CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 - Quick scan externe veiligheid (2022-29587)

gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Enkweg Posterenk (2022-29151)2.628 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo aan:

Nikkels Projecten BV

van:

SAB

kenmerk:

170354.01

datum:

17 april 2020

betreft:

Quick scan externe veiligheid woningbouwlocatie Enkweg te Posterenk

Inleiding Het voornemen bestaat op enkele percelen tussen de Enkweg en Stronkseweg te Posterenk woningbouw te realiseren. Om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad van Voorst. In het kader van de te doorlopen planologische procedure moet aangetoond worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Om de haalbaarheid van deze ontwikkeling aan te tonen dient onder meer getoetst te worden aan het aspect ‘externe veiligheid’. Deze memo gaat in op het aspect externe veiligheid met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. Algemeen Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimaal beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) van belang.

Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en de Regeling basisnet. Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, namelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

pagina 1 van 8

Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties wordt uitgegaan van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan 1 op de miljoen per jaar. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: -6 lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 /jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor -6 beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 /jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Het groepsrisico geeft aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarbij rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de risicobron. Dit laatste geldt ook voor inrichtingen.Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale het aantal doden logaritmisch is weergegeven.

pagina 2 van 8

De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij inrichtingen is per inrichting gemeten en per jaar: -5  10 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; -7  10 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; -9  10 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers; enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde). De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment (geldt ook voor buisleidingen) gemeten per kilometer en per jaar: -4  10 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; -6  10 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; -8  10 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers; enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde). Bij de toetsing wordt gekeken of de kans per inrichting of per kilometer route of tracé op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan bovengenoemde oriëntatiewaarden. Deze oriëntatiewaarden gelden in alle situaties. In het Bevi, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform de Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.

Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

pagina 3 van 8

Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling maakt woningbouw mogelijk. Daarmee worden ter plaatse van het plangebied nieuwe kwetsbare functies gerealiseerd. Beschouwd moet worden of dit eventueel van invloed is op nabijgelegen risicobronnen. De ontwikkeling zelf voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect externe veiligheid. Om de haalbaarheid van de ontwikkeling aan te kunnen tonen is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van stationaire en mobiele risicobronnen in de omgeving van de ontwikkellocatie. Risico-inventarisatie Voor de ontwikkellocatie is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hierbij is binnen één kilometer afstand van de locatie gekeken naar de volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling:  risicovolle inrichtingen;  transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de digitale risicokaart. De ligging van de ontwikkellocatie is globaal in paars aangeduid. De afbeelding geeft de zone van circa één kilometer rondom het plangebied weer. Voor de modaliteit ‘spoor’ en ‘weg’ is tevens gekeken naar risicobronnen binnen een straal van vier kilometer rondom de ontwikkellocatie (niet weergegeven op onderstaande afbeelding).

Uitsnede van de risicokaart externe veiligheid met paarse aanduiding ontwikkellocatie (bron: risicokaart.nl)

pagina 4 van 8

Binnen een straal van één kilometer van de ontwikkellocatie bevindt zich één stationaire risicobron. Het betreft LPG-tankstation ’De Paal’ langs de Rijksweg A1 . Deze risicobron kent een -6 maximum plaatsgebonden risicocontour (PR 10 ) van 35 meter. Het invloedsgebied bedraagt 150 meter. Gelet op het feit dat de afstand tussen de risicobron en de ontwikkellocatie circa 950 meter bedraagt, is een nadere beschouwing van deze risicobron niet noodzakelijk. Het LPGtankstation vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Mobiele bronnen In de omgeving van de ontwikkellocatie kunnen verschillende mobiele bronnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Hierbij gaat het om hogedrukaardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Buisleidingen Er bevindt zich één buisleiding in de omgeving van de ontwikkellocatie. Deze buisleiding heeft de volgende kenmerken: Transportroute N-554-01

Uitwendige diameter hogedrukaardgasleiding 12,76 inch

Werkdruk 40,00 bar

Invloedsgebied groepsrisico ± 145 meter

Afstand tot ontwikkellocatie ± 200 meter

Aan de hand van de uitwendige diameter en de werkdruk van de buisleiding is het invloedsgebied van de risicobron bepaald. Uit de tabel blijkt dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van de buisleiding ligt. Daarmee is nader onderzoek niet noodzakelijk. Transport over spoor Aan de hand van de Regeling Basisnet Spoor en de risicokaart zijn de omliggende spoorwegen verkend. Hierbij is tevens de Handreiking Risicoanalyse Transport (HaRT) (zie navolgende tabel) gebruikt om aan de hand van de aanwezige stofcategorieën te kunnen bepalen wat het invloedsgebied van iedere spoorlijn is. Stofcategorie A B2 B3 C3 D3 D4

Invloedsgebied (m) 460 995 >4.000 35 375 >4.000

Invloedsgebied per stofcategorie voor de modaliteit spoor (Bron: Handreiking Risicoanalyse Transport).

Raadpleging van de digitale risicokaart wijst uit dat er één spoorlijntraject binnen een straal van 4 kilometer rondom de ontwikkellocatie aanwezig is. Het betreft de spoorlijn ‘Apeldoorn – Deventer West’. De spoorlijn ligt op circa 3.000 meter ten noorden van de ontwikkellocatie. Navolgende tabel geeft weer welke stofcategorieën vervoerd worden over het traject.

pagina 5 van 8

Aanwezige stofcategorieën A C3

Invloedsgebied Ontwikkellocatie binnen (m) invloedsgebied? (3.000 m) 460 Nee 35 Nee Stofcategorieën spoorlijn Apeldoorn – Deventer West De ontwikkellocatie bevindt zich buiten het invloedsgebied van dit spoorwegtraject. Nader onderzoek naar deze risicobron is dan ook niet noodzakelijk. Transport over water Binnen een straal van één kilometer van de ontwikkellocatie bevinden zich geen risicobronnen in de vorm van vaarroutes. Een nadere beschouwing naar vaarroutes is dan ook niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Transport over weg Aan de hand van de Regeling Basisnet Weg en de risicokaart zijn de omliggende wegen verkend. Hierbij zijn tevens de Lijst wegvakken datatellingen & basisnet (2018/07) en de Handreiking Risicoanalyse Transport (HaRT) (zie navolgende tabel) gebruikt om aan de hand van de aanwezige stofcategorieën te kunnen bepalen wat het invloedsgebied van iedere weg is. Stofcategorie LF1 LF2 LT1 LT2 LT3 GF1 GF2 GF3 GT2 GT3 GT4 GT5

Invloedsgebied (m) 45 45 730 880 >4.000 40 280 355 245 560 >4.000 >4.000

Invloedsgebied per stofcategorie voor de modaliteit weg (Bron: Handreiking Risicoanalyse Transport).

Volgens de risicokaart vindt er binnen een straal van vier kilometer rondom de ontwikkellocatie transport van gevaarlijke stoffen over wegen plaats. Het gaat om het wegvak G2: A1: Knp. Beekbergen - afrit 23 (Deventer). Navolgend wordt dit wegvak nader besproken. Wegvak G2 Dit wegvak, behorende bij de Rijksweg A1, bevindt zich op circa 350 meter ten noorden van de -6 ontwikkellocatie. De weg kent een plaatsgebonden risicocontour (PR 10 ) van 15 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Gezien de afstand tussen de ontwikkellocatie en het

pagina 6 van 8

wegvak vormen deze aspecten geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. In de navolgende tabel zijn de stofcategorieën die over het wegvak worden vervoerd met bijbehorend invloedsgebied beschreven. Tevens wordt per stofcategorie beoordeeld of de ontwikkellocatie binnen het invloedsgebied ligt. Aanwezige stofcategorieën LF1 LF2 LT1 LT2 GF2 GT3

Invloedsgebied (m) 45 45 730 880 280 560

Ontwikkellocatie binnen invloedsgebied? (350 m) Nee Nee Ja Ja Nee Ja

Stofcategorieën wegvak G2

Uit de voorgaande tabel blijkt dat de ontwikkellocatie binnen het invloedsgebied van de stofcategorieën LT1, LT2 en GT3 ligt. Gezien de ligging van de ontwikkellocatie buiten de meest relevante zone van het groepsrisico (de 200 meter zone) hoeft het groepsrisico conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes enkel beperkt verantwoord te worden. Het betreft een motivering ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ook de Veiligheidsregio moet in de gelegenheid gesteld te worden om een advies uit te brengen. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat de ontwikkellocatie niet binnen een plaatsgebonden risicocontour -6 (PR 10 ) en/of plasbrandaandachtsgebied van een risicobron ligt. Wel ligt de ontwikkellocatie binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het gaat om het wegvak G2 van de Rijksweg A1. De ontwikkellocatie bevindt zich ten aanzien van het wegvak G2 buiten de meest relevante zone van het groepsrisico (de 200 meter zone). Conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes betekent dit dat het groepsrisico voor deze risicobron beperkt dient te worden verantwoord. Er moet worden ingegaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ook moet de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld worden om een advies hierover uit te brengen. Navolgend wordt ingegaan op deze beperkte verantwoording.

Beperkte verantwoording Ten aanzien van het groepsrisico van de genoemde risicobronnen dient te worden ingegaan op de elementen van de verantwoording uit artikel 7 van het Bevt. Het heeft hier dan betrekking op zelfredzaamheid en beheersbaarheid/bestrijdbaarheid: a de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Scenario’s Het scenario dat hier een rol speelt betreft een ongeluk met toxische vloeistoffen van waaruit pagina 7 van 8

een gifwolk kan ontstaan. Hieronder wordt de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van dit scenario besproken. Tevens wordt ingegaan op het aspect zelfredzaamheid. 1 Beheersbaarheid/bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid dient op twee aspecten te worden beoordeeld:  Bestrijden rampscenario Belangrijk bij een ongeval met toxische vloeistoffen is dat de brandweer zo snel mogelijk bij rampplek is, zodat de toxische vloeistof zich niet kan ontwikkelen tot een toxische wolk. Dit kan door te koelen en/of een waterscherm aan te leggen. Essentieel is daarbij dat de brandweer voor een langere periode voldoende bluswatercapaciteit heeft ter plaatse van het ongeval. De snelheid van het ter plaatse komen is eveneens van groot belang. Het betreft hier een bestaand wegvak met daarom heen al kwetsbare objecten. Daarmee kan worden verwacht dat bluswater in voldoende mate aanwezig is. Tevens zal de bereikbaarheid op orde zijn.  Inrichting van het gebied om bestrijding faciliteren Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid van de ontwikkellocatie en de specifieke risicolocatie cruciaal. De brandweer kan snel via de Jupiter, Hietweideweg, Zuiderlaan en H.W. Iordensweg de ontwikkellocatie bereiken in geval van een calamiteit.

De inschatting is dat de brandweer binnen circa 15 minuten aanwezig kan zijn. In de Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid zijn normen voor maximale opkomsttijden gesteld. Bij de Veiligheidsregio dient advies te worden ingewonnen of de bereikbaarheid en daarmee de opkomsttijden voldoende zijn gewaarborgd. Voor de bestrijding is bluswater ook van belang. Hier gaat het om een beoordeling van de feitelijk aanwezige bluswatercapaciteit, zowel primair (brandkranen), secundair (geboorde putten en open water) en tertiair bluswater (aanvullende bluswatervoorzieningen). Daarbij wordt beschouwd of dit overeenkomt met de benodigde bluswatercapaciteit in het geval van een calamiteit. Op dit punt dient de Veiligheidsregio om advies te worden gevraagd. 2 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Eén van de voornaamste handelingen bij het ontstaan van een toxische wolk is het binnen schuilen waarbij ramen en deuren kunnen worden gesloten en ventilatie kan worden stilgezet.

Binnen de ontwikkellocatie moet men snel op de hoogte zijn van een eventueel ongeluk met een toxische stof op de weg en men moet op de hoogte zijn van de gevaren van deze toxische stof en weten hoe te handelen. Primair gaat NL-Alert de basis vormen voor alarmering van personen in een bepaald gebied. Daarnaast kan nog gebruik gemaakt worden van het bestaande systeem van Waarschuwings Alarmerings Systeem (WAS) palen. Naast binnen schuilen moeten vluchtroutes personen direct van de calamiteit kunnen wegleiden. Voor de ontwikkellocatie geldt dat zal worden voorzien in voldoende vluchtroutes. pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11581049/2