2. gezamenlijke reactie Adviesraden ontwerpregeling GR Jeugdregio+ MIJ/OV
Tekst van het document
Reactie op de adviezen van de Adviesraden Sociaal Domein voor de ontwerpregeling voor de GR Jeugdregio+ MIJ/OV Inleiding De gemeenten in de regio danken de Adviesraden Sociaal Domein voor hun uitgebreide en constructieve adviezen over de ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling (GR) Jeugdregio+ Midden IJssel / Oost Veluwe. De gemeenten hebben begrip voor de zorgen vanuit adviesraden over de GR, het gaat tenslotte over de meest kwetsbare groep jeugdigen. De adviezen onderstrepen het belang van toegankelijkheid, participatie en transparantie in de jeugdzorg en geven waardevolle aandachtspunten mee voor de verdere uitwerking en uitvoering van de regeling. Er is gekozen voor een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) als GR-vorm. De GR is een uitvoeringsorganisatie. De deelnemende gemeenten vormen samen het bestuur van de BVO en zitten daarmee aan het stuur voor de uitvoering binnen de BVO. Hieronder volgt een gezamenlijke reactie op de belangrijkste thema’s. In de bijlage vindt u een overzicht van alle ontvangen adviezen met per gemeente een puntsgewijze reactie. 1. Toegankelijkheid en lokaal maatwerk • Adviesraden benadrukken dat de regionalisering de afstand tot inwoners niet mag vergroten en dat de toegang laagdrempelig en herkenbaar moet blijven. • Reactie: De gemeenten onderschrijven dit uitgangspunt.
De GR richt zich op specialistische jeugdhulp, terwijl de lokale teams verantwoordelijk blijven voor de eerste toegang en preventie. 2. Continuïteit van bestuur en organisatie (Artikel 7) • Adviesraden maken zich zorgen over de continuïteit bij wisseling van het bestuur na elke zittingsperiode. • Reactie: Dit punt wordt herkend. De Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen bieden een goede basis voor de continuïteit in de personele bezetting. 3. Participatie van inwoners, jongeren en ervaringsdeskundigen (Artikel 10 en 31) • Adviesraden vragen om structurele en proactieve borging van participatie, zowel bij beleidsvorming als evaluatie. • Reactie: Gemeenten onderschrijven het belang van participatie. Participatie wordt vooral lokaal ingevuld, De Regiovisie vormt de basis voor de uitvoering door de bedrijfsvoeringsorganisatie. Voor het opstellen van de verplichte Regiovisie worden inwoners en ervaringsdeskundigen betrokken, naast zorgaanbieders, verwijzers en vertegenwoordigers vanuit onderwijs, welzijn en de lokale toegangen. Daarnaast wordt regelmatig cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten. 4. Evaluatiecyclus (Artikel 31) • Adviesraden vinden een vierjaarlijkse evaluatie te beperkt en pleiten voor tussentijdse evaluaties. Reactie: Gemeenten delen dit inzicht.
Bij de jaarrekening wordt ook een inhoudelijke voortgangsrapportage aangeleverd aan het bestuur. Colleges kunnen deze informatie delen met hun raad, dit hoeft niet te worden opgenomen in de regeling. 5. Democratische verankering en transparantie (Artikel 14 en 20) • Adviesraden adviseren om naast de formele verantwoordingsplicht ook een publieksvriendelijke jaarrekening of maatschappelijke verantwoording op te stellen. • Reactie: Gemeenten zien dit als een waardevolle suggestie. In de verdere uitwerking van de GR zal worden verkend hoe een publieksverantwoording kan worden ingericht.
6. Besluitvorming en stemverhoudingen (Artikel 12) • Enkele Adviesraden uiten zorgen over de stemverdeling en mogelijke vetopositie van Apeldoorn. Andere gemeenten geven aan positief te zijn over de evenwichtige stemverhouding. • Reactie: De huidige regeling is het resultaat van intensief overleg en een compromis tussen gemeenten, waarbij recht wordt gedaan aan gelijkwaardigheid en evenredigheid. De zorgen worden genoteerd en meegenomen bij de evaluatie van de GR. 7. Kapstokregeling (Artikel 4) • Adviesraden benoemen dat zij positief zijn over de Kapstokregeling, die de mogelijkheid biedt om extra taken bij de GR te beleggen, zonder dat daarvoor de GR gewijzigd hoeft te worden. • Reactie: Gemeenten erkennen dat de kapstokregeling flexibiliteit biedt, maar verschillende gemeenten zien ook risico's voor de uitvoering. Gemeenten kunnen kiezen om al dan niet deel te nemen aan aanvullende taken via de kapstokregeling. Het is aan de gemeenten om hier (gezamenlijk) invulling aan te geven. 8. Communicatie en verbinding regionaal-lokaal (Artikel 16) • Adviesraden vragen om heldere communicatiestructuren tussen GR, gemeenten, inwoners en professionals. • Reactie: Gemeenten onderschrijven dit belang. Signalen van de uitvoeringsorganisatie worden gedeeld en vice versa. Slot De gemeenten waarderen de betrokkenheid en de zorgvuldige adviezen van de Adviesraden Sociaal Domein.
Veel van de punten worden meegenomen in de verdere uitwerking van de GR en de lokale invulling.
2
Bijlage
Overzicht adviezen Adviesraden voor Ontwerpregeling GR Jeugdzorgregio+ MIJ/OV
Adviesraden Apeldoorn
Wij adviseren in te stemmen met het ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd Regio Midden-IJssel/Oost-Veluwe, zoals opgesteld op basis van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Wij hechten daarnaast veel waarde aan een mogelijke opzet waarmee ook de participatie in een meer gezamenlijke samenwerkingsstructuur ingericht zal worden. Dit om de extra bestuurslaag die een GR met zich meebrengt beter te voeden. Reactie: Gemeenten onderschrijven het belang van participatie. Participatie wordt vooral lokaal ingevuld. Daarnaast wordt regelmatig
cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten. Brummen
De MAR is positief over de inhoud van deze gezamenlijke ontwerpregeling, die helder en gedegen is geformuleerd, waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn onderbouwd. De MAR heeft echter onderstaande aanvullingen en adviezen. Advies 1: De MAR adviseert positief over de ontwerpregeling in de hoop en de verwachting dat deze bijdraagt aan de bovengenoemde doelstelling. Advies 2: Hoofdstuk 4 Het bestuur, artikel 7 Samenstelling punt 2 De MAR adviseert in artikel 7 aan te geven hoe de continuïteit gewaarborgd wordt als telkens na 4 jaar het bestuur dient af te treden (gekoppeld aan de zittingsperiode van de raden). Reactie: Dit punt wordt herkend. Gemeenten zullen dit onderwerp ook meenemen in de verdere bestuurlijke uitwerking. Advies 3: Hoofdstuk 4 Het bestuur, artikel 10 Participatie De MAR adviseert om duidelijk te specificeren op welke wijze en onder welke voorwaarden ingezetenen van de deelnemende gemeenten door de bedrijfsvoeringsorganisatie worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid Reactie: Gemeenten onderschrijven het belang van participatie. Participatie wordt vooral lokaal ingevuld. Daarnaast wordt regfelmatig cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten.
Advies 4: De Kapstokregeling U beschrijft in een apart document de Kapstokregeling, maar deze regeling is niet opgenomen in het ontwerp Gemeenschappelijke Regeling. De MAR adviseert om in dit ontwerp de “Kapstokregeling” toe te voegen zodat er, indien gewenst, taken voor de bedrijfsuitvoeringsorganisatie toegevoegd kunnen worden zonder hernieuwde procedures op te starten. Ook kijkt de MAR met belangstelling uit naar wat te zijner tijd ondergebracht kan worden in de Kapstokregeling.
Reactie: Art. 4.2 is het kapstokartikel, waarin geregeld wordt dat het mogelijk is om aanvullende taken te beleggen bij de Bedrijfsvoeringsorganisatie. Advies 5: De MAR adviseert om gemeenschappelijke regelingen die reeds van kracht zijn, zoals de gezamenlijke Inkoopstrategie en het Regioplan Jeugd met betrekking tot toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid of anderszins, toe te voegen aan deze gemeenschappelijke ontwerpregeling. Reactie: De gezamenlijke inkoopstrategie wordt inderdaad uitgevoerd door de GR. Over de positionering van toezicht en uitvoering van het Regioplan voor toezicht zijn de gemeenten nog in gesprek. Epe
Als Adviesraad kijken wij vanuit de inwoner: wat betekent dit in de praktijk voor gezinnen, jongeren en professionals in Epe? Vanuit dat perspectief zien we in de regeling een aantal sterke punten, zoals de evenwichtige stemverhouding tussen gemeenten en de bestuurlijke transparantie én een aantal aandachtspunten. We begrijpen dat de tekst van de regeling bewust juridisch en bestuurlijk strak is opgesteld om de samenwerking tussen acht gemeenten goed te kunnen organiseren. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat inwoners na invoering van de regeling ervaren dat hulp dichtbij, mensgericht en toegankelijk blijft. Daarom enkele aandachtspunten voor de verdere uitwerking 1. Houd de lokale toegankelijkheid in het vizier (Artikel 3) Door de regionalisering kan de afstand tot inwoners groter lijken. Voor inwoners van Epe is het belangrijk dat de toegang tot hulp laagdrempelig en herkenbaar blijft. De overgang van lokale teams naar de regionale, gespecialiseerde hulp moet naadloos verlopen. Reactie: De gemeenten onderschrijven dit uitgangspunt. De GR richt zich op specialistische jeugdhulp, terwijl de lokale teams verantwoordelijk blijven voor de eerste toegang en preventie. In de verdere uitwerking zal expliciet aandacht worden besteed aan een naadloze overgang tussen lokaal en regionaal niveau. 2.
Maak van de ‘Plus’ ook echt een meerwaarde (Artikel 4, lid 2) De ‘Plus’ biedt ruimte voor vrijwillige samenwerking tussen gemeenten op aanvullende thema’s. Dat biedt kansen voor preventie en integraliteit. Wij moedigen het College aan om te stimuleren dat deze ruimte wordt gebruikt voor initiatieven die de veerkracht van jeugdigen versterken, bijvoorbeeld op het snijvlak van onderwijs, sport, welzijn en gezondheid. Betrek hierbij de jongeren en ervaringsdeskundigen actief. Reactie: Gemeenten erkennen dat de ‘plus’ via het kapstokartikel flexibiliteit biedt, maar verschillende gemeenten zien ook risico's voor de uitvoering. Gemeenten kunnen kiezen om al dan niet deel te nemen aan aanvullende taken via de kapstokregeling. Het is aan de verschillende gemeenten om hier gezamenlijk invulling aan te geven. 3. Betrek inwoners, jongeren en ouders actief (Artikel 10) Hoewel Artikel 10 over participatie positief is, is de formulering voorwaardelijk ("voor zover dat bij of krachtens wet is vereist of voor zover door het bestuur is bepaald"). We begrijpen dat deze op lokaal niveau wordt georganiseerd (en zijn ook benieuwd naar de voor Epe gebruikelijke wijze), maar willen het belang ervan graag onderstrepen. De Adviesraad ziet graag een bestuurlijke bevestiging dat de betrokkenheid van inwoners, jongeren en 4
ouders bij jeugdzorgbeleid in Epe van groot belang is. De Adviesraad adviseert het College te bepleiten dat het bestuur van de Jeugdregio+ proactief en structureel beleid vaststelt waarin de rol en inbreng van cliënten, ouders, en ervaringsdeskundigen in het regionale beleid en de evaluatie (Artikel 31) expliciet en gewaarborgd worden, zodat de stem van de (Eper) inwoner gehoord wordt. Onderzoek bijvoorbeeld of een regionaal overleg van cliënten, ouders en ervaringsdeskundigen kan helpen om ervaringen en signalen tussen gemeenten te delen. Het doet ook recht aan de Jeugdwet waarin uitgegaan wordt van structurele betrokkenheid van jeugdigen, ouders en vertegenwoordigers van cliënten bij het vormgeven, uitvoeren en evalueren van jeugdbeleid. De wet benadrukt dat beleid beter en effectiever wordt als ervaringskennis van inwoners wordt meegenomen. Ook de Hervormingsagenda Jeugd legt nadruk op ‘samen leren en verbeteren met inwoners en professionals’. Reactie: Gemeenten onderschrijven het belang van participatie. Participatie wordt vooral lokaal ingevuld. Daarnaast wordt regelmatig cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten. 4. Let op uitvoerbaarheid en wendbaarheid (Artikel 12) De regeling vraagt om afstemming tussen acht gemeenten en streeft naar unanimiteit.
Dat is begrijpelijk, maar kan besluitvorming soms vertragen. Wij vragen het College om in het regionaal overleg onder de aandacht te brengen dat snelle besluitvorming nodig blijft wanneer het gaat om de continuïteit van zorg. Reactie: De gemeenten onderschrijven dit punt. 5. Zorg voor democratische verankering en transparantie (artikel 14) We willen het College in overweging geven om naast de informatie- en verantwoordingsplicht naar de raad (artikel 14) en de financiële jaarrekening (artikel 20) ook een jaarlijkse leesbare (B2) publieksverantwoording of ‘maatschappelijke jaarrekening’ af te geven om zo meer transparantie, begrip draagvlak te creëren voor de uitdagingen in de jeugdzorg. Denk bijvoorbeeld aan verslag dat inzicht geeft in bereik, wachttijden, tevredenheid, bestede middelen en verbeterpunten. Reactie: Gemeenten zien dit als een waardevolle suggestie. In de verdere uitwerking van de GR zal worden verkend hoe een ‘publieksverantwoording’ kan worden ingericht. 6. Zorg voor duidelijke communicatie met regio en gemeente (Artikel 16) De regeling zegt weinig over hoe inwoners, professionals of adviesraden signalen kunnen doorgeven aan en ontvangen van de regionale organisatie. Heldere communicatie is onmisbaar om als sociaal domein van elkaars ervaringen te blijven leren en de hulpverlening te verbeteren. Maak afspraken over een heldere communicatiestructuur.
Reactie: Gemeenten onderschrijven dit belang. In de uitvoeringsfase zullen afspraken worden gemaakt over communicatiekanalen en terugkoppeling, zodat signalen uit de praktijk structureel worden benut. 7. Betrek inwoners, cliënten en maatschappelijke organisaties bij de evaluatie (Artikel 31) De evaluatie van de regeling vindt slechts plaats in het jaar voorafgaande aan de landelijke gemeenteraadsverkiezingen (eens per vier jaar). Een cyclus van vier jaar is onvoldoende om tijdig en effectief te kunnen bijsturen. De Adviesraad adviseert te streven naar een tussentijdse, inhoudelijke evaluatie van de praktische effecten van de samenwerking op de ervaren toegankelijkheid en kwaliteit van de 5
jeugdhulp (in Epe), bijvoorbeeld op de helft van de bestuursperiode. De regeling zegt niets over de betrokkenheid van inwoners, of cliënten en maatschappelijke organisaties bij de evaluatie. Neem bij de evaluatie van de regeling ook het perspectief van inwoners, jongeren, ouders en professionals mee, zodat de thema's gebruikerservaring, wachttijden en preventie meegenomen worden in de evaluatie. Reactie: Gemeenten delen dit inzicht. Naast de formele evaluatie voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen zal worden gewerkt aan tussentijdse monitoring en rapportage, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. Hierbij wordt ook het perspectief van de inwoners betrokken. Tot slot: De Adviesraad Sociaal Domein gemeente Epe begrijpt dat de regeling grotendeels juridisch is vastgelegd en dat aanpassingen op dit moment waarschijnlijk beperkt mogelijk zijn. Onze aandachtspunten zijn daarom vooral bedoeld om bij de uitvoering en de lokale invulling van de samenwerking te helpen zorgen dat inwoners van Epe merkbaar profiteren van deze nieuwe structuur. Hattem
De adviesraad spreekt graag haar positieve advies uit over de Gemeenschappelijke Regeling.
Heerde
De adviesraad adviseert positief ten aanzien van het voorliggende ontwerp, met daarbij de volgende aandachtspunten: • Behoud van lokaal maatwerk en ruimte voor gemeentelijke eigenheid; Reactie: De gemeenten onderschrijven dit aandachtspunt. De GR richt zich op specialistische jeugdhulp, terwijl de lokale teams verantwoordelijk blijven voor de eerste toegang en preventie. • Transparantie in besluitvorming en heldere rolverdeling tussen gemeenten, GR en raden; Reactie: Gemeenten onderschrijven dit belang. In de uitvoeringsfase zullen afspraken worden gemaakt over communicatie en terugkoppeling en het bewaken van de rolverdeling. • Goede afstemming met de Wmo-samenwerking om de integraliteit tussen Jeugd, Wmo en Participatie te waarborgen; Reactie: Stip blijft verantwoordelijk voor de eerste toegang en kan lokaal een integrale aanpak voor inwoners verzorgen. Gemeenten erkennen ook regionaal het belang van goede afstemming en samenwerking tussen Jeugdzorg en Wmo. Met het kapstokartikel is het mogelijk aanvullende taken bij de BVO te beleggen, zodat ook regionaal de samenwerking geborgd is. • Inzicht in de gevolgen voor inwoners van Heerde, met specifieke aandacht voor toegankelijkheid en herkenbaarheid van ondersteuning. Reactie: De GR richt zich op specialistische jeugdhulp, terwijl Stip voor Heerde verantwoordelijk blijft voor de eerste toegang en preventie. 6
Lochem
De Adviesraad Sociaal Domein Lochem ondersteunt de oprichting van de GR Jeugdregio+ als noodzakelijk instrument om samen te werken aan een robuust jeugdhulpstelsel. Tegelijkertijd roepen wij op om de lokale kracht, verantwoordelijkheid en het perspectief van inwoners stevig te verankeren in de verdere uitwerking van de regeling. Aanvullende aandachtspunten vanuit de ASDL: 1. Lokale beleidsruimte en verantwoordelijkheid De GR richt zich op regionale uitvoering van specialistische jeugdhulp, maar de gemeente Lochem blijft verantwoordelijk voor het gehele jeugdbeleid, inclusief preventie en het versterken van lokale teams. Deze lokale regierol verdient structurele verankering in de samenwerking. Reactie: De gemeenten onderschrijven dit uitgangspunt. De GR richt zich op specialistische jeugdhulp, terwijl de lokale teams verantwoordelijk blijven voor de eerste toegang en preventie. In de verdere uitwerking zal expliciet aandacht worden besteed aan een verankering van de lokale regierol in de regionale samenwerking. 2. Structurele betrokkenheid van inwoners en adviesraden Wij pleiten voor een vaste vorm van maatschappelijke participatie binnen of rondom de GR (bijvoorbeeld een regionaal cliëntenpanel of adviesstructuur), waarin ook Lochem vertegenwoordigd is. Zo blijft het perspectief van inwoners daadwerkelijk leidend bij keuzes over jeugdhulp.
Reactie: Gemeenten onderschrijven het belang van participatie. . Participatie wordt vooral lokaal ingevuld. Daarnaast wordt regelmatig cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten. 3. Inzicht in lokale effecten Monitoring en rapportage vanuit de GR dienen niet alleen op regionaal niveau plaats te vinden, maar ook per gemeente, zodat inzicht ontstaat in wachttijden, resultaten, tevredenheid en kostenontwikkeling binnen Lochem. Reactie: Vanuit de regionale monitor zijn ook gegevens op lokaal niveau beschikbaar. 4. Democratische en bestuurlijke grip De raad van Lochem moet actief en tijdig betrokken worden bij besluiten die impact hebben op de lokale uitvoering, zodat de kader stellende en controlerende rol behouden blijft. Heldere informatievoorziening en tijdige agendering in de gemeenteraad zijn hierbij cruciaal. Reactie: In de verdere uitwerking van de GR zal worden gewerkt aan tussentijdse monitoring en rapportage, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. 5. Flexibiliteit en uittreedmogelijkheden Voor niet-verplichte taken (zoals Wmo of lichte jeugdhulp) dient voldoende flexibiliteit te blijven bestaan. Gemeenten moeten in redelijkheid kunnen besluiten om aan te sluiten of uit te treden zonder onnodige belemmeringen. 7
Reactie: Gemeenten hebben de intentie om via het kapstokartikel, artikel 4.2, die flexibiliteit te borgen. 6. Verbinding tussen regionaal en lokaal niveau Wij adviseren om duidelijke communicatielijnen en afstemming te organiseren tussen de GR en de lokale uitvoeringspraktijk in Lochem (zoals jeugd- en gezinsteams en lokale zorgaanbieders), zodat kennisuitwisseling en afstemming optimaal blijven. Reactie: Gemeenten onderschrijven dit belang. In de uitvoeringsfase zullen afspraken worden gemaakt over communicatielijnen en terugkoppeling, zodat signalen uit de praktijk structureel worden benut. Voorst
Advies: Artikel 7 lid 2 GR De ASD maakt zich zorgen over de continuïteit van de organisatie, het bestuur en het beleid nu het zo is dat aan het einde van een zittingsperiode het hele bestuur zal wisselen. Weliswaar is opgenomen dat de aftredende leden hun functie blijven waarnemen tot het tijdstip dat de raden de nieuwe wethouders hebben benoemd en een nieuw bestuur is aangetreden, maar hier kan een ruime periode overheen gaan waarbij ook wethouders niet meer beschikbaar zijn omdat zij al elders een andere functie hebben aanvaard. Advies: Kijk nog eens naar mogelijkheden om die continuïteit te waarborgen. Reactie: Dit punt wordt herkend. Gemeenten zullen dit onderwerp meenemen in de verdere bestuurlijke uitwerking. Artikel 12 GR De ASD acht de wijze van verdeling van stemmen niet in balans. In een aantal gevallen heeft Apeldoorn de facto een veto. Uit de toelichting van de ambtenaar tijdens de vergadering van de ASD op 14 oktober jl. is begrepen dat dit een punt van discussie is geweest tussen de wethouders en dat er zelfs een heisessie aan gewijd is met deze regeling als uitkomst. Voor meerdere gemeente is dit dus een punt waar zij het niet mee eens zijn en de huidige regeling is dan ook een compromis. De ASD is van mening dat Apeldoorn nooit op enig onderdeel een vetorecht kan en mag hebben. Advies: Kijk hier nog eens naar.
Reactie: Dit punt is bekend en onderwerp van bestuurlijke afweging. De huidige regeling is het resultaat van intensief overleg en een compromis tussen gemeenten, waarbij recht wordt gedaan aan gelijkwaardigheid en evenredigheid. De zorgen worden genoteerd en meegenomen bij de evaluatie van de GR. Artikel 12 lid 4:
8
Vraag van de ASD was of er een quorum geldt om de stemming als geldig te kunnen bestempelen en zo ja, wat is dan het minimale aantal aanwezigen dat vereist is. In de GR is daar niets over opgenomen. Andere vraag van de ASD was: Kan een bestuurslid zich ook onthouden van stemming of blanco stemmen? Advies: Beide punten zijn nagevraagd en er is een duidelijke reactie op gekomen, namelijk dat dit in een reglement van orde voor de vergaderingen zal worden opgenomen (opgesteld en vastgesteld door het bestuur). Omdat dit wellicht ook vragen van de raadsleden zijn te zijner tijd is het advies om deze reactie in de toelichting op de GR op te nemen. Reactie: Inderdaad zijn dit punten voor het reglement van orde. Elke deelnemer (college) is in het bestuur vertegenwoordigd. Daarom zijn er naast bestuursleden ook plaatsvervangende bestuursleden (zie artikel 7). En in zijn besluitvorming streeft het bestuur naar unanimiteit (artikel 12). Als unanimiteit niet wordt bereikt, wordt het besluit bij stemming genomen. De stemverhoudingen staan in artikel 12. Een quorum past daar niet bij. Een lid kan zich wel onthouden van stemming. Artikel 12 lid 7: hier komt de term “herstemming” uit de lucht vallen. Advies: voeg een lid toe waarin die mogelijkheid wordt opgenomen.
Reactie: Dit is aangepast in de regeling, het gaat niet om een herstemming, maar om een stemming, als er geen unanimiteit kan worden bereikt. Vraag van de ASD was of de herstemming in dezelfde vergadering plaats vindt of dat dit ook op een later tijdstip kan. Antwoord was dat dit ook in het reglement van orde van de vergadering van het bestuur zal worden geregeld. Advies luidt dit ook in de toelichting op te nemen. Reactie: Het gaat niet om een herstemming, maar om een stemming, als er geen unanimiteit kan worden bereikt. Dit is aangepast in de regeling. Artikel 13 sub f: Dit is erg breed geformuleerd: voeg toe dat hier overeenkomsten worden bedoeld die verband houden met de uitvoering van de taken van de BVO zoals de inkoop van jeugdhulp. Reactie: Het kader waarbinnen de BVO opereert ligt al vast in onder meer de belangen en taken genoemd in de artikelen 3 en 4 van de regeling. Artikel 16 lid 3: Hier was de vraag of de directeur ook bij besloten vergaderingen aanwezig is. Het antwoord was ja: omdat hij ook de secretaris van het bestuur is.
9
Advies: maak duidelijk dat de directeur ook in een besloten vergadering aanwezig is. Dit kan natuurlijk ook in de toelichting worden opgenomen. Reactie: Dit is toegevoegd in de toelichting. Artikel 20 lid 1 Advies: toevoegen dat het een RA-accountant dient te zijn. Reactie: Dit is toegevoegd. Artikel 25 lid 4 “Toetreding kan plaatsvinden als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe heeft besloten”. Hier had de ASD een vraag over gesteld: omdat een deelnemer een gemeente is en er 9 gemeenten deelnemen zouden dus 6 gemeenten moeten voor stemmen. Vraag was of het hier dus niet naar rato van het aantal stemmen gaat zoals in artikel 12 maar naar aantal deelnemers. Dus dan heeft elke deelnemer een gelijkwaardige stem. Reactie: Het klopt dat voor besluiten over toetreding (uittreding en wijziging van de regeling) elke deelnemer een gelijkwaardige stem heeft, en besloten wordt met tweederde meerderheid (6 van de 8 gemeenten). De toelichting was echter dat Apeldoorn dan een veto zou hebben omdat bij deze besluiten waarschijnlijk ook een meerderheid van de gemeenten nodig is. Voor twee derde van de stemmen en een meerderheid van de gemeenten heb je altijd Apeldoorn nodig om dit te besluiten. De ASD vindt de tekst duidelijk maar het antwoord op de vraag luidt anders en is dus verwarrend. Wat is nu precies de bedoeling.
Advies: klopt de tekst van dit artikel wel? ASD vindt dat alle deelnemers hierin een gelijke stem moeten hebben en dat Apeldoorn hierin geen veto hoort te hebben. Reactie: De deelnemers (colleges) gaan formeel over toetreden, uittreden, opheffen en wijzigen van de regeling, zoals bedoeld in de artikelen 25 t/m 28. Daarbij wordt besloten wordt met tweederde meerderheid (6 van de 8 gemeenten). Artikel 12 gaat over besluiten van het bestuur. In de ontwerpregeling is opgenomen dat het bestuur in zijn besluitvorming streeft naar unanimiteit. Als unanimiteit niet kan worden bereikt, wordt het besluit genomen bij stemming. Bij de stemverhouding is uitgegaan van twee beginselen: gelijkwaardigheid en evenredigheid. Bij de in de ontwerpregeling opgenomen stemverhouding heeft géén van de deelnemende gemeenten alleen een blokkeer- dan wel besluitmacht (respectievelijk de macht om besluiten tegen te houden en te nemen). Met uitzondering van besluiten over de begroting, daar moet Apeldoorn altijd onderdeel zijn van een meerderheidscoalitie.
10
Zutphen
Onze aandachtspunten op een rij: Transparantie en Betrokkenheid Wij waarderen dat het proces wordt toegelicht, maar missen concrete informatie over hoe de regeling de kwaliteit en toegankelijkheid van jeugdhulp waarborgt. Inwoners moeten duidelijk inzicht krijgen in de garanties dat hulp aansluit bij de lokale situatie, en dat er ruimte is voor inspraak en feedback. Voor verbetering adviseren wij: - Jaarlijkse publieksrapportages en korte updates over behaalde resultaten. - Vaste momenten voor feedback, bijvoorbeeld via een klankbordgroep van inwoners. Dit bevordert vertrouwen en duidelijkheid over de effecten van de GR. Reactie: Gemeenten zien dit als een waardevolle suggestie. In de verdere uitwerking van de GR zal worden verkend hoe een publieksverantwoording kan worden ingericht. Gemeenten onderschrijven het belang van feedback en participatie. De GR is een uitvoeringsorganisatie, met name verantwoordelijk voor inkoop van (specialistische) jeugdhulp, in opdracht van de gemeenten. Regelmatig wordt cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten. De toegang blijft lokaal het eerste aanspreekpunt voor inwoners.
Lokale Betrokkenheid Hoewel wordt aangegeven dat sommige taken mogelijk meer lokaal worden georganiseerd, is onduidelijk op welke wijze inwoners en ouders invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming en uitvoering. Het is cruciaal dat inwoners zich blijven kunnen uitspreken over de hulp die zij ontvangen of nodig hebben. Wij stellen voor: - Het opzetten van een jongeren- en ouderpanel dat periodiek input levert. - Aansluiting bij bestaande overlegstructuren voor continuïteit van de lokale invloed. Reactie: Gemeenten onderschrijven het belang van participatie. Participatie wordt vooral lokaal ingevuld. Daarnaast wordt regelmatig cliënttevredenheidsonderzoek gedaan, ook voor specialistische jeugdhulp. Met deze input wordt lokaal en regionaal gewerkt aan verbeterpunten. Aansluiten bij bestaande overlegstructuren gebeurt bijvoorbeeld door betrokkenheid van de Adviesraden. Historische Context en Regionale Samenwerking De transitie in 2015 had als doel lokale regie en maatwerk te versterken. De toenemende regionalisering en centralisatie kunnen deze doelen onder druk zetten. Wij vragen: - Hoe de regionale aanpak de autonomie van gemeenten en betrokkenheid van gezinnen ten goede blijft komen.
- Hoe wordt gewaarborgd dat lokale behoeften niet verloren gaan in regionale afstemming? Wij moedigen de regio aan te investeren in transparante samenwerking, waarbij lokale signalen en data een vaste plek krijgen, bijvoorbeeld via een online platform. 11
Reactie: De gemeenten onderschrijven het uitgangspunt om lokale regie en maatwerk te versterken. Wethouders van de deelnemende gemeenten vormen het bestuur van de GR. De GR richt zich op specialistische jeugdhulp. Deze wordt verplicht regionaal ingekocht. De lokale teams blijven verantwoordelijk voor de toegang en lokale betrokkenheid bij gezinnen. In het regionaal signalenoverleg komen signalen van de deelnemende gemeenten samen en wordt zo nodig lokaal, of regionaal, actie ondernomen. Signalen kunnen nu gemeld worden in het gezamenlijk contractbeheersysteem. In de uitvoeringsfase zullen afspraken worden gemaakt over communicatiekanalen en terugkoppeling, zodat signalen uit de praktijk structureel worden benut. Vanuit de regionale monitor zijn ook gegevens op lokaal niveau beschikbaar. Toekomstbestendigheid en Lokale Aandacht Het gebruik van een Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) kan efficiëntie bieden, maar er bestaat het risico dat specifieke jeugdproblematiek minder aandacht krijgt. Onze aanbeveling: - Binnen de BVO-ruimte moet ruimte blijven voor lokale accenten en korte lijnen met wijkteams. - Zo blijft de organisatie flexibel en kunnen maatwerk en nabijheid gewaarborgd worden. Reactie: De GR richt zich op specialistische jeugdhulp, terwijl de lokale teams verantwoordelijk blijven voor de eerste toegang en preventie.
In de verdere uitwerking zal expliciet aandacht worden besteed aan een naadloze overgang tussen lokaal en regionaal niveau. Tijdsbestek en Communicatie Transparante en actieve communicatie tijdens het verdere proces is cruciaal. Inwoners moeten de gelegenheid krijgen om mee te denken en feedback te geven. Wij adviseren: - Een duidelijk communicatieplan met regelmatige updates via gemeentelijke kanalen. - Eenvoudige uitleg over de stappen in het proces, zodat inwoners zich gehoord en betrokken voelen. Reactie: Gemeenten onderschrijven dit belang. In de uitvoeringsfase zullen afspraken worden gemaakt over communicatiekanalen en terugkoppeling, zodat signalen uit de praktijk structureel worden benut. Impact op Gezinnen en Jongeren Tot slot vragen wij om meer duidelijkheid over de concrete gevolgen voor gezinnen dat nu al gebruikmaakt van jeugdhulp. Zullen de veranderingen de snelheid, kwaliteit of continuïteit van de hulp beïnvloeden? Transparantie hierover is essentieel om vertrouwen te behouden. Reactie: Doel van de samenwerking is om jeugdhulp beschikbaar te houden voor jeugdigen die dat nodig hebben. De samenwerking in de GR is een formalisering van de huidige regionale samenwerking. Daarnaast speelt de nieuwe inkoop van Jeugdhulp. Het kan dat deze gevolgen heeft voor gezinnen die nu al gebruik maken van jeugdhulp.
Streven is een vlekkeloze overgang, zodat inwoners zo min mogelijk merken van de nieuwe afspraken.
12