CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldkwaliteitsplan

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Voordersteeg 4, 8, 8a en 10, Twello3.348 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HERINRICHTING VOORMALIGE KWEKERIJ AAN DE VOORDERSTEEG 8A TE TWELLO GEMEENTE VOORST

Landschappelijk en stedenbouwkundig plan Landschappelijke inpassing / natuurontwikkeling Architectuur woningen

27-11-2023

De Regt Danz BNA

Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort

T: 033-455 05 09

E: info@deregtdanz.nl

I: www.deregtdanz.nl

INHOUD 1. Ligging van het plangebied

3

2. Landschappelijke context

4

2.1 Algemeen

4

2.2 Historische ontwikkeling van het landschap

5

2.3 Reliëf / Hoogteligging

6

2.2 Geomorfologie

7

3. Landschappelijke indeling

8

3.1 Algemene landschapsindeling Stichting Landschapsbeheer Gelderland

8

3.2 Landschapstypering van het Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei (2009)

9

3.3 Landschapstypering van de Cultuurhistorische Waardenkaart (2017)

11

4. Het plangebied

12

4.1 Bestaande situatie

12

4.2 Foto’s van het plangebied

13

4.3 Historische structuren rond 1900

17

4.4 Bestaande structuren

18

4.5 Gemeentelijke uitgangspunten

19

5. Landschappelijk en stedenbouwkundig plan

20

5.1 Concept

20

5.2 Nieuwe inrichting

21

6. Landschappelijke inpassing / natuurontwikkeling

23

6.1 Gebiedsindeling natuurontwikkeling

23

6.2 Elementen landschappelijke inpassing

23

6.3 Beschrijving toegepaste landschapselementen en natuurtypen

24

7. Architectuur nieuwe woningen

27

Beeldenreeks met doorlopende rieten kap

28

Principe doorsnede woning 1

40

Principe doorsnede woning 2

41

2

1. LIGGING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied is gelegen aan de Voordersteeg 8a in de zuidelijke rand van de bebouwde kom van Twello. De hier gevestigde kwekerij is niet meer in functie. De aanwezige kassen worden gesloopt en het terrein wordt heringericht. De ontwikkeling van minimaal 1,0 ha nieuwe natuur maakt het mogelijk om twee woningen te realiseren. Aan de Voordersteeg zijn heden - met uitzondering van de detailhandel Welkoop, de steunpunt ‘De Vossen’ van het waterschap Vallei en Veluwe en het plangebied - alleen woningen aanwezig. Een functiewijziging van kwekerij - detailhandel naar wonen op de locatie Voordersteeg 8a zou passend zijn in de omgeving.

e rs t Voord

Plangebied

de Ior W. w ns

eek

H. eg

Landgoederen

Topografische kaart (W. Van Aalst)

3

Fliert

st g Oo n i d i e ell Kopp

Twe llose B

eeg

2. LANDSCHAPPELIJKE CONTEXT Dorp

2.1 Algemeen Het plangebied bevindt zich in de overgang tussen het dorp en het buitengebied. De belangrijkste landschappelijke kaders worden gevormd door de beekdalen van de Fliert en de Twellose Beek. De hogere gronden tussen de beken zijn in het verleden ontgonnen tot een relatief kleinschalig landschap (oude broekontginningen en kampenlandschap - afhankelijk van de bodem en hoogteligging). Zuidelijk van Twello zijn landgoederen aanwezig. Langs de Voordersteeg is geleidelijk een bebouwingslint ontstaan van oorspronkelijk kleine boerenbedrijven. Vanwege de vruchtbare gronden zijn hier in de jaren 30 van de vorige eeuw ook kwekerijen gevestigd.

e rs t Voord e d n a lint a wings Bebou

Steltenberg

eeg

Kleinschalig landschap

st g Oo n i d i pelle Kop

Beekdal va n de Fliert

eg

de T w

w ns

ello se B

de Ior W.

eek

H.

Be e

kda

l van

Landgoederen

Klein Noordijk

Gro(o)te Noordijk

PDOK Luchtbeeld / Landoederen Provincie Gelderland

4

HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP 2.2 Historische ontwikkeling van het landschap

1890

1980

Het kleinschalige landschap met akkerpercelen, weide- en hooilanden, een meanderende Fliert, een recht gegraven Twellose Beek, boomsingels in de beekdalen en bospercelen van de landgoederen

Planmatige woonwijken in Twello, de snelweg A1, graslanden, enkele akkers, de recht gegraven Fliert en Twellose Beek, minder boomsingels in de beekdalen en bospercelen van de landgoederen

1940

2021

Het kleinschalige landschap met akkerpercelen, weide- en hooilanden, een meanderende Fliert, een recht gegraven Twellose Beek, boomsingels in de beekdalen en iets minder bospercelen van de landgoederen

Uitbreidingswijken in Twello, de snelweg A1, graslanden, enkele akkers, de recht gegraven Fliert en Twellose Beek, restanten van boomsingels in de beekdalen en bospercelen van de landgoederen

5

7,40 m NAP

2.3 Reliëf / Hoogteligging

4,70 m NAP

6,15 m NAP

5,65 m NAP Afgra

4,70 m NAP

ving

4,95 m NAP 5,70 m NAP

5,10 m NAP 5,00 m NAP

5,95 m NAP

6,30 m NAP AHN-Kaart

6

Dekzandrug (Langs het Schakerpad)

2.4 Geomorfologie Zone van dekzandwelvingen Het plangebied bevindt zich in een laagte in de dekzandwelvingen. Delen van het gebied zijn afgegraven voor een verbinding tussen de twee beken de Fliert en de Twellose Beek.

t Laa

ssie epre D / gte

Beekdal

Be e

kdal

van

de T w

ellos

e Be

ek

ert van de Fli

g Oos lleidin e p p Ko

Zone van dekzandwelvingen

AHN-Kaart

7

3. LANDSCHAPPELIJKE INDELING 3.1 Algemene landschapsindeling Stichting Landschapsbeheer Gelderland De grootschalige indeling van landschappen gaat uit van de landschappelijke structuren. Landschappen langs het beekdal werden ontgonnen als broekontginningen. Het gebied op de hogere gronden tussen de beekdalen is ontgonnen vanuit kampen en vormt het kampenlandschap.

OUDE BROEKONTGINNINGEN KAMPENLANDSCHAP OUDE BROEKONTGINNINGEN

Basiskaart Landschap Provincie Gelderland

8

3.2 Landschapstypering van het Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei (2009)

e rs t Voord

Het landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei geeft een verfijnde indeling van landschapstypen weer en gaat uit van de specifieke landschappelijke structuren, overeenkomsten in verkavelingspatronen en kenmerkende verschillen tussen de ontginningen. De kaart is aangevuld met cultuurhistorische structuurlijnen en punten / objecten.

eeg

KAMPONTGINNINGEN OP HOGE DELEN

OEVERWAL OP HOGE EN LAGE DELEN KAMPONTGINNINGEN OP LAGE DELEN

Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei

9

Landschapsontwikkelingsplan IJsselvallei

10

3.3 Landschapstypering van de Cultuurhistorische Waardenkaart (2017) De gebiedsindeling van de cultuurhistorische waardenkaart is zeer gedetaillerd. De prioriteit ligt op het aanwijzen van cultuurhistorische waarden van (soms verdwenen) structuurlijnen, punten / objecten en gebieden. Daarbij spelen naast ruimtelijke verschijningsvormen ook functionele aspecten een rol bij de gebiedsindeling.

DROGE KAMPONTGINNINGEN

OUDE BROEKONTGINNINGEN REGELMATIG INGEDEELD

BROEKONTGINNINGEN REGELMATIG INGEDEELD KOMMEN ONREGELMATIG INGEDEELD

LANDGOEDERENLANDSCHAP

Cultuurhistorische Waardenkaart

11

KOMMEN ONREGELMATIG INGEDEELD

4. HET PLANGEBIED 4.1 Bestaande situatie

e rs t Voord

De bestaande woning en de winkel met kas zijn aan de Voordersteeg gelegen. In de tuin van de bestaande woning staan drie bijzondere bomen (een ginkgo, een berk en een Chinese watercipres) passend bij een kwekerij. De bij het erf horende graslanden lopen aan de achterzijde door tot de Koppelleiding Oost. Centraal in deze graslanden zijn de restanten van een boomsingel (drie eiken en een zoete kers) aanwezig.

eeg

Winkel

Tuin

Kas

st g Oo eidin l l e p Kop

Restanten boomsingel

H. W. ns Iorde we g

r lieren Popu

ij Populierenplantage

Bossen van de landgoederen Noordijk

PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK

12

HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP 4.2 Foto’s van het plangebied

Bestaande winkel met kas

Bestaande woning

Achtertuin van de bestaande woning

Kas aan de achterzijde van het erf

13

HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP

Zicht vanaf het erf naar het open landschap in de oostelijke richting

Zicht richting de H. W. Iordensweg

Restanten van de boomsingel

Restanten van de boomsingel

14

HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN HET LANDSCHAP

Koppelleiding Oost ter hoogte van het plangebied met zicht richting Oosten

Koppelleiding Oost ter hoogte van het plangebied met zicht richting Westen

Zicht vanaf de H. W. Iordensweg naar het open landschap langs de Koppelleiding Oost

15

BESLOTEN (LANDGOEDEREN)LANDSCHAP MET RELATIEF GROOTSCHALIGE BOSPERCELEN

KLEINSCHALIG OP EN LAND

SCHAP MET RELICT EN VAN BOOMSING

ELS

16

4.3 Historische structuren rond 1900 Rond 1900 was het landschap tussen de Voordersteeg en de Koppelleiding Oost relatief open. Grasland en akkerpercelen wisselden elkaar af en de perceelsgrenzen werden door boomsingels gekenmerkt. Grotere bospercelen kwamen zuidelijk van de Koppelleiding Oost voor in de omgeving van de twee landgoederen Gro(o)te Noordijk en Kleine Noordijk.

derst e Voor d n a a lint wings Bebou

Boomgaard

eeg

KLEINSCHALIG OPEN LANDSCHAP GESTRUCTUREERD MET BOOMSINGELS

Grasland

Tuinen Boomgaard Akker Akker Akker

Grasland

Grasland

Akker

Bos BESLOTEN LANDSCHAP MET RELATIEF GROOTSCHALIGE BOSPERCELEN

Bossen (van de landgoederen Noordijk) Grasland Bos Bos

PDOK Luchtbeeld / Topotijdreis

17

4.4 Bestaande structuren

e rs t Voord e d n lint aa wings u o b e B

Het bebouwingslint aan de Voordersteeg heeft geen vaste rooilijn maar verspringende voorgevels en open kavels. De achterzijde is gekenmerkt door een dorpse rafelrand. Sommige schuren staan vrij diep in het landschap. De kleinschaligheid van het landschap is in de kavellijnen nog steeds herkenbaar. De meeste boomsingels zijn echter verdwenen. Zuidelijk van de Koppelleiding Oost zijn ten opzichte van de strucruren rond 1900 grotere bospercelen verdwenen.

eeg

Relatief open en kleinschalig landschap met kenmerken van oude broekontginningen / kampenlandschap

spad rhoud e d n r/o rrido o c n e le op Smal

Bossen van de landgoederen Noordijk

PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK

18

4.5 Gemeentelijke uitgangspunten

Gemeente Voorst - landschapsontwerper Marion Nederbragt

19

5. LANDSCHAPPELIJK EN STEDENBOUWKUNDIG PLAN 5.1 Concept ▪

▪

e rs t Voord e d n lint aa wings u o b e B

Sloop van de bedrijfsbebouwing en vervangende nieuwbouw met twee schuurwoningen (ondergeschikt aan de naast gelegen woningen) Ontwikkeling van minimaal 1,0 ha nieuwe natuur inclusief bospercelen en passend bij het omringende landschap

eeg

Versterking van het kleinschalige landschap met kenmerken van oude broekontginningen / kampenlandschap

Zichtlijnen naar het landschap

en le op Smal

or corrid

ad udsp o h r e / ond ud v Beho

eid v a a rh b n e rk e he an d

der dgoe n a l e an d

e

een n als

Bossen van de landgoederen Noordijk

PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK

20

entit

eit

5.2 Nieuwe inrichting ▪ ▪

e rs t Voord e d n lint aa wings u o b e B

De nieuwe twee woningen zijn gesitueerd achter een boomgaard Ontwikkeling van minimaal 1 ha nieuwe natuur inclusief bosperceel en houtsingels gebaseerd op historische structuurlijnen

eeg

Versterking van het kleinschalige landschap met kenmerken van oude broekontginningen / kampenlandschap

or eid v a a rh corrid b n n e p e eo herk Small n de a v ud Beho

der dgoe n a l e an d

e

een n als

Bossen van de landgoederen Noordijk

PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK

21

entit

eit

r s te Voorde

Nieuwe inrichting

PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK

22

eg

r s te Voorde

6. LANDSCHAPPELIJKE INPASSING / NATUURONTWIKKELING n hagen Geschore

6.1 Gebiedsindeling natuurontwikkeling Door de aanplant van een boomgaard aan de Voordersteeg en de herinrichting van de graslanden zuidelijk van het erf worden de nieuwe woningen landschappelijk ingepast. Een groot deel van de in te richten gebieden (min 1 ha) zijn bedoeld voor natuurontwikkeling:

Boomgaard

1. Struweelhaag (5 m breed) met enkele bomen 343,09 m² 667,30 m² 1.010,39 m² 2. Kruiden- en faunarijk grasland 5.052,76 m² 3. Bosperceel (type inheems broekbos) 1.353,50 m² 4. Wisseldroge graslanden (met regenwaterberging en natte natuur - plas dras gebied) 3.216,48 m²

30 m 614,80 m²

20 m

Totaal:

10.633,13 m² (330,69 m²)

Na t Reg uurvr enw iend ate elijk ra fv e oer

6.2 Elementen landschappelijke inpassing Landschappelijke inrichtingselementen zijn: ▪ Boomgaard (hoogstamfruit) aan de voorzijde van het erf ▪ Losse bomenrij in het grasland ▪ Enkele solitaire bomen en een bomengroep in de wisseldroge graslanden

Struweelhaag met bomen / Houtsingel

Losse bomenrij

Zomereik - Quercus robur Gewone wilg - Salix alba Els - Alnus glutinosa Geschoren beukenhagen circa 1 m hoog Geschoren beukenhagen max 1,80 m hoog

4

3216,48 m²

1b

Wisseldroge graslanden met waterberging / natte natuur in het lage gebied

667,30 m²

Appelboom - Malus spec.

▪ ▪

eg

Biologische teelt / Extensief agrarisch gebruik

1a

3

2

1678,51 m²

Bos

Kruiden- en faunarijk grasland 5052,76 m²

(336,61 m²)

343,09 m²

PDOK Luchtbeeld / BGT / DKK

23

1353,50 m²

Sma

or orrid c n e lle op

6.3 Beschrijving toegepaste landschapselementen en natuurtypen Gebied 1: Struweelhaag met enkele bomen / houtsingel

Soorten Zoals bij een door Stichting Landschapsbeheer Gelderland op een naastgelegen perceel aangeplante houtsingel.

Waarde voor natuur en landschap: De haag vormt een groene kader aan de zijkant van de erven. Een stuweelhaag bestaat uit verschillende soorten heesters en bomen, zorgt met bloemen, bessen en noten voor voedsel en biedt bescherming voor vogels en insecten.

Nederlandse naam

Latijnse naam

Maat

Bosplantsoen 2 jarig

Aanleg In de 5 m brede strook moet de graslaag worden verwijderd Aanplant in de basis met: Bosplantsoen met plantafstand 1,50 meter x 1,50 meter (enigszins ontregeld) Bomen in een losse rij met plantafstand van circa 7,5 meter Volgroeide breedte: circa 5 meter en hoogte: 2 - 4 meter (bosplantsoen / ondergroei) circa 15 meter (bomen).

Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig De stuweelhaag is vrij groeiend en hoeft in principe niet gesneden te woorden. Indien nodig kan de stuweelhaag om de 5 - 7 jaar worden gedund.

Aantal 1a

Aantal 1b

68,6 m lang

133,5 m lang

Veldesdoorn

Acer campestre

60-80

5

10

Hazelaar

Corylus avellana

60-80

10

25

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

60-80

30

60

Wilde liguster

Ligustrum vulgare

60-80

50

95

Sleedoorn

Prunus spinosa

60-80

60

115

Zoete kers

Prunus avium

60-80

15

30

Inheemse vogelkers

Prunus padus

60-80

15

25

Hondsroos

Rosa canina

60-80

15

25

Lijsterbes

Sorbus aucuparia

60-80

15

30

Winterlinde

Tilia cordata

60-80

15

30

Hulst

Ilex aquifolium

C-2

5

10

Haagbeuk

Carpinus betulus

10-12

2

4

Tamme kastanje

Castanea sativa

10-12

2

4

Zoete kers

Prunus avium

10-12

2

4

Winterlinde

Tilia cordata

10-12

2

4

Zomerlinde

Tilia platyphyllos

10-12

2

4

Hoogstambomen

Voorbeeld struweelhaag met enkele bomen

24

Gebied 3: Bosperceel (type inheems broekbos)

Gebied 2: Kruiden- en faunarijk grasland Waarde voor natuur en landschap: Kruidenrijk grasland is door het hele jaar een schuil- en foerageerplek voor de vleermuizen, zwaluwen, kleine zoogdieren, bijen, vlinders en andere insecten. Een gebied met kruidenrijk grasland heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Aanleg is niet van toepassing. Het gaat om bestaand grasland zonder inzaaien. De soortensamenstelling van soorten is grondgebonden en afhankelijk van het maaibeheer, bezonning en neerslag. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer.

Waarde voor natuur en landschap: Kleine bossen zijn gebieden van rust en bieden nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vele dieren zoals vogels, zoogdieren en insecten. Kleine bossen hebben een kernzone, een mantel met struiken en een zoom met kruidenlaag. Oude bomen bieden broedgelegenheid aan spechten en andere holenbroeders (vleermuizen overwinteren en brengen jongen voort in boomholten). Omgevallen dode bomen raken begroeid met mossen en paddestoelen en vormen een leefgebied voor veel soorten Insecten. Kleine bossen zijn prachtige structuurelementen in het landschap. In kleine bossen wordt veel CO2 opgeslagen.

Aanleg Er wordt uitgegaan van verschraling door maaibeheer. Inzaaien is niet gewenst omdat de meeste zaaigoedmengsels niet grondgebonden zijn.

Het bosje bestaat in los verband geplante bomen / heesters (uitgaande van het richtgetal van 400 bomen per hectare zijn voor het bosperceel circa 55 tot 60 bomen te planten) en struiken als mantelvegetatie met de volgende soorten:

Beheer Een keer per jaar maaien (september) en extensief beweiden Maaigoed altijd afvoeren (nadat zaden van het maaigoed zijn uitgevallen) Niet bemesten met (drijf)mest Bij beheerwerkzaamheden moet rekening worden gehouden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)

Centraal deel van het bosje / kernzone: Els (Alnus glutinosa) Zachte berk (Betula pubescens) Zomereik (Quercus robur) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Boswilg (Salix caprea) Sporkehout (Rhamnus frangula)

Aandeel 20 % 15 % 20 % 10 % 10 % 25 %

In de randen van het bosje / zone van de bosmantel: Hazelaar (Corylus avellana) Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Inheemse vogelkers (Prunus padus) Hondsroos (Rosa canina) Gewone vlier (Sambucus nigra) Geoorde wilg (Salix aurita) Grauwe wilg (Salix cinerea) Gelderse roos (Viburnum opulus)

Aandeel 15 % 25 % 15 % 10 % 5% 10 % 10 % 10 %

45m

Aanleg Graslaag verwijderen De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) De bomen worden op circa 4 - 5 m van elkaar geplant De struiken worden op circa 1,5 tot 2 m van elkaar geplant (als ondergroei en mantelvegetatie aan de buitenrand van het bosje) Plantmateriaal: ▪ Bomen: (geveerde) bomen (150 / 200) ▪ Heesters: 2 x verplant, zonder kluit (60 / 80) Eventueel kan een raster ter bescherming van het bosje geplaatst worden (tijdens de eerste 2 - 3 jaren) De bomen en struiken moeten voldoende groeiruimte krijgen

Kernzone

4-

5m

Bosmantel

1,5 - 2 m

Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig Indien nodig kunnen bomen en heesters periodiek worden gedund Bij beheerwerkzaamheden moet rekening worden gehouden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)

1,5 - 2 m Plantschema bos (indicatief)

25

Overige landschapselementen

Gebied 4: Wisseldroge graslanden (met regenwaterberging en natte natuur - plas dras gebied) Waarde voor natuur en landschap: Vochtige schraalgraslanden zijn grazige, laagproductieve begroeiingen op vochtige en natte bodems. In goede vorm zijn ze opmerkelijk soortenrijk, vooral wat de flora betreft. Geringe verschillen in de bodem en het grondwaterregime geven aanleiding voor vele verschillende soortencombinaties. Het gebied heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer.

Boomgaard Een boomgaard biedt nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vele vogels en insecten. 6 hoogstamfruitbomen naar eigen keuze in losse setting en op ruime afstand van elkaar Losse bomenrij in het grasland (appelboom en zomereik) en de Solitaire bomen (els en gewone wilg) groeien vrij en ontwikkelen een natuurlijke kroonvorm. Inheemse loofbomen bieden schaduw in de zomer en laten het zonlicht / warmte door in de winter. Bomen zijn kenmerkende elementen in het landschap.

Aanleg De gronden worden enigszins gemodelleerd: lage delen zijn het licht glooiende tracé van de regenwaterafvoer en de natte natuurzone met plas-dras gebied. In de winter en na regenbuien blijft het water in de (circa 50 tot 70 cm) lage zone staan. De helling van de oevers is flauw (minimaal 1 op 6). Na modellering van de gronden (in grondbalans / zonder grondafvoer) hoeft niet ingezaaid te worden. De grondgebonden soortencombinaties groeien vanzelf. Verdere verschraling ontwikkelt zich geleidelijk door maaibeheer.

Aanplant De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) Plantmateriaal: ▪ Hoogstamfruitbomen met omtrek van minimaal 8-10 cm ▪ Boomsingel een hoogstam-boom met omtrek van minimaal 10-12 cm ▪ Solitaire bomen een hoogstam-boom met omtrek van minimaal 10-12 cm Aanplant met boompaal is te adviseren

De exacte omvang en de diepte van het waterbergingsgebied zijn afhankelijk van de waterbergingsberekening en de aanwezige grondwaterstanden. Om permanent water te laten staan moet het gebied tot minimaal 30 cm onder de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) worden afgegraven. Nader onderzoek (standen GHG en GLG) en uitwerking zijn noodzakelijk in overleg met het Waterschap Vallei en Veluwe.

Beheer De jonge bomen hebben met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water nodig tijdens droge perioden Na 4-5 jaar kunnen boompaal en -band worden verwijderd Verdere beheermaatregelen zijn in principe nauwelijks nodig Indien nodig kunnen dode of zieke takken gesnoeid worden in de wintermaanden

Beheer Een tot twee keer per jaar maaien (eind juli en september) Maaigoed altijd afvoeren (nadat zaden van het maaigoed zijn uitgevallen) Niet bemesten met (drijf)mest) Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)

Geschoren hagen Waarde voor natuur en landschap: De haag vormt een groene kader aan de voor- en zijkant van de erven. Door het onderhoud ontstaat een compacte en dichte heg. Een haag biedt bescherming voor vogels en insecten. Aanplant Beuk (Fagus sylvatica) Aanplant in 1 plantrij met 4 planten per meter (bosplantsoen) Volgroeide breedte: circa 0,5 tot 1 meter en hoogte: circa 1 meter aan de voorzijde en maximaal 1,80 meter tussen de zij- / achtertuinen (zie pag. 23) Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig De haag dient ongeveer 2 tot 3 keer per jaar gesnoeid te worden in een trapezium vorm (onderin wat breder dan boven) zodat ook de onderste delen van de haag voldoende bezonning krijgen

Voorbeeld plas-dras gebied met verschillende soortencombinaties van kruidenrijke graslanden

26

7. ARCHITECTUUR NIEUWE WONINGEN Beeldenreeks met doorlopende rieten kap Principe doorsnedes

Schuurwoning 1 1 laag met kap

Schuurwoning 2 1 laag met laag kap

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

Principe doorsnede woning 1

40

Principe doorsnede woning 2

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13795622/1