Bijlagen verordening WMO 2023
Tekst van het document
Bijlage 1: Kostprijs, eigen bijdragen Wmo en gemaximeerde bedragen 2022 Pgb formeel:
Maximaal 100% van de voorziening in natura
Pgb informele waarbij de hulp 21 jaar of ouder is:
Dagbesteding (groep)
€ 20 per dagdeel van 4 uur
Huishoudelijke ondersteuning
Maximaal het minimumloon
Regie op een gestructureerd huishouden
Maximaal het minimumloon
Begeleiding Individueel
Maximaal het minimumloon
Kortdurend verblijf (deeltijdverblijf, respijtopvang, logeeropvang)
Maximaal € 30 per etmaal
Lokaal verplaatsen
Maximaal € 0,19 per kilometer
Pgb informeel waarbij de hulp jonger dan 21 jaar is:
Hulp op basis van schriftelijke overeenkomst
Maximaal het minimumjeugdloon
Overige Maatwerkvoorzieningen
Vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen
Gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud, reparatie en indien van toepassing WA verzekering
Woningaanpassing
Gebaseerd op het bedrag van de door de gemeente geaccepteerde offerte en/of kosten vermeld bijlage 2. financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing wordt definitief vastgesteld op basis van de (eind)factuur.
Gemaximeerde bedragen
Bezoekbaar maken woning
Maximaal € 6.000
Tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten
Maximaal € 2.500
Tegemoetkoming kosten aanschaf en onderhoud sportrolstoel
Maximaal € 3.500 per 4 jaar
Bijlage 2: Berekening kostprijs bouwkundige of woontechnische woningaanpassing De kosten die bij een financiële tegemoetkoming voor woningaanpassing mee genomen kunnen worden, zijn de volgende:
a. De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; b. De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; c. Het architectenhonorarium wordt zo laag mogelijk vastgesteld en bedraagt maximaal 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat het honorarium niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen; d. De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; e. De leges voor zover deze betrekking hebben op de te treffen voorziening; f. De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; g. Renteverlies in verband met de noodzakelijke betaling(en) aan derden, tot de datum van gereedmelding, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel de te treffen voorzieningen; h. De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk, als niet binnen de oorspronkelijke kavel kan worden gebouwd; i. De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien konden worden; j.
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot de te verrichten aanpassing; k. De kosten van (her)aansluiting op de openbare nutsvoorziening; l. De administratiekosten worden zo laag mogelijk vastgesteld en bedragen maximaal 10% van de hiervoor genoemde kosten die de eigenaar en/of verhuurder maakt voor een woonvoorziening en voor zover de kosten onder a tot en met k meer dan € 1.000 bedragen. Maximaal wordt € 350 voor administratiekosten vergoed.
Bijlage 3: Afschrijvingsschema terugbetaling kosten woningaanpassing 1. De terugbetaling van de kosten van een woningaanpassing wordt bepaald door de formule: • 90% van de meerwaarde bij verkoop na 1 jaar; • 80% van de meerwaarde bij verkoop na 2 jaren; • 70% van de meerwaarde bij verkoop na 3 jaren;
• • • • • •
60% van de meerwaarde bij verkoop na 4 jaren; 50% van de meerwaarde bij verkoop na 5 jaren; 40% van de meerwaarde bij verkoop na 6 jaren; 30% van de meerwaarde bij verkoop na 7 jaren; 20% van de meerwaarde bij verkoop na 8 jaren; 10% van de meerwaarde bij verkoop na 9 jaren.
2. De eigenaar-bewoner is bij verkoop van de woning binnen de afschrijvingstermijn van een ontvangen voorziening verplicht de verkoop bij het college te melden. Het college gaat bij een melding na of er een terugbetalingsverplichting is. 3. Er is een verplichting tot terugbetaling als de meerwaarde door de voorziening groter is dan € 20.000. 4. De erven van de eigenaar-bewoner als bedoeld onder a treden in de plaats van de eigenaar-bewoner.
Bijlage 4: Normenkader indicatiestelling huishoudelijke ondersteuning– Bureau HHM