CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a CROW-publicatie

gemeenteraad 1 december 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Kabelgoten en motie ‘Veilig verbonden’12.333 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

obstakelvrije ruimte

Aanbevelingen NKL Het NKL (Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur, zie paragraaf 2.1.4) heeft ook informatie over de toepassing van laadpalen. De Basisset AC-laadinfrastructuur - Programma van eisen laadpalen [NKL, 2021] biedt de kennis waar je aan moet denken voordat een laadpaal daadwerkelijk in de grond staat. De basisset bestaat uit een handleiding contracteren, een programma van eisen en een voorbeeldovereenkomst. Het helpt om goede contractuele afspraken te maken met marktpartijen voor plaatsing, beheer en/of exploitatie van laadinfrastructuur. In de Basisset AC-laadinfrastructuur staan in het deel Beleids­ specifieke eisen onder Aanvraag en realisatie de volgende eisen. „ Vrije doorgangsruimte (AR20): bij plaatsing op een trottoir moet minimaal 90 cm vrije doorgangsruimte op het trottoir beschikbaar zijn. „ Laadpalen tussen parkeervakken in (AR14): bij haaks en langsparkeren wordt de laadpaal tussen twee parkeer­ vakken in geplaatst en bij harpparkeren tussen vier parkeervakken in. „ Haaks parkeren (AR21): bij haaks parkeren achter de trottoirband is de afstand tussen de laadpaal en trottoirband minimaal 60 cm. „ Parkeren achter de trottoirband (AR22): bij langsparkeren achter de trottoirband is de afstand tussen de laadpaal en trottoirband minimaal 30 cm.

geleidelijn

a₁

a₁ a₂

Figuur 9. Factoren die een rol spelen bij het bepalen van de vrije doorloopruimte en de trottoirbreedte

Daarnaast doet CROW de volgende aanbevelingen ten aanzien van de uitvoering van geleidelijnen: „ Ononderbroken en zo min mogelijk richtingverande­ ringen (recht of onder 45° plaatsen). „ Tracering eenvoudig, logisch en begrijpelijk (obstakels vermijden, profiel van vrije ruimte aanhouden). „ Bij richtingsverandering ≥ 45° en kruispunten waar­ schuwingsmarkering toepassen. „ Verspringende patronen zo veel mogelijk voorkomen. Laadpalen tussen twee parkeervakken De online CROW-publicatie Laadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte (CROW, 2016) vermeldt als alternatieve oplossing het plaatsen van de laadpaal tussen twee parkeervakken in, zeker als er onvoldoende breedte beschikbaar is (zie figuur 11 in paragraaf 3.2.1). Dit kan zowel bij langs- als dwarsparkeren.

3

Laadpalen op trottoirs

Figuur 10. Te smalle vernauwing ter hoogte van de laadpaal

19

E-mobiliteit voor iedereen Een aspect dat geen onderdeel is van deze verkenning maar waar bij het realiseren van laadpalen wel rekening mee moet worden gehouden, is de noodzaak dat de laadinfrastructuur toegankelijk en bruikbaar is voor iedereen. Toegankelijke laadplekken zijn een sleutelelement in een inclusieve samenleving. Zowel fysieke als digitale aanpassingen moeten tegemoetkomen aan de uiteen­ lopende behoeften van gebruikers. Voor rolstoelgebruikers zijn laadpunten vaak moeilijk bereikbaar doordat ze op een stoep staan, omringd zijn door stootbanden of op een ongeschikte hoogte zijn geplaatst. In de praktijk zijn niet alle openbare laadplekken bruikbaar voor iedereen. Tijdens de bijeenkomst met gemeenten en andere betrokkenen kwam naar voren dat stekkers soms lastig te hanteren zijn voor mensen met minder kracht. Ook worden de blauwe, groene en gele lichtjes rond de stekkers van laadpalen door sommige gebruikers als verblindend ervaren. Daarnaast moet de klantenservice inclusiever worden. Zo kan iemand die doof is bijvoorbeeld geen gebruikmaken van een telefonische klantendienst. Wetgeving en richtlijnen Toegankelijke laadinfrastructuur vereist stevige wetgeving en duidelijke richtlijnen.

De EU heeft in dit kader twee belangrijke documenten opgesteld: „ ‘Guidelines on accessibility of electric recharging infrastructure in the EU’, waarin wordt benadrukt dat toegankelijkheid een integraal onderdeel moet zijn van ontwerp, plaatsing en implementatie. „ De European Accessibility Act, die vanaf juni 2025 bepaalt dat digitale diensten, zoals navigatieapps en betaalsystemen, toegankelijk moeten zijn voor alle gebruikers, ongeacht eventuele mobiliteitsbeperkingen. De Europese associatie voor elektromobiliteit, AVERE, ondersteunt deze richtlijnen en wijst op de noodzaak van uniforme Europese standaarden. Volgens AVERE zijn er in landen zoals Duitsland en Frankrijk al initiatieven om toegankelijkheid via nationale wetgeving te waarborgen. Tegelijkertijd ontwikkelen andere landen eigen richtlijnen. Dit maakt het des te belangrijker om conflicterende regelgeving binnen Europa te voorkomen. Fysieke en digitale toegankelijkheid Aan een toegankelijk laadpunt kunnen een aantal fysieke eisen worden gesteld, zoals: „ Extra manoeuvreerruimte en strategische plaatsing van laadpalen. „ Bij voorkeur plaatsing op hetzelfde niveau als de weg om hoogteverschillen te vermijden. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten verlaagde stoepen of hellingen worden toegepast. „ De maximale langshelling van de weg mag niet steiler zijn dan 3%, terwijl de dwarshelling niet meer dan 2% mag bedragen.

„ De trottoirs moeten vrij zijn van onnodige hindernissen zoals slecht geplaatst straatmeubilair, paaltjes, overhangend groen, grasstroken en stootbanden. „ De waterafvoer rondom de laadstations moet op een doordachte manier worden toegepast om plassen te voorkomen en de toegankelijkheid te behouden. „ Correcte hoogte van aansluitpunten en displays. „ Duidelijk zichtbare aansluitingen en goed leesbare schermen. Samenvattend benadrukken de Europese richtlijnen, de expertmeeting en onderzoeken dat het fysieke ontwerp van laadstations moet voldoen aan toegankelijkheidscriteria. Dit houdt in dat laadpunten zo worden geplaatst dat ze gemakkelijk te bereiken zijn en dat ze zijn ontworpen met speciale aandacht voor rolstoelgebruikers en andere gebruikers die extra ruimte nodig hebben. Ook moet er aandacht zijn voor het fysieke ontwerp van de laadpaal, zoals de hoogte van de paal, de zichtbaarheid en bedienbaarheid van de stekkerdoos, et cetera. Daarnaast is digitale toegankelijkheid cruciaal. Vanaf juni 2025 moeten navigatieapps, betaalopties en andere diensten voor iedereen, ongeacht beperking, toegankelijk zijn. Door uniforme Europese richtlijnen te ontwikkelen en deze te vertalen naar nationale implementatie wordt elektrische mobiliteit toegankelijk voor iedereen.

Deze richtlijnen verankeren toegankelijkheid structureel in alle aspecten van de laadinfrastructuur, zodat inclusieve mobiliteit geen obstakel vormt maar een vanzelfsprekendheid wordt.

20

Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk?

Richtlijnen gemeenten Steeds meer gemeenten hebben beleidsregels voor laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte opgesteld. Daarin wordt doorgaans ook aandacht besteed aan het borgen van de vrije doorgangsruimte voor voetgangers als een laadpaal op het trottoir wordt geplaatst. Enkele voorbeelden: „ “De doorgang voor ander verkeer (voetganger, rolstoel, kinderwagen, et cetera) blijft gewaarborgd. Bij plaatsing van de laadvoorziening op een trottoir blijft minimaal 90 cm over voor de doorgang van voetgangers, rolstoelen en kinderwagens.” „ “Bij een laadpaal moet altijd 1,20 meter vrije doorloopruimte beschikbaar zijn, bij plaatsing op of nabij een trottoir”. Ook zijn er aanbevelingen voor de afstand tussen de laadpaal en de trottoirband. Dit betekent dat zeker bij haaksparkeren de laadpaal niet aan de rand, maar op het trottoir komt te staan. Dan moet het trottoir ter hoogte van de laadpaal tenminste breed genoeg zijn voor de afstand tussen laadpaal en trottoirband, de breedte van de laadpaal zelf plus de 90 of bij voorkeur 120 cm puntvernauwing.

Enkele voorbeelden: „ “Bij haaksparkeren is de afstand tussen laadpaal en trottoirband minimaal 60 cm, bij langsparkeren is de afstand tussen laadpaal en trottoirband minimaal 30 cm.” „ “Bij langsparkeren wordt de laadpaal waar mogelijk 30 cm achter de trottoirband geplaatst, bij haaksparkeren is dit waar mogelijk 60 cm.” 3.1.5 Conclusies uit de analyse Samengevat kunnen de volgende conclusies worden getrokken uit de analyse: „ Uit klachten van belangenorganisaties blijkt dat openbare laadpalen geregeld zo op het trottoir zijn geplaatst dat de doorgang te smal wordt voor voetgangers, vooral voor mensen die gebruikmaken van een rolstoel, rollator of kinderwagen. Dit creëert situaties waarin voetgangers gedwongen worden van het trottoir af te gaan en over de rijbaan te lopen, wat niet voor iedereen mogelijk is en voor wie het wel kan veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. „ Een enquête onder gemeenten wijst uit dat veel gemeenten actief bezig zijn met de uitdagingen rond de plaatsing van laadpalen. Maar tegelijkertijd worden ze ook geconfronteerd met vertragingen in de plaatsing door problemen met elektriciteitsnetwerken en een markt waarin verschillende aanbieders actief zijn. Een van de belangrijkste problemen is dat laadpalen vaak te ver op trottoirs worden geplaatst, wat de toegankelijkheid voor voetgangers en gebruikers van mobiliteitshulpmiddelen bemoeilijkt.

Dit probleem wordt geregeld nog versterkt door andere obstakels ter hoogte van de laadpaal zoals gestalde fietsen, stootbanden of slecht geplaatst straatmeubilair.

3

Laadpalen op trottoirs

„ Om deze problemen aan te pakken, hebben zowel CROW

als NKL richtlijnen opgesteld voor de vrije doorgangsruimte bij laadstations. Deze richtlijnen houden een vrije doorgang in van minimaal 90 cm, maar bij voorkeur 120 cm. Zo ontstaat een veilige en toegankelijke passage voor alle voetgangers, ook die met hulpmiddelen zoals een rolstoel, rollator of kinderwagen. Door de aanbeveling een laadpaal bij voorkeur 0,60 meter van de trottoirband te plaatsen, betekent dit per saldo een trottoirbreedte van liefst 1,80 meter plus de breedte van een laadpaal (zie figuur 4 in paragraaf 3.2.1). „ Uit oogpunt van toegankelijkheid en veiligheid voor voetgangers is het beter om laadpalen niet op het trottoir te plaatsen maar tussen twee parkeervakken in. Daarmee wordt maximaal ruimte geboden voor een logische looplijn zonder hinderlijke obstakels (zie figuur 3 in paragraaf 3.2.1). „ Daarnaast benadrukken de Europese richtlijnen, de expertmeeting en onderzoeken dat het fysieke ontwerp van laadstations moet zijn ingericht conform een aantal toegankelijkheidscriteria voor automobilisten met een beperking. Dit houdt in dat laadpunten zo worden geplaatst dat ze gemakkelijk te bereiken zijn en dat ze zijn ontworpen met speciale aandacht voor rolstoelgebruikers en andere gebruikers die extra ruimte nodig hebben.

Ook moet er aandacht zijn voor het ontwerp van de laadpaal, zoals de hoogte van de paal, de zichtbaarheid en de bedienbaarheid van de stekkerdoos. Obstakels zoals slecht geplaatste paaltjes, overhangend groen en stootbanden moeten zoveel mogelijk worden verwijderd om vrije doorgangsruimte te garanderen. Ook is de digitale toegankelijkheid vanaf juni 2025 verplicht. Tot slot moeten betaalopties voor iedereen, ongeacht beperking, toegankelijk zijn. Samenvattend is toegankelijkheid bij de plaatsing en vormgeving van openbare laadstations een essentieel aspect. De richtlijnen van zowel nationale als Europese instanties houden in dat laadstations en hun fysieke omgeving zodanig worden ontworpen dat toegankelijkheid, veiligheid en gebruiksgemak voor iedereen zijn gewaarborgd. Dit betekent dat gemeenten, marktpartijen en beleidsmakers deze richtlijnen moeten vertalen naar de praktijk, met bijzondere aandacht voor obstakelvrije looproutes, een vrije doorgangsruimte en een inclusief ontwerp.

21

3.2

Aanbevelingen voor plaatsing laadpalen

Op basis van de analyse en de beschikbare kennis komen we tot de volgende aanbevelingen aan gemeenten ten aanzien van toegankelijkheid en veiligheid bij de plaatsing van laadpalen. 3.2.1 Inrichtingseisen met betrekking tot toegankelijkheid en veiligheid De volgende eisen voor laadvoorzieningen (laadpaal plus eventueel losstaande verkeersborden en beschermpalen) zorgen er voor dat de doorgang voor voetgangers (inclusief gebruikers rolstoel, rollator, kinderwagen, et cetera) blijft gewaarborgd. „ Laadpaal bij voorkeur niet op het trottoir. Indien mogelijk heeft het de voorkeur dat de laadpaal niet op het trottoir wordt geplaatst maar tussen twee parkeervakken. Dit kan zowel bij langs- als dwarsparkeren. Daarmee gaan de laadpalen niet ten koste van de ruimte voor voetgangers en is er geen of nauwelijks sprake van verlies aan parkeerruimte. Het risico dat auto’s de laadpaal beschadigen door er tegen aan te rijden kan worden beperkt door het plaatsen van beschermingspalen of iets dergelijks. Zie figuur 11. „ Vrije doorloopruimte. Wanneer plaatsing tussen parkeervakken in niet mogelijk is, kan plaatsing op het trottoir een oplossing zijn. In dat geval moet de vrije doorloopruimte voor voetgangers ter hoogte van de laadvoorziening tenminste 1,20 meter zijn.

Samen met de gewenste afstand van 0,60 meter tussen laadpaal en trottoirband betekent dit een trottoirbreedte van tenminste 1,80 meter plus de breedte van de laadpaal zelf (doorgaans 0,20 tot 0,30 meter). Zie figuur 13.

Figuur 11. Plaatsing laadpunt in parkeervak (CROW, 2016)

„ Puntvernauwing. Ter plaatse van de laadpaal kan het zijn

dat een puntvernauwing moet worden toegepast. Deze moet bij voorkeur een breedte hebben van tenminste 1,20 meter. Als het echt niet anders kan, geldt als absolute ondergrens 0,90 meter. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met andere obstakels op het trottoir zoals gestalde fietsen, overhangend groen of andere hindernissen. „ Dunne laadpalen. Het is aan te bevelen laadpalen te gebruiken die in de lengterichting van het trottoir zo dun mogelijk zijn zodat de vernauwing van het trottoir zo beperkt mogelijk blijft. Bij de laadpaal geplaatste verkeersborden of beschermpalen moeten in de lengterichting van het trottoir naast de laadpaal worden geplaatst om daarmee de vrije doorloopruimte niet onnodig smaller te maken.

Figuur 12. Laadpaal tussen twee parkeervakken en dus niet op het trottoir (Foto Voetgangersbeweging vzw, Vlaanderen)

22

Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk?

vrije ruimte 0,50

vrije ruimte 0,50 1,20 (min. 0,90)

1,20 (min. 0,90)

0,60 (min. 0,50)

0,60 (min. 0,50)

Figuur 13. Plaatsing laadpunt op trottoir bij langs- en dwarsparkeren (CROW, 2016)

„ Geleidelijnen. De laadpaal mag niet worden geplaatst in

„ Toezicht en handhaving. Zorg voor regelmatig toezicht

de obstakelvrije zone van 60 cm naast een geleidelijn voor mensen met een visuele beperking (zie figuur 9 in paragraaf 3.1.4). De laadpaal moet ook zo worden geplaatst dat een geleidelijn voor mensen met een visuele beperking niet wordt onderbroken, zodat wordt voorkomen dat er iemand tegenaan kan lopen. Ook moet de geleidelijn bij voorkeur niet van richting veranderen door de laadpaal. Als dit niet te vermijden is, moet die richtingverandering kleiner zijn dan 15o. Daar waar het echt niet anders kan (bijvoorbeeld om gevaarlijke situaties te voorkomen) moeten verspringingen in de geleidelijn worden aangebracht. „ Kabels naast de laadpaal. De aansluitpunten op de laadpaal mogen niet aan de trottoirzijde van de paal zitten om daarmee de vrije doorloopruimte niet onnodig smaller te maken en extra hinder door uitstekende kabels te voorkomen. De kabels zelf moeten zodanig zijn aangesloten dat ze niet in de vrije doorloopruimte hangen of liggen. Hierop moet ook de gemeente toezien. „ Laadpaal voor iedereen zichtbaar. De laadpaal moet functioneel onderscheidend zijn van de omgeving (contrast ≥ 30%). Hij mag geen visuele overlast veroor­ zaken, wat betekent dat hij voldoende herkenbaar moet zijn en geen onnodige markeringen heeft.

op en handhaving van de vrije doorloopruimte op trottoirs, ook ter hoogte van laadvoorzieningen. Let daarbij ook op obstakels zoals gestalde fietsen, overhangend groen of andere hinderlijke objecten die de toegankelijkheid kunnen beïnvloeden. „ Meldpunt. Creëer een digitaal toegankelijk meldpunt waar burgers op eenvoudige wijze gevaarlijke of hinderlijke situaties kunnen melden. Dit biedt een laagdrempelige en directe manier om problemen aan te kaarten, zodat deze snel en doelgericht kunnen worden opgelost.

3.2.2 Overige aanbevelingen Naast de inrichtingseisen zijn er nog andere aanbevelingen die eraan kunnen bijdragen dat laadpalen geen hinder of gevaar opleveren voor voetgangers. Ze hebben betrekking op het plaatsingsbeleid en op handhaving. „ Locatiekeuze. Bekijk per straat of wijk waar laadpalen het best geplaatst kunnen worden. Neem daarbij steeds in overweging of de laadpalen naast of tussen de parkeervakken geplaatst kunnen worden, in plaats van op het trottoir, zodat ze geen extra obstakel vormen of loopruimte innemen. „ Toegankelijke laadplekken. Zorg dat er ook laadplekken beschikbaar zijn in combinatie met gehandicapten­ parkeerplaatsen. Dit zorgt voor een inclusieve aanpak waarbij iedereen toegang heeft tot laadinfrastructuur. „ Vastleggen van de regels. Leg de regels vast in een gemeentelijke laadvisie en een helder plaatsingsbeleid.

3

Laadpalen op trottoirs

23

4

Aanbevelingen voor vervolgstappen

De aanbevelingen in deze publicatie zijn gebaseerd op een eerste analyse van de situatie in Nederland. Er is echter een aantal vervolgstappen wenselijk om in de toekomst betere aanbevelingen te kunnen doen. Toetsing van en keurmerk voor kabelafdekmiddelen Het zou wenselijk zijn als alle middelen om laadkabels af te dekken, weg te stoppen of op te hangen door een onaf­ hankelijke instantie worden getoetst op een aantal aspecten met betrekking tot toegankelijkheid en veiligheid voor voetgangers (al dan niet met beperkingen of hulpmiddelen). Dit vergt allereerst dat de eisen die van toepassing moeten zijn goed vastgesteld moeten worden. Gezocht moet worden naar een geschikte onafhankelijke instantie die de toetsen zou kunnen uitvoeren. Universele ontwerpprincipes voor laadpalen Het is wenselijk met de ontwerpers van laadpalen het gesprek aan te gaan om te komen tot een aantal uni­versele ontwerpprincipes die zo min mogelijk hinderlijk zijn voor voetgangers en zo optimaal mogelijk bedienbaar zijn. Daarbij hoort aandacht voor:

„ Minimaliseren van de dikte van de paal en de koppeling

van de laadsnoeren zodat ze zo weinig mogelijk trottoirbreedte in beslag nemen. „ Het voorkomen van lichthinder van de gekleurde lampjes, bijvoorbeeld door een soort melkglasring om de lampjes heen te plaatsen zodat er minder helderheid van alle onafhankelijke lampjes komt. Daardoor geeft de gekleurde ring een egaal beeld en wordt een verblindende werking op de voetgangers voorkomen. „ De hoogte van de paal. „ De zichtbaarheid van de laadaansluiting, het stopcontact. „ De bedienbaarheid van het display en het vereenvoudigen van alle deelstappen die je moet doorlopen om het laadproces te starten of te voltooien. Verkennen mogelijkheid om private elektriciteit te kunnen gebruiken bij openbare laadpalen De behoefte aan private laadvoorzieningen kan kleiner worden als het mogelijk wordt bij openbare laadpalen zelf opgewekte elektriciteit te gebruiken. Technisch kan dat, maar het vergt een administratief systeem waarvan de haalbaarheid en uitvoerbaarheid onderzocht moet worden.

Figuur 14. Voorbeeld van een laadpaal op het trottoir (Foto Voetgangersbeweging vzw, Vlaanderen)

24

Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk?

Literatuur „ Afwegingskader verlengd private aansluitpunten (NKL, 2022) „ ASVV 2021 (CROW, 2021) „ Basisset AC-laadinfrastructuur - Programma van eisen laadpalen (NKL, 2021) „ Guidelines on accessibility of electric recharging infrastructure in the EU (European Commission,

te verschijnen in 2025) „ Laadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte (CROW, 2016) „ NEN 9120 Prestatie-eisen voor toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen (NEN, 2025) „ Ontwerpwijzer voetgangers (CROW, 2023) „ Richtlijn Routegeleiding (PBTconsult, 2021) „ Richtlijn Toegankelijkheid (CROW, 2014)

Literatuur

25

26

Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk?

Colofon Laadkabels en laadpalen, hoe houd je het trottoir veilig en toegankelijk? uitgave Kennisplatform CROW in samenwerking met Kennis Over Zien en Ieder(in) artikelnummer K-D222 tekst Emile Oostenbrink en Wilma Slinger (CROW) en Anjuli de Geest (Kennis Over Zien) eindredactie Constant Stroecken fotografie CROW, tenzij anders vermeld foto omslag Emile Oostenbrink vormgeving Inpladi bv, Cuijk productie CROW

Deze uitgave is (mede) mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het KpVV-programma. Dit programma ontwikkelt, verspreidt en borgt collectieve kennis op het gebied van mobiliteit en wordt gefinancierd door de vervoerregio’s en de provincies.

CROW Postbus 37, 6710 BA  Ede (0318) 69 53 00 klantenservice@crow.nl www.crow.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16103401/2