CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan toelichting en regels

gemeenteraad 30 oktober 2023, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Zwaluwenweg 5, Wilp-Achtehoek25.626 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Groen

De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele groen te bestemmen. In deze gebieden staat de groeninrichting voorop, ook voor de langere termijn. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen zoals houtopstanden, afschermende beplanting en fruitbomen maar ook voor waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 6.3.3

Natuur

De bestemming Natuur is toegekend aan een groot deel van het plangebied. Dit gebied wordt omgevormd naar natuur (zie Beplantingsplan). De bestemmingsregeling is er op gericht om de nieuwe waarden mogelijk te maken en in de toekomst te handhaven en eventueel te versterken. 6.3.4

Waarde - Archeologie 3 en 4

Om archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de dubbelbestemming Waarde Archeologie - 3 of Waarde - Archeologie - 4 beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Per archeologische dubbelbestemming geldt een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Bouwen is uitsluitend toegestaan wanneer deze in de dubbelbestemming geldende waarden niet worden overschreden. Wanneer deze waarden wel worden overschreden dient door middel van archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover in geval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud, overeenkomstig de toegekende bestemming. 6.3.5

Wonen

Bestemmingsomschrijving De gronden binnen de bestemming Wonen zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed & breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. 33

Zwaluwenweg 5, Wilp-Achterhoek

Bouwvlak Woningen en bijgebouwen dienen te worden gebouwd binnen de verschillende bouwvlakken in de woonbestemming. Binnen het bouwvlak van de bijgebouwen is bepaald dat het aantal wooneenheden nul mag bedragen, waardoor op die locatie dan ook uitsluitend een bijgebouw opgericht kan worden. De maximale goot- en nokhoogtenmaten van alle nieuwe gebouwen zijn vastgelegd met een aanduiding op de verbeelding. Voor het westelijke bouwvlak, ter locatie van de te behouden schuur, gelden de maximale goot- en nokhoogtenmaten zoals bestaand. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 100 m², binnen het bouwvlak.

Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in Bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woningen en de bijgebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen per bouwperceel maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst.

De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een voorwaardelijke verplichting. Het gebruik van de zuidelijke nieuwe woning is alleen toegestaan als binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de natuur zoals opgenomen in het Beplantingsplan. De overige erfinrichtings- en landschapsmaatregelen uit het Beplantingsplan moeten binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan worden gerealiseerd. Deze kwaliteitsimpuls komt ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied.

6.4

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

6.4.1

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan.

34

Zwaluwenweg 5, Wilp-Achterhoek

6.4.2

Afwijken van de regels

Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. Binnen de bestemming Wonen zijn vier afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Twee daarvan hebben te maken met de aan huis toegestane bedrijven en twee met de opgenomen voorwaardelijke verplichting. Er bestaat de mogelijkheid om in plaats van de landschapsmaatregelen uit het functieveranderingsplan andere landschapsmaatregelen te treffen die voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden zoals nu in het plan is opgenomen. Verder kan uitstel worden verleend van de termijn van uitvoering van de landschapsmaatregelen. Daarnaast zijn in dit bestemmingsplan de volgende algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen: a. voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Ook geldt deze afwijking alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bestemmingsvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid, vanwege een te grote impact op de omgeving; b.

voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt; c. voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan, maar te regelen via een afwijking, zodat voorwaarden gesteld kunnen worden. Eén van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg hiervan mededeling worden gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd; d. voor het mogelijk maken van een opstelling van zonnepanelen op de grond. 6.4.3

Wijzigingsregels

Naast de afwijkingsregels zijn er ook wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen voor ontwikkelingen waarvoor een zwaarder afwegingskader geldt dan bij afwijken. Daarnaast gaat een wijzigingsbevoegdheid gepaard met een aanpassing van de verbeelding. De wijziging treedt in werking na de vaststelling van een afzonderlijk wijzigingsplan. Het bestemmingsplan bevat 3 algemene wijzigingsbevoegdheden: Overschrijding bestemmingsgrenzen: voor zover dit van belang is voor de betere realisatie van de bestemmingen dan wel noodzakelijk is in verband met de werkelijke situatie. De overschrijding bedraagt maximaal 3m en het bestemmingsvlak mag hooguit 10% worden vergroot; Categorie indeling Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten kan worden gewijzigd indien als gevolg van technische en/ of milieuhygiënische ontwikkelingen de milieubelasting van de betreffende bedrijven wijzigt; Verwijderen dubbelbestemming archeologie: Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming Waarde - Archeologie - 3 of Waarde - Archeologie - 4 geheel of gedeeltelijk verwijderen wanneer wordt voldaan aan voorwaarden.

35

Zwaluwenweg 5, Wilp-Achterhoek

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Uitkomsten overleg

Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In artikel 3.1.1. Bro wordt bij lid 2 de mogelijkheid gegeven dat de Minister van Infrastructuur en Milieu kan aangeven onder welke omstandigheden of in welke gevallen geen overleg gevoerd hoeft te worden met de rijksdienst die betrokken is bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Na overleg met de betrokken departementen is besloten het overleg te beperken tot die zaken waarbij directe belangen aan de orde zijn. Overigens zijn per 1 januari 2012 de voormalige VROM-inspectie en de Inspectie van Verkeer & Waterstaat samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Aangezien er geen sprake is van directe rijksbelangen heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie is een vergelijkbare afspraak gemaakt. Enkel wanneer er sprake is van een provinciaal belang is vooroverleg noodzakelijk. Het voorliggende plan is niet in strijd met enig provinciaal belang, waardoor er voor gekozen is geen vooroverleg te plegen. Het vooroverleg met het waterschap heeft plaats gevonden via de website http://www.dewatertoets.nl.

Hieruit is naar voren gekomen dat verder overleg niet noodzakelijk is.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf PM ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er PM zienswijzen ingediend.

36

Zwaluwenweg 5, Wilp-Achterhoek

Bijlagen

37

Zwaluwenweg 5, Wilp-Achterhoek

Bijlage 1 Ecologische Quickscan

38

0

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming – De Beeldentuin te Garderen

12 september 2021

30 september 2022

Colofon

Titel

Ecologische quickscan Zwaluwenweg 5 te Wilp

Betreft

Ecologische quickscan in het kader van bestemmingsplanwijziging, bouw- & sloopwerkzaamheden en landschapsinrichting

Locatie

Zwaluwenweg 5 te Wilp

Uitvoering

De Slijpkruik Ecologie

Contactpersoon Rapportage

J. Mossink, ecoloog – De Slijpkruik Ecologie mossink@deslijpkruik.nl S. Boucherie – Natuurlijk Doen Projecten

Opdrachtgever

C. Oostrik

Datum

30 september 2022

Status

Versie 1.0

Projectcode

22PAR12 QS Zwaluwenweg 5 Wilp

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding 1.1

Aanleiding en doel

4

1.2

Beschrijving locatie en ingreep

4

1.3

Opzet onderzoek

5

1.4

Kwaliteitsborging

5

Soortbescherming en beoordeling

8

2.1

Bron- en literatuuronderzoek

8

2.2

Vaatplanten

8

2.3

Broedvogels

9

2.4

Vleermuizen

11

2.5

Grondgebonden zoogdieren

12

2.6

Amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden

13

2.7

Algemeen

14

Gebiedsbescherming

17

3.1

Natura 2000

17

3.2

Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO)

17

Conclusies

19

4.1

Overzicht van de bevindingen

19

4.2

Conclusies en aanbevelingen

19

Bijlage A - Wettelijk Kader

3

4

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

22

30 september 2022

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie een ecologische quickscan uit aan de Zwaluwenweg 5 te Wilp-Achterhoek (gemeente Voorst). Voor de locatie wordt een bestemmingsplanwijziging aangevraagd die onder de “rood voor groen”-regeling valt. Onderdeel van de herontwikkeling is sloop van de bestaande woning en aangebouwd bakhuis, herbouw boerderijwoning en bouw generatiewoning, uitbreiding bestaande kapschuur en landschappelijke inpassing. Het voornemen is getoetst aan de Wet natuurbescherming, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’. Het onderzoek dient ter beantwoording van de volgende vragen: • Komen er (mogelijk) beschermde soorten van de Wet natuurbescherming voor in (de directe omgeving van) het plangebied? Wat zijn de mogelijke effecten van het voornemen op deze soorten? • Liggen binnen het beïnvloedingsgebied van het project beschermde natuurgebieden (Natura 2000, GNN, GO) en zijn negatieve effecten op deze gebieden wel of niet op voorhand uit te sluiten? • Is aanvullend onderzoek nodig? Er is geen sprake van kap van bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen of houtopstanden groter dan in totaal 10 are buiten de bebouwde kom Wet Natuurbescherming. Een Toets Houtopstanden is dus niet nodig.

Wel dient in geval van bomenkap getoetst te worden aan de gemeentelijke wetgeving. Dat is geen onderdeel van onderhavig onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het plangebied is gelegen in het agrarisch buitengebied ten zuidwesten van Wilp-Achterhoek (afbeelding 1.1). Het plangebied heeft een oppervlakte van 28.160 m². Op het terrein staan een woning met aangebouwd bakhuis en twee schuren. De woning heeft een rietenkap met halfsteens gemetselde gevels met nagevulde spouw. Het bijgebouw heeft een pannendak en halfsteens gemetselde muren met nagevulde spouw. De buitenwanden van de zolder zijn van hout en niet geïsoleerd. Het deel tussen de woning en het bakhuis heeft een plat, gebitumeerd dak en is opgetrokken uit baksteen. Het geheel is geïsoleerd. De kapschuur is opgebouwd van hout en niet geïsoleerd. De andere schuur maakt geen deel uit van planvoornemen. Het terrein rondom woning en schuur bestaat uit aangelegde tuin met weinig verharding. Het overige deel van het plangebied is grasland en fungeert als weide. Vanaf de weg loopt een verharde oprit naar het erf met aan de ene zijde een bomenrij (linde) en aan de andere zijde een beukenhaag. Aan de zuid- en noordzijde van het perceel staat een rij knotwilgen. In het zuidelijke deel van het terrein bevindt zich een kikkerpoel en langs de oostelijke erfafscheiding staan grotere bomen (eiken). Smalle watergangen en greppels omsluiten het perceel gedeeltelijk. Het planvoornemen valt onder de noemer “rood voor groen”.

Er wordt een generatiewoning toegevoegd op het perceel en de bestaande woning met bakhuis wordt gesloopt en herbouwd in ruil voor een natuurlijke en landschappelijke inpassing van het erf en de omliggende gronden. Een deel van de nu nog agrarisch bestemde grond wordt bestemd als natuur. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging nodig. De voorgenomen ingrepen zijn als volgt: • • 4

Sloop van de bestaande boerderijwoning en aangebouwd bakhuis Opschonen en bouwrijp maken terrein

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

• •

Nieuwbouw woningen Herinrichten terrein

Alle ingrepen vallen onder de noemer “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”. Start van de bouw van de generatiewoning staat gepland in de eerste helft van 2023. Daarna zullen de overige werkzaamheden uitgevoerd, een exacte planning is nog niet bekend en hangt onder andere af van doorlooptijden van de bestemmingsplanprocedure.

1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek op basis van NDFF-gegevens (afgelopen 5 jaar binnen straal van circa 2 kilometer rond plangebied), verspreidingsatlassen, websites en eventuele andere beschikbare bronnen, een veldbezoek en een rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 7 september 2022 bezocht door J. Mossink, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie, met assistentie van S. Boucherie. Tijdens dit veldbezoek is de locatie verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op de (potentiële) aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten, vleermuizen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder zonnige omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 18 °C en zwakke wind, ZO 2 bft.

1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Ruimte voor Advies hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeente, provincie en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

5

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

Afbeelding 1.1 - Globale ligging van de onderzoekslocatie (rode cirkel). Het plangebied ligt tussen Apeldoorn en Deventer, ten zuidwesten van Twello. Bron ondergrond: https://app.pdok.nl/viewer/.

Afbeelding 1.2 - Luchtfoto onderzoeksgebied; met het gele kader wordt globaal het onderzoeksgebied weergegeven. Met het blauwe kader wordt de te slopen en te herbouwen woning met bakhuis aangegeven; het rode kader geeft de locatie aan van de nieuw te bouwen generatiewoning. Bron ondergrond: https://app.pdok.nl/viewer/.

6

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

Afbeelding 1.3 – Erfinrichting en beplantingsplan van de beoogde situatie. Bron: Van Oord Architecture & Design.

7

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

2 Soortbescherming en beoordeling De Wet natuurbescherming (Wnb) maakt onderscheid tussen soort- en gebiedsbescherming. Een quickscan ‘soortbescherming’ bestaat uit een verkennende inventarisatie naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten en de beoordeling of er van het voornemen een (in)direct effect op deze soorten uitgaat. Is er sprake van (een mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort, dan is een vervolgonderzoek nodig.

2.1 Bron- en literatuuronderzoek In onderstaande tabel zijn de gegevens weergegeven van waarnemingen van de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving (< 1 km) van het plangebied per soort(groep) vanuit het NDFF (nationale databank flora en fauna). Binnen het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend. Soortgroep

Soorten

Aantal

Beschermingsregime

Vaatplanten

-

-

-

Vogels*

Boomvalk

3

VR - categorie 4

Buizerd

75

VR - categorie 4

Grote gele kwikstaart

2

VR - categorie 3

Huismus

3

VR - categorie 2

Kerkuil

4

VR - categorie 3

Ooievaar

230

VR - categorie 3

* categorie 5-soorten en overige broedvogels zijn in deze tabel niet genoemd, maar wel meegenomen in het onderzoek.

Ransuil

1

VR - categorie 4

Roek

37

VR - categorie 2

Steenuil

5

VR - categorie 1

Wespendief

4

VR - categorie 4

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis

55

HR

Laatvlieger

1

HR

Rosse vleermuis

2

HR

Boommarter

1

Wnb - andere soorten

Bunzing

1

Wnb - andere soorten

Huisspitsmuis

1

Wnb - vrijgesteld

Konijn

1

Wnb - vrijgesteld

Steenmarter

1

Wnb – andere soorten

Woelrat

1

Wnb – vrijgesteld

Bruine kikker

2

Wnb – vrijgesteld

Gewone pad

1

Wnb – vrijgesteld

Groene kikker

1

Wnb – vrijgesteld

Overige zoogdieren

Overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen & ongewervelden)

Tabel 2.1 - Overzicht waarnemingen beschermde diersoorten in de omgeving van het plangebied Bron: NDFF)

2.2 Vaatplanten De locatie ligt in een overwegend agrarische omgeving. Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde vaatplanten bekend uit de omgeving van het plangebied. Het terrein bestaat uit bebouwing, verharding, aangelegde tuin en weilanden. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere of beschermde vaatplanten waargenomen. Enkel algemene wilde soorten, zoals paardenbloem, ridderzuring, smalle 8

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

weegbree, Engels raaigras, kropaar en witte klaver, en algemene tuinplanten zijn tijdens het veldbezoek aangetroffen. Het plangebied is te voedselrijk en cultuurlijk ingericht om geschikt biotoop te vormen voor beschermde of bijzondere flora (zie afbeelding 2.1). Ook zijn geen (beschermde) muurplanten aangetroffen binnen het plangebied. Het onderzoeksgebied leent zich niet voor bijzondere vegetaties. Door het huidige beheer, de voedselrijkdom en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten binnen het plangebied. Effect Binnen het plangebied komen geen beschermde vaatplanten voor en deze worden ook niet verwacht. Een negatief effect op beschermde plantensoorten is uitgesloten.

2.3 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismus in struiken en onder dakpannen. De locatie werd onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van vogels met vaste, jaarrond beschermde rust- of nestplaatsen. Het gaat hierbij vooral om huismus, uilen en roofvogels. In de buurt van het plangebied zijn enkele meldingen in de data van NDFF bekend van huismus. Voor huismus geldt dat de verkenning in het veld nader uitsluitsel moet geven of het plangebied een geschikt biotoop is en/of geschikte verblijfplaatsen biedt. Tijdens het veldbezoek van de quickscan is vastgesteld dat het bakhuis geschikt is als verblijfplaats voor huismus. Het gebouw heeft een pannendak met holle dakpannen en mogelijkheden om de holle ruimtes hieronder te betreden via de onderste pannenrij en onderaan bij de windveren van de oostgevel.

Dit geeft voldoende mogelijkheden voor huismus om zich onder de dakpannen te nestelen (zie afbeelding 2.2). Tijdens het locatiebezoek werden geen huismussen gezien of gehoord in het plangebied en rondom de bebouwing. Dit kan te maken hebben met het seizoen, het nestelen is voorbij en mussen kunnen zich dan verder in de omgeving ophouden. Wel werden op het verderop gelegen erf huismussen gehoord en gezien. Op 21 september vond een tweede veldbezoek plaats waarbij het dak is geïnspecteerd door een gedeelte van de dakpannen te lichten. Onder de dakpannen zijn op een aantal plekken op het oog recente nesten en restanten van nesten aangetroffen. De bewoner geeft tevens aan de afgelopen jaren regelmatig mussen te hebben gezien op het erf, en dat deze in ieder geval in een aantal nestkasten genesteld hebben. Vanwege de geschiktheid van het pannendak, de aanwezigheid van mogelijke huismusnesten en het feit dat huismussen in de directe omgeving voorkomen kan niet worden uitgesloten dat het bakhuis een functie heeft als nestplaats. Nesten van huismus zijn jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Volgens het Kennisdocument Huismus (BIJ12, juli 2017) kan aangenomen worden dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periodeperiode 1 april t/m 15 mei geen aanwezigheid kan worden aangetoond.

De inventarisaties moeten worden uitgevoerd door een erkend deskundige (voor definitie zie website van de Rijksoverheid) en onder geschikte omstandigheden. Indien nestplaatsen van huismus worden aangetroffen in de te slopen bebouwing leiden de werkzaamheden tot overtreding van verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1 lid 2 (vernielen of beschadigen nestplaatsen) en mogelijk lid 1 (doden) en lid 4 (opzettelijk storen). Er dient in dat geval een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. De ontheffingsaanvraag dient te worden vergezeld van een activiteitenplan waarin onder andere mitigerende en compenserende maatregelen beschreven worden om negatieve effecten tot een minimum te beperken. Maatregelen bestaan onder meer uit het tijdig treffen van tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen en het werken buiten kwetsbare perioden (broedseizoen en strenge vorstperioden). Tijdens de uitvoeringsfase en in de toekomstige 9

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

beoogde situatie voldoet de functionele leefomgeving van huismussen (zoals slaapplekken, foerageergebied en schuilmogelijkheden) op ieder moment aan de eisen waaraan deze voor mussen moet voldoen. Ook eventuele nestplaatsen in de kapschuur blijven behouden. Wel is van belang dat werkzaamheden aan het dak tijdens het vergroten van de kapschuur buiten het broedseizoen plaatsvindt, dat globaal van half maart t/m augustus duurt. De data uit NDFF vermelden verschillende roofvogels (o.a. boomvalk, buizerd en wespendief) en uilen (o.a. kerkuil, ransuil en steenuil) in een straal van 5 kilometer rondom het onderzoeksgebied. Het veldbezoek wijst uit dat vaste verblijfplaatsen van roofvogels en uilen in het gebied ontbreken. Er zijn geen roestplekken, uitwerpselen, voedselresten, veren en/of braakballen aangetroffen. Ook zijn er geen nestkasten of geschikte nestholtes in de bomen. De bomen blijven tevens staan, op één exemplaar na waarin geen nesten zijn aangetroffen. Er zijn geen invliegmogelijkheden in woning of het bakhuis voor uilen. Gezien het ontbreken van gebruikssporen kan worden vastgesteld dat het plangebied niet in gebruik is als jaarrond beschermde verblijfplaats van roofvogels of uilen. Het plangebied is eveneens niet in gebruik door grote gele kwikstaart, ooievaar en roek.

Met name van ooievaar en roek is bekend dat deze in de omgeving broeden, maar in het plangebied zelf zijn hiervoor geen geschikte nestlocaties. Dit geldt tevens voor grote gele kwikstaart, welke met name broedend voorkomt langs stromend water. Naast de soorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4 komen er ook broedvogels van categorie 5 in de omgeving voor. De data van NDFF vermeldt onder andere boomkruiper, groene specht, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte kraai nabij het plangebied. Eigenaar geeft aan dat koolmees en pimpelmees regelmatig te zien in het plangebied (zie afbeelding 2.3). Van de soorten die zijn opgenomen in categorie 5 op de lijst met jaarrond beschermde nesten is het nest alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende ecologische redenen of omstandigheden dit rechtvaardigen. Dit betekent in de praktijk vooral wanneer er weinig tot geen alternatieven in de omgeving zijn en/of wanneer het een relatief groot deel van de populatie betreft. In dit geval zijn er volop alternatieven in de omgeving beschikbaar waardoor de staat van instandhouding met zekerheid niet in het geding komt en de eventuele nesten van deze soorten niet jaarrond beschermd zijn.

Van deze soorten is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent en vrijwillig verlaten hebben. Met name broedgevallen van spreeuw, koolmees en pimpelmees zijn te verwachten. De bewoner geeft aan dat onder het pannendak van de kapschuur jaarlijks door spreeuwen gebroed wordt. Overige broedvogels De bomen, opgaande begroeiing en de te slopen bebouwing zelf zijn geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels zoals winterkoning, houtduif, merel, roodborst en vink (zie afbeelding 2.4). Tijdens het veldbezoek zijn koolmezen waargenomen en volgens de eigenaar van het perceel hebben verschillende, algemene broedvogels op het terrein gebroed, waaronder winterkoning, roodborst, houtduif. Er zijn in de naast gelegen weides geen nesten of nestrestanten aan getroffen van grondbroedende vogels. Deze worden ook niet verwacht door het huidige gebruik van het terrein: begrazing door schapen en relatief dicht bij bebouwing. Tijdens het broedseizoen bestaat de kans op broedgevallen in en om de te slopen bebouwing. Het verstoren of vernielen van bezette nesten is een overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.1 lid 2 (opzettelijk vernielen, beschadigen of weghalen nesten of rustplaatsen) en lid 4 (opzettelijk verstoren) en dient altijd voorkomen te worden.

Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Tijdens het broedseizoen kunnen de werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd nadat kort voor het uitvoeren van de werkzaamheden een ecologische deskundige een broedvogelcheck heeft uitgevoerd en heeft bepaald dat binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden geen broedgevallen aanwezig zijn. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op 10

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Effect Het bakhuis is geschikt als nestlocatie voor huismus. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om aan- of afwezigheid van vaste nestplaatsen vast te stellen. Zijn deze aanwezig dan leiden de sloopwerkzaamheden tot overtreding van één of meer verbodsbepalingen van de Wnb en is een ontheffing van de provincie Gelderland vereist. Naar verwachting kan een ontheffing verkregen worden. Voorwaarden hiervoor zijn onder meer dat sloop buiten het broedseizoen en strenge vorstperioden plaatsvindt en dat er tijdig alternatieve nestplaatsen worden aangeboden die aan de eisen van huismus voldoen (zie ook Kennisdocument Huismus van BIJ12). De functionaliteit van de leefomgeving komt niet in het geding en de toekomstige situatie is naar verwachting zelfs gunstiger voor huismus dan de bestaande situatie. Van andere vaste, jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen van vogels (categorie 1 t/m 4) is geen sprake en doen zich derhalve geen effecten voor.

Een negatief effect kan optreden voor vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 en algemene broedvogels wanneer de sloopwerkzaamheden binnen het broedseizoen zullen worden uitgevoerd. Nesten kunnen worden vernield of dusdanig verstoord dat broedvogels hun nest definitief verlaten, dit leidt tot een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.1, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Het is noodzakelijk om de sloopwerkzaamheden van het bakhuis, werkzaamheden aan het dak van de kapschuur en het eventueel verplaatsen van nestkasten uit te voeren buiten het broedseizoen (in de periode half maart t/m augustus) of om vlak voor de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren door een ecologisch deskundige (volgens definitie van de RVO) om aan te tonen dat broedgevallen niet aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Wanneer huismusnesten aanwezig zijn gelden aanvullende eisen zoals in de vorige paragraaf beschreven.

2.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel daadwerkelijke en potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF in de laatste 5 jaar waarnemingen bekend van Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis. De verkenning in het veld moet uitwijzen of het plangebied mogelijk geschikte holten of sporen van een verblijfplaats vertoont. Van deze soorten zijn met name Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger gebonden aan gebouwen; de Rosse vleermuis komt voornamelijk in holtes in bomen voor. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen of holtes in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er vleermuissoorten die hoofdzakelijk in bomen verblijven. Holten, scheuren en ruimtes achter losse stukken bast vormen bijvoorbeeld geschikte verblijfplaatsen.

Er zijn ook soorten die zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. Tijdens het locatiebezoek en tijdens een aanvullende inspectie op 21 september zijn het dak en de schoorsteen op het bakhuis uitvoerig geïnspecteerd op aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen. Hoewel er openingen aanwezig zijn die in theorie toegang geven tot holle ruimtes die geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor vleermuizen, was duidelijk dat deze niet in gebruik waren en ook al heel lang niet in gebruik zijn geweest door vleermuizen. De toegangen, maar tevens de holle ruimtes erachter 11

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

zaten vol met spinrag (zie afbeelding 2.5). In het rietgedekte woonhuis ontbreken potentiële verblijfplaatsen. De aanwezigheid van beschermde, vaste verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de te slopen bebouwing is uitgesloten. Dit geldt eveneens voor de te verlengen kapschuur. De te kappen boom heeft geen holtes, scheuren of andere mogelijke verblijfplaatsen. De overige bomen in het plangebied blijven behouden. De eventuele mogelijkheden voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen blijven bestaan. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Vleermuizen kunnen de begroeiing en bomen binnen en rond het plangebied gebruiken om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied. Vleermuizen gebruiken de lijnvormige landschappelijke structuren, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied (zie afbeelding 2.6). De lijnvormige begroeiing maakt mogelijk deel uit van een vliegroute van vleermuizen. De omgeving verandert echter niet wezenlijk, de bomen blijven behouden, lijnvormige landschappelijke structuren worden versterkt en de geschiktheid als foerageergebied neemt naar verwachting toe door de aanplant van inheemse bomen en struiken en een natuurlijker beheer dat voor een groter insectenaanbod zal zorgen.

Lichtverstoring van foeragerende vleermuizen kan zich voordoen wanneer tijdens de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van bouwlampen tussen zonsondergang en zonsopkomst. Het is van belang om lichtverstoring op foeragerende vleermuizen te voorkomen. Door een toename van verlichting raken vleermuizen gedesoriënteerd en vinden hun weg niet terug naar hun verblijfplaatsen. Vanuit de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) dient een toename van verlichting voorkomen te worden tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie. Het voorkomen van lichtverstoring kan door zowel tijdens de realisatiefase als de gebruiksfase uitstraling van eventuele bouwlampen en buitenverlichting richting de boomkronen te voorkomen. Gebruik zo nodig afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik eventueel vleermuisvriendelijke verlichting (zogeheten ‘batlampen’) en plaats niet meer verlichting dan nodig. De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april t/m november, waarbij ze tussen zonsondergang en zonsopkomst daadwerkelijk vliegen en gevoelig zijn voor verstoring. Te allen tijde mag de verlichting niet gericht zijn op de boomkronen. Effect In het plangebied zijn geen (potentiële) vaste verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen aangetroffen. Er worden geen bomen gekapt met mogelijke vleermuisverblijfplaatsen.

Negatieve effecten op vleermuisverblijfplaatsen zijn uitgesloten. Vervolgstappen, zoals het uitvoeren van nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen en het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Als vrijblijvende aanbeveling adviseren we om vleermuisvoorzieningen op te nemen in de nieuwbouw. Vleermuizen hebben door sloop en renovatie te leiden onder een afnemend aanbod van mogelijke verblijfplaatsen en zijn gebaat bij het aanbieden van nieuwe verblijven. Inbouwvoorzieningen zijn de meest duurzame optie, maar ook het ophangen van ‘losse’ vleermuiskasten van de juiste types en op geschikte plekken is nuttig voor deze beschermde dieren. De voorgenomen ingreep heeft geen negatief effect op vaste vliegroutes of essentieel foerageergebied van vleermuizen. De bomen blijven behouden, lijnvormige landschappelijke structuren en opgaand groen worden juist versterkt. Negatieve effecten op vaste vlieg- en migratieroutes en essentieel foerageergebied van vleermuizen zijn voor het plangebied uitgesloten. Voorkom vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming lichtverstoring op de boomkronen tijdens de aanleg- en gebruiksfase.

2.5 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters, die vanuit de omgeving toegang hebben tot het terrein. In de omgeving van het plangebied zijn binnen de laatste 5 jaar vanuit 12

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

de NDFF waarnemingen bekend van de volgende (niet-vrijgestelde) beschermde, grondgebonden zoogdiersoort: boommarter, bunzing en steenmarter. Daarnaast komen diverse algemene grondgebonden zoogdieren voor in de omgeving van het plangebied, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt: konijn en algemene (spits-)muisachtigen. Van de beschermde, niet vrijgestelde zoogdiersoorten is voornamelijk gelet op aanwezigheidssporen, potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen en geschikt foerageergebied. Steenmarter kan voorkomen op erven en kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden in de buurt. Steenmarter komt tegenwoordig algemeen voor in Wilp en omgeving en is een echte cultuurvolger die vaak verblijfplaatsen in gebouwen en schuren zowel binnen als buiten de bebouwde kom heeft. Ook boommarter komt in de omgeving voor en kan in sommige gevallen verblijfplaatsen in gebouwen hebben, vooral schuurtjes op enige afstand van bewoonde bebouwing. De te slopen woning met bijgebouw is echter niet toegankelijk voor steenmarter en boommarter. Ook zijn tijdens het veldbezoek nergens gebruikssporen van beide soorten aangetroffen zoals latrines, krabsporen, eierschalen en andere prooiresten. De bewoner geeft tevens aan geen last te hebben (gehad) van marters.

Gezien de bevindingen tijdens het veldbezoek kunnen vaste rust- en voortplantingsplaatsen van steenmarter en boommarter binnen het plangebied als afwezig worden beschouwd. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van steenmarter zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek naar steenmarter en boommarter nodig. De bunzing heeft ook een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Als rust- en slaapplaats worden bestaande holen, takkenhopen en rommelschuurtjes gebruikt. Tijdens het veldbezoek zijn nergens aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van bunzing op het terrein en in de kapschuur. De bosschages op en rondom het erf kunnen door kleine marterachtigen als wezel en hermelijn gebruikt worden om te foerageren en zich te verplaatsen. Rommelige plekken met afgevallen bladeren onder struiken en bosschages kunnen door kleine marterachtigen als vaste rust- en verblijfplaats en overwinteringsplaats dienen (zie afbeelding 2.7). Het gebied verandert echter niet wezenlijk. De begroeiing blijft in stand en lijnvormige elementen worden versterkt. Algemene zoogdiersoorten, zoals egel, veldmuis, huisspitsmuis en huismuis, komen vrijwel zeker op en rond het erf voor. Voor deze soorten geldt, voor zover ze beschermd zijn, een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Effect De te slopen bebouwing en het erf zijn ongeschikt als leefgebied van beschermde, grondgebonden zoogdiersoorten. Hiervoor is het te cultuurlijk, te intensief in gebruik en is de mate van menselijke verstoring te hoog. Er zijn tijdens de veldbezoeken bovendien geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van boommarter, bunzing en steenmarter. De singels en andere groenstructuren op het terrein zijn mogelijk onderdeel van leefgebied van marterachtigen maar er is geen sprake van aantasting van (mogelijk) leefgebied. De ontwikkelingen leiden er juist toe dat het terrein geschikter wordt als leefgebied. Binnen het plangebied worden verder uitsluitend kleine, algemene zoogdiersoorten verwacht. De werkzaamheden kunnen op beperkte schaal tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van verblijfplaatsen, holen en gangenstelsels van muizen en insecteneters. Omdat voor de te verwachten soorten een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt. Effecten op beschermde, niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zijn uitgesloten. Het uitvoeren van nader onderzoek is voor wat betreft grondgebonden zoogdieren niet nodig.

2.6 Amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden Er zijn vanuit de NDFF geen waarnemingen van amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden bekend vanuit het plangebied. Wel zijn er in de wijdere omgeving drie soorten amfibieën waargenomen: bruine kikker, gewone pad en bastaardkikker. 13

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. Op het terrein ligt een poel die behouden blijft en die hoogstwaarschijnlijk door algemene amfibieën als voortplantingswater gebruikt wordt. De begroeide terreindelen zijn hooguit geschikt voor amfibieën op doortrek en als landhabitat voor kleine watersalamander, bruine kikker, gewone pad en bastaardkikker; algemene amfibiesoorten die zich buiten de voortplantingsperiode relatief ver van water kunnen begeven. Het betreft algemene soorten waarvoor een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen geldt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn op voorhand uit te sluiten. Voor het plangebied is de aanwezigheid van deze soorten uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied (waaronder open water), de cultuurlijke inrichting, de hoge mate van verstoring of doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Beschermde soorten stellen zeer specifieke eisen aan hun leefgebied en het onderzoeksgebied voldoet aan geen van de voorwaarden (zie afbeelding 2.8). Het is daarom uitgesloten dat dergelijke soorten hier voorkomen. Zoals voor alle soorten, beschermd of niet, geldt ook hier de algemene zorgplicht. Effect Negatieve effecten op beschermde, niet-vrijgestelde amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden zijn uitgesloten.

Er is geen nader onderzoek naar deze soortgroepen nodig. Zoals voor alle soorten geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. In dit geval zijn naar verwachting geen specifieke maatregelen te nemen behalve het zoveel mogelijk in rustig tempo en in één richting werken bij werkzaamheden in het groen.

2.7 Algemeen •

•

14

Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden; Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

Afbeelding 2.1 – Enkel algemene wilde soorten en algemene Afbeelding 2.2 – Via de dakgoten zijn de holle ruimtes onder tuinplanten zijn tijdens het veldbezoek aangetroffen. Het de pakpannen bereikbaar voor huismus. gebied is te voedselrijk en cultuurljk ingericht om geschikt biotoop te vormen voor beschermde of bijzondere flora.

2.3 ––Zicht Onder is op meerdere Afbeelding 2.7 2.4– Achterzijde – De begroeiing Afbeelding 3.6 overhet platpannendak dak woning aan de muur biedt plaatsen nestmateriaal aangetroffen. Nesten van huismus nestgelegenheid aan bijvoorbeeld merel. kunnen niet worden uitgesloten.

Afbeelding 2.5 – De stootvoegen in de schoorsteen bieden Afbeelding 2.6 – Lijnvormige landschappelijke lijnen dragen mogelijk toegang tot vaste verblijven van vleermuizen. bij aan vliegroutes voor vleermuizen. Zorgvuldige inspectie heeft uitgewezen dat er geen vleermuizen aanwezig zijn of zijn geweest.

15

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

Afbeelding 2.7 – Bladeren onder struiken bescherming aan egel en kleine marterachtigen.

16

bieden

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

Afbeelding 2.8 – Het plangebied is te cultuurlijk ingericht en te intensief gebruikt om mogelijkheden te bieden aan beschermde amfibieën en reptielen.

30 september 2022

3 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebiedsbescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland, en de beoordeling of er van het voornemen een (in)direct effect uitgaat, behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.

3.1 Natura 2000 De planlocatie ligt op circa 6 kilometer afstand ten westen van Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ en circa 7 kilometer ten oosten van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (zie afbeelding 3.1). De locatie ligt in agrarisch gebied, buiten de bebouwde kom van Wilp (gemeente Voorst) Gezien de afstand tot de Natura 2000gebieden is het uitgesloten dat de voorgenomen activiteiten van invloed zijn op de aangewezen doelsoorten en habitattypen van de Natura 2000-gebieden, met mogelijke uitzondering van externe effecten door stikstof tijdens de toekomstige gebruiksfase. De ontwikkelingen leiden mogelijk tot een tijdelijke, beperkte toename van stikstofemissie in de bouwfase door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen, maar er zullen geen graafwerkzaamheden plaatsvinden. Echter, sinds 1 juli 2021 is de zogenoemde bouwvrijstelling van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Het is daardoor op het moment dat voorliggende rapportage is opgesteld niet nodig een activiteit met tijdelijke emissies op lokale effecten te toetsen (bron: Rijksoverheid). In de toekomstige gebruiksfase is er sprake van een extra huishouden waardoor het aantal verkeersbewegingen licht toeneemt.

Daar staat tegenover dat de huidige woning met bakhuis vervangen wordt door twee gasloze, goed geïsoleerde woningen die voldoen aan de huidige eisen, waardoor de stikstofuitstoot netto mogelijk af- in plaats van toeneemt. De kans op significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen en-soorten lijkt gezien de afstand in relatie tot de kleinschaligheid van de ingreep nihil. Mogelijk vraagt bevoegd gezag ter bevestiging om een stikstofberekening, uit te voeren in het online rekenprogramma AERIUS Calculator. Effect Gezien de aard van de ontwikkelingen en de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet aan de orde. Verdiepende toetsing van effecten op Natura 2000-gebieden is in principe niet aan de orde. Gezien de grote afstand tot Natura 2000-gebieden en relatieve kleinschaligheid van het voornemen zijn effecten door een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden redelijkerwijs uitgesloten, maar mogelijk vraagt bevoegd gezag ter bevestiging om een stikstofberekening. Blijkt uit de berekening blijkt dat er geen toename van depositie op stikstofgevoelige habitattypen is dan zijn geen vervolgstappen nodig.

3.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) De onderzoekslocatie ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. Het dichtsbijzijnde onderdeel van de Groene Ontwikkelingszone ligt op ruim 950 meter afstand ten westen van het plangebied. De afstand tot het GNN is meer dan een kilometer (zie afbeelding 3.2). Gezien de afstand tot GNN en GO is een extern effect van de voorgenomen activiteiten op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het Natuurnetwerk Nederland uitgesloten. Effect Er treedt door de voorgenomen ingreep geen negatief effect op het GNN en GO. De ontwikkelingen hebben geen invloed op kernkwaliteiten en doelstellingen van GNN en GO.

17

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

6 km

7 km

Afb. 3.1 - De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ten westen van het plangebied en Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ten oosten van het plangebied. De afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden bedraagt minimaal 6 kilometer. Negatieve effecten op habitatsoorten en broedvogelsoorten worden niet verwacht.. Bron: Natura 2000-overzichtskaart (rvo.nl).

950 m

1180 m

Afb. 3.2 - De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het GNN (donkergroen) en GO (lichtgroen). Het plangebied is geen onderdeel van het GNN of GO. Bron: Gelders Natuurnetwerk kernkwaliteiten (gelderland.nl)

18

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

4 Conclusies 4.1 Overzicht van de bevindingen De nieuwbouw en herinrichting van het terrein leiden niet tot overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten, zolang het aantasten van bezette nesten van broedvogels voorkomen wordt. Sloop van het bakhuis leidt mogelijk tot aantasting van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus en vogels waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. Dat geldt ook voor werkzaamheden aan het dak van de kapschuur wanneer deze verlengd wordt. Voor de sloop is aanvullend onderzoek naar huismus nodig om te bepalen of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen en of een ontheffing nodig is voor de sloop. Naar verwachting is het mogelijk om onder voorwaarden een ontheffing te krijgen. Voor werkzaamheden aan de kapschuur volstaat het om de werkzaamheden aan het dak buiten het broedseizoen uit te voeren. Voorkom lichtverstoring van vleermuizen door geen verlichting op bomen en hoge struiken te richten. Effecten op overige beschermde, niet-vrijgestelde soorten zijn uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde gebieden zijn uitgesloten, maar het is mogelijk dat bevoegd gezag ter bevestiging om een stikstofberekening vraagt. Soortbescherming

Aanwezig

Effect

Aanbevelingen

Flora – beschermde soorten Vogels – jaarrond beschermde nesten Vogels – algemene broedvogels Vleermuizen – verblijfplaatsen Vleermuizen – vliegroutes Vleermuizen – essentieel foerageergebied Vleermuizen – lichtverstoring Zoogdieren – gebouwbewonend Zoogdieren – grond- en boombewonend Zoogdieren – vrijgestelde soorten Overige beschermde soorten

nee ja mogelijk nee mogelijk nee mogelijk geen mogelijk mogelijk mogelijk

geen ja mogelijk geen geen geen mogelijk geen geen geen geen

geen zie 4.2 zie 4.2 geen zie 4.2 geen zie 4.2 geen geen zorgplicht zorgplicht

Gebiedsbescherming

Aanwezig

Effect

Aanbevelingen

Natura 2000 – doelsoorten/habitattypen Natura 2000 – stikstof GNN & GO

nee n.v.t. nee

geen geen* geen

zie bij 4.2 zie bij 4.2 zie bij 4.2

*mogelijk vraagt bevoegd gezag wel om een stikstofberekening ter bevestiging, maar de kans dat er sprake is van een meetbare toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is nihil.

4.2 Conclusies en aanbevelingen Soortenbescherming

•

•

•

19

Vogels - jaarrond beschermde nesten De sloop van het bakhuis leidt mogelijk tot aantasting van vaste, jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus. Er is nader onderzoek nodig om vast te stellen of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van huismus genoemd in artikel 3.1 lid 1 (doden), lid 2 (beschadigen, vernielen of wegnemen van nesten en eieren) en/of lid 4 (opzettelijk verstoren van vogels); Wanneer er nestlocaties van huismus aanwezig zijn, dient ontheffing te worden aangevraagd. Een onderdeel van een ontheffing is een activiteitenplan. Hierin wordt onder andere de mate en wijze van compensatie, mitigatie, de juiste periode van uitvoering en de gunstige staat van instandhouding behandeld. Werkzaamheden aan het dak van de kapschuur moeten worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van huismus, tenzij tijdens aanvullend onderzoek is vastgesteld dat huismussen niet onder het pannendak van de kapschuur nestelen.

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

•

•

•

•

•

•

Vogels – algemene broedvogels Voer mogelijk verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit of neem voorafgaand van het broedseizoen maatregelen om vestiging van broedgevallen binnen verstoringsgevoelige delen van het plangebied te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door beplanting sterk terug te snoeien of te rooien vóór half maart. Het broedseizoen is geen vaste periode, maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Bij start van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen is een broedvogelcheck door een erkend deskundige noodzakelijk om aanwezigheid van broedgevallen te onderzoeken. Indien nodig worden werkzaamheden uitgesteld totdat eventuele nesten verlaten zijn. Vleermuizen Negatieve effecten op vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen nodig ten aanzien van vleermuisverblijfplaatsen. Vrijblijvend kunnen in de toekomstige situatie nieuwe mogelijkheden voor vleermuizen gerealiseerd worden door bijvoorbeeld natuurinclusieve voorzieningen in de nieuwbouw aan te brengen of door vleermuiskasten aan bebouwing of bomen op te hangen. Vanuit de zorgplicht is het van belang om onnodige lichtverstoring van het mogelijke foerageergebied en vliegroute te voorkomen. Voorkom lichtverstoring in de actieve periode van vleermuizen.

De actieve periode van vleermuizen loopt globaal van april t/m november, waarbij ze tussen zonsondergang en zonsopkomst daadwerkelijk vliegen en gevoelig zijn voor verstoring. Overige soortgroepen Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van overige soortgroepen is niet aan de orde. Er zijn geen vervolgacties nodig voor deze soortgroepen. Wel geldt voor deze, net als voor alle soorten, de zorgplicht. T.a.v. zorgplicht en calamiteiten Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. In dit geval vooral door bij werkzaamheden in ‘groene’ terreindelen eventueel aanwezige dieren de kans te geven om te vluchten door in rustig tempo en zoveel mogelijk in één richting te werken zodat deze dieren naar een veilige plek kunnen vluchten; Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna.

Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

Gebiedsbescherming •

•

20

De locatie ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Nadere toetsing aan kernkwaliteiten en doelstellingen van GNN en GO is niet aan de orde. Gezien de grote afstand tot de Natura 2000-gebieden en relatieve kleinschaligheid van de ingreep zijn externe effecten door een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden uitgesloten. Gezien de aard van de ontwikkelingen en de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn overige negatieve effecten op Natura 2000-gebieden evenmin aan de orde. Verdiepende toetsing van effecten op Natura 2000-gebieden is niet aan de orde met mogelijke uitzondering van een stikstofberekening voor de toekomstige

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

gebruiksfase. Gezien de aard en schaal van de ontwikkelingen ten opzichte van de afstand tot Natura 2000-gebieden is de kans op een meetbare toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden nihil, mogelijk is zelfs netto sprake van een afname.

21

Quickscan Wet natuurbescherming Zwaluwenweg 5 te Wilp

30 september 2022

Bijlage A - Wettelijk Kader Inleiding In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. De bescherming was voorheen geregeld in respectievelijk de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Voor houtopstanden gold de Boswet. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden die de bovenstaande wetten vervangt. Wat betreft gebiedsbescherming is er weinig veranderd. Op het gebied van soortenbescherming hebben zich diverse wijzigingen voorgedaan. Zo zijn veel planten en vissen onder de nieuwe wet niet meer beschermd, terwijl een aantal zeldzame dagvlinders en libellen juist zijn toegevoegd. Verder is het bevoegd gezag in de meeste gevallen GS van de provincie, waar dat eerder de RVO was. De provincies hebben meer zeggenschap over het beleid, wat zich vooral uit in het feit dat er verschillen zijn in de vrijstellingslijsten van soorten waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting of bestendig beheer en onderhoud vrijstelling geld. Meer informatie over de Wet natuurbescherming is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies.

Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en heeft de bescherming en instandhouding van natuurgebieden in Nederland als doel. Daartoe zijn gebieden aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (VR-gebieden), Habitatrichtlijn (HR-gebieden) en het Verdrag van Ramsar (Wetlands). Beschermde Natuurmonumenten vervallen onder de Wet natuurbescherming omdat deze vrijwel geheel samenvallen met Natura 2000-gebieden. De VR- en HRgebieden worden samengevat onder de noemer Natura 2000. Voor de Natura 2000-gebieden worden/zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor specifieke vogelsoorten of habitats. Deze kunnen van gebied tot gebied verschillen. De hierboven genoemde gebieden kunnen overlappen. Activiteiten die een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden. Dat geldt ook voor activiteiten buiten de gebieden die een negatief effect hebben binnen het gebied, zoals een toename van stikstofemissie en -depositie met mogelijke gevolgen voor stikstofgevoelige habitattypen. Voor activiteiten is een vergunning mogelijk. Een vergunning wordt pas afgegeven wanneer een zogenaamde ‘habitattoets’ is doorlopen. Hieruit moet blijken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13066113/2