CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

5. MEMO wijziging toelichting bestemmingsplan Attero 2023’

gemeenteraad 23 februari 2026, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Attero 20231.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Haskoning Nederland B.V. Mobility & Infrastructure

Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door

Attero Wilp RS 04 november 2025

Onderwerp:

Overzicht wijzigingen aan ontwerp-bestemmingsplan ‘Attero 2023’ ten behoeve van vaststelling

1

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001 Projectgerelateerd TB

Inleiding

Deze oplegnotitie geeft een overzicht van wijzigingen en actualiseringen aan het ontwerpbestemmingsplan ‘Attero 2023’ ten behoeve van vaststelling van dit bestemmingsplan. Deze oplegnotitie geldt enkel ter informatie aan de gemeente Voorst. De wijzigingen/actualisringen hieronder genoemd zijn in het ontwerp-bestemmingsplan opgenomen.

2

Overzicht van de wijzigingen

In de toelichting zijn de volgende onderdelen gewijzigd: • Paragraaf 4.4 Fasering, afwerking en overdracht stortterrein • Paragraaf 5.2 MER • Paragraaf 5.6 Stikstof (Onderdeel van Ecologie, in geheel gewijzigd) • Paragraaf 5.10 Geur (In geheel gewijzigd) Daarbij zijn de volgende bijlagen bij de toelichting geactualiseerd/toegevoegd: • Bijlage 1 Fasering • Bijlage 3 Oplegnotitie MER 2024 • Bijlage 4 Oplegnotitie MER 2025 • Bijlage 6 AERIUS (inclusief de berekeningen) • Bijlage 8 Geuronderzoek • Bijlage 9 Participatie In de onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen in de plantekst van de toelichting opgenomen én is de uitbreiding van het participativrslag. Tot slot is de uitbreiding van Bijlage 9 Participatie opgenomen.

2.1

Paragraaf 4.4 Fasering, afwerking en overdracht stortterrein

Het stortterrein De Sluiner zal nog een aantal decennia in gebruik zijn. Door het formaat van het stortterrein en het feit dat afvalverwerking niet op elke plek tegelijk kan en hoeft te gebeuren is het mogelijk om activiteiten op bepaalde delen van het stortterrein vroegtijdig, vóór het einde van de vergunde situatie, te beëindigen. Op deze locaties is het dan mogelijk te beginnen met de eindafwerking. Het naar voren halen van de eindafwerking heeft voornamelijk in esthetisch en landschappelijk opzicht

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

1/12

voordeel en heeft daarmee dus met name voordeel voor het zicht vanuit de omgeving. Het huidige voornemen voor de fasering en afwerking bestaat uit een aantal stappen: Talud noordzijde van het stortterrein, parallel aan de Rijksweg A1: Uiterlijk 2030 (naar verwachting volgt in 2025/2026 een Koninklijk besluit waarin de datum wordt gewijzigd naar 2033 in het Invoeringsbesluit Omgevingswet artikel 8.2.20) in profiel brengen en voorzien van beplanting. Deze ingreep heeft de meest positieve impact op de omgeving. De noordzijde van het stortterrein is de zijde waarop inwoners van Wilp-Achterhoek zicht hebben. Daarnaast is deze zijde ook zichtbaar van de A1. Het voornemen is om diverse beplanting aan te brengen omwille van een natuurlijkere uitstraling en verhoogde biodiversiteit. Het advies van de ecoloog, welke geraadpleegd is voor beoordeling van milieueffect 'Natuur en ecologie' zal voor zover mogelijk opgevolgd worden.

2.2

Paragraaf 5.2.2 MER

Het voornemen is niet MER-plichtig conform de criteria in Besluit m.e.r, onderdeel C. Uit de concept MER-Aanmeldnotitie is gebleken dat de voorgenomen activiteit geen bijzondere omstandigheden met zich meebrengt die het verplichten tot het opstellen van een MER rechtvaardigen. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, met betrekking tot de voorgenomen verandering van het stortterrein De Sluiner is vastgesteld dat de voorgenomen activiteit geen bijzondere omstandigheden met zich meebrengt, die het verplichten tot het opstellen van een MER rechtvaardigen. In overleg met bevoegde gezagen kiest Attero ervoor om niet eerst formeel te laten beoordelen of in dit geval aanleiding bestaat voor het opstellen van een MER, maar om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid direct vrijwillig een MER op te stellen conform artikel 7.16, vijfde lid, van de Wet milieubeheer (Wm). Belangrijkste argument hiervoor is dat het opstellen van een MER een wezenlijke bijdrage kan leveren aan een zorgvuldige totstandkoming van het besluit over de toekomstige ophoging van stortterrein De Sluiner in Wilp.

Omdat zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunning (Milieu) aangepast moeten worden, is er voor gekozen om ingevolge artikel 14.4b Wm een gecombineerd plan- en project-MER op te stellen waarvoor de uitgebreide voorbereidingsprocedure is gevolgd. In Bijlage 2 is het MER opgenomen. Voor het beoordelen van de milieueffecten zijn drie alternatieven voor het stortterrein uitgewerkt. De milieueffecten worden beoordeeld ten opzichte van de autonome situatie. De Commissie m.e.r. heeft een advies uitgebracht, waarop vervolgens een oplegnotitie (2024) is opgesteld behorende bij het MER. Daarin wordt nader ingegaan op de onderdelen stikstof en de ecologische ontwikkeling na afdichting van de stortplaats. In Bijlage 8 is deze oplegnotitie opgenomen. Naar aanleinding van actualisaties aan het ontwerp-bestemmingsplan is opnieuw een oplegnotitie opgesteld (2025) bovenop het MER en de oplegnotitie uit 2024. In Bijlage 9 is deze oplegnotitie opgenomen. Hierin zijn de volgende wijzigingen en actualisaties uiteengezet: Actualisatie van Bijlage 1 Faseringsplan, Bijlage 4 AERIUS berekening en Bijlage 6 Geuronderzoek als bijlagen bij de toelichting. De uitkomsten van deze actualiseringen hebben geen gevolgen voor het MER.

2.3

Paragraaf 5.6 Stikstof

Op 9 oktober 2025 is in AERIUS een berekening gemaakt om te bepalen wat het verschil is tussen de referentiesituatie en de periode na 2027 wanneer de aanleg van de tunnelcompostering en de mitigerende maatregelen gereed is. Zie bijlage 4 van het (ontwerp-)bestemmingsplan ‘Attero 2023’. In 2015 (huidige natuurvergunning) is geen rekening gehouden met het feit dat bij een dieselmotor ook een kleine emissie van ammoniak vrijkomt. AERIUS houdt daar wel rekening mee. Daarom is de emissie

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

2/12

van ammoniak in AERIUS voor het jaar 2015 hoger dan vergund. In de vergunning kwam alleen ammoniak vrij bij de biofilters (4.555 kg/jr). Omdat AERIUS er van uitgaat dat bij een dieselmotor een

geringe hoeveelheid ammoniak vrijkomt is deze emissie in AERIUS berekend op 4.628,7 kg/jaar voor het jaar 2015. Bij het gebruik van moderne motoren komt meer ammoniak vrij dan bij oudere motoren op diesel. Als gevolg van deze moderne motoren gaat de uitstoot van NOx fors omlaag maar van NH3 omhoog. Als gevolg van deze moderne motoren gaat de totale emissie van NH3 van de locatie omhoog van 4.628,7 kg naar 4.743,2 kg terwijl de emissie van NH3 van de biofilters afneemt. De emissie van NOx van de locatie neemt af van 55,7 ton naar 32,1 ton per jaar. Randeffecten Stikstof Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van een toename van depostitie van stikstofverbindingen wanneer de hexagonen met een randeffect buiten beschouwing worden gelaten. Voor wat betreft natura 2000 gebied “Veluwe” is sprake van 2 hexagonen met een randeffect:

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

3/12

Randhexagonen op Natura 2000-gebied 'Veluwe'

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

4/12

Randhexagoon 1

Habitattypen voor randhexagoon 1 Zoals te zien in bovenstaande afbeelding ligt randhexagoon 1 (aangegeven met marker, ster) midden in habitattype Lg13 ‘Bos van arme zandgronden’. In onderstaande afbeelding is te zien dat dit randhexagoon op circa 24,7 kilometer ligt gelegen ten opzichte van de planlocatie.

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

5/12

Afstand randhexagoon 1 tot planlocatie Randhexagoon 2

Habitattypen voor randhexagoon 2 Randhexagoon 2 ligt voor een heel klein gedeelte nog in habitattype ZGH6230dka ‘Heischrale

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

6/12

graslanden, droog kalkarm’. De rest van het randhexagoon ligt in habitattype Lg13 ‘Bos van arme zandgronden’. In onderstaande afbeelding is te zien dat dit randhexagoon op circa 24,7 kilometer ligt gelegen ten opzichte van de planlocatie.

Afstand randhexagoon 2 tot planlocatie Wat betreft Natura 2000-gebied 'Boetlerveld' is sprake van 1 hexagoon met een randeffect:

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

7/12

Randhexagoon op Natura 2000-gebied ‘Boetelerveld’ Randhexagoon 3 Zoals te zien in bovenstaande afbeelding 7 ligt randhexagoon 3 (aangegeven met marker, ster) midden in habitattype H4010A ‘Vochtige heiden (hogere zandgronden)’.

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

8/12

Habitattypen voor randhexagoon 3 In onderstaande afbeelding is te zien dat dit randhexagoon op circa 24,8 kilometer ligt gelegen ten opzichte van de planlocatie.

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

9/12

Afstand randhexagoon 3 op planlocatie Uit de berekening blijkt dat op 56.872,89 hectare de depositie afneemt. De hexagonen met een randeffect beslaan een oppervlakte van 1,52 hectare. Conclusie Stikstof Op basis van berekeningen met de AERIUS calculator versie oktober 2025 blijkt dat geen extra depositie wordt veroorzaakt van stikstofverbindingen op Natura-2000 gebieden.

2.4

Paragraaf 5.10 Geur

Door SGS Nederland B.V. (d.d. 08 mei 2025) heeft een actualisatie van het geuronderzoek plaatsgevonden om vast te stellen wat de geurgevolgen zijn van het uitbreiden van de stortcapaciteit op de locatie Attero Wilp, inclusief de tunnelcompostering die als voorwaardelijke verplichting in het (ontwerp-)bestemmingsplan is opgenomen. Het onderzoeksrapport is als Bijlage 6 toegevoegd aan deze toelichting. Onderstaande tabel geeft de te verwachten geurbelasting na implementatie van tunnelcompostering. De in de tabel genoemde eerste zes referentiepunten zijn identiek aan die welke in eerdere rapportages zijn gebruikt. Deze zijn ook opgenomen in de huidige vergunning. In de kop van de tabel is ook het toetsingskader opgenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat de provincie

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

10/12

Gelderland recent heeft aangegeven dat het Gelders Geurbeleid ten aanzien van het gebruik van de hedonische waarde is aangepast. Zij heeft daarom Attero gevraagd om, afwijkend van de geurrapportage 2021, als toetsingskader uit te gaan van de categorie geur: “minder hinderlijk” en daarbij de emissies niet te corrigeren voor de hedonische waarde van de individuele bronnen.

Uit de tabel blijkt dat op alle referentiepunten voldaan wordt aan de grenswaarde behorend bij het toetsingskader voor gebiedscategorie “wonen” (gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend de bestemming ‘wonen’). Op 8 van de 18 toetspunten (groen gekleurd in de tabel) wordt ook voldaan aan de richtwaarde. Voor de toetspunten 1 t/m 6 is ook een vergunde geurbelasting als 98 percentiel beschikbaar. Hiermee vergeleken neemt de geurbelasting gemiddeld over die 6 punten met 22 % af. Voor de overige toetspunten is deze niet beschikbaar omdat deze pas in dit rapport op verzoek van bevoegd gezag zijn toegevoegd. Bij bovenstaande conclusies wordt tenslotte nog opgemerkt dat de 98 percentiel concentratie vooral bepaald wordt door de continue bronnen zoals de biofilters en de opslag gereed product. Deze bronnen bepalen gezamenlijk 69 % van de jaarlijkse geuremissie, terwijl deze bronnen geen oorzaak zijn van klachten. Klachten worden met name veroorzaakt door de niet continue bronnen waarvan de geurbelasting beter beschreven wordt door de hogere percentielen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, voldoet de 99,9 percentiel als gemiddelde van alle toetspunten aan de richtwaarde. Attero vraagt naast de bestaande activiteiten ook een nieuwe geurbron aan, namelijk een silo waarin het water vanuit de compostering wordt opgeslagen.

De geurimmissie ten gevolge van deze bron voldoet ruimschoots aan de streefwaarde van het geurbeleid.

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

11/12

Conclusie Geur Het aspect Geur kan worden verondersteldt geen negatieve effecten op de omgeving te hebben.

2.5

Participatie

De bijlage betreft participatie is uitgebreid met onder andere het onderdeel biodiversiteit met betrekking tot de mitigerende maatregelen. Landschappelijke verbeteringen zijn op de korte termijn voorzien voor stukken aan te planten bos aan de zuidkant van de snelweg. Voor de aanplant van het bos is een opdracht verstrekt aan een voor bosaanplant deskundig bedrijf. Naar verwachting gaat die verbetering in het najaar van 2025 plaatsvinden.

3

Conclusie

De wijziginen en actualiseringen hebben geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4 november 2025

BH5225-HK-MI-NI-FN-P-0001

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16420631/3