CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Middendijk, Breestuk, Nijbroek18.889 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aantal 600 stuks 400 stuks 600 stuks 100 stuks 200 stuks 100 stuks

Inrichting poel 2 en nat hakhout bosje 5 Meer naar het oosten wordt het perceel lager. Op dat lagere deel wordt op rabatten een nat hakhoutbosje met soorten als els en wilg en struiken meidoorn en sleedoorn aangelegd. Van west naar oost is de lengte van het bosje 93 meter, de breedte is 57 meter. Bosje 5 Het bestaande grasland wordt eerst kort gemaaid en daarna gefreesd. Liever niet ploegen, dat verstoort de bodem en het bodemleven. Daarna worden over de breedte 36 plantstroken met een sleuvenfrees aangebracht. Er mag ook met een plantmachine in rijen aangeplant worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een onderhoudspad van 4 meter langs de watergang aan de zuidzijde. De bomen worden aangeplant als bosplantsoen (80-100). In een plantverband van 1,50 x 1,50. Benodigd aantal bosplantsoen 2240 stuks. Soorten en aantallen: Soorten en aantallen nat hakhout bosje 5 Soorten bomen 90% Gewone wilg 30% Salix alba Zwarte els 30% Alnus glutinosa Boswilg 15% Salix caprea Zachte berk 15% Betula pubescens Soorten struiken 10% Meidoorn 5% Crataegus monogyna Sleedoorn 5% Prunus spinosa

Aantal 672 stuks 672 stuks 336 stuks 336 stuks 112 stuks 112 stuks

Poel 2 In het lagere deel aan de oostkant wordt een tweede poel aangelegd. Ook deze poel kan, met name in de winter, dienen voor het vasthouden van water. Aan de buitenkant van de poel wordt over een breedte van de eerste 6 meter 50 centimeter diep afgegraven. Verder naar het midden wordt tot een maximale diepte van 1,50 meter gegraven. Door deze maximale diepte aan te houden blijft en door zonneschijn licht op de bodem komen, zodat waterplanten een groeikans krijgen. De poel loopt aan alle kanten glooiend af met een hellingshoek van 1:3. De oever rondom de poel wordt door afgraven met 15 centimeter afgevlakt. Doel hiervan is de fosfaatrijke bovenlaag te verwijderen, waardoor florasoorten zoals echte koekoeksbloem, ratelaar en in een later stadium soorten als rietorchis en kale jonker op de oever een goede biotoop krijgen. Na de aanleg wordt op de oever maaisel opgebracht van kruidenrijke percelen uit de omgeving. Vanaf de poel naar het oosten wordt een aansluiting met de watergang gemaakt. Tussen watergang en aansluiting wordt een stuw geplaatst, zodat toe- en afvoer van water bedienbaar is. Deze aansluiting is ongeveer 100 cm. breed, 1 meter diep en 22 meter lang. Er worden vanaf de poel naar het westen 5 slootjes van 70 cm. breed en 1 meter diep aangelegd, waarbij de drie sloten aan de zuidkant, op het lagere deel, met 81 meter wat langer zijn.

Aan de noordkant wordt van 2 slootjes de lengte 57 meter.

Afbeelding 5: Het projectgebied vanaf de noordzijde met het dorp Nijbroek

Begroting inrichtingskosten

Berekeningsformulier aanleg Landschap Naam Woonplaats Beheereenheden Maatregelen aankoop bosplantsoen 60-80 struweelhaag 1 BE1669407

Veldwijk Nijbroek 1669407; 1669426; 1371108; 1373935; 1373932; 1373928; 1371104; 1617310; 1617310; 1373933 en 1373929 eenheid aantal prijs totaal BTW stuks 378 € 1,50 € 567,00 9%

aankoop bosplantsoen 60-80 struweelhaag 2 BE1669426

stuks

546 €

1,50

€

819,00

9%

aankoop bosplantsoen 60-80 struweelhaag 3 BE1371108

stuks

2544 €

1,50

€ 3.816,00

9%

aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 1 BE1373935

stuks

1394 €

1,70

€ 2.369,80

9%

aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 2 BE1373932

stuks

2412 €

1,70

€ 4.100,40

9%

aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 3 BE1373928

stuks

1464 €

1,70

€ 2.488,80

9%

aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 4 BE1371104

stuks

2000 €

1,70

€ 3.400,00

9%

aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 5 BE1617310

stuks

2240 €

1,70

€ 3.808,00

9%

aanleg poel 1 BE 1373933

m3

1400 €

4,00

€ 5.600,00

21%

aanleg poel 2 BE 1373929

m

3

1900 €

4,00

€ 7.600,00

21%

aanleg bosjes 1 t.m. 3 klei aanleg bosje 4 en 5 klei aanleg struweelhagen 1 en 2 klei aanleg struweelhaag 3 klei

stuks stuks m m

€ € € €

0,90 0,90 3,55 3,55

€ 4.743,00 € 3.816,00 € 546,70 € 1.505,20

21% 21% 21% 21%

Subtotaal 1 opstellen plan Nazorg aankoop beplanting Nazorg aanleg beplanting Subtotaal 2 BTW BTW Totaal

5270 4240 154 424

7% € 45.179,90 10% € 21.369,00 10% € 10.610,90 9% € 23.505,90 21% € 28.034,58

€ 45.179,90 € 3.162,59 € 2.136,90 € 1.061,09 € 51.540,48 € 2.115,53 € 5.887,26 € 59.543,28

21% 9% 21%

Hectares voor afwaarderingsregeling samengevat Kadastraal Inrichting NBK02 B96 en NBK02 B97 Struweelhagen 1 en 2 NBK02 B93 en NBK02 B94 Struweelhaag 3 NBK02 B93 Droog bosje 1 NBK02 B93 Poel 1 NBK02 B97 Droog bosje 2 NBK02 B96 Droog bosje 3 NBK02 B96 Droog hakhoutbosje 4 NBK02 B96 Poel 2 NBK02 B96 Nat hakhoutbosje 5 Totaal

Oppervlakte 0,0769 hectare 0,2127 hectare 0,3212 hectare 0,2455 hectare 0,5768 hectare 0,3563 hectare 0,4885 hectare 0,2120 hectare 0,4837 hectare 2,9736 hectare

In de afwaarderingsregeling wordt 75% van de inrichtingskosten vergoed De subsidie voor de waardedaling van de grond bedraagt het verschil tussen de marktwaarde vóór en ná de functieverandering en inrichting. Hierbij geldt een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond. De grond wordt door een taxateur van de provincie Gelderland gewaardeerd. Daarna volgt een aanbod voor een beschikking voor die afwaardering. Als dit aanbod geaccepteerd wordt, volgt een notariële akte met een instandhoudingsverplichting en wijziging van bestemming van agrarisch naar landschap.

KRUIDENRIJK GRASLAND GOED VOOR KOE, BOER ÉN BIODIVERSITEIT

Kruidenrijk grasland is al jaren geleden verdwenen uit het landschap. Toch zijn kruiden essentieel voor koe, boer en biodiversiteit. Waarom zou ik nu als (melk)veehouder kruidenrijk grasland op mijn bedrijf willen hebben? Wat zijn de voor- en nadelen en hoe past kruidenrijk grasland binnen mijn bedrijfsvoering? En als ik al besluit een deel van bedrijf met kruidenrijk grasland in te richten, hoe realiseer ik dan kruidenrijk grasland? Deze brochure geeft antwoorden op deze vragen en is een bron van kennis en inspiratie om met kruidenrijk grasland aan de slag te gaan.

Referentie Kort na de Tweede Wereldoorlog stonden er zeker meer dan 25 soorten grassen en kruiden in onze weilanden. Een flink contrast met de huidige raaigrasweiden waar je 5 tot hooguit 10 soorten aantreft. Het verdwijnen van de kruiden uit onze graslanden heeft natuurlijk alles te maken met intensivering

van ons graslandgebruik. In de tweede helft van de jaren ‘40 lag de bemesting rond de 50 kilogram N per hectare per jaar, inmiddels is dat met 250 kg N een 5-voud van dat. In de jaren ‘90 werd zelfs tot 600 kg N per hectare gegeven. Deze mestgiften in combinatie met het veelvuldig herinzaaien van graslanden met éénzijdig samengestelde

< Kamgrasweide met het typische kamgras op de voorgrond

weidemengsels, ontwatering en herbicidegebruik heeft het aantal kruiden in onze graslanden sterk verlaagd. Deze ontwikkeling was goed voor de grasproductie, maar kende ook zijn keerzijde. Het heeft geleid tot een groot verlies van bloemrijke weiden, hetgeen funest is voor insecten en de ­(weide)vogels die daarvan leven.

Aandachtpunten bij kruidenrijk grasland •

De droge stof productie is maximaal 7 ton per hectare per jaar.

•

Het geoogste gras bevat een lagere VEM en ruw eiwitgehaltes.

•

Het beheer van kruidenrijk grasland is lastiger. Volvelds herbicidegebruik is niet mogelijk, maar ook niet nodig. Pleksgewijs ingrijpen kan wel. Een juist beheer voorkomt dat bepaalde soorten gaan overheersen.

•

Zaadgoed van inheemse kruidenrijke weidemengsels is kostbaar. De kosten liggen tussen de € 500 en € 800 per hectare voor alleen al het zaadgoed. Via het agrarisch collectief bestaan mogelijkheden om deze kosten (grotendeels) vergoed te krijgen via inrichtingssubsidie wanneer je vervolgens ook meedoet aan agrarisch natuurbeheer.

•

Intensieve beweiding en bepaalde weersomstandigheden kunnen bepaalde, minder gewenste vegetatieontwikkeling in de hand werken.

De meerwaarde van kruidenrijk grasland Uit voederproeven blijkt dat je als ondernemer 25 tot 30 procent van de intensieve raaigraskuil kunt vervangen door silage van kruidenrijk beheergras zonder dat de hoogte van de melkgift noemenswaardig afneemt. “Biodiversiteit vermindert wellicht vaak de productie, maar niet noodzakelijk de productiviteit” is een uitspraak van de Vlaamse veevoedingsdeskundige Luk Sobry en is in dit opzicht veelzeggend. In vergelijking met Engels raaigras lever je wat in op het gebied van droge stof productie, VEM en eiwit. Echter wordt dit verschil gecompenseerd doordat herkauwers door het toevoegen van structuur- en kruidenrijk ruwvoer aan het rantsoen tot wel 2 kilogram per dag meer aan droge stof opeten, wat een positief effect heeft op de melkgift. Het is dus belangrijk om als melkveehouder kennis te maken met de teelt en de nuttige eigenschappen van kruidenrijk grasland in de bedrijfsvoering. Productie en voederwaarde • Kruidenrijke graslanden zijn bij lage bemestingsgiften productiever dan monoculturen van Engels raaigras en robuuster tegen weersextremen. Door een mix van grassen en kruiden zijn er altijd soorten die bij verschillende groeiomstandigheden hun optimale groei vertonen. Doordat kruiden en bepaalde grassen dieper wortelen kunnen ze beschikken over meer vocht en nutriënten.

Door de aanwezigheid van vlinderbloemigen volstaat een lichte bemesting met ruige stalmest om toch een acceptabele opbrengst te realiseren. • Vlinderbloemigen, zoals rode en witte klaver, binden stikstof vanuit de lucht en voorzien de bodem van stikstof wat ten goede komt aan de productie. Daarnaast geven vlinderbloemigen een hoger gehalte aan eiwit in het ruwvoer. • Ruwvoer van kruidenrijk grasland is rijk aan mineralen en spoorelementen. Vooral de gehaltes aan Ca, Mg, Na, Mn, Zn, Fe, Cu en Se zijn vaak hoger dan in gras. • De reuk en smakelijkheid van dit type ruwvoer bevordert de voeropname. De uitspraak van Hessel Agema, melkveehouder uit het Friese Kollumerpomp: “Net als bij de mens zit ook bij de koe de neus niet ver van de mond”, spreekt voor zich. • Gras van kruidenrijk grasland is met 700 VEM en 50 DVE uitstekend ruwvoer voor zowel hoog productieve melkkoeien, zoogkoeien, vleesvee, jongvee, droog staande koeien, paarden, geiten en schapen.

Diergezondheid • Pensverzuring komt minder voor door structuur- en kruidenrijk ruwvoer. • Mineralen en spoorelementen in kruidenrijk ruwvoer kunnen deels voorzien in de behoefte waardoor gebrekziekten kunnen worden voorkomen. • Kruiden en vlinderbloemigen bevatten gezondheid bevorderende inhoudsstoffen. Tannine in gewone rolklaver kan helpen tegen maagdarmwormen bij herkauwers, smalle weegbree bevat het bacteriën werende Aucubine en paardenbloem Taraxine, die urine afdrijvend werkt en de lever- nierfunctie ondersteunt. Sommigen kruiden zijn ook rijk aan vitamines. Biodiversiteit • Kruidenrijke graslanden herbergen een grote verscheidenheid aan grassen en kruiden. • Structuur- en kruidenrijk grasland is door zijn open structuur zeer geschikt als foera­ geer-­­en nesthabitat voor weidevogels. • Structuur- en kruidenrijke graslanden zijn aantrekkelijk voor veel insecten. Ze vinden er voedsel in de vorm van nectar en pollen en zetten bovendien hun eieren erin af. Voldoende insecten zijn van groot belang voor het overleven van kuikens van weidevogels. • Naast weidevogels zijn kruidenrijke graslanden ook voor andere boerenlandvogels, zoals patrijzen, graspiepers en gele kwikstaarten een aantrekkelijk foerageer- en leefgebied. Dit geldt ook voor reeën, muizen en dassen en roofvogels, zoals de uil en de torenvalk.

Klimaat • Gecondenseerde tannines in bijvoorbeeld rolklaver en smalle weegbree zorgen voor een andere afbraak van eiwit in de pens. Hierdoor komt zowel minder ammoniak als methaan vrij in de pens. Dit kan bijdragen aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen uit de veehouderij. • De verwachting is dat door klimaatverandering meer extreme weersituaties gaan voorkomen. Droge periodes afgewisseld met zware neerslag. Kruidenrijke graslanden zijn robuuster en beter bestand tegen deze weersextremen. Bodem • De bodemstructuur van kruidenrijk grasland met verschillende soorten is beter dan van een perceel met alleen (raai)gras. De combinatie van fijne en grove wortels (penwortels) die ook nog eens dieper wortelen, hebben een positief effect op de doorlatendheid, beluchting en zijn zo weerbaarder voor extreme neerslag. • Een grote diversiteit aan plantensoorten geeft een hogere opbouw van bodem-organische stof. Imago • Bloeiende kruidenrijke graslanden dragen bij aan de belevingswaarde van het landschap en komt het imago van de veehouderij ten goede. Kaas en melk van kruidenrijke graslanden die beweid worden scoren goed bij de consument. Economie • Ruwvoer van kruidenrijk grasland voorziet voor een groot deel in structuur (prik) in de voeding en in de behoefte aan mineralen en spoorelementen.

Aankoop van hooi, luzerne, of mineralensupplementen kan geheel of deels achterwege blijven. • Gezonde inhoudsstoffen en voldoende structuur dragen bij aan de gezondheid en betere weerstand van het vee en vermindert het medicijngebruik. • Bemesting is niet of nauwelijks nodig. Deze uitgespaarde organische mest kan je elders op het bedrijf inzetten en je bespaart zo op de kosten voor de aankoop van kunstmest. • Kruidenrijk ruwvoer kan het gehalte aan

•

•

meervoudig onverzadigde vetzuren (CLA’s) in melk verhogen. Kaas geproduceerd van dergelijke melk zou een meerprijs kunnen genereren. In sommigen gebieden is het mogelijk om voor het beheer van kruidenrijke percelen of perceelsranden een vergoeding voor agrarisch natuurbeheer aan te vragen. Kruidenrijke graslanden en perceelsranden kunnen voor extra punten zorgen in bijvoorbeeld het kwaliteitsprogramma Foqus Planet van Friesland Campina. Dit betekent een toeslag op de melkprijs. Vanuit het GLB zien we een tendens naar meer biodiversiteit van de graslanden. Kruidenrijk grasland zal daarom in de toekomst eerder voldoen aan de vergroeningseisen.

Hoe realiseer ik kruidenrijk grasland? Uitgangspunt voor realiseren van kruidenrijk grasland is dat grasproductie niet meer dan 7 ton droge stof per hectare bedraagt. In de praktijk betekent dit dat de grondgebruikers hun productieniveau moeten verlagen. Bij een hoger productieniveau verliezen de kruiden het namelijk van de concurrerende en snelgroeiende grassen. Daarnaast is het belangrijk dat er nog ‘slapende’ zaden van gewenste kruiden in de bodem aanwezig zijn of gewenste soorten aanwezig zijn in de directe omgeving, bijvoorbeeld in bermen. Vaak vormt dit juist het probleem bij de ontwikkeling van kruidenrijk grasland, ook al zijn de randvoorwaarden zoals lage grasproductie en bodemvruchtbaarheid gerealiseerd. Verder bepaalt vocht in belangrijke mate welke type vegetatie zich zal ontwikkelen. Je kunt op 2 manieren kruidenrijk grasland ontwikkelen: 1. Door het toepassen van verschralingsbeheer. Hierbij wordt de bemesting gestopt of sterk verlaagd en wordt via maaien en afvoeren van het maaisel geprobeerd tot een goede uitgangsituatie te komen. Dit vergt, zeker op voedselrijke klei- en veengronden geduld. Op zand- en leemgronden zal de opbrengstdaling tot een gewenst niveau vlotter verlopen. De vegetatie zal onder dit verschralingsbeheer veranderen. Of zich ook een kruidenrijke vegetatie zal ontwikkelen is afhankelijk van de aanvoer van zaden van gewenste soorten. 2.

Door middel van inzaaien. Hierbij wordt de bestaande zode vernietigd door het dood te spuiten of onder te ploegen. Vervolgens wordt er opnieuw ingezaaid met een kruidenrijk zaadmengsel. Ook hier is het wenselijk dat de bodemvruchtbaarheid al enigszins is verlaagd voordat er ingezaaid wordt. In relatief korte periode zijn op deze wijze kruidenrijke graslanden te realiseren.

Praktische tips voor nieuw inzaai • Op zandgrond is het najaar het meest geschikte tijdstip voor nieuw inzaai. Het voorkomt sterke veronkruiding met eenjarige akkeronkruiden en zaden van veel kruiden hebben een koude periode nodig om te kiemen. • De regelgeving ten aanzien van het scheuren van grasland voor klei- en veengronden is zo dat de zode tussen 1 februari en 15 september vernietigd mag worden, voor zand- en lössgronden mag echter alleen tussen 1 februari en 10 mei de zode vernietigd worden. • Om op zandgrond toch in het najaar te kunnen inzaaien kan overwogen worden pas na een bouwlandfase, na bijvoorbeeld de teelt van maïs, graan of aardappelen te gaan inzaaien. • Op klei- en veengronden is het beste tijdstip voor inzaai het vroege najaar, bij voorkeur eind juli/begin augustus. Zeker op veengrond is dan de draagkracht goed en kan een grondbewerking goed worden uitgevoerd. • Zorg dat de pH van het perceel op orde is: pH > 4,8. • Vooraf doodspuiten van de zode is aan te bevelen wanneer veel ongewenste soorten, zoals kweek, in het perceel aanwezig zijn.

•

•

•

•

•

•

•

Grondbewerking alleen uitvoeren onder gunstige omstandigheden om structuurschade te voorkomen. Vooral niet te nat, maar bij zwaardere kleigronden ook niet te droog om een voldoende fijn zaaibed te krijgen. Ploeg de (doodgespoten) zode onder. Op zandgrond kun je er voor kiezen om dieper te ploegen dan gangbaar om zo de voedselrijke bouwvoor onder te ploegen en de schralere ondergrond naar boven te halen. Hiermee creëer je direct een schrale uitgangssituatie. Het is niet aan te raden om een niet doodgespoten zode te frezen, omdat juist dan volop hergroei plaats zal vinden uit de bestaande graszode. Zorg voor een mooi rul zaaibed door na het ploegen het meerdere malen te eggen. Eventueel kan bij een sterke onkruiddruk van éénjarige akkeronkruiden gewerkt worden met een vals zaaibed door met een interval van een paar weken te wiedeggen vooraf aan de definitieve inzaai. Op natte gronden is het bij herinrichting aan te bevelen om smalle percelen bol te leggen en grote percelen op te delen in stroken en die dan ook bol te leggen met daartussen ondiepe greppels. Stagnerend water op percelen stimuleert pitrus ontwikkeling; Inzaai kan het best uitgevoerd worden met een pneumatisch inzaaimachine met rol, waarbij de zaaidiepte niet meer dan 1,5 cm bedraagt. Als zaaizaadhoeveelheid wordt 20 kg per hectare geadviseerd.

Draai de machine vooraf een aantal malen af om de juiste zaaizaad hoeveelheid af te stellen. Tijdens het zaaien goed opletten dat het zaad niet ontmengd. Roer af en toe door de bak met zaad om de grote en kleine zaden weer met elkaar te mengen. Bij massale opkomst van éénjarige akker­ onkruiden een keer bloten om zo weer vol­ doende ruimte en licht te creëren voor kieming en vestiging van kruiden.

Is doorzaai van de bestaande zode geen optie? De meeste kruiden kiemen vrij traag en/of hebben een trage begingroei in vergelijking met grassen. De ervaringen met doorzaaien zijn mede daardoor meestal slecht. De kiemplanten van de kruiden moeten concurreren met de

bestaande grasmat. De groeisnelheid van gras is groter en daardoor worden de kiemplanten ‘overgroeid’ door het gras door concurrentie om licht. Als vernietiging van de bestaande zode niet gewenst of toegestaan is, is doorzaaien een optie. Vooral op veengronden kun je een tussenoptie van doorzaai en herinzaai overwegen. Hierbij spuit je de bestaande zode eerst dood waarbij je na 14 dagen het afgestorven gewas kort maait en afvoert. Vervolgens bewerk je de grond licht met een rotorkopeg zodat de zode wat opengewerkt is. Vervolgens zaai je het perceel door. Het voordeel is dat je op deze manier zo min mogelijk in de grond ‘roert’ en zo extra mineralisatie voorkomt. Op percelen waar de uitgangstoestand al geschikt is door meerjarige verschraling en het productieniveau op circa 5 ton droge stof per hectare ligt, kan door middel van het uitleggen van maaisel afkomstig van soortenrijke graslanden of bermen, de vegetatie worden verrijkt met extra kruiden. Zorg er wel voor dat je met kennis van zaken de bronlocatie kiest. Ongewenste soorten zoals het giftige Jacobs kruiskruid voor vee wil je natuurlijk met dit maaisel niet introduceren. Welke zaadmengsels zijn geschikt en waar kan ik deze kopen? Bij voorkeur worden kruidenrijke weidemengsels van inheemse herkomst gebruikt.

Soorten die in het verleden algemeen voorkwamen in onze graslanden bij een laag bemestingsniveau, zijn geschikt voor inzaai. Het zijn soorten die op verschillende bodems (grondsoort en vochtigheid) kunnen voorkomen. Verder verdragen ze beweiding en/of maaien en een lichte bemesting. Meer weten over welke mengsel geschikt zijn binnen je bedrijfsvoering? Neem contact op met je veldcoördinator van de lokale agrarische natuurvereniging.

Beheer van kruidenrijk grasland Bemesting Het eerste jaar na inzaai is bemesting ongewenst om de groei van productieve grassen niet teveel te stimuleren en de kruiden de ruimte te geven. Geef geen drijfmest in het voorjaar, omdat dit de grasgroei teveel stimuleert. Hierdoor ontstaat er een veel te zwaar gewas in het vroege voorjaar wat niet wenselijk is voor weidevogels. Pas geen bemesting met kunstmest toe op deze percelen. Dit werkt verzurend en stimuleert grasgroei wat ten koste van de ontwikkeling van kruiden. Maaien en/of weiden Afwisseling in maaien en beweiden van kruidenrijke graslanden heeft de voorkeur boven uitsluitend beweiden. Voor bloem bezoekende insecten, zoals vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen, is het belangrijk dat klavers en kruiden ook in bloei komen. Daarnaast is een structuurrijke vegetatie goed voor onder andere spinnen en sprinkhanen. Afhankelijk van de productie (niet te zware snede oogsten!) wordt er niet voor half juni gemaaid. Pas nabeweiding toe na de eerste snede. Je kunt er ook voor kiezen om de eventueel een tweede snede te maaien. Bij uitsluitend maaibe-

heer zullen typische weidesoorten als Engels raaigras en kamgras geleidelijk verdwijnen en hooilandsoorten als glanshaver en reukgras toenemen. De vegetatie zal zich ontwikkelen van een Kamgrasweide richting Glanshaverhooiland. Glanshaver­-hooilanden zijn meestal soortenrijker dan kamgrasweiden. Voederwinning Het geoogste gras kan het beste als voordroogsilage (niet te droog, 40-45%) in afzonderlijk balen worden geperst. Je kunt het gras ook hooien of apart inkuilen. Een mengkuil met gangbaar raaigras is niet aan te raden. Door het kruidenrijk gras apart te bewaren kun je het gerichter voeren en beter inpassen in het rantsoen.

TYPE MEST

HOEVEELHEID

FREQUENTIE

TIJDSTIP VAN AANWENDING

Vaste strorijke rundermest

10 tot 15 ton per ha

1 x per 2 jaar

Vroege vj of na de 1e snede

Runder­ drijfmest

15 m3 per ha

jaarlijks

Na 1e snede eind juni

Onderhoudsbekalking om de pH op > 4.8 te houden. Voor veengronden: langzaam werkende kalkmeststof zoals zeewierkalk of op basis van magnesiumcarbonaat (Dolokal extra, Dolokal Supra of Magkal).

Graslandbeheer Gewasbescherming vindt alleen plaats in uitzonderlijke situaties. Bijvoorbeeld bij het strijden van probleemonkruiden als akkerdistels, Jacobskruiskruid of ridderzuring. Onkruiden bestrijd je pleksgewijs. Hierbij gaat de voorkeur uit naar mechanische bestrijden via maaien of

uitsteken. Gericht maaibeheer kan hierin ook een goed instrument zijn om ongewenste vegetatieontwikkeling te sturen. Tijdstip van maaien en maaihoogte kunnen de ontwikkeling van bepaalde soorten remmen of stimuleren. Ook gericht bemesten kan soms uitkomst bieden.

Bron: Veldgids Ontwikkelen van kruidenrijk grasland. Wim Schippers Aardewerkadvies

Colofon Dit is een uitgave van Collectief Rivierenland, Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek en Collectief Veluwe, februari 2018. Tekst: Wageningen University & Research, Rob Geerts Eindredactie: Nieuw & CO, Monique Nieuwenhuis Foto's: Rob Geerts, foto gruttojong: Piet Zuidema Vormgeving: Designimals, Laura Hondshorst

Kruidenrijk grasland is niet alleen mooi in het landschap, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. De teelt van kruidenrijk gras kent vele voordelen voor koe en boer. Deze brochure biedt kennis en inspiratie om met de teelt van kruidenrijk grasland aan de slag te gaan.

CR Coöperatieve Agrarische Natuurbeheervereniging Collectief Rivierenland

Middendijk, Breestuk, Nijbroek

Bijlage 2 Bodemonderzoek Breestuk 5

83

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2022-363

Locatie:

Breestuk 5 te Nijbroek

Opdrachtgever:

Van Westreenen BV Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde

Datum:

5 januari 2023

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

Verkennend Bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

Opdrachtgever:

Van Westreenen BV Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde

Adviesbureau:

Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:

Definitief 1 5-1-2023 2022-363

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Remco Woertman*

Paraaf:

Veldwerkers:

Mark Morsink, Jacco de Graaf (in opleiding)*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2022-363

5-1-2023

Pagina 2 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

Inhoudsopgave Pagina 1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek

6

2.4 Directe omgeving locatie

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek NEN 5707 Asbest

7

Onderzoeksprogramma

8

3.1 Hypothesestelling

8

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

9

Onderzoeksresultaten

11

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

11

4.2 Analyseresultaten

11

4.3 Toetsing van de hypothese

12

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

13

Samenvatting en conclusie

BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:

2022-363

14

Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's onderzoekslocatie

5-1-2023

Pagina 3 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

1 Inleiding In opdracht van Van Westreenen BV heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Breestuk 5 te Nijbroek. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2022-363

5-1-2023

Pagina 4 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:

Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegevens van Nederland

Provincie Gelderland

Omgevingsrapportage Provincie Gelderland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Voorst

Historische informatie van de Gemeente Voorst

Informatie Opdrachtgever

BJZ.nu

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel

Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente

Breestuk 5 te Nijbroek Nijbroek

Sectie

B

Percelen

1907, 1908, 2259, 2260

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

<10000 m2

Eigenaar/ gebruiker

-

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie bestaat uit een agrarisch bedrijf

Bebouwing

Op de onderzoekslocatie staat een woning en schuur

Verharding

De onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers

Adres onderzoekslocatie

2.2 Algemene informatie locatie De locatie bevindt zich aan een Breestuk 5 te Nijbroek. De locatie bestaat uit een agrarisch bedrijf. Ter plaatse is een woning met schuur aanwezig. In de schuur worden kalveren gehouden. Initiatiefnemer is voornemens de kalverschuur te slopen en een kleinere schuur te herbouwen. Ten oosten van het huidige erf zal een compensatiewoning met bijgebouw worden gerealiseerd. De onderzoekslocatie bestaat uit het huidige erf en een gedeelte landbouwgrond/boomgaard (zie bijlage III). Op historische kaarten is vanaf 2006 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAG-register is de huidige woning gebouwd in 2005. De kalverschuur is volgens het register gebouwd in 2004. Voor de bebouwing heeft de locatie, voor zover bekend, uit landbouwgrond en boomgaard bestaan. Op 14 mei 2004 is een revisievergunning verleend voor het houden van vleeskalveren (nummer 0401458). Binnen de onderzoekslocatie is een spoelplaats voor vrachtauto’s aanwezig. Volgens historische kaarten heeft er tot 2005 een watergang gelegen. Vanaf 2006 is op de kaarten te zien dat de watergang is gedempt. Het is niet bekend met welk materiaal de watergang is gedempt.

2022-363

5-1-2023

Pagina 5 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

Op de locatie hebben zich verder in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Op de locatie is door Terra Agribusiness een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer: 2003-01-900, d.d. 6-1-2003). Aanleiding van dit onderzoek vormde de voorgenomen nieuwbouw van een woning. In dit onderzoek zijn enkel lichte verhogingen aangetroffen in het grondwater. 2.4 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van Nijbroek. De omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven, landbouwpercelen en woonhuizen. De directe omgeving wordt op historische kaarten aangeduid als "Lommerlust". Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 3 meter boven NAP.

2022-363

5-1-2023

Pagina 6 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook de brandweeroefenplaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek NEN 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf 2006 bebouwing op de locatie aanwezig is. De kans is nihil dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. Het is tevens niet aannemelijk dat er asbest in de bodem is terecht gekomen.

Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot asbest in de bodem.

2022-363

5-1-2023

Pagina 7 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

3

Onderzoeksprogramma

3.1

Hypothesestelling

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat de locatie een agrarische bedrijfslocatie betreft. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd en wordt als best passende strategie VED-HE gehanteerd. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters. In het kader van de NEN5740 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. De spoelplaats wordt onderzocht conform de strategie VEP. De gedempte watergang wordt onderzocht conform de onderzoeksstrategie VED-HE. Omdat de locatie (in het verleden) in gebruik is (geweest) als boomgaard zal de bovengrond en het grondwater tevens onderzocht worden op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Omdat de locatie zich in de Veluwe bevindt wordt de paramater Arseen toegevoegd aan het analysepakket. Tijdens het veldwerk wordt de locatie geïnspecteerd en zullen de boringen zintuiglijk worden beoordeeld. Bij zintuiglijk bijzondere waarnemingen kan de strategie nog worden aangepast. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:

Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie Demping Spoelplaats

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Verdacht (VED-HE) Verdacht (VED-HE) Verdacht (VEP)

Zware metalen, PAK, OCB’s Zware metalen, PAK, OCB’s Zware metalen, PAK, OCB’s

-

3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 21 december 2022 (plaatsing peilbuizen en monstername grond), 29 december 2022 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.

Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie

Ondiepe boringen1

Diepe boringen2

Peilbuizen

Gehele locatie

18

4

2*

Demping

-

3

1*

Spoelplaats

-

2

1*

Analyses grond

Analyses water

4x st. grond AS3000 + OCB’s 2x st. grond AS3000 + OCB’s 1x st. grond AS3000 + OCB’s

2x st. grondwater AS3000 + OCB’s* 1x st. grondwater AS3000 + OCB’s* 1x st. grondwater AS3000 + OCB’s*

1

Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv. *Peilbuizen met bijbehorende watermonsters gecombineerd voor beide deellocaties 2

2022-363

5-1-2023

Pagina 8 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt.

Tabel 8 Analyse onderzochte monsters Analyse monster BM1

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

BM2

0,00 - 0,50

BM3

0,00 - 0,50

BM4

0,00 - 0,50

BM5

0,00 - 0,50

BM6

0,00 - 0,50

OM1

0,50 - 2,00

OM2

0,50 - 2,00

OM3

0,50 - 2,00

Pb1wm1

Traject (m-mv) 2,00 - 3,00

Pb4wm1

2,00 - 3,00

Analyse monster

Deelmonsters

Analyse

14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 14 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50) 14 (1,50 - 2,00) 8 (0,50 - 1,00) 8 (1,00 - 1,50) 8 (1,50 - 2,00) 21 (0,50 - 1,00) 21 (1,00 - 1,50) 21 (1,50 - 2,00) 28 (0,50 - 1,00) 28 (1,00 - 1,50) 28 (1,50 - 2,00) 4 (0,50 - 1,00) 4 (1,00 - 1,50) 4 (1,50 - 2,00) 6 (0,50 - 1,00) 6 (1,00 - 1,50) 6 (1,50 - 2,00) 7 (0,50 - 1,00) 7 (1,00 - 1,50) 7 (1,50 - 2,00)

Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000) Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000) Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000) Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000) Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000) Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000) Arseen (As) (AS3000), AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

Arseen (As) (AS3000), AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

Arseen (As) (AS3000), NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000)

Analyse Arseen (As) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) OCB (AS3000) Arseen (As) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) OCB (AS3000)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.

2022-363

5-1-2023

Pagina 9 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

Motivatie analysestrategie gehele locatie Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 4 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het historische gebruik van de locatie is de bovengrond de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen en het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie is besloten om 4 mengmonsters van de bovengrond (BM1, BM2, BM3 en BM4) en tevens 2 mengmonsters van de ondergrond (OM1 en OM2) te analyseren. Motivatie analysestrategie voormalige watergang Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 2 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het vooronderzoek is de demping de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is besloten om 1 mengmonster van de bovengrond (BM5) en 1 mengmonster van de ondergrond (OM3) te analyseren.

2022-363

5-1-2023

Pagina 10 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

4

Onderzoeksresultaten

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit licht tot sterk kleiig zand, plaatselijk zwak humeus. De ondergrond bestaat uit licht tot sterk kleiig zand, plaatselijk zwak grindig en zwak humeus. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:

Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring 9 10 11 12 13

Diepte boring (m -mv) 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50

Traject (m -mv) 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden volledig puin, menggranulaat volledig puin, menggranulaat volledig puin, menggranulaat volledig puin, menggranulaat volledig puin, menggranulaat

Er is geen puin of asbestverdacht materiaal aan het oppervlak en in de boringen aangetroffen. Ter plaatse van gat 9, 10, 11, 12 en 13 is een funderingslaag aangetroffen. De funderingslaag valt niet onder de Wet Bodembescherming. De funderingslagen vallen buiten de scope van dit onderzoek, omdat deze lagen niet aan de definitie bodem voldoen. Het opgeboorde materiaal is wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Er zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. De funderingslaag wordt zintuiglijk beoordeeld als (gecertificeerd) menggranulaat. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen:

Tabel 11 Metingen grondwater Peilbuis Pb1wm1 Pb4wm1

Filterdiepte (m -mv) 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

Grondwater-stand (m -mv) 0,98 0,97

pH (-) 6,6 6,3

EC (µS/cm) 621 649

Troebelheid (NTU) 19,6 22,4

Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.

4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.

Tabel 12 Toetsingskader Wbb Concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet) * > AW-waarde ≤ T-waarde > T-waarde ≤ I-waarde

Betekenis Niet verontreinigd Licht verontreinigd Matig verontreinigd

> I-waarde

Sterk verontreinigd

Opmerking Geen aanvullend onderzoek nodig Geen aanvullend onderzoek nodig Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

Code * ** ***

* Voor grondwater geldt de streefwaarde Toelichting: De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2022-363

5-1-2023

Pagina 11 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

Tabel 13 Analyseresultaten NEN 5740 Monster

Traject (m-mv)

BM1

0,00 - 0,50

BM2

0,00 - 0,50

BM3

0,00 - 0,50

BM4

0,00 - 0,50

BM5

0,00 - 0,50

BM6

0,00 - 0,50

OM1

0,50 - 2,00

OM2

0,50 - 2,00

OM3

0,50 - 2,00

Pb1wm1 Pb4wm1

2,00 - 3,00 2,00 - 3,00

Samenstelling 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 14 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50) 14 (1,50 - 2,00) 8 (0,50 - 1,00) 8 (1,00 - 1,50) 8 (1,50 - 2,00) 21 (0,50 - 1,00) 21 (1,00 - 1,50) 21 (1,50 - 2,00) 28 (0,50 - 1,00) 28 (1,00 - 1,50) 28 (1,50 - 2,00) 4 (0,50 - 1,00) 4 (1,00 - 1,50) 4 (1,50 - 2,00) 6 (0,50 - 1,00) 6 (1,00 - 1,50) 6 (1,50 - 2,00) 7 (0,50 - 1,00) 7 (1,00 - 1,50) 7 (1,50 - 2,00) Pb1 Pb4

Verhogingen -

-

DDE (som)*, Cu*

DDE (som)*, Pb*, PAK 10 VROM*

-

PCB (som 7)*, Minerale olie*, PAK 10 VROM*

-

-

-

Ba* As*, Ba*

* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde

4.3

Toetsing van de hypothese

Onderdeel NEN 5740 NEN 5740 NEN 5740

2022-363

Deellocatie Gehele locatie Demping Spoelplaats

Gestelde hypothese Verdacht Verdacht Verdacht

5-1-2023

Hypothese verworpen of aangenomen Grotendeels verworpen Grotendeels verworpen Grotendeels verworpen

Pagina 12 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

4.4

Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

Gehele locatie Er zijn geen concentraties in de grond en het grondwater boven de tussenwaarde aangetroffen, dit houdt in dat er geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek.

Demping Er zijn geen concentraties in de grond en het grondwater boven de tussenwaarde aangetroffen, dit houdt in dat er geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek.

Spoelplaats Er zijn geen concentraties in de grond en het grondwater boven de tussenwaarde aangetroffen, dit houdt in dat er geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek.

2022-363

5-1-2023

Pagina 13 van 20

Verkennend bodemonderzoek Breestuk 5 te Nijbroek

5 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan een Breestuk 5 te Nijbroek, kadastraal bekend gemeente: Nijbroek, Sectie: B, nummer(s): 1907, 1908, 2259, 2260 is op 21 december 2022 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. De locatie bevindt zich aan een Breestuk 5 te Nijbroek. De locatie bestaat uit een agrarisch bedrijf. Ter plaatse is een woning met schuur aanwezig. In de schuur worden kalveren gehouden. Initiatiefnemer is voornemens de kalverschuur te slopen en een kleinere schuur herbouwen. Ten oosten van het huidige erf zal een compensatiewoning met bijgebouw worden gerealiseerd. De onderzoekslocatie bestaat uit het huidige erf en een gedeelte landbouwgrond/boomgaard (zie bijlage III).

Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740.

Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM3 zijn lichte verhogingen DDE en koper aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM4 zijn lichte verhogingen DDE, lood en PAK 10 VROM aangetroffen. In de bovengrondmengmonsters BM1 en BM2 zijn geen verhogingen aangetroffen. In de ondergrondmengmonsters OM1 en OM2 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen. In het grondwatermonster Pb4wm1 zijn lichte verhogingen arseen en barium aangetroffen.

Demping In het bovengrondmengmonster BM5 en in het ondergrondmengmonster OM3 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb4wm1 zijn lichte verhogingen arseen en barium aangetroffen.

Spoelplaats In het bovengrondmengmonster BM6 zijn lichte verhogingen PCB, minerale olie en PAK 10 VROM aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen.

Algemeen Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is.

Hoewel het verrichte veld- en laboratoriumonderzoek volgens de geldende normen zijn uitgevoerd, dienen de onderzoeksresultaten met enige voorzichtigheid te worden gehanteerd. Door de bodem steekproefsgewijs te onderzoeken is ernaar gestreefd om een representatief beeld te krijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het grondwater voorkomen. Het uitgevoerde onderzoek is verkennend en betreft een momentopname.

2022-363

5-1-2023

Pagina 14 van 20

BIJLAGE I Situering van de locatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13794445/2