5a Kadernota Toekomstplan en Begroting Tribuut 2026 - 2029
Tekst van het document
Kadernota Toekomstplan en Begroting 2026-2029 Datum: 23 januari 2025 Status: Bestuursvergadering 23 januari 2025 (aangehouden tot vergadering van 17 april) Auteur: Michel van Schooten en Bert Groot Wesseldijk Bijlage: Overzicht besparingsmaatregelen
Kadernota Toekomstplan en Begroting 2026-2029 Financiële uitgangspunten voor de begroting 2026 Voor het jaar 2026 worden de volgende uitgangspunten voorgesteld: 1. Indexering De budgetten voor structurele en incidentele kosten in de begroting van 2026 en verder worden geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling 2023, die in de septembercirculaire 2024 van het rijk is aangegeven: • Loonkosten index: 3,8% • Materiële kosten index: 2,2% 1 • Index PIOFACH : 2,6%
bron: Septembercirculaire Gemeentefonds 2024 door Min.BZK
2. Actualisatie maatstaven De kosten voor de uitvoering van de belastingtaken worden verdeeld aan de hand van de maatstaven (inwoners, objecten, aanslagregels, aanslagbiljetten en invorderingskosten). Voor de begroting van 2026 zijn de maatstaven geactualiseerd op basis van de door uw bestuur vastgestelde berekeningswijze in de notitie kostenverdeelsystematiek van januari 2020. Vastgestelde maatstaven begroting 2025
N.B. De proceskostenvergoeding in deze tabel is gebaseerd op de inschatting van begin 2024. In de zomer is door de uitspraak van de Hoge Raad een gewijzigde begroting aan het bestuur voorgesteld. Inmiddels is de wetgeving weer aangepast voor wat
Kadernota 2026-2029
2
betreft de proceskostenvergoeding. In de begroting voor 2026 zullen we uitgaan van de nieuwe wetgeving die geldt voor 2026 en verder.
Voorgestelde maatstaven begroting 2026 Verdeelsleutel
Apeldoorn Brummen Epe
Lochem
Voorst
Zutphen
Totaal
# Woning
80.313
10.422
16.024
16.764
11.014
24.757
159.294
# Niet Woningen
7.732
918
2.001
2.303
1.734
2.221
16.909
€ 262.677
€ 30.061
€ 55.519
€ 65.127
€ 21.857
€ 61.776
€ 497.017
#WOZ bezwaren
3.176
372
643
610
405
722
5.928
# Aanslagregels totaal
349.434
64.029
85.882
86.201
48.259
113.207
747.012
# ASR inlezen
76.365
30.270
31.898
46.516
21.650
24.197
# ASR Stuf # Controleren grondslagen
9.267
-
1.606
1.734
1.089
9.782
10.285
226
1.035
1.157
288
182
# Biljetten
98.693
11.923
20.081
22.610
14.307
33.406
201.020
# Heffen bezwaren
395
20
92
102
59
567
1.235
# KWS verzoeken
2.238
358
246
280
106
714
3.942
Dwanginvordering
€ 463.742
€ 47.614
€ 51.242
€ 70.245
€ 37.043 € 134.059
€ 803.945
# Klantcontacten
15.886
2.073
3.108
2.777
Proceskostenvergoeding
2.180
4.770
230.896 23.478 13.173
30.794
Toelichting op de maatstaven t.b.v. de begroting 2026 Algemeen: Woningen en niet woningen: Proceskostenvergoeding:
Bezwaren: Objecten: Aanslagregels:
Biljetten: Kwijtscheldingsverzoeken: Inkomsten uit dwanginvordering: Klantcontacten:
Kadernota 2026-2029
de maatstaven zijn geactualiseerd op basis van Gouw Tribuut, voor het jaar 2024. Betreft de te waarderen objecten (alle WOZ-objecten excl. WOZvrijstellingen) die actief zijn/waren per 1-1-2024. Betreft de uitgekeerde proceskostenvergoedingen per gemeente over het belasting jaar 2024. De proceskosten voor beroepen lopen over meerdere jaren door, maar hebben in hoofdlijnen een gelijke verdeling. Betreft het aantal ingediende bezwaren (verdeeld naar WOZ en Heffen) in 2024. Betreft de te waarderen objecten (alle WOZ-objecten excl. WOZvrijstellingen) die actief zijn/waren per 1-1-2024. Het totaal aantal verzonden aanslagregels van alle belastingsoorten in tijdvak 2024 (heffingsjaar voorafgaande aan het jaar waarin de kadernota en begroting worden opgesteld) exclusief de beschikkingsregels. Voor heffingen die achteraf worden opgelegd is uitgegaan van het tijdvak 2023. Voor specifieke activiteiten zijn de bijbehorende aanslagregels inzichtelijk gemaakt. Het totaal aantal biljetten in tijdvak 2024. Betreft het aantal ingediende kwijtscheldingsverzoeken (exclusief automatische kwijtschelding) per gemeente in 2024 Het aandeel van de gemeenten in de totaal ontvangen inkomsten uit dwanginvordering in het jaar 2024. Betreft het aantal geregistreerde klantcontacten in 2024 per gemeente.
3
3. BTW De budgetten in de begroting zijn exclusief BTW geraamd. Het vervallen van de verruimde koepelvrijstelling heeft hier geen effect op. De betaalde BTW wordt bijgehouden en zal tweemaal per jaar met de transparantie/doorschuifmethode naar rato van de gemeentelijke bijdrage aan de deelnemende gemeenten worden doorgeschoven. De gemeenten kunnen deze BTW vervolgens compenseren bij het btw-compensatiefonds. 4. Beleidsontwikkelingen a. Samenhangende Object Registratie (SOR) Zoals hiervoor al beschreven zijn de ontwikkelingen t.a.v. de SOR nu al onderwerp van gesprek tussen de deelnemende gemeenten en Tribuut. Het gaat hier om het afstemmen van basisregistraties van o.a. BAG, WOZ en BGT. Er wordt landelijk veel gesproken over de kosten die op de gemeenten en samenwerkingsverbanden afkomen. Echter is er nog nauwelijks onderbouwing te vinden voor deze inschattingen. De verwachting is dat deze ontwikkeling leidt tot extra kosten voor een periode van 3 tot 5 jaar. De inschatting is ook dat het daarna nog veel vraagt om de uitwisseling van gegevens op orde te houden. We houden de ontwikkelingen in de gaten. We willen in overleg met de gemeenten afspreken hoe we de objectregistratie in de samenwerking verder vorm kunnen geven. b.
Landelijke pilot secundaire objectkenmerken (“Check uw eigen WOZ-waarde”) Het landelijke project secundaire objectkenmerken, of “Check uw eigen WOZ-waarde”, draait op dit moment als pilot bij een aantal gemeenten. De reacties van de inwoners, die hebben meegedaan aan deze pilots, zijn uitermate positief. Ook het Ministerie van Financiën is hier tevreden over, zoals gelezen kan worden in de laatste brief van de staatssecretaris Financiën aan de Tweede Kamer. Wij zijn ook erg positief over deze ontwikkeling. Als de doorontwikkeling vlot verloopt, dan kan deze landelijke wijze van inventarisatie van secundaire objectkenmerken in 2026 kunnen worden ingevoerd. Onze softwareleverancier is betrokken bij het project. We kunnen dan de gegevens rechtstreek inlezen in onze belastingapplicatie. De kosten zijn nog niet exact bekend, maar de toegevoegde waarde zal groot zijn voor klanten en voor Tribuut. En het zal onze eigen voormeldingen systematiek beperken. c. Verhuizing De kosten voor investeringen in inrichting en meubilair bij de verhuizing geven een afschrijvingspost van ca. €41.000,-. Beide posten worden in 10 jaar afgeschreven. De huur verandert wel, maar ten opzichte van de huur die we op dit moment betalen, is dat beperkt. De servicekosten die we aan gemeente Epe betalen, is inclusief facilitaire voorzieningen.
Voor de Fauststraat zullen we nieuwe contracten moeten aangaan met nieuwe aanbieders. De gevolgen daarvan kunnen we op dit moment nog niet goed inschatten. d. Proceskostenvergoeding (PKV) In september 2024 hebben wij u de gevolgen van de uitspraak proceskostenvergoeding (PKV) van de Hoge Raad voorgelegd. De financiële gevolgen van de uitspraak voor bezwaren en beroepen waren fors. Echter heeft de Staatsecretaris in het nieuwe belastingplan 2025 door aanpassing van de correctiefactor het bedrag weer beperkt voor gegronde bezwaren van bezwaren en beroepen. Ten opzichte van de aanpassing van de begroting door de uitspraak van de Hoge Raad (in september 2024) verwachten we een forse besparing op de proceskosten. Echter kan er enig jaar bij meer bezwaren, wel een beroep worden gedaan op de algemene reserve, omdat het behandelen van meer bezwaren en de eventuele proceskosten wel degelijk een risico vormen. De besparing op proceskosten bestaat uit meerdere onderdelen welke zijn uitgewerkt in de bijlage.
Kadernota 2026-2029
4
e. Nieuwe CAO De CAO kent al een aantal jaren een looptijd van ongeveer één jaar. De huidige CAO loopt tot en met maart 2025. Op dit moment ligt er nog geen akkoord voor de periode daarna. Daarom begroten we met het loonindexcijfer uit de laatst bekende septembercirculaire. Grote afwijkingen moeten we dan in een begrotingswijziging verwerken. De looneis van de bonden is op 7% gesteld voor één jaar, maar het overleg ligt op dit moment stil. f. Functiewaardering herijkingstoets Op verzoek van de OR en vragen van medewerkers van Tribuut, heeft het MT besloten een herijkingstoets voor de functiewaardering uit te voeren. In het medewerkerstevredenheidonderzoek werd ook al geconstateerd dat een groot aantal medewerkers twijfelt aan de waardering van de functie in relatie tot de werkzaamheden. Tribuut maakt gebruik van de HR-21 methodiek. De leidinggevenden hebben samen met de medewerkers functieomschrijvingen gemaakt die specifiek zijn voor werkzaamheden bij Tribuut. (Tot op heden gebruiken we algemene functieomschrijvingen). Deze zijn door een externe adviseur getoetst en in de HR-21 systematiek gewaardeerd. Voor een 5-tal functies (op dit moment 8 personen) leidt de functieomschrijving tot een waardering in een hogere schaal. De werkzaamheden zijn in de loop der jaren met het groeien van de organisatie ontstaan.
Hierdoor is het noodzakelijk de functiematrix aan de passen, wat een bevoegdheid van het Lokaal Overleg is. De financiële consequenties zijn ca. €56.000,- op jaarbasis. g. Inflatie De afgelopen jaren is de inflatie fors toegenomen. Indexcijfers zijn ook aanleiding voor de contracten van vooral softwareleveranciers om de prijzen aan te passen voor 2025. Deze indexering loopt door in de jaren daarna. Het is nog moeilijk in te schatten of de contractueel afgesproken indexaties ongeveer gelijklopen met de indexatiepercentages uit de septembercirculaire. Daarom actualiseren we jaarlijks de kosten van automatisering naar aanleiding van de werkelijke kosten van afgelopen jaar, vermeerderd met de indexeringscijfers uit de laatst bekende septembercirculaire. h. Automatisering De inzet op automatisering is een constante zoektocht. Op dit moment zijn we met ontwikkelingen bezig op het gebied van robotisering en automatisering met behulp van AI (kunstmatige intelligentie). Let wel, robots of AI nemen nooit besluiten. Het zijn hulpmiddelen om processen beter en sneller in te richten. Hierdoor verwachten we echter wel een grotere efficiëntie te behalen, met als resultaat minder inhuur van externen. Maar de kosten zijn op dit moment nog niet inzichtelijk. i. Investeringsbudget In de management letter heeft onze accountant aangedrongen op het opnemen van investeringsbudgetten in de begroting.
Daarmee geeft het bestuur duidelijk goedkeuring aan investeringen die moeten worden gedaan. Hier zullen we uitdrukkelijk aandacht aan besteden in de begroting van 2026. j. Actualisatie van risico’s Sinds enkele jaren maken we een uitgebreide risico-inventarisatie naar aanleiding van het vastgestelde beleid. De risico’s worden in de begroting geactualiseerd. Op advies van de accountant zal er meer aandacht besteed worden aan de onderbouwing van de verhouding tussen de risico’s en de algemene reserve voor het opvangen van die risico’s. k. Opbouwen algemene reserve voor opvangen risico’s Naar aanleiding van een zienswijze van gemeente Zutphen heeft het bestuur gevraagd een algemene reserve op te bouwen die de ingeschatte risico’s dekt. Daarvoor wordt een aangepast paragraaf van het risicomanagement opgesteld en voorgelegd aan het bestuur. Door ze zo reëel mogelijk te begroten,
Kadernota 2026-2029
5
kunnen risico’s zich vaker voordoen, zoals een veel groter aantal bezwaren. Het bestuur heeft uitgesproken een algemene reserve aan te leggen om deze risico’s op te vangen. Jaarlijks zal bij het bestemmen van het resultaat, rekening worden gehouden met het vormen van voldoende reserve. l. Bijdrage besparingsopgave gemeenten In 2026 krijgen gemeenten te maken met het sterk teruglopen van de rijksbudgetten. De gemeenten hebben ons gevraagd te onderzoeken of er mogelijkheden zijn een bijdrage te leveren aan de besparingen die gemeenten moeten realiseren. Natuurlijk kijkt ook Tribuut naar de uitgaven en waar mogelijk zullen we onnodige kosten voorkomen. In een extra overleg met het bestuur is gesproken over de mogelijkheden van besparingen. Daarin zijn een aantal optie doorgesproken die Tribuut heeft voorbereid. De mogelijke besparing en de risico’s van die besparing zijn opgenomen in de bijlage. Deze besparingen worden verwerkt in de begroting voor 2026. Na het opmaken van het resultaat over 2024 zullen we bovenstaande aspecten verwerken in de begroting voor 2026 en doorrekenen op basis van de genoemde indexeringen voor een meerjarenperspectief naar 2029.
Kadernota 2026-2029
6