2023 10 30 Motie GB SGP Zienswijze regeling Stedendriehoek AANGENOMEN
Tekst van het document
444
Motie (versie 30 oktober 2023)
Onderwerp:
Zienswijze regeling Stedendriehoek
De raad van de gemeente Voorst, in vergadering bijeen op maandag 30 oktober 2023,
overwegende dat: • •
op basis van artikel 1 lid 3 Wgr de raad bij het treffen en wijzigen van een gemeenschappelijke regeling die is getroffen door colleges binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp zijn zienswijze naar voren kan brengen bij het college; de gemeenteraad van Voorst onder andere voor de Stedendriehoek een vooruitlopende reactie op ontwerpregeling heeft gedaan op 19 juni 2023;
van mening dat: •
de bijgevoegde brief, gericht aan het college, een formele zienswijze over de ontwerpregelingen voor de Stedendriehoek bevat;
brengt de in de bijgaande brief vervatte zienswijzen uit in de richting van het college en draagt het college op: • vóór 6 november deze brief actief onder de aandacht te brengen onder de deelnemende gemeenteraden en besturen van de Stedendriehoek; en gaat over tot de orde van de dag.
Twello, 30 oktober 2023 Ingrid Aarnink - Westerbeek (Gemeente Belangen) Arco Hak (SGP)
Deze motie is met algemene stemmen aangenomen (18 stemmen voor en geen stemmen tegen)
Datum 30 oktober 2023 Bijlage Zienswijze op ontwerpregeling Stedendriehoek
Onderwerp: Ontwerpregelingen Stedendriehoek
Geacht college B&W, Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Deze wijziging heeft als voornaamste doelstelling de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Dit geschiedt via een versterking van de kaderstellende en controlerende rollen van de gemeenteraad. Op basis van artikel 1 lid 3 Wgr de raad bij het treffen en wijzigen van een gemeenschappelijke regeling die is getroffen door colleges binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp zijn zienswijze naar voren kan brengen bij het college. De gemeenteraad van Voorst heeft hierop vooruitlopend lopend een samenhangende reactie ingediend ten aanzien van alle regelingen waaraan zij deelneemt ingediend op 19 juni 2023 aan het college. Middels deze brief vindt u onze formele zienswijze met betrekking tot de ontwerpregeling van de Stedendriehoek. Zienswijze regeling Stedendriehoek De Regio Stedendriehoek heeft samen met de deelnemende raden een intensief traject doorlopen als het gaat om de aanpassing van de regeling. Hier willen wij via uw college nogmaals onze hartelijke dank voor uitspreken. De gemeenteraad van Voorst is positief gestemd over de voorliggende ontwerpregeling Stedendriehoek.
Over de volgende artikelen heeft de gemeenteraad een zienswijze: • Artikel 9 lid 4 • Artikel 11 • Artikel 23 en 24 • Artikel 44 Balans in bestuur Wij zijn verheugd om te lezen in de toelichting op de ontwerpregeling dat het algemeen bestuur (AB, voorheen regioraad) voortaan 8 leden telt (uit ieder college 1 lid), en het dagelijks bestuur (DB) er 3 telt. Hierdoor krijgt het algemeen bestuur een meer prominenter en politiekere rol dan voorheen en past dit ook beter in de oorspronkelijke gedachte van de Wet gemeenschappelijke regeling (het primaat bij het algemeen bestuur). Waarbij het algemeen bestuur een belangenafweging maakt en het dagelijks bestuur uitvoert. Dit heeft tevens als gevolg dat het college van Voorst slechts één afgevaardigde stuurt richting het algemeen bestuur en mogelijk dagelijks bestuur.
Wij willen via deze weg het college adviseren de burgemeester voor te dragen als lid van het algemeen bestuur. Met als voornaamste reden dat de continuïteit vanuit Voorst op deze manier het sterkst geborgd is in de regeling (burgemeestersbenoeming is 6 jaar). Als tweede kandidaat zouden wij de wethouder van Ruimtelijke Ordening willen adviseren. Dit met voornaamste reden dat thema’s die spelen binnen de Regio Stedendriehoek altijd dwarsverbanden hebben met Ruimtelijke Ordening. Artikel 9 lid 4 “Artikel 9 lid 4: Het algemeen bestuur maakt met inachtneming van hoofdstuk 5 van de Wet open overheid zijn vergaderstukken, verslagen alsmede besluiten voorzien van motivering en van hun commissies uit eigen beweging openbaar”. In de toelichting op de ontwerpregeling schrijft u: “In de GR wordt concreet opgenomen dat het AB een actief informatiebeleid voert naar de gemeenteraden en dat het bestuur de raden de openbare stukken (waaronder de besluitenlijsten) toestuurt. Deze besluitenlijsten voorzien we van achtergrondinformatie”. In artikel 9 lid 4 schrijft u slechts dat u het uit eigen beweging openbaar maakt. Wij zouden u willen verzoeken expliciet op te nemen dat u vergaderstukken, verslagen alsmede besluiten voorzien van motivering en van hun commissies ook actief toestuurt aan de gemeenteraden.
Artikel 11 “Artikel 11: Buiten de bij of krachtens de wet of in deze regeling bepaalde gevallen wordt voorafgaande aan het vaststellen van de volgende ontwerpbesluiten van het algemeen bestuur een zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, gevraagd aan de raden van de gemeenten: - een meerjarige kadernota; - een meerjarige strategische visie; - voortgangsrapportages, en - het liquidatieplan, bedoeld in artikel 43, zesde lid. Onder het vaststellen van het besluit wordt mede verstaan het wijzigen ervan”. Anders dan bij de zienswijzeprocedure van de begroting als bedoeld in artikel 35 Wgr staat er geen tijdsdruk op de zienswijzeprocedure (artikel 11 van de regeling) als bedoeld in artikel 10 lid 5 Wgr. Om die reden lijkt het de gemeenteraad van Voorst wenselijk deze zienswijzeprocedure te verlengen tot en met 10 weken en hierover een bepaling op te nemen. Artikel 23 en 24 “Artikel 23: Het algemeen bestuur stelt, als de raden dit overeenkomstig artikel 24a van de wet gezamenlijk voorstellen, een gemeenschappelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 24a van de wet in”. “Artikel 24: Het algemeen bestuur regelt in ieder geval de samenstelling, de bevoegdheden, de thema’s, taken en werkwijze van de in dit hoofdstuk genoemde commissies en overleggen”.
In de vooruitlopende reactie op de ontwerpregeling heeft de gemeenteraad van Voorst bepleit dat wij een stevige rol wilde geven aan de adviescommissie als het gaat om de zienswijzeprocedure. Hierover schreef de gemeenteraad: “Nog liever zouden we een combinatie maken van de zienswijzenprocedure (artikel 10 lid 5 Wgr) en de gemeenschappelijke adviescommissie (artikel 24a Wgr). Hierdoor zou de adviescommissie meer een vorm krijgen van een regionale agendacommissie. (…) Wij gaan ons bij de totstandkoming van de gemeenschappelijke adviescommissie (artikel 24a Wgr lid 2), op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten, sterk maken dat bij het regelen van de taken en bevoegdheden van de adviescommissie ook de mogelijkheid wordt opgenomen dat de commissie het AB kan oproepen een zienswijze te starten voor thema's die niet expliciet in de regeling staan vermeld. Eventueel zou kunnen worden afgesproken dat voor zo'n advies een versterkte meerderheid nodig is van 3/4 van de uitgebrachte stemmen in de commissie”. In artikel 23 en 24 van de regeling en de bijbehorende artikelsgewijze toelichting schrijft u niets over ‘het doel’ van de adviescommissie, maar verwijst u gemakshalve naar artikel 24a lid 2. Dit artikel beschrijft dat het algemeen bestuur de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie regelt.
Dit neemt niet weg dat de regeling een doel voor de commissie kan beschrijven. Een doel van een commissie is tenslotte meer overkoepelend dan wat wordt bepaald in artikel 24a lid 2 Wgr. De toelichting op de ontwerpregeling beschrijft daarentegen wel het doel van de commissie. De toelichting beschrijft onder andere: “inhoudelijke of procedureel afstemmen van zienswijzen” en “Overigens kan het bestuur van Regio Stedendriehoek altijd tussendoor besluiten om een extra zienswijze bij de raden op te halen, op eigen initiatief of daartoe opgeroepen door colleges, raden of de regionale adviescommissie”. Wij zouden stellig willen aanraden om in artikel 24 van de regeling een bepaling op te nemen waarin het doel van de adviescommissie wordt beschreven in lijn met wat in de toelichting op de ontwerpregeling is geschreven. Artikel 44 “Artikel 44: 1. Het algemeen bestuur evalueert deze regeling tenminste een keer in de vier jaar. 2. Het algemeen bestuur bepaalt de omvang, inhoud en werkwijze van de evaluatie”. De gemeenteraad van Voorst wil opmerken dat een evaluatie van de regeling een nauwe opdracht is en wij die graag inhoudelijk verbreed zien over de regio thema’s waaraan gewerkt wordt. Het lijkt ons wenselijk dat een evaluatie opdracht voorafgaand aan de daadwerkelijke evaluatie besproken wordt in de regionale adviescommissie en van advies wordt voorzien, alvorens de evaluatie start.
Dit ook op te nemen in een bepaling van artikel 44 van de regeling.
Hoogachtend, De gemeenteraad van Voorst