Beleidsnota kinderopvang gemeente Voorst 2025-2028
Tekst van het document
Beleidsnota kinderopvang gemeente Voorst 2025-2028
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................... 3 1.
Leeswijzer ................................................................................................................................... 3
2.
Voorster visie op kinderopvang .................................................................................................. 3
3.
Aanleiding en doel ...................................................................................................................... 3
4.
Gehanteerde definities en afkortingen ........................................................................................ 4
5.
Kinderopvang binnen de gemeente Voorst: de huidige situatie ................................................. 5
5.1
Diverse aanbieders van kinderopvang in de gemeente Voorst ............................................. 5
5.2
Contact tussen de gemeente Voorst en de aanbieders ......................................................... 6
5.3
Uitgangspunten voor kinderopvang in de gemeente Voorst zijn: ........................................... 6
5.4
Wettelijke eisen voor de kinderopvang .................................................................................. 6
6.
Wet kinderopvang ....................................................................................................................... 6
6.1
Ontwikkeling kind centraal ...................................................................................................... 7
6.2
Veiligheid kinderopvang ......................................................................................................... 7
6.3
Vaste gezichten en groepen kinderopvang ............................................................................ 7
6.4
Opleiding en ondersteuning medewerkers kinderopvang ...................................................... 7
6.5
Adviesrecht oudercommissie kinderopvang ........................................................................... 7
7.
Relevante wijzigingen ................................................................................................................. 7
7.1
De Wet kinderopvang gaat over alle vormen van kinderopvang ........................................... 8
7.2
Wijzigingen in de BKR ............................................................................................................ 8
7.2.1
3-uursregeling......................................................................................................................... 8
7.2.2
Uitzondering vaste-gezichten-criterium.............................................................................. 8
7.2.3
Toepassing BKR ................................................................................................................ 8
7.3
Minimum taalniveau eis .......................................................................................................... 8
7.4
Aanvullende scholingseis medewerkers die met baby's werken ........................................... 9
8.
Vormen van kinderopvang in de gemeente Voorst .................................................................... 9
8.1
Alle peuters naar de voorschool ............................................................................................. 9
8.2
Voorschoolse educatie (VE) ................................................................................................... 9
8.3
De regeling 'Sociaal Medische Indicatie' (SMI) .................................................................... 10
8.4 De regeling 'Doelgroepouders' .................................................................................................... 10 9.
Financieel kader 2025-2028 ..................................................................................................... 11
9.1
Beschikbare middelen .......................................................................................................... 11
9.2
Benodigde middelen ............................................................................................................. 11
9.2.1
Alle peuters naar de voorschool ........................................................................................... 11
9.2.2
Voorschoolse Educatie (VE) ................................................................................................ 11
9.2.3
De regeling 'Sociaal Medische Indicatie' (SMI) .................................................................... 11
9.2.4
De regeling 'Doelgroepouders' ............................................................................................. 12
Bibliografie ......................................................................................................................................... 12 Bijlage 1 ............................................................................................................................................. 13
-2-
Inleiding Op 12 juni 2018 heeft de raad de beleidsvisie kinderopvang 2018-2022 vastgesteld. Nieuwe en gewijzigde wetgeving geeft aanleiding om de beleidsnota voor de kinderopvang opnieuw vast te stellen. Daarom wordt u nu de beleidsnota kinderopvang gemeente Voorst 2025-2028 aangeboden.
1.
Leeswijzer
Voor u ligt de beleidsnota kinderopvang Gemeente Voorst 2025-2028. De nota geeft inzicht in onze visie op kinderopvang en is een handleiding hoe wij als Gemeente Voorst de wetgeving rondom de kinderopvang en gastouders samen met de aanbieders hiervan vormgeven en wat dit financieel voor ons en voor onze inwoners betekent. In hoofdstuk 3 kunt u lezen wat de aanleiding en het doel zijn van deze nota. Daarna worden in hoofdstuk 4 de gehanteerde definities en afkortingen beschreven. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens de huidige situatie rondom de kinderopvang in de gemeente Voorst geschetst en wordt beschreven welke uitgangspunten wij hanteren. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 beschreven aan welke wettelijke eisen de kinderopvang moet voldoen. De landelijke wet- en regelgeving wordt regelmatig aangepast, hierover leest u in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 worden de verschillende vormen van kinderopvang in de gemeente Voorst besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 besproken hoe deze vormen worden bekostigd en hoe het financieel kader voor de kinderopvang er nu en in de komende jaren uitziet.
2.
Voorster visie op kinderopvang
In deze beleidsnota hanteren wij de volgende visie op kinderopvang: In de gemeente Voorst vinden wij het belangrijk dat ieder kind zo gezond en veilig mogelijk kan opgroeien en zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan de maatschappij. Ieder op zijn of haar eigen ontwikkelingsniveau. Ouders hebben hierin de eerste verantwoordelijkheid. Kinderopvang kan bijdragen aan het gezond en veilig opgroeien van kinderen en nemen een belangrijke rol in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen op zich (wanneer een kind gebruikt maakt van de opvang). Kinderopvang biedt een veilige, vertrouwde plek en tweede milieu aan kinderen, waarin kinderen worden gestimuleerd zich te ontwikkelen en hun wereld te ontdekken. Deze visie is vastgesteld op basis van de kadernota Sociaal Domein 2025-2028, op basis van input vanuit verschillende expertises binnen de organisatie en op basis van input vanuit kinderopvangorganisaties. Daarnaast voldoet deze visie aan de huidige wetgeving. Met deze visie op kinderopvang willen wij bijdragen aan het gezond en veilig opgroeien van kinderen en daarmee bijdragen aan een zo goed en kansrijk mogelijke start van kinderen. De gemeente Voorst vindt het belangrijk dat de voorschoolse voorzieningen van goede kwaliteit zijn om daarmee kinderen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling en hen voor te bereiden op het basisonderwijs.
Hiervoor is het belangrijk om te investeren in de samenwerking tussen gemeente, kinderopvang, voorschoolse voorzieningen en basisonderwijs en het stimuleren van doorgaande leerlijnen.
3.
Aanleiding en doel
Per 1 januari 2018 zijn de Wijzigingswetten Wet innovatie kwaliteit kinderopvang (Wet IKK) en de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk (Wet harmonisatie) in werking getreden. De Regeling kwaliteit kinderopvang 2012 is op hetzelfde moment ingetrokken. De Wet IKK is per 1 januari 2024 materieel uitgewerkt. Daarvoor is per 1 augustus 2024 de Wet kinderopvang in werking getreden. De Wet harmonisatie is in de afgelopen jaren een aantal keer gewijzigd en in 2025 worden opnieuw een aantal wijzigingen doorgevoerd. Een grote wijziging ten opzichte van de wetten die in 2018 van kracht waren, is dat de Wet kinderopvang (in gegaan op 1 augustus 2024) zich richt op zowel kinderopvang, buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderopvang. Deze nota richt zich dan ook op alle vormen van kinderopvang. De Wet kinderopvang richt zich op goed en verantwoorde kinderopvang. De kwaliteitseisen hiervoor zijn opgedeeld in vier pijlers (Rijksoverheid, z.d.):
-3-
1. 2. 3. 4.
Ontwikkeling kind centraal; Veiligheid kinderopvang; Vaste gezichten en groepen kinderopvang; Opleiding en ondersteuning medewerkers kinderopvang.
De veranderingen in de wetten rondom de kinderopvang door de jaren heen, kunnen in een historisch kader worden geplaatst. Jaren geleden waren er peuterspeelzalen voor de sociaal emotionele ontwikkeling van de jonge kinderen. Geleidelijk aan is het onder ouders steeds populairder geworden om allebei te werken. Dit betekende dat er steeds meer opvang voor jonge kinderen nodig was. Er ontstond behoefte aan crèches. Steeds meer is het maatschappelijk beeld van kinderopvang gewijzigd, zijn de vormen van opvang naar elkaar toegeschoven en ontstond de behoefte aan één vorm van kinderopvang met als grondslag de ontwikkeling van het kind. De kinderopvang werd hiermee steeds meer als voorportaal gezien om het jonge kind voor te bereiden op de schoolloopbaan en zo een doorlopende leerlijn te creëren. De Wet harmonisatie heeft de Wko gewijzigd met een harmonisatie van regelgeving voor kindercentra en peuterspeelzalen. Door deze wijziging valt de peuterspeelzaal nu onder de definitie van kinderopvang. Alle vormen van kinderopvang krijgen hiermee dezelfde wettelijke grondslag. Een belangrijke wijziging in de Wko per 1 augustus 2024 is dat de Wko nu voor alle vormen van kinderopvang geldt.
In de eerdere wet vielen gastouders (VGO) en gastouderbureaus niet onder de Wko, per 1 augustus 2024 gelden voor hen dezelfde kwaliteitseisen als voor kinderdagopvanglocaties (KDV) en buitenschoolse opvang locaties (BSO). Aanleiding De wijziging in de wet Wko dat de kwaliteitseisen voor kinderopvang nu voor alle vormen van kinderopvang gelden, is een belangrijke reden om het huidige beleid (2018-2022) te vernieuwen. Daarnaast speelt mee dat in de afgelopen jaren de visie van de gemeente Voorst op kinderopvang is veranderd, er meerdere wijzigingen in de wetten rondom kinderopvang hebben plaatsgevonden en de afgelopen jaren bleek dat het huidige beleid (2018-2022) geen sturing gaf aan de uitvoering van de verschillende vormen van kinderopvang in de gemeente Voorst. Met deze nieuwe beleidsnota willen wij beter aansluiten bij de huidige samenleving en tijdsgeest, meer duidelijkheid geven over het beleid wat wordt gevoerd en aansluiten bij de huidige landelijke stand van zaken rondom kinderopvang.
4.
Gehanteerde definities en afkortingen
In deze beleidsnota wordt onderscheid gemaakt in de verschillende vormen van kinderopvang. Wanneer er wordt gesproken over kinderopvang, gaat dit over alle vormen van opvang voor kinderen tussen de 0 jaar en kinderen tot de leeftijd op de eerste dag van de maand waarop een kind naar het voorgezet onderwijs gaat. Daarnaast kennen wij de volgende specifieke vormen van opvang: a. Kinderdagopvang (KDV): Opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar; b. Kinderdagopvang met Voorschoolse Educatie (VE): Opvang voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar die VE aanbieden op hun locatie (voor toelichting zie hoofdstuk 8.2); c. Buitenschoolse opvang (BSO): Opvang voor kinderen die naar de basisschool gaan (dus in de leeftijd 4 tot de eerste dag van de maand waarop het kind naar het voortgezet onderwijs gaat); d. Gastouder (VGO): Opvang voor een kleine groep kinderen (maximaal 6 kinderen) in gezinsverband. De kinderen zijn in de leeftijd 0 tot de leeftijd van de eerste dag van de maand waarop een kind naar het voortgezet onderwijs gaat. Een gastouder valt in eerste instantie onder de verantwoording van een Gastouderbureau (GOB). In deze beleidsnota worden vier regelingen voor kinderopvang besproken waarin de gemeente Voorst financieel ondersteunt: a. Alle peuters naar de voorschool b. Voorschoolse educatie (VE) c. Sociaal Medische Indicatie (SMI) d.
Doelgroepouders In deze beleidsnota wordt verstaan onder deze regelingen: a. Alle peuters naar de voorschool: Dit is een regeling waardoor alle peuters van 2,5 tot 4 jaar gebruik kunnen maken van een voorschools aanbod in de vorm van peuter spelen in groepsverband.
-4-
b. Voorschoolse educatie (VE): Dit is een regeling waardoor peuters van 2,5 tot 4 jaar gebruik kunnen maken van een kinderopvang met Voorschoolse Educatie (VE) aanbod. Dit aanbod is erop gericht om extra ondersteuning te bieden op taal-, spraak-, sociaal, emotioneel, en/of cognitief gebied. Een peuter kan gebruik maken van deze regeling wanneer het consultatiebureau een VE-indicatie afgeeft. Dit doen zij wanneer een peuter een ontwikkelingsachterstand op één of meerdere hierboven genoemde gebieden heeft en daarom extra ondersteuning kan gebruiken. c.
Sociaal medische indicatie (SMI): Dit is een regeling voor kinderen van 0 tot en met de eerste dag van de maand dat een kind naar het voortgezet onderwijs gaat, waarmee zij tijdelijk (maximaal 6 maanden, met de mogelijkheid tot 1 verlenging) gebruik kunnen maken van opvang. Afhankelijk van de leeftijd gaat dit om kinderopvang (tot 4 jaar) of buitenschoolse opvang (bso) (van 4 jaar tot en met de eerste dag van de maand dat een kind naar het voorgezet onderwijs gaat). Een kind heeft recht op deze regeling wanneer op sociaal, psychisch of medisch gebied tijdelijk ondersteunende opvang en/of een extra milieu nodig is. Met de inzet van deze regeling heeft een ouder(s) letterlijk tijd en ruimte om te werken aan een structurele oplossing.
d. Doelgroepouders: Dit is een regeling voor kinderen van 0 tot en met de eerste dag van de maand dat een kind naar het voortgezet onderwijs gaat, waarvan de ouders naar een taalschool/inburgering gaan. Het kind kan gebruik maken van de opvang, zodat een ouder op dat moment naar een officiële taalschool en/of inburgeringscursus kan gaan. Voor de volgende begrippen wordt aangesloten bij de algemene bepalingen uit de Wet kinderopvang (artikel 1.1): a. geregistreerd kindercentrum; b. kinderopvangtoeslag; c. ouder. Verder worden de volgende afkortingen gebruikt: BKR: Beroepskracht-kindratio BSO: Buitenschoolse opvang CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin (gemeente Voorst) GGD NOG: Geneeskundige Gezondheidsdienst Noord en Oost Gelderland GOB: Gastouderbureau KDV: Kinderdagopvang KOT: Kinderopvangtoeslag LRK: Landelijk Register Kinderopvang SMI: Sociaal Medische Indicatie VE: Voorschoolse Educatie VGO: Voorziening gastouder Wet harmonisatie: Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk Wet IKK: Wet innovatie kwaliteit kinderopvang Wko: Wet kinderopvang
5.
Kinderopvang binnen de gemeente Voorst: de huidige situatie
Peuters in de gemeente Voorst In 2024 is in de gemeente Voorst 26,6 procent van de inwoners tussen de 0 en 25 jaar. 3,8 procent van de inwoners is jonger dan 4 jaar. Dit is op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS, 2024). Deze percentages lijken net boven het landelijk gemiddelde te liggen. 5.1
Diverse aanbieders van kinderopvang in de gemeente Voorst
In de gemeente Voorst kennen wij een rijk en divers aanbod aan locaties die kinderopvang aan bieden. Zo zijn er locaties die kinderopvang aanbieden, zowel met als zonder VE aanbod, bieden diverse locaties een voorschool aan (vroegere peuterspeelzaal), zijn er buitenschoolse opvangvoorzieningen en hebben wij een heel aantal actieve gastouders. In de gemeente Voorst kennen wij kinderopvanglocaties die aangesloten zijn bij grotere overkoepelende organisaties en ook eenpitters. Daarnaast is het aanbod erg gevarieerd qua visie en gedachtengoed. Zo is er voor ouders veel te 'kiezen' en kunnen kinderen naar een locatie waarvan hun ouders van mening zijn dat zij op de juiste manier gestimuleerd worden en/of naar een locatie die past bij de normen en waarden van ouders. -5-
Januari 2025 zijn er in de gemeente Voorst 16 locaties waar kinderdagopvang wordt aangeboden, waarvan er 4 locaties VE aanbieden. Er zijn op dat moment 16 locaties die buitenschoolse opvang aanbieden en 28 gastouderlocaties. 5.2
Contact tussen de gemeente Voorst en de aanbieders
In de gemeente Voorst vinden wij het belangrijk om korte lijnen te hebben met de aanbieders van kinderopvang in de gemeente Voorst. Daarom organiseren wij drie keer per jaar een breed overleg voor alle kinderopvangorganisaties. Tijdens dit overleg bespreken wij zowel beleidsmatige thema's als uitvoeringsvragen. Daarnaast gaat de beleidsadviseur Kinderopvang één keer per jaar op locatiebezoek bij alle locaties die kinderopvang en/of bso aanbieden (op basis van vrijwilligheid). Sinds 2022 worden locatiebezoeken georganiseerd voor alle kinderopvangorganisaties. Zodat de verschillende locaties bij elkaar op bezoek kunnen, met als doel van elkaar te kunnen leren. 5.3
Uitgangspunten voor kinderopvang in de gemeente Voorst zijn:
Belangrijk uitgangspunt voor de kinderopvang in de gemeente Voorst is dat wij alle kinderen de kans willen bieden om van een voorschoolse voorziening gebruik te maken en wij vinden het belangrijk om kwalitatief goede kinderopvang aan te bieden. Hiervoor hanteren wij de volgende uitgangspunten: − − − − − − − − 5.4
de kinderopvang voorzieningen voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Het is een wettelijke verplichting om als gemeente erop toe te zien dat de kinderopvang aan de kwaliteitseisen voldoet; de GGD Noord en Oost Gelderland (GGD NOG) inspecteert alle kinderdagopvang- en buitenschoolse opvanglocaties jaarlijks in opdracht van de gemeente Voorst. 50 procent van de gastouders wordt jaarlijks geïnspecteerd. Dit gebeurt volgens de landelijke richtlijnen; de kinderopvang biedt een veilige plek voor kinderen waar zij worden gestimuleerd tot ontwikkelen en waar wordt bijgedragen aan een goede start in het basisonderwijs en in de samenleving; de ouders, het onderwijs, de kinderopvang, het CJG en de gemeente Voorst werken samen aan kwalitatieve kinderopvang waarbij het kind centraal staat; de kinderopvang hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; er is een doorgaande leerlijn met een bijbehorende (warme) overdracht van kinderopvang naar de basisschool; er is voldoende gespreid aanbod. Er wordt kinderopvang aangeboden in 8 kernen (Klarenbeek, Terwolde, Nijbroek, Teuge, Twello, Voorst, Wilp en De Vecht); financiële tegemoetkoming vanuit de gemeente Voorst is bestemd voor kinderen woonachtig in de gemeente Voorst die ook naar een opvanglocatie in de gemeente Voorst gaan. Wettelijke eisen voor de kinderopvang
De kinderopvang dient te voldoen aan de wettelijke eisen en staat geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Jaarlijks worden alle kinderopvanglocaties in opdracht van de gemeente Voorst bezocht door de GGD NOG om de kwaliteit van de kinderopvang te controleren. Daarnaast wordt 50 procent van de gastouders geïnspecteerd (Dit is een verplichting sinds 2023). Dit is een wettelijke taak. De GGD NOG rapporteert de bevindingen aan de gemeente en naar de kinderopvangorganisatie. Deze beoordeling wordt vastgelegd in het LRK. De gemeente kan vervolgens (wanneer tekortkomingen zijn gesignaleerd) handhavend optreden. De wettelijke eisen waar een kinderopvang aan moet voldoen staan beschreven in de Wet kinderopvang, in het Besluit kwaliteit kinderopvang en in de regeling Wet kinderopvang. Deze worden in deze beleidsnota niet verder toegelicht.
6.
Wet kinderopvang
De Wet kinderopvang is opgesteld door de Rijksoverheid, omdat kinderen in de kinderopvang zich veilig moeten voelen en de ruimte moeten krijgen om zich te ontwikkelen. Daarmee draagt de kinderopvang bij aan een goede start voor kinderen in het basisonderwijs en in de samenleving. Daarom heeft de Rijksoverheid in de Wet Kinderopvang eisen opgesteld waar de kinderopvangorganisaties zich aan moeten houden. De eisen voor goede en verantwoorde kinderopvang zijn opgenomen in de Wet kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang en in de regeling Wet kinderopvang.
-6-
De kwaliteitseisen voor goede en verantwoorde kinderopvang zijn opgedeeld in 4 pijlers (Rijksoverheid, z.d.): 1. 2. 3. 4. 6.1
ontwikkeling kind centraal; veiligheid kinderopvang; vaste gezichten en groepen kinderopvang; opleiding en ondersteuning medewerkers kinderopvang. Ontwikkeling kind centraal
a. Kinderopvangorganisaties moeten verantwoorde kinderopvang bieden. Dat betekent dat kinderen zich emotioneel veilig moeten voelen. En dat de organisatie hun ontwikkeling volgt en stimuleert. Maar ook bijstuurt als dat nodig is. b. Pedagogisch beleidsmedewerkers leggen het pedagogisch beleid vast. In het beleidsplan staat bijvoorbeeld hoe pedagogisch medewerkers kinderen uitdagen om nieuwe vaardigheden aan te leren. c. Gaat een kind van de kinderopvang naar de basisschool en de buitenschoolse opvang (bso)? Dan deelt de organisatie informatie over de ontwikkeling van het kind met de school. Maar pas nadat de ouder daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. d. Elk kind in de dagopvang en buitenschoolse opvang krijgt een mentor. De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind met de ouder. 6.2
Veiligheid kinderopvang
Ouders moeten hun kinderen met een gerust hart naar de kinderopvang kunnen laten gaan: a. Elke organisatie heeft een veiligheidsbeleid en gezondheidsbeleid. Dit beleid past bij de activiteiten en locatie van de kinderopvang. Ouders mogen dit beleid inzien. b. Tijdens de opvang is een volwassene aanwezig met een kinder-EHBO-certificaat. 6.3
Vaste gezichten en groepen kinderopvang
Een vertrouwde, veilige omgeving is noodzakelijk voor de ontwikkeling en het welzijn van het kind: a. Er geldt een maximaal aantal kinderen per pedagogisch medewerker. b. Wil de ondernemer afwijken van het maximaal aantal kinderen per pedagogisch medewerker? Dit mag maximaal 3 uur per dag. Dit moet hij dan wel vastleggen in het pedagogisch beleidsplan. En de ouders hierover informeren. c. Er werkt minimaal 1 vast, vertrouwd gezicht van het kind op de groep. 6.4
Opleiding en ondersteuning medewerkers kinderopvang
Kwalitatief goede kinderopvang valt of staat met goede medewerkers met de juiste kennis en vaardigheden: a. Pedagogische beleidsmedewerkers coachen pedagogisch medewerkers bij de dagelijkse werkzaamheden. b. Vanaf 1 januari 2025 geldt een minimum taalniveau voor de pedagogisch medewerker. c. Maximaal een derde van de medewerkers is stagiaire of beroepskracht in opleiding. d. De kinderopvangorganisatie heeft een opleidingsplan voor de opleiding en ontwikkeling van pedagogisch medewerkers. 6.5
Adviesrecht oudercommissie kinderopvang
Elke kinderopvanglocatie moet een oudercommissie hebben aangesteld. Deze oudercommissie heeft het recht om gevraagd en ongevraagd advies te geven over de kwaliteit van de opvang. Hiervoor onderhoudt de oudercommissie contact met de ouders, de organisatie en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD).
7.
Relevante wijzigingen
Met de invoering van de Wet kinderopvang wijzigen een aantal zaken rondom de kinderopvang. Daarnaast zijn in de afgelopen 4 jaar een aantal wijzigingen geweest die invloed op de kinderopvang hebben. De volgende wijziging zijn relevant voor de kinderopvang in de gemeente Voorst:
-7-
1. De Wko gaat over alle vormen van kinderopvang. 2. Wijzigingen in de BKR. 3. Per 1 januari 2025 is een minimum taalniveau eis (minimaal niveau 3F of B2) voor medewerkers in de kinderopvang ingevoerd. 4. Per 1 januari 2025 is er een aanvullende scholingseis ingevoerd voor medewerkers die met baby's werken. Daarnaast zijn er op het moment dat deze beleidsnota definitief wordt vastgesteld plannen om in de komende jaren (vanaf 2027), kinderopvang gratis te maken en/of beter toegankelijk te maken voor ouders. Dit ligt in de toekomst, er zal dan moeten worden gekeken wat hier de impact van is en of deze beleidsnota zal moeten worden herzien. 7.1
De Wet kinderopvang gaat over alle vormen van kinderopvang
Een groot verschil tussen de Wet IKK en de Wko is dat de Wko over alle vormen van kinderopvang gaat. Dus over kinderdagopvang, bso's en gastouders. Deze beleidsnota is dan ook van toepassing op alle vormen van kinderopvang. Er hoeft dus niet nieuw beleid opgesteld te worden voor bso's en/of gastouders (zoals is geïmpliceerd in de beleidsnota 2018-2022). 7.2
Wijzigingen in de BKR
In de afgelopen 2 jaar (2023 en 2024) zijn er drie wijzigingen doorgevoerd in de BKR-regeling. Dit gaat om de volgende wijzigingen: 1. Per 1 juli 2023 is een 3-uursregeling ingevoerd in de BKR. 2. Per 1 juli 2023 is er een uitzondering op het vaste-gezichten-criterium ingevoerd. 3. Per 1 juli 2024 is de toepassing van de BKR gewijzigd. 7.2.1 3-uursregeling Deze regeling houdt in dat een kinderopvang maximaal 3 uur per dag mag afwijken van de BKR. In die uren geldt de maximale aantal kinderen per begeleider niet. Deze afwijking moet opgenomen zijn in het pedagogisch beleid. Deze wijziging is ingevoerd om daarmee kinderopvang tegemoet te komen in het personeelstekort. 7.2.2 Uitzondering vaste-gezichten-criterium Deze regeling houdt in dat een kinderopvang tijdelijk (maximaal vier aaneengesloten weken) mag afwijken van het vaste-gezichten-criterium. Deze afwijking moet opgenomen zijn in het pedagogisch beleid. 7.2.3 Toepassing BKR De BKR wordt niet meer op groepsniveau berekent, maar op het niveau van kindercentrum. Hierdoor is meer ruimte om groepen in te delen op basis van de behoefte en ontwikkeling van kinderen. Een groep mag maximaal 30 kinderen tellen. Deze wijziging is ingevoerd om de werkdruk en roosterproblemen in de kinderopvang te verminderen. 7.3
Minimum taalniveau eis
Vanaf 2025 is er een taaleis voor pedagogisch medewerkers in de kinderdagopvang en in de bso. Deze taaleis houdt in dat pedagogisch medewerkers in de kinderdagopvang minimaal niveau 3F of B2 voor mondelinge vaardigheid moeten bezitten. De pedagogisch medewerkers VE moeten dit niveau ook beheersen voor leesvaardigheid. Pedagogisch medewerkers in de bso moeten minimaal niveau 2F of B1 voor mondelinge vaardigheid bezitten. Deze eis is ingevoerd omdat medewerkers die de Nederlandse taal goed beheersen, bijdragen aan een goede taalontwikkeling van kinderen. Dit heeft een positieve invloed op de start van kinderen op de basisschool. Er zijn 2 uitzonderingen voor de taaleis. 1. Voor medewerkers die geboren zijn vóór 31 december 1964 gaat de taaleis in op 1 januari 2028. 2. Medewerkers die tussen 1 juli 2024 en 31 december 2024 volledig afwezig zijn geweest voor een periode van 8 weken achter elkaar of langer moeten op 1 juli 2025 aan de taaleis voldoen. Voor de gastouderopvang geldt geen taaleis.
-8-
7.4
Aanvullende scholingseis medewerkers die met baby's werken
Vanaf 2025 moeten pedagogisch medewerkers die met baby's werken (0-jarigen) een bijscholing hebben gedaan gericht op het werken met baby's. Deze bijscholing is ook verplicht voor invalkrachten en pedagogisch medewerkers op tijdelijke basis.
8.
Vormen van kinderopvang in de gemeente Voorst
Binnen de gemeente Voorst hebben wij te maken met vier verschillende regelingen voor de kinderopvang: 1. 2. 3. 4. 8.1
De regeling 'Alle peuters naar de voorschool'; Kinderdagopvang met Voorschoolse educatie (VE); De regeling 'Sociaal Medische Indicatie' (SMI); De regeling 'Doelgroepouders'. Alle peuters naar de voorschool
Door de Wet harmonisatie zijn peuterspeelzalen komen te vervallen, maar daarvoor in de plaats zijn peutergroepen binnen de wettelijke eisen van de kinderopvang gekomen. Met de invoering van de wet IKK en nu met de Wet kinderopvang is het een wettelijke verplichting voor gemeenten om zich actief in te zetten om een aanbod te realiseren voor peuters, vanaf 2,5 tot 4 jaar. Het gaat dan om peuters zonder recht op kinderopvangtoeslag en die niet naar de kinderopvang gaan. Dit moet vast gelegd worden in het beleidsplan. Het gemeentelijk aanbod moet adequaat, stimulerend en financieel toegankelijk zijn. Met als doel dat op termijn alle peuters naar een voorschoolse voorziening gaan, om een goede start op de basisschool te stimuleren. Dit sluit goed aan bij de ambitie van de gemeente Voorst om kinderen een goede start te geven. In het kader van kansengelijkheid wil de gemeente Voorst alle kinderen de kans geven om gebruik te maken van een voorschoolse voorziening en stimuleert zij ouders om hun peuter hiervoor in te schrijven. Ouders worden gestimuleerd om hun peuter naar de voorschool te laten gaan door hen te informeren over de voordelen en de positieve invloed van een voorschool op de ontwikkeling en socialisatie van peuters. Daarnaast wordt geïnformeerd over de positieve invloed van de voorschool op de start op de basisschool. Dit gebeurt door middel van: 1.
Informatie op de website van de gemeente Voorst; 2. Door de medewerker van het consultatiebureau; 3. Door het inlichten van betrokken partijen over de mogelijkheden van de voorschool. Zij kunnen dat weer verder communiceren in hun netwerk. 8.2
Voorschoolse educatie (VE)
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om (voldoende) VE te kunnen aanbieden. Daarnaast hebben zij de verplichting om peuters met een VE-indicatie te bereiken met dit aanbod (WPO artikel 166, 167). De VE regeling is bedoeld voor peuters (2,5 tot 4 jaar) die een VE-indicatie hebben. Deze peuters hebben een VE-indicatie omdat ze een achterstand hebben op taal-, spraak-, sociaal, emotioneel, en/of cognitief gebied. Met de VE-regeling krijgt de peuter extra ondersteuning op deze gebieden. Het doel hiervan is om (verdere) achterstand te voorkomen of te verkleinen en daarmee de kans op een betere start op de basisschool te vergroten. Indicatiestelling De gemeente Voorst heeft de wettelijke taak om peuters die een VE-indicatie nodig hebben te indiceren bij Vérian belegd. Deze taak wordt uitgevoerd door medewerkers (jeugdverpleegkundige of jeugdarts) van het consultatiebureau. Na het geven van de indicatie adviseren zij ouder(s) over het gebruik van de VE. De gemeente Voorst formaliseert dit met een beschikking. Wij hanteren binnen de gemeente Voorst een bredere definitie voor VE dan alleen een achterstand op de taalontwikkeling. Wij hanteren de definitie voor een VE-indicatie als volgt: 'VE is voor peuters die extra ondersteuning nodig hebben op taal-, spraak-, sociaal, emotioneel en/of cognitief gebied'.
De extra ondersteuning is nodig om (verdere) ontwikkelingsachterstand te voorkomen en/of te verkleinen met als doel de kansen op een betere start op de basisschool te vergroten.
-9-
Om de ontwikkeling bij peuters te stimuleren, zijn er contacturen nodig. Het wettelijk aantal uren voor VE zijn 960 contacturen in 1,5 jaar tijd (van 2,5 tot 4 jaar). Dat zijn 16 contacturen per week. Aan voorschoolse educatie (VE) worden wettelijk meer eisen gesteld dan aan reguliere kinderdagopvang. Dit maakt VE duurder dan reguliere kinderdagopvang. Daarom wordt er in deze regeling een plustarief voor VE aan de kinderdagopvang betaald. Om de extra kosten voor VE te dekken ontvangt de gemeente Voorst middelen van het Rijk. Aantal locaties en aantal peuters Binnen de gemeente Voorst hebben wij in januari 2025 4 kinderopvanglocaties die VE aanbieden. Zogenoemde VE-locaties. Dit zijn de volgende: De Fliert
Twello
de Kruimelkring
Twello
't Kwetternest
Twello
Ut Trepke
Voorst
In de afgelopen 5 jaar zijn er gemiddeld tussen de 40 en 45 peuters per jaar die gebruik hebben gemaakt van een VE-regeling en naar VE-locatie zijn gegaan. Jaar
2020
2021
2022
2023
2024
Aantallen
46
47
45
40
38
8.3
De regeling 'Sociaal Medische Indicatie' (SMI)
De Sociaal Medische Indicatie (SMI) biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van kinderopvang als sprake is van een sociaal, psychische of medische indicatie van ouder en/of kind. Ouders kunnen tijdelijk gebruik maken van deze regeling om kortdurend ondersteuning te krijgen in de fulltime zorg voor een kind, om daarmee het gezin te ontlasten, het kind tijdelijk extra ondersteuning en/of een extra milieu te kunnen aanbieden en om tijd te hebben om een structurelere oplossing in te zetten. Wanneer een SMI aanvraag wordt gedaan, gaat een consulent van het CJG op huisbezoek bij het kind en de ouder(s). Hiervan wordt een adviesverslag gemaakt, waarin de situatie van het kind en de ouder(s) wordt beschreven. Op basis van dit verslag en de indicatie wordt vervolgens een beslissing over de toekenning van de SMI gemaakt. Het CJG blijft de periode waarin de SMI wordt toegekend betrokken bij het gezin, om zo te werken naar een structurele oplossing en vinger aan de pols te houden. De SMI wordt ingezet voor 6 maanden en kan eenmalig worden verlengd met 6 maanden. Om gebruik te maken van een SMI is het een voorwaarde dat onvoldoende of niet kan worden teruggevallen op het sociale netwerk.
Een andere voorwaarde is dat ouder(s) zich in de tijd dat de SMI is afgegeven inzetten om te werken naar een structurele oplossing en daarvoor passende hulp en/of trajecten aannemen en/of dat de ouder(s) op een andere manier een tegenprestatie leveren aan de samenleving door bijvoorbeeld het doen van vrijwilligerswerk. De gemeente Voorst komt deze ouders tegemoet in de kosten voor de kinderopvang (tegemoetkoming is maximaal de hoogte die met een KOT zou kunnen worden verkregen. Dit betekent dat wij de tegemoetkomingsregels van de belastingdienst aanhouden) omdat ze geen recht hebben op KOT voor een maximum van 4 dagdelen per week. De regeling 'alle peuters naar de voorschool' of de VE-regeling wordt altijd eerst ingezet (wanneer dit van toepassing is) voordat een SMI wordt toekend. Een SMI mag wel naast de regeling 'alle peuters naar de voorschool' worden ingezet (mits aan de voorwaarden wordt voldaan) tot een maximale vergoeding in de kosten voor kinderopvang tot totaal 4 dagdelen. 8.4 De regeling 'Doelgroepouders' De doelgroepouders regeling biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van kinderopvang wanneer ouder(s) naar een officiële taalschool en/of inburgering gaat. Deze regeling is voor kinderen van 0 tot en met de eerste dag van de maand dat een kind naar het voortgezet onderwijs gaat.
Het kind kan op dat moment naar de kinderopvang zodat een ouder naar zijn of haar lessen kan. Voorwaarde hierbij is dat het om een officiële taalles en/of inburgering gaat en dat (wanneer daar sprake van is) de andere ouder op dat moment ook een officiële taalles/inburgering volgt of aan het werk is. Kortom de andere ouder is op het moment van taalles/inburgering niet in staat om op het kind te passen. - 10 -
Om voor deze regeling in aanmerking te komen, wordt ouder(s) door een inburgeringsconsulent aangemeld. Bij deze regeling vergoedt de gemeente Voorst de volledige kinderopvang kosten, wel moeten ouder(s) een eigen bijdrage aan de kinderopvang betalen.
9.
Financieel kader 2025-2028
In dit hoofdstuk wordt kort stilgestaan bij de middelen die beschikbaar zijn voor kinderopvang binnen de gemeente Voorst en hoe deze worden besteed. Daarnaast wordt in paragraaf 9.2 ingegaan op de manier waarop de verschillende vormen van kinderopvang worden gefinancierd binnen de gemeente Voorst. Hiervoor wordt het zogenaamde 'geld volgt kind principe' gevolgd. 9.1
Beschikbare middelen
Voor de kinderopvang heeft de gemeente Voorst in 2025 € 350.000 structureel in de begroting opgenomen. 9.2
Benodigde middelen
De gemeente Voorst is wettelijk verantwoordelijk voor de opvang van kinderen waarbij de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag vanuit de Belastingdienst (KOT) voor peuters met een VE-indicatie en voor de opvang van kinderen van doelgroepouders. Daarnaast neemt de gemeente Voorst verantwoording voor (een deel van) de kosten van opvang van kinderen waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor KOT in het kader van 'alle peuters naar de voorschool' en voor de kinderen die recht hebben op kinderopvang op basis van een SMI. In de volgende paragrafen wordt een toelichting gegeven hoe de vier verschillende regelingen voor opvang worden berekend. 9.2.1 Alle peuters naar de voorschool Voor peuters waarbij de ouders geen recht hebben op KOT financiert de gemeente Voorst maximaal 8 uur per week (zoals genoemd in paragraaf 8.1) kinderopvang in de vorm van een voorschoolse voorziening en sluit daarbij aan bij de richtlijnen die door de Belastingdienst voor de bepaling van de KOT worden gebruikt. Dat betekent dat wij maximaal 96 procent van het wettelijk maximum uurtarief vergoeden. De hoogte van deze tegemoetkoming is afhankelijk van het gezamenlijke toetsingsinkomen. Hiervoor voeren wij een inkomenstoets uit, op basis van aangeleverde gegevens. Ouders betalen zelf de rest van de kosten voor de opvang.
9.2.2 Voorschoolse Educatie (VE) Wanneer een peuter een VE indicatie heeft, kan een ouder(s) daarvoor een VE regeling aanvragen. De gemeente Voorst betaalt dan de uren VE opvang tot maximaal het wettelijk maximum uurtarief. Hiervoor wordt een inkomenstoets uitgevoerd, op basis van aangeleverde gegevens. Wel betalen ouders een eigen bijdrage van €40 per maand voor deze regeling. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Wanneer ouders recht hebben op KOT, zal dit bedrag van de subsidie van de gemeente Voorst worden afgetrokken en zullen ouders dit zelf aan de kinderopvang moeten betalen. Omdat de kosten om kinderopvang aan te bieden voor een VE locatie hoger liggen dan een reguliere kinderopvang, betaalt de gemeente Voorst een VE plusdeel voor het aantal VE uren uit aan de kinderopvang. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. 9.2.3 De regeling 'Sociaal Medische Indicatie' (SMI) Een SMI regeling kan alleen worden ingezet wanneer ouders geen recht hebben op KOT. De gemeente Voorst kan dan tot maximaal 16 uur per week (zoals genoemd in paragraaf 8.3) kinderopvang aanbieden. De gemeente Voorst sluit daarbij aan bij de richtlijnen die door de Belastingdienst voor de bepaling van KOT worden gebruikt. Dat betekent dat wij maximaal 96 procent van het wettelijk maximum uurtarief vergoeden. De hoogte van deze tegemoetkoming is afhankelijk van het gezamenlijke toetsingsinkomen.
Hiervoor voeren wij een inkomenstoets uit, op basis van aangeleverde gegevens. Ouders betalen zelf het deel dat niet door de bepaling van de KOT wordt vergoedt en het bovenwettelijke uurtarief.
- 11 -
9.2.4 De regeling 'Doelgroepouders' Een doelgroepregeling wordt ingezet wanneer ouders gebruiken maken van een officiële taal- en/of inburgeringsles of aan het werk zijn. Op de momenten dat beide ouders werken of naar de taal en/of inburgeringsles gaan, kunnen de ouders gebruik maken van opvang volgens de doelgroepoudersregeling. De gemeente Voorst vergoedt de totale kosten van de kinderopvang (zowel het maximale uurtarief als het bovenwettelijke uurtarief), maar rekent daarbij wel een eigen bijdrage aan ouder(s) van € 40 per maand voor de regeling. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Bibliografie CBS (2024). Jongeren. Hoeveel jongeren zijn er in Nederland? Geraadpleegd op 13 december 2024, van https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardbevolking/leeftijd/jongeren#:~:text=Er%20zijn%20689%20013%20kinderen,de%2018%20en%2025 %20jaar. Rijksoverheid (z.d.). Kwaliteit kinderopvang. Geraadpleegd op 13 december 2024, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kinderopvang/kwaliteitseisen-kinderopvang-enpeuterspeelzalen.
- 12 -
Bijlage 1
- 13 -