Bestemmingsplan toelichting (2021-30837)
Tekst van het document
De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier, aangevuld met de GBKN, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan.
32
Zeedijk 23, Nijbroek
6.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog uitvoering kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Algemene gebruiksregels Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als die niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze specifieke gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten. Ook permanente bewoning van recreatiewoningen is niet toegestaan. 6.2.4
Overgangs- en slotregels
In dit deel van de regels zijn het overgangsrecht en de slotregels opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregel geeft aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
6.3
Bestemmingen
6.3.1
Agrarisch met waarden - Landschap
De bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. Deze gronden zullen na de uitvoering van de landschappelijke maatregelen zoals genoemd in het functieveranderingsplan, landschappelijke en ecologische waarden hebben. De bestemmingsregeling is er op gericht om deze nieuwe waarden mogelijk te maken en in de toekomst te handhaven en eventueel te versterken. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend afrasteringen tot een hoogte van maximaal 1 m geplaatst worden. Andere bouwwerken zijn niet toegestaan. Er is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, en werkzaamheden opgenomen. 6.3.2
Bos
De bestemming 'Bos' wordt gebruikt ten behoeve van de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden. Deze bestemming geldt voor het nieuw aan te planten bos. Binnen de bestemming ´Bos' zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige landschappelijke en bosbouwkundige waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, opgenomen.
6.3.3
Groen
De bestemming 'Groen' wordt gebruikt om het structurele groen zoals hagen en singels te bestemmen. Binnen de bestemming zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan.
33
Zeedijk 23, Nijbroek
6.3.4
Water
De sloten binnen het plangebied hebben de bestemming 'Water' gekregen. Alleen lage bruggetjes zijn hier toegestaan. 6.3.5
Wonen
Bestemmingsomschrijving De gronden binnen de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed & breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. Bouwvlak Er is gekozen voor een systematiek waarbij de woningen en de bijgebouwen binnen een bouwvlak dienen te worden gebouwd. Binnen het bouwvlak van de bijgebouwen is bepaald dat het aantal wooneenheden nul mag bedragen, waardoor op die locatie dan ook uitsluitend een bijgebouw opgericht kan worden. Voor de bestaande boerderij gelden de bestaande hoogtematen als maximum met een kleine afwijking voor het isoleren van de kap. Voor de aanbouw en de nieuwe woning is een maximale goot- en nokhoogte opgenomen via een aanduiding op de verbeelding. Dit geldt ook voor de nieuwe bijgebouwen. Andere bouwwerken kunnen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 100 m², binnen het bouwvlak.
Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woningen en de bijgebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen per bouwperceel maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst.
De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting. Het gebruik van de nieuwe woning als woning is namelijk alleen toegestaan als er een ruimtelijke kwaliteitsimpuls tegenover staat in de vorm van aanleg van beplanting, en het gebruik van passende verharding en afrastering. De kwaliteitsimpuls komt ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied. Om deze onderlinge relatie tussen de mogelijkheden voor de bouw van het woongebouw met bijgebouwen en de kwaliteitsimpuls juridisch vast te leggen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze is gekoppeld aan het bij de regels gevoegde functieveranderingsplan. 34
Zeedijk 23, Nijbroek
6.3.6
Leiding - Hoogspanning
De bestemming 'Leiding - Hoogspanning' geldt voor de gronden waar hoogspanningsmasten en kabels mogen worden geplaatst. Op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van terreinafscheidingen tot 1 meter hoog en bouwwerken die worden geplaatst ten behoeve van de verplaatsing van elektriciteit. Voor deze laatste geldt een bouwhoogte van maximaal 70 meter hoogte. 6.3.7
Waarde - Cultuurhistorie
De voor ´Waarde - Cultuurhistorie´ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en het herstel van de waardevolle cultuurhistorische bebouwingskenmerken en -elementen. Deze dubbelbestemming is in dit bestemmingsplan opgenomen voor de boerderij om te voorkomen dat deze wordt veranderd zonder de cultuurhistorische waarde in acht te nemen, of wordt gesloopt. 6.3.8
Waarde - Landschap
De voor ´Waarde - Landschap´ aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke waarden waarbij deze gronden niet mogen worden ingericht ten dienste van de nabij gelegen woning. Deze dubbelbestemming is opgenomen om te voorkomen dat op bepaalde plekken die vanuit landschappelijke belangen onbebouwd dienen te blijven, vergunningsvrij kan worden gebouwd.
6.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
6.4.1
Inleiding
Flexibiliteit in een bestemmingsplan leidt tot enige beleidsruimte om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van een bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitsbevoegdheden (artikel 3.6 Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door onder andere het afwijken van de regels of het wijzigen van het plan. 6.4.2
Afwijken van de regels
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. Binnen de bestemming Wonen zijn 4 afwijkingsmogelijkheden opgenomen. 2 daarvan hebben te maken met de aan huis toegestane bedrijven en 2 met de opgenomen voorwaardelijke verplichting. Er bestaat de mogelijkheid om in plaats van de landschapsmaatregelen uit het functieveranderingsplan andere landschapsmaatregelen te treffen die voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden zoals nu in het plan is opgenomen. Verder kan uitstel worden verleend van de termijn van uitvoering van de landschapsmaatregelen. Binnen de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om toe te staan dat de goot- of bouwhoogte, kap vorm of oppervlakte, de gevelindeling, indeling van vensters, dak- en gevelmaterialisatie, deuropeningen en/of de ligging van de boerderij wordt gewijzigd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van het gebouw en er rekening wordt gehouden met ligging en context van het bestaande gebouw.
Daarnaast zijn in dit bestemmingsplan de volgende algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen: a. voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Ook geldt deze afwijking alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bestemmingsvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid, vanwege een te grote impact op de omgeving; 35
Zeedijk 23, Nijbroek
b. voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt; c. voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan, maar te regelen via een afwijking, zodat voorwaarden gesteld kunnen worden. Eén van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg hiervan mededeling worden gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd; d. voor het mogelijk maken van een opstelling van zonnepanelen op de grond. 6.4.3
Wijzigingsregels
Naast de afwijkingsregels zijn er ook wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen voor ontwikkelingen waarvoor een zwaarder afwegingskader geldt dan bij afwijken. Daarnaast gaat een wijzigingsbevoegdheid gepaard met een aanpassing van de verbeelding. De wijziging treedt in werking na de vaststelling van een afzonderlijk wijzigingsplan. Binnen de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Burgemeester en Wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door deze geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien naar het oordeel van de gemeentelijke deskundige, ondersteund door een advies van een onafhankelijke deskundige, voldoende duidelijk is dat een bouwwerk niet of niet meer als karakteristiek kan worden beschouwd. Daarnaast bevat het bestemmingsplan 2 algemene wijzigingsbevoegdheden: Overschrijding bestemmingsgrenzen: voor zover dit van belang is voor de betere realisatie van de bestemmingen dan wel noodzakelijk is in verband met de werkelijke situatie. De overschrijding bedraagt maximaal 3m en het bestemmingsvlak mag hooguit 10% worden vergroot; Categorie indeling Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten kan worden gewijzigd indien als gevolg van technische en/ of milieuhygiënische ontwikkelingen de milieubelasting van de betreffende bedrijven wijzigt.
36
Zeedijk 23, Nijbroek
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten vooroverleg artikel 3.3.1 Bro
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In artikel 3.1.1. wordt bij lid 2 de mogelijkheid gegeven dat de Minister van Infrastructuur en Milieu kan aangeven onder welke omstandigheden of in welke gevallen geen overleg gevoerd hoeft te worden met de rijksdienst die betrokken is bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Na overleg met de betrokken departementen is besloten het overleg te beperken tot die zaken waarbij directe belangen aan de orde zijn. Overigens zijn per 1 januari 2012 de voormalige VROM-inspectie en de Inspectie van Verkeer & Waterstaat samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Aangezien er geen sprake is van directe rijksbelangen heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie is een vergelijkbare afspraak gemaakt. Enkel wanneer er sprake is van een provinciaal belang is vooroverleg noodzakelijk. Het voorliggende plan is niet in strijd met enig provinciaal belang, waardoor er voor gekozen is geen vooroverleg te plegen. Het vooroverleg met het waterschap heeft plaats gevonden via de website http://www.dewatertoets.nl.
Hieruit is naar voren gekomen dat verder overleg niet noodzakelijk is.
7.2
Inspraak
Op 4 september 2006 heeft de gemeenteraad besloten dat het college van burgemeester en wethouders in het kader van de voorbereiding op ruimtelijke procedures waarmee zij is belast, slechts inspraak verleent voorafgaand aan de zienswijzenfase, als sprake is van een plan dat een ingrijpende verandering kan hebben op de ruimtelijke structuur van de gemeente Voorst. Hiervan is in dit geval geen sprake. Inspraak is om die reden achterwege gelaten.
37
Zeedijk 23, Nijbroek
38
Zeedijk 23, Nijbroek
Bijlagen
39
Zeedijk 23, Nijbroek
Bijlage 1 Asbestonderzoek
40
Milieuadviesbureau voor: • Bodemonderzoek • Bodemsanering • Milieuvergunningen Bezoekadres: Barkstraat 5 Raalte Tel: 0572 - 360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl IBAN/rek.nr NL 69 RABO 0142997862 K.v.K. Zwolle 05064200
Groenadviesbureau H.A. ten Have T.a.v. de heer H. ten Have Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Ons kenmerk:
Raalte,
Uw kenmerk:
16 december 2020
201047/dh01 Contactpersoon: dhr. D. Huntink Onderwerp: Verkennend asbestonderzoek Zeedijk 23 te Nijbroek
Bijlage: • boorstaten; • analysecertificaat • monsternameformulier • berekening asbestgehalte • tekening met monsterpunten
Geachte heer Ten Have,
Hierbij ontvangt u de onderzoeksresultaten inzake het uitgevoerde verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Zeedijk 23 te Nijbroek. 1. Aanleiding en doel Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten uit het voorgaand onderzoek. Het verkennend asbestonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit op de parameter asbest binnen RE-06 uit het voorgaand onderzoek. 2. Achtergrondinformatie De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Zeedijk 23 te Nijbroek en staat kadastraal bekend als: gemeente Nijbroek, sectie B, nummer 1207. Op de locatie is een woning met enkele bijgebouwen gesitueerd. De bijgebouwen zijn voorzien van een asbesthoudende dakbedekking. Het voornemen bestaat om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, de bijgebouwen te slopen en nieuwe woningen met bijgebouwen te realiseren. 3. Voorgaand onderzoek In augustus en september 2020 is door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (kenmerk 200659). De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek met betrekking tot het asbestonderzoek zijn; • in de actuele contactzone/drupzone en in de volledig puinhoudende laag is, met uitzondering van RE06, geen tot maximaal 37 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond; • het aangetoonde gewogen gehalte in RE-06 (110 mg/kg d.s.) overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.).
De overige aangetoonde gehalten blijven beneden de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.). 3. Onderzoeksstrategie Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest in RE-06 wordt veroorzaakt door 1 plaatje asbesthoudend plaatmateriaal. In afwijking op de norm voor nader asbestonderzoek zijn geen sleuven (30 x 200 cm) gegraven, maar putjes (30 x 30 cm) in aansluiting op de onderzoeksstrategie op verdachte locaties (strategie 6.4.5 uit de NEN-5707). De onderzoeksstrategie is samengevat in tabel 1. Tabel 1: veld- en laboratoriumonderzoek verkennend asbestonderzoek veldonderzoek [0,0 tot max. 0,8 m-mv] sublocatie/onderdeel RE-06 (mp 4+6 t/m 9)
5
#: in combinatie met onderzoek onverdacht
RAALTE Postbus 253, 8100 AG Tel: 0572-36 09 98 Fax: 0572-35 15 74
laboratoriumonderzoek 2 x asbest in grond 2 x asbest materiaal
#: putjes van 30 x 30 cm
Pagina 1 van 2 Op al onze aanbiedingen zijn van toepassing de “Regeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en Adviserend Ingenieursbureau (RVOI-2001)” die is gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage
4. Veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 24 november 2020 door de gecertificeerde medewerker dhr. W. Jansen van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het onderzoek zijn 5 monsterpunten gegraven (4a en 6a t/m 9a) tot maximaal 0,8 m-mv. De monsterpunten zijn weergegeven in tekening 1-1. Zintuiglijke waarnemingen Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie zijn op het maaiveld, ter plaatse van de reeds gesloopte stal, asbestverdachte materialen aangetroffen. Het aangetroffen materiaal is verzameld en ter analyse aangeboden (MVMmaaiveldinspectie). Tijdens het veldonderzoek is de opgegraven grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem sporen tot sterke bijmengingen aan puin waargenomen. Zintuiglijk is in monsterpunt 7a één stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het aangetroffen materiaal is ter analyse aangeboden (MVM-7a). Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen. De boorstaten zijn opgenomen in de bijlage. 5. Laboratoriumonderzoek Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen tijdens het veldonderzoek zijn (meng)monsters geselecteerd voor analyse. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 2.
De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in de bijlage 6. Analyseresultaten en toetsingskader Voor het asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest. Tabel 2: locatie RE-10 RE-11
analyseresultaten asbest monstergegevens monster monster-punt traject (m-mv) 7a 0,0-0,5 0,0-0,5 4a+6a+8a+9a
materiaal (mvm) >20 mm (mg) 920 -
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) bodem/puin bodem/puin > 0,5< 20 mm < 0,5 mm <0,4 n.a <0,5 n.a
gewogen* gehalte asbest in de bodem 14,5 <0,7
asbesttype soort asbest H/NH S H -
Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
7. Conclusies Zintuiglijk zijn in de vaste bodem sporen tot sterke bijmengingen aan puin waargenomen. Zintuiglijk is in monsterpunt 7a één stukje asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Het betreft niet hechtgebonden serpentijn asbest. In de fractie > 0,5 mm en < 20 mm is analytisch geen gewogen asbest aangetoond. Het gewogen gehalte aan asbest binnen RE-10 (monsterpunt 7A) bedraagt 14,5 mg/kg d.s.. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest overschrijdt de bepalingsgrens (1 mg/kg d.s.), maar blijft beneden de ½ interventiewaarde voor asbest (50 mg/kg d.s.). In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone [0,0~0,5 m-mv] binnen RE-11 (monsterpunten 4a+6a+8a+9a) is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit op de parameters asbest afdoende vastgelegd, en bestaat er geen aanleiding tot nader onderzoek en/of saneringswerkzaamheden. Wij adviseren om het aangetroffen asbesthoudende plaatmateriaal aan maaiveld middels handpicking te verwijderen. Met vriendelijke groeten, Hunneman Milieu-Advies Raalte BV
D. Huntink RAALTE Postbus 253, 8100 AG Tel: 0572-36 09 98 Fax: 0572-35 15 74
Pagina 2 van 2 Op al onze aanbiedingen zijn van toepassing de “Regeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en Adviserend Ingenieursbureau (RVOI-2001)” die is gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage
Bijlagen
04A
braak, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, schep, geroerd 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
-80
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er W . Ja n se n
06A
braak, m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an -80
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er W . Ja n se n
07A
braak, m aaiveld
0
0 -5
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, zwak puin, zwak asbest verdacht 1 st ukje AVM, schep
50
-40
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er W . Ja n se n
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
08A
-50
-80
t egel, m aaiveld
0
0 -5
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, st erk puin, schep
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, schep t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er W . Ja n se n
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
09A
-40
-50
-80
t egel, m aaiveld
0
0 -5
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, brokken puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -1 1 -2 0 2 0 boorm eest er W . Ja n se n
-50
-80
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
AO a sb e st Z e e d ijk 2 3 t e N ijb r oe k 201047 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Hunneman Milieu-Advies T.a.v. mevrouw L. van Hille Barkstraat 5 8102GV RAALTE
Uw kenmerk : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek Ons kenmerk : Project 1119624 Validatieref. : 1119624_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ Bijlage(n) : 5 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 30 november 2020 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 6536938 : MVM, MVM maaiveldinspectie: 0-1 : 24/11/2020
Asbest verzamelmonster Initialen analist Datum geanalyseerd
: G.N. : 24-11-2020
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898. Massa aangeleverde monster : 1429,0 g Droge massa aangeleverde monster : 1267,6 g Percentage droogrest : 88,71 m/m %
type onderzocht materiaal cement, golfplaat cement, daklei Totaal
massa onderzocht materiaal gebonden(gram) heid 491,3 hecht 776,3 hecht 1267,6
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
percentage serpentijn asbest (m/m %) chrysotiel 10-15 chrysotiel 10-15
percentage amfibool asbest (m/m %) crocidoliet 2-5 amosiet 2-5
aantal geanalyseerde deeltjes 6 10 16 Ondergrens Bovengrens
serpentijn massa asbest (mg) 61412,5 97037,5 158450,0 126760 190140
amfibool massa asbest (mg) 17195,5 27170,5 44366,0 25352 63380
: Serpentijn en Amfibool : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 160000 0,0 160000
amfibool asbest 44000 0,0 44000
totaal afgerond 200000 0,0
Totaal massa asbest: 200000 mg
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Tabel 2 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 6536939 : 7A, MVM 7A: 0-40 : 24/11/2020
Asbest verzamelmonster Initialen analist Datum geanalyseerd
: A.Z. : 24-11-2020
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898. Massa aangeleverde monster : 10,9 Droge massa aangeleverde monster : 7,4 Percentage droogrest : 67,89
type onderzocht materiaal cement, golfplaat Totaal
massa onderzocht materiaal gebonden(gram) heid 7,4 hecht 7,4
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
g g m/m % percentage serpentijn asbest (m/m %) chrysotiel 10-15
percentage amfibool asbest (m/m %)
aantal geanalyseerde deeltjes 1 1 Ondergrens Bovengrens
serpentijn massa asbest (mg) 925,0 925,0 740 1110
amfibool massa asbest (mg) 0,0 0,0 0 0
: Serpentijn : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 920 0,0 920
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 920 0,0
Totaal massa asbest: 920 mg
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Tabel 3 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 6536940 : RE-10, RE-10: 0-50 : 24/11/2020
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: K.K. : 26-11-2020
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
14560 12638 86,8 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 11504,2 92,5 10,4 0,09 n.v.t. n.v.t. 283,3 2,3 52,6 18,57 0 0,0 223,0 1,8 80,5 36,10 0 0,0 116,2 0,9 116,2 100,00 0 0,0 157,4 1,3 157,4 100,00 0 0,0 154,2 1,2 154,2 100,00 0 0,0 0,1 0,0 0,1 100,00 0 0,0 12438,4 100,0 571,4 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,3 0,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,8
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,4 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Tabel 4 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 6536941 : RE-11, RE-11: 0-50 : 24/11/2020
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: M.M. : 26-11-2020
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
15240 13411 88,0 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 12451,2 94,8 12,6 0,10 n.v.t. n.v.t. 210,8 1,6 43,3 20,54 0 0,0 148,9 1,1 44,5 29,89 0 0,0 67,4 0,5 67,4 100,00 0 0,0 104,8 0,8 104,8 100,00 0 0,0 155,2 1,2 155,2 100,00 0 0,0 0,1 0,0 0,1 100,00 0 0,0 13138,4 100,0 427,9 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,2 0,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,9
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,5 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Tabel 5 van 5 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
6536938
MVM, MVM maaiveldinspectie: 0-1
MVM maaive
0.00-0.01
1643991MG
6536939
7A, MVM 7A: 0-40
MVM 7A
0.00-0.40
99900486399
6536940
RE-10, RE-10: 0-50
RE-10
0.00-0.50
1643993MG
6536941
RE-11, RE-11: 0-50
RE-11
0.00-0.50
1643992MG
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1119624 : 201047-AO asbest Zeedijk 23 te Nijbroek : Hunneman Milieu-Advies
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: QLJI-NSFJ-NCPV-DIQQ
Ref.: 1119624_certificaat_v1
Berekening asbestgehalten in bodem/puin Zeedijk 23 Nijbroek 201047 10-12-2020
Project: Projectnr.: Datum:
Asbestmaterialen op maaiveld [materiaalverzamelmonster fractie > 20 mm] monsterpunt (mp) / ruimtelijke eenheid (RE)
gewogen asbest (mg)
lengte mp breedte diepte mp (m) mp (m) (m)
volume (m3)
s.g. dr. stof insp. eff. (kg/m3) (%) (%)
gewogen gehalte (mg/kg d.s.)
Asbestmaterialen in de bodem/puin [materiaalverzamelmonster fractie > 20 mm] monsterpunt (mp) / ruimtelijke eenheid (RE) mp 7a
gewogen asbest (mg) 920
lengte mp breedte diepte mp (m) mp (m) (m) 0,30
0,30
0,45
volume (m3)
s.g. dr. stof insp. eff. (kg/m3) (%) (%)
0,04
1900
86,8
Aangetoonde gehalten asbest-(vezels) in bodem/puin [fractie < 20 mm en > 0,5 mm] gehalten asbest in bodem/puin [fractie < 20 en > 0,5 mm]
monsterpunt (mp) / ruimtelijke eenheid (RE) RE-10 [mp 7a]
HG: NHG nb
in mg/kg d.s.
amfibool ja/nee
serpentijn ja/nee
HG/ NHG
vezels <0,5mm
0,0
-
-
-
-
.- : niet geanalyseerd n.a: niet aangetoond
14,5
Gewogen gehalte bodem
type asbest fractie < 0,5 mm - > 20 mm
gewogen gehalte in mg/kg d.s.
hechtgebonden niet hechtgebonden niet bepaald
95
gewogen gehalte (mg/kg d.s.)
14,5
Zeedijk 23, Nijbroek
Bijlage 2 Bodemonderzoek
58
Groenadviesbureau H.A. ten Have Verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Zeedijk 23 te Nijbroek Projectnummer: 200659/dh/sh Datum: 23 september 2020
Opdrachtgever Groenadviesbureau H.A. ten Have Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 7
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 4 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 5 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 6 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 7 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 8 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 8 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 10
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 11
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 11 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 11 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 12
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten, boringen en peilbuizen
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van Groenadviesbureau H.A. ten Have is in augustus en september 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Zeedijk 23 te Nijbroek. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding bestemmingsplanwijziging naar bestemming wonen.
van
de
voorgenomen
Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens 2.bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning
eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
C
D
E
F
G
O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie Omgevingsdienst Veluwe IJssel; • www.bodemloket.nl; • www.topotijdreis; • Bagviewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Zeedijk 23 te Nijbroek en staat kadastraal bekend als: gemeente Nijbroek, sectie B, nummer 1207. Op de locatie is een woning met enkele bijgebouwen gesitueerd. De bijgebouwen zijn voorzien van een asbesthoudende dakbedekking. Het voornemen bestaat om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen, de bijgebouwen te slopen en nieuwe woningen met bijgebouwen te realiseren. De bestemming zal deels worden gewijzigd van “agrarisch” naar “wonen”. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 4.500 m2. Binnen de locatie is een puinverharde inrit aanwezig. De locatie is deels verhard met klinkers of beton. De woning is gebouwd in 1850. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Figuur 1: bestaande situatie
Figuur 2: toekomstige situatie
2.3
Historische informatie
Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Uit informatie van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel blijkt dat op twee deellocaties een bovengrondse tank aanwezig is geweest. Tevens heeft in de koeienstal opslag van olie plaatsgevonden. In 2004 is door Tauw een historisch vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van het uitgevoerde historische bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
3
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
De locatie is volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland verdacht voor asbest (zie figuur 3). Figuur 3: asbestdakenkaart provincie Gelderland
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. Uit dit rapport en uit bodemkundig onderzoek ter plaatse van de locatie zijn de volgende regionale gegevens samengevat. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket 1e WVP Form. van Twente, Kreftenheye met daarin een eemformatie scheidende laag Form. van Drenthe 2e WVP Form van Zuidlaren en Maassluis, mariene afzettingen Toelichting: WVP= watervoerend pakket
diepte (in m-mv) 0 – 40 (10 - 20) 40 - 115 115-190
samenstelling matig fijn tot matig fijn zand klei klei fijn tot matig grof zand
kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit
Grondwaterstroming In het eerste watervoerende pakket stroomt het grondwater 's zomers en 's winters in oostelijke richting.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
4
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de actuele contactzone/drupzones en oliecomponenten ter plaatse van de voormalige olieopslag(tanks). Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grond(water)monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Op basis van de historische informatie is in aanvulling op het verkennend bodemonderzoek een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een verdachte locatie strategie 6.4.5 uit de NEN-5707 en de onderzoeksstrategie 6.5.2 “halfverhardingslagen” uit de NEN-5897. Het asbestonderzoek is gecombineerd met het onderzoek ter plaatse van de “drupzones” van de asbestdaken. Ter plaatse van de voormalige olieopslag(tanks) is het onderzoek uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740). Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/onderdeel
veldonderzoek boringen tot waarvan tot met 0,5 m-mv > 2 m-mv peilbuis
onverdacht < 5.000 m2 asbest erf +“drupzone”
24 24#
4 4#
1 -
asbest puinverharding
4
4
-
vml. olieopslag(tanks)
4
4
1
#: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek
laboratoriumonderzoek vaste bodem
grondwater
3 x NEN-grond* 8 x asbest (grond) 1 x NEN-grond* 1 x asbest (puin) 2 x olie/aromaten
1 x NEN-water* 1 x NEN-water*
*: inclusief arseen en chroom
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X
5
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.6
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
6
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 31 augustus en 7 september 2020 door de gecertificeerde medewerker dhr. J. Postma van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 32 handboringen uitgevoerd (1 t/m 32), waarvan 2 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,0 m-mv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 28 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond/puin is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond/puin zijn mengmonsters samengesteld van de drupzone (0,0-0,2 m-mv) en/of actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond/puin. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten, boringen en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1.
Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam
toevoeging
zand, matig fijn, lokaal puin
zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus
0,5 ~ 1,5
zand, matig fijn, lokaal klei
matig siltig
1,5 ~ 3,0
zand, matig fijn, lokaal klei
matig tot sterk siltig,
grondwaterstand: circa 1,4 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de bovengrond sporen tot brokken puin waargenomen. In de monsterpunten 25 t/m 28 is een volledige puinhoudende laag waargenomen, vanaf maaiveld tot maximaal 0,5 m-mv. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige olieopslag(tanks), geen oliecomponenten waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Zeedijk 23 te Nijbroek
7
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 7. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6 en 8. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 8. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters
Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1 :
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 en 7.
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.