Bijlage 5 - bodemonderzoek zuid (2021-58185)
Tekst van het document
VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK locatie aan de Binnenweg in Wilp
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
NTP B.V. Postbus 81 8050 AB Hattem
Rapportnummer:
210988/R02
Status rapport:
Definitief
Datum:
8 oktober 2019
Projectomschrijving:
Verkennend en nader bodemonderzoek locatie aan de Binnenweg in Wilp
Rapport opgesteld door:
Ortageo Noordoost B.V. Einsteinstraat 12a 7601 PR Almelo Tel: +31 546 53 20 74 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R070_v013_20181207
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 2 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 5 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 6 Hypothese ................................................................................................................................................
6 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 6 3.2.1 Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................. 6 3.2.2 Nader bodemonderzoek ....................................................................................................................... 7 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 8 Opzet ........................................................................................................................................................ 8 Resultaten ................................................................................................................................................ 9 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 12 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 12 5.1.1 Verkennend bodemonderzoek ...........................................................................................................
12 5.1.2 Nader bodemonderzoek ..................................................................................................................... 13 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 13 5.2.1 Verkennend bodemonderzoek ........................................................................................................... 14 5.2.2 Nader bodemonderzoek ..................................................................................................................... 15 Toetsing aan de gestelde hypothesen .................................................................................................... 16 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek en sanerende maatregelen ......................................... 17 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 18
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie en uittreksel kadastrale kaart 2) Situatietekening met onderzoekspunten en verontreinigingssituatie 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten A. Verkennend bodemonderzoek B. Nader bodemonderzoek 5) Overschrijdingstabellen 6) Fotoreportage 7) Gegevens vooronderzoek A. Situatietekening bodemonderzoek CBB B. Situatietekening bodemonderzoek Tauw C. Sitautietekening bodemonderzoek BMA
Appendix Kader en verantwoording
210988/R02
1
INLEIDING
In opdracht van NTP B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 en een nader bodemonderzoek conform NTA 5755 uitgevoerd op een locatie aan de Binnenweg in Wilp (gemeente Voorst). De aanleiding voor het onderzoek is de transactie en voorgenomen herontwikkeling van de locatie mede in relatie tot de resultaten van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken waarbij is vastgesteld dat lokaal op de locatie sprake is van een sterke bodemverontreiniging. Het doel van het onderzoek is: • (in algemene zin) om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor de transactie en/of het toekomstige gebruik; • het verkrijgen van een actueel inzicht in de mate en omvang van de bodemverontreiniging met minerale olie ter plaatse van een voormalige ondergrondse olietank, zodat eventuele saneringswerkzaamheden kunnen worden voorbereid en financiële consequenties ervan (beter) kunnen worden bepaald. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden (tot dusver uitgevoerd) zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek (tot dusver uitgevoerd) is in hoofdstuk 5 beschreven.
Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen betreffende de tot op heden beschikbare resultaten (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.
210988/R02
1/19
2
VOORONDERZOEK
Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Topografische kaart, kadastrale gegevens
Kadaster, opgenomen in bijlage 1
2
Mondelinge / schriftelijke informatie van opdrachtgever / eigenaar / gebruiker onderzoekslocatie
Verwerkt in dit hoofdstuk
Internetbronnen: A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten
www.google.nl/maps en pdokviewer.pdok.nl
B. Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl
C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)
www.dinoloket.nl
D. Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)
www.bodemloket.nl
E. Provinciale bodematlas
www.gelderland.nl/Kaartenencijfers/Bodemverontreinigi ngen.html
F. Ligging kabels en leidingen
www.klic-online.nl
G. Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
H. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
bagviewer.kadaster.nl
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Gecombineerd met uitvoering veldwerk en opgenomen als bijlage 6
3
4
Rapporten:
5
A. Verkennend bodemonderzoek Rijksstraatweg 63 te Wilp
CBB, kenmerk 1079921, juli 1995
B. Verkennend bodemonderzoek Binnenweg (twee locaties) te Wilp
Tauw B.V., kenmerk R001-45383600LHU-pla-V01-NL d.d. 26 september 2007
C. Afperkend (actualisatie) bodemonderzoek Binnenweg Wilp
BMA Milieu B.V., kenmerk AO.20070315 d.d. 27 november 2007
D. Verkennend bodemonderzoek Binnenweg 19 Wilp
De Klinker Milieu Adviesbureau, kenmerk 213060BW11 d.d. 8 mei 2013
Situatietekeningen uit de rapportages 5A t/m 5C zijn opgenomen als bijlage 7 van dit rapport.
Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Binnenweg (nabij nummer 15 en 17) in Wilp (gemeente Voorst)
Kadastrale aanduiding
Wilp, sectie C, nummer 1532 (noord), 1647 (west) en 1706 (zuid)
Eigenaar
Hegeman Vastgoedgroep B.V. (1532 en 1706) en Stichting IJsseldal Wonen (1647)
Oppervlakte
13.040 m2 (circa 1,3 hectare)
Bebouwing
De locatie is grotendeels onbebouwd. Nabij het perceel Rijksstraatweg 63 bevindt zich een molen
Terreinverharding
De locatie is grotendeels onverhard. De oprit van Binnenweg 17 is verhard met klinkers
Een luchtfoto van de onderzoekslocatie is weergegeven op de volgende pagina. 210988/R02
2/19
Afbeelding 1: Luchtfoto onderzoekslocatie (bron 3E)
Vml. weg B 17
D C A
Vml. kassen
Vml. vijver
15
Molen
Weide
Bodemgebruik In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten/situaties (met verwijzing naar afbeelding 1)
Onderzoekslocatie
Historisch
• Op het westelijke deel (perceel 1647) bevind zich sinds 1858 een molen. Destijds kende de locatie een agrarisch gebruik • Op het noordelijke deel (perceel 1532) bevond zich sinds 1960 een tuinderij met (sinds 1992) een kassencomplex • Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat vóór de bouw van het kassencomplex vanaf de jaren ’70 een weg/pad aanwezig was
• Ondergrondse HBO-tank (zie A) • Bovengrondse HBO-tank (zie B) • Mestunit met opslag bestrijdingsmiddelen (zie C) • Voormalige waterpartij (op basis van tekening rapport 5B)
Huidig
• Met gras en struiken begroeid gebied c.q. braakliggend terrein met diverse tijdelijke gronddepots. De herkomst en kwaliteit van deze gronddepots is niet bekend. Het kassencomplex is gesloopt. De molenromp is nog aanwezig
• Geen
Toekomstig
• Woningbouw
• Geen
Directe omgeving Historisch
• Van oorsprong agrarisch gebied met verspreid enige (woon)bebouwing. Op het noordelijk aangrenzend terrein bevond zich een autoherstelbedrijf
• Olie-/accu-opslag (zie D)
Huidig
• Bebouwde kom van Wilp. Hoofzakelijk woningbouw. Op het noordelijk aangrenzend terrein bevind zich een autogarage
• Geen
210988/R02
3/19
Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie is in 1995 (bron 5A uit tabel 1) en in 2007 (bron 5B en 5C) een bodemonderzoek uitgevoerd. Uit die onderzoeken blijkt het volgende: • ter plaatse van de voormalige tuinderij aan de Binnenweg 17 is sprake geweest van twee HBO-tanks welke op voorgaande luchtfoto zijn aangegeven. In 1996 is een ondergrondse HBO-tank (A op luchtfoto, 5 m3) verwijderd welke gelegen was aan de oostzijde van de kassen (ten zuiden van de woning). In 1998 is een HBO-tank (B op luchtfoto, 3 m3) in een lekbak geplaatst ten noorden van de kassen (nabij de noordelijke perceelsgrens). Beide tanks waren tijdens het onderzoek in 2007 niet meer aanwezig. In het kassencomplex was in 2007 op een vloeistofdichte vloer een mestunit met bestrijdingsmiddelenopslag aanwezig. Deze bevond zich nabij de olie-/accuopslag van een op het aangrenzend perceel (Rijksstraatweg 59) aanwezige autoherstelbedrijf (zie C en D luchtfoto op vorige pagina); • ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank is de grond sterk verontreinigd met minerale olie. De omvang van deze sterke verontreiniging is op basis van het afperkend onderzoek (bron 5C) geschat op 8 m3. Het grondwater ter plaatse is ‘slechts’ licht verontreinigd.
In het grondwater nabij de mestunit en olie-/accuopslag is een sterk verhoogde concentratie aan zink gemeten: op basis van gemeentelijke informatie is deze door Tauw gerelateerd aan een natuurlijke oorsprong. Voor een samenvattend overzicht van de vastgestelde bodemkwaliteit binnen de huidige onderzoekslocatie, wordt verwezen naar onderstaande tabel. Opgemerkt wordt dat geen onderzoek is uitgevoerd naar de eventuele aanwezigheid van een bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen en (ondanks de aanwezigheid van puinresten) asbest. Tabel 4: Overzicht vastgestelde bodemkwaliteit op basis van bron 5A t/m 5C Deellocatie
Grond
Grondwater
Ondergrondse HBO-tank (A)
Bovengrond: niet onderzocht Ondergrond: minerale olie: sterk verhoogd, aromaten: licht verhoogd
Minerale olie en aromaten: licht verhoogd
Bovengrondse HBO-tank (B)
Bovengrond: niet onderzocht Ondergrond: geen minerale oliecomponenten
Minerale olie en aromaten: licht verhoogd
Tussen mestunit (C) en olie-/ accuopslag (D)
Bovengrond: niet onderzocht Ondergrond: geen minerale oliecomponenten
Zware metalen: licht tot sterk (zink) verhoogd (van nature)
Overig terrein omgeving tuinderij (Binnenweg 17)
Bovengrond: zware metalen, PAK en minerale olie: licht verhoogd Ondergrond: geen verontreinigingen
Zware metalen: licht verhoogd
Bovengrond: nikkel en PAK: licht verhoogd Ondergrond: PAK: licht verhoogd
Zink: licht verhoogd
Bovengrond: minerale olie: licht verhoogd Ondergrond: geen verontreinigingen
Geen verontreinigingen
Noordelijk deel (1532)
Westelijk deel (1647) Omgeving molen Zuidelijk deel (1706) Weide
Résumerend kan worden gesteld dat in voorgaande onderzoeken behoudens een sterke grondverontreiniging met minerale olie ter plaatse van een voormalige ondergrondse olietank en een (mogelijk van nature aanwezige) sterk verhoogde concentratie aan zink in het grondwater, uitsluitend licht verhoogde gehalten/concentraties zijn aangetoond in de grond c.q. het grondwater. Ter plaatse van het noordelijk gelegen perceel Binnenweg 19 is 2013 een bodemonderzoek uitgevoerd (bron 5D). In de bovengrond is een lichte verontreiniging met zware metalen en PAK aangetoond. De grond is ondanks de aanwezigheid van puinresten niet onderzocht op asbest. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.
210988/R02
4/19
Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5: Geo(hydro)logische opbouw Diepte (m -mv)
Geohydrologische eenheid
Geologische formatie
Lithologie
0 – 15
Deklaag
Formatie van Twente
Matig tot uiterst fijn zand
15 – 25
Slecht doorlatende laag
Eemformatie
Matig tot uiterst fijne zand, sterk slibhoudend
25 – 50
Eerste watervoerend pakket
Formatie van Kreftenheye
Uiterst grof tot matig grof zand
50 – 100
Slecht doorlatend pakket
Formatie van Drente
Kleiige afzetting
De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 3 m –mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het freatisch grondwater oost- tot noordoostelijk. Nabij de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.
210988/R02
5/19
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese
Chemische parameters (NEN 5740) De locatie is verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met chemische parameters. Op basis van voorgaande onderzoeken worden in de grond overwegend licht verhoogde gehalten aan zware metalen, minerale olie en/of PAK verwacht welke zijn gerelateerd aan bodemvreemde bijmengingen en/of het langdurig historisch gebruik. Gezien het voormalige gebruik van een deel van de locatie als tuinderij kunnen daarnaast in de bovengrond verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen aanwezig zijn. Het grondwater bevat waarschijnlijk (van nature) licht tot sterk verhoogde concentraties aan zware metalen. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank wordt in de (onder)grond een sterke verontreiniging met minerale olie verwacht (zie conceptueel model in paragraaf 3.2.2). Asbest (NEN 5707) De locatie is verdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest. Op basis van de in voorgaande onderzoeken aangetroffen bodemvreemde bijmengingen en de uitgevoerde bouw-/sloopactiviteiten kan asbest diffuus en heterogeen verspreid aanwezig zijn in de bovengrond.
Onderzoeksstrategie 3.2.1 Verkennend bodemonderzoek Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de hypothese is voor de locatie als geheel uitgegaan van de strategie voor een 'diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek voor de bovengrond uitgebreid met PFAS. Enkele analyses zijn uitgevoerd inclusief GenX. De locatie van de voormalige ondergrondse HBO-tank (A) is afzonderlijk als een verdachte deellocatie onderzocht volgens de strategie voor een ‘verdachte locatie met één of meerdere ondergrondse opslagtanks’ (VEP-OO). Omdat ter plaatse in de grond een sterke verontreiniging met minerale olie wordt verwacht, is voorzien in aanvullende boringen en analyses om de actuele mate en omvang van deze verontreiniging vast te kunnen stellen. Dit betreft het nader bodemonderzoek zoals beschreven in paragraaf 3.2.2. Alle ter plaatse van de HBO-tank uitgevoerde werkzaamheden en resultaten zijn in de navolgende hoofdstukken beschreven bij het onderdeel ‘nader bodemonderzoek’.
Op basis van de resultaten van de eerder uitgevoerde onderzoeken zijn verder geen verdachte deellocaties gedefinieerd. Bij de positionering van de onderzoekspunten is wel rekening te worden gehouden met de locatie van de voormalige bovengrondse HBO-tank (B), mestunit met bestrijdingsmiddelenopslag (C), olie-/accuopslag (D), voormalige vijver en voormalige weg. Hiervoor is het voorgeschreven grondwateronderzoek geïntensiveerd om meer c.q. voldoende inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater. Asbest (NEN 5707) Op basis van de hypothese is uitgegaan van de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Omdat de strategie onderdeel is van een verkennend onderzoek asbest, dienen de analyseresultaten als indicatief te worden beschouwd. Afhankelijk van de indicatieve gewogen gehalten aan asbest, kan een nader onderzoek asbest nodig zijn om vast te stellen of sprake is van een gewogen gehalte aan asbest boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Het onderzoek naar asbest en chemische parameters is gecombineerd uitgevoerd.
210988/R02
6/19
3.2.2 Nader bodemonderzoek Conceptueel model In onderstaande tabel is het conceptueel model beschreven voor het nader bodemonderzoek. Het conceptueel model is een schematische beschrijving en/of visualisatie van de veronderstelde verontreinigingssituatie (bron, aard, mate en verdeling van de verontreiniging), het systeem waarin de verontreiniging zich bevindt (bodemopbouw), welke processen van invloed zijn op de verspreiding (geochemie, geohydrologie) en de receptoren van die verontreiniging (bodemgebruik, bedreigde objecten). Het conceptueel model is gebruikt als basis voor het bepalen van de onderzoeksstrategie: op basis van de beschikbare gegevens wordt een verwachting geformuleerd met betrekking tot de verontreinigingssituatie (hypothese). De leemtes in informatie over de verontreinigingssituatie vormen de basis voor onderzoeksvragen. Deze leemtes bepalen de onderzoeksstrategie. Tabel 6: Conceptueel model Aspect
Verwachting
Vermoedelijke bron van verontreiniging
Lekkage voormalige HBO-tank
Aard van de verontreiniging
Minerale oliecomponenten
Mate van verontreiniging in grond
Licht tot sterk verhoogd
Mate van verontreiniging in grondwater
Licht verhoogd
Vermoedelijke compartimentering
Ondergrond (sterk) en grondwater (licht)
Verwachte schaalgrootte van de verontreiniging
< 25 m2
Verdeling van de verontreiniging
Continu (mobiel)
Mogelijke verspreidingsroutes
Met grondwater(stroming)
Mogelijke natuurlijke afbraak/omzetting
Verdunning
Mogelijke risico’s
Niet verwacht
Onderzoeksstrategie en -vragen Als onderzoeksstrategieën worden onderscheiden: 1. bepalen van de ernst van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.2); 2. bepalen van de spoed van de sanering van het geval van ernstige bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.3); 3. bepalen van de omvang van de bodemverontreiniging (NTA 5755, § 6.4); a) omvang van de lokale verontreiniging met duidelijke verontreinigingskern in een immobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, § 6.4.2); b) omvang van de lokale verontreiniging met een duidelijke verontreinigingskern in een mobiele verontreinigingssituatie (NTA 5755, § 6.4.3); c) omvang diffuse verontreiniging (NTA 5755, § 6.4.4). 4. aanwijzingen voor nader onderzoek in het kader van de zorgplicht Wet bodembescherming/Wet milieubeheer (NTA 5755, § 6.5). Gekozen is voor onderzoeksstrategie 1 en 3b. De strategie is gericht op het verifiëren van de bodemverontreiniging en het vaststellen van de interventiewaardecontour c.q. de omvang van de sterke verontreiniging.
Concreet zijn er de volgende onderzoeksvragen: • kan de sterke verontreiniging met minerale olie in de grond worden bevestigd? • in hoeverre is de grond verontreinigd met aromaten (BTEX) en/of naftaleen? • in hoeverre is het grondwater verontreinigd geraakt? • in hoeverre is de verontreiniging in de grond en/of het grondwater in horizontale richting verspreid? • in hoeverre is de verontreiniging in de grond en/of het grondwater in verticale richting verspreid? • wat is de omvang van de sterke grond- en/of grondwaterverontreiniging? • is op basis van de vastgestelde omvang sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (en daarmee sprake van een saneringsnoodzaak)? De onderzoeksvragen zijn vertaald in het onderzoeksprogramma dat in de volgende hoofdstukken is beschreven. Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek voor de verontreinigde uitgebreid met PFAS en GenX.
210988/R02
7/19
4
VELDWERKZAAMHEDEN Opzet
Algemeen Het veldwerk is gefaseerd uitgevoerd vanwege de tijdelijke aanwezigheid van gronddepots waardoor een deel van de onderzoekslocatie niet toegankelijk bleek. De eerste fase van het onderzoek heeft met name betrekking op het nader bodemonderzoek. Het verkennend bodemonderzoek is grotendeels uitgevoerd in de tweede fase van het onderzoek na verwijdering van de gronddepots. In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 7: Uitvoeringsgegevens Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuis, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
24-07-2019
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuis, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
01-08-2019
Nemen van grondwatermonster
2000/2002
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Nemen van grondwatermonsters
2000/2002
Datum
Erkende organisatie
Verantwoordelijk medewerker
Ortageo Metingen en Controle B.V.
R. Van der Horst en A.H. Vrugteman (in opleiding)
Ortageo Metingen en Controle B.V.
P.G.H. Bruggink
Ortageo Metingen en Controle B.V.
A.H. Vrugteman
Fase 1 01-07-2019 en 02-07-2019
Fase 2 19-09-2019 en 25-09-2019 26-09-2019
Ten behoeve van het onderzoek naar het voorkomen van asbest is zover mogelijk een maaiveldinspectie uitgevoerd waarbij het maaiveld van de gehele onderzoekslocatie systematisch is afgezocht op asbestverdacht (plaat)materiaal. De inspectie-efficiëntie voor de niet volledig begroeide terreindelen (circa 50%) is geschat op minder dan 25% (zeer laag). Op het overig deel van de locatie (50%) kon als gevolg van de dichte begroeiing geen maaiveldinspectie uitgevoerd. De monstername voor onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform specifieke eisen volgens veldwerk-protocol “bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater” vastgesteld door expertisecentrum PFAS (juli 2019). Hiervoor zijn in het veld meerdere mengmonsters samengesteld. In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij het nader bodemonderzoek is de opgeboorde grond met behulp van de olie-water-reactie getest op de aanwezigheid van olie-achtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem.
In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven.
210988/R02
8/19
Tabel 8: Overzicht veldwerkprogramma Aantal
Diepte (m –mv)
Proefgaten
21
0,5
03, 05, 06, 07, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30
Proefgaten met boring1
6
2,0
04, 08, 10, 12, 21, 31
Boringen met peilbuis
4
4,3 à 4,7
Onderdeel
Nummers
Verkennend bodemonderzoek
01, 02, 09, 20
Nader bodemonderzoek: voormalige ondergrondse HBO-tank Boringen Boringen met peilbuis 1
6
4,0 à 4,2
103, 104, 105, 107, 108, 109
2
5,2 à 5,6
102, 105
2
4,5 à 4,6
101, 110
proefgaten zijn vanaf circa 0,5 m –mv dieper doorgeboord
Opgemerkt wordt dat op basis van de tekeningen uit voorgaande onderzoeken werd op voorhand verondersteld dat de verontreinigingskern bij de voormalige olietank aanwezig is (geweest) ter plaatse van peilbuis 101. Tijdens het nader bodemonderzoek bleek op basis van de visuele waarnemingen dat deze zich meer in noordelijke richting bevond. Om deze reden zijn aanvullende boringen uitgevoerd en is een aanvullende peilbuis geplaatst om de aard, mate en omvang van de verontreiniging vast te kunnen stellen. De afwijkende locatie van de verontreiniging is vermoedelijk niet gerelateerd aan (tussentijdse) verspreiding maar aan enige mate van onnauwkeurigheid van de beschikbare tekeningen in relatie tot het lokale karakter van de verontreiniging. Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Er is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000. Wel wordt opgemerkt dat voor het onderzoek naar asbest geen volledige maaiveldinspectie kon worden uitgevoerd. Omdat de gehele locatie als verdacht is beschouwd met betrekking tot asbest in de bodem, is dit niet als een (kritieke) afwijking beschouwd.
Resultaten Grond In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Opgemerkt wordt dat de classificatie conform de NEN 5104 voor milieukundig onderzoek is beschreven. Het betreft geen classificatie voor civieltechnische hergebruiksmogelijkheden; hiervoor dienen de boorbeschrijvingen op de juiste wijze geïnterpreteerd te worden en kan (aanvullend) civieltechnisch onderzoek nodig zijn. Zoals uit de profielen blijkt, bestaat de bodem tot de maximaal onderzochte diepte uit zeer grof tot zeer fijn, zwak tot matig siltig zand. Op een diepte vanaf circa 1,0 tot 1,5 m -mv komt een sterk zandige kleilaag voor. De visueel waargenomen bijzonderheden in c.q. aan de grond zijn beschreven in de volgende tabel.
210988/R02
9/19
Tabel 9: Visueel waargenomen bijzonderheden in c.q. aan grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
Verkennend bodemonderzoek 01
4,5
0,0 - 0,6
Sporen baksteen
Zand
14
0,5
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend
Zand
17
0,5
0,0 - 0,3
Zwak puinhoudend
Zand
18
0,5
0,0 - 0,3
Zwak puinhoudend
Zand
19
0,5
0,0 - 0,5
Zwak puinhoudend
Zand
20
4,5
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
Zand
21
2,0
0,0 - 0,7
Sporen puin
Zand
22
0,5
0,0 - 0,5
Sporen puin
Zand
23
0,5
0,0 - 0,5
Sporen puin
Zand
24
0,5
0,0 - 0,5
Sporen puin
Zand
25
0,5
0,0 - 0,5
Sporen puin
Zand
26
0,5
0,0 - 0,5
Sporen puin
Zand
27
0,5
0,0 - 0,4
Sporen baksteen
Zand
28
0,5
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
Zand
29
0,5
0,0 - 0,4
Sporen baksteen
Zand
30
0,5
0,0 - 0,35
Sporen baksteen, resten glas
Zand
31
2,0
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
Zand
1,5 - 3,5
Matige olie-water reactie
Zand
Nader bodemonderzoek: voormalige HBO-tank 102
5,2
3,5 - 4,2
Sterke olie-water reactie
Zand
103
4,2
0,0 - 0,6
Sporen baksteen
Zand
104
4,0
0,0 - 0,6
Sporen baksteen
Zand
105
4,0
0,0 - 0,6
Sporen baksteen
Zand
0,0 - 0,5
Sporen baksteen
Zand
2,5 - 3,5
Matige olie-water reactie
Zand
3,5 - 4,2
Zwakke olie-water reactie
Zand
0,25 - 0,6
Sporen baksteen
Zand
0,0 - 0,9
Sporen baksteen
Zand
3,4 - 4,0
Zwakke oliegeur
Zand
0,0 - 0,9
Sporen baksteen
Zand
1,5 - 3,5
Matige olie-water reactie, zwakke dieselgeur
Zand
3,5 - 4,0
Sterke olie-water reactie, sterke dieselgeur
Zand
4,0 - 4,5
Zwakke olie-water reactie
Zand
106
107
5,2
4,2
108
4,0
109
4,0
110
4,5
210988/R02
10/19
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Tabel 10: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Monstercode
Filterstelling (m –mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidingsvermogen (µs/cm)
Troebelheid (NTU)
Verkennend bodemonderzoek 01
01-1-1
3,5 – 4,5
Geen
3,2
8,0
516
85,2
02
02-1-1
3,5 – 4,5
Geen
3,3
7,8
424
44,6
09
09-1-1
3,7 – 4,7
Geen
3,4
7,8
520
135
20
20-1-1
3,8 – 4,3
Geen
3,3
7,3
658
41,1
3,0
6,0
944
8,2
Nader bodemonderzoek: voormalige HBO-tank 110
210988/R02
110-1-1
3,5 – 4,5
Geen
11/19
5
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
5.1.1 Verkennend bodemonderzoek Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabellen is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analyseprogramma weergegeven. Tabel 11: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma chemische parameters (NEN 5740) Onderdeel
Bovengrond
Ondergrond
Grondwater
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters / onderzoekspunten
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
mm1
0,0 – 0,5
27-1; 28-1; 29-1; 30-1
Sporen baksteen, resten glas
Standaardpakket grond1 + OCB2
mm2
0,0 – 0,5
01-1, 02-1, 04-1, 05-1
Sporen baksteen
Standaardpakket grond + OCB
mm3
0,0 – 0,5
07-1, 09-1, 10-1, 12-1
Geen
Standaardpakket grond + OCB
mm6
0,0 – 0,5
14-1, 17-1, 18-1, 19-1
Zwak puinhoudend
Standaardpakket grond + OCB
mm7
0,0 – 0,5
22-1, 23-1, 25-1, 26-1
Sporen puin
Standaardpakket grond + OCB
PFAS-MM1
0,0 – 0,5
27 t/m 31
Sporen baksteen, resten glas
PFAS3
PFAS-MM2
0,0 – 0,5
03 t/m 08
Geen
PFAS + GenX
PFAS-MM3
0,0 – 0,5
10 t/m 13 + 15 + 16
Geen
PFAS + GenX
PFAS-MM4
0,0 – 0,5
14 + 17 t/m 19
Zwak puinhoudend
PFAS
PFAS-MM5
0,0 – 0,5
21 t/m 26
Sporen puin
PFAS
mm4
0,5 – 1,0
04-3, 09-2, 10-2, 20-2
Geen
Standaardpakket grond
mm5
1,0 – 1,5
01-3, 02-4, 09-3, 20-4
Geen
Standaardpakket grond
01-1-1
3,5 – 4,5
01-1-1
Geen
Standaardpakket grondwater4
02-1-1
3,5 – 4,5
02-1-1
Geen
Standaardpakket grondwater
09-1-1
3,7 – 4,7
09-1-1
Geen
Standaardpakket grondwater
20-1-1
3,8 – 4,3
20-1-1
Geen
Standaardpakket grondwater
1
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
2
Organochloorbestrijdingsmiddelen
3
PFAS-verbinden conform Bodemplus advieslijst d.d. 12 juli 2019: PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFOA, PFOAvertakt, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFOS, PFOSvertakt, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, N-MeFOSAA, N-EtFOSAA, PFOSA, N-MeFOSA en 8:2 diPAP
4
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie
Tabel 12: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma asbest (NEN 5707) Monstercode
Traject (m -mv)
Onderzoekspunten
Waargenomen bijzonderheden
ABmm1
0,0 - 0,5
27 t/m 31
ABmm2
0,0 - 0,5
ABmm3
0,0 - 0,5
ABmm4 ABmm5 -
Analysepakket Fractie < 20 mm
Fractie > 20 mm
Sporen baksteen, resten glas
Asbest in grond (NEN 5898)
-
03 t/m 08
Geen
Asbest in grond (NEN 5898)
-
10 t/m 13 + 15 + 16
Geen
Asbest in grond (NEN 5898)
-
0,0 - 0,5
14 + 17 t/m 19
Zwak puinhoudend
Asbest in grond (NEN 5898)
-
0,0 – 0,5
21 t/m 26
Sporen puin
Asbest in grond (NEN 5898)
-
= Niet van toepassing
210988/R02
12/19
5.1.2 Nader bodemonderzoek Voor het verkrijgen van inzicht in de aard, mate en omvang van de verontreinigingssituatie en ter voorbereiding op een eventuele sanering, zijn op basis van de visuele waarnemingen grond- en grondwatermonsters samengesteld c.q. genomen. In de volgende tabel is het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. Tabel 13: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma (NTA 5755) Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
102-5
2,1 – 2,3
Matige olie-water reactie
Minerale olie + BTEXN
102-8
2,9 – 3,1
Matige olie-water reactie
Minerale olie + BTEXN
102-11
3,6 – 3,8
Sterke olie-water reactie
Minerale olie + BTEXN
106-14
2,9 – 3,1
Matige olie-water reactie
Minerale olie + BTEXN
Aanvullende informatie voor afvoer grond
102-12
4,0 – 4,2
Sterke olie-water reactie
Standaardpakket grond1 + SCG-zeefkromme
110-11
3,1 – 3,5
Matige olie-water reactie
PFAS2 en GenX
Afperking verticaal
102-15
5,0 – 5,2
Geen
Minerale olie + BTEXN
101-9
2,9 – 3,1
Geen
Minerale olie + BTEXN
107-5
2,9 – 3,1
Geen
Minerale olie + BTEXN
108-7
2,9 – 3,1
Geen
Minerale olie + BTEXN
109-7
2,9 – 3,1
Geen
Minerale olie + BTEXN
110-1-1
3,5 – 4,5
Geen
Standaardpakket grondwater3
Onderdeel / doel Grond
Verificatie aard en mate verontreiniging
Afperking horizontaal
Grondwater Verificatie grondwaterkwaliteit 1
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
2
PFAS-verbinden conform Bodemplus advieslijst d.d. 12 juli 2019: PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFOA, PFOAvertakt, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFOS, PFOSvertakt, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, N-MeFOSAA, N-EtFOSAA, PFOSA, N-MeFOSA en 8:2 diPAP
3
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie
Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4. Voor chemische parameters zijn de toetsingstabellen opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In enkele tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. Opgemerkt wordt dat voor PFAS-verbindingen sprake is van voorlopige achtergrondwaarden en (nog) geen interventiewaarden (en derhalve ook geen tussenwaarden) zijn vastgesteld. Wel zijn in het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond voorlopige toepassingsnormen vastgesteld.
210988/R02
13/19
5.2.1 Verkennend bodemonderzoek De analyse-/toetsingsresultaten zijn in de volgende tabellen samengevat weergegeven. Tabel 14: Analyse- en toetsingsresultaten chemische parameters (NEN 5740) Overschrijding van de Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
achtergrond-/ streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventie waarde (index1 >1)
Indicatief oordeel klasse Bbk2
mm1
0,0 – 0,5
Sporen baksteen, resten glas
som-drins (0,02)
-
-
Industrie
mm2
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
PCB (0,01), lood (-), zink (0,02), som-OCB, HCB (-), som-drins (0,05)
-
-
Niet toepasbaar
mm3
0,0 – 0,5
Geen
som-drins (0,04)
-
-
Niet toepasbaar
mm4
0,5 – 1,0
Geen
-
-
-
Altijd toepasbaar
mm5
1,0 – 1,5
Geen
nikkel (0,29), molybdeen (0,01)
-
-
Industrie
mm6
0,0 – 0,5
Zwak puinhoudend
PAK (0,3), som-drins (-), minerale olie (0,05)
-
-
Industrie
mm7
0,0 – 0,5
Sporen puin
koper (0,07), kwik (-), lood (0,14), PAK (0,01), som-drins (0,05)
-
-
Niet toepasbaar
PFASMM1
0,0 – 0,5
Sporen baksteen, resten glas
PFOA: <0,1 µg/kg d.s. PFOS: 0,48 µg/kg d.s.
Niet vastgesteld
Wonen / industrie
PFASMM2
0,0 – 0,5
Geen
PFOA: <0,1 µg/kg d.s. PFOS: 0,28 µg/kg d.s. GenX: <0,1 µg/kg d.s.
Niet vastgesteld
Wonen / industrie
PFASMM3
0,0 – 0,5
Geen
PFOA: <0,1 µg/kg d.s. PFOS: 0,17 µg/kg d.s. GenX: <0,1 µg/kg d.s.
Niet vastgesteld
Wonen / industrie
PFASMM4
0,0 – 0,5
Zwak puinhoudend
PFOA: 0,12 µg/kg d.s. PFOS: 0,16 µg/kg d.s.
Niet vastgesteld
Wonen / industrie
PFASMM5
0,0 – 0,5
Sporen puin
PFOA: 0,27 µg/kg d.s. PFOS: 0,21 µg/kg d.s.
Niet vastgesteld
Wonen / industrie
Grond
Grondwater 01-1-1
3,5 – 4,5
Geen
barium (0,01)
-
-
Niet van toepassing
02-1-1
3,5 – 4,5
Geen
barium (0,03)
-
-
Niet van toepassing
09-1-1
3,7 – 4,7
Geen
barium (0,03)
-
-
Niet van toepassing
20-1-1
3,8 – 4,3
Geen
barium (0,06)
-
-
Niet van toepassing
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrond-/streefwaarde) / (interventiewaarde – achtergrond-/streefwaarde)
2
Bbk = Besluit bodemkwaliteit. Voor PFAS is het oordeel gebaseerd op het tijdelijke handelingskader voor PFAS-houdende grond waarin de toepassingsnormen zijn vastgelegd. De voorlopige achtergrondwaarde is voor alle verbindingen gelijk aan de bepalingsgrens van 0,1 µg/kg d.s. Voor de klasse wonen en industrie gelden (voor het toepassen van grond boven grondwaterniveau) voorlopig de volgende toepassingsnormen: 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor PFOS, GenX en overige PFAS.
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt zijn in zowel de boven- als ondergrond diverse chemische parameters in een licht verhoogd gehalte aangetoond. Conform de toetsing aan de maximale waarden uit het Bbk is deze licht verontreinigde grond geclassificeerd als ‘klasse industrie of ‘niet toepasbaar’ (als gevolg van drins). De aanwezigheid van drins kan worden gerelateerd aan het (historisch) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen c.q. insecticiden. Het grondwater bevat (waarschijnlijk van nature) licht verhoogde concentraties aan barium.
210988/R02
14/19
De resultaten wijzen op een diffuus aanwezige lichte bodemverontreiniging als gevolg van het langdurig historisch gebruik van de locatie. Er zijn geen aanwijzingen dat op de locatie (behoudens de locatie van de voormalige ondergrondse tank) sprake is van een sterke grond- en/of grondwaterverontreiniging. Tabel 15: Analyse- en toetsingsresultaten asbest (NEN 5707) Indicatief gewogen gehalte (mg/kg d.s.)1 Monster- Traject Asbest > 20 mm code (m -mv) Grond Materiaal (<20 mm) (>20 mm)
Totaal gewogen gehalten grond + materiaal (mg/kg d.s.)1 Niethechtgebonden
Hechtgebonden
Totaal gehalte
ABmm1
0,0 – 0,5 Sporen baksteen, resten glas
-
-
-
-
-
ABmm2
0,0 – 0,5 Geen
-
-
-
-
-
ABmm3
0,0 – 0,5 Geen
-
-
-
-
-
ABmm4
0,0 – 0,5 Zwak puinhoudend
-
-
-
-
-
ABmm5
0,0 – 0,5 Sporen puin
-
-
-
-
-
-
= geen asbestverdacht / asbesthoudend materiaal aangetroffen / aangetoond
1
gewogen gehalte asbest = gehalte serpentijnasbest + (10 * gehalte amfiboolasbest)
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, zijn in de onderzochte bovengrondmengmonsters geen asbest aangetoond.
5.2.2 Nader bodemonderzoek De analyse-/toetsingsresultaten zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 16: Analyse- en toetsingsresultaten (NTA 5755) Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
2,9 – 3,1
Matige olie-water reactie
Overschrijding van de Achtergrond-/streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
-
-
Minerale olie (1,1)
-
Grond: kern 102-8
102-11
3,6 – 3,8
Sterke olie-water reactie
Ethylbenzeen (0,08), PAK (0,25), minerale olie (0,19)
Xylenen (som) (0,7), Som-16 aromatische oplosmiddelen
110-11
3,1 – 3,5
Matige olie-water reactie
PFOA: 0,1 µg/kg d.s. PFOS: 0,1 µg/kg d.s. GenX: <0,1 µg/kg d.s.
Niet vastgesteld
Grond: verticale afperking 102-5
2,1 – 2,3
Matige olie-water reactie
Minerale olie (0,15)
-
-
102-12
4,0 – 4,2
Sterke olie-water reactie
Nikkel (0,14), minerale olie (0,11)
-
-
102-15
5,0 – 5,2
Geen
-
-
-
Grond: horizontale afperking 101-9
2,9 – 3,1
Geen
-
-
-
106-14
2,9 – 3,1
Matige olie-water reactie
-
-
-
107-5
2,9 – 3,1
Geen
-
-
-
108-7
2,9 – 3,1
Geen
Minerale olie (0,03)
-
-
109-7
2,9 – 3,1
Geen
-
-
-
Geen
Barium (0,21),ethylbenzeen (0,01), xylenen (0,12), naftaleen (0,24)
Minerale olie (0,69)
-
Grondwater 110-1-1 1
3,5 – 4,5
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrond-/streefwaarde) / (interventiewaarde – achtergrond-/streefwaarde)
210988/R02
15/19
Zoals uit voorgaande tabel blijkt is het sterk verhoogd gehalte aan minerale olie in de ondergrond ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank, bevestigd. Tevens zijn ter plaatse van de verontreinigingskern in de grond licht tot matig verhoogde concentraties aan vluchtige aromaten aanwezig. Deze verontreinigingen worden gerelateerd aan lekkage van de voormalige ondergrondse olietank. In het grondwater zijn naast een matig verontreiniging met minerale olie, uitsluitend lichte verontreinigingen aangetoond. Deze houden eveneens verband met lekkage van de voormalige ondergrondse olietank. De omvang van de grondverontreiniging is op basis van de afperkende boringen en grondanalyses vastgesteld en blijkt (nog steeds) gering te zijn (zie contour in bijlage 2). Hoewel de contour c.q. locatie van de verontreiniging enigszins afwijkt van hetgeen in voorgaande onderzoeken werd verondersteld, lijkt van verspreiding geen sprake te zijn (geweest). De afwijkingen zijn waarschijnlijk het gevolg van enige onnauwkeurigheid van de beschikbare tekeningen. De geschatte (huidige) omvang van de grondverontreiniging is in onderstaande tabel samengevat. Tabel 17: Geschatte verontreinigingssituatie minerale olie in grond ter plaatste van voormalige ondergrondse tank Overschrijding van
Oppervlakte (m2)
Interventiewaarde (sterke verontreiniging) Achtergrondwaarde (lichte verontreiniging)
Diepte
Omvang (m3)
Van (m -mv)
Tot (m -mv)
Gemiddeld traject (m)
10
2,4
3,5
1,0
10
20
1,5
4,2
2,5
50
Hoewel op basis van de beschikbare informatie niet exact duidelijk is in hoeverre de verontreiniging vòòr danwel na 1 januari 1987 is ontstaan, wordt mede op basis van de conclusies uit voorgaande onderzoeken er vanuit gegaan dat geen sprake is van een ‘nieuw geval’ van bodemverontreiniging en daarmee zorgplicht. De ondergrondse tank was (gezien de historie van de locatie) mogelijk al vanaf de jaren ’60 aanwezig en is in ieder geval in 1996 verwijderd: de tank was dus grotendeels vòòr 1987 op de locatie aanwezig en in gebruik. Uitgaande van historische verontreiniging wordt gezien de beperkte omvang van de sterke grondverontreiniging (10 m3 aan gehalten boven de interventiewaarde) overeenkomstig voorgaande onderzoeken geconcludeerd dat geen sprake is van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’.
Toetsing aan de gestelde hypothesen Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie' is voor chemische parameters een correcte hypothese omdat: • ter plaatse van de voormalige ondergrondse olietank in de grond minerale olie is aangetoond in een gehalte boven de betreffende interventiewaarde. Overige minerale oliecomponenten zijn in de grond niet aangetoond boven de betreffende interventiewaarde. In het grondwater overschrijdt minerale olie de betreffende tussenwaarde en overschrijden de concentraties aan barium en minerale oliecomponenten de betreffende streefwaarden; • op het overige onderzochte deel van de locatie in de grond diverse chemische parameters zijn aangetoond in een gehalte boven de betreffende (voorlopige) achtergrondwaarde. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium. Asbest (NEN 5707) De hypothese ‘verdachte locatie’ is voor asbest niet correct en wordt verworpen omdat geen asbest is aangetoond in de bodem.
210988/R02
16/19
Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek en sanerende maatregelen Chemische parameters (NEN 5740) Voormalige ondergrondse olietank Ter plaatse van de voormalige ondergrondse olietank zijn in de grond en in het grondwater minerale oliecomponenten aangetoond boven de betreffende tussenwaarde. Het nader onderzoek ter plaatse is reeds uitgevoerd en de verontreinigingssituatie is afdoende vastgesteld. Verder onderzoek is daarom niet zinvol. Omdat geconcludeerd is dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, bestaat er geen aanleiding voor het (op korte termijn) uitvoeren van sanerende maatregelen. Vanwege de voorgenomen herontwikkeling kan dat echter wel wenselijk c.q. nodig zijn. Overige deel onderzoekslocatie Er zijn ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie geen parameters aangetoond in gehalten/ concentraties boven de betreffende tussenwaarde. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Asbest (NEN 5707) Omdat geen asbest is aangetoond in de bodem, bestaat er geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen.
210988/R02
17/19
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van NTP B.V. is in de periode juli – oktober 2019 door Ortageo Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 en een nader bodemonderzoek conform NTA 5755 uitgevoerd op een locatie aan de Binnenweg in Wilp (gemeente Voorst). Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de transactie en voorgenomen herontwikkeling van de locatie mede in relatie tot de resultaten van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken waarbij is vastgesteld dat lokaal op de locatie sprake is van een sterke bodemverontreiniging. Het doel van het onderzoek is: • (in algemene zin) om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor de transactie en/of het toekomstige gebruik; • het verkrijgen van een actueel inzicht in de mate en omvang van de bodemverontreiniging met minerale olie ter plaatse van een voormalige ondergrondse olietank, zodat eventuele saneringswerkzaamheden kunnen worden voorbereid en financiële consequenties ervan (beter) kunnen worden bepaald. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Afwijkingen hierop zijn beschreven in het rapport.
Strategie Voor de locatie als geheel is voor chemische parameters uitgegaan van de strategie voor een 'diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HENL). Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie' (ONV-NL). De locatie van een voormalige ondergrondse HBO-tank is afzonderlijk als een verdachte deellocatie onderzocht volgens de strategie voor een ‘verdachte locatie met één of meerdere ondergrondse opslagtanks’ (VEP-OO). Om de verontreinigingssituatie ter plaatse vast te stellen, is tevens (gecombineerd) een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Voor asbest is uitgegaan van de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek voor de bovengrond uitgebreid met PFAS. Enkele analyses zijn uitgevoerd inclusief GenX. Resultaten In onderstaande tabel zijn de resultaten van het bodemonderzoek samengevat weergegeven. Tabel 18: Samenvatting toetsingsresultaten Onderdeel
Waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de achtergrond- of streefwaarde
tussenwaarde
interventiewaarde
Voormalige ondergrondse HBO-tank Ondergrond
Matig tot sterke oliewaterreactie
Ethylbenzeen, PAK, minerale olie, nikkel, PFOA, PFOS
Xylenen (som), Som16 aromatische oplosmiddelen
Minerale olie
Grondwater
Geen
Barium, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen
Minerale olie
-
Overige deel onderzoekslocatie Bovengrond
Sporen baksteen, resten glas
Drins (som), som-OCB, HCB, PCB, PAK, koper, kwik, lood, zink, nikkel, molybdeen, minerale olie, PFOA, PFOS
-
-
Grondwater
Geen
Barium
-
-
-=
Geen parameters in gehalten boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en er is geen asbest aangetoond.
210988/R02
18/19
Zoals uit voorgaande tabel blijkt is het sterk verhoogd gehalte aan minerale olie in de ondergrond ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank, bevestigd. Tevens zijn ter plaatse van de verontreinigingskern in de grond licht tot matig verhoogde concentraties aan vluchtige aromaten aanwezig. Deze verontreinigingen kunnen worden gerelateerd aan lekkage van de voormalige ondergrondse olietank. De geschatte omvang van de grondverontreiniging is in onderstaande tabel samengevat. Tabel 19: Geschatte verontreinigingssituatie minerale olie in grond ter plaatste van voormalige ondergrondse tank Overschrijding van
Oppervlakte (m2)
Interventiewaarde (sterke verontreiniging) Achtergrondwaarde (lichte verontreiniging)
Diepte
Omvang (m3)
Van (m -mv)
Tot (m -mv)
Gemiddeld traject (m)
10
2,4
3,5
1,0
10
20
1,5
4,2
2,5
50
Conclusies Op basis van het tot op heden uitgevoerde deel van het onderzoek blijkt het volgende: • ter plaatse van de voormalige ondergrondse olietank in de grond sprake is van een sterke verontreiniging met minerale olie en licht tot matige verontreiniging met vluchtige aromaten. Daarnaast is nikkel licht verhoogd. In het grondwater is sprake van een matige verontreiniging met minerale olie en licht verhoogde concentraties aan vluchtige aromaten; • op het overige onderzochte deel van de locatie zijn in de boven- en ondergrond diverse chemische parameters aangetoond in een licht verhoogd gehalte. Conform de toetsing aan de maximale waarden uit het Bbk is deze licht verontreinigde grond geclassificeerd als ‘klasse industrie of ‘niet toepasbaar’ (als gevolg van drins). De aanwezigheid van drins kan worden gerelateerd aan het (historisch) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen c.q. insecticiden. Het grondwater bevat (waarschijnlijk van nature) licht verhoogde concentraties aan barium. De resultaten wijzen op een diffuus aanwezige lichte bodemverontreiniging als gevolg van het langdurig historisch gebruik van de locatie. Er zijn geen aanwijzingen dat op de locatie (behoudens de locatie van de voormalige ondergrondse tank) sprake is van een sterke grond- en/of grondwaterverontreiniging.
De verontreinigingssituatie ter plaatse van de voormalige ondergrondse olietank is voldoende vastgesteld. Uitgaande van historische verontreiniging wordt gezien de beperkte omvang van de sterke grondverontreiniging (10 m3 aan gehalten boven de interventiewaarde) overeenkomstig voorgaande onderzoeken geconcludeerd dat geen sprake is van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Aanbevelingen Het is niet zondermeer toegestaan om (grond)werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van een sterke bodemverontreiniging. Aanbevolen wordt om de verontreinigde grond ter plaatse van de voormalige olietank te verwijderen in combinatie met de voorgenomen (grond)werkzaamheden voor herontwikkeling. Hiermee worden de gebruiksbeperkingen opgeheven. Omdat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, hoeft voor deze sanering geen saneringsplan te worden opgesteld of een BUS-procedure te worden doorlopen. Geadviseerd wordt om een plan van aanpak op te stellen en in te dienen bij de gemeente c.q. de omgevingsdienst en na goedkeuring de werkzaamheden onder milieukundige begeleiding uit te laten voeren door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing.
De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken.
210988/R02
19/19
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie en uittreksel kadastrale kaart
210988
Omgevingskaart
Klantreferentie: GKL/210988
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Wilp C 1532 CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
Uittreksel Kadastrale Kaart 64 1175
Uw referentie: GKL/210988
1665 795
57
1666
1663 59
1664
59A
1531 17
Bi n n
en w
eg
1532
1647 15 21
107 6
1290 63
210 209
1648
14
1706
65
1741 1719
67
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 24 juli 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Wilp C 1532
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten en verontreinigingssituatie
210988
17 voormalige bovengrondse tank
59
tweg
01 59A opslag olie
Rijks straa
16
mestunit / opslag 03 bestrijdingsmiddelen
15
107
02
17 106
04 05
10 17
14
107 106 108 110 102 109 105 101 103 104
110
108 102
109
105 101
11 06
09
103 104
20
12
Bin
18
nen w
eg
13
08
Uitsnede tekening (schaal 1:250): situatie omgeving voormalige ondergrondse tank
07 22 21 19
24
Legenda
15
molenromp 21
proefgat proefgat met boring
23 boring 63
25
boring met peilbuis 26
onderzoekslocatie kadastrale grens
27
globale interventiewaardecontour minerale olie in grond kadastraal nummer 17
28
31
65
14
30
huisnummer klinkers gras voormalig kassencomplex
29
gedempte vijver
37.5 meters
0 Titel:
Projectnaam:
13
Gecontroleerd:
Getekend:
GKL
Opdrachtgever: O:\Ortageo\210988\Tekeningen\210988_tekening_v2.dwg
22.5
voormalige weg
67
69
7.5
X:
206920
NTP B.V.
Y:
469976
Schaal:
1:750
Datum:
26-9-2019
15
30
Project:
Bijlage:
Formaat:
210988
2
A3
BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen
210988
Meetpunt: 01
Meetpunt: 02
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
1 50
braak
30
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgeel
2 100
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtbruin
50
60
100
0
1
3 90
Klei, sterk zandig, donker bruingeel
100 Klei, sterk zandig, donker bruingeel
3
4 150
150 4
150
150 Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht geeloranje
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht geeloranje
5 200
250
250
250
250 Zand, matig grof, zwak siltig, licht geeloranje
Zand, matig grof, zwak siltig, licht geeloranje
300
300
350
350
400
400
450
450
450
450
Meetpunt: 03
Meetpunt: 04
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
1 30
2 50
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin
0
1 30
2
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtbruin
50 3 100
100
Klei, sterk zandig, donker bruingeel 4 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht geeloranje
5 200
200
Meetpunt: 05
Meetpunt: 06
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
braak
50
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
gras
50
Projectlocatie:
Binnenweg 17 e.o. in Wilp
Projectcode: 210988
Opdrachtgever:
NTP Milieu Enschede
Pagina: 1 / 5
Meetpunt: 07
Meetpunt: 08
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
50
1 40
50
2
Meetpunt: 09
Meetpunt: 10
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, oranjebruin
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin
0
gazon
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin
2 100
100 Klei, sterk zandig, oranjebruin
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, laagjes klei, geen olie-water reactie, neutraal oranjegeel
3 150
150
150 Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, laagjes klei, geen olie-water reactie, licht geeloranje
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, licht oranjebruin
50
100
100
braak
60
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgeel
2
0
200
4 200
200
250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, licht geeloranje 300
350
400
450 470
Meetpunt: 11
Meetpunt: 12
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin
1 50
braak
50
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, laagjes klei, geen olie-water reactie, neutraal bruingeel
3 150 4 200
200
Projectlocatie:
Binnenweg 17 e.o. in Wilp
Projectcode: 210988
Opdrachtgever:
NTP Milieu Enschede
Pagina: 2 / 5
Meetpunt: 13
Meetpunt: 14
Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin
1 50
50
50
Meetpunt: 16
Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
gazon Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin
1 50
50
Meetpunt: 18 Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
30
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, neutraal geelbruin, 1%>20mm bvm Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, grijsbruin
30
2
50
50
Meetpunt: 20
Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Datum meting: 19-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, neutraal geelbruin, 2%>20mm bvm
1 50
braak
50
0
1
Meetpunt: 19
0
gazon
50
50
braak
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin
Datum meting: 25-9-2019 Veldwerker: Arnold Vrugteman Peilen in cm t.o.v. referentievlak 0
0
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, resten leem, neutraal geelbruin, 2%>20mm bvm