrag voor de VNOG rond de € 457.000,-- bedragen. Risicobeheer Om de risico’s van financiering zoveel mogelijk te beperken zijn er twee normen die gerapporteerd moet worden: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Bij het behouden van liquiditeit en het financieren van activa wordt zoveel als mogelijk is gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen. Dit heeft twee voordelen: 1. er kan snel worden ingespeeld op schommelingen in de financieringsbehoefte 2. het is een relatief goedkope financieringsvorm. Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid (renterisico).

Om dat risico te beperken wordt in de wet fido aangegeven dat als uitgangspunt geldt dat langlopende investeringen langlopend gefinancierd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat als gevolg van rente ontwikkelingen op de geldmarkt er problemen in de begroting zullen gaan ontstaan. Daarnaast is er een kasgeldlimiet ingesteld. Daarmee worden de decentrale overheden gedwongen zich niet te veel te laten leiden door de voordelen van kortlopende financiering. De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag op bepaalde peildata maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de begroting van de VNOG. 39

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

De totale omvang van de programmabegroting van de VNOG bedraagt in 2022 circa € 61 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond € 5,0 miljoen. Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, zal voorkomen worden dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze norm bepaalt dat maximaal 20% van de netto opgenomen vaste schuld jaarlijks in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die de VNOG kent bestaat uit leningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 40 jaar. De VNOG zal ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel en apparatuur extra leningen gaan aantrekken. Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisiconorm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat de VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft. Jaar Berekening norm Begrotingstotaal Percentage

60.967.000 60.040.000 60.334.000 60.384.000 20% 20% 20% 20%

Renterisiconorm

12.193.400 12.008.000 12.066.800 12.076.800

Renteherzieningen Aflossingen: BNG 40.107204 Lening Berkelland BNG 40.109346 BNG 40.109345 BNG 40.109776 BNG 40.110312 BNG 40.110.517 BNG 40.110.644 BNG 40.110.766 BNG 40.111.179 BNG 40.111.678 BNG 40.111.883 BNG 40.112.457

2022

2023

2024

2025

n.v.t. 1.042.300 1.060.000 1.078.000 167.000 167.000 167.000 250.000 250.000 250.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 300.000 300.000 300.000 600.000 600.000 600.000 400.000 400.000 400.000 400.000 400.000 400.000 960.000

960.000 830.000

167.000 250.000 500.000 500.000 300.000 600.000 400.000 400.000

Aan te trekken in 2021 € 9,6 miljoen Aan te trekken in 2022 € 8,3 miljoen Aan te trekken in 2023 € 13,8 miljoen Aan te trekken in 2024 € 7,9 miljoen Aan te trekken in 2025 € 7,6 miljoen Renterisico

960.000 830.000 1.380.000

960.000 830.000 1.380.000 790.000

5.119.300 5.967.000 7.365.000

7.077.000

Ruimte onder rente risiconorm

7.074.100 6.041.000 4.701.800

4.999.800

Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten VNOG wordt in 2022 voor de kazernes die in eigendom zijn van de VNOG een rentepercentage toegerekend dat gelijk is aan het percentage van de aangetrokken leningen. Voor alle overige investeringen is een rentepercentage van 0,8% gehanteerd.

40

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Rentetoerekening begroting 2022 * € 1.000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€

586

De externe rentebaten

€

0

Saldo rentelasten en rentebaten

€

586

De rente, die toegerekend moet worden aan de overgenomen kazernes

€

-244

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

342

Aan taakvelden toegerekende rente (0,8%)

€

-342

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

0

Boekwaarden van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2022 bedragen € 42.750.000. De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 0,8% over € 42.750.000 is € 342.000. Rente: Door de commissie BBV zijn bepalingen en richtlijnen gepubliceerd (notitie Rente 2017 – juli 2016) voor de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De rentelasten worden allereerst op één plek begroot en vervolgens door middel van een voorgeschreven methodiek verdeeld over de programma’s.

41

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

5.5. Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG begroting is vanaf 2016 het separate programma ‘5. Bedrijfsvoering’ opgenomen, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere onderdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Toekomstvisie en rapport ‘Inzicht geeft uitzicht’ Op 15 januari 2020 heeft het algemeen bestuur van de VNOG een Toekomstvisie vastgesteld, inclusief Opdrachten die in de periode 2020-2026 moeten worden uitgevoerd om de Toekomstvisie te realiseren. De uitvoering van de Opdrachten is ter hand genomen en loopt de komende jaren door, zie verder hoofdstuk 3. Op de voortgang wordt periodiek gerapporteerd via de reguliere P&C cyclus. De Toekomstvisie vormde ook de grondslag voor het regionaal Beleidsplan 2021-2024, dat op 10 december 2020 is vastgesteld. Hierin zijn de ambities nader uitgewerkt. In 2022 wordt voorts verder gewerkt aan de uitvoering van de (meerjarige) aanbevelingen uit het rapport ‘Inzicht geeft uitzicht’ uit december 2018 van de gemeentelijke Commissie Van der Jagt – Van Arkel. Ook hierop vindt periodiek rapportage plaats via de reguliere P&C cyclus.

Vele aanbevelingen van de Commissie zijn inmiddels uitgevoerd, waaronder: nieuwe systematiek van de indexering (besluit AB 12 december 2019) en nieuw beleid over risico's en de benodigde omvang van het vermogen (besluit AB 10 december 2020). Het is de bedoeling om de nog resterende aanbevelingen eind 2022 af te ronden. Vervolgens vindt eindrapportage plaats. Huisvestingsplan Voor uiterlijk 31 december 2023 moet de VNOG het kantoor Europaweg 79 te Apeldoorn verlaten. De teams die op deze locatie gehuisvest zijn, waaronder teams van de afdeling Bedrijfsvoering (zoals Middelen, HRM, DIV (archief), Communicatie en Informatie (ICT, servers), maar ook afdelingen zoals GHOR en Crisisbeheersing, moeten dan geherhuisvest zijn. Een integraal Huisvestingsplan wordt opgesteld, opdat de verhuizing tijdig wordt afgerond. Hierbij zijn zeer belangrijk de uitkomsten van onderzoek naar opties voor de kazernes in het stedelijk gebied Apeldoorn in combinatie met een centrale kantoorfunctie (de 1-post- gedachte). Een ander onderzoek is de ‘demarcatie’: welke partij (gemeente of VNOG) is voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk? In bijna alle gevallen is de gemeente de gebouweigenaar, terwijl de VNOG de opstal gebruikt. Bekostiging en financiële stromen worden ook bezien bij dit thema.

Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek, die in 2021 verwacht worden, alsmede van de besluitvorming daarover, kunnen evt. financiële aspecten bij wijziging in de begroting ingevoegd worden. Organisatieontwikkeling Als onderdeel van de vastgestelde Toekomstvisie van 15 januari 2020 is in 2020 een tweejarig traject van organisatieontwikkeling gestart, met onderdelen als cultuurverandering, leiderschapsontwikkeling, training vaardigheden, duurzame inzet, etc. Zie hiervoor hoofdstuk 3 bij programma Bedrijfsvoering. Voor 2020 en 2021 zijn hiervoor éénmalige middelen ter beschikking gesteld, die zijn gedekt uit het voordelig saldo van de jaarrekening 2019. Daarnaast loopt ook een traject van organische organisatieverandering, waarbij geleidelijk en werkenderwijs de organisatie wordt omgevormd. Dit traject is in het tweede kwartaal 2020 gestart en zal ook in heel 2022 doorlopen.

42

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting is de benodigde informatie aangeleverd aan het adviesbureau dat de VNOG hierin ondersteunt. Jaarlijks voert dit bureau voor een aantal veiligheidsregio’s een check uit. Verwachting is dat de aangifte voor 2022 nihil is. Kengetallen, grondslagen en berekeningsmethoden (prijspeil 2022) Opstartkosten van een brandweervrijwilliger: 16.000 Opleidingen, assessment, keuring, etc.

Vaste kosten van een brandweer man/-vrouw: 1.100 Uitrukkledingkosten, kazernekleding, uniform, keuring, verzekeringen, PV, e.d.

Variabele kosten (uurkosten) per vrijwilliger:

2.650

Kosten van een tankautospuit per jaar:

58.500

• • • •

Kapitaallasten: Onderhoud, energie, verzekeren: Exploitatiekosten vrijwilligers: Variabele personeelskstn vrijwilligers:

21.000 6.370 15.200 15.930

Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesteringen. • De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven). • De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. • De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. • De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2022 tot en met 2025 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure). • Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. • De afschrijvingstermijnen zijn vastgesteld per 1 januari 2019. Er wordt lineair afgeschreven conform het beleid. Over de restant boekwaarden van reeds aanwezige activa zijn de afschrijvingen vanaf 2019 berekend over de resterende looptijd conform de herziene afschrijvingstermijnen (vanaf activa met een boekwaarde > € 10.000). • De omslagrente bedraagt 0,8% en wordt berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar.

• De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Gerekend is met een stijging van 1,5% per jaar voor duurzame goederen (percentage voor 2022 uit de september-circulaire gemeentefonds 2020). • De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uitgaande van 100% van de bestaande boekwaarden en 85% van de voorgenomen investeringen. In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat betreft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Dit jaar vindt de aanbesteding plaats van de tankautospuiten, de combi-voertuigen, de watertransportsystemen, oppervlaktereddingsteams en brandweervoertuigen. Hierna kunnen de geraamde bedragen in het investeringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast.

43

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer: Programma Risico- en crisisbeheersing Brandweerzorg

Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 48.000 47.000 32.000 32.000 4.797.000

5.142.000

6.003.000

14.000

14.000

20.000

1.020.000

891.000

732.000

779.000

5.865.000

6.094.000

6.781.000

6.921.000

GHOR Bedrijfsvoering Toevoeging egalisatiereserve

55.000

Onttrekking egalisatiereserve Totaal exclusief kazernes

6.090.000

5.920.000

167.000

661.000

835.000

5.927.000

6.120.000

6.086.000

Kazernes in eigendom en overgangsrecht

683.000

172.000

172.000

172.000

Bijdragen van de individuele gemeenten

-683.000

-172.000

-172.000

-172.000

0

0

0

0

Kazernes in eigendom

De stand van de egalisatiereserve bij de voorlopige jaarrekening 2020 is € 2.291.982. De huidige berekeningen laten zien dat de egalisatiereserve tot en met 2025 (en voor een groot deel ook nog 2026) de stijgende kapitaallasten kan dekken. Bij de Kadernota 2023 wordt verder ingegaan op hoe de dekking vanaf 2026 moet plaatsvinden. De stijging van de kapitaallasten is meermalen aangekondigd in de afgelopen jaren. Ramingsgrondslag personeelskosten De ramingsgrondslag voor de personeelsbegroting is de formatie, waarbij wordt gerekend met de laatste bekende gegevens over de CAO-gemeenten, werkgeverslasten e.d. en de laatste trede van de functionele schaal. Doordat de VNOG zich in een transitie bevindt naar een andere organisatievorm is ook de formatie per afdeling aan wijzigingen onderhevig. Daarom is de totale personeelsbegroting aangepast aan de wijzigingen uit de Toekomstvisie en het Implementatieplan daarbij, maar zullen er nog verschuivingen tussen de afdelingen plaatsvinden. Zodra de transitie gereed is, wordt een nieuwe personeelsbegroting gemaakt per afdeling en wordt dit indien noodzakelijk vastgelegd in een wijziging van de begroting (als er verschuivingen tussen begrotingsprogramma’s plaatsvinden). Tevens wordt dan conform het BBV (besluit begroting en verantwoording) opnieuw een onderscheid gemaakt naar overhead en andere functies.

Dit alles verloopt uiteraard budgettair neutraal.

44

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

5.6. Verbonden partijen Inleiding Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de Veiligheidsregio een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Meldkamer Oost-Nederland (MON) Voor de VNOG is de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland (MON)’ een verbonden partij. Twee leden van het algemeen bestuur VNOG nemen deel in het algemeen bestuur van de MON. Met ingang van 1 januari 2020 zijn nagenoeg alle taken van de MON overgegaan naar de Politie, onderdeel LMS. Vanuit de MON worden vanaf 1 januari 2020 nog slechts de volgende taken uitgevoerd: a) het algemeen beheer en kwaliteitsbewaking van gemeenschappelijke meldkamerprocessen, inclusief multidisciplinaire intake en opschaling; b) het oefenen van multidisciplinaire procedures, het oefenen van het opschalingsproces, opleiden en actualisering wet- en regelgeving Bovenstaande multi-meldkamertaken worden voortgezet en uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling MON, totdat deze taken op andere wijze geborgd worden door de veiligheidsregio’s in Oost-Nederland. Deze multi-meldkamertaken zullen gedurende de bouwplanfase tijdelijk en grotendeels gefinancierd worden door de politie / LMS, zoals is overeengekomen met de directeur LMS. Dit betekent dat de MON voor 2022 weer een kleine operationele begroting kent.

Dekking van deze begrotingsuitgaven vindt niet plaats vanuit een bijdrage van de VNOG aan de MON maar uit het gereserveerde exploitatieoverschot van de jaarrekening 2019 van de MON dat hiervoor beschikbaar is gehouden. De VNOG participeert samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland in het bestuur van de MON. De MON heeft een gering eigen vermogen dat bij de opheffing van de gemeenschappelijke regeling aan de deelnemende partijen zal worden uitgekeerd . Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen Het invoeren van de Landelijke Meldkamer Samenwerking met tien locaties in Nederland (waaronder Apeldoorn) zorgt voor een grote impact. In 2018 is het Programma van Eisen vastgesteld en zijn er stappen gezet richting de bouw van de meldkamer die in 2021 en 2022 zal gaan plaatsvinden. Er is een architect gekozen en een eerste impressietekening opgeleverd. Daarnaast is ook de samenwerking gezocht met de andere meldkamers om de samenvoeging in 2022 zo soepel mogelijk te laten verlopen.

De in 2017 opgestarte werkgroepen (rood, wit, multi) voor de afstemming van de werkprocessen heeft ook in 2018 stappen gezet. In deze werkgroepen zijn ook medewerkers van de VNOG actief betrokken. Daarnaast is het beheer van de meldkamers vanaf 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. Het bestuurlijk belang A.J.M. Heerts, AB lid MON. J.N. Rozendaal, AB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2021: € 0,-

Bijdrage 2022: € 0,-

45

Programmabegroting 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2022: € 200.000,Vreemd vermogen: 1-1-2022: € 0,-

31-12-2022: € 0,31-12-2022: € 0,-

De omvang van het verwachte resultaat 2022 voor de MON bedraagt € 0,-(na bijdrage vanuit de reserve). Wel bestuurlijk belang, maar geen financieel belang Het verdient de aanbeveling om in deze paragraaf ook die partijen te noemen waar de VNOG wel een bestuurlijk belang in heeft, maar geen financieel belang. Naar de letter zijn dit daardoor geen formele ‘verbonden partijen’. Voor de VNOG gaat het om het IFV en de BOGO, VBC en SAMIJ. Het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het IFV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het IFV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het IFV.

Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld d at het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. De stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten / directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. De VNOG neemt deel aan het VBC (Veluws Bosbrandweer Comité) en SAMIJ (Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10051822/1