Bijlagen regels
Tekst van het document
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
6022
nummer
GELUID
INDICES
STOF
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
OMSCHRIJVING
Loswal
10
30
50
6312
A
Distributiecentra, pak- en koelhuizen
30
10
50
C
50
6312
B
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30
C
10
30
2
2 G
6321
2
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)
10
0
100
C
30
100
3.2
2 G
6321
3
Caravanstalling
10
0
30
C
10
30
2
2 P
64
-
POST EN TELECOMMUNICATIE 0
0
30
C
0
30
2
2 P
641 71
Post- en koeriersdiensten -
30
50 R
50
D
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
711
Personenautoverhuurbedrijven
10
0
30
10
30
2
2 P
712
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (exclusief personenauto's)
10
0
50
10
50
D
3.1
2 G
713
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
10
0
50
10
50
D
3.1
2 G
7133
Verhuurbedrijven voor kantoormachines en computers
10
0
30
10
2
2 G
Onderhoud en reparatie computers en kantoormachines
0
0
10
Datacentra
0
0
30
72
-
72
-
725 72
B
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE C
0
10
1
1 P
0
30
2
1 P
74
VERKEER
30
CATEGORIE
GEVAAR
10
30
2
1 P
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
-
30
INDICES GROOTSTE AFSTAND
-
731
STOF
73
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
30
R
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
74701
Reinigingsbedrijven voor gebouwen
50
10
30
30
50
3.1
1 P
7481.3
Foto- en filmontwikkelcentrales
10
0
30
C
10
30
2
2 G
7484.3
Veilingen voor landbouw- en visserijproducten
50
30
200
C
50
200
4.1
3 G
7484.4
Veilingen voor huisraad, kunst en dergelijke
0
0
10
0
10
1
2 P
R
D
90
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9001
A0
RWZI's en gierverwerkingsinrichting, met afdekking voorbezinktanks:
9001
A1
-
< 100.000 i.e.
200
10
100
C
10
200
4.1
2 G
9001
A2
-
100.000 - 300.000 i.e.
300
10
200
C
Z
10
300
4.2
2 G
9001
A3
-
>= 300.000 i.e.
500
10
300
C
Z
10
500
5.1
3 G
9001
B
Rioolgemalen
30
0
10
C
0
30
2
1 P
9002.1
A
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven en dergelijke
50
30
50
10
50
3.1
2 G
9002.1
B
Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
30
30
50
30
50
3.1
2 G
9002.1
C
Vuiloverslagstations
200
200
300
30
300
4.2
3 G
9002.2
A0
Afvalverwerkingsbedrijven:
9002.2
A1
-
mestverwerking/korrelfabrieken
500
10
100
10
500
5.1
3 G
9002.2
A2
-
kabelbranderijen
100
50
30
10
100
3.2
1 G
9002.2
A3
-
verwerking radioactief afval
0
10
200
1500
1500
6
1 G
9002.2
A4
-
pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)
50
10
30
10
50
3.1
1 G
9002.2
A5
-
oplosmiddelterugwinning
100
0
10
30
9002.2
A6
-
afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW
300
200
300
9002.2
A7
-
verwerking fotochemisch en galvano-afval
10
10
30
30
9002.2
B
Vuilstortplaatsen
300
200
300
9002.2
C0
Composteerbedrijven:
9002.2
C1
-
300
100
50
niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jaar
C C
C
Z
R
R
100
D
3.2
1 G
300
D
4.2
3 G
30
2
1 G
10
300
4.2
3 G
10
300
4.2
2 G
50 R
AFSTANDEN IN METERS
INDICES GROOTSTE AFSTAND
-
niet-belucht v.c. 5.000 tot 20.000 ton/jaar
700
300
100
30
700
5.2
2 G
C3
-
belucht v.c. < 20.000 ton/jaar
100
100
100
10
100
3.2
2 G
9002.2
C4
-
belucht v.c. > 20.000 ton/jaar
200
200
100
30
200
4.1
3 G
9002.2
C5
-
gft in gesloten gebouw
200
50
100
100
200
4.1
3 G
93
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.1
A
Wasserijen en linnenverhuur
30
0
50
30
50
3.1
2 G
9301.1
B
Tapijtreinigingsbedrijven
30
0
50
30
50
3.1
2 G
Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30
30
30
2
2 G
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
30
2
1 G
9301.2 9301.3 SBI 93/SvB b ex.o oktober 2010
A
C
R
R
VERKEER
GEVAAR
C2
9002.2
GELUID
STOF
9002.2
nummer
GEUR
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
SBI-CODE 1993
Voordersteeg 4, 8, 8A en 10 Twello
Bijlage 4 Niveaus van natuurinclusieve landbouw
77
Niveaus van natuurinclusieve landbouw Binnen de bestemming Agrarisch – Extensief kunnen diverse niveaus van natuurinclusieve landbouw gelden. Deze is/zijn in de bestemmingsomschrijving aangegeven
•
Natuurinclusieve landbouw niveau 0: minimaal natuurinclusief (grondgebonden landbouw bedrijf, houdt zich aan milieuregels en doet aan weidegang en/ of vergroeningsmaatregelen).
•
Natuurinclusieve landbouw niveau 1: gedeeltelijk natuurinclusief (bijvoorbeeld landbouwbedrijf dat op een deel zijn gronden agrarisch natuur- en landschapsbeheer uitvoert: bedrijven met ANLb1 contract). Door op een deel van het land maatregelen te treffen wordt biodiversiteit bevorderd, bijvoorbeeld door maatregelen in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer2, maar ook door nestkastjes op te hangen of door erfbeplanting. Over het algemeen zijn dit reguliere bedrijven die aan agrarische natuurbeheer doen. Hierbij kan worden gedacht aan het aanleggen van (bloeiende) akkerranden, later maaien, aanleggen en beheren van landschapselementen, toepassen van groenbemesters en vanggewassen en het creëren van mozaïek.
•
Natuurinclusieve landbouw niveau 2: grotendeels natuurinclusief (bijvoorbeeld biologische landbouw). Er wordt op verbetering van de functionele biodiversiteit gestuurd door optimalisering van kringlopen op het bedrijf. Hierbij wordt de stap naar grondgebondenheid gezet, wordt het natuurlijk gedrag van dieren gestimuleerd en wordt er gestuurd op verbetering van bodem-, gewas- en diercycli. Hierbij behoort ook de niet kerende grondbeweging, blijvend grasland en een veranderd mestgebruik, waardoor het bedrijf extensiever wordt waarbij deze maatregelen gelden voor 50% van de gronden van het bedrijf. Bij een omschakeling naar niveau 2 is de verwachting dat de voedselrijkdom van de bodem verbetert, er meer variatie in structuur komt door aangepast maaibeheer en meer nestgelegenheid voor insecten ontstaat door vertrapping als gevolg van vervroegde weidegang. Door dit laatste zullen er verspreid over het land kleine plekken ontstaan met pionier- en tredplanten.
•
Natuurinclusieve landbouw niveau 3: Volledig natuurinclusief (bijvoorbeeld landbouwbedrijven die biodiversiteit volledig integreren op hun bedrijf).
Kringlopen zijn geoptimaliseerd en de geteelde gewassen en gehouden vee-rassen passen bij de kenmerken en (on)mogelijkheden van de omgeving; het bedrijf vormt 1 systeem met het omliggende landschap en bedrijven in de buurt.
Bij dit niveau is het bedrijf geheel grondgebonden en wordt er gebruik gemaakt van kruidenrijk grasland en robuuste koeienrassen en worden landschapselementen aangelegd en onderhouden met het oog op specifieke soorten. Een volledig grasgevoerd bedrijf behoort ook tot dit niveau. Bedrijven die tot dit niveau behoren, kunnen door deelname aan een gebiedsontwikkeling bijdragen aan de ambities voor groenblauwe dooradering en soortenbeheer. Tot dit niveau behoort een extensief bedrijf met bijvoorbeeld strokenteelt, vogelakkers en/of een plas-drassysteem. Natuurinclusieve maatregelen zijn genomen op het gehele bedrijf en zijn onderdeel van de bedrijfsvoering.
Natuurinclusieve maatregelen In de onderstaande tabel staan de maatregelen die een agrarisch bedrijf zou kunnen nemen en bij welk(e) niveau(s) de maatregel hoort. De volgorde van maatregel in de tabel is willekeurig. Maatregel Kruidenrijk blijvend grasland Weidegang Groenbemesters, vanggewassen Inzaaien van akkerranden en/ of bloemstroken Landschapselementen aanleggen/ beheren met oog voor het landschap dat past bij de streek Latere maaidatum Weidevogelbeheer Mestkwaliteit en -diversiteit aanpassen Niet-kerende grondbeweging Vervroegde weidegang Geen of zeer beperkt gebruik gemaakt van beschermingsmiddelen en medicijnen Grondgebondenheid (gesloten mestkringloop) Volledig grasgevoerd bedrijf Dubbeldoelrassen Gesloten kringlopen Strokenteelt
Niveau 1-2-3 1-2-3 1-2-3 1-2-3 1-2-3 1-2-3 2-3 2-3 2-3 2-3 2-3 2-3 3 3 3 3