CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen regels

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Middendijk 69, Nijbroek15.646 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7 alinea's met “lokaal”: 4352 6014 6147 6230 6252 6336 6362

opslag, een hooischuur of een bakhuisje.

De bijgebouwen

In het IJsselgebied zijn in de loop der

ensemble met verschillende bijgebouwen

jaren een aantal variaties op het hallehuis ontstaan. Om meer ruimte te creëren werd bijvoorbeeld het voorhuis uitgebouwd, zodat er een L-vormige plattegrond ontstond. Dit wordt ook wel een krukhuis genoemd. Met de groeiende welvaart kreeg het voorhuis een steeds formeler karakter en werd het voorhuis dwars op het achterhuis gebouwd. Zo ontstonden niet alleen nieuwe, formelere krukhuizen,

hallehuis

T-boerderij

De hallehuizen vormden meestal een op het erf. Deze schuren hebben een eenvoudige hoofdvorm. Het volume is symmetrisch, bestaat uit één laag met kap, heeft een rechthoekige -of langwerpige plattegrond en is bekroond met een zadeldak. Naast de eenvoudige symmetrische schuren komt ook de kapschuurtypologie

kapschuur

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

16/22

REFERENTIES TYPOLOGIEËN

3. Woning en bijgebouw in schuurtypologie geschakeld achter elkaar

2. Woning in schuurtypologie

1. Woning in hallehuistypologie

4. Woning en bijgebouw in schuurtypologie geschakeld naast elkaar

3. Woning en bijgebouw in schuurtypologie geschakeld achter elkaar

2. Woning in schuurtypologie

1+2. Vrijstaand bijgebouw in schuurtypologie

4. Woning en bijgebouw in hallehuistypologie geschakeld naast elkaar

4. Woning en bijgebouwen in schuurtypologie geschakeld naast elkaar

2. Woning in schuurtypologie

1+2. Vrijstaand bijgebouw in schuurtypologie

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

17/22

Randvoorwaarden •

Het hoofdvolume heeft een maximale inhoud van 750 m3.

•

Het bijgebouw of de bijgebouwen hebben in totaal een maximale

glanzende materialen dienen niet te •

De maximale nokhoogte bedraagt 9 m voor de hoofdwoning en 8 m voor de bijgebouwen indien het om van één volume (typologie 3) geldt een maximale nokhoogte van 9 m

•

goothoogte bedraagt 2.6 m. Een eventuele lagere goothoogte wordt

worden uitgewerkt; de dikte van het dakpakket van de woning (door

bouwmaterialen, zoals hout of

huidige gangbare isolatiewaarden

metselwerk (in lokaal verband en

vaak relatief dik) dient niet zichtbaar te zijn in de dakrand. •

Er worden geen bakgoten toegepast;

Indien het gebouw refereert aan

bij voorkeur worden de volumes

de lokale schuurtypologie kan er

voorzien van verholen goten of eenvoudige mastgoten. •

De bebouwing mag, zoals

hout kan er voor de gevel tevens

voorkomend in de regio, worden

plaatmateriaal worden toegepast

voorzien van een plint met een

en het dak kan naast dakpannen

hoogte van maximaal 600mm.

Een natuurinclusieve afwerking en/

Aanvullende aandachtspunten per typologie

of detaillering, zoals een groen dak,

Omdat de nieuwe bebouwing zowel

zijde van het dak.

is toegestaan. Natuurinclusieve

kan refereren aan het hallehuis als

oplossingen dienen voldoende aan

aan de lokale schuurtypes, zijn er

Materialisatie en detaillering

te sluiten bij het beoogde landelijke

naast algemene uitgangspunten voor

karakter van het erf.

het ontwerp tevens uitgangspunten

Gevelopeningen in de langsgevels

per type opgesteld. Naast

dienen met zorg te worden

typologische verschillen zitten er

gedetailleerd om het uniforme

ook verschillen in de materialisatie

beeld van de gesloten gevels te

en detaillering van de verschillende

waarborgen.

types. Op de komende pagina’s zijn

Eventuele dakramen dienen met

deze verschillen nader uitgewerkt per

zorg te worden gedetailleerd om het

type.

In het geval van een asymmetrisch zadeldak (bij een bijgebouw) geldt de

plaatmateriaal. •

2.6 m goothoogte enkel voor de lage

In lijn met de meer eenvoudige boerderijen zijn de gebouwen sober

•

in de detaillering; ornamentiek beperkt zich vooral tot de kopgevel of het voorhuis van de woning. De materiaal- en kleurkeuze voor de nieuwe bebouwing sluit aan bij de bebouwing uit de omgeving. •

De dakrand dient zorgvuldig te

worden gemaakt van traditionele

tevens worden afgewerkt met hout of

gewaardeerd.

•

mogelijk te worden weggewerkt. •

de hallehuistypologie kan er gebruik

van modernere materialen. Naast

boerderijtypologie. De maximale

•

Indien er het gebouw refereert aan

tevens gebruik worden gemaakt

De goothoogte is bij voorkeur zo laag mogelijk, passend bij de

•

worden meeontworpen en zoveel

dakpannen of rieten dakbedekking.

voor het geheel. •

zonwering dienen zorgvuldig te

Het kleurenpalet is gedekt; er worden

in lokale kleur) voor de gevel en

meerdere volumes gaat. In het geval

HWA, ontluchting, PV-panelen, en

worden toegepast. geen accentkleuren toegepast. •

oppervlakte van 100 m2. •

•

Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen en texturen;

•

•

uniforme beeld van het dakvlak te waarborgen.

•

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

18/22

asymmetrisch zadeldak hebben. •

De bijgebouwen refereren

•

aan de lokaal voorkomende

tussen de 30˚en 45˚.

schuurtypologieën. •

•

Typologie1: Een woning in

•

nabijheid van de woning op het achtererf. •

De woning refereert aan het hallehuis: het heeft een

•

formaat, maar ook qua rijkdom in materialisatie en detaillering. •

De woning is voorzien van een symmetrisch zadeldak.

•

De kopgevels van het woningvolume zijn horizontaal georienteerd: de verhouding

alleen voor het dakvlak aan de

De bijgebouwen zijn tevens

De volumes zijn voorzien van ofwel een symmetrisch, ofwel een asymmetrisch zadeldak.

•

Het hoge deel van een

Typologie 2: Een woning in

het erf gericht zijn. •

De hellingshoek van het dak ligt

met vrijstaand(e) bijgebouw(en) in schuurtypologie naast de woning (beoogd beeld: twee werkschuren naast elkaar). •

de lokaal voorkomende schuurtypologieën. •

ten aanzien van de hellingshoek

een eenheid in vormentaal, materialisatie en detaillering. •

geplaatst; het beoogde beeld is

lage kant van het volume.

een ensemble van werkschuren. •

De hellingshoek van het dak ligt

gebouwen gaan een duidelijke 0,5

tussen de 40˚en 45˚.

De afstand tussen de woning en bijgebouw(en) is niet te groot; de

40˚-45˚

Het dakvlak is beeldbepalend.

De woning en bijgebouw(en) worden naast elkaar op het erf

alleen voor het dakvlak aan de

ongeveer 2:0,5.

De gebouwen vormen een sterk ensemble: Ze vormen

In het geval van een asymmetrisch dak geldt de eis

Zowel de woning als de bijgebouwen refereren aan

tussen de 30˚en 45˚. •

lage kant van het volume.

schuurtypologie, gecombineerd

zowel op het toegangspad als op

tussen breedte en goothoogte is •

•

asymmetrisch bijgebouw mag

De woning, het hoofdgebouw, is onderscheidend, niet alleen qua

ten aanzien van de hellingshoek

materialisatie en detaillering.

achtererf gepositioneerd.

representatieve kopgevel. •

ondergeschikt in formaat,

van de woning meer op het

in schuurtypologie in de directe

In het geval van een asymmetrisch dak geldt de eis

het erf: Ze worden ten opzichte

met vrijstaand(e) bijgebouw(en)

•

De bijgebouwen zijn

ondergeschikt in hun positie op

hallehuistypologie gecombineerd

De hellingshoek van het dak ligt

interactie met elkaar aan. •

De woning is voorzien van een symmetrisch zadeldak

2

•

Het bijgebouw mag ook een

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

19/22

•

Indien het volume refereert aan

•

Indien het volume refereert aan

de lokale schuurtypologieën

de lokale schuurtypologieën,

vormen de gebouwdelen juist

sluiten volume, verhoudingen en

een eenheid in uitstraling: het

materialen daarbij aan.

woningdeel en het schuurdeel

•

Typologie 3: Woning en bijgebouw achter elkaar geschakeld in één hallehuis- of schuurtypologie. •

•

de hallehuistypologie, ofwel de lokale schuurtypologie. Indien de woning refereert

ofwel een symmetrisch, ofwel

detaillering.

een asymmetrisch zadeldak.

Het volume is voorzien van een De hellingshoek van het dak ligt tussen de 30˚en 45˚ bij een schuurtypologie.

•

Eventuele extra bijgebouwen

•

elkaar in hallehuistypologie of schuurtypologie •

schuurtypologie. •

In het geval van een asymmetrisch dak geldt de eis ten aanzien van de hellingshoek

Het geschakelde volume kan (in

alleen voor het dakvlak aan de lage kant van het volume.

de hallehuistypologie, ofwel de lokale schuurtypologie.

voorkomende schuurtypologieën. •

het hallehuis, heeft het een

Voor- en achterhuis dienen

representatieve kopgevel. •

•

Eventuele extra bijgebouwen dienen te worden uitgevoerd

Indien de woning refereert aan

representatieve kopgevel.

als referentie aan de lokaal voorkomende schuurtypologieën.

De geschakelde volumes zijn voorzien van een symmetrisch

van het schuurdeel wat betreft

zadeldak.

rijkdom in materialisatie en

•

De kopgevels van het

detaillering.

woonvolume zijn horizontaal

Het volume is voorzien van een

georienteerd: de verhouding

symmetrisch zadeldak.

tussen breedte en goothoogte is

De kopgevels zijn horizontaal

ongeveer 2:0,5.

georienteerd: de verhouding

•

tussen breedte en goothoogte is

Het dakvlak is beeldbepalend. De hellingshoek van het dak ligt

ongeveer 2:0,5. •

ligt tussen de 30˚en 45˚ bij een

z’n geheel) refereren aan ofwel

woningdeel is onderscheidend

•

De hellingshoek van het dak

bijgebouw geschakeld naast

als referentie aan de lokaal

herkenbaar te zijn: Het

•

•

Typologie 4: Woning en

dienen te worden uitgevoerd

aan het hallehuis heeft het een •

De volumes zijn voorzien van

zijn gelijk in materialisatie en

symmetrisch zadeldak.

Het geschakelde volume kan (in z’n geheel) refereren aan ofwel

•

•

•

tussen de 40˚en 45˚.

40˚-45˚

Het dakvlak is beeldbepalend. De hellingshoek van het dak ligt

40˚-45˚

0,5

tussen de 40˚en 45˚. 2

0,5 2

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

20/22

REFERENTIES MATERIALISATIE EN DETAILLERING HALLEHUISTYPE

lage goothoogte

keramische dakpannen

dak- en gevelopeningen zorgvuldig vormgegeven

sobere detaillering

rieten dakbedekking

eigentijdse uitstraling

metselwerk

houten gevelbelkeding

representatieve kopgevel

plint

horizontaal georienteerd volume

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

21/22

REFERENTIES MATERIALISATIE EN DETAILLERING SCHUURTYPE

samenhang ensemble

moderne materialisatie

plaatmateriaal

uniforme uitstraling

keramische dakpannen

landelijke uitstraling

eenduidige hoofdvorm

sobere detaillering

a-symmetrische kap

houten gevelbelkeding

functioneel karakter

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

22/22

Bijlagen

•

I. Bouwvlakken

•

II. Landschapsplan (aparte bijlage)

23/22

I. Bouwvlakken

Typologie1: Een woning in hallehuistypologie gecombineerd met vrijstaand(e) bijgebouw(en) in schuurtypologie in de directe nabijheid van de woning op het achtererf.

Typologie 3: Woning en bijgebouw geschakeld achter elkaar in één hallehuis of schuurtypologie.

Typologie 2: Een woning in

Typologie 4:

schuurtypologie

Woning en

gecombineerd

bijgebouw

met vrijstaand(e)

geschakeld naast

bijgebouw(en) in

elkaar in hallehuis­

schuurtypologie

typologie of

naast de woning.

schuur­typologie.

Beeldkwaliteitsplan Middendijk 69, Nijbroek | oktober 2023 | Open Kaart

24/22

Oktober 2023 In opdracht van familie Tekelenburg

Door Open Kaart Hanneke Stenfert, hanneke@deopenkaart.nl, 0630281636 www.deopenkaart.nl In samenwerking met Lindeloof Landschapsarchitecten Els Beekhuis

LAN D S C HAP S P LAN

gebiedsontwikkeling erf en gronden Middendijk 69 te Nijbroek 16 november 2023

voorliggend plan is de uitwerking van de afspraken zoals vastgelegd in principebesluit incl. bovenstaande kaart: het ontwikkelen van: 2 ha natte natuur 1 ha bos rond bedrijfsperceel aanplant boomgaard bij boerderij mogelijk maken nieuwe woning, landschappelijk ingepast met bos / beplanting

plangebied gebiedsontwikkeling Middenweg 69 Nijbroek

Landschapsplan Langs de wetering komt een natuurvriendelijke oever (nvo). Daar waar meer ruimte is, wordt de nvo breder. Op twee kavels aansluitend aan de wetering komt een natte bos-ontwikkeling. De massa die hierdoor ontstaat past in de schaal van de polder. Op twee naastliggende kavels wordt een kraamkamer voor de grote modderkruiper gecombineerd met een kruidenrijke grasvegetatie. De lange zichtlijnen de zo kenmerkend zijn voor de polder blijven hier intact. Beide vormen zullen meedoen in het bergen van water in natte tijden.

bestaande natuurontwikkeling nvo

nat bos kraamkamer

erfbosje hakhoutbosje met struweelhagen

nieuwe kavel hoogstam boomgaard

landschapsplan

Rond de stallen worden bosjes aangeplant. De lijnen versterken de landschappelijke verkaveling. Aan de wegzijde komt een boomgaard van appels en peren. Het nieuwe kavel wordt aan noord en zuidzijde begrenst door een houtsingel, die tevens de kavelstructuur versterkt. Een los opgezette boomgaard van diverse fruitsoorten vormt samen met de losse bomen op het erf de aanvullende structuur.

Drie deelgebieden: A. natte natuur 2 ha A1:natuurvriendelijke oever (6.135 m2); A2: nat bos (6.063 m2) A3: kraamkamer grote modderkruiper (7.802 m2) A.2

A.

A.3

B. rond bedrijfsperceel 1 ha

A.1

B1: hakhoutbosje met struweelhagen (0,7 ha) B2: erfbosje (0,3 ha) B3: boomgaard C. nieuw te ontwikkelen erf met woning.

B.2 B.1

C.

B. B.3

plangebied met de drie deelgebieden

A. natte natuur 2 ha A1: natuurvriendelijke oever (6.135 m2) Langs de wetering komen natuurvriendelijke oevers, zo zorgen we voor een betere waterkwaliteit en extra bergingscapaciteit bij veel regenval. Om te voorkomen dat het volledig dichtgroeit met riet is het van belang beide oevers van de wetering in zijn geheel te kunnen maaien vanaf een onderhoudspad. Het bestaande onderhoudspad aan de overzijde is maatgevend voor de locatie van de nvo en het onderhoudspad. Zie doorsnede. Voor het grondwerk is het van belang om zo te werken dat de omstandigheden ideaal zijn voor de vegetatie die zich moet gaan ontwikkelen. Een zorgvuldige “natuur technische” manier van werken wordt dan ook geadviseerd. Aanplant: niet aanplanten of inzaaien maar vanzelf op laten komen. Beheer: De oever wordt 1xperjaar gemaaid en het maaisel afgevoerd.

A. natte natuur 2 ha A2: nat bos (6.063 m2) RABATTEN BOS / N14.01 Rivier- en beek begeleidende bossen Aansluitend aan de natuurvriendelijke oevers langs de wetering wordt het weiland achter het onderhoudspad voorzien van een structuur van greppels. De wetering kan in deze greppels straks het overtollige water (tijdelijk) kwijt. De grond uit de greppels word gebruikt om de tussenliggende delen te verhogen. Hierop wordt een bos aangeplant. Het eindbeeld is een gesloten bos met de greppels overschaduwd. Grondwerk: graven greppels, grond verwerken op tussenliggende delen. Afstand: hoge delen ca 7-10 m1 breed, lage delen (greppels) ca 5 m1 breed. Aanplant in rijen, driehoeksverband 1/st m2 Sortiment: 30 % els, 70 % 4 soorten wilg: waterwilg (caprea) katwilg (viminalis) grauwe wilg (cinerea) en bittere wilg (purpurea). Plantmaat: bosplantsoen Beheer: Het beheer bestaat uit het gefaseerd afzetten van 30% van de planten, om de 2 jaar een ander deel.

A. natte natuur 2 ha A3: kraamkamer grote modderkruiper (7.802 m2)/ N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland Om de omstandigheden voor de grote modderkruiper te verbeteren worden kraamkamers aangelegd. Haaks op de wetering komen ondiepe sloten met flauwe taluds. De sloten worden gevoed door twee verbindingssloten paralel aan de wetering. Grondwerk: (voorlopig) uitgangspunt maatvoering kraam-sloten: talud zuidzijde 1:1 tot 1:2 en noordzijde 1:4 tot 1:6, ca 1:2, bodembreedte 1 m1, afstand tussen kraamsloten minimaal 6 m1. E.e.a. bekijken aan de hand van het waterpeil en de huidige grondslag. Uitgangspunt is de grond uit de te graven sloten verwerken op het land, uit praktische overweging. geen aanplant, niet inzaaien, allereerst de zaden uit de grond op laten komen. Beheer: moet ivm de kwetsbaarheid leefomstandigheden zeer zorgvuldig gebeuren. Bespreken of de regie hiervoor bij het waterschap kan worden ondergebracht. 1 a 2 x per jaar maaien en afvoeren, 15% van de vegetatie laten staan.

B. rond bedrijfsperceel 1 ha B1: hakhoutbosje met struweelhagen (0,7 ha) Dit bos zorgt voor een landschappelijke inpassing van met name de grote stal, die haaks op de landschappelijke structuur staat. Door de langwerpige structuur van het bos, wordt de lengterichting (weer) benadrukt. Het hakhout is een historisch element in deze streek, die in de loop van de tijd verdwenen zijn omdat ze hun economisce functie verloren. De aan te planten soorten komen van oorsprong voor in bossen in de IJsselvallei. Aan dit oorspronkelijke assortiment worden ook eetbare soorten toegevoegd. Aan de rand van de bosjes zijn struweelhagen toegevoegd. De bosjes en de struweelagen zijn belangrijk als schuilplaats voor zoogdieren. Een belangrijk leefgebied voor zang- en struweelvogels zoals kneu, tjiftjaf, roodborst, keep en andere soorten. Aanplant in rijen, driehoeksverband Plantafstand 1,50 X 1,50 m2, 1e plantrij minimaal 5 m1 vanaf insteek sloot. 1e plantrij minimaal 5 m1 vanaf insteek sloot. Sortiment: Zomereik, zwarte els, zachte berk, wilde lijsterbes, sleedoorn EN hazelnoot. In de randen aangevuld met: hondsroos, wilde kers, gewone vlier, mispel. NB: ivm fruitgaard /gevoelig voor perenvuur beter geen meidoorn aanplanten. Sortiment hagen: Veldesdoorn, sleedoorn, rode kornoelje, hazelaar en kardinaalsmuts.

Plantmaat: bosplantsoen Beheer: Het beheer van het middendeel van het bosje bestaat uit het op termijn afzetten van de boomvormers, op een hoogte van c a60 cm, bij een stamdikte van 15-20 cm. Het beheer van de randen struweelhagen bestaat uit het voorkomen van opgroeiende bomen en gefaseerd afzetten van het struweel. De struweelhagen worden gefaseerd, eens in de 25 jaar afgeet op ca 60 cm. Gefaseerd zodat altijd een deel over blijft voor de vogels.

B. rond bedrijfsperceel 1 ha B2: erfbosje (0,3 ha) Het bosje wordt geplant om het erf landschappelijk in te passen. De massa zorgt ervoor dat de boerderij en opstallen verankerd wordt in het landschap. De aan te planten soorten komen van oorsprong voor in bossen in de IJsselvallei. Aan dit oorspronkelijke assortiment worden ook eetbare soorten toegevoegd. Aanplant in rijen, driehoeksverband Plantafstand 1,50 X 1,50 m2, 1e plantrij minimaal 5 m1 vanaf insteek sloot. 1e plantrij minimaal 5 m1 vanaf insteek sloot. Sortiment: Zomereik, zwarte els, zachte berk, wilde lijsterbes, sleedoorn EN hazelnoot. In de randen aangevuld met: hondsroos, wilde kers, gewone vlier, mispel. NB: ivm fruitgaard /gevoelig voor perenvuur beter geen meidoorn aanplanten Plantmaat: Bosplantsoen Beheer: Het beheer van het middendeel van het bosje bestaat uit het op termijn afzetten van de boomvormers, op een hoogte van ca 60 cm, bij een stamdikte van 15-20 cm.

B. rond bedrijfsperceel 1 ha B3: hoogstam boomgaard De aan te planten boomgaard komt aan de voorzijde, links van de boerderij. Op deze manier blijft het zicht op de monumentale boerderij intact en wordt zelfs versterkt. De boomgaard verzacht het zicht op het naastliggende erf waardoor de boerderij alle aandacht krijgt. Aanplant in rijen, 6 meter uit elkaar; 8 meter in de rij in driehoeksverband. Tussen de rijen een greppel van ca 30 cm voor voldoende drooglegging. Sortiment: appel: Malus domestica: alle soorten: zelfbestuivend, pluk in september ‘Notarisappel’: hand en moes; ‘Rode Boskoop’ (Goudreinet) : moes; ‘Elstar’: hand ; ‘d Ecolette’: hand en bewaar peer: Pyrus communis ‘Concorde’: pluk in september, zelfbestuivend; hand, zeer ziekteresistent; ‘Conference’: pluk in september, zelfbestuivend; hand, ‘Gieser Wildeman’ pluk in oktober, roodkokende stoofpeer, zeer ziekteresistent; ‘Winterrietpeer’ pluk in oktober, roodkokende stoofpeer, zeer ziekteresistent Plantmaat: hoogstam 12-14 Onder begroeiing: Grasland voor jongvee of schapen. Aanbrengen bescherming rond stam Beheer: Fruitbomen snoeien, snoeihout als brandhout Bescherming rond bomen controleren en zo nodig herstellen

C. nieuw te ontwikkelen erf met woning.

linde wilg

eik

lijsterbes, els en berk

ingel

houts

gel houtsin

eik

nvo

fruitgaard notenboom

natuurvriendelijke oever aansluitend aan watergang langs nieuwe toegangsweg bouwkavel, breedte ca 3-4 meter

duiker verplaatsen

voorstel beplantingen nieuwe kavel

HOUTSINGEL Het nieuwe bouwkavel wordt landschappelijk ingebed door het aanplanten van twee forse houtwallen. Deze wallen versterken het lineaire karakter van het landschap. De nieuwe bebouwing wordt zo niet verstopt maar een logisch onderdeel van het landschap. Tegelijkertijd is de plaatsing van de houtwallen zo dat de bebouwing vanaf de weg bijna niet te zien is. Grondwerk: de grond die vrij komt bij het graven van de natuurvriendelijke oever , grond verwerken op tussenliggende delen. Afstand: hoge delen ca 7-10 m1 breed, lage delen (greppels) ca 5 m1 breed. Aanplant in rijen, driehoeksverband 1/st m2 Sortiment: 30 % els, 70 % 4 soorten wilg: waterwilg (caprea) katwilg (viminalis) grauwe wilg (cinerea) en bittere wilg (purpurea). Plantmaat: bosplantsoen Beheer: Het beheer bestaat uit het gefaseerd afzetten van 30% van de planten, om de 2 jaar een ander deel. NATUURVRIENDELIJKE OEVER A-watergang De watergang langs het oprij pad van het nieuwe bouwkavel krijgt een smalle natuurvriendelijke oever. Dit doet mee in de wateropgave in de polder. Landschappelijk zorgt de lijnvormige beplanting die daar ontstaat voor een verankering van het nieuwe erf. De oever kan eenvoudig gemaaid worden. LOSSE LANDSCHAPPELIJKE (FRUIT) BOMEN Op het nieuwe erf zorgen losse, landschappelijke bomen voor eentransparant beeld. Aan de voorzijde een losse boomgaard van fruit en noten.

Aan de landschapszijde enkele solitairbomen. Aanplant in los verband, plantafstand minimaal 6 meter uit elkaar. Sortiment voorzijde: hoogstam van appel, peer, kers, mispel, kweepeer aangevuld met een walnoot. Plantmaat: hoogstam of (noot) 18-20 Sortiment achterzijde Eik, Linde,Wilg. In het verlengde van de houtsingel kleinere bomen: Lijsterbes, Berk, Els. Plantmaat: 16-18 / 18-20 Beheer: begeleidingssnoei, watergeven (1e twee jaar extra!)

klompenpad de nieuwe natuurontwikkeling maakt het mogelijk het klompenpad uit te breiden, over het onderhoudspad tussen wetering en nieuwe natuur. onderzocht kan worden of er zelfs een trekpontje een verbinding met de andere zijde van de wetering gemaakt kan worden.

klompenpad

A1

B1

B1 B2

B2

B3 69 62 62A-62B

SITUATIE - schaal 1:5000

A1

B3 69

A. Natte natuur: rabatten bos - schaal 1:500

B. Rond bedrijfsperceel - schaal 1:500

LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV 015 2133 444

Marlotlaan 1G 2614 GV DELFT

info@josvandelindeloof.nl

352 m2 nvo

2752 m2 nat vr oever

0

10

20

30

40

69

50 meter

60

70

80

90

100 meter

62

62A-62B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13794892/2