Adviesnota (2022-38723)
Tekst van het document
Algemeen bestuur Agendapunt:
8
Overlegdatum:
7-7-2022
Portefeuillehouder:
E.J. Huizinga (plv.)
Adviesnota Onderwerp
Aanpassen indexering 2023
Voorstel
1. in te stemmen met de aanpassing van de indexering van de inwonerbijdrage 2023 naar 5,89%, zoals opgenomen in de 3e (concept)begrotingswijziging 2023; 2. hierover definitief te besluiten in de AB-vergadering van 17 november 2022, nadat de raden de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze op de 3e begrotingswijziging 2023 naar voren te brengen.
Inleiding
Jaarlijks berekenen wij bij het opstellen van de programmabegroting het indexcijfer waarmee de gemeentelijke bijdrage per inwoner aan de GGD wordt verhoogd. Recente berekeningen geven aan dat de index voor 2023 door prijsstijgingen en inflatie uitkomt op 5,89%. Dit is ruim hoger dan de 2,63% die in de Programmabegroting 2023 is gehanteerd (zie agendapunt 7). Daarmee verwachten we een negatief saldo voor het jaar 2023. Wij stellen daarom voor om de index van 5,89% te verwerken in de 3e begrotingswijziging.
Beoogd effect
Een Programmabegroting 2023 die aansluit bij de kostenontwikkeling, zodat de GGD en ook de gemeenten niet met ongedekte hogere kosten te maken krijgen.
Argumenten 1.1. Gemeenten hebben meer zekerheid en duidelijkheid over de inwonerbijdrage aan de GGD en komen niet voor onverwachte kosten van de GGD te staan. Wij willen voor zowel gemeenten als GGD zoveel mogelijk financiële duidelijkheid bieden in deze onzekere tijden. Mogelijk vallen de prijsstijgingen nog hoger uit dan de CPB-cijfers van maart 2022, of – minder waarschijnlijk – wat lager. Op dit moment is echter de stellige verwachting dat de indexering in de Programmabegroting 2023 te laag is en de GGD in 2023 op een tekort afstevent. Wij vinden het verstandig om hierop te anticiperen en toekomstige tegenvallers te voorkomen. In het overleg van de financiële ambtenaren van de gemeenten is besproken dat wanneer de GGD de hogere inwonerbijdrage tijdig meldt, de gemeenten dit nog in de begroting 2023 kunnen meenemen. 1.2. De GGD krijgt met de hogere indexering een reële begroting voor het jaar 2023, op basis waarvan de GGD zijn taken kan uitvoeren op het bestaande, afgesproken niveau. Over de wijze waarop de index wordt berekend, heeft het AB op 21 november 2019 een besluit genomen. De berekening baseren we op de cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB heeft in 2021 geen decembercijfers gegeven, zodat wij in de Programmabegroting noodgedwongen de cijfers uit de septembercirculaire voor het gemeentefonds 2021 hebben gehanteerd. 1
In maart 2022 heeft het CPB nieuwe cijfers gepubliceerd. Door prijsstijgingen en inflatie komt de index voor 2023 uit op 5,89%. Dit is ruim hoger dan de raming van 2,63% die bij het opstellen van de Programmabegroting 2023 is gehanteerd. Daarmee verwachten we een negatief saldo voor het jaar 2023. De procedure voor de concept-Programmabegroting 2023 loopt al, zodat deze kan niet meer worden aangepast. We stellen daarom voor om de index van 5,89% te verwerken in de 3e begrotingswijziging. 1.3. Door nu de index bij te stellen worden schoksgewijze verhoging van de index voor 2024 voorkomen. De systematiek voor de berekening van de index omvat ook een correctie achteraf van de werkelijke indexcijfers in de voorgaande twee jaren. Hiermee ontstaat een indexering die recht doet aan de reële kostenontwikkeling. Als de index voor 2023 niet wordt bijgesteld, maar de werkelijke kosten wel aanmerkelijk meer stijgen, dan komt er voor het jaar 2024 een extra hoge indexering. Wij geven de voorkeur aan een zoveel mogelijk geleidelijke ontwikkeling die past bij de reële kosten. 1.4. De gemeenten ontvangen compensatie voor de kostenstijgingen. De CPB-cijfers, waarop de indexering van de kosten van de GGD is gebaseerd, worden ook gebruikt voor de indexering van het gemeentefonds. De hogere CPB-cijfers zijn meegenomen in het accres van het gemeentefonds. 2.1.
De raden kunnen hun zienswijze naar voren brengen over een voorstel tot verhoging van de inwonerbijdrage. Het algemeen bestuur besluit over de begroting en begrotingswijzigingen (budgetrecht). Voor het AB een besluit mag nemen, moeten verhogingen van de inwonerbijdrage voor een zienswijze worden voorgelegd aan de raden (zie art. 35 Wet gemeenschappelijke regelingen en art. 21 Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG). De per 1 juli 2022 gewijzigde Wgr bepaalt dat de zienswijzentermijn 12 weken is (tot dan 8). Ook zijn wij als dagelijks bestuur na 1 juli 2022 verplicht naar de raden te reageren op de zienswijzen, vóórdat het algemeen bestuur de begroting of begrotingswijzing vaststelt. Zie ook de brief van de minister van BZK over de gewijzigde Wgr bij ingekomen stukken (agendapunt 3.g.).
Kanttekeningen
1.1. De hogere index zorgt voor hogere kosten voor de gemeenten. De keuze kan ook zijn om af te wachten en achteraf een oplossing te zoeken. De kosten voor de gemeenten worden inderdaad hoger. Daar staat tegenover dat de gemeenten ook een hogere bijdrage uit het gemeentefonds ontvangen. De CPB cijfers worden ook gebruikt voor de indexering van het gemeentefonds. De keuze kan ook zijn om de ontwikkelingen af te wachten. Wij geven er echter de voorkeur aan om zo veel mogelijk duidelijkheid en zekerheid te bieden. De middelen van de hogere index willen wij apart zetten, zodat wij deze gericht kunnen inzetten om daadwerkelijke kostenstijgingen op te vangen. Voor zover dit niet nodig blijkt te zijn, dan kunnen deze middelen terugvloeien naar de gemeenten. 1.2. De inflatiecijfers kunnen nog verder stijgen. De ontwikkeling van de prijzen zijn op dit moment onduidelijk. Door de oorlog in Oekraïne zijn er veel onzekerheden. Dit is echter niet alleen het probleem van de GGD of de gemeenten, maar van heel Nederland. Daarnaast zijn voor GGD NOG de gevolgen van de cao gemeenten/SGO vanaf 2023 belangrijk, omdat een groot deel van de uitgaven personeelslasten betreffen. Als de prijzen verder stijgen, dan gaan we in overleg met de gemeenten op zoek naar mogelijke oplossingen.
2
1.3. De index is een raming die ook lager kan uitvallen. Voor het begrotingsjaar 2023 legt de GGD verantwoording af in de bestuursrapportage. Mocht de daadwerkelijke kostenstijging lager uitvallen, dan presenteren we dit voordeel in de bestuursrapportage en beslist het algemeen bestuur hoe dit voordeel wordt bestemd. Onze inzet is echter om de gemeenten zoveel mogelijk duidelijk te bieden over de te verwachten inwonerbijdrage. Verder wordt een eventuele lagere kostenstijging gecorrigeerd in de indexering voor de inwonerbijdrage vanaf 2024. In de indexeringssystematiek die de GGD hanteert zit een correctie voor twee jaar.
Financiën
De inwonerbijdrage 2023 stijgt met € 422.000. In de bijgevoegde concept-begrotingswijzing staat de inwonerbijdrage per gemeente.
Vervolg
De raden van de gemeenten kunnen een zienswijze geven op de 3e wijziging van de begroting 2023. Het algemeen bestuur beslist in de vergadering van 17 november 2022 over vaststelling van de begrotingswijziging. Afhankelijk van het besluit van het AB wordt de hogere index ook meegenomen in de tarieven die de GGD voor diensten in rekening brengt.
Communicatie n.v.t.
Warnsveld, 16 juni 2022 Het dagelijks bestuur, drs. J.J. Baardman, directeur publieke gezondheid
C.M. de Waard-Oudesluijs MSc, voorzitter
Bijlagen
1. 3e Begrotingswijziging met overzicht inwonerbijdrage 2023
3