Beantwoording openstaande vragen RTG 15 juni 2026
Tekst van het document
Beantwoording openstaande vragen Rondetafelgesprek 15 juni 2026 (versie 19 juni 2026)
Openstaande vragen Jaarstukken 2025 1. Vraag van Raadslid Moleman: in het raadsvoorstel is een toevoeging van € 147.000 aan de bestemmingsreserve Eenmalige investeringen incidentele raadsbesluiten, bestaande uit de middelen vanuit de specifieke uitkering Realisatiestimulans opgenomen. Bij het vaststellen van het kader Volkshuisvesting is toch besloten dit bedrag toe te voegen aan het Vereveningsfonds? Hoe zit dit? Het Kader Volkshuisvesting is op 9 maart 2026 door de gemeenteraad vastgesteld. Op dat moment was nog niet duidelijk hoe deze uitkering in de Jaarstukken 2025 verwerkt moest worden. De commissie BBV heeft eind maart 2026 hierover een uitspraak gedaan. Zoals ook staat in het raadsvoorstel bij de Jaarstukken 2025, wordt deze uitkering pas uitbetaald als aan de voorwaarden wordt voldaan. De controle hierop wordt door de accountant uitgevoerd bij de jaarrekening in het kader van de SiSa-controle. Doordat het risico bestaat dat de uitkering uiteindelijk niet wordt toegekend, is voorgesteld om de opgenomen middelen administratief onder te brengen in de bestemmingsreserve Eenmalige investeringen incidentele raadsbesluiten. De middelen kunnen dus nog niet worden ingezet, omdat zij nog niet zijn toegekend en ontvangen. Bij daadwerkelijke toekenning valt dit bedrag vrij uit deze bestemmingsreserve en kan het vervolgens naar eigen inzicht besteed worden.
De raad heeft bij de vaststelling van het Kader Volkshuisvesting inderdaad al besloten om deze middelen bij toekenning toe te voegen aan de bestemmingsreserve Vereveningsfonds Sociale Woningbouw. 2. Vraag van fractievertegenwoordiger Vrijhoef: kan de raad een overzicht ontvangen over hoe financiële vergoedingen voor opvang Oekraïense ontheemden in de gemeente Voorst worden verwerkt en welk beleid daarachter zit? De gemeente Voorst geeft uitvoering aan de specifieke uitkering Opvang Ontheemden Oekraïners. Deze regeling is door het Rijk ingesteld om gemeenten financieel te compenseren voor de opvang van Oekraïense ontheemden sinds de start van de oorlog in 2022. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie van opvanglocaties en hebben beleidsvrijheid in de inrichting van opvang, maar werken binnen landelijke kaders en normen (bijvoorbeeld bezettingsgraad, voorzieningen en begeleiding). Gemeenten ontvangen op aanvraag deze specifieke uitkering op basis van een normvergoeding per gerealiseerde opvangplek en per gerealiseerde bezette plek. Deze normbedragen dekken verschillende kostencomponenten, zoals huisvesting, personeel, beveiliging, leefgeld en organisatiekosten. De uitkering wordt verstrekt via voorschotten en achteraf vastgesteld op basis van verantwoording bij de jaarrekening (controle accountant via SiSa-systematiek).
Gemeenten leggen dan verantwoording af over het aantal gerealiseerde en bezette opvangplekken en de besteding van middelen.
De uitkering is geoormerkt en wordt daarom apart verantwoord. In de begroting wordt de aangevraagde uitkering opgenomen en voor hetzelfde bedrag aan lasten geraamd. In de jaarrekening vindt verantwoording plaats via de SiSa-bijlage. Verschillen tussen ontvangen vergoeding en gerealiseerde kosten, komen tot uitdrukking in het rekeningresultaat. Positieve resultaten worden niet teruggevorderd door het Rijk. Negatieve resultaten zijn voor rekening van de gemeente. 3. Vraag van fractievertegenwoordiger Groothedde: bij het programma Mooi Voorst op pagina 27 staat 'Alle Bijzonder Onderwijs-locaties zijn in 2025 voorzien van een digitale schoolzone. Bijna alle BO-locaties hebben een fysieke schoolzone...' Is hier onderscheid gemaakt tussen bijzonder onderwijs en openbaar onderwijs? Nee, hier wordt geen onderscheid gemaakt. Voor alle onderwijsinstellingen (met uitzondering van voortgezet onderwijs) passen wij schoolzones toe. Dit doen wij alleen in situaties waar wij wegbeheerder zijn, er voldoende ruimte beschikbaar is en de situatie zich leent voor het toepassen van de maatregel. 4. Vraag van fractievertegenwoordiger Groothedde: bij het programma Mooi Voorst op pagina 34 gaat het o.a. over KCA bakken. Vroeger stond er op de KCA bakken wat erin mocht en wat niet. Dat is nu blijkbaar nu niet meer het geval.
Wordt daar iets aan gedaan? Op de verschillende bakken en containers staan geen wel/niet lijsten meer. Hier is voor gekozen omdat de wel/niet lijst per afvalstroom regelmatig verandert. Ook mist er dan informatie, omdat niet alles benoemd kan worden op een korte lijst. Via de website van Circulus kunnen bewoners per product terugvinden onder welke afvalstroom het valt. 5. Vraag van raadsfractie D66: hulpmiddelen en diensten (WMO) Hulpmiddelen. De jaarrekening 2025 laat lagere uitvoeringskosten van WMO-voorzieningen van € 438.000 zien. Kan het college deze post uitsplitsen en duidelijk maken waar deze meevaller door veroorzaakt is? Op pagina 159 en verder van de Jaarstukken 2025 is een toelichting opgenomen van deze post. Wij verwijzen u hier graag naar. 6. Vraag van raadsfractie SGP: P25: overzicht beleidsindicatoren: Lopende reïntegratievoorzieningen: wat is de oorzaak van de jaarlijks stijgende aantallen? Wij gaan ervan uit dat u het overzicht bedoelt op pagina 42. De laatste jaren zetten wij stevig in op het begeleiden van inwoners naar (betaald) werk. Hiervoor is ook extra geld beschikbaar gekomen vanuit het Rijk, zoals is toegelicht in onder andere onze Najaarsrapportage 2025 op pagina 11. 7. Vraag van raadsfractie SGP: P84: openbare verlichting: aan het fietspad van de Rijksstraatweg tussen Deventer en Twello zijn enkele groene lampen vervangen door felle witte.
Is geen rekening gehouden met het doel van de groene verlichting? Dit fietspad is in beheer bij de provincie Gelderland. Wij hebben hier geen concrete informatie over. 8. Vraag van raadsfractie SGP: P88: verstrekte geldleningen Stimuleringsfonds: Bestaat hier een risico dat een deel niet worden terugbetaald? Wat zijn de ervaringen hiermee? Het verstrekken van leningen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) kent in beginsel een risico op niet-terugbetaling. In de praktijk is dit risico echter beperkt en beheersbaar. Dit komt doordat aanvragen vooraf worden getoetst op financiële draagkracht, veel leningen (zoals de starterslening) hypothecair zijn gezekerd en vaak onder de Nationale Hypotheek Garantie vallen. Daarnaast zijn de voorwaarden zodanig ingericht dat betalingsproblemen worden voorkomen (bijvoorbeeld door uitgestelde aflossing en hertoetsen). Het risico ligt met name in individuele situaties zoals inkomensdaling of restschulden bij verkoop, maar wordt door de opzet en borging van het instrument in belangrijke mate beperkt. Concrete ervaringen hebben wij niet inzichtelijk.
9. Vraag raadsfractie SGP: P143: saldo nog niet uitgegeven afkoppelbijdragen materiaal particulieren is ultimo 2025 543.000. Slechts een besteding van 22.000. Hoe worden burgers gestimuleerd hier aanvragen voor te doen? Moet dit saldo bij niet besteding worden terugbetaald? Wij hebben een afkoppelbijdrageregeling waar mensen gebruik van kunnen maken om het regenwater van hun huis of schuur van de riolering te halen, als dat op de gemengde riolering is aangesloten. Voor enkele zaken wordt een geringe eigen bijdrage gevraagd. Daarnaast kan iedereen een regenton krijgen. Op enkele momenten per jaar wordt deze regeling bekend gemaakt via onze (sociale) mediakanalen. Daarnaast wordt deze regeling bekend gemaakt tijdens herinrichtingsprojecten. Het bedrag is weliswaar afkomstig vanuit subsidies, maar de tegenprestaties hiervoor zijn inmiddels vervuld. Het bedrag hoeft dan ook niet terugbetaald te worden. 10.
Vraag raadsfractie SGP: in het algemeen: hoe wordt gemonitord dat van andere overheden ontvangen bedragen voor doeluitkeringen tijdig worden uitgegeven? Wat wordt gedaan als er te weinig bestedingen zijn? Eventueel terugbetaald? Uit het overzicht blijkt niet hoe veel is terugbetaald? Kan worden aangegeven hoe veel dit over 2025 was? De besteding van doeluitkeringen wordt gemonitord via de reguliere planning- en controlcyclus en de specifieke verantwoordingsvereisten per regeling (zoals SiSa of subsidievaststellingen). Indien besteding achterblijft, wordt waar mogelijk bijgestuurd binnen de looptijd van de regeling of wordt verlenging aangevraagd. De gevolgen van onderbesteding verschillen per regeling: niet-bestede middelen worden ofwel later benut binnen de voorwaarden, of moeten (deels) worden terugbetaald dan wel leiden tot een lagere subsidievaststelling. Eventuele terugbetalingen zijn niet als apart totaalbedrag opgenomen in de jaarstukken, maar zijn verwerkt in de betreffende programma's en balansposten. 11. Vraag raadsfractie SGP: P160: beschermd wonen: al een aantal jaren komt er veel geld terug van de centrumgemeente. In de IBB werd gemeld dat dit incidentele gelden betreft. Wat is incidenteel aan deze gelden? De centrumgemeente Apeldoorn ontvangt jaarlijks een uitkering van het Rijk voor de uitvoering van maatschappelijke opvang en beschermd wonen.
Op dit moment is het nog zo dat de hoogte van die uitkering ambtshalve wordt bepaald op basis van bepaalde maatstaven (dus niet op basis van werkelijke of verwachte uitgaven), en er geldt op dit moment ook geen terugbetalingsverplichting van niet-bestede middelen. Er is in het convenant afgesproken dat de centrumgemeente na het afronden van hun begrotingsjaar de resterende middelen verdeelt over alle regiogemeenten, naar rato van het aantal inwoners. Er geldt daarbij geen minimumbedrag of verdere verplichting van de centrumgemeente. Wij weten dus pas na afronding van het begrotingsjaar van de centrumgemeente óf wij geld terug gaan ontvangen en zo ja hoe hoog dit bedrag is. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), waar alle gemeenten zich verplicht aan moeten houden, schrijft voor dat in dergelijke situaties géén structurele inkomst mag worden begroot. 12. Vraag raadsfractie SGP: Wat is de reden van deze niet besteding? Zijn de gelden niet alle nodig? Of is er een tekort aan personeel of woonruimte? Is er sprake van een forfaitaire subsidie, die niet bepaald wordt door de werkelijke uitgaven? De reden van het niet-besteden is toegelicht in onze Najaarsrapportage 2025 op pagina 16. De centrumgemeente voert alle afgesproken taken uit en kan dit binnen het beschikbare budget doen.
Zoals hierboven is uitgelegd, wordt de hoogte van de uitkering inderdaad niet bepaald op basis van de werkelijke uitgaven. Het is echter onzeker of dit in de (nabije) toekomst ook zo blijft. Er wordt toegewerkt naar een zogenoemd objectief verdeelmodel. Voor een verdere toelichting verwijzen wij u naar de raadsmededeling van 5 juli 2022 over dit onderwerp.
Openstaande vragen Voorjaarsrapportage 2026 13. Vraag van raadsfractie D66: De voorjaarsrapportage maakt geen melding van een vergelijkbaar voordeel in 2026 van de lagere uitvoeringskosten van WMO-voorzieningen in de jaarrekening 2025. Klopt dit? In de alternatieve Prioriteitennota 2026-2029 zijn vanaf het jaar 2027 ombuigingen verwerkt op de onderdelen hulpmiddelen en woningaanpassingen Wmo. Vanaf 2029 is ook een ombuiging verwerkt op de huishoudelijke hulp Wmo. In de Meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 zijn vervolgens ook voor het jaar 2026 ombuigingen verwerkt voor hulpmiddelen Wmo en een hogere ombuiging voor woningaanpassingen. In de Voorjaarsrapportage 2026 zijn daarom vooralsnog geen aanvullende mutaties verwerkt voor deze onderdelen. Wij willen eerst kijken hoe wij met de budgetten ná het doorvoeren van alle ombuigingen uitkomen, om vervolgens pas iets te kunnen zeggen over of er sprake is van een (aanvullend) structureel voordeel en hoe dat dan financieel doorwerkt. 14. Vraag van raadslid Ten Vergert: bij het programma Gezond Voorst gaat het over de fusie tussen De Koepel en De Schaeck. Er is gekozen voor een B.V. Moet de raad niet eerst een raadsvoorstel krijgen om hier een besluit over te nemen? 15. Vraag van raadslid Van Ekeren: is dit het laatste besluitmoment voor de raad v.w.b. de fusie van De Koepel en De Schaeck om het budget beschikbaar te stellen? 16.
Vraag van fractievertegenwoordiger Evenhuis: kan de raad een financiële onderbouwing van de € 782.000 t.b.v. de oprichting van het gemeentelijk sportbedrijf ontvangen? 17. Vraag van raadslid Arco Hak: waar kan ik het implementatieplan vinden zoals bedoeld in de raadsmededeling over het op te richten sportbedrijf waar D66 en ik vragen over heb gesteld op de RTG van gisteravond. Gelet op de strekking van deze vragen beantwoorden wij deze gezamenlijk. Op 23 juni 2025 heeft u het amendement Alternatieve Voorjaarsrapportage 2025 vastgesteld. Daarmee heeft u het college opgedragen de incidentele subsidie aan Stichting De Schaeck en Stichting De Koepel te verbinden aan prestatieafspraken gericht op een fusie, bij voorkeur in de vorm van een sportbedrijf. Met de presentatie tijdens de IBB van 24 november 2025 en de raadsmededeling van 16 december 2025 bent u geïnformeerd over de vervolgstappen, inclusief het adviesrapport van de Draaijer Group. Daarbij is aangegeven dat het implementatieplan, inclusief financiële consequenties, via een afzonderlijk raadsvoorstel aan u zou worden voorgelegd, gelijktijdig met de Voorjaarsrapportage 2026. Wij zijn ons bewust van de afspraak dat nieuw beleid bij tussentijdse rapportages wordt voorgelegd via een apart raadsvoorstel.
Het amendement van 23 juni 2025 bevat echter al een duidelijke beleidsmatige richting ten aanzien van de vorming van een sportbedrijf. Daarom hebben wij de verdere uitwerking beschouwd als een nadere concretisering van bestaand beleid en deze verwerkt in de Voorjaarsrapportage 2026 via een bijsturingsvoorstel. Ten aanzien van uw vraag over de besluitvorming geldt dat op grond van artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet het college bevoegd is tot oprichting van en deelname in privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals een BV. Op grond van het tweede lid wordt een dergelijk besluit pas genomen, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. U wordt daarom nog expliciet in positie gebracht voordat het college een definitief besluit neemt over de oprichting van het sportbedrijf. Het implementatieplan gaat de komende periode vorm krijgen. Nu wordt gewerkt aan de statuten, de samenwerkingsovereenkomst (SOK), de beheer- en exploitatieovereenkomst, de dienstverleningsovereenkomst (DVO) en de prestatieafspraken waarmee de gemeente meer invloed krijgt op de bedrijfsvoering. Voor het opstellen van alle onderdelen is in de voorjaarsrapportage onderzoeksbudget aangevraagd. De financiële onderbouwing van de in de voorjaarsrapportage opgenomen oprichtingskosten is beschikbaar.
Gezien de aanwezigheid van gevoelige informatie wordt deze niet openbaar verstrekt, maar ter inzage gelegd bij de griffie.