2021-11119 bodemfunctieklassenkaart-bodemkwaliteitskaart
Tekst van het document
B12. Apeldoorn, buitengebied
(landbouw/natuur) Industrie B13. Brummen,
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
buitengebied
Overig
AW2000
AW2000
(landbouw/natuur)
26 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Verwachte
Bodemkwaliteitszone
Overwegend
ontgravingsklasse
Toepassingseis
voorkomende
Apeldoorn bebouwd gebied:
(generiek kader van het
bodemfunctie(s)
90-percentiel (muv PFAS)
Besluit) @
Overig gebied: 80-percentiel Industrie B14. Epe, buitengebied
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Industrie
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
(landbouw/natuur) Industrie B15. Voorst, buitengebied
(landbouw/natuur) Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # T1. Apeldoorn, Centrum1
Wonen
T2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Wonen
T3. Apeldoorn, Wonen 2 3
Wonen
T4. Apeldoorn Industrie 1A 4
T5. Apeldoorn Industrie 1B 5
T6. Apeldoorn Industrie 2 6
Industrie Wonen Industrie Wonen Industrie
Industrie
Industrie
Landbouw/natuur
Industrie Wonen Industrie Wonen Achtergrondwaarden – AW2000
Industrie T7. Overig gebied
Wonen
Landbouw/natuur
Overig
Achtergrondwaarden – AW2000
(landbouw/natuur) Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## O1. Apeldoorn, Centrum1
Wonen
O2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Wonen
O3. Apeldoorn, Wonen 2 3
Wonen
O4. Apeldoorn Industrie 1A 4
O5. Apeldoorn Industrie 1B 5
O6. Apeldoorn Industrie 2 6
Industrie Wonen Industrie Wonen
Industrie
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Industrie
Industrie
Industrie Wonen Industrie Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Industrie Industrie
O7. Overig gebied
(landbouw/natuur)
27 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Verwachte
Bodemkwaliteitszone
Overwegend
ontgravingsklasse
Toepassingseis
voorkomende
Apeldoorn bebouwd gebied:
(generiek kader van het
bodemfunctie(s)
90-percentiel (muv PFAS)
Besluit) @
Overig gebied: 80-percentiel Bijzondere omstandigheden Industrie Waterwin- en grondwaterbeschermingsgeb ieden 1 2 3 4 5 6 * # ## @ @@
Wonen Overig
Varieert
Achtergrondwaarden – AW2000 @@
(landbouw/natuur) Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. Zevenhuizen, Zuid, Kerschoten, Het Loo, Orden, Berg en Bos, Ugchelen, Beekbergen, Loenen, Klarenbeek, Lieren en Wenum. Zuidbroek, Zonnehoeve, De Maten, Woudhuis en Osseveld, Uddel en Hoenderloo. Stadhoudersmolen, Kanaalzone Zuid en Brouwersmolen. De Vlijt. Ecofactorij, Malkenschoten en Apeldoorn-Noord. Een aantal gebiedjes is uitgesloten van deze bodemkwaliteitszone. De 80-percentielwaarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen[3]. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden in de meest recente versie van het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de in de meest recente versie van de provinciale omgevingsverordening benoemde toepassingswaarden.
28 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Bronvermeldingen [1]
[2]
[3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10]
Bodemkwaliteitskaart Regio Stedendriehoek, projectcode EP91-1, Witteveen+Bos, 16 juni 2010; met hierin integraal opgenomen: Bodemkwaliteitskaart gemeente Apeldoorn, projectcode 08K219, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 5 november 2009. Opgenomen als bijlage 6 van de nota bodembeheer voor gemeenten Epe, Apeldoorn, Voorst, Brummen, Zutphen en Lochem, projectnummer: B08B0337, MWH B.V., 20 januari 2011. Aanvulling op de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart, projectcode: 101453, Witteveen+Bos, mei 2017 (het betreft een aanvulling voor de stoffen barium, kobalt, molybdeen en PCB). Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 n 2 juli 2020. Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst, documentnummer: SOB005100.RAP008, Lievense Milieu B.V., 29 mei 2020. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Waterregeling, publicatie Staatscourant nr. 19353, 17 december 2009 en latere wijzigingen. Handreiking Achtergrondgehalten.
Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020.
29 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Overzicht bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Selectie dataset Bijlage 3 Specificatie uitbijters Bijlage 4 Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 5 90-percentielwaarde als kenmerk voor de bodemkwaliteit
Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 Deelgebiedenkaart Kaartbijlage 3 Bodemkwaliteitszonekaarten Kaartbijlage 4 Ontgravingskaarten Kaartbijlage 5 Toepassingskaarten (generiek kader Besluit)
Documentcode: SOB005100.RAP002
Bijlage 1 Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeenten hebben voor het toepassen op of in de landbodem hiervoor strenger beleid vastgesteld. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
1 / 13
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: • Klasse Achtergrondwaarde – AW2000. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. De bodemkwaliteit is gebaseerd op de 80-percentielwaarde van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. De 80-percentielwaarde geeft meer betrouwbaarheid aan de te verwachten ontgravingsklasse in een zone. De gemeente Apeldoorn kiest voor haar stedelijke gebied de 90-percentielwaarde. De reden hiervoor is dat in dit gebied een dermate heterogeniteit van stofgehalten wordt verwacht, dat voor een nog betrouwbaarder statistisch kental is gekozen.
Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde – AW2000’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten is het basispakket van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16 – 26
3
27 – 36
4
37 – 48
5
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
2 / 13
Klasse Achtergrondwaarde – AW2000: • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden – AW2000, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden – AW2000 bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden – AW2000 bedragen. • De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: • Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden – AW2000 wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag.
Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is.
Wanneer een
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
3 / 13
deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).
Aantal w aarne m inge n
Frequentieverdeling
140 120
50-perc gemiddelde
100 80
95-perc
60 40 20 0
Gehalten (mg/kg)
Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeenten hebben voor het toepassen op of in de landbodem hiervoor strenger beleid vastgesteld. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.
De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: (𝑃95 − 𝑃5) ℎ𝑒𝑡𝑒𝑟𝑜𝑔𝑒𝑛𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 = (𝑚𝑎𝑥𝑖𝑚𝑎𝑙𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑖𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑛𝑑𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
4 / 13
De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Lokale bron Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.
Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit, tenzij gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage).
Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest).
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
5 / 13
Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de 80-percentielwaarde van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. De 80-percentielwaarde geeft meer betrouwbaarheid aan de te verwachten ontgravingsklasse in een zone. De gemeente Apeldoorn kiest voor haar stedelijke gebied de 90-percentielwaarde. De reden hiervoor is dat in dit gebied een dermate heterogeniteit van stofgehalten wordt verwacht, dat voor een nog betrouwbaarder statistisch kental is gekozen. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken.
De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: • Klasse Achtergrondwaarde – AW2000. • Klasse Wonen. • Klasse Industrie. • Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde – AW2000’ wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Achtergrondwaarde – AW2000: • Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden – AW2000, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. • De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden – AW2000 bedragen. • De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: • De gehalten voldoen niet aan de klasse Achtergrondwaarden – AW2000 en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: • De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. • De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: • De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
6 / 13
Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. PCB Uit de ‘Aanvulling op de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart in 2017[1] blijkt het volgende: “Uit de resultaten valt af te leiden dat slechts een klein percentage van de waarnemingen bestaat uit werkelijk gemeten waarden. Het percentage onder de detectielimiet is zowel voor de boven- als ondergrond hoog, respectievelijk 86 % en 96 %. In de methodiek van de bodemkwaliteitskaart worden deze waarnemingen onder de detectielimiet wel meegenomen bij het bepalen van de verschillende statische kentallen. Dit en de correctie naar standaard bodem maakt dat het gemiddelde sterk wordt beïnvloed door hoge waarden die niet direct te herleiden zijn aan uitbijters of puntverontreinigingen. De overige percentielwaarden zijn sterk gekoppeld aan verhoogde detectielimieten van de analyse in het laboratorium. Als gevolg van de rekenmethodiek van de bodemkwaliteitskaart, de scheve statische verdeling van de waarnemingen en dat de rapportagegrens dicht bij de vigerende normstelling van de AW2000 ligt, maakt dat er een ogenschijnlijke overschrijding is van de kwaliteitsklasse AW2000 en wonen. Dit knelpunt doet zich vooral voor bij organisch arme (zand)gronden (<4 % organische stof) zoals ook in deze regio.
Op basis van het percentage waarnemingen kleiner dan de detectielimiet en de statische verdeling (de kentallen) kan worden geconcludeerd dat de statisch bepaalde overschrijding een overschatting is van de werkelijke diffuse concentraties aan PCB’s. Daarom kan worden geconcludeerd dat in de regio geen sprake is van generiek diffuus verhoogde gehalten aan PCB’s. Incidenteel worden uitschieters aangetroffen.” Op basis van het bovenstaande is de stofgroep PCB niet meegenomen in de classificatie van de bodemkwaliteits- en ontgravingsklassen. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grondbaggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsenaanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het (Tijdelijk) handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats.
Aan de hand van de aanvullende toetsing wordt vervolgens vastgesteld in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
7 / 13
Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde Wonen. Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld. Hieronder zijn twee voorbeelden uitgewerkt: Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: 1. Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de bepalingsgrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. 2.
Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de bepalingsgrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de voorlopige toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassingen van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS < voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS), in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, en in oppervlaktewater zijn dan niet toegestaan. 3. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de (voorlopige) toepassingswaarden voor de kwaliteitsklasse Wonen, kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse Wonen maar is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde – AW2000 (< Achtergrondwaarde), dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden. Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: 1.
Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde – AW2000 (< Achtergrondwaarden) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. 2. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg d.s.) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde – AW2000(< Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet altijd toegestaan. 3. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde en onder de toepassingsnormen voor de kwaliteitsklasse Wonen, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde - AW2000 (< Achtergrondwaarden) staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
8 / 13
toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen voor de kwaliteitsklasse Wonen, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
√
n
stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem De toepassingskaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld.
@
Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Gemeentelijke toepassingseis @
Overig (Landbouw/natuur)
Achtergrondwaarden – AW2000
Achtergrondwaarden – AW2000
Overig (Landbouw/natuur)
Wonen
Achtergrondwaarden – AW2000
Overig (Landbouw/natuur)
Industrie
Achtergrondwaarden – AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden – AW2000
Achtergrondwaarden – AW2000
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Achtergrondwaarden – AW2000
Achtergrondwaarden – AW2000
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie Industrie Industrie De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de meest recente versie van de toepassingswaarden zoals vermeld in het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
9 / 13
Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond #
Toepassingseis
Wonen
Wonen
Toepassing toegestaan? Ja
Industrie
Wonen
Nee
Achtergrondwaarden – AW2000
Wonen
Ja
Wonen
Industrie
Ja
Industrie
Industrie
Ja
Achtergrondwaarden – AW2000
Industrie
Ja
Wonen
Achtergrondwaarden – AW2000
Nee
Industrie
Achtergrondwaarden – AW2000
Nee
Achtergrondwaarden – AW2000 Achtergrondwaarden – AW2000 Ja # De 80-percentielwaarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt tot beperkingen van de toepassing bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. @ De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de meest recente versie van de toepassingswaarden zoals vermeld in het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
10 / 13
Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-). Maximale waarden Stof
Achtergrondwaarde – AW2000
Maximale waarden
Maximale waarden
wonen**
industrie
Arseen
20
27
76
Barium *
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Cadmium
0,60
1,2
4,3
Chroom
55
62
180
Kobalt
15
35
190
Koper
40
54
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
Lood
50
210
530
Molybdeen
1,5
88
190
Nikkel *
35
39
100
Zink
140
200
720
Som PAK
1,5
6,8
40
Som PCB
0,02
0,04
0,5
Minerale olie
190
190
500
PFOA18 zonder vastgestelde 0,0019
achtergrondwaarde Overige PFAS-verbindingen zonder
0,0014
vastgestelde achtergrondwaarde
*
PFOA
0,0019
0,007
Overige PFAS-verbindingen
0,0014
0,003
De normstelling in de regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Achtergrondwaarden – AW2000) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.
18
PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
11 / 13
Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen) of de provincie (provinciale wegen) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten locaties en gebieden geldt het generieke kader van het Besluit. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1).
Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld. Wegberm Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter.
De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.1): • de erfgrens of; • de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; • de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of;
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
12 / 13
•
als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).
Voor wegbermen langs wegen in beheer van het waterschap en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 1 Begrippenlijst
13 / 13
Bijlage 2 Selectie dataset De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt dat de meetgegevens niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Omdat naar verwachting de beschikbaar gekomen meetgegevens in de afgelopen 5 jaar niet afwijken van de meetresultaten die meer dan 5 jaar geleden beschikbaar zijn gekomen, zijn de meetgegevens van de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart gebruikt voor de dataset van deze bodemkwaliteitskaart. Dit geeft een nog betere onderbouwing van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit. De waarnemingen die ten tijde van de vorige bodemkwaliteitskaart als uitbijter zijn uitgesloten, zijn ook uitgesloten in de nieuwe dataset. De dataset van de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaarten zijn verkregen uit de geregistreerde gegevens in de gemeentelijke bodeminformatiesystemen: Apeldoorn (Key2Bodem: exportdatum 1 oktober 2018), Brummen (Squit iBis: exportdatum 20 september 2018), Epe (Squit iBis: exportdatum 20 september 2018) en Voorst (Squit iBis: exportdatum14 september 2018). Basiscriteria De volgende gegevens zijn niet geselecteerd: • Analysemonsters waarvan de ligging niet bekend is (er zijn geen boorpunten ingetekend en het onderzoek en de locatie hebben geen geometrie). • Analysemonsters van onderzoeken zonder rapportdatum of met een rapportdatum vóór 1 juli 2008. • Analysemonsters zonder diepte, of met een gemiddelde diepte >2 m-mv.
• Analysemonsters met 2 of minder stoffen voor het te zoneren stoffenpakket (standaard NEN5740). • Analysemonsters waarvan de overige selectiecriteria (zie paragraaf hier onder) allemaal niet gevuld zijn, of waarvan tenminste één criterium als ‘niet geschikt’ is beoordeeld. Overige selectiecriteria Uit de onderzoeken zijn de representatieve, diffuse analysemonsters geselecteerd op basis van de invoervelden Type onderzoek en Aanleiding (bij onderzoek) en Status verontreiniging o.b.v. onderzoek en Vervolgactie Wbb (bij locatie). In de tabellen op de volgende pagina’s is per selectieveld aangegeven wat de criteria zijn waarop de monsters ziin geselecteerd.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 2 Selectie dataset
1/5
Tabel B2.1: Selectie op type onderzoek Type onderzoek
Geschikt?
ASB - asbest onderzoek NEN 5707
Nee, wijst op puntbron
Avr (aanvullend rapport)
Ja
BOOT
Nee, wijst op puntbron
Brf (briefrapport)
Ja
Indicatief onderzoek
Ja
Meldingsformulier BUS evaluatieverslag
Nee, wijst op saneringslocatie
Meldingsformulier BUS saneringsplan
Nee, wijst op saneringslocatie
Monitoringsrapportage
Nee, wijst op saneringslocatie
Nader onderzoek
Ja
Nul- of Eindsituatieonderzoek
Nee, wijst op een verdachte locatie
Oriënterend bodemonderzoek
Ja
Partijkeuring grond
Nee, mogelijk niet-gebiedseigen grond
Saneringsevaluatie
Nee, wijst op saneringslocatie
Saneringsonderzoek
Nee, wijst op saneringslocatie
Saneringsplan
Nee, wijst op saneringslocatie
Verkennend onderzoek NEN 5740
Ja
Verkennend onderzoek NVN 5740
Ja
Verkennend onderzoek stortplaatsen
Nee, wijst op puntbron
Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN
Nee, betreft geen landbodem
5720) Niet ingevoerd
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 2 Selectie dataset
Misschien, op basis van overige criteria
2/5
Tabel B2.2: Selectie op aanleiding Aanleiding
Geschikt?
Bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling
Ja
BOOT
Nee, wijst op puntbron
Bouwvergunning
Ja
Civieltechnisch
Nee **
Eindsituatie
Nee, wijst op puntbron
Nulsituatie
Misschien, alleen bij Nulsituatie voor start activiteit *
Omgevingsvergunning
Ja
Onbekend
Ja
Niet ingevoerd
Misschien, op basis van overige criteria
* Zie toelichting bij tabel 1. ** Alleen relevant voor wegbermzones. Daarbuiten uit te sluiten in verband met niet-representatieve funderingen, verhardingen en ophooglagen. Tabel B2.3: Status oordeel o.b.v. onderzoek Status oordeel
Geschikt?
Ernstig, geen risico''s bepaald
Misschien, alleen als diffuus >I verwacht in deze zone *
Ernstig, geen spoed
Misschien, alleen als diffuus >I verwacht in deze zone *
Ernstig, niet urgent
Misschien, alleen als diffuus >I verwacht in deze zone *
Ernstig, spoed, risico''s wegnemen en uiterlijk
Nee, spoed wijst op een puntbron
saneren voor 2015 Ernstig, urgentie niet bepaald
Misschien, alleen als diffuus >I verwacht in deze zone *
Niet ernstig
Ja
Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd
Ja
Niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd
Ja
Onverdacht/Niet verontreinigd
Ja
Pot. verontreinigd
Ja
Potentieel Ernstig
Ja
Potentieel Ernstig en Urgent
Nee, urgentie wijst op een puntbron
Potentieel spoed
Nee, spoed wijst op een puntbron
Urgent, start sanering binnen 4 jaar
Nee, urgentie wijst op een puntbron
Urgent, start sanering binnen 5-10 jaar
Nee, urgentie wijst op een puntbron
Niet ingevoerd
Misschien, op basis van overige criteria
* Het selecteren van diffuus ernstig verontreinigde locaties is alleen mogelijk met beoordeling door de omgevingsdienst/gemeente; er is geen mogelijkheid deze apart te onderscheiden o.b.v. een invoerveld. Alleen van toepassing in diffuus sterk verontreinigde zones.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 2 Selectie dataset
3/5
Tabel B2.4: Status oordeel o.b.v. onderzoek Vervolg Wbb
Geschikt?
Monitoring
Nee, wijst op puntbron
Opstellen SP
Nee, wijst op puntbron
Registratie restverontreiniging
Nee, wijst op puntbron
Starten sanering
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren aanvullend NO
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren aanvullend onderzoek
Ja
Uitvoeren aanvullend OO
Ja
Uitvoeren aanvullende sanering
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren actieve nazorg
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren evaluatie
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren historisch onderzoek
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren NO
Ja
Uitvoeren OO
Ja
Uitvoeren SO
Nee, wijst op puntbron
Uitvoeren tijdelijke beveiliging
Nee, wijst op puntbron
Voldoende gesaneerd
Nee, wijst op puntbron
Voldoende onderzocht
Ja
Niet ingevoerd
Misschien, op basis van overige criteria
Selectie fase 2 Na de eerste selectie zijn na een inhoudelijke beoordeling van de OVIJ voor het deelgebied B13. Brummen – buitengebied voor de stoffen kobalt en kwik niet representatieve analyseresultaten uit de dataset verwijderd: • Kobalt:: o Weg door de Plas 20 (1 monster): betreft een boerenerf o Dwarsweg 1 (2 monsters): betreft een boerenerf o HBB: Breukink, W; Cortenoeverseweg 121 (5 monsters): boerenerf, Hbb=tank o HBB: Brouwer, A.; Haarweg 12 (1 monster): boerenerf, Hbb=tank. • Kwik: o Dovenkampweg 3 (1 monster): boerenerf, Hbb betreft alleen tank (locatie heet nu HBB: Slijkhuis, J.; Dovenkampweg 3) o Dr. Gunningstraat 8-10 (1 monster): recente bebouwing; Hbb timmerwerkplaats, ligt exact op de rand van de zone langs de bebouwde kom van Eerbeek. (locatie heet nu HBB: Gebr. Willems; Doctor Gunningstraat 10) o Halsedijk 53 (1 monster): boerenerf, Hbb betreft alleen tank (deze locatie heet nu HBB: Kortenoever, H.; Hallsedijk 53) o Karel van Gelreweg 30 (4 monsters): verdachte locatie, bedrijf o Koppelenburgerweg (1 monster) o Pongeweg 2 (1 monster): woning met erf o Van vreeswijklaan 8 (1 monster): Wbb-locatie
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 2 Selectie dataset
4/5
Verzamelen PFAS-meetgegevens Om meetgegevens te verzamelen voor PFAS-verbindingen en te voldoen aan de minimumeisen uit de Richtlijn hebben de gemeenten aanvullende bodemonderzoek laten uitvoeren: • Bodemonderzoek PFAS-verbindingen gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst, documentreferentie: SOB005100.RAP003, Lievense Milieu B.V., 2 maart 2020. Ook zijn de volgende al bekende bodemonderzoeken met analyseresultaten van PFASverbindingen toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart: • 190978_rap_jm01_stationslocatie_Laan_van_Zonnehoeve_Apeldoorn. • 400148 PVA bodemsanering boring 111 Vosweide te Apeldoorn. • AP-04 D-05_190668_jm_Vlijtseweg_Apeldroon. • Binnenweg Wilp. • DOS-2019-068756 Laan van de Stier kavel 5+6. • DOS-2019-092778 in-situ partij keuring wegen Hoge Weerd Epe. • DOs-2019-094020 Oude Wisselseweg Epe. • DOS-2019-095119 bodemonderzoek Nieuw Milligen N302. • GAD01619- PFAS Marktstraat Apeldoorn. • in situ deel 2 tbv woonrijp deel 3 19030902G rapport Haven Centrum. • Leigraaf 54 Twello aanleiding calamiteit. • Verkennend_bodem-_en_asbestonderzoek_Hoofdweg_nabij_126_Loenen_MT-19325. • VO Klarenbeekseweg Voorst. • 19428 PFAS Bodemonderzoek Kopermolenweg locatie 1 Klarenbeek.
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 2 Selectie dataset
5/5
Bijlage 3 Specificatie uitbijters
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 3 Specificatie uitbijters
Zone Apeldoorn, buitengebied Apeldoorn, buitengebied Apeldoorn, buitengebied Apeldoorn, buitengebied Apeldoorn, buitengebied Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Centrum Apeldoorn, Industrie 2 Apeldoorn, Industrie 2 Apeldoorn, Industrie 2 Apeldoorn, Industrie 2 Apeldoorn, Industrie 2 Apeldoorn, Industrie 2 Apeldoorn, Wonen 1 Apeldoorn, Wonen 1
Locatienaam Amersfoortseweg ong. Uddel Buurtweg 8 Koningsbeek Kraaienjagersweg 15a Zomeroord 8 Asselsestraat 145 Kruisbessenhof 12, Loolaan 346 Nijverheidstraat 21 Ramweg 24 Waterloseweg 56 Westenenkerweg 72 Woudhuizermark ong. Woudhuizermark ong. Woudhuizermark ong. Woudhuizermark ong. Woudhuizermark ong. Woudhuizermark ong. Hoenderloseweg 22A Hoog Buurloseweg ong (sectie AD 1670)
Monsternaam MM4 MMbg1 MM-12 MMbg MMBG MBG1 MM-02 MBM1 MM-02 MM-02 MM-03 MM02 MM5og MM4og MM3bg MM2bg MM1bg B1.1 MMbg MM-02
Uitbijter Mo (-30), Pb (-1,5), Ni (-13) PCB (0,74) Cu (4500) Pb (-1,5), Mo (7,6) PCB (-38) PAK (640) PCB (-0,02) PAK (170) PCB (0,02) PCB (0,02) PAK (100) PCB (0,02) PCB (0,05) PCB (0,05) PCB (0,05) PCB (0,05) PCB (0,05) PCB (0,05) Mo (110) PCB (0,02)
Reden Invoerfout: Mo bij Pb ingevoerd, overige stoffen mogelijk door elkaar Invoerfout, betreft PAK Lokale verontreiniging Invoerfout: Mo bij Pb ingevoerd, overige stoffen mogelijk door elkaar Invoerfout, betreft olie Lokale verontreiniging, niet representatief Verhoogde detectiegrens, niet representatief Lokale verontreiniging, niet representatief Verhoogde detectiegrens, niet representatief Verhoogde detectiegrens, niet representatief Lokale verontreiniging, niet representatief Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout, factor 10 te hoog Invoerfout: Pb bij Mo ingevoerd (zelfde gehalte) Verhoogde detectiegrens, niet representatief
Leeuwenbergweg ong Operaplein ong. Oude Beekbergerweg te Apeldoorn
Onderzoeknaam Verkenennd bodemonderzoek Amersfoortseweg 235 Verkennend bodem en verkenend asbestonderzoek Buurtweg 8 Tracé Koningsbeek te Apeldoorn Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Kraaienjagersweg 15a Verkennnend bodemonderzoek Zomeroord 8 Verkennend onderzoek NEN 5740 Asselsestraat 145 Verkennend bodemonderzoek Kruisbessenhof 12 te Apeldoorn Verkennend onderzoek NEN 5740 Loolaan 346 verkennend bodem en asbestonderzoek Nijverheidstraat 21 Verkenennd bodem en asbestonderzoek Ramweg 24 Apeldoorn Waterloseweg 56 Verkennend onderzoen NEN 5740 Westenenkerweg 72 Verkenennd bodemonderzoek Woudhuizermark ong. Verkenennd bodemonderzoek Woudhuizermark ong. Verkenennd bodemonderzoek Woudhuizermark ong. Verkenennd bodemonderzoek Woudhuizermark ong. Verkenennd bodemonderzoek Woudhuizermark ong. Verkenennd bodemonderzoek Woudhuizermark ong. Verkenend bodemonderzoek Hoenderloseweg 22 A Verkennend onderzoek NEN 5740 Hoog Buurloseweg ong (sectie AD 1670) te Ugchelen Verkenennd bodemonderzoek Leeuwenbergweg ong. Verkennend bodemonderzoek winkelcentrum Anklaar Verkennend bodemonderzoek Oude Beekbergerweg 157 te Apeldoorn
Apeldoorn, Wonen 1 Apeldoorn, Wonen 1 Apeldoorn, Wonen 1
MMBG MMB6 MM 4
Lood (-1,5) PAK (69) Olie (870)
Invoerfout: Mo bij Pb ingevoerd, overige stoffen mogelijk door elkaar Ter beoordeling OVIJ Ter beoordeling OVIJ
Apeldoorn, Wonen 1 Apeldoorn, Wonen 1 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2
Platinastraat 2 Zanderijweg 67 De Rotstuin ong. Dommeweg 3
Verkennend en aanvullend onderzoek NEN5740 Platinastraat 2 Verkennend bodem en asbestonderzoek Zanderijweg 67 VO+asbest De Rotstuin, Nader asbestonderzoek Dommeweg 3 te Apeldoorn
MM2 MM-02 310820-25-0 BRANDRESTEN
Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2 Apeldoorn, Wonen 2
Dommeweg 3 Het Lariksbos 23 Nijbroekseweg 40 Nijbroekseweg 40 Nijbroekseweg 40 Nijbroekseweg 40 Nijbroekseweg 40 Nijbroekseweg 40 Nijbroekseweg 40 Plangebied Zuidbroek locatie: Nijbroekseweg 36 Apeldoorn
Nader asbestonderzoek Dommeweg 3 te Apeldoorn Verkennend bodem- en - asbest onderzoek Lariksbos 23 Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 40 erf Nijbroekseweg 34-36 erf
STORTGAT 312595-6-0 MM2-BG MM4-BG MM4-BG MM6-BG MM9-BG MM10-BG MM13-BG MM10-BG
Apeldoorn, Wonen 2 Brummen, Buitengebied Brummen, Buitengebied Brummen, Wonen 1945-1970 Epe, < 1911 Epe, 1911-1963 Epe, 1911-1963 Epe, 1963-2000 Epe, 1963-2000 Epe, Buitengebied Epe, Buitengebied Epe, Buitengebied Epe, Buitengebied Voorst, Buitengebied
Plangebied Zuidbroek locatie: Nijbroekseweg 36 Apeldoorn Zwarteweg 44 Zwarteweg 44 Engelenburgerlaan 18d Julianalaan 5 Holthuijzenstede 13-17 Vaassen Woestijnweg 96 Dorpsstraat 31 Dorpsstraat 31 Kerkenland Kortenbroekweg 7 Slathstraat Weteringdijk 23 Bongerdskamp
Nijbroekseweg 34-36 erf Zwarteweg 44 Zwarteweg 44 Verkennend bodemonderzoek aan de Engelenburgerlaan 18d Julianalaan 5 Holthuijzenstede 13-17 Vaassen Woestijnweg 96 Dorpsstraat 31 Dorpsstraat 31 Kerkenland Kortenbroekweg 7 Slathstraat Weteringdijk 23 Bongerdskamp
MM1-BG 2 1 7 MG012 MG001 MG001 MG002 MG001 MG001 MG001 MG003 MG003 MM1.6
Voorst, Buitengebied
Bongerdskamp
Bongerdskamp
MM1.7
Voorst, Buitengebied Voorst, Wonen <1940 Voorst, Wonen <1940 Voorst, Wonen <1940
Rondweg Voorst HBB: Grotenhuis, ''t: Binnenweg 2 HBB: Grotenhuis, ''t: Binnenweg 2 HBB: Grotenhuis, ''t: Binnenweg 2
Verkennend bodemonderzoek Rondweg N345 te Voorst Grotenhuis Grotenhuis Grotenhuis
309081-23-0 M6 M5 M4
Pb (340), Zn (560) Verdacht (metaalwarenfabriek) PCB (0,02) Verhoogde detectiegrens, niet representatief PAK (-98) Invoerfout: zelfde getal bij PCB en PAK Ba (2000), Cu (280), Zn (1100), Verdacht (brandresten) PCB (0,016) Cu (560), Pb (490), Zn (1200) Verdacht (stort) PAK (-98) Invoerfout: zelfde getal bij PCB en PAK PCB (0,034) Verdacht (erf) PCB (0,015) Verdacht (erf) PCB (0,015) Verdacht (erf) PCB (0,018) Verdacht (erf) PCB (0,028) Verdacht (erf) PCB (0,019) Verdacht (erf) PCB (0,032) Verdacht (erf) Ba (670), Cu (200), Pb (1200), Zn Verdacht (erf); saneringslocatie (1400) PAK (1300), Olie (1100) Verdacht (erf); saneringslocatie Cd (110), Co (0,4) Invoerfout: Cd bij Co ingevoerd, overige stoffen mogelijk door elkaar Cd (-20) Invoerfout: zelfde getal bij Ba en Cd Cu (-5000) Invoerfout: detectiegrens + hoog getal, onlogische combinatie PCB (23) Invoerfout Pb (-1,5), Mo (46) Invoerfout: Mo bij Pb ingevoerd, overige stoffen mogelijk door elkaar PCB (0,29) Lokale verontreiniging, niet representatief Cu (190), Olie (730) Lokale verontreiniging, niet representatief Pb (590) Lokale verontreiniging, niet representatief Hg (-10) Invoerfout: zelfde getal bij Hg als Pb PCB (13) Invoerfout Hg (-10) Invoerfout: zelfde getal bij Hg als Pb Zn (540) Lokale verontreiniging, niet representatief Ba (640), Cu (7600), Pb (39000), Verdacht (brandplaats) Zn (3100), Olie (1900) Ba (680), Cu (1900),
Pb (1600), Verdacht (brandplaats) Zn (2800) PCB (0,1233) Lokale verontreiniging, niet representatief PCB (-1) Verhoogde detectiegrens, niet representatief PCB (-4,3) Verhoogde detectiegrens, niet representatief PCB (-1) Verhoogde detectiegrens, niet representatief
Bijlage 4 Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)
Documentcode: SOB005100.RAP002 | Bijlage 4 Statistische parameters bodemkwaliteitszones (standaard bodem)
SOB005100 BKK regio Veluwe-IJssel
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit (gebiedsspecifieke toetsing: bebouwing Apeldoorn (zones 1 t/m 6) o.b.v. 90P; overige zones o.b.v. 80P) * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. ** PCB (som 7) wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1, kopje PCB. *** Voor Barium, Kobalt, Molybdeen en PCB's is gebruik gemaakt van de uitzondering voor deze stoffen zoals omschreven in paragraaf 1.5 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (wijzigingsblad dd 1 januari 2016)
Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) sterke heterogeniteit (Index > 0,7) er is sprake van heterogeniteit (0,5 < index < 0,7) beperkte heterogeniteit (0,2 < Index < 0,5) weinig heterogeniteit (Index < 0,2) Zone B1. Apeldoorn, Centrum (bovengrond) Gezoneerd:
Stoffen Barium* Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PCB (som 7) ** PAK (som 10) Minerale olie PFOA som lineair + vertakt PFOS som lineair + vertakt perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) vertakt perfluorbutaanzuur (PFBA) perfluorpentaanzuur (PFPeA) perfluorhexaanzuur (PFHxA) perfluorheptaanzuur (PFHpA) perfluornonaanzuur (PFNA) perfluordecaanzuur (PFDeA) perfluorundecaanzuur (PFUnDA) perfluordodecaanzuur (PFDoDA) perfluortridecaanzuur (PFTrDA) perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA) perfluoroctadecaanzuur (PFODA) perfluorbutaansulfonzuur (PFBS) perfluorpentaansulfonzuur (PFPeS) perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS) perfluorheptaansulfonzuur(PFHpS) perfluordecaansulfonzuur (PFDS) 4:2 fluortelomeer sulfonzuur (4:2 FTS) 6:2 fluortelomeer sulfonzuur (6:2 FTS) 8:2 fluortelomeer sulfonzuur (8:2 FTS) 10:2 fluortelomeer sulfonzuur (10:2 FTS) N-methylperfluoroctaansulfonamide acetaat (MeFOSAA) N-ethylperfluoroctaansulfonamide acetaat (EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N-methylperfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) 8:2 polyfluoralkyl fosfaat diester (8:2 diPAP) GenX
Statistische waarde getoetst aan de normen voor standaardbodem van de Regeling bodemkwaliteit waarde > max. waarde industrie max. waarde stedelijk wonen < waarde ≤ max. waarde industrie achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde stedelijk wonen achtergrondwaarde < waarde ≤ max. waarde wonen waarde < achtergrondwaarde
Statistische parameters Gemiddeld Lutumpercentage in de zone: Gemiddeld Org stof-percentage in de zone:
ja
Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg µg/kg
N
Min 76 320 76 325 318 370 76 318 349 76 333 319 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59 59
38,5 0,12 3,3 0,1 0,01 2,3 0,04 2,9 7,9 0,0034 0,1 24,6 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07
80% 80% MIN Gem MAX 25P 50P 75P 80P 90P 95P Max VC 51,3 102,6 159,4 243,7 271,1 335,3 412,2 732,8 185,1 190,5 195,9 0,16 0,46 0,46 0,66 0,66 0,99 1,16 8,39 0,6 0,61 0,6 4,7 7,0 7,0 10,8 12,4 18,9 33,6 143,9 12,3 13,10 13,9 6,9 13,9 29,7 49,5 59,4 86,3 118,8 1485,0 43,4 46,90 50,4 0,05 0,10 0,15 0,28 0,28 0,44 0,79 3,97 0,2 0,25 0,3 14,0 51,1 135,3 292,0 322,8 430,4 616,3 2612,9 199,4 211,20 223,0 0,56 1,05 1,05 1,05 1,05 1,05 2,10 2,10 1,0 1,07 1,1 5,9 9,8 14,6 20,8 22,4 27,6 34,1 140,4 16,8 17,10 17,4 31,8 72,7 181,7 340,7 386,1 522,3 649,5 1635,1 233,9 240,70 247,5 0,0172 0,0172 0,0292 0,0345 0,0345 0,0704 0,0721 0,246 0,035 0,0362 0,038 0,2 1,2 3,9 8,3 9,7 14,0 24,0 130,0 7,1 6,2 8,0 45,4 49,3 86,2 140,7 163,2 264,5 390,5 1829,3 144,0 148,5 153,0 0,07 0,19 0,34 0,65 0,69 1,01 1,10 3,09 0,41 0,48 0,56 0,14 0,21 0,34 0,60 0,65 1,05 1,49 6,77 0,43 0,59 0,75 0,07 0,12 0,27 0,57 0,60 0,91 1,00 2,80 0,34 0,41 0,49 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,29 0,07 0,08 0,08 0,07 0,15 0,26 0,44 0,49 0,70 1,14 5,90 0,32 0,46 0,60 0,07 0,07 0,07 0,14 0,16 0,30 0,44 0,87 0,12 0,14 0,16 0,07 0,07 0,07 0,15 0,15 0,23 0,29 0,42 0,11 0,12 0,13 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,40 0,07 0,08 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,10 0,40 0,07 0,08 0,09 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,11 0,12 0,20 0,07 0,08 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,20 0,07 0,07 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07
0,20 0,07 0,07 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 1,60 0,06 0,10 0,13 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,35 0,07 0,07 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,35 0,07 0,07 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t. 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,35 0,07 0,08 0,08 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 n.v.t. 0,07 n.v.t.
5P
SOB005100_Statistische_parameters_v9
2,50% 2,80% Heterogeniteit 95P> I 0,19 n.v.t. n.v.t. 0,70 0,27 nee 0,44 0,16 nee 1,06 0,75 nee 1,03 0,16 nee 0,84 1,25 ja 0,34 0,01 nee 0,27 0,43 nee 0,41 1,07 nee 0,29 0,11 nee 1,77 0,62 nee 0,43 1,11 nee 0,98 0,17 n.v.t. 1,61 0,64 n.v.t. 1,07 0,15 n.v.t. 0,39 0,00 n.v.t. 1,81 0,51 n.v.t. 1,01 0,18 n.v.t. 0,68 0,03 n.v.t. 0,56 0,00 n.v.t. 0,57 0,00 n.v.t. 0,34 0,01 n.v.t. 0,26 0,00 n.v.t. 0,23 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 2,08 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,49 0,00 n.v.t. 0,49 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t. 0,49 0,00 n.v.t. 0,00 0,00 n.v.t.
Achtergrond waarde 0,60 15,0 40,0 0,15 50,0 1,5 35,0 140,0 0,0200 1,5 190,0 0,8 0,9 0,8 0,8 0,9 0,9 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Bodemkwaliteitsklasse: industrie Ontgravingsklasse: industrie Max. Max. w. Max. waarde stedelijk waarde wonen wonen industrie 1,20 35,0 54,0 0,83 210,0 88,0 39,0 200,0 0,0400 6,8 190,0 7,0 3,0 7,0 7,0 3,0 3,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0
4,30 190,0 190,0 4,80 270,0 190,0 100,0 720,0 0,5000 40,0 500,0 7,0 3,0 7,0 7,0 3,0 3,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0
Interventie waarde bodem (I) 625,0 4,30 13,0 190,0 190,0 190,0 190,0 4,80 36,0 530,0 530,0 190,0 190,0 100,0 100,0 720,0 720,0 0,5000 1,00 40,0 40,0 500,0 5000,0 7,0 n.v.t. 3,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 3,0 n.v.t. 3,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t. 7,0 n.v.t.
augustus 2019
SOB005100 BKK regio Veluwe-IJssel
Statistische parameters, toetsing aan Besluit bodemkwaliteit (gebiedsspecifieke toetsing: bebouwing Apeldoorn (zones 1 t/m 6) o.b.v. 90P; overige zones o.b.v. 80P) * Barium wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1 in de rapportage. ** PCB (som 7) wordt niet meegenomen in de toetsing, zie bijlage 1, kopje PCB. *** Voor Barium, Kobalt, Molybdeen en PCB's is gebruik gemaakt van de uitzondering voor deze stoffen zoals omschreven in paragraaf 1.5 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (wijzigingsblad dd 1 januari 2016)