CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - toelichting (2021-64063)

gemeenteraad 20 december 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilpsedijk-N790 (2021-63595)14.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de PRA zijn deelgebieden opgenomen, hieruit blijkt dat in deelgebied 6 mogelijk sprake is van de aanwezigheid van afwerpmunitie. Indien binnen het CE-verdachte deelgebied 6 grond mechanisch wordt verdicht zullen aanvullende maatregelen ten aanzien van conventionele explosieven dienen te worden genomen. In hoofdstuk 5 van het PRA (bijlage 9) zijn de aanvullende maatregelen beschreven. Ten aanzien van het aanbrengen en verdichten van grond binnen het CE verdachte gebied 6 (afwerpmunitie) en de nieuwe sloot welke aan de Rijksstraatweg wordt aangelegd, dient voorafgaande aan de werkzaamheden aanvullend CE onderzoek plaats te vinden. Geadviseerd wordt om middels oppervlakte detectie in combinatie met het laagsgewijs gecontroleerd ontgraven, dit deel van het dijklichaam vrij te geven van CE. Vooraf aan de graafwerkzaamheden wordt een oppervlakte detectie uitgevoerd.

Detectieonderzoek conventionele explosieven Op basis van het vooronderzoek en de PRA (bijlage 9) heeft er ook een detectieonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van ijzerhoudende objecten in de ondergrond van het opsporingsgebied, aan te geven welke objecten een magnetische opbouw hebben die overeenkomt met de opbouw van de te verwachten explosieven en/of munitie en deze vervolgens te benaderen en te verwijderen. Na analyse en interpretatie van de detectiedata zijn, uit de vele waargenomen verstoringen, in totaal 290 stuks objecten aangemerkt als zijnde verdacht op CE tot een maximale diepte van 1,63 m –mv (gebied B). Deze verdachte objecten zijn in objectlijsten weergegeven (in bijlage 10) en moeten benaderd en geïdentificeerd worden om het gedetecteerde gebied te kunnen vrijwaren van CE. Deze gebieden zijn in blauw weergegeven op de overzichtstekening die is opgenomen in bijlage 10. Na analyse en interpretatie van de detectiedata zijn, uit de vele waargenomen verstoringen, in totaal 290 stuks objecten aangemerkt als zijnde verdacht op CE tot een maximale diepte van 1,63 m –mv (gebied B). Deze verdachte objecten zijn in objectlijsten weergegeven (in bijlage 10 ) en moeten voor het begin van de werkzaamheden benaderd en geïdentificeerd worden om het gedetecteerde gebied te kunnen vrijwaren van CE.

Conclusie De locatie is gedeeltelijk verdacht voor conventionele explosieven. Dit vormt geen belemmering voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Wel is het nodig om bij de uitvoering van werkzaamheden hier rekening mee te houden. Slechts voor 70% van het verdachte gebied is een detectieonderzoek mogelijk geweest in verband met de aanwezigheid van hekwerk en begroeiing. Voor de werkzaamheden moeten de verdacht objecten zoals opgenomen in bijlage 10 benaderd en geïdentificeerd worden om het gedetecteerde gebied te kunnen vrijwaren van CE. Vlak voor de realisatie zal de overige 30% worden onderzocht.

29

Wilpsedijk-N790

5.3.5

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur “NIBM”) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten als deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de ministeriële regeling NIBM 'Niet in betekenende mate bijdragen' zijn (onder andere) de volgende plannen vrijgesteld van toetsing: een plannen die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 ìg/m3.

Ter plaatse van het plangebied geldt volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland in de periode van 2020 tot 2030 (10 jaar na het beoogde vaststellingsjaar van het bestemmingsplan) in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde PM10-concentratie van minder dan 14 µg/m3. De gemiddelde NO2-concentratie bedraagt minder dan 9 µg/m3. De waarden liggen ver onder de grenswaarden. De luchtkwaliteit in voorst ter plaatse van het plangebied is dan ook goed te noemen.

Zoals beschreven in paragraaf 3.2 veranderd de situatie minimaal. De bestaande weg wordt met de beoogde ontwikkeling niet uitgebreid. Daarnaast wordt de snelheid omlaag gebracht. Met de beoogde ontwikkeling wordt dan ook geen toename in verkeersbewegingen verwacht. Vooralsnog wordt aangenomen dat het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat. 5.3.6

Externe veiligheid

Toetsingskader Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Op grond van deze benadering worden grenzen gesteld aan de risico's, waarbij wordt gelet op de kwetsbaarheid van de omgeving. Daarbij worden twee verschillende normen gehanteerd: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 per jaar als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkte kwetsbare objecten geldt deze norm als streefwaarde. Ten aanzien van het GR geldt er geen grenswaarde, maar een oriënterende waarde.

30

Wilpsedijk-N790

Figuur 5.1 Uitsnede risicokaart

Uit de risicokaart (figuur 5.1) blijkt in de omgeving van het plangebied meerdere risicobronnen zijn gelegen. Nabij het plangebied is aan de Rijksstraatweg 2 een stationaire risicobron, namelijk een LPG-tankstation, gelegen. Hiervoor geldt een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. Aan de zuidzijde doorkruist het plangebied de Rijksweg A1. Over deze rijksweg vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Hiervoor geldt eveneens een plaatsgebonden risico en een plaatsgebonden risico. Daarnaast is het gehele tracé van de A1 een plasbrandaandachtsgebied

Met onderhavige ontwikkeling worden geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Ook worden er geen nieuwe gebouwen en/of functies mogelijk gemaakt waarmee het groepsrisico wordt vergroot. Verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. Met het oog op externe veiligheid is het plan dus uitvoerbaar. 5.3.7

Ecologie

5.3.7.1 Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherminig (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming voorziet in het wettelijk kader voor de bescherming van Natura 2000-gebieden, 31

Wilpsedijk-N790

planten- en diersoorten en houtopstanden. In de Wet natuurbescherming zijn de provincies primair bevoegd gezag voor bescherming van soorten en natuurgebieden. Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan is in 2019 en 2020 in opdracht van de provincie Gelderland door Eelerwoude een natuurtoets opgesteld, zie bijlage 11 Toetsing Wet natuurbescherming. Hierbij is gekeken naar soortenbescherming, bescherming van gebieden, bescherming van houtopstanden en het Gelders Natuurnetwerk (GNN). 5.3.7.1.1

soortenbescherming

Planten In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden op basis van de aanwezige biotoop ook niet verwacht, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten Vleermuizen Het is niet uit te sluiten dat het plangebied een verblijfplaats en/of foerageergebied is voor vleermuizen. Omdat er geen bomen worden gekapt, worden negatieve effecten voor vleermuizen niet verwacht. Met betrekking tot het foerageergebied en de vliegroutes van de vleermuizen zal de herinrichting geen negatief effect hebben op de functionaliteit van het gebied als zodanig, mits aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: Handhaven van bomen en groenstructuren; Werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren (met name in actieve periode van vleermuizen- april t/m november); Geen (extra) verlichting aanbrengen; Nodige bouwverlichting niet onnodig in de nachtelijke uren laten branden of richten in de boomkronen Overige zoogdieren Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat binnen het plangebied diverse (algemeen) voorkomende zoogdieren aanwezig kunnen zijn. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van deze soorten. Negatieve effecten op soorten als bunzing, hermelijn, wezel en eekhoorn zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn ter plaatse van de werkzaamheden niet aangetroffen en worden niet verwacht.

Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soorten. De bossingels, bospassage en watergangen blijven behouden. Een negatief effect op beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten. Voor egel, das en steenmarter geldt dat negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Ten opzichte van de oude situatie veranderd er weinig aan de weg zoals deze er in huidige situatie bij ligt.

Conclusie Voor het onderdeel soortenbescherming wordt op basis van het uitgevoerde onderzoek geconcludeerd dat belangrijke negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet worden verwacht. 5.3.7.1.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Natura 2000 bestaat uit natuurgebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Het plangebied ligt geheel in het buitengebied van Voorst. Grenzend aan het plangebied zijn geen Natura 2000 gebieden aanwezig. Het plangebied ligt wel op zeer korte afstand tot de uiterwaarden van de IJssel, die zijn aangewezen als Natura 2000 gebied "Rijntakken". Derhalve zou de planontwikkeling (in)direct van invloed kunnen zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van de hier aanwezige natuurwaarden. Het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen voor 14 habitattypen, 11 habitatsoorten, 12 broedvogelsoorten en 26 niet-broedvogelsoorten. 32

Wilpsedijk-N790

Uit de uitgevoerde effectenbeoordeling wordt het volgende geconcludeerd.

Habitattypen Directe en indirecte effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen zijn uit te sluiten. Dit mede doordat betreffende habitattypen ter plaatse van de werkzaamheden ontbreken en de aanwezige effecten in de aanlegfase en gebruiksfase beperkt blijven tot het plangebied en een kleine zone eromheen.

Habitatsoorten Negatieve effecten op de kwalificerende habitatsoorten zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied ter plaatse van het plangebied. Werkzaamheden worden op enige afstand uitgevoerd buiten het Natura 2000-gebied en buiten de invloedsfeer van de aanwezige leefgebieden. De werkzaamheden hebben dan ook geen invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende soorten.

Broedvogels Negatieve effecten op de kwalificerende broedvogels zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied ter plaatse van de werkzaamheden. Werkzaamheden worden op enige afstand uitgevoerd buiten het Natura 2000-gebied en buiten de invloedsfeer van de aanwezige leefgebieden. De werkzaamheden hebben dan ook geen invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende broedvogelsoorten.

Niet- Broedvogels Negatieve effecten op de kwalificerende niet-broedvogels zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied ter plaatse van de werkzaamheden. Werkzaamheden worden op enige afstand uitgevoerd buiten het Natura 2000-gebied en buiten de invloedsfeer van de aanwezige leefgebieden. De werkzaamheden hebben dan ook geen invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende niet-broedvogelsoorten.

Stikstofdepostitie De voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot een verhoogde stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied de Rijntakken (gelegen op circa 810 meter van het plangebied). Ten opzichte van de huidige situatie zal de verkeersbeweging in de gebruiksfase niet toenemen, waardoor eveneens geen sprake van significant negatieve effecten aanwezig is door stikstofdepositie in de gebruiksfase. Voor de aanlegfase van deze provinciale weg is een AERIUS- berekening noodzakelijk. Daarom is voor de beoogde ontwikkeling een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 12 Memo stikstofdepostitie. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor de aanlegfase van de beoogde ontwikkeling sprake is van een stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Middels een voortoets is onderzocht of de stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jaar leidt tot significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Rijntakken.Deze Voortoets is opgenomen in bijlage 13. De zeer geringe en tijdelijke toename van maximaal 0,02 en 0,01 mol/ha/jaar als gevolg van het plan leidt niet tot effecten op de kwaliteit van de verschillende leefgebieden.

Voor de bovengenoemde leefgebieden en habitattype geldt dan ook dat de berekende toename tijdens de aanlegfase geen fysische en ecologische merkbare betekenis heeft voor de kwaliteit van het habitattype en leefgebied van de aangewezen Habitaten Vogelrichtlijnsoorten. Op basis van bovenstaande wordt gesteld dat de realisatie van het vrijliggende fietspad langs de Wilpsedijk geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellen van Natura 2000-gebied Rijntakken. Daarmee zijn er geen belangrijke milieueffecten wat betreft het aspect stikstofdepositie 33

Wilpsedijk-N790

Gelders natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Zoals blijkt uit paragraaf 4.2.3 ligt het plangebied op enkele plekken tussen de 5 en 20 meter van de GNN-gebieden. In het uitgevoerde ecologische onderzoek (bijlage 11) is onderzocht of onderhavige ontwikkeling negatieve effecten heeft op deze gebieden. Hieruit blijkt dat met de voorgenomen werkzaamheden geen negatieve effecten worden verwacht op de wezenlijk waarden en kenmerken van het GO-gebied. Met dit bestemmingsplan vinden er geen wijziging van bestemmingen plaats, zowel in de oude als in de nieuwe situatie blijft het plangebied voor verkeersdoeleinden behouden. Voor het onderdeel Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone wordt geconcludeerd dat belangrijke negatieve milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet worden verwacht.

5.3.7.1.3

Houtopstanden

Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of er hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden. Voor de beoogde ontwikkeling wordt op enkele plekken langs het tracé een boom gekapt. Hiervoor wordt een kapvergunning aangevraagd en de bomen worden natuurlijk gecompenseerd.

Daarnaast wordt er begroeiing aan de randzone van enkele percelen verwijderd. Om die reden heeft de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijke effecten op houtopstanden. Zekerheidshalve is er een Bomen Effect Analyse uitgevoerd.

Bomeneffecten rapportage Voor de herinrichting van de N790 is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 14. De BEA bestaat uit het opnemen en beoordelen van de aanwezige bomen binnen de invloedzone van de voorgenomen plannen. Daarnaast richt de BEA zich op het uitvoeren van gericht groeiplaatsonderzoeken, het benoemen van randvoorwaarden en opstellen van boombeschermende maatregelen om de te handhaven bomen duurzaam in stand te houden. Deze BEA heeft tot doel vanuit het ontwerp inzicht te geven in de huidige situatie en de mogelijke gevolgen van plannen voor de toekomstverwachting van de aanwezige bomen. Vervolgens het verstrekken van randvoorwaarden en aanbevelingen waaraan ten minste moet worden voldaan, om minimaal de huidige toekomstverwachting van de bomen te kunnen handhaven en boomschades tot een minimum te beperken. Uit de onderzoeksresultaten is geconcludeerd dat 4 bomen niet te handhaven zijn vanwege de aanleg van infrastructuur te dicht op de boom. Voor 3 bomen geldt dat deze bomen wel te handhaven zijn na planaanpassing. Voor 26 bomen geldt dat deze te handhaven zijn met in achtneming van eisen en randvoorwaarden. 34

Wilpsedijk-N790

Voor 16 bomen geldt dat deze te handhaven zijn en de voorgenomen werkzaamheden geen negatieve gevolgen hebben voor de toekomstverwachting. Randvoorwaarden en boombeschermende maatregelen zijn in het onderzoek per tracé opgesteld, voor de bomen waar werkzaamheden van invloed kunnen zijn op de toekomstverwachting. Hierbij gaat het om het instellen van beschermde boomgebieden, aanbrengen van stambescherming, het aangeven van minimale graafafstanden en stellen van randvoorwaarden m.b.t. ophogingen. Daarnaast zijn er algemene randvoorwaarden en aanbevelingen opgesteld die betrekking hebben op het totale project. 5.3.8

Leidingen en kabels

Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

Er zijn binnen het plangebied geen kabels en leidingen bekend die planologisch-juridische regeling in het bestemmingsplan behoeven.

5.4

Archeologie en cultuurhistorie

5.4.1

Archeologie

In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het Verdrag van Malta wordt gesteld dat de archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaren en alleen opgraven als behouden in de bodem niet mogelijk is; in ruimtelijke ordening (planvorming) al vroegtijdig rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Wettelijk kader De bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door bodemverstorende activiteiten was in de Monumentenwet 1988 geregeld. Echter is deze wet per 1 juli 2016 vervallen. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet en deze treedt naar verwachting in 2022 in werking.

Tot die tijd zijn de artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar deze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Hierbij wordt uitgegaan van het zo vroeg mogelijk betrekken van de archeologische waarden in het ruimtelijke ordeningsproces. Specifiek voor het bestemmingsplan is hierop artikel 38a van de Monumentenwet van toepassing: “De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten".

35

Wilpsedijk-N790

Bestemmingsplan Buitengebied, tweede herziening De archeologische waarden zijn in het bestemmingsplan Buitengebied, tweede herziening vertaald naar een dubbelbestemming. Het plangebied kent vijf archeologische dubbelbestemmingen (Waarde Archeologie 2 tot en met Waarde - Archeologie 5 ). Dit betekent dat voor een delen van het plangebied een hoge verwachtingswaarde geldt. De voorschriften die bij deze archeologische waarden horen worden overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. In het kader van de bestemmingsplanwijziging voor de planontwikkeling moest dan ook een Archeologisch Bureauonderzoek worden uitgevoerd, als eerste stap in de Archeologische Monumentenzorgcyclus. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren, om het gespecificeerde Archeologisch Verwachtingsmodel nader te toetsen en aan te vullen. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 15 van deze toelichting.

Archeologisch onderzoek Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek uitgevoerd(bijlage 15) Op basis van het uitgevoerde booronderzoek kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen planrealisatie mogelijk kan leiden tot de aantasting van behoudenswaardige archeologische resten. De kans op de aanwezigheid van relevante archeologische resten wordt, op basis van de aangetroffen bodemopbouw, aanwezig geacht. De noodzaak tot vervolgonderzoek is echter volledig afhankelijk van de locatie en de diepte van de graafwerkzaamheden die voor de aanleg van het fietspad noodzakelijk zijn. Details voor wat betreft de uitvoering van de geplande werkzaamheden zijn echter nog niet beschikbaar. Met het oog op de concretisering van de voorgenomen plannen, alsook de verdere advisering m.b.t. archeologie in het kader van de uitvoering dit project zijn advieskaarten vervaardigd (zie Afbeelding 19 t/m 23 van bijlage 15). Voor wat betreft het dijklichaam dat uit opgebrachte grond bestaat, wordt geadviseerd om alleen bij diepere graafwerkzaamheden in de dijktaluds onderzoek te doen uitvoeren naar de opbouw en fasering van de dijk.

5.4.2

Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Landgoed Grenzend aan het plangebied is een bestaand landgoed aanwezig. Behoud van de bestaande landgoederen is van grote betekenis voor de ruimtelijke kwaliteit en de beleving van het buitengebied. Met de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met dit landgoed. Ter hoogte van het landgoed wordt de hellingshoek van de dijk aangepast, zodat de landschappelijke elementen van het landgoed behouden blijven. Een deel van de heg die momenteel op de dijk staat is door de loop van de tijd verdwenen. Met de aanpassing van de dijk zal deze haagstructuur in ere hersteld worden.

Militair erfgoed Ter hoogte van de Lazaruskolken ligt verborgen in de dijk een inlaatwerk van de IJssellinie. Momenteel zijn enkel nog betonnen elementen aan het maaiveld zichtbaar. Met onderhavige plan wordt met de landschappelijke inpassing verwezen naar deze inlaat, zodat deze cultuurhistorie meer zichtbaar wordt. Ter hoogte van dit inlaatwerk wordt de berm (buitenbermen en tussenberm) in verharding uitgevoerd, verwijzend naar het inlaatwerk. Ook wordt het hekwerk dat hier heeft gestaan eventueel terug gebracht. Op de parkeerplaats en op het hekwerk langs het fietspad zal een informatiebord worden geplaatst. In bijlage 2 figuur 6 wordt een schets van de beoogde inpassing van dit inlaatwerk weergegeven. 36

Wilpsedijk-N790

Industrieel erfgoed Ter hoogte van de kruising met de N344 staat een oude zagerij die momenteel wordt gerenoveerd. Deze staat aan het gedeelte van de dijk die niet meer een waterkerende functie heeft. Om de zagerij voldoende ruimte te geven wordt de dijk hier naar de buitendijkse zijde uitgebreid.

Conclusie Met onderhavige ontwikkeling wordt de cultuurhistorie binnen het plangebied niet aangetast. Met behulp van een goede landschappelijke inpassing wordt deze bestaande cultuurhistorie behouden en op sommige plekken juist versterkt of teruggebracht in het gebied.

5.5

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de realisering van de het vrijliggende fietspad worden met de betrokken grondeigenaren gesprekken gevoerd over de aankoop van de benodigde gronden. In eerste instantie heeft overleg plaatsgevonden met een aantal grondeigenaren over grondmobiliteit. Na dit proces is verwerving van de benodigde gronden ingestoken in beginsel om er in der minne uit te komen. Gesprekken hierover zijn nog gaande. Binnen de projectbegroting zijn daarvoor reserveringen gedaan. Mocht niet in alle gevallen minnelijke schikking worden bereikt, dan kan eventueel tot onteigening worden overgegaan. Zo nodig zal de plantoelichting in de verdere planprocedure worden afgestemd op de meest actuele stand van zaken. Gelet op de financiële reserveringen is het plan uitvoerbaar.

Grondexploitatie Voor het voorliggende bestemmingsplan wordt geen exploitatieplan opgesteld. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de uitvoeringskosten van het project komen geheel voor rekening van de Provincie Gelderland.

37

Wilpsedijk-N790

Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planopzet

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en inzet van zogenaamde flexibiliteitsinstrumenten.

De planregels zijn als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1: inleidende regels; Hoofdstuk 2: bestemmingsregels behorend bij de verschillende bestemmingen; Hoofdstuk 3: algemene regels die verschillende algemene bepalingen bevatten die van toepassing zijn op elke bestemming uit hoofdstuk 2; Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels.

6.2

Planopzet

6.2.1

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld goot- en bouwhoogte te bepalen. 6.2.2

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch Alle gronden rondom de verkeersbestemming, die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan zijn voorzien van de bestemming Agrarisch. In de bestemmingsomschrijving is aangegeven dat deze gronden bestemd zijn voor agrarische doeleinden. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheiding worden gebouwd. Voordersteeg 39 Voor de gronden op het perceel Voordersteeg 39 is door middel van de figuur 'relatie' aangegeven dat de twee bouwvlakken deel uit maken van elkaar. Het gezamenlijk te bebouwen oppervlak aan gebouwen bedraagt maximaal 82 m2;

Verkeer In het plan is voor de wegen, alsmede op en voet- en fietspaden de bestemming Verkeer opgenomen. Binnen de bestemming Verkeer zijn tevens bijbehorende voorzieningen toegestaan. Op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel voorkomen, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan, wordt er gesproken van een 'dubbelbestemming'. Om in het kader van de Wet geluidhinder de ligging van de N790 vast te leggen is een figuur 'as van de weg' opgenomen op de verbeelding. Het midden van de weg dient gelegen te zijn ter plaatse van deze figuur. Met een omgevingsvergunning kan de ligging ten opzichte van de 'as van de weg' met maximaal 1 meter worden afgeweken. Hiertoe dient aangetoond te worden dat er geen strijdigheid optreedt met de 38

Wilpsedijk-N790

Wet geluidhinder of andere relevante wetgeving

In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Waarde - Archeologie - 1 Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van bepaalde werkzaamheden.

Waarde - Ecologie - GNN en Waarde - Ecologie - GO Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen voor gronden die voorheen waren aangewezen als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit betreft zowel gerealiseerde als nog te realiseren natuur. Onder de Gelderse natuurgebieden vallen alle Natura 2000-gebieden, het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszones (GO). Laatstgenoemd gebieden vervullen een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De provincie en haar partners streven samen naar een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. De Groene Ontwikkelingszone (GO) heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk vervlochten zijn met het GNN. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De Ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden. Enkele weidevogelreservaten maken deel uit van het GNN. Door de samenhang met de aangrenzende en inliggende natuur van het GNN herbergt de GO ook kenmerkende natuurwaarden.

Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de eisen van het GNN en de GO. Indien het plan dusdanig wordt aangepast moet deze opnieuw worden getoetst aan de gestelde regels. Om dit te borgen zijn deze dubbelbestemmingen opgenomen.

Waarde - Landgoed Voor de bijbehorende gronden van het naastgelegen de landhuizen is de dubbelbestemming Waarde Landgoed opgenomen. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud en samenhangend beheer van landgoederen en het behoud van de cultuurhistorische waarden van de landgoederen. Daarnaast biedt deze dubbelbestemming een specifieke regeling voor gronden behorende tot een landgoed. Dit betekent dat onder andere de verplichting als gevolg van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals opgenomen in de enkelbestemmingen en in een aantal dubbelbestemmingen, niet van toepassing is. Ook is de onderlinge uitwisselingen van functies binnen de bestemming Waarde - Landgoed mogelijk gemaakt.

Waarde - Landschap In de dubbelbestemming Waarde - Landschap zijn de landschapswaarden beschreven die in het Landschaps Ontwikkelingsplan (LOP) zijn opgenomen. Deze dubbelbestemming is er op gericht het belang van de herkenbaarheid, de samenhang en de kenmerkende karakteristieken van het landschap te behouden, en waar mogelijk te versterken. Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het landschap, bijvoorbeeld het vergroten van bouwvlakken worden alleen mogelijk gemaakt indien aangetoond wordt dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van ter plaatse aanwezige landschappelijke waarden zoals opgenomen in de dubbelbestemming. In bepaalde gevallen kan bij nieuwe ontwikkelingen als voorwaarde gesteld worden 39

Wilpsedijk-N790

dat er voldoende landschappelijke inpassing gerealiseerd wordt. In de dubbelbestemming worden alle voor het plangebied te behouden, te beschermen, te versterken en te ontwikkelen landschapswaarden benoemd. Voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden is een vergunningsplicht opgenomen. Hierbij is een tabel opgenomen waarin per onderscheiden waarde is aangegeven voor welke werken en werkzaamheden een uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning geldt.

Waterstaat - Waterkering Voor waterkeringen is de functie tot uitdrukking gebracht in de dubbelbestemming Waterstaat Waterkering. Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de onderliggende bestemming is uitsluitend toegestaan als hiervoor vergunning is verleend door het bevoegd gezag. Vergunning wordt verleend als de functie hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de beheerder, voordat ze beslist op het verzoek om af te wijken.

Waterstaat - Waterstaatkundige functie Dit artikel is opgenomen om de 'ruimte voor die rivier' te waarborgen.

In dit bestemmingsplan komt de volgende gebiedsaanduiding voor: Veiligheidszone - lpg De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden en tenslotte wijzigingsbevoegdheden.

40

Wilpsedijk-N790

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Uitkomst vooroverleg

Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. Over het plan wordt ambtelijk vooroverleg plaatsgevonden met de Provincie Gelderland en het waterschap. Daarnaast is de gemeente Deventer op de hoogte gesteld van de ontwikkeling. Hierbij zijn geen belemmeringen voor de planvorming naar voren gekomen.

7.2

Inspraak

In het kader maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn de omwonenden en belanghebbenden rondom het plangebied in de aanloop voor de beoogde ontwikkeling op verschillende momenten op de hoogte gesteld over de voortgang van de ontwikkeling. Vanaf 2014 zijn verschillende varianten onderzocht voor de inrichting van de Wilpsedijk tussen Wilp en Steenenkamer. Op 23 september 2014 is een informatiebijeenkomst gehouden voor bewoners. Tijdens deze bijeenkomst zijn verschillende varianten gepresenteerd. Mede naar aanleiding van de binnengekomen reacties heeft de provincie Gelderland in 2015 besloten de toekomstige snelheid op de Wilpsedijk te heroverwegen. Verschillende argumenten leidden ertoe dat het advies is afgegeven om de weg in te richten met een maximumsnelheid van 60 km/u. Vervolgens is voor de herinrichting van de Wilpsedijk een voorkeursvariant opgesteld. In deze variant is een vrijliggend fietspad ingepast, deels binnendijks en deels buitendijks van de Wilpsedijk. Vanaf januari 2018 zijn keukentafelgesprekken gevoerd met direct aanwonenden en (grond)eigenaren. Hierbij is inzage gegeven in de voorlopige plannen en schetsontwerp. Tijdens een informatiebijeenkomst voor bewoners, eind 2018, is het schetsontwerp en de voorkeursvariant met het publiek gedeeld.

Mede naar aanleiding van binnengekomen reacties is op advies van ontwerpers en de verkeerskundige begin 2019 besloten, dat voor de Wilpsedijk een vrijliggend fietspad geheel binnendijks de beste keuze is. Op deze manier wordt tevens een goede aansluiting gecreëerd met het kruispunt N344 bij Steenenkamer. In 2019 en 2020 zijn opnieuw keukentafelgesprekken gevoerd met direct aanwonenden en (grond)eigenaren aan de hand van het schetsontwerp. Ideeën en wensen van de direct aanwonenden en (grond)eigenaren zijn indien mogelijk verwerkt in het definitieve ontwerp.

7.3

Zienswijzen

Het plan heeft vanaf 10 juni 2021 tot en met 21 juli 2021 ter inzage gelegen. Tegen dit plan zijn 5 zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijzen zijn in de zienswijzennotitie samengevat en voorzien van een reactie. De zienswijzennotitie is opgenomen in bijlage 16. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn enkele wijzigingen in de planregels van het bestemmingsplan doorgevoerd, hierdoor wordt het plan gewijzigd vastgesteld.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10807258/1