Bijlage 3 - Binnenweg Wilp vormvrije MER beoordeling (2021-58183)
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Binnenweg, Wilp
Gemeente Voorst
Datum: 24 maart 2021 Projectnummer: 170353.02
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer
3 4 6
2
Kenmerken van het project
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Beschrijving project Omvang van het project Overige kenmerken van het project
7 7 8 8
3
Plaats van het project
10
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
10 10 11
4
Kenmerken van het potentiële effect
16
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
16 17 19 21 21
5
Conclusie
24
Gebruikte onderzoeken/bronnen
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In het dorp Wilp, gemeente Voorst, bevindt zich tussen de Binnenweg en de Rijksstraatweg een inbreidingslocatie waar woningbouw beoogd is. Het voornemen bestaat ter plaatse te voorzien in 44 grondgebonden woningen. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een gevarieerd woningaanbod, bestaande uit 7 vrijstaande, 12 tweeaaneengebouwde en 25 aaneengebouwde woningen. Dit voornemen is echter niet mogelijk op grond van de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Daarom dient een planologische procedure doorlopen te worden, waarin aangetoond wordt dat de voorgenomen ontwikkeling haalbaar is en sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Schetsontwerp woningbouwlocatie d.d. maart 2020, inclusief weergave fase 1 en 2 (bron: SAB)
In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijn de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan
SAB
3
het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden.
SAB
4
Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project (de realisatie van maximaal 44 nieuwe grondgebonden woningen te Wilp) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.” 2
De locatie van onderhavig project is in totaal circa 19.200 m . Zoals gesteld betreft het project de realisatie van maximaal 44 grondgebonden woningen. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en zou een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd zijn. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan.
SAB
5
Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: kenmerken van de activiteit; plaats waar de activiteit wordt verricht; kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
SAB
6
2 2.1
Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving project
2.2.1
Planbeschrijving In het dorp Wilp bevindt zich tussen de Binnenweg en Rijksstraatweg een inbreidingslocatie. Het voornemen bestaat op deze locatie nieuwbouw te ontwikkelen in de vorm van 44 grondgebonden woningen. Voor de woningbouwlocatie is een conceptstedenbouwkundig plan opgesteld. Het woningbouwprogramma in dit stedenbouwkundig plan bestaat uit 7 vrijstaande woningen (waarvan één in de bestaande molenstomp), 12 twee-onder-één-kapwoningen en 25 rijwoningen. Het plangebied loopt om twee vrijstaande woningen aan de Binnenweg heen. Deze woningen worden behouden en worden ingepast in het plan. Aan de zuidkant van het plangebied staat een molenstomp. Deze molenstomp is een opvallend historisch object dat een nieuwe functie en prominente plek zal krijgen binnen de ontwikkeling. Er staat één woning aan de Binnenweg (noordzijde plangebied) die gesloopt wordt om te herontwikkeling mogelijk te maken. Onderstaand is het plangebied in haar huidige situatie weergegeven.
De ontwikkellocatie bij benadering rood omlijnd (Bron: pdokviewer.nl, bewerking: SAB).
SAB
7
2.3
Omvang van het project 2
De oppervlakte van het totale projectgebied bedraagt circa 19.255 m , waarvan ruim 2 12.000 m uitgeefbaar terrein betreft. Het plangebied loopt om twee vrijstaande woningen aan de Binnenweg heen. Deze woningen worden behouden en worden ingepast in het plan. Aan de zuidkant van het plangebied staat een molenstomp die een nieuwe functie en prominente plek zal krijgen binnen de ontwikkeling. Er staat één woning aan de Binnenweg (noordzijde plangebied) die gesloopt wordt om de herontwikkeling mogelijk te maken. Het plangebied is verder grotendeels onbebouwd. Het project bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 44 nieuwe grondgebonden woningen. In de navolgende ruimtegebruikskaart is weergegeven wat de voorliggende ontwikkeling betekent voor het aandeel verharding.
Ruimtegebruikskaart plangebied (bron: SAB)
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij
SAB
8
niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. Wat betreft de gebruiksfase van de woningen geldt dat wordt voorzien in gasloze woningen. Tevens zal worden voldaan aan de BENG-eisen. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. Tijdens de realisatie wordt het afval gescheiden. Daarnaast wordt hergebruik van afvalstoffen zoveel mogelijk toegepast. Na de oplevering krijgen de woningen containers om afval te scheiden. De nieuwe woningen hebben een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee. De toename van verkeer leidt tot een zekere toename van de kans op ongelukken. Deze toename is echter zeer beperkt.
2.4.5
Conclusie De overige kenmerken van het project vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
SAB
9
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt tussen de Binnenweg en de Rijksstraatweg, aan de zuidkant van de kern van Wilp. Het plangebied grenst aan de kavel van Scherling Auto’s, waarvan de parkeerplaats aan de achterzijde wordt meegenomen in het plangebied. Naast twee vrijstaande woningen aan de Binnenweg (welke blijven behouden en worden ingepast), de te slopen woning aan de Binnenweg (noordzijde) en de molenstomp (die blijft behouden en ingepast) is het plangebied grotendeels onbebouwd. Het onbebouwde deel bestaat uit (al dan niet gemaaide) weidegrond, met opgaand groen en/of bomen aan de randen van de kavels. In het noord- en middeldeel zijn de onbebouwde gronden veelal in gebruik als tuin behorende bij de bestaande woningen.
Huidige situatie plangebied, inclusief de aanwezige molenstomp (hier gezien vanaf het perceel ten zuiden van het plangebied)
SAB
10
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is niet gelegen in een berggebied. Wel kent de locatie een groen karakter (zie verder onder 1).
3.3.2.1
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het projectgebied ligt niet in een
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
Nationaal Landschap.
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
Het plangebied ligt niet in een
van de EHS.
Nationaal Park.
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het project-
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen
gebied liggen Natura 2000-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
gebieden (zie verder onder 2).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het projectgebied ligt niet in ge-
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
bieden waar basis van commu-
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
nautaire wetgeving reeds nor-
kwaliteit reeds worden
men worden overschreden.
overschreden Gebieden met hoge bevol-
Het projectgebied is niet gele-
kingsdichtheid
gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
Verdrag van Valletta
In projectgebied is de molen-
Monumentenwet
stomp een opvallen historisch
SAB
historisch belang
11
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Gemeentelijk landschaps-
object (zie verder onder 3).
ontwikkelingsplan
Verder heeft het projectgebied
cultureel belang o
beschermd stads- en dorpsgezicht
een archeologische
archeologisch belang
verwachtingswaarde (zie verder onder 4).
1. Bosgebied Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De Wet natuurbescherming schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Voor het stedenbouwkundig plan is een bomeninventarisatie uitgevoerd. In het plangebied zijn 64 bomen aanwezig, waarvan er 13 niet behoudenswaardig zijn. In het stedenbouwkundig plan wordt zo veel mogelijk uitgegaan van het behoud van de bestaande bomen. Het aantal te kappen bomen zal zo beperkt mogelijk blijven. Tevens is het groen in het plangebied niet aangewezen als een waardevolle houtopstand. Dit betekent dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming wat betreft beschermde houtopstanden niet van toepassing is in voorliggende situatie.
Voor het kappen van bomen in het plangebied is dan ook de gemeentelijke verordening het geldende toetsingskader. Dit betekent dat daar waar noodzakelijk een kapvergunning wordt aangevraagd en voldaan zal worden aan de eventuele herplantplicht. Met inachtneming van deze gegevens zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten wat betreft het aspect bosgebied. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht. 2. Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden zijn ‘Rijntakken’ (circa 1,5 kilometer aftand). Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
SAB
12
Globale ligging van het plangebied (rode aanduiding) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. (Bron: Aerius, Bewerking: SAB).
3. Cultuurhistorische waarden Aan de zuidkant van het plangebied staat een oude molenstomp. Dit kenmerkende gebouw met een historische uitstraling zal behouden blijven. De molenstomp zal behouden blijven, leefbaar worden gemaakt en een markante plek in het plan krijgen. Met inachtneming van deze gegevens zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten wat betreft het aspect cultuurhistorische waarden. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht 4. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 1
In 2007 is op basis van een archeologisch vooronderzoek een archeologische vindplaats geconstateerd binnen het plangebied. Het betreffen hoogstwaarschijnlijk resten 1
RAAP (2007). Plangebied Binnenweg 19 te Wilp, Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie: 2135 d.d. april 2007
SAB
13
uit de periode IJzertijd-Romeinse tijd. Verwacht mag worden dat het aspect archeologie wordt meegewogen in de nadere invulling van het plangebied. Indien de vindplaats echter niet behouden kan worden in de nadere planvorming is een vervolgonderzoek wenselijk. Hierdoor zullen de eventuele verstoringen van archeologische waarden in ieder geval minimaal blijven. Ervan uitgaande dat genoemde werkzaamheden worden gevolgd (gewaarborgd middels een archeologische dubbelbestemming) zijn op voorhand de negatieve milieueffecten in ieder geval zeer beperkt tot niet bestaand. Het aspect archeologie zal daarom in hoofdstuk 4 ook niet nader onderzocht. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Het projectgebied maakt geen
heen: Ecologische Hoofdstruc-
deel uit van het Natuurnetwerk
tuur)
Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 5).
Gebied geschikt voor be-
Wet natuurbescherming
schermde soorten
Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 6).
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
foerageergebied
Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Wet milieubeheer
Het projectgebied is niet gelegen
Provinciale verordening
in een stiltegebied.
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
5. NNN (voormalige EHS) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plangebied ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland (zie navolgende afbeelding). Op 150 meter ten oosten van het plangebied ligt een gebied dat tot zowel het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Rustgebied voor winterganzen is aangewezen. Ook ten zuidoosten van het plangebied ligt Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Weidevogelgebied ligt op 1,3 kilometer ten oosten van het
SAB
14
plangebied. Aangezien het plangebied niet in de GNN, GO of andere provinciaal beschermde natuur ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van deze gebieden hebben. De bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht.
Globale ligging van het plangebied ten opzichte van Gelders natuurnetwerk, Rustgebieden voor winterganzen en Weidevogelgebieden. (Bron: Provincie Gelderland, Bewerking: SAB).
6. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
SAB
15
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van maximaal 44 nieuwe grondgebonden woningen binnen de bebouwde kom van Wilp betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van enig verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving van het projectgebied bevindt zich een Natura 2000-gebied. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: natuur: Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna.
Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten. Archeologie: Ervan uitgaande dat, indien benodigd, een vervolgonderzoek wordt uitgevoerd naar de archeologische vindplaats binnen het plangebied zullen eventuele verstoringen minimaal blijven. Op voorhand zijn de negatieve milieueffecten in ieder geval zeer beperkt tot niet bestaand
SAB
16
cultuurhistorie: Gezien het behoud en inpassing van de historische molenstomp is er geen sprake van negatieve effecten voor archeologische waarden door onderhavig project. water: In het plan is voldoende onverharde ruimte voor het hemelwater om te infiltreren in de bodem. De gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich in de kern van Wilp (gemeente Voorst, provincie Gelderland). Wilp is een klein dorp ten westen van de IJssel. In de omgeving van Wilp liggen voornamelijk agrarische gronden. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Wilp en wordt voornamelijk door woonhuizen omringd. Dit zijn voornamelijk rijwoningen en vrijstaande woningen. De omgeving ten westen van het plangebied is zeer groen en bomenrijk. Op 13 juni 2018 heeft door een ecoloog van SAB een veldbezoek aan het plangebied plaatsgevonden. In het plangebied staat een vrijstaand woonhuis en er staat een kleine overkapping. De woning bestaat uit één bouwlaag en een kaplaag. De gevel van de woning is van bakstenen en het dak heeft platte dakpannen. De rest van het plangebied bestaat grotendeels uit kruidenrijk extensief beheerd grasland. In het zuiden van het plangebied ligt een grasstrook die juist intensief is bemaaid en bemest. Deze delen worden gescheiden door een hoge coniferenhaag. In de zuidwestelijke punt van het plangebied liggen parkeerplaatsen. In het plangebied staan meerdere bomen. Dit zijn de eerder genoemde coniferenhaag en daarnaast meerdere bomen rond het woonhuis en langs de oostelijke plangrens. Het westen van het plangebied wordt begrensd door een dichte strook met bomen en struiken. Deze vallen echter buiten de plangrenzen.
Direct ten noorden van het plangebied staan woningen.
4.2.2
Effecten ontwikkeling 2
SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mo2
SAB (2019). Quick scan natuur. Wilp, Binnenweg. Projectnummer: 170353.01. 20 juni 2018.
SAB
17
gelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. 3 4 Hiertoe zijn een stikstofberekening en aansluitende ecologische voortoets uitgevoerd. Navolgend worden de conclusies van de onderzoeken uiteengezet. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Uit de quick scan blijkt dat Natura 2000-gebied Rijntakken in de buurt van het plangebied ligt. Op basis van de stikstofberekening wordt geconcludeerd dat de nu gehanteerde grenswaarde van 0,00 mol stikstof/ha/j wordt overschreden met 0,02 mol stikstof/ha/j voor de aanlegfase in het jaar 2022 en met 0,01 mol stikstof/ha/j voor de aanleg- en gebruiksfase in het jaar 2024. Voor het jaar 2023 en vanaf het jaar 2025 geldt dat nu gehanteerde grenswaarde van 0,00 mol stikstof/ha/j niet wordt overschreden. Op basis van de stikstofberekeningen kunnen milieueffecten niet op voorhand worden uitgesloten voor het jaar 2022 en 2024. Aanvullend is hiertoe daarom een ecologische voortoets opgesteld. Uit deze toets blijkt dat de deposities die de ontwikkeling veroorzaakt zo gering zijn, dat meetbare of merkbare, dus significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten. Zodoende hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling te worden opgesteld en geldt geen vergunningplicht. Beschermde soorten In de door SAB opgestelde quick scan natuur is ook ingegaan op soortenbescherming.
Volgens de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna en algemene verspreidingsgegevens komen er verschillende soorten grondgebonden zoogdieren, amfibieën, ongewervelden, vleermuizen en vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in de omgeving van het plangebied voor. Door het uitgevoerde veldbezoek in het plangebied is duidelijk geworden dat enkele essentiële elementen van beschermde diersoorten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Het betreft foerageergebied van de steenuil en de huismus. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. De lokale instandhouding van de kerkuil kan met het totale stedenbouwkundige plan worden aangetast. Daarom wordt aangeraden ook hiernaar onderzoek uit te voeren. Kerkuil, steenuil en huismus zijn vogelrichtlijnsoorten waarvoor de verboden van artikel 3.1 gelden. Wanneer wordt vastgesteld dat het plangebied tot essentieel foerageergebied van deze soort(en) behoort, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd en moeten er mitigerende maatregelen worden getroffen. De bomen binnen het plangebied zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen. Niet uit te sluiten is echter dat in bomen direct rondom het plangebied verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn.
Om lichtverstoring van mogelijk aanwezige verblijfplaatsen te voorkomen wordt geadviseerd om navolgende maatregelen te nemen:
3
SAB (2020). Onderzoek stikstofdepositie Wilp, Woningbouwlocatie Binnenweg. Projectnummer: 170353.02. 11 december 2020.
4
SAB (2021). Ecologische voortoets. Wilp, Woningbouwlocatie Binnenweg. Projectnummer: 170353.02. 25 februari 2021.
SAB
18
-
-
Het terrein wordt in de bouwfase ’s avonds en ’s nachts minimaal verlicht. Verlichting om het bouwterrein te beveiligen is geen probleem, mits lichtbundels goed worden gericht door middel van armaturen. Bij de inrichting van het terrein in de nieuwe situatie wordt geen gebruikgemaakt van verlichting die verstoring van in de omgeving levende dieren minimaal verstoort. Verlichting voor inbraakpreventie en sfeerverlichting in tuinen is geen probleem. Bij eventueel te plaatsen straatverlichting dient gebruik te worden gemaakt van armaturen die geen lichtbundel op bomen schijnen.
Uitgegaan kan worden dat de voornoemde werkwijzen worden gevolgd en de benodigde nadere maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Zo kunnen de negatieve gevolgen van het plan minimaal blijven. Hiernaast kan er van worden uitgegaan dat rekening zal worden gehouden met de algemene aanbeveling dat rekening moet worden gehouden met de broedperiode voor vogels en de zorgplicht. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie Het plangebied is momenteel grotendeels onbebouwd met uitzondering van enkele woningen en met bijbehorend parkeerterrein van Scherling Auto’s. Momenteel heeft het plangebied daarom geen dusdanig gebruik dat sprake is van een verkeersaantrekkende werking.
4.3.2
Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met maximaal 44 nieuwe woningen. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een gevarieerd woningaanbod, bestaande uit 7 vrijstaande, 12 twee-aaneengebouwde en 25 aaneengebouwde woningen. Ten behoeve van het op te stellen bestemmingsplan is een notitie verkeer en 6 parkeren opgesteld . Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gege7 nereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende functie toe rijdt en hiervan wegrijdt. Op basis van de cijfers van het CBS is Wilp aan te merken als een ‘niet stedelijk’ gebied. Gelet op het feit dat het plangebied in de bebouwde van Wilp is gelegen, wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘rest bebouwde
6
SAB (2021). Notitie verkeer en parkeren Wilp Binnenweg. Projectnummer: 170353.02. 24 maart 2021.
7
CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen.
SAB
19
kom’ aangehouden kunnen worden. In de navolgende tabel is de verkeersgeneratie van het planvoornemen weergegeven.
type 2 onder 1 kap vrijstaande woning rijwoning, koop totaal afgerond
Aantal Prognose 12 7 25 44
kencijfer min max 7,4 8,2 7,8 8,6 7,0 7,8
per woning woning woning
verkeersgeneratie min max 89 98 55 60 175 195 319 353 360
De woningen aan de oostzijde van het plangebied worden rechtstreeks op de Rijksstraatweg ontsloten, het gaat om circa 37% van het totale aantal verkeersbewegingen (133 motorvoertuigbewegingen per etmaal). De woningen aan de oostzijde worden via de Binnenweg (ten zuiden) en/of Dorpsstraat (ten noorden) op de Rijksstraatweg ontsloten. Dit betreft circa 63% van het totale aantal verkeersbewegingen (227 motorvoertuigbewegingen per etmaal), waarvan naar verwachting circa 80% (182 motorvoertuigbewegingen per etmaal) richting het noorden zal rijden en circa 20% (45 motorvoertuigbewegingen per etmaal) richting het zuiden zal rijden. Door de gemeente Voorst zijn verkeersgegevens van de Binnenweg aangeleverd, dit betreft een schatting op basis van vergelijkbare 30 km/uur wegen. De Dorpsstraat is een vergelijkbare weg waarvoor dezelfde verkeersaantallen kunnen worden gebruikt. Voor de verkeergegevens van de Rijksstraatweg (ter hoogte van het plangebied) is gebruik gemaakt van het Gelders Verkeer (provincie Gelderland). In navolgende tabel zijn de verkeersintensiteiten van deze wegen weergegeven. In verband met een autonome groei is uitgegaan van een groei van 1% per jaar tot 2030. wegvak Rijksstraatweg
jaar
huidige situa-
groei door
toekomstige situatie
tie
plan
(2030)
2019
3.290
133
3.804
2020
500
182
734
2020
500
45
597
(t.h.v. plangebied) Binnenweg (richting zuiden) Dorpsstraat (vanaf Binnenweg)
De gemeente Voorst heeft haar verkeersbeleid neergelegd in het Programma Mobiliteit 2020-2030 d.d. november 2020. In Wilp liggen twee provinciale wegen; de Molenallee (N791) en de Rijksstraatweg (N790). Beide provinciale wegen zijn in het gemeentelijk beleid opgenomen als erftoegangswegen A (30 km/h), maar de provinciale wegen binnen de bebouwde kom zijn nu nog ingericht als gebiedsontsluitingswegen (50 km/). Definitieve functie en inrichting aan de provincie Gelderland. De overige wegen (o.a. Binnenweg en Dorpsstraat) zijn aangemerkt als erftoegangsweg B, waar 30 km/uur gereden mag worden. Voorgenoemde wegen hebben voldoende capaciteit om de relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabel verkeerstoename. Gezien het voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
SAB
20
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een merkbaar geluidsniveau als gevolg van de omliggende wegen.
4.4.2
Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met maximaal 44 nieuwe grondgebonden woningen. Het verkeer vanuit het plangebied zal aansluiten de Rijksstraatweg en (37% van het planverkeer) de Binnenweg (63% van het planverkeer). Hier bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen als gevolg van de realisatie van het plan. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de (totale) verkeersaantrekking geschat op circa maximaal 360 extra motorvoertuigen per etmaal. Uit de voorgaande paragraaf volgt de inschatting dat er momenteel circa 3.290 motorvoertuigtuigen per etmaal over de Rijksstraatweg rijden en circa 500 motorvoertuigtuigen per etmaal over de Binnenweg. De etmaalintensiteiten van de Binnenweg betreffen hierbij een schatting op basis van vergelijkbare 30 km/uur wegen Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Bij dit plan is evenwel te verwachten dat de verkeerstoename op de Rijksstraatweg veel lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst ca. 4%.
Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename op de Rijksstraatweg. Voor het planverkeer dat zal worden ontsloten op de Binnenweg zal circa 80% richting het zuiden rijden (182 motorvoertuigbewegingen per etmaal) en circa 20% richting het noorden (45 motorvoertuigbewegingen per etmaal). Voor de Binnenweg bedraagt de toename, op basis van een schatting van de huidige verkeersintensiteit en maximaal gehanteerde kengetallen van de CROW ten behoeve van de bepaling van de verkeersaantrekkende werking, maximaal ca. 36%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een significant merkbare geluidstoename op de Binnenweg. Gezien voorgaande is sprake van een beperkt negatief milieueffect op het gebied van geluid. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig milieueffect.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof
SAB
21
(PM10) bestudeerd. De navolgende kaarten brengen de achtergrondconcentraties in beeld.
Kaart achtergrondwaarden stikstofdioxide (NO2) 2017 (Bron:AtlasLeefomgeving)
Kaart achtergrondwaarden fijnstof (PM10) 2017 (Bron:AtlasLeefomgeving)
SAB
22
Kaart achtergrondwaarden zeer fijnstof (PM2,5) 2017 (Bron:AtlasLeefomgeving)
Uit voorgaande kaarten blijkt dat sprake is van relatief lage achtergrondconcentraties. 3 Voor wat betreft stikstofdioxide (NO2) liggen deze op circa 14-18 µg/m . Bij fijnstof 3 3 (PM10) op circa 15-17 µg/m en bij zeer fijnstof (PM2,5) op circa 8-10 µg/m . In de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedraagt voor de jaargemiddelde immissie3 3 concentraties 40 µg/m voor NO2 en PM10 en 25 µg/m voor PM2,5. In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden ver beneden deze grenswaarden. 4.5.2
Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van maximaal 44 nieuwe grondgebonden woningen. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
SAB
23
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van realisatie van maximaal 44 nieuwe grondgebonden woningen tussen de Rijksstraatweg en Binnenweg te Wilp belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Lucht
SAB
Beoordeling milieueffecten Op basis van de stikstofberekeningen en de aanvullende ecologische voertoets blijkt dat de deposities die de ontwikkeling veroorzaakt zo gering zijn, dat meetbare of merkbare, dus significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten. Zodoende hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling te worden opgesteld en geldt geen vergunningplicht. Er is daarmee geen sprake van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat nader onderzoek dient te worden verricht voor wat betreft de beschermde soorten. Ervan uitgaande dat dit plaats zal vinden en eventueel aanvullende mitigerende maatregelen, in het kader van een eventueel benodigde ontheffing, zullen worden gedaan zijn hiermee de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De nieuwe woonontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Deze toename aan verkeersbewegingen kan zonder afwikkelingsproblemen worden aangesloten op de bestaande infrastructuur. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe woonontwikeling zal er sprake zijn van een toename aan verkeersbewegingen.
Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Rijksstraatweg en Binnenweg is echter minder dan 40% ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Gezien voorgaande zijn de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan
24
een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
SAB
25
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken Quick scan natuur Onderzoek stikstofdepositie Ecologische voortoets Akoestisch onderzoek Archeologisch vooronderzoek Notitie verkeer en parkeren Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Interactieve kaarten provincie Overijssel http:// gisopenbaar.overijssel.nl/ AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx