CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling (2022-29592)

gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Enkweg Posterenk (2022-29151)6.303 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Posterenk, Enkweg 10

Gemeente Voorst

Datum: 17 december 2021 Projectnummer: 170354.01

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2

Aanleiding De m.e.r. –beoordeling

3 3

2

Kenmerken van het project

6

2.1 2.2 2.4

Inleiding Beschrijving van het project Overige kenmerken van het project

6 6 7

3

Plaats van het project

9

3.1 3.2 3.3

Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

9 9 9

4

Kenmerken van het potentiële effect

15

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Archeologie

15 16 18 19 20 20

5

Conclusie

22

Gebruikte onderzoeken/bronnen

24

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de Enkweg 10 in Posterenk bevindt zich een aannemingsbedrijf. Dit bedrijf is samen met het aangrenzende en onbebouwde perceel, al jarenlang aangewezen als ontwikkellocatie ten behoeve van woningbouw. Inmiddels is voor de locatie een stedenbouwkundig plan opgesteld, waarin een ontwikkeling is voorzien van maximaal 28 woningen. Het voornemen is niet mogelijk op grond van de ter plaatse geldende juridischplanologische kaders. Daarom dient een planologische procedure doorlopen te worden, waarin aangetoond wordt dat de voorgenomen ontwikkeling haalbaar is en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijn de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.

1.2

De m.e.r. –beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. 3

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.

Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project (de realisatie van maximaal 28 grondgebonden woningen te Posterenk) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer,

4

2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.” 2

De locatie van onderhavig project is in totaal circa 14.500 m (1,5 hectare). Zoals gesteld betreft het project de realisatie van maximaal 28 grondgebonden woningen. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen:  kenmerken van de activiteit;  plaats waar de activiteit wordt verricht;  kenmerken van de gevolgen van de activiteit.

Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

5

2 2.1

Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving van het project In het dorp Posterenk bevindt zich tussen de Enkweg en Stronkseweg een inbreidingslocatie. Het voornemen bestaat op deze locatie nieuwbouw te ontwikkelen in de vorm van 28 grondgebonden woningen. Voor de woningbouwlocatie is een conceptstedenbouwkundig plan opgesteld. De entree naar het plangebied ligt aan de Enkweg. De entree heeft een groene uitstraling door de groenzones aan weerszijden van de weg, het behoud van de bestaande bomen en de aanplant van enkele nieuwe bomen. Vanaf de toegangsweg is er zicht naar het achterliggend agrarisch landschap. De ontsluitingsweg maakt een lus over het plangebied. Enkele woningen aan de zuidwestkant hebben hun eigen toegangsweg. Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een volledig grondgebonden programma in een kleinschalige en groene setting. Met een functioneel programma bestaande uit zowel rij-, twee-onder-één-kap- als vrijstaande woningen is er sprake van een divers programma, gericht op meerdere doelgroepen.

Stedenbouwkundig plan (Bron: SAB).

6

De ontwikkellocatie bij benadering wit omlijnd (Bron: pdokviewer.nl, Bewerking: SAB).

2.3

Omvang van het project 2

De oppervlakte van het totale projectgebied bedraagt circa 14.500 m . Het plangebied ligt achter de lintbebouwing van de Enkweg. Onderdeel van het plangebied is de locatie van een aannemingsbedrijf gevestigd aan de Enkweg 10. Verder is het plangebied onbebouwd. De bestaande woning aan de Enkweg 10 wordt ingepast. Aan de zuidkant van het plangebied ligt de planmatige invulling De Postakker. Onderhavig project bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 28 nieuwe grondgebonden woningen.

2.4

Overige kenmerken van het project

2.4.1

Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.

2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt

7

worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De nieuwe woningen hebben een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).

2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

8

3 3.1

Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt achter het lint van de Enkweg en loopt door tot aan de Stronkseweg en is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd. Er staat één bedrijfsloods aan de Enkweg 10 van een voormalige aannemingsbedrijf. Deze loods zal gesloopt worden ten behoeve van de woningbouwontwikkeling. De bestaande woning aan de Enkweg 10 wordt ingepast.

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.

3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.

Kustgebieden

Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.

9

Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het projectgebied is niet gelegen in een berggebied. Wel kent de locatie een groen karakter (zie verder onder 1).

Reservaten en natuurparken:

Nationale Landschappen zijn

Het projectgebied ligt in een Na-

Nationale Landschappen

benoemd in de Nota Ruimte

tionaal Landschap (zie verder

Nationale parken

Nationale Parken zijn onderdeel

onder 2).

van de EHS.

Het plangebied ligt niet in een Nationaal Park.

3.3.2.1

Speciale beschermingszones,

Wet natuurbescherming

In de omgeving van het project-

door de lidstaten aangewezen

gebied liggen Natura 2000-

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

gebieden. (zie verder onder 3)

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-

Europese milieurichtlijnen (o.a.

Het projectgebied ligt niet in ge-

munautaire wetgeving vastge-

kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-

bieden waar basis van commu-

stelde normen inzake milieu-

derrichtlijn water)

nautaire wetgeving reeds nor-

kwaliteit reeds worden

men worden overschreden.

overschreden Gebieden met hoge bevol-

Het projectgebied is niet gele-

kingsdichtheid

gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

Landschappen van

Verdrag van Valletta

Nabij het projectgebied ligt een

historisch belang

Monumentenwet

molen (zie verder onder 4).

cultureel belang

Gemeentelijk landschaps-

Verder heeft het projectgebied

ontwikkelingsplan

een hoge archeologische

o

beschermd stads- en dorpsgezicht

verwachtingswaarde (zie verder onder 5).

archeologisch belang

1. Bosgebied Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De Wet natuurbescherming schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van het behoud van de bestaande bomen. Daarnaast is het groen in het plangebied niet aangewezen als een waardevolle houtopstand. Dit betekent dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming niet van toepassing is. Er zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten wat betreft het aspect bosgebied. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht.

10

2. Nationaal landschap Het plangebied ligt concreet binnen het Nationaal Landschap, Veluwe, deelgebied Twello. Dit deelgebied kent de volgende kernkwaliteiten:  Grofmaziger dan de Oost-Veluwse gradiënt  Amorfe structuur met elementen van rivierenlandschap, dekzandruggen, ruilverkaveling en landgoederen  Waardevolle open essen  Vrij uitzicht vanaf de dijk over het binnendijkse landschap en over de rivier met uiterwaarden Met het zorgvuldig uitgewerkte stedenbouwkundige plan is geen sprake van een belangrijk effect op bovenstaande landschappelijke kernkwaliteiten. Het plan wordt zorgvuldig ingepast in de omgeving. Een negatief milieueffect, voor zover aanwezig, is hiermee gering en op voorhand zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu aan te merken. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht. 3.Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden zijn ‘Rijntakken’ (circa 3 kilometer aftand).

Globale ligging van het plangebied (zwarte stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. (Bron: Aerius, Bewerking: SAB).

11

Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 4. Cultuurhistorische waarden In het plangebied liggen geen monumenten of beeldbepalende bebouwing. Nabij het plangebied staat wel de Wilpermolen. Rond deze molen ligt een molenbiotoop, die beperkingen aan de bouwhoogte oplegt om ervoor te zorgen dat de molen kan blijven draaien. Gezien het feit dat er al diverse verstoringen van de molenbiotoop zijn, waarbij de bebouwing tot maximaal 9 meter voorkomt en bomen hier nog boven uitsteken gaan wij bij de ontwikkeling ook uit van een maximale bouwhoogte van 9 meter. Met inachtneming van deze gegevens zijn daarom geen negatieve effecten te verwachten wat betreft het aspect cultuurhistorische waarden. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht 5. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden.

In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Op grond van de archeologische waardenkaart van de gemeente Voort blijk dat de locatie ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat er geen sprake is van negatieve effecten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voor-

Provinciale verordening

Het projectgebied maakt geen

heen: Ecologische Hoofdstruc-

deel uit van het Natuurnetwerk

tuur)

Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 6).

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 7).

12

Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Weidevogelgebied en ganzen-

Provinciale verordening

Het projectgebied ligt niet in een

foerageergebied

beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.

Stiltegebied

Bodembeschermingsgebied

Wet milieubeheer

Het projectgebied is niet gelegen

Provinciale verordening

in een stiltegebied.

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

6. NNN (voormalige EHS) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plangebied ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland (zie navolgende afbeelding). Op 400 meter ten oosten van het plangebied ligt een gebied dat tot het Gelders natuurnetwerk. Aangezien het plangebied niet in het Gelders natuurnetwerk ligt leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van deze gebieden. De bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van onderhavig plan op voorhand niet in de weg. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht

Globale ligging van het plangebied ten opzichte van Gelders natuurnetwerk, Rustgebieden voor winterganzen en Weidevogelgebieden. (Bron: Provincie Gelderland).

13

7. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

14

4 4.1

Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de realisatie van maximaal 28 nieuwe grondgebonden woningen binnen de kern Posterenk betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van enig verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving van het projectgebied bevindt zich een Natura 2000-gebied. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld:  natuur: Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna.

Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie.  verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid.  geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving.  luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer.  archeologie: Er kan sprake zijn van negatieve effecten op de archeologische waarden in het projectgebied. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen:  externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten.  cultuurhistorie: Gezien het feit dat rekening wordt gehouden met de molenbiotoop is er geen sprake van negatieve effecten voor cultuurhistorische waarden door onderhavig project.

15

 bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem.  geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder.  water: Er is met het project sprake van een toename van de bebouwing c.q. verharding ten opzichte van de huidige situatie. Water wordt bovengronds afgevoerd naar de nabijgelegen wadi’s. Door de hellingsgraad in de verharding stroomt het water op natuurlijke wijze af om vervolgens te infiltreren . De gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.

4.2

Natuur

4.2.1

Huidige situatie In de huidige situatie bestaat de bebouwing uit een woning en een tweetal schuren die dienen als opslagruimte/werkplaats. Het terrein rondom de opslagruimte/werkplaats kent een industrieel karakter. De te slopen bebouwing beschikt over een golfplaten dak.

4.2.2

Effecten ontwikkeling 1

Ruimte voor Advies BV heeft met een ecologische quick scan onderzocht of beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of 2 afwezig zijn in het plangebied. Ook is, middels een onderzoek stikstofdepositie door SAB, nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden de conclusies van de quick scans uiteengezet. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 3 kilometer afstand. Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt van maximaal 28 nieuwe grondgebonden woningen. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Ook is van de ontwikkeling geen sterke toename van stikstofemissie te verwachten. Vanwege de kleinschaligheid van de ontwikkeling en de aanzienlijke afstand

1

Ruimte voor Advies BV (2018) Ecologische quickscan Enkweg 10 te Wilp (d.d. 23 november 2018).

2

SAB (2020). Onderzoek stikstofdepositie. Posterenk, Enkweg. Projectnummer: 170354. 12 november 2020. 16

tot Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebied door de ontwikkeling uitgesloten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarnaast een onderzoek stikstof3 depositie uitgevoerd. Daarvoor zijn stikstofberekeningen in AERIUS uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Uit de uitgevoerde berekeningen blijken dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase de gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. Er is er dus geen sprake van negatieve milieueffecten op het gebied van gebiedsbescherming. Beschermde soorten 4 In de ecologische quick scan zijn de volgende bevinden gepresenteerd:

Ervan uitgaande dat de houtsingels in stand blijven en zorgvuldig wordt omgegaan met licht zijn er alleen mogelijke/negatieve effecten voor de aspecten zoogdieren – vrijgestelde soorten, vogels – algemene broedvogels en amfibieën – vrijgestelde soorten. Er kan echter vanuit worden gegaan dat de algemene aanbeveling dat rekening moet worden gehouden met de broedperiode voor vogels (ter indicatie: de periode half maar – half augustus) en de zorgplicht in acht wordt genomen. Hierdoor kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.

3

SAB (2020). Onderzoek stikstofdepositie. Posterenk, Enkweg. Projectnummer: 170354. 12 november 2020.

4

Ruimte voor Advies BV (2018) Ecologische quickscan Enkweg 10 te Wilp (d.d. 23 november 2018). 17

4.3

Verkeer

4.3.1

Huidige situatie Het plangebied is momenteel grotendeels onbebouwd met uitzondering van een woning en een voormalig aannemingsbedrijf. Momenteel heeft het plangebied daarom geen dusdanig gebruik dat sprake is van een verkeersaantrekkende werking.

4.3.2

Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met maximaal 28 nieuwe woningen. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een gevarieerd woning aanbod, bestaande uit 8 vrijstaande, 6 twee-onder- één kap en 14 rijwoningen. Om het effect van de verkeersaantrekkende werking op de doorstroming en verkeersveiligheid te beoor5 delen is door SAB een notitie verkeer en parkeren opgesteld . Navolgend worden de conclusies van de notitie uiteengezet. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gege6 nereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende functie toe rijdt en hiervan wegrijdt. Op basis van de cijfers van het CBS is Posterenk aan te merken als een ‘niet stedelijk’ gebied. Gelet op het feit dat het plangebied in de bebouwde van Posterenk is gelegen, wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ aangehouden kunnen worden. In de navolgende tabel is de verkeersgeneratie van het planvoornemen weergegeven.

kenmerk koop, vrijstaand koop, twee-onder-één-kap koop, tussen/hoek totaal afgerond

aantal 8 6 14 28

kencijfer min 7,8 7,4 7,0

max 8,6 8,2 7,8

per woning woning woning

verkeersgeneratie min max 62,4 68,8 44,4 49,2 98 109,2 204,8 227,2 210 230

Uit voorgaande tabel blijkt dat het plan (naar boven afgerond) voorziet in een verkeersgeneratie van circa 230 motorvoertuigen per etmaal, waarvan zo’n 1% vrachtverkeer zal zijn (ASVV 2012). De woningen aan de oostzijde van het plangebied worden rechtstreeks op de Enkweg ontsloten. Naar verwachting zal zeker 80% van het verkeer afkomstig uit het plangebied (180 verkeersbewegingen) in noordelijke richting rijden de Molenallee. Hier kan het verkeer de autosnelweg A1 op, door middel van aansluitpunt 22 Twello of verder via de N791 richting Twello of Wilp.

5

SAB (2020) Notitie verkeer en parkeren, kenmerk: 170354

6

CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. 18

Door de gemeente Voorst zijn verkeersgegevens van de Enkweg aangeleverd. De verkeersgegevens zijn gebaseerd op het verkeersmodel van de gemeente. In 2018 bedroeg de verkeersintensiteit 600 motorvoertuigen per etmaal. In 2030 zal de verkeersintensiteit 900 mvt/etm bedragen. Hierin is ook een ontwikkeling in de kern van Posterenk meegenomen. De Enkweg kan deze toenam van de verkeersintensiteit zonder problemen handelen. De gemeente Voorst heeft haar verkeersbeleid neergelegd in het GVVP d.d. februari 2010. In Wilp liggen twee provinciale wegen; de Molenallee, vanaf de Fliertweg (N791) en de Rijksstraatweg (N790). Beide zijn gecategoriseerd en ingericht als gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/uur binnen de bebouwde kom en 80 km/uur buiten de bebouwde kom. De overige wegen (o.a. Enkweg, Molenallee, vanaf de Enkweg tot aan de Fliertweg en de Grotenhuisweg) zijn aangemerkt als erftoegangsweg B, waar 30 km/uur gereden mag worden voor wegvakken binnen de bebouwde kom. Voorgenoemde wegen kunnen de relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen relatief eenvoudig verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabel verkeerstoename. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.

4.4

Geluid

4.4.1

Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een merkbaar geluidsniveau als gevolg van de omliggende wegen.

4.4.2

Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met maximaal 28 nieuwe grondgebonden woningen. Het verkeer vanuit het plangebied zal via de Enkweg onsluiten. Hier bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen als gevolg van de realisatie van het plan. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de (totale) verkeersaantrekking geschat op circa maximaal 230 extra motorvoertuigen per etmaal. Uit de voorgaande paragraaf volgt dat voor de Enkweg de etmaalintensiteit in 2018 circa 600 motorvoertuigen per etmaal bedroeg. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Voor de Enkweg bedraagt de toename, op basis van een schatting van de huidige verkeersintensiteit en maximaal gehanteerde kengetallen van de CROW ten behoeve van de bepaling van de verkeersaantrekkende werking,

19

maximaal ca. 38%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename op de Binnenweg. Gezien voorgaande is sprake van een beperkt negatief milieueffect op het gebied van geluid. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig milieueffect.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in beeld, geraadpleegd via Atlas Leefomgeving. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM10)

4.5.2

Achtergrondconcentratie 3 14 - 18 µg/m 3 17 - 18 µg/m 3 10 - 11 µg/m

Grenswaarde 3 40 µg/m 3 40 µg/m 3 25 µg/m

Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van maximaal 28 nieuwe grondgebonden woningen. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.

4.6

Archeologie

4.6.1

Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft in de huidige situatie een grotendeels onbebouwd graslandgebied. Op de archeologische waardenkaart van de gemeente Voorst is er

20

sprake van een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde (AVcategorie 5). 4.6.2

Effecten ontwikkeling Als gevolg van onderhavig project zullen er maximaal 28 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De bouwwerkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van de archeologische waarden. Gezien de hoge verwachting is gekozen voor een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende/karterende en waarderende 7 proefsleuven. Het Programma van Eisen is hiervoor reeds opgesteld. Op basis van het veldonderzoek zullen eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen worden gewaardeerd conform KNA versie 4.0, bijlage IV Waarderen van vindplaatsen. Op basis van de resultaten vanuit het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek zal een aanbeveling (behoud in situ, definitieve opgraving, vrijgeven) worden gedaan ten behoeve van een archeologisch verantwoorde omgang met onderhavig plangebied. Ervan uitgaande dat de aanbevelingen vanuit het archeologisch onderzoek zullen worden opgevolgd kunnen negatieve milieueffecten op het gebied van archeologie minimaal blijven. Hierdoor kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake zal zijn van een belangrijk nadelig milieueffect.

7

Econsultancy (2018). Archeologische Proefsleuven Enkweg te Wilp, PvE nummer 7581.001 21

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van realisatie van maximaal 28 nieuwe grondgebonden woningen tussen de Enkweg en Stronkseweg in Posterenk. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

Geluid

Lucht

Archeologie

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit dat negatieve effecten op het nabij gelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Het uitgevoerde natuuronderzoek toont aan dat er alleen mogelijke/negatieve effecten voor de aspecten zoogdieren – vrijgestelde soorten, vogels – algemene broedvogels en amfibieën – vrijgestelde soorten kunnen optreden. Er kan echter vanuit worden gegaan dat rekening zal worden gehouden met de algemene aanbeveling dat rekening moet worden gehouden met de broedperiode voor vogels en de zorgplicht. Hierdoor kan in ieder geval worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu. De nieuwe woonontwikkeling zorgt voor een beperkte verkeersaantrekkende werking en deze kan zonder afwikkelingsproblemen worden aangesloten op de bestaande infrastructuur. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe woonontwikeling zal er sprake zijn van een beperkte verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Enkweg is minder dan 40% ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Gezien voorgaande zijn de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt.

Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Hieruit zal een aanbeveling volgen (behoud in situ, definitieve opgraving, vrijgeven) ten behoeve van 22

een archeologisch verantwoorde omgang met het plangebied. Wanneer deze aanbevelingen zullen worden opgevolgd kunnen eventuele negatieve milieueffecten op het gebied van archeologie minimaal blijven. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

23

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken  Quick scan natuur  Onderzoek stikstofdepositie  Akoestisch onderzoek  Notitie verkeer en parkeren  Stedenbouwkundig plan  PVE Archeologische Proefsleuven Bronnen  Risicokaart www.risicokaart.nl  Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken  Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/  Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/  CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/  Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken  Interactieve kaarten provincie Overijssel http:// gisopenbaar.overijssel.nl/  AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/  Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11581054/2