Bijlagen bij regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Woningbouw Hietweideweg/Jupiter, Twello Planfase vastgesteld
Woningbouw Hietweideweg/Jupiter, T wello Deze standaard is gebaseerd op de SVBP 2012 (18 april 2012)
Woningb ouw Hietweideweg/Jupiter, Twello
Inhoudsopgave
Bijlagen
3
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
4
Bijlage 2
Nader bodemonderzoek
218
Bijlage 3
Milieuzonering
462
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
471
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek - industrielawaai
550
Bijlage 6
Aanvullend akoestisch onderzoek industrielawaai
600
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
779
Bijlage 8
Aanvullend akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
885
Bijlage 9
Niet gesprongen explosieven
1105
Bijlage 10
Verkennend bureau- en booronderzoek archeologie
1119
Bijlage 11
Selectiebesluit archeologie
1198
Bijlage 12
Biotopenonderzoek Havekes Mölle
1201
Bijlage 13
Quickscan Natuur
1222
Bijlage 14
Nader onderzoek vleermuizen
1265
Bijlage 15
Onderzoek stikstofdepositie
1320
Bijlage 16
Aanvullend onderzoek stikstof
1352
Bijlage 17
De Watertoets
1388
2
Woningb ouw Hietweideweg/Jupiter, Twello
Bijlagen
3
Woningb ouw Hietweideweg/Jupiter, Twello
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
4
De Klinker Milieu Adviesbureau VERKENNEND BODEMONDERZOEK en INDICATIEF ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740 Plangebied
Hietweideweg, Jupiter en Martinusweg
Twello
Datum:
22 april 2021
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K20C721
Opdrachtgever:
SAB
Auteur: W. Wilbrink
Paraaf
Gecontroleerd door N. Looman
R. Linnenbank
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................3 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................4 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................4 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................5 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken .............................................................................................7 2.4 Aanvullende gegevens Gemeente Voorst .................................................................................7 2.5 CE-Onderzoek ............................................................................................................................8 2.6 Verwachte bodemkwaliteit .......................................................................................................8 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................9 2.8 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................9 2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk?
...............................................................................................9 2.10 Hypothese en strategie .......................................................................................................... 10 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ......................................................... 11 3.1 Onderzoeksopzet.................................................................................................................... 11 3.2 Veldonderzoek........................................................................................................................ 11 3.3 Chemisch onderzoek .............................................................................................................. 12 4 ONDERZOEKSRESULTATEN BODEMONDERZOEK .......................................................................... 15 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 15 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................... 15 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 15 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ...................................................
16 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 16 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 16 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 17 4.5.3 PFAS ................................................................................................................................ 17 4.5.4 Asbest ............................................................................................................................. 18 4.5.5 Hydrologisch onderzoek ................................................................................................. 18 4.5.6 Chloride en cyanide ........................................................................................................ 18 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 18 4.7 Bespreking resultaten Hietweideweg 20 ............................................................................... 21 4.8 Bespreking resultaten Gemeentewerf / Kazerne ...................................................................
21 4.8.1 2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging ................................................................. 21 4.8.2 2B: Vml. opslag vaten bitumen ...................................................................................... 21 4.8.3 2C: GFT-stortgat ............................................................................................................. 21 4.8.4 2D: Zoutopslag................................................................................................................ 21 4.8.5 2E: PGS-opslag ................................................................................................................ 21 4.8.6 2F: Diesel en olieopslag .................................................................................................. 21 4.8.7 2G: Overig terrein ........................................................................................................... 21 4.8.8 2H: Parkeerplaats kazerne.............................................................................................. 21 4.9 Bespreking resultaten Sint Maartenserf / Martinushof ......................................................... 22 4.10 Toetsing hypothese ................................................................................................................
22 5 HYDROLOGISCH ONDERZOEK ........................................................................................................ 23 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 24 6.1 Conclusies gebied 1: Hietweideweg ....................................................................................... 24 6.2 Conclusies gebied 2: Gemeentewerf, brandweerkazerne, dierenweide ............................... 24
Rapportnummer: K20C721
1
6.3 6.4 6.5 6.6 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
Conclusies gebied 3: Gemeentewerf, brandweerkazerne, dierenweide ............................... 24 Conclusies hydrologisch onderzoek ....................................................................................... 25 Aanbeveling ............................................................................................................................ 25 Algemeen................................................................................................................................ 25 Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek K-waarde metingen
Rapportnummer: K20C721
2
1 INLEIDING In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op het plangebied tussen de Hietweideweg, Jupiter en de Martinusweg te Twello. De onderzoekslocatie is verdeeld in 3 deelgebieden met een oppervlakte van respectievelijk 4.500, 18.750 en 17.500 m². In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Tevens dient een inzicht te worden verkregen in de bodemopbouw en doorlatendheid van de bodem. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001 (2008). Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek.
In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. De resultaten van het hydrologisch onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 5 Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 6.
Rapportnummer: K20C721
3
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie Het te herontwikkelen gebied is gelegen in het zuidwesten van Twello, ingesloten tussen de Hietweideweg, Jupiter en de Martinusweg. Het plangebied is weergegeven op onderstaande afbeelding (1 en 2 zijn eigendom van de gemeente Voorst, 3 is in eigendom van woningcorporatie IJsseldal Wonen). De gemeente en IJsseldal Wonen trekken gezamenlijk op bij de herontwikkeling van het gehele gebied. De gemeente wil op korte termijn haar grondgebied herontwikkelen. Het gebied van IJsseldal Wonen wordt vermoedelijk na 2030 herontwikkeld.
Afbeelding: ligging deelgebieden
De locatie is onderverdeeld in drie deelgebieden:
Rapportnummer: K20C721
4
1. Hietweideweg 20 (kadastraal Twello, sectie E, nr. 1373): Dit is een voormalige middelbare school, het pand op de locatie wordt momenteel gebruikt als tijdelijk gemeentehuis. 2. Jupiter 2 (kadastraal Twello, sectie B, nr. 9456) Het terrein is in gebruik als gemeentewerf, brandweerkazerne en dierenweide. 3. Sint Maartenserf en Martinushof (kadastraal Twello, sectie B. nr. 7779, 8080 en 8081) Op het terrein is een verpleeghuis gevestigd en bevinden zich een aantal seniorenwoningen. Het overig terrein is ingericht als tuin, park en parkeerplaats. 2.2 Locatie-inspectie Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden d.d. 23 februari 2021 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Het terrein is deels bebouwd en grotendeels verhard met klinkers, tegels en beton (met name op de gemeentewerf). Onderstaand zijn foto’s van de locatie-inspectie weergegeven. Gebied 1 Hietweideweg
hoek Hietweideweg / Jupiter
voorzijde pand
westzijde pand
Voorzijde pand
Achterzijde pand
Noodgebouw achter pand
Gebied 2: Jupiter (Gemeentewerf)
Vml. olieopslag, inpandig
Rapportnummer: K20C721
vml. olieopslag, uitpandig
vml. opslag vaten en bitumen
5
GFT-stortgat
Zoutloods
PGS-opslag
Diesel en olieopslag
parkeerplaats brandweerkazerne
dierenweide
skatebaantje naast de gemeentewerf
pad naar Martinushof (naast dierenweide)
Gebied 3: St. Maartenserf
Rapportnummer: K20C721
6
2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken Van de gebieden zijn de volgende bodemonderzoeksgegevens bekend: Gebied 1: Hietweideweg 20. Dit is een voormalige middelbare school. In 2017 is een bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een voorgenomen sloop (SGS Search, projectnummer 25.17.00361.1, 17 augustus 2017). Deze sloop heeft nog niet plaatsgevonden, het pand is nu in gebruik als tijdelijk gemeentehuis. In het bodemonderzoek is in één boring een sterk verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Hier is vooralsnog geen vervolgonderzoek naar uitgevoerd. Gebied 2: Gemeentewerf, brandweerkazerne, dierenweide Het terrein is in gebruik als gemeentewerf, brandweerkazerne en dierenweide: Er is een BSB-onderzoek van de gemeentewerf in 1996 uitgevoerd (De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnummer 960311JT.110, 2 april 1996). De destijds bekende verdachte locaties op de locatie zijn onderzocht. Tevens is een nader onderzoek beschikbaar (De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnummer 960523JV.310, 19 juni 1996). Uit de resultaten blijkt dat er ter plaatse van de opslag van afgewerkte olie sprake is van een olieverontreiniging (<25 m³ boven interventiewaarde). Ter plaatse van de overige verdachte locaties zijn alleen licht verhoogde gehalten aangetroffen.
Ter plaatse van de ‘opslag vaten bitumen’ is puin in de bodem aangetroffen; Er is één saneringscertificaat bekend van een in 1996 verwijderde ondergrondse dieseltank; Volgens de informatie van de gemeente Voorst zijn drie ondergrondse tanks in 1996 verwijderd (niet KIWA-gecertificeerd). De bodem rondom de tanks zijn tijdens het inventariserend onderzoek van 1996 onderzocht; In het GFT-stortgat is circa 25 jaar geleden na een calamiteit de inhoud van een tankwagen vol chroomzuur geleegd. Dit is er een dag later weer uitgepompt; In 2015 is een bovengrondse dieseltank gecertificeerd verwijderd; Ten zuiden is een dierenweide aanwezig; Er is een inrichtingstekening van 2008 verstrekt. Hierop zijn de volgende verdachte locaties te zien: zoutopslag, PGS-opslag (2x), olieopslag. Gebied 3: Martinushof en Sint Maartenserf Op het zuidelijkste punt van dit terrein is in 1993 een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd (TAUW, rapportnummer 3257002, maart 1993). In de grond is destijds geen verontreiniging aangetroffen. Het grondwater was licht verontreinigd met chroom en cyanide. 2.4 Aanvullende gegevens Gemeente Voorst Het terrein is deels in gebruik door de brandweer. Mogelijk hebben op het terrein oefeningen plaatsgevonden met blusschuim, waardoor de bodem mogelijk verdacht is op het voorkomen van PFAS.
Door de gemeente Voorst is navraag gedaan bij een gepensioneerde brandweerman (de heer G. Pol). Door hem is aangegeven dat incidenteel geoefend is met blusschuim op het parkeerterrein voor de kazerne (zie onderstaande afbeelding).
Rapportnummer: K20C721
7
Ook is door de heer E. te Bokkel van de Veiligheidsregio informatie verstrekt1. Voor zover zij nu kunnen terughalen is er maximaal 10 keer gebruik gemaakt van schuim bij oefeningen op het terrein bij de kazerne. Het betreft hier het type Moussol APS 3/3 F-15, dat overal bij de brandweer in Nederland in gebruik is/was. Er is geen ander soort schuim op deze locatie gebruikt. Omgerekend naar liters schuimvormend middel (svm) is er in al die jaren in totaal naar schatting maximaal 200 liter gebruikt. De brandweer heeft met dit middel geoefend op alle parkeerplaatsen naast en voor de kazerne en ook direct voor de roldeuren van het pand. 2.5 CE-Onderzoek Door BeoBom is een onderzoek uitgevoerd naar na-oorlogse bodemroerende werkzaamheden (kenmerk BB20-257-PLS-01, 5 februari 2020). Dit onderzoek is uitgevoerd omdat op basis van een eerder uitgevoerd vooronderzoek waarbij de gehele locatie verdacht is op het achterblijven van ontplofbare oorlogsresten (OO). Uit een analyse van naoorlogse bodemroering is gebleken dat binnen het projectgebied op een groot aantal plaatsen minder of meer ingrijpende bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden waardoor het verdachte gebied in mindering is gebracht. Sommige gedeelten van het projectgebied zijn mogelijk slechts beperkt geroerd.
Op basis van het onderzoek kan worden gesteld dat, indien de beoogde werkzaamheden beperkt zullen blijven tot de naoorlogs geroerde bodemlaag/bodemlagen, het risico op het aantreffen van OO als gering kan worden beschouwd. In dat geval kunnen de voorgenomen werkzaamheden vanuit OOO (Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten) oogpunt zonder beperkende maatregelen doorgang vinden. Is dit echter niet het geval en moeten er grondroerende werkzaamheden plaatsvinden in gebied dat niet aantoonbaar naoorlogs geroerd is, dient er een opsporingsproces uitgevoerd te worden in de nietgeroerde gedeelten van de projectgebieden. 2.6 Verwachte bodemkwaliteit De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van Twello gelegen in deelgebied bedrijven en industrieterrein met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: AW2000 en industrie (westelijk deel gebied 3) 1 deze informatie kwam binnen na het uitvoer van het veldwerk.
Rapportnummer: K20C721
8
- Bodemfunctieklasse: Wonen - Toepassingseis: natuur en landbouw en wonen (westelijk deel gebied 3) (bron: informatie bodemnota gemeente Voorst 2011). 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33E0292 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is Noordelijk (bron: Atlas Gelderland). 2.8 Beïnvloeding vanuit de omgeving Voor zover bekend zijn er geen verontreinigingen in de omgeving van de locatie welke de bodemkwaliteit onder de onderzoekslocaties beïnvloeden. 2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. De uitgevoerde onderzoeken zijn gedateerd en niet volledig. Tevens is een nader onderzoek noodzakelijk naar de verontreiniging met nikkel achter het pand aan de Hietweideweg.
Rapportnummer: K20C721
9
2.10 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Gebied 1: Hietweideweg 20 2: Gemeentewerf
Deellocatie 1A: verontreiniging met Nikkel 1B: Actualisatie overig terrein 2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging 2B: Vml. opslag vaten bitumen 2C: GFT-stortgat 2D: Zoutopslag 2E: PGS-opslag 2F: Diesel en olieopslag 2G: Overig terrein 2H: Parkeerplaats kazerne 3A: Gehele terrein
Oppervlakte (m2) n.b. 4500 n.b.
verdachte stoffen nikkel minerale olie
strategie* maatwerk ONV-NL (bovengrond) maatwerk
320 25 100 30 <10 18.750 800 17.500
asbest, bovengrond chloorzuur chloride en cyanide diverse stoffen minerale olie PFAS -
paragraaf 6.4.5 NEN 5707 VEP VEP VEP VEP ONV-NL VEP ONV-NL
Gebied 3: Martinushof *VEP = verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K20C721
10
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie is verdeeld in 3 deelgebieden met een oppervlakte van respectievelijk 4.500, 18.750 en 17.500 m². Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Gebied
Veldwerk
Analyses
1: Hietweideweg 20
1A: verontreiniging met Nikkel 5 boringen tot 1,5 m-mv 1B: Actualisatie overig terrein 15 boringen tot 0,5 m-mv 2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging 8 boringen tot 2 m-mv 1 peilbuis 2B: Vml. opslag vaten bitumen 4 gaten tot 0,5 m-mv (0,3x0,3) waarvan één doorboren tot 2 m-mv 2C: GFT-stortgat 1 peilbuis
5x nikkel in grond, organische stof en lutum
2: Gemeentewerf
Gebied 3: Martinushof
2x standaard pakket grond 8x minerale olie en organische stof 1x minerale olie in grondwater 1x asbest in grond/puin
2x chloride in grond (waarvan 1x referentie) bodemlaag 1-1,5 m-mv 1x pH grondwater, 2x chloride grondwater (waarvan 1x referentie)
2D: Zoutopslag 2 boringen tot 0,5 m-mv 1 peilbuis 2E: PGS-opslag 2 boringen tot 0,5 m-mv 1 peilbuis 2F: Diesel en olieopslag 1 peilbuis
1x chloride en cyanide in grond 1x chloride en cyanide in grondwater
2G: Overig terrein 20 boringen tot 0,5 m-mv 6 boringen tot 2 m-mv 3 peilbuizen 2H: Parkeerplaats kazerne 6 boringen tot 0,5 m-mv
7x standaard pakket grond 3x standaard pakket grondwater
3A: Gehele terrein 19 boringen tot 0,5 m-mv 6 boringen tot 2 m-mv 3 peilbuizen
7x standaard pakket grond 3x standaard pakket grondwater + cyanide
1x standaard pakket grond 1x standaard pakket grondwater 1x minerale olie en organische stof 1x minerale olie in grondwater
1x PFAS grond
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Gebied
Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
1: Hietweideweg 20
1A: verontreiniging met Nikkel
niet uitgevoerd2
-
2 Op de locatie staat een tijdelijk gebouw. Derhalve konden de boringen niet worden uitgevoerd.
Rapportnummer: K20C721
11
2: Gemeentewerf
1B: Actualisatie overig terrein 2A: Actualisatie omvang olie-verontreiniging 2B: Vml. opslag vaten bitumen
15 boringen tot 0,5 m-mv (131-147)
-
9 boringen tot 2 m-mv (2A-1 t/m 2A9
in combinatie met locatie 2F
4 gaten tot 0,5 m-mv (0,3x0,3) waarvan één doorboren tot 2 m-mv (2B-1 T/M 2B-4)
2C: GFT-stortgat
1 peilbuis (2C-1)
2D: Zoutopslag
2 boringen tot 0,5 m-mv (2D-2, 2D-3)
1 peilbuis (2D-1)
2E: PGS-opslag
2 boringen tot 0,5 m-mv (2E-2, 2E-3)
1 peilbuis (2E-1)
2F: Diesel en olieopslag
Gebied 3: Martinushof
1 peilbuis (2F-1)
2G: Overig terrein
23 boringen tot 0,5 m-mv (117-123, 130, 139, 3 peilbuizen (PB4, PB5, PB6) 140, 148 t/m 160) 6 boringen tot 2 m-mv (56 t/m 61)
2H: Parkeerplaats kazerne 3A: Gehele terrein
6 boringen tot 0,5 m-mv (124 t/m 129)
-
16 boringen tot 0,5 m-mv (101 t/m 116) 6 boringen tot 2 m-mv (50 t/m 55)
3 peilbuizen (PB1, PB2, PB3)
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 22 en 23 februari, 1 maart en 23 maart 2021 door de heren R. Nekkers en D. van Konijnenburg. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heren Nekkers en Van Konijnenburg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2. 3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3.
Rapportnummer: K20C721
12
Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Gebied
Deellocatie
Monster
1: 1B: Hietweideweg Actualisatie 20 overig terrein
MM1B-1
G
MM1B-2
G
2: Gemeentewerf
2A-1-1 2a-2-1 2a-3-1 2a-5-1 2a-7-1 2a-8-1 2a-8-2 2a-9-1 MM2B
G G G G G G G G AP
2C-1-3 referentie 2c-1-1-1 7-1-2 MM2D referentie 2D-1-1-1 MM2E 2E-1-1-1 2F-1-1 2F-1-1-1 MM2G-1 MM2G-2 MM2G-3
G G
G W G G G
MM2G-4 MM2G-5 MM2G-6 MM2G-7 5-1-1 6-1-1 7-1-1 2G-AMM01 2G-AVM MM2H
G G G G W W W A AVM G
M3A-1 MM3A-2
G G
MM3A-3
G
MM3A-4
G
MM3A-5
G
MM3A-6
G
MM3A-7 1-1-1
G W
2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging
2B: Vml. opslag vaten 2C: GFTstortgat
2D: Zoutopslag 2E: PGSopslag 2F: Diesel en olieopslag 2G: Overig terrein
Gebied 3: Martinushof
2H: P-plaats kazerne 3A: Gehele terrein
W G G G
Samenstelling
Traject (m-mv)
138-1, 132-1, 135-1, 136-1, 1331, 134-1, 137-1 142-1, 143-1, 144-1, 145-1, 1461, 147-1, 131-1, 141-1 2A-1-1 2a-2-1 2a-3-1 2a-5-1 2a-7-1 2a-8-1 2a-8-2 2a-9-1 puin uit gaten 2B-1 t/m 2B-4
0,00 - 0,50 standaard pakket grond
2C-1-3 7-4 Pb 2C Pb 7 2D-2-1, 2D-3-1 7-4 Pb 2D 2E-2-1, 2E-3-1 Pb 2E 2F-1-1 Pb 2F 148-1, 57-1, 123-2, 130-1, 56-1 56-3, 56-4, 56-5, 57-3, 57-4 154-1, 155-1, 156-1, 157-1, 1581 59-2, 59-3, 59-5, 5-4, 5-5, 7-3 159-1, 160-1, 60-1, 61-1 149-1, 150-1, 153-1, 58-1 58-4, 58-5, 60-3, 60-4, 61-3, 61-5 Pb 5 Pb 6 Pb 7 gezeefde grond uit boring 6 AVM uit boring 6 124-1, 125-1, 126-1, 127-1, 1281, 129-1 50-2 101-1, 102-1, 103-1, 110-1, 1121, 3-1, 50-1, 51-1 104-1, 105-1, 106-1, 107-1, 1081, 109-1, 2-1, 53-1 113-1, 114-1, 115-1, 116-1, 1171, 118-1, 119-1, 120-1, 55-1) 50-3, 50-4, 51-4, 51-6, 1-5, 1-5, 32, 3-3 52-4, 52-5, 53-3, 53-4, 2-2, 2-3, 55-3, 55-4, 4-2, 4-4 54-3, 54-5, 57-5, 6-6, 4-5 Pb1
Analyse
0,00 - 0,50 standaard pakket grond 0,05 - 0,55 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,07 - 0,50 0,07 - 0,57 0,07 - 0,57 0,57 - 1,00 0,07 - 0,57 0,00 - 0,30
minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof minerale olie en organische stof asbest in grond/puin
0,75 - 1,25 1,0-1,5 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 0,07 - 0,50 1,0-1,5 2,00 - 3,00 0,07 - 0,30 2,00 - 3,00 0,07 - 0,50 2,00 - 3,00 0,00 - 0,50 1,00 - 2,00 0,07 - 0,50
chloride in grond chloride in grond (referentie) chloride+pH grondwater chloride+pH (referentie) chloride en cyanide in grond cyanide in grond (referentie) chloride en cyanide in grondwater standaard pakket grond standaard pakket grondwater minerale olie en organische stof minerale olie in grondwater standaard pakket grond en PFAS3 standaard pakket grond standaard pakket grond en PFAS
0,57 - 2,00 0,00 - 0,57 0,07 - 0,50 0,70 - 1,70 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 0,5 - 0,80 0,5 - 0,80 0,0 - 0,50
standaard pakket grond standaard pakket grond en PFAS standaard pakket grond en PFAS standaard pakket grond standaard pakket grondwater standaard pakket grondwater standaard pakket grondwater Asbest in grond Asbest in materiaal PFAS grond
0,50 - 1,00 standaard pakket grond 0,00 - 0,50 standaard pakket grond 0,00 - 0,50 standaard pakket grond 0,00 - 0,50 standaard pakket grond 0,50 - 2,00 standaard pakket grond 0,50 - 2,00 standaard pakket grond 1,00 - 2,25 standaard pakket grond 2,50 - 3,50 standaard pakket grondwater + cyanide
3 in verband met de resultaten van locatie 2H en het nagekomen bericht over het gebruik van blusschuim op de locatie zijn de bovengrondmonsters van het overig terrein aanvullend geanalyseerd op PFAS.
Rapportnummer: K20C721
13
Gebied
Deellocatie
Monster
Samenstelling
Traject (m-mv)
2,00 - 3,00 standaard pakket grondwater + cyanide 2,50 - 3,50 standaard pakket grondwater + cyanide
2-1-1
W
Pb2
3-1-1
W
Pb3
Analyse
G=grond W=grondwater A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek AP=puinmonster i.k.v. asbestonderzoek AVM=asbest verdacht materiaal
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond
Grondwater
metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
minerale olie
*
*
vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Rapportnummer: K20C721
14
4
ONDERZOEKSRESULTATEN BODEMONDERZOEK
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,0-0,5 0,5-0,7 0,7-1,5 1,5-1,7
Bodemsamenstelling zand, matig grof, zwak siltig, plaatselijk matig humeus zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus zand, matig grof, zwak siltig klei, matig siltig
1,7-2,0 2,0-3,0
klei, uiterst siltig zand, matig grof
Opmerkingen plaatselijk roesthoudend plaatselijk roesthoudend plaatselijk sterk roesthoudend zwak roesthoudend, kleilaag aanwezig, plaatselijk leemlaagje zwak roesthoudend
niet overal
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring
Traject (m-mv)
2B-1 2B-2 2B-3 2B-4 50 51
0,00 - 0,21 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,50 - 1,00 1,50 - 2,00
Zintuiglijke afwijking volledig puin, brokken baksteen volledig puin, brokken baksteen volledig puin, brokken baksteen volledig puin, brokken baksteen sporen kolengruis sporen baksteen
4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis 2C-1 2D-1 2E-1 2F-1 1 2 3 5 6 7 7
Plaatsingsdatum 23-02-2021 23-02-2021 23-02-2021 23-02-2021 22-02-2021 22-02-2021 22-02-2021 23-02-2021 23-02-2021 23-02-2021 23-02-2021
Bemonsteringsdatum 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 03-03-2021 23-03-2021
Filterstelling (m-mv) 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
Grondwaterstand (m-mv) 1,50 1,52 1,50 1,50 1,30 1,40 1,18 1,30 1,54 1,20 1,35
Zuurgraad pH 7,1 7,4 7,2 7,4 6,9 6,8 7,1 7,1 7,0 7,5 7,8
Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 470 20000 630 1660 1140 1240 390 650 800 1060 1000
Troebelheid (ntu) 8,88 9,85 5,1 8,41 3,52 6,74 6,84 6,66 5,74 7,32 8,74
De geleidbaarheid van het grondwater in peilbuis 2D-1 is zeer hoog. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
Rapportnummer: K20C721
15
4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op de locatie zijn 4 gaten gegraven ter plaatse van de voormalige opslag bitumen. De grond uit de gaten is gezeefd en beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. In de gaten is op zintuiglijke wijze geen asbest waargenomen. Wel is tijdens het plaatsen van peilbuis 6 in de ondergrond een stukje asbest aangetroffen. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde4 tussenwaarde5
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. 4
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
5 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K20C721
16
Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren. Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie
(a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.5.3 PFAS In onderstaande tabel 4.3 zijn de toepassingsnormen van grond en baggerspecie op de landbodem weergegeven (bron: tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020)): Tabel 4.4: Normen PFAS Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur (achtergrondwaarde) wonen industrie
Rapportnummer: K20C721
PFOS (µg/kg.ds) <1,4
PFOA (µg/kg.ds) <1,9
GenX (µg/kg.ds) <1,4
Overige PFAS (µg/kg.ds) <1,4
3,0 3,0
7,0 7,0
3,0 3,0
3,0 3,0
17
4.5.4 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.5.5 Hydrologisch onderzoek Bij de beoordeling van de K-waarde uit het hydrologisch onderzoek worden de volgende termen aangehouden: Tabel 4.4: Kwalificatie doorlatendheid Doorlatendheid (m/d) k>5 1<k<5 0,5 < k < 1 0,1 < k < 0,5 <0,01 < k < 0,1 k < 0,01
Kwalificatie doorlatendheid zeer goed goed redelijk matig slecht zeer slecht
4.5.6 Chloride en cyanide Voor chloride zijn geen interventiewaarden vastgesteld. Chloride streefwaarde grondwater: 100 mg/l. Met betrekking tot cyanide is het gehalte cyanide-complex gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN 6655. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten). De interventiewaarden voor cyanide complex is 50 mg/kg in de grond en 1500 µg/l in het grondwater. De streefwaarde voor het grondwater bedraagt 10 µg/l. De achtergrondwaarde is 5,5 mg/kg. 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.5 zijn de analyseresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5.
Rapportnummer: K20C721
18
Tabel 4.5: Analyseresultaten grond Gebied 1: Hietweideweg 20 2: Gemeentewerf
Gebied 3: Martinushof
Deellocatie
Monster
Traject
Toetsing Wbb
Toetsing Bbk
[m-mv)
> AW
>T
>I
Beoordeling
MM1B-1 MM1B-2
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
0,05 - 0,55 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,07 - 0,50 0,07 - 0,57 0,07 - 0,57 0,57 - 1,00 0,07 - 0,57 0,75 - 1,25 1,0-1,5
-
Chloride: 8,8 mg/kg ds
-
2C: GFTstortgat
2A-1-1 2a-2-1 2a-3-1 2a-5-1 2a-7-1 2a-8-1 2a-8-2 2a-9-1 2C-1-3 referentie
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar n.v.t.
Chloride: 5,5 mg/kg ds
n.v.t.
2D: Zoutopslag
MM2D
0,07 - 0,50
Chloride: <5,0 mg/kg ds Cyanide <5,0 mg/kg ds
n.v.t.
referentie
1,0-1,5
Chloride: 5,5 mg/kg ds Cyanide <5,0 mg/kg ds
n.v.t.
2E: PGS-opslag
MM2E
0,07 - 0,30
PCB, Minerale olie, Zink, Kwik, PAK 10 VROM
-
-
Klasse industrie
2F: Diesel en olieopslag 2G: Overig terrein
2F-1-1
0,07 - 0,50
-
-
-
Altijd toepasbaar
MM2G-1 MM2G-2 MM2G-3 MM2G-4 MM2G-5 MM2G-6 MM2G-7 MM2H
0,00 - 0,50 1,00 - 2,00 0,07 - 0,50 0,57 - 2,00 0,00 - 0,57 0,07 - 0,50 0,70 - 1,70 0,00 - 0,50
PCB -
-
-
Niet toepasbaar6 Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar6 Klasse industrie Altijd toepasbaar
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Niet toepasbaar6
M3A-1 MM3A-2 MM3A-3 MM3A-4 MM3A-5 MM3A-6 MM3A-7
0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 2,00 0,50 - 2,00 1,00 - 2,25
PAK 10 VROM PCB PAK 10 VROM Nikkel
-
-
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar
1B: Actualisatie overig terrein 2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging
2H: P-plaats kazerne 3A: Gehele terrein
Tabel 4.6: Resultaten Analyse PFAS
6
Monster
Traject (mmv)
Concentratie PFOA
Concentratie PFOS
Overige PFAS
Toetsingsresultaat
MM2H
0,00 - 0,50
0,2 µg/kg
0,8 µg/kg
niet toepasbaar
MM2G-1
0,00 - 0,50
0,6 µg/kg
1,6 µg/kg
PFNA 0,4 µg/kg PFDA 0,5 µg/kg PFDoA 0,2 µg/kg 6:2 FTS: 4 µg/kg 8:2 FTS: 0,6 µg/kg PFBA: 0,3 PFPeA 0,3 µg/kg PFHpA 0,3 µg/kg PFNA: 0,2 µg/kg PFDA: 0,3 µg/kg PFDoA 0,2 µg/kg
niet toepasbaar
op basis van PFAS, zie tabel
Rapportnummer: K20C721
19
Monster
Traject (mmv)
Concentratie PFOA
Concentratie PFOS
MM2G-3
0,07 - 0,50
0,2 µg/kg
0,5 µg/kg
MM2G-5
0,00 - 0,57
0,6 µg/kg
0,8 µg/kg
MM2G-6 0,07 - 0,50 0,1 v n.a. :niet aangetroffen AW: voldoet aan achtergrondwaarde
Overige PFAS
Toetsingsresultaat
6:2 FTS: 3,3 µg/kg 8:2 FTS: 0,9 µg/kg PFNA: 0,1 µg/kg PFDA: 1,4 µg/kg PFDoA 0,7 µg/kg PFTeDA: 0,2 µg/kg PFPeA 0,2 µg/kg PFNA: 1,0 µg/kg PFDA: 3,2 µg/kg PFUnDA: 0,7 µg/kg PFDoA 12 µg/kg PFDrDA: 1,7 µg/kg PFTeDA: 5,9 µg/kg n.a.
0,4 µg/kg
AW
niet toepasbaar
AW
Tabel 4.7: Analyseresultaten grondwater Gebied
Deellocatie
Monster
Traject
2: Gemeentewerf
2C: GFT-stortgat referentie 2D: Zoutopslag
2c-1-1-1 7-1-2 2D-1-1-1
2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
referentie
7-1-2 2-1-1 2E-1-1-1 2F-1-1-1
2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00
5-1-1
2,00 - 3,00
6-1-1
2,00 - 3,00
7-1-1 1-1-1
2,00 - 3,00 2,50 - 3,50
2-1-1 3-1-1
2,00 - 3,00 2,50 - 3,50
[m-mv)
2E: PGS-opslag 2F: Diesel en olieopslag 2G: Overig terrein
Gebied 3: Martinushof
3A: Gehele terrein
Toetsing Wbb >S
>T
>I
Chloride 14 mg/l Chloride 160 mg/l Chloride 18000 mg/l Cyanide: 700 µg/l (< I) Chloride 160 mg/l Cyanide: 5,4 µg/l Barium, Xylenen Nikkel, Zink, Barium Nikkel, Koper Zink, Barium Barium Barium Naftaleen Barium Zink, Barium
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Tabel 4.8 Resultaten asbestanalyse Monstercode
2B: Vml. opslag vaten MM2B 2G: Overig terrein 2G-AMM01 en 2G-AVM <I / ½I ½I >I
gat
lengte breedte (cm) (cm)
diepte (m)
stukjes AVM
Concentratie asbest > 20 mm (mg/kg)
concentratie asbest < 20 mm (mg/kg ds)
gewogen concentratie asbest (mg/kg ds)
toetsi ng
2B-1 t/m 2B-4
30
0-0,5
-
-
0,7
0,7
<½I
boring 06
boring Ø 12 cm
0,5-0,8
2
56
<1,2
56
>½I
30
Gewogen asbestconcentratie <I en ½I (analytisch bepaald) Gewogen asbestconcentratie ½I (analytisch bepaald) Gewogen asbestconcentratie >I (analytisch bepaald)
De analyseresultaten worden weergegeven in bijlage 3. In bijlage 4 is de berekening van de concentratie asbest weergegeven.
Rapportnummer: K20C721
20
4.7 Bespreking resultaten Hietweideweg 20 In de bovengrond zijn geen van de onderzochte componenten aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde. 4.8 Bespreking resultaten Gemeentewerf / Kazerne 4.8.1 2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging In zowel de boven- als ondergrond is geen minerale olie meer aangetroffen. Ook in het grondwater (bemonsterd in combinatie met locatie 2F) is geen minerale olie of vluchtige aromaten aangetroffen. 4.8.2 2B: Vml. opslag vaten bitumen Ter plaatse van de voormalige opslag vaten is in de puinhoudende laag een zeer licht verhoogd gehalte asbest aangetroffen (0,7 mg/kg ds). 4.8.3 2C: GFT-stortgat Het gehalte chloride in de grond ter plaatse van het stortgat is vergelijkbaar met het referentiemonster. De concentratie chloride in het grondwater is lager dan die van het referentiemonster (PB 7). Ook de zuurgraad van het grondwater is niet afwijkend van de Ph van het grondwater op het overig terrein. 4.8.4 2D: Zoutopslag Ter plaatse van de zoutopslag zijn in de grond geen verhoogde gehalten chloride en cyanide aangetroffen. In het grondwater is de concentratie chloride en cyanide wel sterk verhoogd ten opzichte van het referentiemonster. 4.8.5 2E: PGS-opslag In de bovengrond ter plaatse van de PGS-opslag is een licht verhoogd gehalte PCB, minerale olie, zink, kwik en PAK (10 van VROM) aangetroffen.
Het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen. 4.8.6 2F: Diesel en olieopslag Ter plaatse van de diesel en olieopslag is zowel in de grond als het grondwater geen minerale olie of vluchtige aromaten aangetroffen. 4.8.7 2G: Overig terrein Tijdens het plaatsen van peilbuis 6 op het overig terrein is een stukje asbestverdacht materiaal in de ondergrond aangetroffen. Op basis van het stukje asbest en de resultaten van de asbestanalyse van het grondmonster van deze laag is de concentratie asbest ter plaatse indicatief berekend op 56 mg/kg ds. In de bovengrond van het overig terrein is plaatselijk een verhoogd gehalte PFAS aangetroffen. Het betreft de mengmonsters MM2G-1 (voorzijde gemeentewerf) en MM2G-5 (noordoostzijde pand). In de overige bovengrondmengmonsters is geen PFAS aangetroffen boven de achtergrondwaarde. In mengmonster MM2G-6 is een licht verhoogd gehalte PCB aangetroffen. In de overige boven- en ondergrondmonsters zijn geen overige verhoogde componenten aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel, zink, koper en barium. 4.8.8 2H: Parkeerplaats kazerne In de bovengrond van de parkeerplaats voor de kazerne is een verhoogd gehalte PFAS aangetroffen.
Rapportnummer: K20C721
21
4.9 Bespreking resultaten Sint Maartenserf / Martinushof In de bovengrond van het terrein is plaatselijk een licht verhoogd gehalte PAK (10 van VROM) en PCB aangetroffen. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. In het grondwater is een verhoogd gehalte barium, naftaleen en zink aangetoond. 4.10 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.9: Toetsing hypotheses Gebied
Deellocatie
1: Hietweideweg 20 2: Gemeentewerf
1B: Actualisatie overig terrein
Gebied 3: Martinushof
Oppervlakte (m2) 4500
Hypothysse
toetsing
onverdacht
verdachte stoffen -
2A: Actualisatie omvang olieverontreiniging 2B: Vml. opslag vaten bitumen 2C: GFT-stortgat 2D: Zoutopslag
n.b.
verdacht
minerale olie
verworpen
320
verdacht
aangenomen
25 100
verdacht verdacht
30 <10 18.750 800 17.500
verdacht verdacht onverdacht verdacht on verdacht
asbest, bovengrond chloorzuur chloride en cyanide diverse stoffen minerale olie PFAS -
2E: PGS-opslag 2F: Diesel en olieopslag 2G: Overig terrein 2H: Parkeerplaats kazerne 3A: Gehele terrein
aangenomen
verworpen aangenomen aangenomen verworpen verworpen aangenomen verworpen
Voor gebied 1, Hietweideweg kan de hypothese ‘onverdacht’ aangenomen worden. Door het aantreffen van verontreiniging in de grond en/of in het grondwater dienen de hypothese ‘verdachte locatie’ voor de deellocaties 2B, 2D, 2E en 2H aangenomen te worden. Gezien de concentraties is alleen ter plaatse van deellocatie 2D (Zoutopslag) en 2H (Parkeerplaats) een vervolgonderzoek noodzakelijk. De hypothese ‘verdachte locatie’ kan voor de deellocaties 2A, 2C en 2F verworpen worden, omdat de verdachte stoffen niet zijn aangetroffen. De hypothese ‘onverdachte locatie’ voor het overig terrein (2G) dient verworpen te worden wegens het aantreffen van verhoogde concentraties in grond en grondwater. Op basis van de indicatieve asbestconcentratie ter plaatse van peilbuis 6 is een nader onderzoek naar asbest noodzakelijk. De verhoogde concentraties PFAS behoeven tevens een nader onderzoek. De hypothese ‘onverdachte locatie’ voor het gebied 3 dient verworpen te worden wegens het aantreffen van verhoogde concentraties in grond en grondwater. Gezien de concentraties is een nader onderzoek niet noodzakelijk.
Rapportnummer: K20C721
22
5
HYDROLOGISCH ONDERZOEK
Op de locatie zijn op 23 maart 2021 doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Voor de metingen onder de grondwaterspiegel is de methode ‘Falling Head’ gehanteerd (hiervoor zijn bestaande peilbuizen gebruikt). De resultaten van de doorlatendheidsmetingen zijn weergegeven in tabel 5.1. Een overzicht van de veldwerkzaamheden en de berekeningen van de doorlatendheid zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 5.1: Resultaten hydrologisch onderzoek meting 2C-1 PB6 PB4
Diepte meting (mmv) 2,0-3,0 2,0-3,0 2,5-3,5
Bodemopbouw
Doorlatendheid (m/d)
Resultaat
klei klei en zand klei en zand
<0,2 490 0,45
slecht zeer goed matig
Uit de resultaten blijkt dat de doorlatendheid van de bodem zeer wisselend is. Met name de zandlagen zijn matig tot goed doorlatend. De kleilagen kunnen als storende lagen gezien worden.
Rapportnummer: K20C721
23
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op het plangebied tussen de Hietweideweg, Jupiter en de Martinusweg te Twello. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Tevens dient een inzicht te worden verkregen in de bodemopbouw en doorlatendheid van de bodem. 6.1 Conclusies gebied 1: Hietweideweg Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: in de bovengrond zijn geen van de onderzochte componenten aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde; ter plaatse van de, in het vorig onderzoek aangetroffen, verontreiniging met nikkel is een tijdelijk gebouw geplaatst en kon geen nader onderzoek worden uitgevoerd; de hypothese kan aangenomen worden. 6.2
Conclusies gebied 2: Gemeentewerf, brandweerkazerne, dierenweide in de bodem is plaatselijk puin, baksteen en kolengruis aangetroffen; in de puinhoudende laag is een zeer licht verhoogd gehalte asbest aangetroffen (0,7 mg/kg ds); ter plaatse van de zoutopslag is in het grondwater een verhoogd gehalte chloride en cyanide aangetoond; op het achterterrein is tijdens het plaatsen van peilbuis 6 een stukje asbestverdacht materiaal in de ondergrond aangetroffen. Op basis van het stukje asbest en de resultaten van de asbestanalyse van het grondmonster van deze laag is de concentratie asbest ter plaatse indicatief berekend op 56 mg/kg ds.; In de bovengrond van het terrein is plaatselijk een verhoogd gehalte PFAS aangetroffen. Het betreft de mengmonsters MMH (parkeerplaats), MM2G-1 (voorzijde gemeentewerf) en MM2G-5 (noordoostzijde pand). In de overige bovengrondmengmonsters is geen PFAS aangetroffen boven de achtergrondwaarde; In mengmonster MM2G-6 is een licht verhoogd gehalte PCB aangetroffen. In de overige bovenen ondergrondmonsters zijn geen overige verhoogde componenten aangetroffen; Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel, zink, koper en barium; de hypothese dient deels verworpen te worden en kan deels aangenomen worden. Enkele locaties behoeven vervolgonderzoek.
6.3 Conclusies gebied 3: Gemeentewerf, brandweerkazerne, dierenweide In de bovengrond van het terrein is plaatselijk een licht verhoogd gehalte PAK (10 van VROM) en PCB aangetroffen. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel. In het grondwater is een verhoogd gehalte barium, naftaleen en zink aangetoond. in de bodem is plaatselijk kolengruis aangetroffen; in de bovengrond van het terrein is plaatselijk een licht verhoogd gehalte PAK (10 van VROM) en PCB aangetroffen;
Rapportnummer: K20C721
24
de ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met nikkel; in het grondwater is een verhoogd gehalte barium, naftaleen en zink aangetoond; de hypothese dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden.
6.4 Conclusies hydrologisch onderzoek Uit de resultaten blijkt dat de doorlatendheid van de bodem zeer wisselend is. Met name de zandlagen zijn matig tot goed doorlatend. De kleilagen kunnen als storende lagen gezien worden. 6.5 Aanbeveling De volgende locaties behoeven nader onderzoek: - Zoutloods, nader onderzoek naar chloride en cyanide in het grondwater. De concentraties overschrijden niet de (voor zover bekend) interventiewaarde, maar het kan mogelijk wel gezien worden als ‘nieuw geval’ van bodemverontreiniging; - Overig terrein gemeentewerf vanwege aantreffen verhoogd gehalte PFAS in de bovengrond. De verhoogde concentraties kunnen worden gezien als ‘nieuw geval’ van bodemverontreiniging; - Achterterrein gemeentewerf vanwege aantreffen van asbest in de ondergrond. Betreft het een kleine spot of is op het achterterrein meer asbest aanwezig? 6.6 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K20C721
25
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K20C721
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K20C721
Boring:
1
Boring:
2
X:
203197,14
X:
203247,82
Y:
471418,94
Y:
471521,80
Datum:
22-2-2021
Datum:
22-2-2021
GWS:
180
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking:
maaiveldloopt matig Peilbuis
0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, Edelmanboor
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
2
2
100
100 3
3 120
120
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal geelbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, licht grijsbruin, Edelmanboor
4 4 150
150
150 Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal bruingeel, Edelmanboor
160
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor 5 5 200
200
200 Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor
6 6
250
250
250
Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor 7
7
300
300
300 Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraalroest, Zuigerboor
8 320
Veen, zwak zandig, donker bruinzwart, Zuigerboor 9 350
350
Projectcode: K20C721
300
Boring:
2A-1
Boring:
2B-1
X:
203345,40
X:
203304,48
Y:
471578,87
Y:
471607,08
Datum:
23-2-2021
Datum:
23-2-2021
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
tegel
5
0
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
0
21
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk roesthoudend, donker roestbruin, Edelmanboor
1 2 50
50
2
100 3 120
Zand, zeer fijn, sterk siltig, licht witgrijs, Edelmanboor 4 150
150
Klei, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor 5
200
200
Projectcode: K20C721
braak Volledig puin, brokken baksteen, Puinboor
APMM01 1 APMM01-2
50
Boring:
2B-2
Boring:
2D-1
X:
203293,56
X:
203343,20
Y:
471604,59
Y:
471620,57
Datum:
23-2-2021
Datum:
23-2-2021
GWS:
150
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte: Opmerking:
maaiveldloopt matig Peilbuis
0
0
braak
0
0
Volledig puin, brokken baksteen, Puinboor
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
APMM01 1 APMM01-2 30
2 50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
1
50
Klei, sterk zandig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
3
klinker
7
2
70
70
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 3
4 100
100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
5
4
140
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, licht roestbruin, Edelmanboor
150 6
150 5
170
170
Klei, sterk siltig, donkergrijs, Edelmanboor
Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
7 200
6 200
200
200
Klei, sterk siltig, donkergrijs, Edelmanboor 7 230
Klei, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor 250
8
270
Zand, matig grof, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor 9 300
Projectcode: K20C721
300
Boring:
2F-1
Boring:
2a-2
X:
203349,72
X:
203341,34
Y:
471577,63
Y:
471581,84
Datum:
23-2-2021
Datum:
23-2-2021
GWS:
150
GWS:
150
Maaiveldhoogte: Opmerking:
maaiveldloopt matig Peilbuis
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor 1
1
50
50
groenstrook Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
7
50
50 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
70
Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
2
3 100
100
120
Zand, matig grof, zwak siltig, matig roesthoudend, donker oranjebruin, Edelmanboor
4 150
150 5
170
3
150
150 Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
Klei, uiterst siltig, donkergrijs, Edelmanboor
4
6 200
200
200
200 Zand, matig grof, zwak siltig, donker groengrijs, Edelmanboor
7
250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor 8
300
300
Boring:
2D-2
Boring:
2D-3
X:
203333,04
X:
203339,49
Y:
471620,20
Y:
471615,96
Datum:
1-3-2021
Datum:
1-3-2021
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
0
7
0
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen klei, licht grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, sporen klei, licht grijsbruin, Edelmanboor
1
50
1
50
Projectcode: K20C721
klinker
7
50
50
Boring:
2a-3
Boring:
2a-5
X:
203337,37
X:
203342,60
Y:
471584,91
Y:
471583,23
Datum:
23-2-2021
Datum:
23-2-2021
GWS:
150
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
groenstrook
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor
klinker
7
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
0
50
50 Zand, matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, donker roestbruin, Edelmanboor
2 2
80
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht witbruin, Edelmanboor 100
100
100
3
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, sporen roest, licht grijsbruin, Edelmanboor
120
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
3 4 150
150
150
150 Zand, matig grof, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
Klei, sterk siltig, donkergrijs, Edelmanboor
4
200
5
200
Projectcode: K20C721
200
200
Boring:
2E-1
Boring:
2a-6
X:
203365,84
X:
203347,22
Y:
471605,57
Y:
471579,98
Datum:
23-2-2021
Datum:
23-2-2021
GWS:
150
GWS:
150
Maaiveldhoogte: Opmerking:
maaiveldloopt matig Peilbuis
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
0
7
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
klinker
7
50
50 Zand, matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, donker roestbruin, Edelmanboor
2
2
80
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht witbruin, Edelmanboor 100
100
3
3 120
120
Klei, sterk zandig, matig roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor 4 150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, matig roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor
4 150
150
Klei, sterk siltig, donkergrijs, Edelmanboor 170
Klei, uiterst siltig, zwak roesthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
5 200
200
5
200
200 Zand, matig fijn, sterk siltig, laagjes klei, donkergrijs, Edelmanboor