CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-72845 PBO en de representativiteit van de hand van het CvdM

gemeenteraad 7 maart 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Representativiteit leden programma beleidsbepalend orgaan (PBO) Lokale Omroep Voorst (2021-72562)1.256 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Het PBO en de representativiteit De representativiteit van het PBO komt tot uitdrukking in de samenstelling van dit orgaan. Hoewel de wetgever het begrip representativiteit niet nader heeft omschreven, kunnen de in artikel 2.61, tweede lid, aanhef en onder c, van de Mediawet genoemde hoofdstromingen worden onderverdeeld in meer concreet aan te duiden sectoren van de samenleving binnen een gemeente. In het PBO kunnen afgevaardigden van instellingen/organisaties zitting hebben die de volgende stromingen vertegenwoordigen: -

maatschappelijke zorg en welzijn; cultuur en kunst; kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag; onderwijs en educatie; werkgevers; werknemers; etnische en culturele minderheden; sport en recreatie.

Deze opsomming is vanzelfsprekend niet limitatief. Naast genoemde stromingen kunnen nog afgevaardigden zitting hebben in het PBO. die bijvoorbeeld de ouderen, de jongeren, de vrouwen (emancipatie) of de agrarische sector vertegenwoordigen. Het is uiteindelijk de gemeenteraad, door middel van zijn advies aan het Commissariaat over de representativiteit van het PBO, die bepaalt welke stromingen voor de lokale gemeenschap van zoveel belang zijn dat zij in ieder geval een stem moeten hebben in het orgaan dat het media-aan bod beleid van de lokale publieke media-instelling vaststelt. In het kader van het begrip representativiteit gaat het om een weging en niet om het resultaat van een optelsom van de al dan niet vertegenwoordigde stromingen in het PBO. Daarbij merkt het Commissariaat op dat de lokale publieke media-instelling door hem is aanbevolen, alvorens concreet aan te geven welke sectoren in het PBO vertegenwoordigd moeten zijn, in overleg te treden met het gemeentebestuur. Indien het gemeentebestuur van oordeel is dat de statuten een andere opsomming behoeven - het kan zelfs zo zijn dat een van de genoemde stromingen niet voorkomt in de gemeente - dan dient dat in het advies te worden opgenomen. Uiteraard dienen alleen die stromingen/sectoren in de statuten te worden vermeld die ook daadwerkelijk vertegenwoordigd kunnen worden.

De lokale publieke media-instelling dient zich statutair de verplichting op te leggen dat de belangrijkste stromingen te allen tijde in het PBO vertegenwoordigd zullen zijn, opdat de representativiteit gegarandeerd is. Hoewel een brede vertegenwoordiging van het maatschappelijke spectrum belangrijk is, moet worden voorkomen dat het PBO een zo grote omvang krijgt dat het niet kan functioneren. Waar mogelijk verdient het aanbeveling dat de lokale publieke media-instelling koepelorganisaties benadert om een afgevaardigde aan te wijzen. Desgewenst kunnen de statuten ruimte bieden om leden op persoonlijke titel in het PBO te benoemen. In dat geval dient de gemeente erop toe te zien dat de leden die een stroming vertegenwoordigen - de representatieve leden - een ruime meerderheid vormen ten opzichte van de leden op persoonlijke titel. a. de vertegenwoordiging van etnische en culturele minderheden Met betrekking tot de stroming etnische en culturele minderheden gaat het Commissariaat ervan uit dat deze blijvend wordt opgenomen in de statuten en daardoor in het PBO. Nederland is een multiculturele samenleving geworden, wat zichtbaar hoort te zijn in, onder meer, het mediaaanbod van de lokale publieke media-instellingen.

Het Commissariaat streeft ernaar dat door middel van de vertegenwoordiging in het PBO de betrokkenheid van etnische en culturele minderheden, met name migranten, bij de lokale publieke mediadiensten wordt bevorderd. Ook een afgevaardigde van Amnesty International of Vluchtelingenwerk kan als vertegenwoordiger van deze stroming zitting nemen in het PBO. Als niet direct een vertegenwoordiger van deze stroming is te vinden, dringt het Commissariaat er bij de lokale publieke media-instelling op aan te blijven zoeken en alert te blijven volgen of er binnen de gemeente of gemeenten ontwikkelingen plaatsvinden met betrekking tot de minderheden. Het gemeentebestuur kan hierbij een initiërende of adviserende rol spelen. b. meerdere gemeenten of dorpskernen Indien de aanwijzingsaanvraag betrekking heeft op meerdere gemeenten dan wel op een gemeente die bestaat uit meerdere dorpskernen, dient daarmee bij de samenstelling van het PBO rekening te worden gehouden. Het advies van het Commissariaat aan de lokale publieke mediainstelling is in deze gevallen waar mogelijk te kiezen voor afgevaardigden van overkoepelende organisaties en te streven naar een evenwichtige (wellicht: evenredige) verdeling van de PBO-1-

leden naar gemeente en/of dorpskern. Een aanwijzingsaanvraag voor meerdere gemeenten wordt mede beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels lokaal publiek media-aanbod voor meerdere gemeenten. c. overheidsvertegenwoordiging in het PBO In verband met de noodzakelijke scheiding tussen overheid en publieke media-instelling is het Commissariaat geen voorstander van de benoeming van burgemeesters, wethouders, gemeenteraadsleden of leden van een commissie als bedoeld in Hoofdstuk V van de Gemeentewet in het PBO. De beoordeling van de representativiteit a. advies inzake aanwijzingsaanvraag Het Commissariaat is van mening dat het bij de aanvraag tot aanwijzing als lokale publieke mediainstelling behorende overzicht van de samenstelling van het PBO door de gemeente kritisch onderzocht moet worden. Een overzicht met namen van personen en instellingen die hen hebben afgevaardigd geeft immers geen inzicht in de wijze waarop deze personen zijn benaderd en wat hen is voorgehouden met betrekking tot de werkzaamheden van het PBO. Zoals gezegd gaat het bij het begrip representativiteit niet om het optellen en aftrekken van al dan niet in het PBO vertegenwoordigde stromingen maar om een weging. De representativiteit behoeft niet in het geding te komen indien het PBO één of twee vacatures heeft. Het oordeel van de gemeente kan daarom positief zijn ondanks een niet volledig bezet PBO.

Het verdient aanbeveling om, al dan niet steekproefsgewijs, na te gaan of de leden van het PBO zich bewust zijn van hun taak en verantwoordelijkheid. Indien de bij het Commissariaat laatst bekende feiten en omstandigheden afwijken van de bij de aanwijzingsaanvraag toegezonden gegevens zullen ook deze meest recente gegevens door het Commissariaat aan de gemeente worden toegezonden. Aspecten die van belang kunnen zijn bij de beantwoording van de vraag of een lokale publieke media-instelling daadwerkelijk een draagvlak heeft binnen de lokale gemeenschap zijn voorts de oorsprong en het oogmerk van de initiatiefnemers en/of bestuursleden. In het bijzonder als deze personen van buiten de gemeente afkomstig zijn is het van belang te weten waarom zij nu juist in deze gemeente een lokale publieke media-instelling in het leven willen roepen. In dit geval stelt het Commissariaat de mening van het gemeentebestuur hierover op prijs. Een lokale publieke media-instelling kan fungeren als een overkoepelende instantie voor organisaties en instellingen die een voor een bepaalde doelgroep bestemd (categoriaal) media-aanbod willen verzorgen. Met name omdat er per gemeente slechts ruimte is voor één lokale publieke media-instelling, is het van groot belang dat deze representatief is voor de gehele gemeenschap. b.

tussentijds advies De gemeenteraad brengt eenmaal in de 5 jaar aan het Commissariaat advies uit over de vraag of de lokale publieke media-instelling naar zijn oordeel nog voldoet aan de in de Mediawet gestelde vereisten (zie hiervoor onder 2). Indien binnen deze termijn van 5 jaar ernstige twijfel bestaat of de lokale publieke media-instelling nog aan deze eisen voldoet, dan kan het Commissariaat aan de gemeenteraad een tussentijds advies vragen. Het Commissariaat trekt de aanwijzing namelijk in, indien de lokale publieke media-instelling niet meer voldoet aan de media-wettelijke eisen. In het geval dat niet meer voldaan wordt aan de representativiteiteis (zie hiervoor), dan stelt het Commissariaat de instelling gedurende vier maanden in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. Het Commissariaat acht het in dit kader van groot belang dat in een vroeg stadium gebreken in de representativiteit aan het licht komen. Als het Commissariaat hierop door de gemeente wordt gewezen, dan wel dit gebrek in de representativiteit uit eigen waarneming constateert, dan kan het Comissariaat de gemeenteraad om een tussentijds advies vragen.

Z-21-03969_2021-72845 -2-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11304540/1