CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - regels (2021-50080)

gemeenteraad 25 oktober 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoofdweg 84A en 86, Klarenbeek5.666 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek Planfase vastgesteld

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek Deze standaard is gebaseerd op de SVBP 2012 (18 april 2012)

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch Gemengd - 1 Water Waarde - Archeologie middelhoog

9 9 11 14 15

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels

17 17 18 19 20 21

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

22 22 23

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Lijst van niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten Landschappelijke inpassing

25 26 28

2

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Regels

3

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek met identificatienummer NL.IMRO.0285.3108-VS00 van de gemeente Voorst; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan huis verbonden beroep:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, niet zijnde detailhandel, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.7

ambulante handel:

de verkoop en het te koop aanbieden, alsmede de uitstalling daarvan, van waren aan consumenten buiten vestigingen. Onder ambulante handel wordt mede verstaan (week)markten, standplaatsen buiten de markten en het venten; 1.8

ander bouwwerk:

bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.9

archeologisch onderzoek:

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over opgravingsvergunning beschikt; 1.10

archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.11

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken;

4

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

1.12

bebouwingspercentage:

een aangegeven percentage, dat de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen en andere bouwwerken; 1.13

bedrijfswoning:

een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting; 1.14

bed & breakfast:

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veel kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, die uitsluitend wordt uitgevoerd door de bewoner(s) van de (bedrijfs)woning waarbij de bed & breakfast over maximaal twee van de drie essentiële woonvoorzieningen, te weten douche/ bad, wc en keuken(blok), beschikt en met dien verstande dat de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; 1.15

beperkt kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening gehouden moet worden; 1.16

bestaand:

1.

met betrekking tot bebouwing: de bebouwing als aanwezig ten tijde van inwerkingtreding van het plan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, en bebouwing waarvoor ten tijde van de ter visielegging van het ontwerpplan reeds een bouwvergunning c.q. omgevingsvergunning was verleend;

2.

met betrekking tot gebruik: het gebruik ten tijde van inwerkingtreding van het plan, voor zover niet in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

1.17

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.18

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19

bevoegd gezag:

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.20

bijgebouw:

een al dan niet vrijstaand, niet voor bewoning bestemd gebouw, dat ten dienste staat van het hoofdgebouw, dan wel de bedrijfswoning en functioneel en/of qua bouwmassa ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, dan wel de bedrijfswoning, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte; 1.21

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 5

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

1.22

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.23

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.25

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.26

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.27

calamiteit:

een (natuur)ramp of een niet-verwachte gebeurtenis, die ernstige schade veroorzaakt; 1.28

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek rechtstreeks - al dan niet via een balie - te woord wordt gestaan en geholpen; 1.30

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31

geluidszoneringsplichtige inrichtingen

een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld; 1.32

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie, afmetingen en functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.33

kantoor:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

6

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

1.34

kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.35

maaiveld:

het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte bouwterrein, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein wordt gemeten vanaf de aansluitende, gemiddelde maaiveldhoogte; 1.36

maatschappelijke voorzieningen:

doeleinden van onderwijs, opvoeding, religie, verenigingsleven, maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg, cultuur, congressen, evenementen, sport en recreatie; 1.37

maatvoeringsvlak:

een als zodanig aangegeven aanduiding ten behoeve van het indelen van een bouwvlak of bestemmingsvlak, met het oog op een verschil in maatvoering en/of gebruik; 1.38

openbaar gebied:

de voor een ieder toegankelijke en door overheden beheerde en onderhouden gronden zoals groen, water, verkeer en/of verblijfsgebied; 1.39

overkapping:

een bouwwerk met maximaal twee wanden, al dan niet behorend tot de eigen constructie, dat strekt tot beschutting. Onder een overkapping wordt ook een carport of veranda verstaan; 1.40

peil:

1. voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang onmiddelijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het aansluitende maaiveld; 1.41

risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.42

voorgevel:

de op de verbeelding middels de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevel of, de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.43

waarden:

de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, landschap, natuur en/of ecologie; 1.44

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

7

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand:

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot (zijdelingse) bouwperceelgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijdingen van de overstekende delen niet meer dan 0,70 m bedragen; 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

de breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren; 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

8

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

grondgebonden agrarische bedrijven; hobbymatig agrarisch gebruik; watergangen (beken, sprengen, sloten); recreatief medegebruik (wandelen, fietsen en paardrijden), met uitzondering van paardenbakken; nutsvoorzieningen; behoud, herstel en versterking van de landschappelijke waarden,

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2

Bouwregels

a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. op deze gronden mogen andere bouwwerken ten behoeve van terreinafscheidingen en beheer worden gebouwd en gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte mag maximaal 1.20 m bedragen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 3.3.1

Omgevingsvergunningplicht

Behoudens het in lid 3.3.2 bepaalde, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna aangegeven gronden de daarbij aangegeven werken en werkzaamheden uit te voeren:

Werken en werkzaamheden a

b

c

d

e

f

+

+

+

+

+

-

In de tabel betekent: + = omgevingsvergunningplichtig - = omgevingsvergunning niet van toepassing a. het aanleggen of aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van parkeren; b. het aanleggen en verharden van wegen en paden en aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen ten gevolge hebben of kunnen hebben; f. het uitvoeren van grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm.

9

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

3.3.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het in lid 3.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; c. werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 sub e voor zover de regels inzake het bewaren van houtopstanden van de Algemene Plaatselijke Verordening daarop van toepassing zijn.

10

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 4 4.1

Gemengd - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

detailhandel, uitsluitend op de begane grond; dienstverlening; kantoren; maatschappelijke voorzieningen; bedrijfswoningen; groenvoorzieningen; tuinen, erven en terreinen; water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.

met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen. 4.2

Bouwregels

a. Op deze gronden mogen gebouwen worden gebouwd en gelden de volgende regels: 1. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; 2. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 600 m³ bedragen; 3. het aantal bedrijfswoningen mag maximaal het bestaande aantal bedragen; 4. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mogen de goot- en bouwhoogten maximaal de aangegeven hoogten in meters bedragen; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitbreiding' mag uitsluitend worden gebouwd met inachtname van het bepaalde onder 4.3.6. b. Op deze gronden mogen andere bouwwerken worden gebouwd en gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m mag bedragen; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1. mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende erfafscheiding' maximaal 2,5 m bedragen; 3. de bouwhoogte van lichtmasten en kunstobjecten mag maximaal 6 m bedragen; 4. de bouwhoogte van overige, andere bouwwerken mag maximaal 3 m bedragen; 5.

de gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken gelegen buiten het bouwvlak mag per bouwperceel maximaal 20 m² bedragen. 4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Beroepsuitoefening aan huis

Ten aanzien van beroepsuitoefening aan huis gelden de volgende regels: a. Het gebruik van (bedrijfs)woning en bijgebouwen voor beroepsuitoefening aan huis en voor niet-publiekgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. dit gebruik beslaat niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijgebouwen, met een gezamenlijk maximum van 50 m² per bouwperceel; 2. het gebruik leidt niet tot extra belemmeringen voor de omliggende functies; 3. het gebruik doet geen onevenredige afbreuk aan het landelijk karakter van het gebied; 4. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en veroorzaakt geen nadelige toename van de parkeerbehoefte; 5. de activiteiten veroorzaken geen duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen en/of hebben geen ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur tot gevolg; 6. er wordt geen detailhandel uitgeoefend, met uitzondering van internetbedrijven; 7. het beroep respectievelijk de bedrijfsmatige activiteiten wordt respectievelijk worden in ieder 11

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

geval door de bewoner uitgeoefend; 8. bedrijfsmatige activiteiten zijn alleen toegestaan voor zover deze zijn genoemd in de bij de regels behorende Lijst van niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten dan wel naar hun aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in deze Lijst genoemde activiteiten. 4.3.2

Bed & breakfast

Ten aanzien van bed & breakfast gelden de volgende regels: a. Het gebruik van (bedrijfs)woning en bijgebouwen voor bed & breakfast is toegestaan, met dien verstande dat: 1. maximaal 3 kamers per bouwperceel mogen worden gebruikt met een maximum van 8 slaapplaatsen; 2. de activiteit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 3. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 4.3.3

Parkeren

Het gebruik van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitbreiding' is uitsluitend toegestaan als binnen de bestemming Gemengd - 1 voorzien wordt in de aanleg en instandhouding van in totaal minimaal 65 parkeerplaatsen. 4.3.4

Landschappelijke inpassing

Het gebruik van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitbreiding' én het gebruik als parkeerterrein van de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein' is uitsluitend toegestaan indien binnen 6 maanden na deze ingebruikname uitvoering is gegeven aan de aanleg, het beheer en de instandhouding van het beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 4.3.5

Akoestische maatregelen

Het gebruik van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - uitbreiding' is uitsluitend toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. laden en lossen met vrachtwagens vindt uitsluitend plaats in de dagperiode (tussen 07:00 uur en 19:00 uur), uitgezonderd eenmalig laden/lossen per dag met een bestelbusje óf een piekgecertificeerde vrachtwagen; b. laden en lossen aansluitend op de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende erfafscheiding' mag uitsluitend plaatsvinden nadat ter plekke van genoemde aanduiding een voldoende geluidwerende erfafscheiding is gerealiseerd en deze in stand wordt gehouden; c. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mag in de nachtperiode (tussen 23.00 uur en 07:00 uur) niet door personeel van de binnen de bestemming gevestigde bedrijven geparkeerd worden. 4.3.6

Voorwaardelijke verplichting vleermuizen bij sloop en nieuwbouw

a. Sloop van bestaande gebouwen en/of nieuwbouw in aansluiting op bestaande gebouwen mag pas plaatsvinden als uit onderzoek is gebleken dat de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) vleermuizen is uit te sluiten. b. Mocht uit het onderzoek als bedoeld onder a blijken dat vleermuizen aanwezig zijn en overtreding van de Wet natuurbescherming niet voorkomen kan worden, dan mag sloop van bestaande gebouwen en/of nieuwbouw in aansluiting op bestaande gebouwen pas plaatsvinden nadat hiervoor een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is verleend door het bevoegd gezag. 4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Afwijken landschappelijke inpassing

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.3.4, indien in plaats van het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 2 een alternatief landschappelijk inpassingsplan wordt opgesteld dat voorziet in een minimaal gelijkwaardige landschappelijke inpassing van het plangebied. Aan deze afwijking kunnen voorwaarden worden verbonden.

12

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

4.4.2

Afwijken akoestische maatregelen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.3.5 voor zover geen onevenredige (milieu)hinder ontstaat voor omliggende functies.

13

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 5 5.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en oeverstroken; b. waterhuishouding; c. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, bruggen en kunstwerken. 5.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding en openbare nutsvoorzieningen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m, met dien verstande dat overkappingen niet zijn toegestaan.

14

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie middelhoog

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. 6.2

Bouwregels

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Behoudens het onder c bepaalde dient, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 500 m2, de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de vergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door de erkend archeoloog; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. c. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

Het onder b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1

Vergunningplicht

Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden om zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag verleende vergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500 m², zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting; b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen dieper dan 0,30 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500 m². 6.3.2

Uitzondering op het uitvoeringsverbod

Het onder 6.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; c. voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden waarmee is begonnen op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; d. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet van toepassing zijn. 15

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

6.3.3

Beoordelingscriteria

a. Onverminderd het onder b bepaalde kan de onder 6.3.1 genoemde vergunning slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de zonodig een opgraving plaats te vinden. b. Het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 6.3.4 Voorschriften aan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Overeenkomstig het in artikel 5.2 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

16

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

17

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Vervangende bouwregel

Indien bestaande bebouwing afwijkt van de in dit plan gegeven regels ten aanzien van afstanden, hoogten, oppervlakten, aantallen en percentages dan zijn de bestaande afstanden, hoogten, oppervlakten, aantallen en percentages als maximaal aan te merken en als zodanig toegestaan.

18

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1

Vrijwaringszone - molenbiotoop

9.1.1

Zoneomschrijving

Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, de volgende regels: a. Binnen de zone van 100 m gemeten vanaf de molen mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte van meer dan 6,00 m. b. Binnen de zone gemeten van 100 m vanaf de molen tot een afstand van 400 m gemeten vanaf de molen, mogen geen hogere gebouwen worden gebouwd dan door middel van onderstaande formule wordt bepaald: H = X/n + c·z Waarin: H = de toelaatbare bouwhoogte in meters (gemeten vanaf het peil ter plaatse van de molen) X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen n = 50 (bebouwd gebied) c = 0,2 (constante in verband met een windreductie van 5%) z = askophoogte = 20,00 m. c. Bestaande bouwwerken waarvan de bouwhoogte afwijkt van hetgeen op grond van sub a en b zou zijn toegestaan, worden geacht in overeenstemming te zijn met het bepaalde in sub a en b. 9.1.2

Afwijken

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1.1 sub a en b, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig het ten aanzien van de bestemmingen bepaalde, mits de windvangzone van de molen en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element daardoor niet onevenredig wordt aangetast. 9.1.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden a. Omgevingsvergunningplicht Onverminderd het overige in deze regels met betrekking tot omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden bepaalde, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de hierna aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; 2. het ophogen van gronden. b. Uitzonderingen omgevingsvergunningsplicht Het in a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, in het kader van het normale beheer en onderhoud; 2.

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van inwerkingtreden van het plan. c. Toelaatbaarheid werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in a zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen onevenredige aantasting van de windvang van de molen en/of waarde van de molen als landschapsbepalend element ontstaat of kan ontstaan.

19

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingen

a. Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van: 1. de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt. b. De onder a bedoelde afwijkingen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het straat- en/of bebouwingsbeeld; 3. de sociale veiligheid; 4. de verkeersveiligheid.

20

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 11 11.1

Algemene procedureregels

Verwijzing naar andere wettelijke bepalingen

Bij een verwijzing naar andere wettelijke regelingen is bedoeld de desbetreffende wet zoals die luidt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

21

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

22

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Artikel 13

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek.

23

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

24

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Bijlagen

25

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Bijlage 1 Lijst van niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten

26

Hoofdweg 84a en 86, Klarenbeek

Bijlage 2 Landschappelijke inpassing

28

GROENE INPASSING Ge s de ng me

haag Liguster

ee ch

Ligusterhaag 1,25 m hoog 75 cm breed

eg rh

Ligusterhaag 1,25 m hoog 75 cm breed (met uitgroei tot 1,25 m breedte)

6 nieuwe bomen Eiken - Quercus robur

Ligusterhaag Hoogte tot onder de eerste rollaag circa 2, 40 m hoog 75 cm breed

Elzen - Alnus glutinosa

Veldesdoornhaag 90 cm hoog 75 cm breed

Kledingwinkel haag Liguster

5 Leibome

n

Pijnappel

Veldesdoornhaag 1,25 m hoog 75 cm breed Entree parkeerplaats (Hoofdweg) Bestaande tuin

Bestaande boom

Veldesdoornhaag 1,60 m hoog 75 cm breed Laden & Lossen Gemengde scheerheg 1,25 m hoog 1,25 m breed

d (bestaan

Begroeide geluidswand (Afmeting volgens geluidsberekening)

d) t verleng en word

Supermarkt

Zwarte els - Alnus glutinosa (4 stk)

Plus 2 nieuwe bomen Boomhazelaar - Corylus colurna Bo

Zomereik - Quercus robur (2 stk)

Boomhazelaar - Corylus colurna (2 stk)

Beuk - Fagus sylvatica (5 stk) (leibomen) Be e id oe gr s id lu ge w d an

10 03 2020

Nieuwe bomen langs de Hoofdweg / N789 indicatief aangegeven

18

0

2

4

6

8

10

15m

GROENE INPASSING

Groenaanplant en beheer 1. Hagen en gemengde scheerheg (hoogte en breedte zie tekening op pagina 18) Aanleg ƒ Hagen: liguster - Ligustrum vulgare en veldesdoorn - Acer campestre ƒ Gemengde scheerheg van 1,25 m breedte bestaat uit ƒ Meidoorn - Crataegus monogyna en Crataegus laevigata ƒ Veldesdoorn - Acer campestre ƒ Hulst - Ilex aquifolium ƒ Aanplant van een dubbele rij met 8 stekken (2 x 4) per strekkende meter (alternerend / driehoeksverband) ƒ Direct na het planten teruggesnoeien tot op de helft of maximaal tweederde van de lengte ƒ De jonge aanplant heeft de eerste twee jaar voldoende water nodig in droge perioden en moet vrij van onkruid gehouden worden Beheer ƒ De haag / scheerheg wordt ongeveer 2 keer per jaar geknipt tot de gewenste hoogte en aangegeven breedte ƒ Belangrijk is dat de onderkant van de haag / scheerheg iets breder uitgroeit dan de bovenkant (in trapezevorm knippen), zodat de onderkant voldoende licht bereikt. De haag / scheerheg groeit tot een dichte vorm ƒ De gemengde scheerheg moet de eerste keer vóór mei-juni geknipt woorden (omdat de doornen van de meidoorn dan nog niet houtig zijn) ƒ De tweede keer knippen kan in september

Verlengen bestaande ligusterhaag

Voorbeeld gemengde scheerheg met meidoorn en veldesdoorn (aan te vullen met hulst)

Bestaande ligusterhaag voor de gevel van de supermarkt

19

GROENE INPASSING

2. Solitaire bomen Aanleg ƒ Aanplant van bomen bij voorkeur tussen half november en half maart (met uitzondering van perioden met vorst) ƒ Plantmaat: hoogstam 10-12 ƒ Aanplant in een ruim plantgat met een afmeting van 70 x 70 x 70 cm met los gespitte bodem ƒ Planten met boompaal ƒ 2,5 m lange houten paal, 8 cm doorsnede ƒ 15 cm naast de boom (zuidwestelijke kant van de boom - heersende windrichting) ƒ Boom met boomtouw aan de boompaal in 8-vorm bevestigen ƒ De jonge aanplant heeft met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water nodig (vooral in droge perioden) Beheer ƒ Lage zijtakken moeten verwijderd worden die de doorgang belemmeren ƒ Zware en dode takken die kunnen vallen moeten verwijderd worden. ƒ Er mag niet meer dan 20% van de omvang van de kroon verwijderd worden. De verhouding tussen kroon en stam bedraagt ongeveer 1:1 bij jonge bomen en 2:1 bij volwassen bomen.

Zwarte els - Alnus glutinosa

3. Leibeuken voor de noordgevel van de supermarkt

Wintereik - Quercus robur

Boomhazelaar - Corylus colurna

Aanleg ƒ Aanplant van schaduw verdragende beuken bij voorkeur tussen half november en half maart (met uitzondering van perioden met vorst) ƒ Aanplant in een ruim plantgat met een afmeting van 40 x 40 x 70 cm met los gespitte bodem ƒ De voorgeleide boom planten met een raamwerk van hout of bamboe ƒ De jonge aanplant heeft met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water nodig (vooral in droge perioden) Beheer ƒ In de winter de takken in vorm snoeien en verticale scheuten teruggesnoeien tot op de horizontaal geleide étages ƒ De verticale takken zouden anders te dik worden en de horizontale leivorm zou verloren gaan. ƒ Het leiden in étages zorgt ervoor dat je in de winter de horizontale structuur van de takken zichtbaar is

X

Beuken als leibomen voor de noordgevel (bij het voetpad)

Beuk - Fagus sylvatica

20

GROENE INPASSING

4. Geluidswand met begroeiing Aanleg ƒ Geluidswand plaatsen volgens de geluidsberekening en beplanten met klimhortensia’s (Hydrangea anomala petiolaris) ƒ Plantmaat: struik met kluit / container (40-60) ƒ Plantstrook van 25 - 40 cm ƒ Plantafstanden: 40 - 60 cm Beheer ƒ Klimhortensia jaarlijks snoeien in het najaar (september - oktober) voor een dichte ‘muur’ ƒ Door het jaar heen storende takken verwijderen

Bloem klimhortensia - Hydrangea anomala petiolaris

Klimhortensia - Hydrangea anomala petiolaris

Voorbeeld begroeide geluidswand bron: Doelbeelden (klimhortensia i.p.v. klimop)

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10523761/2