Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello Planfase vastgesteld
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 T wello
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello
Inhoudsopgave
Bijlagen
3
Bijlage 1
Inrichtingsplan Voordersteeg 4
4
Bijlage 2
Inrichtingsplan Voordersteeg 8-8A
10
Bijlage 3
Bodemonderzoek Voordersteeg 8a
52
Bijlage 4
Rapport Flora & Fauna
101
Bijlage 5
Rapport Archeologie
137
Bijlage 6
Watertoets
179
2
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello
Bijlagen
3
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello
Bijlage 1 Inrichtingsplan Voordersteeg 4
4
E
F
D
G H D e t i n r i c h B t i n g D s p l a C H n a C e a n p l a n t Aanvullingen op inrichtingsplan g o t.b.v. kleinschalig biologisch tuinbouw bedrijf De Overkant, Voordersteeg 4 te Twello. e d i s b A
Toelichting op inrichtigsplan Door:
, tuinder en bewoners
Datum: 23 juli 2023
Aanleiding Op uitnodiging van van gemeente Voorst heeft er op woensdag 19 juli een overleg plaatsgehad over de inpassing van een deel van de percelen behorend bij het woonhuis aan de Voordersteeg 4, Het Iwland bij het ontwikkelplan voor Voordersteeg 8. De wens is om een deel perceel behorend bij Voordersteeg 8 te behouden voor de teelt van biologische groenten. De lintbeplanting langs de erfgrens wordt versterkt. Daarnaast is in overleg met de gemeente gesproken over verwijderen van de paardebak door het zand ter plaatse te vervangen met teeltaarde, de plaatsing van een 3 tal koude folie kassen ten behoeve van overdekte teeltcapacaiteit en aanleg van een bongerd met hoogstam fruit en walnootbomen. Het perceel Het perceel rondom de woonboerderij ‘Het Iwland’ aan de Voordersteeg 4 wordt gebruikt voor de biologische teelt van volle grondsgroente met lokale afzet middels groentepakketten onder de handelsnaam Biologische tuinderij De Overkant (www.tuinderijoverkant.nl) . Het perceel wordt biologisch beheerd. De tuinderij beschikt over een tweetal groeilocaties waarbij de Voordersteeg als huiskavel wordt gebruikt. Op het erf worden tevens de groentepakketten samengesteld en gedistribueerd. Er is gelegenheid om verse produkten van het land via een marktkraam en bestellingen af te halen. De bijgebouwen op het perceel worden gebruikt voor de opslag en verwerking van de groenten.
De tuinderij voorziet wekelijks ongeveer 250 personen uit de gemeente Voorst en Deventer van verse vollegronds groenten. Er worden jaarlijks zo’n 60 soorten verbouwd. Er is inzet van vrijwilligers. Er wordt samengewerkt met deelnemers van zorgbedrijf Aardewerk. De tuinderij is erkend leerbedrijf bij SBB en biedt stageplaatsen voor medewerkers teelt (MBO 2/3/4). Recentelijk zijn twee tuinders afgestudeerd. De tuinderij is nu 4 jaar in de huidige vorm actief. Sander Bakkenist is als tuinder voltijds werkzaam op de tuinderij. Daarnaast is er parttime inzet van medewerkers, stagiares en vrijwilligers. Het doel is om de biologisch teelt de komende jaren voort te zetten met een versterking van de activiteiten op de huiskavel. Toelichting op het inrichtingsplan A+C+H: Langs de perceelgrens is een groenstrook ingericht met inheemse soorten ter versterking van het bestaande groen bij de buren. Het inrichtingsplan en plantgoed is betrokken van Stichting gelderslandschap (zie blijlage). A is reeds gerealiseerd in het plan. C en H is nog te realiseren. Plantafstand is 150x150. B: op gemarkeerde erfgrens punten zijn een aantal solitaire bomen geplant bestaande uit inheemse soorten.
Het inrichtingsplan en plantgoed is betrokken van Stichting Gelderslandschap (zie bijlage) D: Op de percelen wordt door middel van strokenteelt en middels een vruchtrotatie op kleine schaal vollegrondsgroenten geteeld op teeltbedden van ca 50m lang en 1,50 m breed. Er wordt een 6 jarige vruchtrotatie toegepast. De bewerking gebeurt door middels van kleinschalige mechanisatie en veelal
handmatig. Er is veel aandacht voor het onderhoud en verbetering van de bodemvruchtbaarheid, er wordt geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen toegepast. Voor het bereiken van een ecologisch evenwicht is de randbeplanting nuttig als schuil- en netlocatie voor vogels en kleinere dieren als egels. Deze dragen bij aan beheersing van de belagers als slakken en insekten. E: ter plaatse van de paardenbak wordt een bongerd gerealiseerd bestaande uit hoogstam fruitbomen en walnootbomen. Plantgoed wordt betrokken de stichting Gelderslandschap en bestaat uit inheemse soorten. De situering van de bongerd draagt bij aan de landschappelijke inpassing van de tunnelkassen bij B. F: ter plaatse van de paardenbak worden een aantal tunnelkassen gerealiseerd met een totaal teeltoppervlak van maximaal 720m2. Hiermee versterkt de biologische tuinderij haar mogelijkheid om in het voor- en naseizoen de groenten voor de groentepakketten te leveren. De huidige faciliteit aan de Meermuidense weg verdwijnt door herbestemming en de overdekte teelt is nodig voor een gezonde bedrijfsvoering. Daarnaast wordt in samenwerking met zorgtuin Aardewerk gewerkt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en daarvoor is een overdekte werkplek gewenst om jaarrond activiteit te kunnen bieden als onderdeel van een leertraject naar werk.
De kassen bestaan uit boogconstructies (bijlage 2) G: langs de bestaande weideafscheiding wordt een rij bessenstruiken gezet bestaande uit inheemse aalbes, braam en framboos. Het inrichtingsplan en plantgoed wordt betrokken van Stichting Gelderslandschap. Vraag aan de gemeente De gemeente wordt gevraagd 600-800m3 goede teeltaarde uit de toplaag 0-25cm beschikbaar te maken t.b.v. ontgraving van de paardebak en deze terug te brengen in de oorspronkelijke staat. De grond kan mogelijk beschikbaar komen uit de voorziene afgraving en afschrapen van de percelen aan Voordersteeg 8. Deze grond komt in het najaar beschikbaar.
Contactgegevens:
Voordersteeg 4 7391 TL Twello
Bijlage 1: Inrichtingsplan groen Van: Verzonden: donderdag 16 februari 2023 11:51 Aan: Onderwerp: RE: Landschapsregeling biodiversiteit gemeente Voorst Urgentie: Hoog
Ik ben voor de uitdeeldag van 11 maart de bestellijsten aan het samenstellen. Ik heb hier een plan staan met onderstaande bestellijst:
Bakkenist
nummer 4
Nederlandse naam
Latijnse naam
€ 219,50 Maat
Aantal
Norm
Prijs
Bosplantsoen 2 jarig maat 60-80 Veldesdoorn/ Spaanse aak
Acer campestre
60-80
5 €
0,35
€
1,75
Hazelaar
Corylus avellana
60-80
10 €
0,35
€
3,50
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
60-80
25 €
0,35
€
8,75
Wilde liguster
Ligustrum vulgare
60-80
95 €
0,35
€
33,25
Zoete kers
Prunus avium
60-80
15 €
0,35
€
5,25
Inheemse vogelkers
Prunus padus
60-80
10 €
0,35
€
3,50
Hondsroos
Rosa canina
60-80
10 €
0,35
€
3,50
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
60-80
15 €
0,35
€
5,25
Winterlinde
Tillia cordata
60-80
15 €
0,35
€
5,25
Hulst
Ilex aquifolium
C-2
5 €
3,00
€
15,00
Onbehandeld
8x250
9 €
3,00
€
27,00
Zoete kers
Prunus avium
10-12
2 € 10,00
€
20,00
Haagbeuk
Carpinus betulus
10-12
1 € 12,50
€
12,50
Tamme kastanje
Castanea sativa
10-12
2 € 12,50
€
25,00
Winterlinde
Tilia cordata
10-12
2 € 12,50
€
25,00
Zomerlinde
Tilia platyphyllos
10-12
2 € 12,50
€
25,00
Boompalen Boompalen Laanbomen
Bijlage 2: boogkas type Te plaatsen kas TYPE 1 De te plaatsen kas is een HOKA kas; als gebruikt aangeschaft. Deze als gebruikte kas gekocht waarbij het raamwerk opnieuw wordt opgebouwd. De uiterlijke kenmerken van de kas komen sterk overeen met de hierna genoemde ROVERO 800 S kas. De hoogte bedraagt 3,40 m in het hoogste punt ipv 3,70m. Breedte is ca 8,00 m. De lengte is 30 meter. Folie wordt nieuw aangeschaft
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello
Bijlage 2 Inrichtingsplan Voordersteeg 8-8A
10
FAMILIE VAN BRUMMELEN / STEMAN
HERINRICHTING VOORMALIGE KWEKERIJ AAN DE VOORDERSTEEG 8A TE TWELLO GEMEENTE VOORST
Landschappelijk en stedenbouwkundig plan Landschappelijke inpassing / natuurontwikkeling Architectuur woningen
27-11-2023
De Regt Danz BNA
Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort
T: 033-455 05 09
E: info@deregtdanz.nl
I: www.deregtdanz.nl
INHOUD 1. Ligging van het plangebied
3
2. Landschappelijke context
4
2.1 Algemeen
4
2.2 Historische ontwikkeling van het landschap
5
2.3 Reliëf / Hoogteligging
6
2.2 Geomorfologie
7
3. Landschappelijke indeling
8
3.1 Algemene landschapsindeling Stichting Landschapsbeheer Gelderland
8
3.2 Landschapstypering van het Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei (2009)
9
3.3 Landschapstypering van de Cultuurhistorische Waardenkaart (2017)
11
4. Het plangebied
12
4.1 Bestaande situatie
12
4.2 Foto’s van het plangebied
13
4.3 Historische structuren rond 1900
17
4.4 Bestaande structuren
18
4.5 Gemeentelijke uitgangspunten
19
5. Landschappelijk en stedenbouwkundig plan
20
5.1 Concept
20
5.2 Nieuwe inrichting
21
6. Landschappelijke inpassing / natuurontwikkeling
23
6.1 Gebiedsindeling natuurontwikkeling
23
6.2 Elementen landschappelijke inpassing
23
6.3 Beschrijving toegepaste landschapselementen en natuurtypen
24
7. Architectuur nieuwe woningen
27
Beeldenreeks met doorlopende rieten kap
28
Principe doorsnede woning 1
40
Principe doorsnede woning 2
41
2
1. LIGGING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied is gelegen aan de Voordersteeg 8a in de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Twello. De hier gevestigde kwekerij is niet meer in functie. De aanwezige kassen worden gesloopt en het terrein wordt heringericht. De ontwikkeling van minimaal 1,0 ha nieuwe natuur maakt het mogelijk om twee woningen te realiseren. Aan de Voordersteeg zijn heden - met uitzondering van de detailhandel Welkoop, de steunpunt ‘De Vossen’ van het waterschap Vallei en Veluwe en het plangebied - alleen woningen aanwezig. Een functiewijziging van kwekerij - detailhandel naar wonen op de locatie Voordersteeg 8a zou passend zijn in de omgeving.
e rs t Voord
Plangebied
de Ior W. w ns
eek
H. eg
Landgoederen
Topografische kaart (W. Van Aalst)
3
Fliert
st g Oo n i d i e ell Kopp
Twe llose B
eeg
2. LANDSCHAPPELIJKE CONTEXT Dorp
2.1 Algemeen Het plangebied bevindt zich in de overgang tussen het dorp en het buitengebied. De belangrijkste landschappelijke kaders worden gevormd door de beekdalen van de Fliert en de Twellose Beek. De hogere gronden tussen de beken zijn in het verleden ontgonnen tot een relatief kleinschalig landschap (oude broekontginningen en kampenlandschap - afhankelijk van de bodem en hoogteligging). Zuidelijk van Twello zijn landgoederen aanwezig. Langs de Voordersteeg is geleidelijk een bebouwingslint ontstaan van oorspronkelijk kleine boerenbedrijven. Vanwege de vruchtbare gronden zijn hier in de jaren 30 van de vorige eeuw ook kwekerijen gevestigd.
e rs t Voord e d n a lint a wings Bebou
Steltenberg
eeg
Kleinschalig landschap
st g Oo n i d i pelle Kop
Beekdal va n de Fliert
eg
de T w
w ns
ello se B
de Ior W.
eek
H.
Be e
kda
l van
Landgoederen
Klein Noordijk
Gro(o)te Noordijk
PDOK Luchtbeeld / Landoederen Provincie Gelderland
4
HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP 2.2 Historische ontwikkeling van het landschap
1890
1980
Het kleinschalige landschap met akkerpercelen, weide- en hooilanden, een meanderende Fliert, een recht gegraven Twellose Beek, boomsingels in de beekdalen en bospercelen van de landgoederen
Planmatige woonwijken in Twello, de snelweg A1, graslanden, enkele akkers, de recht gegraven Fliert en Twellose Beek, minder boomsingels in de beekdalen en bospercelen van de landgoederen
1940
2021
Het kleinschalige landschap met akkerpercelen, weide- en hooilanden, een meanderende Fliert, een recht gegraven Twellose Beek, boomsingels in de beekdalen en iets minder bospercelen van de landgoederen
Uitbreidingswijken in Twello, de snelweg A1, graslanden, enkele akkers, de recht gegraven Fliert en Twellose Beek, restanten van boomsingels in de beekdalen en bospercelen van de landgoederen
5
7,40 m NAP
2.3 Reliëf / Hoogteligging
4,70 m NAP
6,15 m NAP
5,65 m NAP Afgra
4,70 m NAP
ving
4,95 m NAP 5,70 m NAP
5,10 m NAP 5,00 m NAP
5,95 m NAP
6,30 m NAP AHN-Kaart
6
Dekzandrug (Langs het Schakerpad)
2.4 Geomorfologie Zone van dekzandwelvingen Het plangebied bevindt zich in een laagte in de dekzandwelvingen. Delen van het gebied zijn afgegraven voor een verbinding tussen de twee beken de Fliert en de Twellose Beek.
t Laa
ssie epre D / gte
Beekdal
Be e
kdal
van
de T w
ellos
e Be
ek
ert van de Fli
g Oos lleidin e p p Ko
Zone van dekzandwelvingen
AHN-Kaart
7
3. LANDSCHAPPELIJKE INDELING 3.1 Algemene landschapsindeling Stichting Landschapsbeheer Gelderland De grootschalige indeling van landschappen gaat uit van de landschappelijke structuren. Landschappen langs het beekdal werden ontgonnen als broekontginningen. Het gebied op de hogere gronden tussen de beekdalen is ontgonnen vanuit kampen en vormt het kampenlandschap.
OUDE BROEKONTGINNINGEN KAMPENLANDSCHAP OUDE BROEKONTGINNINGEN
Basiskaart Landschap Provincie Gelderland
8
3.2 Landschapstypering van het Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei (2009)
e rs t Voord
Het landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei geeft een verfijnde indeling van landschapstypen weer en gaat uit van de specifieke landschappelijke structuren, overeenkomsten in verkavelingspatronen en kenmerkende verschillen tussen de ontginningen. De kaart is aangevuld met cultuurhistorische structuurlijnen en punten / objecten.
eeg
KAMPONTGINNINGEN OP HOGE DELEN
OEVERWAL OP HOGE EN LAGE DELEN KAMPONTGINNINGEN OP LAGE DELEN
Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei
9
Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei
10
3.3 Landschapstypering van de Cultuurhistorische Waardenkaart (2017) De gebiedsindeling van de cultuurhistorische waardenkaart is zeer gedetaillerd. De prioriteit ligt op het aanwijzen van cultuurhistorische waarden van (soms verdwenen) structuurlijnen, punten / objecten en gebieden. Daarbij spelen naast ruimtelijke verschijningsvormen ook functionele aspecten een rol bij de gebiedsindeling.
DROGE KAMPONTGINNINGEN
OUDE BROEKONTGINNINGEN REGELMATIG INGEDEELD
BROEKONTGINNINGEN REGELMATIG INGEDEELD KOMMEN ONREGELMATIG INGEDEELD
LANDGOEDERENLANDSCHAP
Cultuurhistorische Waardenkaart
11
KOMMEN ONREGELMATIG INGEDEELD
4. HET PLANGEBIED 4.1 Bestaande situatie
e rs t Voord
De bestaande woning en de winkel met kas zijn aan de Voordersteeg gelegen. In de tuin van de bestaande woning staan drie bijzondere bomen (een ginkgo, een berk en een Chinese watercipres) passend bij een kwekerij. De bij het erf horende graslanden lopen aan de achterzijde door tot de Koppelleiding Oost. Centraal in deze graslanden zijn de restanten van een boomsingel (drie eiken en een zoete kers) aanwezig.
eeg
Winkel
Tuin
Kas
st g Oo eidin l l e p Kop
Restanten boomsingel
H. W. ns Iorde we g
r lieren Popu
ij Populierenplantage
Bossen van de landgoederen Noordijk
PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK
12
HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP 4.2 Foto’s van het plangebied
Bestaande winkel met kas
Bestaande woning
Achtertuin van de bestaande woning
Kas aan de achterzijde van het erf
13
HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP
Zicht vanaf het erf naar het open landschap in de oostelijke richting
Zicht richting de H. W. Iordensweg
Restanten van de boomsingel
Restanten van de boomsingel
14
HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP
Koppelleiding Oost ter hoogte van het plangebied met zicht richting Oosten
Koppelleiding Oost ter hoogte van het plangebied met zicht richting Westen
Zicht vanaf de H. W. Iordensweg naar het open landschap langs de Koppelleiding Oost
15
BESLOTEN (LANDGOEDEREN)LANDSCHAP MET RELATIEF GROOTSCHALIGE BOSPERCELEN
KLEINSCHALIG OP EN LAND
SCHAP MET RELICT EN VAN BOOMSING
ELS
16
4.3 Historische structuren rond 1900 Rond 1900 was het landschap tussen de Voordersteeg en de Koppelleiding Oost relatief open. Grasland en akkerpercelen wisselden elkaar af en de perceelsgrenzen werden door boomsingels gekenmerkt. Grotere bospercelen kwamen zuidelijk van de Koppelleiding Oost voor in de omgeving van de twee landgoederen Gro(o)te Noordijk en Kleine Noordijk.
derst e Voor d n a a lint wings Bebou
Boomgaard
eeg
KLEINSCHALIG OPEN LANDSCHAP GESTRUCTUREERD MET BOOMSINGELS
Grasland
Tuinen Boomgaard Akker Akker Akker
Grasland
Grasland
Akker
Bos BESLOTEN LANDSCHAP MET RELATIEF GROOTSCHALIGE BOSPERCELEN
Bossen (van de landgoederen Noordijk) Grasland Bos Bos
PDOK Luchtbeeld / Topotijdreis
17
4.4 Bestaande structuren
e rs t Voord e d n lint aa wings u o b e B
Het bebouwingslint aan de Voordersteeg heeft geen vaste rooilijn maar verspringende voorgevels en open kavels. De achterzijde is gekenmerkt door een dorpse rafelrand. Sommige schuren staan vrij diep in het landschap. De kleinschaligheid van het landschap is in de kavellijnen nog steeds herkenbaar. De meeste boomsingels zijn echter verdwenen. Zuidelijk van de Koppelleiding Oost zijn ten opzichte van de strucruren rond 1900 grotere bospercelen verdwenen.
eeg
Relatief open en kleinschalig landschap met kenmerken van oude broekontginningen / kampenlandschap
pad ouds h r e d r / on rrido o c n e le op Smal
Bossen van de landgoederen Noordijk
PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK
18
4.5 Gemeentelijke uitgangspunten
Gemeente Voorst - landschapsontwerper Marion Nederbragt
19
5. LANDSCHAPPELIJK EN STEDENBOUWKUNDIG PLAN 5.1 Concept ▪
▪
e rs t Voord e d n lint aa wings u o b e B
Sloop van de bedrijfsbebouwing en vervangende nieuwbouw met twee schuurwoningen (ondergeschikt aan de naast gelegen woningen) Ontwikkeling van minimaal 1,0 ha nieuwe natuur inclusief bospercelen en passend bij het omringende landschap
eeg
Versterking van het kleinschalige landschap met kenmerken van oude broekontginningen / kampenlandschap
Zichtlijnen naar het landschap
en le op l a m S
or corrid
ad udsp o h r e / ond ud v Beho
eid v a a rh b n e rk e he an d
der dgoe n a l e an d
e
een n als
Bossen van de landgoederen Noordijk
PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK
20
entit
eit
5.2 Nieuwe inrichting ▪ ▪
e rs t Voord e d n lint aa wings u o b e B
De nieuwe twee woningen zijn gesitueerd achter een boomgaard Ontwikkeling van minimaal 1 ha nieuwe natuur inclusief bosperceel en houtsingels gebaseerd op historische structuurlijnen
eeg
Versterking van het kleinschalige landschap met kenmerken van oude broekontginningen / kampenlandschap
or eid v a a rh corrid b n n e p e eo herk Small n de a v ud Beho
der dgoe n a l e an d
e
een n als
Bossen van de landgoederen Noordijk
PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK
21
entit
eit
r s te Voorde
Nieuwe inrichting
PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK
22
eg
r s te Voorde
6. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING / NATUURONTWIKKELING n hagen Geschore
6.1 Gebiedsindeling natuurontwikkeling Door de aanplant van een boomgaard aan de Voordersteeg en de herinrichting van de graslanden zuidelijk van het erf worden de nieuwe woningen landschappelijk ingepast. Een groot deel van de in te richten gebieden (min 1 ha) zijn bedoeld voor natuurontwikkeling:
Boomgaard
1. Struweelhaag (5 m breed) met enkele bomen 343,09 m² 667,30 m² 1.010,39 m² 2. Kruiden- en faunarijk grasland 5.052,76 m² 3. Bosperceel (type inheems broekbos) 1.353,50 m² 4. Wisseldroge graslanden (met regenwaterberging en natte natuur - plas dras gebied) 3.216,48 m²
30 m 614,80 m²
20 m
Totaal:
10.633,13 m² (330,69 m²)
Na t Reg uurvr enw iend ate elijk ra fv e oer
6.2 Elementen landschappelijke inpassing Landschappelijke inrichtingselementen zijn: ▪ Boomgaard (hoogstamfruit) aan de voorzijde van het erf ▪ Losse bomenrij in het grasland ▪ Enkele solitaire bomen en een bomengroep in de wisseldroge graslanden
Struweelhaag met bomen / Houtsingel
Losse bomenrij
Zomereik - Quercus robur Gewone wilg - Salix alba Els - Alnus glutinosa Geschoren beukenhagen circa 1 m hoog Geschoren beukenhagen max 1,80 m hoog
4
3216,48 m²
1b
Wisseldroge graslanden met waterberging / natte natuur in het lage gebied
667,30 m²
Appelboom - Malus spec.
▪ ▪
eg
Biologische teelt / Extensief agrarisch gebruik
1a
3
2
1678,51 m²
Bos
Kruiden- en faunarijk grasland 5052,76 m²
(336,61 m²)
343,09 m²
PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK
23
1353,50 m²
Sma
or orrid c n e lle op
6.3 Beschrijving toegepaste landschapselementen en natuurtypen Gebied 1: Struweelhaag met enkele bomen / houtsingel
Soorten Zoals bij een door Stichting Landschapsbeheer Gelderland op een naastgelegen perceel aangeplante houtsingel.
Waarde voor natuur en landschap: De haag vormt een groene kader aan de zijkant van de erven. Een stuweelhaag bestaat uit verschillende soorten heesters en bomen, zorgt met bloemen, bessen en noten voor voedsel en biedt bescherming voor vogels en insecten.
Nederlandse naam
Latijnse naam
Maat
Bosplantsoen 2 jarig
Aanleg In de 5 m brede strook moet de graslaag worden verwijderd Aanplant in de basis met: Bosplantsoen met plantafstand 1,50 meter x 1,50 meter (enigszins ontregeld) Bomen in een losse rij met plantafstand van circa 7,5 meter Volgroeide breedte: circa 5 meter en hoogte: 2 - 4 meter (bosplantsoen / ondergroei) circa 15 meter (bomen).
Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig De stuweelhaag is vrij groeiend en hoeft in principe niet gesneden te woorden. Indien nodig kan de stuweelhaag om de 5 - 7 jaar worden gedund.
Aantal 1a
Aantal 1b
68,6 m lang
133,5 m lang
Veldesdoorn
Acer campestre
60-80
5
10
Hazelaar
Corylus avellana
60-80
10
25
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
60-80
30
60
Wilde liguster
Ligustrum vulgare
60-80
50
95
Sleedoorn
Prunus spinosa
60-80
60
115
Zoete kers
Prunus avium
60-80
15
30
Inheemse vogelkers
Prunus padus
60-80
15
25
Hondsroos
Rosa canina
60-80
15
25
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
60-80
15
30
Winterlinde
Tilia cordata
60-80
15
30
Hulst
Ilex aquifolium
C-2
5
10
Haagbeuk
Carpinus betulus
10-12
2
4
Tamme kastanje
Castanea sativa
10-12
2
4
Zoete kers
Prunus avium
10-12
2
4
Winterlinde
Tilia cordata
10-12
2
4
Zomerlinde
Tilia platyphyllos
10-12
2
4
Hoogstambomen
Voorbeeld struweelhaag met enkele bomen
24
Gebied 3: Bosperceel (type inheems broekbos)
Gebied 2: Kruiden- en faunarijk grasland Waarde voor natuur en landschap: Kruidenrijk grasland is door het hele jaar een schuil- en foerageerplek voor de vleermuizen, zwaluwen, kleine zoogdieren, bijen, vlinders en andere insecten. Een gebied met kruidenrijk grasland heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Aanleg is niet van toepassing. Het gaat om bestaand grasland zonder inzaaien. De soortensamenstelling van soorten is grondgebonden en afhankelijk van het maaibeheer, bezonning en neerslag. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer.
Waarde voor natuur en landschap: Kleine bossen zijn gebieden van rust en bieden nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vele dieren zoals vogels, zoogdieren en insecten. Kleine bossen hebben een kernzone, een mantel met struiken en een zoom met kruidenlaag. Oude bomen bieden broedgelegenheid aan spechten en andere holenbroeders (vleermuizen overwinteren en brengen jongen voort in boomholten). Omgevallen dode bomen raken begroeid met mossen en paddestoelen en vormen een leefgebied voor veel soorten Insecten. Kleine bossen zijn prachtige structuurelementen in het landschap. In kleine bossen wordt veel CO2 opgeslagen.
Aanleg Er wordt uitgegaan van verschraling door maaibeheer. Inzaaien is niet gewenst omdat de meeste zaaigoedmengsels niet grondgebonden zijn.
Het bosje bestaat in los verband geplante bomen / heesters (uitgaande van het richtgetal van 400 bomen per hectare zijn voor het bosperceel circa 55 tot 60 bomen te planten) en struiken als mantelvegetatie met de volgende soorten:
Beheer Een keer per jaar maaien (september) en extensief beweiden Maaigoed altijd afvoeren (nadat zaden van het maaigoed zijn uitgevallen) Niet bemesten met (drijf)mest Bij beheerwerkzaamheden moet rekening worden gehouden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)
Centraal deel van het bosje / kernzone: Els (Alnus glutinosa) Zachte berk (Betula pubescens) Zomereik (Quercus robur) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Boswilg (Salix caprea) Sporkehout (Rhamnus frangula)
Aandeel 20 % 15 % 20 % 10 % 10 % 25 %
In de randen van het bosje / zone van de bosmantel: Hazelaar (Corylus avellana) Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Inheemse vogelkers (Prunus padus) Hondsroos (Rosa canina) Gewone vlier (Sambucus nigra) Geoorde wilg (Salix aurita) Grauwe wilg (Salix cinerea) Gelderse roos (Viburnum opulus)
Aandeel 15 % 25 % 15 % 10 % 5% 10 % 10 % 10 %
45m
Aanleg Graslaag verwijderen De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) De bomen worden op circa 4 - 5 m van elkaar geplant De struiken worden op circa 1,5 tot 2 m van elkaar geplant (als ondergroei en mantelvegetatie aan de buitenrand van het bosje) Plantmateriaal: ▪ Bomen: (geveerde) bomen (150 / 200) ▪ Heesters: 2 x verplant, zonder kluit (60 / 80) Eventueel kan een raster ter bescherming van het bosje geplaatst worden (tijdens de eerste 2 - 3 jaren) De bomen en struiken moeten voldoende groeiruimte krijgen
Kernzone
4-
5m
Bosmantel
1,5 - 2 m
Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig Indien nodig kunnen bomen en heesters periodiek worden gedund Bij beheerwerkzaamheden moet rekening worden gehouden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)
1,5 - 2 m Plantschema bos (indicatief)
25
Overige landschapselementen
Gebied 4: Wisseldroge graslanden (met regenwaterberging en natte natuur - plas dras gebied) Waarde voor natuur en landschap: Vochtige schraalgraslanden zijn grazige, laagproductieve begroeiingen op vochtige en natte bodems. In goede vorm zijn ze opmerkelijk soortenrijk, vooral wat de flora betreft. Geringe verschillen in de bodem en het grondwaterregime geven aanleiding voor vele verschillende soortencombinaties. Het gebied heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer.
Boomgaard Een boomgaard biedt nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vele vogels en insecten. 6 hoogstamfruitbomen naar eigen keuze in losse setting en op ruime afstand van elkaar Losse bomenrij in het grasland (appelboom en zomereik) en de Solitaire bomen (els en gewone wilg) groeien vrij en ontwikkelen een natuurlijke kroonvorm. Inheemse loofbomen bieden schaduw in de zomer en laten het zonlicht / warmte door in de winter. Bomen zijn kenmerkende elementen in het landschap.
Aanleg De gronden worden enigszins gemodelleerd: lage delen zijn het licht glooiende tracé van de regenwaterafvoer en de natte natuurzone met plas-dras gebied. In de winter en na regenbuien blijft het water in de (circa 50 tot 70 cm) lage zone staan. De helling van de oevers is flauw (minimaal 1 op 6). Na modellering van de gronden (in grondbalans / zonder grondafvoer) hoeft niet ingezaaid te worden. De grondgebonden soortencombinaties groeien vanzelf. Verdere verschraling ontwikkelt zich geleidelijk door maaibeheer.
Aanplant De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) Plantmateriaal: ▪ Hoogstamfruitbomen met omtrek van minimaal 8-10 cm ▪ Boomsingel een hoogstam-boom met omtrek van minimaal 10-12 cm ▪ Solitaire bomen een hoogstam-boom met omtrek van minimaal 10-12 cm Aanplant met boompaal is te adviseren
De exacte omvang en de diepte van het waterbergingsgebied zijn afhankelijk van de waterbergingsberekening en de aanwezige grondwaterstanden. Om permanent water te laten staan moet het gebied tot minimaal 30 cm onder de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) worden afgegraven. Nader onderzoek (standen GHG en GLG) en uitwerking zijn noodzakelijk in overleg met het Waterschap Vallei en Veluwe.
Beheer De jonge bomen hebben met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water nodig tijdens droge perioden Na 4-5 jaar kunnen boompaal en -band worden verwijderd Verdere beheermaatregelen zijn in principe nauwelijks nodig Indien nodig kunnen dode of zieke takken gesnoeid worden in de wintermaanden
Beheer Een tot twee keer per jaar maaien (eind juli en september) Maaigoed altijd afvoeren (nadat zaden van het maaigoed zijn uitgevallen) Niet bemesten met (drijf)mest) Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)
Geschoren hagen Waarde voor natuur en landschap: De haag vormt een groene kader aan de voor- en zijkant van de erven. Door het onderhoud ontstaat een compacte en dichte heg. Een haag biedt bescherming voor vogels en insecten. Aanplant Beuk (Fagus sylvatica) Aanplant in 1 plantrij met 4 planten per meter (bosplantsoen) Volgroeide breedte: circa 0,5 tot 1 meter en hoogte: circa 1 meter aan de voorzijde en maximaal 1,80 meter tussen de zij- / achtertuinen (zie pag. 23) Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig De haag dient ongeveer 2 tot 3 keer per jaar gesnoeid te worden in een trapezium vorm (onderin wat breder dan boven) zodat ook de onderste delen van de haag voldoende bezonning krijgen
Voorbeeld plas-dras gebied met verschillende soortencombinaties van kruidenrijke graslanden
26
7. ARCHITECTUUR NIEUWE WONINGEN Beeldenreeks met doorlopende rieten kap Principe doorsnedes
Schuurwoning 1 1 laag met kap
Schuurwoning 2 1 laag met laag kap
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
Principe doorsnede woning 1
40
Principe doorsnede woning 2
41
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello
Bijlage 3 Bodemonderzoek Voordersteeg 8a
52
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 Voordersteeg 8a Twello
Datum:
17 juli 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320126
Opdrachtgever: Voordersteeg 8a 7391 TL Twello Auteur:
Paraaf
Gecontroleerd door
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................3 2.3 Historische kaarten....................................................................................................................4 2.4 Informatie Gemeente / Omgevingsrapportage ........................................................................4 2.5 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................4 2.6 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................4 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................5 2.8 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................5 2.9 Bodemonderzoek
noodzakelijk? ...............................................................................................5 2.10 Hypothese en strategie .............................................................................................................6 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................7 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................7 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................7 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................8 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ...............................................................................................................9 4.1 Globale bodemopbouw .............................................................................................................9 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................................9 4.3 Veldmetingen ............................................................................................................................9 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest
......................................................9 4.5 Toetsingskader ..........................................................................................................................9 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 10 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 10 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 11 4.7 Grond ...................................................................................................................................... 11 4.8 Grondwater ............................................................................................................................ 11 4.9 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 12 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 13 5.1 Conclusies ...............................................................................................................................
13 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 13 BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K2320126
1
1 INLEIDING In opdracht van mevrouw is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Voordersteeg 8a te Twello. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 1.750 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de bouwactiviteiten op de locatie en een bestemmingsplanprocedure. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden.
Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320126
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Voorst, sectie S, perceelnummer 1121 en 1122 (ged.) (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Locatie-inspectie De onderzoekslocatie betreft een terreindeel gelegen ten zuiden van Twello. De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door de aanwezigheid van woningen en een agrarisch gebied. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd. Op de locatie is een kassencomplex met winkel en garage aanwezig.
In de kassen bestaat de verharding uit beton, grindtegels en klinkers. Voor het pand is tevens een klinkerverharding aanwezig. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, op 13 juni 2023, heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie.
foto 1
foto 2
foto 3
foto 4
foto 5
foto 6
Rapportnummer: K2320126
3
2.3 Historische kaarten Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat de Voordersteeg al sinds de 19e eeuw in gebruik was als doorgaande weg. Het kassencomplex op de locatie is vanaf eind jaren ’90 van de vorige eeuw op de kaart te zien. Daarvoor is er vanaf de jaren ’50 al een gebouw op de onderzoekslocatie aanwezig.
2019
2000
1990
1970
1950
1925
2.4 Informatie Gemeente / Omgevingsrapportage Uit de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland zijn geen gegevens over de onderzoekslocatie bekend. Door de gemeente Voorst (mail van W. Ogg, 26 juni 2023) is aangegeven dat alleen detailhandel op de locatie aanwezig is geweest. 2.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van regio Veluwe-IJssel gelegen in deelgebied ‘buitengebiedk Voorst’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: natuur en landbouw - Bodemfunctieklasse: Wonen - Toepassingsklasse: natuur en landbouw (bron: bodemkwaliteitskaart van regio Veluwe-IJssel, Lievense Milieu BV, oktober 2020). 2.6 Asbestdakenkaart Op de onderzoekslocatie zijn volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland geen panden met een asbestdakbedekking aanwezig. Tijdens de locatie-inspectie is op de onderzoekslocatie eveneens geen bebouwing met asbestverdachte dakbedekking aangetroffen. Een uitsnede van de kaart is in de volgende afbeelding weergegeven. Opgemerkt kan worden dat voor de locatie in 2023 door De Klinker B.V. een asbestinventarisatie is uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in de rapportage K2340070, datum 30 juni 2023.
Rapportnummer: K2320126
4
Afbeelding 1: Uitsnede asbestdakenkaart
2.7 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33E0963 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Afbeelding 2: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is noordelijk gericht (bron: Isohypsenkaart provincie Gelderland). 2.8 Beïnvloeding vanuit de omgeving Uit de omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt dat van de locatie Voordersteeg 12 een verkennend onderzoek bekend is van mei 1996. Ook is in 2005 en 2013 het terrein aan de Voorstersteeg / Schakerpad onderzocht. Op beide locaties zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Gezien de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de afstand tot de huidige onderzoekslocatie wordt niet verwacht dat er zaken vanuit de omgeving de bodemkwaliteit ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie beïnvloeden. 2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Omdat een deel van het terrein in gebruik is geweest als kwekerij (kassencomplex) is de bodem mogelijk verontreinigd met Organochloor bestrijdingsmiddelen.
Rapportnummer: K2320126
5
2.10 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie
Oppervlakte (m2)
Hypothese
verdachte stoffen en bodemlaag Kas 900 verdacht OCB, toplaag (0-0,3 m-mv) Overig terrein 1.755 onverdacht *VEP = verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
strategie* VEP ONV-NL
Indien in de grond ter plaatse van de toplaag OCB wordt aangetroffen boven de achtergrondwaarde wordt de hypothese ‘verdachte locatie’ aangenomen. Indien in de geanalyseerde monsters van het overig terrein geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese ‘onverdacht’ aangenomen.
Rapportnummer: K2320126
6
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 1.750 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Veldwerk 1
Analyses
Kas
5 boringen tot 0,3 m-mv
1x OCB grond (laag 0,0-0,3 m-mv)
Overig terrein
8 boringen tot 0,5 m-mv en
2x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater
2 boringen tot 2,0 m-mv en 1 peilbuis
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Kas
6 boringen tot 0,3 m-mv (01 t/m 06)
-
Overig terrein
8 boringen tot 0,5 m-mv 01, 03 t/m 06, 08 , 09, 11
1 peilbuis (PB07, filterstelling 2,7-3,7 m-mv)
2 boringen tot 2,0 m-mv (02 en 10)
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 13 juni 2023 (boorwerkzaamheden) door de heer D. van Konijnenburg en op 21 juni 2023 (monsterneming grondwater) door de heer W. Lichtenberg. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heer Van Konijnenburg en Lichtenberg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
1 boringen worden gecombineerd uitgevoerd
Rapportnummer: K2320126
7
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
Kas
MM-KAS
G
01-1, 03-1, 05-1, 06-1
0,05-0,38
OCB
Overig terrein
MMBG1
G
01-1, 02-2, 03-1, 04-2, 05-2, 06-2
0,05-0,55
Standaardpakket grond en arseen
MMBG2
G
08-2, 09-1, 09-2, 10-1, 11-1, Pb07-2
0,00-0,65
Standaardpakket grond en arseen
MMOG
G
03-3, 03-4, 10-3, 10-4, 10-5, Pb07-3, 0,07-2,00 Pb07-4, Pb07-5
Standaardpakket grond en arseen
Pb07-1-1
W
PB07
Standaardpakket grondwater
2,7-3,7
G=grond W=grondwater
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-EN-ISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven. Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
Grond
Grondwater
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
Geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Organische stof en lutum
Rapportnummer: K2320126
*
8
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring Pb07 van onderhavig onderzoek. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00-0,15 0,15-0,80 0,80-1,30 1,30-1,80 1,80-2,20 2,20-2,70 2,70-3,30
Bodemsamenstelling zand, matig grof, zwak siltig zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus zand, matig grof, zwak siltig zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand, zeer fijn, matig siltig zand, matig fijn zwak siltig zand, matig grof, zwak siltig, zwak veenhoudend
Opmerkingen
zwak roesthoudend, plaatselijk leem aangetroffen
4.2 Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen zintuiglijke afwijkingen in de bodem waargenomen. 4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuis is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.2: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
PB07
13-06-2023
21-06-2023
2,7-3,7
1,9
6,06
629
28,7
De troebelheid van het grondwater is hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest De opgeboorde grond is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de bodem is geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN-5707 “Monsterneming en analyse van asbest in bodem” of NEN-5897 “Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat” heeft plaatsgevonden. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa).
Rapportnummer: K2320126
9
4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde2 tussenwaarde3
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.
Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota.
2
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
3 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K2320126
10
Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie (a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.3 zijn de toetsingsresultaten van de grond en het grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4. Tabel 4.3: Resultaten toetsing Deellocatie
Monster
Traject
Toetsing Wbb
Toetsing Bbk
[m-mv]
Beoordeling
Kritieke parameter
Beoordeling
Kas
MM-KAS
0,05-0,38
+
Heptachloor en som-chloordaan
Industrie
Overig terrein
MMBG1
0,05-0,55
+
Lood en PAK (10 van VROM)
Altijd toepasbaar
MMBG2
0,00-0,65
+
Lood, zink en PAK (10 van VROM)
Wonen
MMOG
0,07-2,00
-
-
Altijd toepasbaar
Pb07-1-1
2,7-3,7
+
Barium en nikkel
N.v.t.
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
4.7 Grond In de bovengrond onder de kassen is een licht verhoogd gehalte heptachloor en som-chloordaan (transchloordaan) aangetroffen. De bovengrond in de kas is verder licht verontreinigd met lood en PAK (10 van VROM). De bovengrond buiten de kas is licht verontreinigd met lood, zink en PAK (10 van VROM). In de ondergrond zijn geen van de onderzochte componenten aangetroffen boven de achtergrondwaarde. 4.8 Grondwater In het grondwater zijn de componenten barium en nikkel licht verhoogd aangetroffen.
Rapportnummer: K2320126
11
4.9 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.4: Toetsing hypotheses Deellocatie Kas Overig terrein
Oppervlakte (m2) 900 1.755
Hypothese
verdachte stoffen en bodemlaag
Toetsing
verdacht onverdacht
OCB, toplaag (0-0,3 m-mv) -
Aangenomen Verworpen
Door de aangetroffen verhoogde concentraties OCB wordt de hypothese ‘verdachte locatie’ voor de kas aangenomen. Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ voor het overig terrein verworpen te worden. De aangetroffen gehalten zijn echter van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien.
Rapportnummer: K2320126
12
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van mevrouw is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Voordersteeg 8a te Twello. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de bouwactiviteiten op de locatie en een bestemmingsplanprocedure. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem op de locatie bestaat afwisselend uit zeer fijn tot matig grof zand; tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen zintuiglijke afwijkingen in de bodem waargenomen; in de bovengrond ter plaatse van de kas is een licht verhoogd gehalte heptachloor en somchloordaan (trans-chloordaan) aangetroffen; de bovengrond in de kas is verder licht verontreinigd met lood en PAK (10 van VROM); de bovengrond buiten de kas is licht verontreinigd met lood, zink en PAK (10 van VROM); in de ondergrond zijn geen van de onderzochte componenten aangetroffen boven de achtergrondwaarde; in het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium en nikkel gemeten; de hypothese de kas is verdacht verontreinigd te zijn met OCB dient aangenomen te worden; de hypothese, het overige terrein is onverdacht op de aanwezigheid van
verontreinigingen dient verworpen te worden, echter in beide gevallen hoeft de onderzoeksinspanning niet aangepast te worden. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. 5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond op een locatie buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K2320126
13
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K2320126
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K2320126
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
13-6-2023
Datum:
13-6-2023
0
0
8
1 38
50
2 58
beton
8
1
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
0
0
Volledig beton ongebroken
2 50
3 58
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
13-6-2023
Datum:
13-6-2023
GWS:
180
GWS:
180
0 5
0
klinker
0 5
0 1
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
1
20
15
2
35
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
50 2
50
3 55
beton Volledig beton ongebroken Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
klinker Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
80
100
Zand matig grof, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
3 130
150
Zand matig grof, zwak siltig, matig grindig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
4 180
5 200
200
Leem, sterk zandig, donkergrijs, Edelmanboor
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
13-6-2023
Datum:
13-6-2023
GWS:
180
GWS:
180
0 5
0
klinker
1
0 5
0
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
50
2 55
Projectcode: K2320126
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
1
35
klinker
35
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
50
2 55
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
Boring:
Pb07
Boring:
08
Datum:
13-6-2023
Datum:
13-6-2023
GWS:
180
GWS:
180
0 7
0 1
15
100
0 7
0
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
2 50 3
klinker
1 30
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
50
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
0
gras
2 50
klinker
80
Zand matig grof, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor 4 130
150
Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal, Edelmanboor 5 180
200
Zand zeer fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor
6 220
Zand matig fijn, zwak siltig, donkergrijs, Zuigerboor handmatig 250
7 270
300
Zand matig grof, zwak siltig, zwak veenhoudend, donker bruingrijs, Zuigerboor handmatig
8
9
330
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
13-6-2023
Datum:
13-6-2023
GWS:
180
GWS:
170
0 7
0 1
30
2 50
50
klinker
0
Zand matig grof, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestbruin, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
1 50
50 2
70
100
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
3 120
150
Zand matig grof, zwak siltig, zwak roesthoudend, donkergrijs, Edelmanboor
4 170
Zand zeer fijn, sterk siltig, donkergrijs, Edelmanboor
5 200
Projectcode: K2320126
200
Boring:
11
Datum:
13-6-2023
0
0 1 50
gras Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartgrijs, Edelmanboor
50
Projectcode: K2320126
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K2320126
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN