CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 03 28 Vragen GB aan rekenkamer

gemeenteraad 22 april 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Rekenkamerrapport Regio Stedendriehoek8.836 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

8 alinea's met “lokaal”: 20 43 45 85 93 99 115 116

Geachte leden van de Rekenkamer, Op 16 januari 2024 heeft de gemeenteraad van Voorst een raadsvoorstel met bijbehorend rekenkamerrapport ontvangen van uw Rekenkamer. Het college heeft op 5 maart 2024 hier een bestuurlijke reactie op gegeven. Hierin beschrijft het college de complexiteit van de Regio Stedendriehoek in relatie tot de transitie die het door maakt op zowel inhoudelijk als op het governance vlak. Wij waarderen de wijziging in taakopvatting die de Rekenkamer sinds de position paper 2015 heeft opgepakt, waarin er niet alleen meer sprake is van onderzoek naar gebeurtenissen die in het verleden liggen (ex-post onderzoek) maar ook naar actuele zaken (ex-ante onderzoek). Dit maakt, zeker op het moment als actuele zaken in ontwikkeling zijn, dat feiten al snel weer achterhaald zijn. Desalniettemin, geeft ex-ante onderzoek – zoals de Quick Scan uit het rapport “Samenwerking vraagt duidelijkheid” – goede inzichten voor de raad. In dit kader zit de Regio Stedendriehoek midden in een proces waarin haar regeling wordt aangepast. Hiervoor heeft de Regio Stedendriehoek een nieuwe regeling voorbereid. De ontwerpregeling Stedendriehoek is op 30 oktober 2023 in de gemeenteraad besproken. Inmiddels is op 21 december 2023 de definitieve regeling Stedendriehoek aangeboden aan de raden.

Het rapport van TwynstraGudde en de Quick Scan geven voor Gemeente Belangen aanleiding om enkele verdiepende vragen te willen stellen aan de Rekenkamer. Wij stellen deze vragen graag op papier, aangezien een extra verdiepingsslag wat lastig haalbaar is bij een Rondetafelgesprek. Onze verdiepende vragen hebben betrekking op: • Verbreding van de scope • Governance AB & DB (artikel 9 lid 2) • Waarborgen besluit algemeen bestuur • Congruentie tussen raadsvoorstellen regio • Stichting Strategische Board • Raadsadviescommissie Bijgaand vindt u de vragen en voegen wij een extra bijlage toe specifiek aangaande de voetnoten die gerelateerd zijn aan de door ons gestelde vragen. Separaat vindt u een door ons geschreven ‘wensenkader’ betreffende de gemeenschappelijke adviescommissie. Wellicht kunt u een reflectie geven op dit ‘wensenkader’. Wij zouden het prettig vinden als u de vragen schriftelijk wilt beantwoorden, zodat de beantwoording betrokken kan worden bij de behandeling van het Rekenkamerrapport in de gemeenteraad. Mocht dit niet lukken zijn Ingrid Aarnink en Robert Bosch graag bereid om de gestelde vragen en ‘wensenkader’ (digitaal) met uw Rekenkamer te bespreken. Wij hebben namelijk alle begrip dat de gestelde vragen te verstrekkend zijn om te kunnen beantwoorden. Ps.

bent u bereid de beantwoording en reflectie op het wensenkader ook delen met de gemeenteraad van Brummen? Alvast hartelijke dank. Met vriendelijke groet, Ingrid Aarnink – Westerbeek

Robert Bosch

1

Verbreding scope In het raadsvoorstel en het Rekenkamerrapport staat dat de doelstellingen van de GR niet helder zijn en aan veranderingen onderhevig en het hierdoor moeilijk is voor de raad om inzicht te krijgen in de bevoegdheden van zowel de raad als de GR 1. 1. Kunt u de gevolgtrekking tussen ‘onheldere doelstellingen en aan veranderingen onderhevig’ en ‘moeilijk voor de raad om inzicht in bevoegdheden te krijgen’ nader duiden? 1.1.Wat heeft het één met het ander te maken (doelstellingen/verandering met bevoegdheden)? In het raadsvoorstel adviseert de Rekenkamer periodiek de doelstellingen van de GR te evalueren. De raad behandeld ieder jaar (januari/februari) een raadsmededeling (voorbeeld uit 2023) waarin alle GR-en tegen het licht worden gehouden. Daarnaast heeft de gemeenteraad in haar zienswijze van de gemeenteraad van 30 oktober 2024, ten aanzien van artikel 44 van de ontwerpregeling Stedendriehoek, kenbaar gemaakt dat een evaluatie van alleen de regeling een nauwe opdracht is en zij die graag inhoudelijk verbreed zien over de regio thema’s waaraan gewerkt wordt 2. 2. Wat zou de gemeenteraad, volgens de Rekenkamer, aanvullend op het bovenstaande kunnen doen als het gaat om periodiek evalueren van de doelstelling van de Regio? 2.1.Ligt het hele bestaansrecht van de Regio niet in het feit dat ze gemeente overstijgende belangen binnen de regio moet behartigen? 2.1.1.

Op welke wijze is dat dan niet goed verwoord in Hoofdstuk II van de regeling? 2.1.2. Zijn documenten als het ‘uitvoeringsprogramma’ van de Regio niet juist bedoeld om nadere invulling te geven aan deze abstracte doelstelling? In de conclusies en aanbeveling van het Rekenkamerrapport staat dat de regio Stedendriehoek nieuwe onderwerpen onder druk van de provincie en het Rijk oppakt. Het TwynstraGudde beschrijft dat het van belang is dat de agenda vanuit een gezamenlijke visie en een gezamenlijk verhaal is geformuleerd. Temeer voor de positionering richting provincie en het Rijk. Tot slot concludeert TwynstraGudde in haar deelconclusies dat Gemeente-overstijgende vraagstukken en vraagstukken vanuit het Rijk en de provincie maken dat samenwerking noodzakelijk is en blijft3. 3. Wat zijn de opgaves (medebewindstaken) van het Rijk en wat zijn de opgaves van de gemeente (open huishouding) 3.1.Op welke opgaves kan de gemeenteraad invloed uitoefenen?

1

Citaten raadsvoorstel en Rekenkamerrapport p.4 ‘Conclusies/bevindingen van de rekenkamer’ Citaten raadsvoorstel en de zienswijze van de gemeenteraad van 30 oktober 2024 Citaten Rekenkamerrapport p.6 ‘Conclusies/bevindingen van de rekenkamer’, TwynstraGudde p.12 ‘2.2.1. Ambities en doelstellingen’ en p.40 ‘5.2. Deelconclusies’ 2 3

2

Governance AB & DB (artikel 9 lid 2 regeling Stedendriehoek) Het dagelijks bestuur is een collegiaal bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van het gemeenschappelijk openbaar lichaam (art. 33b lid 1 onder a Wgr). Het bereidt de besluiten van het algemeen bestuur voor en voert de besluiten uit (art. 33b lid 1 onder b Wgr). Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam en om ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan (art. 33b lid 1 onder c en d Wgr). Daaruit blijkt onder meer dat het dagelijks bestuur het organisatiebelang behartigt. Anders dan bij het dagelijks bestuur, is het algemeen bestuur geen collegiaal bestuursorgaan. Het algemeen bestuur is een vertegenwoordigend orgaan. Ieder lid van het algemeen bestuur vertegenwoordigt het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen. Leden van het algemeen bestuur stemmen dan ook niet verplicht zonder last en ruggespraak. Dat betekent overigens niet dat zij ook automatisch met last en ruggespraak stemmen. Dat wordt overgelaten aan ieder afzonderlijk bestuursorgaan dat een lid van het algemeen bestuur aanwijst. Duidelijk is echter dat het lid van het algemeen bestuur zijn stemrecht mag uitoefenen om het eigen individuele (gemeentelijke) belang te dienen.

In artikel 9 lid 2 regeling Stedendriehoek staat: “Artikel 9 lid 2: Besluitvorming vindt zoveel als mogelijk plaats op basis van consensus en unanimiteit”. Naar mening van Gemeente Belangen staat artikel 9 lid 2 haaks op de gebruikelijke inrichting van een geleed bestuur, waarbij het dagelijks bestuur het belang van de organisatie bewaakt en het algemeen bestuur de belangen van de individuele gemeenten behartigd. Voorts past een zodanig artikel beter bij het hoofdstuk ‘HOOFDSTUK IV Het dagelijks bestuur’ onder artikel 15. 4. Deelt de Rekenkamer de bovenstaande mening van Gemeente Belangen?

3

Waarborgen besluit algemeen bestuur In de Quick Scan stelt de Rekenkamer dat de besluitvorming altijd bij het algemeen bestuur (AB) ligt en dat de besluitvorming omtrent de Regio Deal heeft plaatsgevonden in het dagelijks bestuur. Wij vinden dit, samen met de Rekenkamer, opmerkelijk. Niet alleen de besluitvorming van de Regio Deal vindt plaats in het dagelijks bestuur. Naar weten van Gemeente Belangen worden slechts alleen de kadernota en de begroting vastgesteld in het algemeen bestuur4. 5. Hoe kan de gemeenteraad waarborgen dat besluiten daadwerkelijk in het algemeen bestuur worden genomen? 5.1.Zijn in dat kader besluiten ook beter herleidbaar (aangezien vergaderingen van het algemeen bestuur openbaar zijn)? Aansluitend kiest de regio er nu voor om in de nieuwe regeling ‘HOOFDSTUK III Het algemeen bestuur artikel 5 lid 1’ één afgevaardigde te sturen vanuit het college voor het algemeen bestuur én volgens ‘HOOFDSTUK IV Het dagelijks bestuur artikel 13 lid 1’ het dagelijks bestuur te laten bestaan 3 leden te midden van het algemene bestuur. Dit is een wijziging ten opzichte van de huidige samenstelling (DB:8 en AB:16). In de oude situatie is macht en tegenmacht slecht in verhouding. In deze oude situatie zitten bijvoorbeeld wethouder A & B uit de gemeente Voorst in het algemeen bestuur en wethouder A eveneens in het dagelijks bestuur.

Op het moment dat wethouder A met zijn collega’s uit het dagelijks bestuur een voorstel doet aan het algemeen bestuur zal zijn collega wethouder B, uit collegialiteit, dit logischerwijs niet afwijzen. In de nieuwe situatie zijn niet alle gemeenten vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur. Hierdoor ontstaat – anders dan in de oude situatie – meer tegenmacht vanuit het algemeen bestuur. Hierdoor zullen voorstellen vanuit het algemeen bestuur beter voorzien worden van tegenmacht en wordt het algemeen bestuur een meer vertegenwoordigend orgaan van de gemeenteraden. 6. Onderschrijft de Rekenkamer het bovenstaande? 6.1.Onderschrijft de Rekenkamer dat in de nieuwe situatie het algemeen bestuur meer sprake is van een vertegenwoordigend orgaan? 6.2.Hoe kan de gemeenteraad waarborgen dan besluiten nu wél genomen worden in het algemeen bestuur (zie vraag 5)? In tegenstelling tot macht en tegenmacht, waarmee democratische legitimiteit gewaarborgd wordt beschrijft TwynstraGudde dat er voor een kleiner bestuur is gekozen uit het oogpunt van efficiëntie5. 7. Kan de Rekenkamer uiteenzetten hoe dit efficiëntere bestuur zich verhoudt tot macht en tegenmacht in het DB en AB? 7.1.Kan de Rekenkamer advies geven over hoe deze macht en tegenmacht gewaarborgd kan worden tussen het dagelijks bestuur en algemeen bestuur? 4 5

Citaat Bijlage 2: Quick Scan p.2 ‘Budgetrecht van gemeenteraden’ Citaat TwynstraGudde p.17 ‘’3.1. Feitelijke beschrijving’

4

7.2.Kan de Rekenkamer advies geven over hoe gewaarborgd wordt dat besluiten in het AB genomen worden in plaats van DB (zie vraag 5 en 6.2)?

5

Congruentie tussen raadsvoorstellen regio In de regio ontvangen de 8 gemeenteraden allemaal verschillende raadsvoorstellen die andere accenten leggen. De 8 gemeenteraden tezamen zijn via haar lid (nieuwe regeling) vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. In het verlengd lokaal bestuur is er sprake gedeelde democratie, waarbij congruentie van belang is. Hieronder geven wij drie voorbeelden van raadsvoorstellen in de regio.

8. Hoe kunnen gemeenteraden op deze manier congruentie aanbrengen in de aanbevelingen van de Rekenkamers en opdrachtformulering aan het algemeen bestuur van de regio?

6

Stichting strategische board De strategische Board is in 2013 opgericht om regionaal economisch samen te werken tussen de overheid, onderwijs (onderzoek) en ondernemers (drie O’s). Gedurende de periode van 2013 tot het heden is er altijd discussie blijven ontstaan over ‘wat doet de GR en wat doet de Board?’ en ‘moet de GR niet opgaan in de Board?’. De samenwerking in de Board heeft altijd te maken gehad met een aantal tekortkomingen. Onder andere dat de Regio Stedendriehoek: • niet beschikt over een Universiteit (onderzoek); • geen één overheersende bedrijfssector heeft (anders dan bijv. Brainpoort); Om bovenstaande reden is er in het verleden ook gekozen om de regio niet sectoraal te profileren, maar op het thema: CleanTech. Het thema CleanTech raakt op deze manier alle sectoren. In de stukken van de Rekenkamer staat o.a. dat de veranderende, meer adviserende rol van de Strategische Board, wordt gezien als een goede ontwikkeling. Daarnaast dat de grote ondernemers niet zijn aangehaakt bij de Strategische Board. Daar komt bij dat een aantal betrokkenen aangeven, dat met de stap naar het nieuwe Strategische Board, meer grote ondernemers de behoefte zullen hebben om aan te sluiten. Bovendien is er in de nieuwe situatie geen sprake meer van twee kapiteins op één schip. In de nieuwe situatie is slechts alleen het GR-bestuur besluitvormend en heeft de Board een adviserende rol 6.

9. Kunt u uitleggen hoe de triple helix nu wordt ondergebracht in de nieuwe GR en wat er dan nog aan taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden overblijft voor de Strategische Board? 10.Waarom zal de stap naar een ‘nieuwe Strategische Board’ meer grote ondernemers de behoefte hebben om aan te sluiten? 11.Uit bijlage 1 blijkt dat er drie ondernemers en 5 mensen uit het onderwijs zijn geïnterviewd. Hoe kan de Rekenkamer beoordelen dat dit een wens is van het onderwijs en ondernemers?

6

Citaten TwynstraGudde p.17 ‘Vanaf 2024’, p.19 ‘Vanaf 2024’, p.20-21 ‘3.2.1. Governance’ en p.40 ‘5.1. Hoofdconclusie’

7

Raadsadviescommissie (RAC) Gemeente Belangen veronderstelt dat in het Rekenkamerrapport en het TwynstraGudde rapport enkele tegenstrijdigheden staan over de taakopvatting van de raadsadviescommissie7. Zo worden er aannames gedaan over het: • (niet) verantwoordelijk zijn voor de informatiepositie van de raad; • niet kunnen vervullen van een ambassadeursrol; • stroomlijning van de zienswijzen, procedureel en ook inhoudelijk; • een inhoudelijke schakel kan worden tussen de regio en de raden; • moet worden benut om vroegtijdig mee te denken over ontwikkelingen; • niet inzichtelijk is of de commissie een adviserende of informerende rol krijgt; • namens hun raad meedenkt over kaders en adviseren over projecten en prioritering; De belangrijkste aannames hebben betrekken op de informatiepositie, inhoudelijke rol en adviseren. Waar Gemeente Belangen zich over verbaasd is dat er niet of nauwelijks gesproken wordt over de procedurele rol die de adviescommissie kan vervullen. Ook in het advies van de Raad van State over de nieuwe Wettelijke regeling (P.4 & 5) wijst op het feit dat de adviescommissie kan leiden tot rolonduidelijkheid. Gemeente Belangen zou er voor willen pleiten dat de adviescommissie een strikt procedurele rol krijgt. “Een goede inhoud, kan niet zonder een goed proces”. Graag verwijzen we hiervoor naar het ‘wensenkader’ opgesteld door Gemeente Belangen.

12.Kan de Rekenkamer reflecteren op het bovenstaande in combinatie met het meegestuurde ‘wensenkader’? 13.Is het ‘wensenkader’ geschikt om in te dienen als initiatiefvoorstel (i.k.v. artikel 24a Wgr) In het verlengde hiervan wil Gemeente Belangen wijzen op het feit dat de er geen meerwaarde bestaat om de raadsadviescommissie een informerende rol toe de dichten. Artikel 17 van de Wgr regelt dat het algemeen bestuur van de Regio Stedendriehoek de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen worden verstrekt én dat het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen geeft die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het algemeen bestuur als geheel kan niet ter verantwoording worden geroepen door een gemeenteraad. Dan kan slechts alleen het lid van de betreffende gemeente. 14.Is het bijvoorbeeld mogelijk om als individueel raadslid een ‘schriftelijke vraag’ te stellen aan het algemeen bestuur als geheel?

7

Citaten Rekenkamerrapport p.5 ‘AB en raadsadviescommissie’, p.7-8 ‘Gebruik de instrumenten van de raad’, rapport Twynstra en Gudde p.18-19 ‘Vanaf 2024’, p.24 ‘Raden’, p.39-40 ‘5.1. Hoofdconclusie’, p.41 ‘5.2. Deelconclusies’, p.42 ‘Aanbeveling 2’

8

Bijlage Voetnoot 1 (vraag 1): In het raadsvoorstel staat: “De overall conclusie van het onderzoek is dat de doelstellingen van de GR niet helder zijn en aan veranderingen onderhevig. Hierdoor is het moeilijk voor de raad om inzicht te krijgen in de bevoegdheden van zowel de raad als de GR”. Op pagina 4 onder het kopje ‘Conclusies/bevindingen van de rekenkamer’ staat (Rekenkamerrapport): “De hoofdconclusie van de rekenkamer is dat de doelstellingen van de GR niet helder zijn en aan veranderingen onderhevig zijn. Dit komt o.a. doordat de GR in 2024 aangepast zal worden en de onderliggende documenten zoals de Uitvoeringsagenda al eerder zijn aangepast. Bovendien is de terminologie niet eenduidig. Daarnaast worden in de praktijk onderwerpen toegevoegd door opdrachten of verzoeken van het rijk en/of de provincie. De bevoegdheden van de GR worden bepaald door deze doelstellingen. Het is daarom moeilijk voor de raad om inzicht te krijgen in de bevoegdheden van zowel de raad als de GR”.

Voetnoot 2 (vraag 2) In het raadsvoorstel staat: “Ad.7. Evalueer periodiek de doelstelling van de GR. Door een evaluatie te doen kan de raad alert zijn op een eventuele tussentijdse bijstelling van de doelstelling van de GR met name die van ‘de regionale ambities en maatschappelijke opgaven’. Zo kan de raad periodiek een besluit nemen over de voortzetting en de doelstellingen van de GR Regio Stedendriehoek”. De raad behandeld ieder jaar (januari/februari) een raadsmededeling (voorbeeld uit 2023) waarin alle GR-en tegen het licht worden gehouden. Bovendien staat in de zienswijze van de gemeenteraad van 30 oktober 2024: “Artikel 44: 1. Het algemeen bestuur evalueert deze regeling tenminste een keer in de vier jaar. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de omvang, inhoud en werkwijze van de evaluatie. De gemeenteraad van Voorst wil opmerken dat een evaluatie van de regeling een nauwe opdracht is en wij die graag inhoudelijk verbreed zien over de regio thema’s waaraan gewerkt wordt. Het lijkt ons wenselijk dat een evaluatie opdracht voorafgaand aan de daadwerkelijke evaluatie besproken wordt in de regionale adviescommissie en van advies wordt voorzien, alvorens de evaluatie start. Dit ook op te nemen in een bepaling van artikel 44 van de regeling”.

9

Voetnoot 3 (vraag 3) Op pagina 6 onder het kopje ‘Conclusies/bevindingen van de rekenkamer’ staat (Rekenkamerrapport): “9. Provincie heeft ook eigen rol en verantwoordelijkheid De GR pakt nieuwe onderwerpen op onder druk van de provincie en het Rijk. Gelden zullen ook voor een deel uit de EU komen die ook weer zijn eigen eisen stelt (cofinanciering, samenwerking met partners uit andere landen). De provincie Gelderland is een grote provincie en geeft de zeven regio’s binnen de provincie een belangrijke rol met name in het ruimtelijk domein. Niet al deze regio’s zijn als GR georganiseerd. De provincie zal haar eigen rol moeten blijven spelen”. Op pagina 12 onder het kopje ‘2.2.1. Ambities en doelstellingen’ staat (TwynstraGudde): “Naast de ambities en doelen die zijn geformuleerd, is het ook van belang dat de agenda vanuit een gezamenlijke visie en een gezamenlijk verhaal is geformuleerd. Niet alleen om te zorgen voor commitment op de agenda en voor herkenbaarheid, maar ook om de regio te kunnen gebruiken voor de positionering richting het Rijk en de provincie. Trajecten als het regio-arrangement en de Regio Deal vragen namelijk om een gezamenlijk verhaal vanuit alle betrokken gemeenten”. Op pagina 40 onder het kopje ‘5.2.

Deelconclusies’ staat (TwynstraGudde): “Waarom wordt er samengewerkt? Binnen de samenwerking en de gemeenten wordt breed erkend dat samenwerking nu en in de toekomst van belang is. Gemeente-overstijgende vraagstukken en vraagstukken vanuit het Rijk en de provincie maken dat samenwerking noodzakelijk is en blijft”.

Voetnoot 4 (vraag 5) Op pagina 2 onder het kopje ‘Budgetrecht van gemeenteraden’ staat (Bijlage 2: Quick Scan): “De regio-deal 2024 is opgesteld door de regio Stedendriehoek en onder de verantwoordelijkheid van de GR ingediend. Er komt een apart beheerd budget onder verantwoordelijkheid van de GR. Opmerkelijk genoeg stelt de aanvraag dat de besluitvorming bij het dagelijks bestuur (DB) van de GR ligt (p. 9). In een GR ligt de besluitvorming altijd bij het algemeen bestuur (AB)”.

Voetnoot 5 (vraag 7) In hoofdstuk ‘3.1. Feitelijke beschrijving’ van het rapport van Twynstra en Gudde (p.17) staat: “Uit de gesprekken komt naar voren dat de Regio al langer bezig was met het doorontwikkelen van de governance. De nieuwe WGR heeft daarbij mede geleid tot de beslissing van de regio om de hernieuwde samenwerking vast te leggen in een gewijzigde GR. In juli 2023 is een ontwerpregeling aangeboden aan de gemeenteraden van de regio. Na het volgen van de gebruikelijke besluitvormingsprocedure zal de

10

definitieve nieuwe regeling uiteindelijk in december 2023 worden voorgelegd aan de raden. De gemeenten hebben tot 1 juli 2024 de tijd om een keuze te maken uit de nieuwe mogelijkheden en om dit te laten verwerken in de GR. Het wijzigen van een GR wordt gezien als een ingrijpende procedure. Daarom is er ook voor gekozen om van deze gelegenheid gebruik te maken om het bestuur van de regio efficiënter te maken”.

Voetnoot 6 (vragen 9, 10 en 11) Op pagina 17 onder het kopje ‘Vanaf 2024’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “De nieuwe Strategische Board (bestaande uit overheden, ondernemers en overheidsinstellingen) krijgt in de beoogde nieuwe structuur een adviserende functie. Primair rondom landelijke en regionale ontwikkelingen, alsook externe profilering. Dit in plaats van de eerdere functie, waarbij ook aspecten van de strategische agenda door de Strategische Board werden opgepakt”. Op pagina 19 onder het kopje ‘Vanaf 2024’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “Er is nu sprake van een nieuwe Strategische Board en een stichting. In 2024 wordt door de bestuurder en de Raad van Toezicht van het Strategische Board besloten hoe verder wordt gegaan met de stichting”. Op pagina 20 en 21 onder het kopje ‘3.2.1. Governance’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “De veranderende, meer adviserende rol van de Strategische Board, wordt gezien als een goede ontwikkeling waar de afgevaardigden uit overheden, onderwijs en ondernemers beter tot hun recht kunnen komen. Uit de interviews blijkt dat de huidige opzet van de Strategische Board te veel intern gericht was, in plaats van op de regio, waardoor er te weinig werd gesproken over grote transities en strategische ontwikkelingen. Daarnaast was de vertegenwoordiging vanuit de stakeholders een aandachtspunt.

De grote ondernemers waren niet aangehaakt bij de Strategische Board. Uit interviews blijkt dat er een nieuwe manager regionale samenwerking is aangesteld. Deze manager is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de triple helix-samenwerking. Dit moet er mede toe leiden dat de ondernemers beter vertegenwoordigd zijn binnen het SB en daarin hun rol beter kunnen invullen. De nieuwe positie van de Strategische Board zal zorgen voor minder directe verantwoordelijkheid. Daar komt bij dat een aantal betrokkenen aangeven, dat met de stap naar het nieuwe Strategische Board, meer grote ondernemers de behoefte zullen hebben om aan te sluiten. Een aandachtspunt blijft wel dat ondernemers en onderwijs partijen goed aangehaakt blijven in deze nieuwe, veranderende rol. Hiervoor is het belangrijk dat ook op lokaal niveau de ondernemersnetwerken goed functioneren en de verbinding met het gemeentebestuur continu en sterk is. Aangegeven wordt dat deze netwerken en verbinding nog niet voor de hele regio sterk genoeg zijn. En dat het gesprek zal moeten gaan over de regionale transities en strategische vraagstukken van de regio, zonder vooral gericht te zijn op belangenvertegenwoordiging door de aangesloten partijen”. Op pagina 40 onder het kopje ‘5.1. Hoofdconclusie’ (rapport Twynstra en Gudde) staat:

11

“Eveneens is de governance in opzet zichtbaar verbeterd met een eenduidige aansturing en governance. Er is geen sturing meer vanuit de board én vanuit de GR. Dat maakt het mogelijk en noodzakelijk om te investeren in het betrekken en versterken van ondernemersnetwerken. Deze netwerken en de verbinding daarmee moeten op lokaal niveau op orde zijn zodat je dat op regionaal niveau kunt verbinden. De organisatiegraad van deze ondernemerswerken en de betrokkenheid daarvan bij de regio zijn momenteel nog niet op orde”.

Voetnoot 7 (vragen 12 en 13) Op pagina 5 onder het kopje ‘AB en raadsadviescommissie’ (Rekenkamerrapport) staat: “De nieuwe wet WGR maakt een raadsadviescommissie (RAC) mogelijk. Deze heeft alleen maar betekenis in het kader van de GR. De RAC kan de rol van de raad in de gemeente niet vervangen wat betreft de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol. Een raadsadviescommissie kan dus niet verantwoordelijk worden gehouden voor de informatiepositie van de raad en kan ook niet optreden als ambassadeur van de GR of de regio”. Op pagina 7 en 8 onder het kopje ‘Gebruik de instrumenten van de raad’ (Rekenkamerrapport) staat: “Een RAC is geen instrument van de raad maar van de GR. Een Raadsadviescommissie kan geen officiële beleidsbeïnvloeding bewerkstelligen en heeft geen formele rol in de informatiepositie van de raad”. Op pagina 18 en 19 onder het kopje ‘Vanaf 2024’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “In een formele raadsadviescommissie zouden de leden dan terug kunnen koppelen aan de rest van de raad, maar ook het gesprek aan kunnen gaan over wat op de agenda staat en wat dit voor de raden betekent. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de raden via informatieavonden en bijeenkomsten zijn bevraagd om mee te denken over de invulling van de commissie.

In Artikel 24a lid 1 van de WGR staat geregeld dat de raden eerst formeel de komst van deze commissie gezamenlijk moeten voorstellen. In 2024 kan het bestuur van Regio Stedendriehoek de commissie in 2024 dan formeel installeren”. Op pagina 24 onder het kopje ‘Raden’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “De regionale adviescommissie zou ook een rol kunnen gaan vervullen bij de stroomlijning van de zienswijzen, procedureel en ook inhoudelijk. Deze uitgebreidere mogelijkheden tot het indienen van zienswijzen zouden de raden daarmee in de toekomst meer in staat kunnen stellen om haar controlerende en kaderstellende rol in te vullen”. Op pagina 39 en 40 onder het kopje ‘5.1. Hoofdconclusie’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “Verder is het daadwerkelijk vormgeven van de raadsadviescommissie van belang om de raden meer te betrekken bij de regio. De adviescommissie moet een inhoudelijke schakel worden tussen de regio en de afzonderlijke raden. Voorkomen moet worden dat het een

12

tafel wordt waaraan de leden alleen periodiek worden bijgepraat. De commissie moet benut worden om vroegtijdig mee te denken over ontwikkelingen, wat deze ontwikkelingen betekenen voor de raden en hoe de raden daarbij betrokken kunnen worden. Dat vraagt ook voldoende handelingsvrijheid voor de leden van de raadsadviescommissie. Handelingsvrijheid om ook namens hun eigen raad te spreken en mee te denken. Dat vraagt vertrouwen. Vertrouwen van de rest van de raad in hun vertegenwoordiging, en vertrouwen van de raden dat in de raadadviescommissie de goede dingen gebeuren en worden besproken. Zonder daarbij – uiteraard – de besluitvorming in de eigen raad aan te tasten. Eigen besluitvorming dient het uitgangspunt te blijven, ook wanneer wordt gewerkt met een raadsadviescommissie die meedenkt en mede de regio vormgeeft”. Op pagina 41 onder het kopje ‘5.2. Deelconclusies’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “Ook de betrokkenheid van de raden gaat veranderen. Met de wijziging in de Wgr wordt een raadsadviescommissie ingesteld om de raden eerder en meer te betrekken bij de regio. Deze commissie moet nog verder vorm gaan krijgen. Zo is nog niet inzichtelijk of de commissie een adviserende of meer informerende rol krijgt.

Een meer adviserende rol zou de raden meer in positie brengen om de kaderstellende en controlerende rol in te vullen, maar vraagt een goede organisatie en voldoende handelingsvrijheid voor de deelnemende raadsleden”. Op pagina 42 onder het kopje ‘Aanbeveling 2’ (rapport Twynstra en Gudde) staat: “De raadsadviescommissie kan een goed middel zijn om de raden eerder en aan de voorkant te betrekken. Vanuit de nieuwe Wgr heeft de raad hier mogelijkheden toe gekregen. Wel is het noodzakelijk dat de raadsadviescommissie goed vorm krijgt. Niet alleen als afstemming of om informatie te delen, maar ook in een adviserende rol. De deelnemende raadsleden kunnen bijvoorbeeld namens hun eigen raad meedenken over kaders en adviseren over projecten en prioritering ten behoeve van het uitvoeringsprogramma. En hun raad informeren over wat er gebeurt binnen de regio, aanvullend op de informatievoorziening vanuit het college en de regio zelf. Immers, een adviescommissie is geen vervanging voor de formele informatievoorziening. Waarbij wel duidelijk moet worden gemaakt dat de raadsadviescommissie niet gaat over inhoudelijke aspecten. Er worden dan ook geen besluiten genomen. Immers, een adviescommissie is ook geen vervanging voor de besluitvorming in de eigen gemeente en de eigen raad.

De leden van de raadsadviescommissie dienen wel mandaat te krijgen vanuit hun raad om mee te denken over de informatievoorziening. De raadsadviescommissie kan ook meedenken over passende betrokkenheid van de raden bij verschillende trajecten. Immers, betrokkenheid bij een concreet project als de fietssnelweg zal anders zijn dan betrokkenheid bij een traject als het regioarrangement. Maak vanuit de raadsadviescommissie afspraken met het dagelijks bestuur over de gewenste betrokkenheid van de raden bij de verschillende trajecten die worden ontplooid in de regio. Borg daarbij wel dat de raadsadviescommissie niet in een te operationele rol vervalt. Zorg er daarnaast voor dat de raadsadviescommissie goed wordt ondersteund vanuit de griffies en de ambtelijke apparaten van de verschillende gemeenten. Denk over het bovenstaande samen als raden na, actief, aanvullend op het traject wat reeds loopt voor de totstandkoming van de adviescommissie”.

13

De gemeenschappelijke adviescommissie

Wensenkader

Inhoudsopgave 1.

Inleiding: Wensenkader gemeenschappelijke adviescommissie .................................................. 2 1.1

De Regio Stedendriehoek...................................................................................................... 2

1.2

Rol en positie raad binnen de Regio Stedendriehoek .......................................................... 3

2.

Wijziging wet gemeenschappelijke regeling 2022 ......................................................................... 4

3.

Doel regionale agendacommissie?................................................................................................. 4

4.

Wettelijk kader oprichting regionale agendacommissie ............................................................... 5

5.

6.

4.1.

Artikel 24a Wgr ...................................................................................................................... 5

4.2.

Regionale gemeenschappelijke adviescommissie (Memorie van toelichting p.11-13) ...... 6

Inrichting en taken regionale agendacommissie (Wensenkader) ................................................. 7 5.1.

Wens 1 (Lange Termijn Agenda): .......................................................................................... 7

5.2.

Wens 2 (adviseren over zienswijzeprocedure): ................................................................... 7

5.3.

Wens 3 (Regio griffier hiërarchisch onder RAC): .................................................................. 8

5.4.

Wens 4 (geen inhoudelijke bevoegdheden naar RAC) ......................................................... 8

Op te nemen artikelen in regeling Stedendriehoek ...................................................................... 8 6.1.

7.

Memorie van toelichting artikelen ..................................................................................... 10

Alle wijzigingen en verplichte afspraken wijziging Wgr .............................................................. 11

1

1. Inleiding: Wensenkader gemeenschappelijke adviescommissie De raad van de gemeente Voorst maakt zich al jarenlang hard voor grip op samenwerkingsverbanden. Waar het vaak ontbreekt aan ‘grip’, wordt het ook steeds vaker duidelijk dat er onvoldoende ‘begrip’ van samenwerking bestaat onder raadsleden. Tenslotte zijn samenwerkingsverbanden onontbeerlijk voor een goed lokaal bestuur. Zonder deze samenwerking is er onvoldoende slagkracht, kennis en kunde binnen de eigen organisatie en vooral de opgaves vragen om een gezamenlijke aanpak. Dit wensenkader richt zich op de samenwerking binnen de regio Stedendriehoek. De regio Stedendriehoek (Wgr) is veruit het meest interessante samenwerkingsverband waarin de raad van Voorst participeert. Andere samenwerkingsverbanden zijn veelal uitvoeringsorganisaties (Tribuut, Plus OV en de Omgevingsdient) of voeren met name wettelijke verplichtingen uit (VNOG en GGD). De Strategische Board (Regio Stedendriehoek – stichting) wordt in dit wensenkader buiten beschouwing gelaten. Feitelijk heeft de gemeente hier slechts alleen een financiële relatie mee. Op 1 juli 2022 is de wetswijziging met betrekking tot de Wet gemeenschappelijke regeling van kracht. Dit is een mooie kans om als gemeente Voorst gezamenlijk naar een goede invulling hiervan te kijken.

Hieronder sommen we kort de eerder gezette stappen van de raad toe: - Initiatiefvoorstel Samenwerkingsverbanden Voorst (2019) - Initiatiefvoorstel - Bijbehorende startnotitie - Reactie college op initiatiefvoorstel (2019) - Raadsmededeling - Oriëntatienota Samenwerkingsverbanden - Motie (aangenomen) - Regionale beleidsnotitie: Grip op Samenwerken (2020) - Initiatiefvoorstel - Regionale beleidsnotitie: Grip op Samenwerken - Raadsmededeling college Het college beschrijft bij de aanbieding van de Oriëntatienota in de raadsmededeling dat het kabinet een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in voorbereiding heeft die raakt aan de kern van het door de raad aangenomen initiatiefvoorstel. Daarbij geeft het college in overweging op dat moment geen besluiten te nemen, maar dit uit te stellen tot het moment waarop de wetswijziging is ingetreden (of in ieder geval bekend gemaakt is). Deze wetswijziging is sinds 1 juli van dit jaar van kracht. Vandaar dat wij nu dit wensenkader aan de raad voorleggen.

1.1 De Regio Stedendriehoek De Regio Stedendriehoek is de naam van onze regio: het groene gebied in en tussen de Stedendriehoek Apeldoorn, Deventer en Zutphen, in de provincies Gelderland en Overijssel. De regio heeft een rijke Hanzehistorie. De IJssel stroomt door het gebied waar de Veluwe, Salland en de Achterhoek samenkomen. Onze regio kent een centrale ligging in het land langs belangrijke corridors als de A1, de A50, spoorverbindingen Amersfoort – Apeldoorn – Deventer – Enschede, Zwolle – Deventer - Arnhem en de IJssel. Van oudsher is het dan ook verbindingsregio tussen noord en zuid en oost en west. Met ruimte voor groei herbergen we nu al 440.000 inwoners en bijna 40.000 bedrijven. Het is hier goed werken, wonen en ondernemen.

2

De Regio Stedendriehoek is de naam van onze kennis- en netwerkorganisatie waarbinnen we werken aan het versterken van de duurzame, economische ontwikkeling van onze regio. Dat doen wij door constant en telkens weer verbinding te leggen met en tussen initiatieven uit onderwijs, ondernemers en overheid. Deze triple Helix-samenwerking heet de Strategische Board (stichting) die werkt aan een vitale, toekomstbestendige arbeidsmarkt en een circulaire en energieneutrale economie. Daarnaast werken de acht gemeenten in onze regio samen aan een duurzaam gezonde leef- en werkomgeving. Deze samenwerking heet Regio Stedendriehoek (Wgr).

1.2 Rol en positie raad binnen de Regio Stedendriehoek De raad stelt kaders en controleert. Het college werkt en bereid voor. Bij het aanbieden van de Oriëntatienota (p. 10) concludeerde het college dit al eerder. Bij het inrichten van de governance rond samenwerkingsverbanden is het principe van rollenscheiding binnen de kaders van het duale stelsel essentieel: het maakt duidelijk welke verantwoordelijkheden er zijn en moeten worden onderscheiden, zodat een ieder zijn rol goed kan pakken. De rollen van eigenaar en van opdrachtgever berusten bij het college, de rol van de raad is het stellen en toepassen van kaders bij het aangaan van samenwerking en het houden van toezicht. Het instrument van een gemeenschappelijke adviescommissie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Weliswaar kan met goed ingezette zienswijzeprocedures waarvan door raden ook actief gebruik wordt gemaakt de betrokkenheid van raden bij samenwerkingsverbanden worden vergroot, maar de keerzijde is dat zienswijzeprocedures een aanzienlijke vertraging in de besluitvorming met zich mee kunnen brengen. Hoe meer het zienswijze instrument wordt ingezet en hoe langer te zienswijzetermijnen worden gesteld; hoe meer het ten koste zal gaan van de slagvaardigheid van het samenwerkingsverband en daarmee direct effect op de beleidsvoorbereiding en – uitvoering.

Reden om met terughoudendheid met het instrument om te gaan. Een verdere inmenging van de gemeenteraad of gemeenteraden doet afbreuk aan de rollenscheiding tussen raad en college. Ook onder raadsleden bestaat de sterke wens om de eigen autonomie te behouden en weg te blijven bij regionale besluitvorming tussen raden. De wetgever heeft ook geen mogelijkheid gegeven om over te gaan tot een regionale raad / parlement tussen gemeenteraden. Dit

3

zou ernstig afbreuk doen aan het ‘verlengd lokaal’ bestuur en het ‘Huis van Thorbecke’. Het in 2002 geïnitieerde experiment voor een Drechtraad tussen de zeven Drechtsteden is onlangs gestrand, mede wegens onduidelijke rolneming tussen de Drechtraad, gemeenteraden en colleges. Bovenstaande niet allesomvattende organogram van de Stedendriehoek (zowel Wgr als stichting) geeft inzicht in de rollenscheiding tussen college, raad en de positionering van de gemeenschappelijke adviescommissie.

2. Wijziging wet gemeenschappelijke regeling 2022 Sinds 1 juli 2022 is de gewijzigde wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) van kracht. Met deze wijziging wordt beoogd de betrokkenheid van raadsleden bij het bestuur van een samenwerkingsverband te verbeteren. Zo moeten gemeenteraden meer invloed krijgen op besluitvorming van een gemeenschappelijke regeling. Met deze wetswijziging worden de mogelijkheden van volksvertegenwoordigers om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regelingen te versterken aangepast en uitgebreid. Ook wordt de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen zo’n samenwerkingsverband vergroot. Voorbeelden zijn het recht een zienswijze in te dienen (onder meer bij het treffen van een regeling en bij besluiten), het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor raadsleden en afspraken hoe om te gaan met burgerparticipatie. Ook krijgen volksvertegenwoordigers meer invloed op het functioneren van een regeling, bijvoorbeeld via verplichte afspraken over evaluatie van de regeling en de verplichting om afspraken te maken over (financiële) gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers. Op deze manier bestaat vooraf al duidelijkheid bij alle deelnemers over de (financiële) gevolgen die een eventuele uittreding met zich mee brengt.

Daarnaast komen er extra controlebevoegdheden, zoals de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar het functioneren van de gemeenschappelijke regeling als geheel. Wel moeten alle betrokken raden in meerderheid met deze enquête instemmen (Rijksoverheid, 2022). Voor de meeste wijzigingen in de wet geldt dat de deelnemers van een samenwerkingsverband deze nu ook al kunnen inzetten als zij daarover afspraken maken in hun regeling (kan-bepalingen). De verandering met de wetswijziging is dat in het vervolg over deze onderwerpen afspraken gemaakt moeten worden in de nieuw op te stellen regelingen. Het deel van de wet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers gaat direct per 1 juli 2022 in. Voor het andere deel geeft de wet een implementatieperiode van twee jaar. De wetswijziging zal – volgens de memorie van toelichting tot een bredere discussie over de manier waarop raden bij een bepaalde regeling betrokken willen zijn en geeft raden meer positie in die discussie via de zienswijzenprocedure over het ontwerp van de regeling.

3. Doel regionale agendacommissie? “Een goede inhoud, kan niet zonder een goed proces”. Raadsleden debatteren het liefst over de inhoud. Helaas is dit vaak niet het geval, als het gaat over de Regio Stedendriehoek. Vrijwel altijd gaat het over de teleurstelling geen of onvoldoende zicht/invloed op de koers van de regio.

4

Om raden weer aan het stuur te krijgen, moeten raden in het proces beter in positie gebracht worden. Meer begrip krijgen van het proces en hoe de gemeenteraad zich verhoud binnen dit gehele proces. Het college werkt en de raad stelt kaders en controleert. Met een regionale agendacommissie krijgen de raden niet alleen meer begrip van het proces, maar gaat vooral aan het stuur zitten om op het proces te sturen. Door dergelijke processturing komt de raad weer in positie om met name haar kaderstellende en controlerende rol uit te oefenen. Doel van de regionale agendacommissie is “de raad weer baas van haar eigen agenda te maken”. Op dit moment bepaald dagelijks of het algemeen bestuur van de Stedendriehoek wat al dan niet voor zienswijze naar de raad wordt gestuurd. Dit met uitzondering van de jaarlijkse kadernota en conceptbegroting. Sinds de wetswijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling, die sinds 1 juli 2022 van kracht is, is dit niet langer het geval. Na deze wijziging komen ook de participatienota, meerjarige kadernota, meerjarige strategische visie, voortgangsrapportages en liquidatieplan (artikel 11 lid 1 regeling Stedendriehoek) in aanmerking voor zienswijze bij voorgenomen besluiten.

Met de wijziging/aanvulling (artikel 10 lid 5 Wgr) wordt de verplichting geïntroduceerd om afspraken te maken over besluiten van de algemeen bestuur, waarop door het bestuur van de regeling een zienswijze aan de raden wordt gevraagd. Hiermee wordt bereikt dat gemeenteraden hun opvatting kenbaar kunnen maken over bepaalde voorgenomen besluiten voordat het besluit is genomen. De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden geldt nu, zoals hierboven beschreven, alleen voor de begrotingsprocedure en de genoemde documenten uit artikel 11 lid 1 regeling Stedendriehoek. Het is denkbaar dit ook voor andere besluiten te regelen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. De regionale agendacommissie kan de bevoegdheid krijgen te adviseren over voorgenomen besluiten van het algemeen bestuur ter inzage te leggen voor gemeenteraden. Zodoende gaan de gezamenlijke raden weer over haar eigen agenda en kunnen op deze manier beter haar kaderstellende en controlerende rol uitvoeren. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd over in te dienen zienswijzen. Hierdoor blijft er sprake van ‘verlengd lokaal’ bestuur en blijft het ‘Huis van Thorbecke’ in stand.

4. Wettelijk kader oprichting regionale agendacommissie Dit hoofdstuk gaat in op het wettelijk kader van de oprichting van een regionale agendacommissie (gemeenschappelijke adviescommissie). Na de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling is het mogelijk om gemeenschappelijke adviescommissie op te richten (artikel 24a Wgr). Met de gemeenschappelijke adviescommissie wordt beoogd dat de raden in een vroegtijdig stadium kunnen worden betrokken bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regeling. Zij fungeert daarmee als – regionale agendacommissie – van de deelnemende raden.

4.1. Artikel 24a Wgr 1. Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de

5

2.

3. 4. 5. 6.

deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men aangewezen is. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.

4.2. Regionale gemeenschappelijke adviescommissie (Memorie van toelichting p.11-13) De wijziging in de Wet gemeenschappelijke regeling introduceert de mogelijkheid van een nieuwe commissie waar raadsleden zitting in hebben, die op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten wordt ingesteld door het algemeen bestuur van een openbaar lichaam. Met de gemeenschappelijke adviescommissie wordt beoogd dat de raden in een vroegtijdig stadium kunnen worden betrokken bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regeling. Zij fungeert daarmee als – regionale agendacommissie – van de gemeenschappelijke raden. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd over in te dienen zienswijzen. Indien de raden een voorstel doen, is het algemeen bestuur van het openbaar lichaam verplicht om de commissie in te stellen; het algemeen bestuur kan de commissie niet instellen als de raden hiertoe geen voorstel doen. Het is dus aan de raden van de deelnemende gemeenten om te bepalen of er behoefte is aan een dergelijke commissie.

De instelling van deze commissie vindt door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling plaats omdat de gemeenschappelijke adviescommissie onderdeel van de regeling is en daardoor bij de organisatie van het samenwerkingsverband hoort en niet bij de gemeentelijke organisatie. Daarbij regelt het algemeen bestuur een aantal zaken met betrekking tot het functioneren van de commissie, na de raden de gelegenheid geboden te hebben hun wensen hieromtrent naar voren te brengen, omdat de gemeenschappelijke adviescommissie die niet voor zichzelf kan regelen voordat zij begonnen is. De gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld op voorstel van de raden van de aan de regeling deelnemende gemeenten gezamenlijk. Alle raden dienen dus in te stemmen met het voorstel. De commissie bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden zijn gekozen. De raden kiezen zelf de leden van de commissie. Zij opereren zonder last of ruggespraak.

6

5. Inrichting en taken regionale agendacommissie (Wensenkader) In de voorgaande hoofdstukken is de wetswijziging, het belang van een duidelijke rollenscheiding, doel van een gemeenschappelijke adviescommissie en het wettelijk kader uiteengezet. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de inrichting en taken van het gemeenschappelijke adviescommissie (regionale agendacommissie). Dit hoofdstuk vormt het wensenkader van de gemeenteraad. Doel van het regionale agendacommissie is “de raad weer baas van haar eigen agenda te maken”. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat raden haar eigen autonomie over besluitvorming behouden. Anderzijds kan een individuele gemeenteraad alleen een ‘een deuk in een pakje boter slaan’ met lokale besluitvorming, als andere gemeenteraden tot soortgelijke besluitvorming overgaat. Hierdoor zijn gemeenteraden wederzijds afhankelijk van elkaars besluitvorming. Eensluidende besluitvorming start bij een goede agendasetting. Een lijfspreuk in de gemeenteraad van Voorst is: “het college en de organisatie werkt” (zie: handreiking gemeenteraad Voorst). In dit geval het college en de regio-organisatie. De beleidsvoorbereiding start aan de verschillende thematafels. Dit leidt tot verschillende uitvoeringsnota’s die vastgesteld worden in het dagelijks bestuur en als het goed is in de toekomst door het algemeen bestuur. Maar ook naar allerlei agenda’s.

Denk aan: - Woondeals; - Regio Deals; - Uitvoeringsagenda’s; - Agenda Regionaal Perspectief 2030; - etc.; die vastgesteld worden door het dagelijks bestuur en in de toekomst (vermoedelijk) door het algemeen bestuur. Deze agenda’s zijn beleidsmatig interessant voor de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Op dit moment is er een informele regionale adviescommissie gestart met de voorbereiding van een formele regionale adviescommissie. In dit wensenkader wordt deze gedachte bestendigd en concreter ingevuld.

5.1. Wens 1 (Lange Termijn Agenda): Te beginnen om, in overleg met voorzitter algemeen bestuur, secretaris en de regiogriffier, een Lange Termijn Agenda (LTA) op te stellen voor de Stedendriehoek. Hierdoor krijgt de raad meer zicht op de besproken stukken en kan ze ook meer gestructureerd sturen in plaats van ad hoc moties indienen in haar raad. In kader van wederzijdse afhankelijkheid zullen ad hoc moties weinig draagvlak kennen in de regio. De Lange Termijn Agenda (LTA) zal iedere vergadering van de regionale agendacommissie besproken en voorzien worden van advies.

5.2. Wens 2 (adviseren over zienswijzeprocedure): Verder – en veruit als belangrijkst – worden de afgestoten beleidsagenda’s van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur tussentijds besproken in het regionale agendacommissie. De wijziging op de Wet gemeenschappelijke regeling maakt het mogelijk om, op meer dan alleen de conceptbegroting,

7

een zienswijzeprocedure van toepassing te laten zijn. Dit wensenkader stelt voor om een adviserende bevoegdheid te laten berusten bij het regionale agendacommissie. Wel bepleiten we terughoudend met dit instrument om te gaan. Dit in kader van een slagvaardige regio te behouden. We stellen daarom voor minimaal 2/3 meerderheid nodig is binnen het regionale agendacommissie, waar de voorkeur uitgaat naar unanimiteit. Uiteraard ook mede vanwege het feit dat raden in haar besluitvorming wederzijds afhankelijk zijn. Bij minder dan 2/3 meerderheid voor een zienswijzeprocedure ligt het voor de hand dat er geen breed gedragen zienswijzen vanuit gemeenteraden zullen komen.

5.3. Wens 3 (Regio griffier hiërarchisch onder RAC): De griffie(r) is lokaal de belangrijkste hulptroep van de gemeenteraad en valt hiërarchisch onder de gemeenteraad. De griffier regelt de ondersteuning aan de raad, in facilitair, praktisch en inhoudelijk (tactisch en strategisch) opzicht. De griffier vertegenwoordigt de raad bij interne overleggen met de organisatie en de driehoek en vertegenwoordigt de raad bij externe overleggen. Op regionaal niveau is het eveneens van belang dat de belangen van de gemeenteraden vertegenwoordigd worden.

5.4. Wens 4 (geen inhoudelijke bevoegdheden naar RAC) Belangrijke kanttekening is dat de adviescommissie geen inhoudelijke bevoegdheden krijgt. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd over in te dienen zienswijzen. Hierdoor wordt er geen afbreuk gedaan aan het ‘verlengd lokaal’ bestuur en het ‘Huis van Thorbecke’.

6. Op te nemen artikelen in regeling Stedendriehoek In dit hoofdstuk worden de toe te voegen artikelen aan de regeling uiteengezet om zodoende de verruiming voor de zienswijzeprocedure en de regionale agendacommissie (gemeenschappelijke adviescommissie) mogelijk te maken. Bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie (regionale agendacommissie) Artikel 1 gemeenschappelijke adviescommissie 1. De commissie heeft de adviesbevoegdheid over: a. zienswijzeprocedure omtrent besluiten van het algemeen bestuur. b. Lange Termijn Agenda (LTA). c. benoemen en ontslag regiogriffier. 2. Over adviezen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kunnen geen rechten ontleent worden door het algemeen bestuur. 3. Ten aanzien van een commissie als bedoeld in het eerste lid: a. heeft de commissie geen (inhoudelijke) formele bevoegdheden. b. adviseert schriftelijke aan het algemeen bestuur. Artikel 2 Samenstelling gemeenschappelijke adviescommissie 1. De commissie bestaat uit de voorzitter en maximaal 2 leden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen.

8

2. 3. 4.

5.

a. De voorzitter van de gemeenschappelijke adviescommissie wordt uit haar midden gekozen en kan vervangen worden door één van de leden. b. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. c. Er bestaat geen mogelijkheid voor aanwijzen van een plaatsvervangend lid. d. Bij afwezigheid van één lid van een gemeente kan er gestemd worden in mandaat door het wél aanwezige lid. e. De regiogriffier is in de vergadering van de agendacommissie aanwezig. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. Zolang de leden deel uitmaken van de raad die hen heeft aangewezen behouden zij het lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien. De raad van een gemeente kan het door hem aangewezen lid, indien dit het vertrouwen van de raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan. De lokale griffier doet daarvan onmiddellijk mededeling aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Indien tussentijds een plaats van een lid van de gemeenschappelijke adviescommissie beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering of, zo dit niet mogelijk mocht zijn, zo spoedig mogelijk daarna een nieuw lid aan.

Artikel 3 Werkwijze gemeenschappelijke adviescommissie 1. De gemeenschappelijke adviescommissie vergadert ten minste vier maal per jaar, minimaal 1 week voor het algemeen bestuur en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt, of een aantal leden van de gemeenschappelijke adviescommissie, dat ten minste een derde (of 6/16) van het aantal stemmen vertegenwoordigt, dit, onder opgave van redenen, schriftelijk verzoekt. 2. De gemeenschappelijke adviescommissie besluit met twee derde (of 12/16) meerderheid. 3. Elk lid beschikt over één stem. 4. De vergaderingen zijn niet openbaar. Raadsleden uit de regio Stedendriehoek kunnen als toehoorder aanwezig zijn. 5. Het verslag is openbaar. Artikel 4 Regiogriffier 1. De regiogriffier valt hiërarchisch onder de gemeenschappelijke adviescommissie. 2. De regiogriffier adviseert de gemeenschappelijke adviescommissie, zijn leden, zijn voorzitter, de 8 gemeentelijke griffiers en verleent hen bijstand. 3. De regiogriffier draagt zorg voor de logistieke, procedurele en procesmatige voorbereiding en nazorg van vergaderingen en andere bijeenkomsten van de gemeenschappelijke adviescommissie. 4. De regiogriffier is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, innoveren en bewaken van procedures en processen ten behoeve van besluitvorming door de gemeenschappelijke adviescommissie. 5.

De regiogriffier heeft periodiek afstemmingsoverleg met de voorzitter, de secretaris van het algemeen bestuur en de lokale griffiers in de regio. 6. De regiogriffier begeleidt medewerkers van de ambtelijke organisatie (ambtelijke bijstand) dan wel begeleidt en stuurt medewerkers van externe bureaus aan voor zover die werkzaamheden voor de gemeenschappelijke adviescommissie verrichten.

9

7. De regiogriffier beheert de budgetten van de gemeenschappelijke adviescommissie en de griffie, signaleert budgetoverschrijdingen en adviseert de gemeenschappelijke adviescommissie over de wijze van omgaan hiermee. Artikel 5 Commissieleden gemeenschappelijke adviescommissie 1. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie krijgen als bedoeld in artikel 24a Wgr een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie: a. Reiskostenvergoeding. b. Onkostenvergoeding.

6.1. Memorie van toelichting artikelen In dit hoofdstuk wordt de memorie van toelichting uiteengezet behorende bij de genoemde artikelen in paragraaf 5.1. Bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie (regionale agendacommissie) Artikel 1 gemeenschappelijke adviescommissie In lid 1 worden de adviesbevoegdheden van de adviescommissie geregeld. Een belangrijke kanttekening bij deze adviesbevoegdheden wordt gemaakt in lid 2 van deze bepaling. Het al dan niet een beleidsvoornemen van het algemeen bestuur voor zienswijze voor leggen aan de gemeenteraad, kunnen geen rechten ontleent worden. Kortgezegd: indien het algemeen bestuur een mandaat wil halen bij gemeenteraden dient het algemeen bestuur zelf een beleidsvoornemen ter inzage te leggen en dit niet over te laten aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Dit wordt herbevestigd in lid 3 sub a van deze bepaling. Artikel 2 Samenstelling gemeenschappelijke adviescommissie Deze bepaling regelt in hoofdlijnen de samenstelling van de gemeenschappelijke adviescommissie (regionale agendacommissie). Belangrijke afwijkingen een gebruikelijke samenstelling van een commissie is dat een lid niet tijdelijk vervangen kan worden (lid 1 sub c). Dit is mede ten gevolge het belang van ervaren leden binnen de adviescommissie.

Besluiten van de gemeenschappelijke adviescommissie kan flinke gevolgen hebben voor de slagvaardigheid van de Cleantech Regio. Om, bij bijvoorbeeld ziekte, het belang van een gemeente te waarborgen is lid 1 sub d van toepassing. Hiermee kan het tweede lid van een gemeente in mandaat stemmen. Artikel 3 Werkwijze gemeenschappelijke adviescommissie Het is van belang dat de gemeenschappelijke adviescommissie (regionale agendacommissie) voor aanvang van de vergadering van het algemeen bestuur bijeen komt. Dit om reden dat het algemeen bestuur tijdens haar vergadering weet of het gaat om een concept besluit, waarvan de RAC adviseert om deze ter inzage te leggen bij de gemeenteraden of om een definitief besluit gaat. Deze bepaling regelt daarom in lid 1 dat de gemeenschappelijke adviescommissie minimaal een week voor het algemeen bestuur vergadert. De adviescommissie besluit verder met twee derde meerderheid. Dit in kader van een slagvaardige regio te behouden. We stellen om die reden voor minimaal 2/3 meerderheid nodig is binnen het regionale agendacommissie, waar de voorkeur uitgaat naar unanimiteit. Uiteraard ook mede vanwege het feit dat raden in haar besluitvorming wederzijds afhankelijk zijn. Bij minder dan 2/3

10

meerderheid voor een zienswijzeprocedure ligt het voor de hand dat er geen breed gedragen zienswijzen vanuit gemeenteraden zullen komen. Artikel 4 Regiogriffier In dit artikel is de hoofdlijn aangegeven wat de gemeenschappelijke adviescommissie (regionale agendacommissie) van de regiogriffier verlangt. Artikel 5 Commissieleden gemeenschappelijke adviescommissie Commissieleden hebben recht op een reiskostenvergoeding en onkostenvergoeding.

7. Alle wijzigingen en verplichte afspraken wijziging Wgr Dit wensenkader gaat met name over het versterken van de positie van de gemeenteraad door gebruik te maken van een regionale agendacommissie (gemeenschappelijke adviescommissie) en de verruiming voor zienswijzeprocedure. Er zijn daarnaast nog extra wijzingen gedaan in de Wet gemeenschappelijke regeling. De voorgestelde wijzigingen zijn grofweg in te delen in drie categorieën: 1. Versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen (verruiming zienswijzen, introductie gemeenschappelijke adviescommissie, verplichte afspraken over participatie, actieve informatieplicht, introductie vergoeding voor lidmaatschap gemeenschappelijke adviescommissies en adviseurs). 2. Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden (introductie gemeenschappelijk onderzoeksrecht, verduidelijkingbevoegdheid lokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling). 3. Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling (afspraken over evaluatie, aanscherping afspraken uittreding, betere aansluiting begrotingscyclus gemeenschappelijke regeling op gemeentelijke cyclus).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14015168/1