CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

1. bestemmingsplan Twelloseweg naast nr. 23, Terwolde - bijlagen bij de toelichting

gemeenteraad 8 juni 2026, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Twelloseweg naast nr. 23, Terwolde’24.416 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

AW T

<=AW 20 48 76 4 -920 20 <=AW 0.6 6.8 13 0.2 <=AW 15 102 190 3 <=AW 40 115 190 5 <=AW0.15 18 36 0.05 <=AW 50 290 530 10 <=AW 1.5 96 190 1.5 <=AW 35 68 100 4 <=AW140 430 720 20 ----------* WO

1.5

21

40 0.35

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9

2.41 2.41 2.41 2.41 2.41 2.41 2.41 16.9 16.9

--------

<=AW 20 510 1000 4.9

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<5 <5 6 12 <20

12.1 12.1 20.7 41.4 48.3 48.3

-----

----<=AW190 2595 5000 35

Monstercode 13836967-001

Monsteromschrijving MM1 grondwal

Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel ST SGS toetsings resultaat (door SGS berekend) SC SGS toetsings conclusie (door SGS bepaald) AW Achtergrondwaarde (door SGS beheerd) T Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving) I Interventie waarde (door SGS beheerd) RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik.

Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing. >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som NT>I Niet toepasbaar > interventiewaarde NT Niet toepasbaar * Het gehalte is groter dan de streefwaarde/achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd) ** Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd) *** Het gehalte is groter dan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS beheerd) BT/BC gemiddelde op basis van standaard bodemtype (humus 10% en lutum 25%) gem Kleur informatie Rood overschrijding klasse B / Interventiewaarde, nooit toepasbaar Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) of groter dan de B waarde (component niveau) Klasse wonen of klasse industrie (monsterniveau) Blauw >= Achtergrond waarde, industrie

of wonen op component niveau

Normenblad Toetskeuze: T.1: Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Analyse

Eenheid AW Wo Ind

METALEN arseen cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

I

20 27 76 76 0.6 1.2 4.3 13 15 35 190 190 40 54 190 190 0.15 0.83 4.8 36 50 210 530 530 1.5 88 190 190 35 39 100 100 140 200 720 720

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg 1.5 6.8 40 40 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) ug/kg

20

MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

190 190 500 5000

mg/kg

40 500 1000

* Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad AW = Achtergrondwaarden WO = Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen IND = Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads

BIJLAGE 5: SITUERING MONSTERPUNTEN

Rapportnummer: K2220139.NO

SITUATIETEKENING STORTGAT 2 Ondergrond (1,00-2,00 m-mv)

STORTGAT 1 Ondergrond (0,70-2,00 m-mv)

Onderzoekslocatie:

+++ Barium, koper, lood, nikkel, zink, minerale olie ++ Cadmium, PAK (10 VROM) + Kobalt, kwik, molybdeen

+++ Barium, lood, zink, PAK (10 VROM) ++ Cadmium, minerale olie + Kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, PCB

Twelloseweg 25 Terwolde Projectcode: K2220139.NO Datum: Maart 2023 Schaal: Zie tekening (A3)

572-2

Legenda: Onderzoeksgebied

Contour grondwal

Pb01

Contour sterke verontreiniging stort 1

572-3 572-4

Contour sterke verontreiniging stort 2

Globale weergave nieuwbouw

572-5

Boring tot 0,5-1,0 m-mv

Boring tot 2,0 m-mv

Boring tot 2,5 m-mv

Peilbuis (grondwater)

BIJLAGE 6: FOTO’S ONDERZOEK

Foto 1 | foto voor S1-4

Foto 2 | foto voor S1-5

Foto 3 | foto voor S1-6

Foto 4 | foto voor S1-6

Foto 5 | foto voor S1-7

Foto 6 | foto voor S1-8

Foto 7 | foto voor S1-9

Foto 8 | foto voor S1-10

Rapportnummer: K2220139.NO

Foto 9 | foto voor S1-10

Foto 10 | foto voor S1-10

Foto 11 | foto voor S2-3

Foto 12 | foto voor S2-4

Foto 13 | foto voor S2-5

Foto 14 | foto voor S2-6

Foto 15 | foto voor grondwal

Foto 16 | foto voor grondwal

Rapportnummer: K2220139.NO

Twelloseweg naast nr. 23, Terwolde

Bijlage 2 Quickscan natuuronderzoek

79

Quickscan natuuronderzoek Twelloseweg 23 Terwolde

Quickscan natuuronderzoek

Opdrachtgever:

Gemeente Voorst H.W. Iordensweg 17 7391 KA Twello

Datum:

16 september 2022

Status: Uitvoering:

Definitief Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E info@foreestgroenconsult.nl Wwww.foreestgroenconsult.nl

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................... 4 2 Beschrijving van het plangebied. ............................................................................................ 5 2.1 Beschrijving onderzoek .................................................................................................... 6 2.2 Natura 2000...................................................................................................................... 6 2.3 Gelders Natuur Netwerk .................................................................................................. 7 3 Resultaten................................................................................................................................ 8 3.1 Flora .................................................................................................................................. 8 3.2 Zoogdieren ....................................................................................................................... 9 3.3 Amfibieën ......................................................................................................................... 9 3.4 Reptielen ..........................................................................................................................

9 3.5 Ongewervelden .............................................................................................................. 10 3.6 Broedvogels .................................................................................................................... 10 3.7 Vissen.............................................................................................................................. 10 3.8Vleermuizen .................................................................................................................... 11 3.8.1Gebouwen ................................................................................................................ 11 3.8.2Bomen ...................................................................................................................... 11 4 Conclusie ............................................................................................................................... 12 4.1 Flora ................................................................................................................................ 12 4.2 Zoogdieren ..................................................................................................................... 12 4.3 Amfibieën .......................................................................................................................

13 4.4 Reptielen ........................................................................................................................ 13 4.5 Ongewervelden .............................................................................................................. 13 4.5.1Vlinders..................................................................................................................... 13 4.5.2Libellen ..................................................................................................................... 14 4.5.3Overige ongewervelden ........................................................................................... 14 4.6 Broedvogels .................................................................................................................... 14 4.7Vissen .............................................................................................................................. 15 4.8Vleermuizen .................................................................................................................... 15 4.8.1Vaste rust- en verblijfplaatsen ................................................................................. 15 4.8.2Foerageergebied ......................................................................................................

15 4.8.3Vliegroute ................................................................................................................. 16 4.9 Samenvatting.................................................................................................................. 17 4.10 Natura 2000.................................................................................................................. 18 4.11 Gelders Natuur Netwerk .............................................................................................. 18 4.12 Houtopstanden............................................................................................................. 18 5 Advies .................................................................................................................................... 19 5.1 Intrinsieke waarde .......................................................................................................... 19 6 Litteratuurlijst ........................................................................................................................ 20 6.1Websites .......................................................................................................................... 20 6.2Verspreidingsatlassen .....................................................................................................

20 6.3Overige literatuur ............................................................................................................ 20 Bijlage 1: Foto impressie plangebied ....................................................................................... 21 Bijlage 2: Gegevens NDFF ......................................................................................................... 23

-3-

1

Inleiding

In opdracht van Gemeente Voorst is op 8 juni 2022 een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd op een perceel aan de Twelloseweg 23 te Terwolde. De reden voor deze quickscan is dat op het nu nog agrarische perceel de bouw van een bedrijfsgebouw gepland is. De bestaande hout-/grondwal tussen het perceel en woning nummer 23 wordt wat meer open gemaakt. Ten noorden van het te bebouwen perceel is een bosje aanwezig. Dit blijft in principe behouden en wordt als Bos bestemd. Onderzocht is of de omvorming van het plangebied, gevolgen kan hebben voor beschermde dier- en plantensoorten. Een quickscan is een eerste opname die inzicht geeft in de eventuele aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. De quickscan bestaat uit een veldbezoek en wordt aangevuld met gegevens uit openbaar toegankelijke bronnen als verspreidingsatlassen en waarneming sites. Op basis van de resultaten kan nader aanvullend onderzoek naar een of meerdere soorten noodzakelijk zijn. Het onderzoek en de rapportage zijn uitgevoerd door L.D. Bakker MSc. werkzaam bij Foreest Groen Consult BV.

-4-

2

Beschrijving van het plangebied.

Het betreft een rechthoekig perceel ten zuiden van Terwolde. Het bestaat grofweg uit 2 delen: het zuidelijke deel is grasland met een hout-/grondwal aan de westelijke rand en het noordelijke deel is een bosje. In het bestemmingsplan wordt alleen gebouwd op het zuidelijke deel en het bosje blijft behouden. Op het grasland groeien veel verschillende kruiden, grassen en struiken. In de hout-/grondwal groeien voornamelijk bomen en struiken. Het bosje in het noordelijke deel is relatief jong met veel ondergroei van struiken en kruiden. De bosrand die de overgang vormt van het bosje en het grasland bestaat voornamelijk het braamstruiken. Grenzend aan de oostzijde van het plangebied staan huizen en aan de westzijde een tuin. De omgeving bestaat voornamelijk uit weilanden met boerderijen met vaak houtwallen daartussen. Verder komen er nog enkele dorpen in de omgeving voor.

Afbeelding 1: ligging van het plangebied. Het plangebied is met een rode lijn omcirkeld. (bron: topotijdreis.nl)

-5-

2.1 Beschrijving onderzoek Weersgesteldheid: Temperatuur Windkracht: Omschrijving:

16˚C 1-2 Bft Zonnig met weinig bewolking

Het terrein is systematisch nagezocht op soorten. Alle soorten zijn genoteerd. Vervolgens zijn verspreidingsatlassen en openbare bronnen nagezocht op eventueel waarnemingen van beschermde soorten die voor de plannen van belang kunnen zijn.

2.2 Natura 2000 Het plangebied ligt buiten natura 2000 gebied, op ca. 960 meter van natura 2000 gebeid Rijntakken. Het eerste beschermde habitattype (H91E0A, vochtige alluviale bossen) ligt op meer dan 2 km.

Afbeelding 2: ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden. Het plangebied is met een blauwe marker aangegeven. (bron: https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/)

-6-

2.3 Gelders Natuur Netwerk Het plangebied ligt niet in de GNN of GO-gebieden van het Gelders Natuur Netwerk. Delen van dit netwerk liggen op bijna een kilometer aan de oostzijde van de planlocatie.

Afbeelding 3: ligging van het plangebied ten opzichte van GNN en GO-gebieden. Het plangebied is met een blauwe marker aangegeven. (bron: https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer

-7-

3

Resultaten

3.1 Flora Op het perceel zijn de volgende plantensoorten aangetroffen:  Aalbes  Akkerkool  Bijvoet  Bonte dovenetel  Bosandoorn  Boswilg  Braam  Canadese guldenroede  Cypergras  Dauwkruid  Duizendblad  Gekroesde melkdistel  Gelderseroos  Gele dovennetel  Gestreepte witbol  Gewone ereprijs  Gewone es  Gewone vlier  Gewoon reukgras  Gewoon timotheegras  Grote brandnetel  Grote weegbree  Hazelaar  Heermoes  Heggenrank  Hondsdraf  Hondsroos  Honingklaver  IJle dravik  Italiaanse populier  Jacobs kruiskruid  Japanse kardinaalsmuts  Kerspruim  Kleine klaver  Klimop  Knopig helmkruid  Koningskaars  Kropaar  Kweek

-8-

                            

Laurierkers Lieve-vrouwe-bedstro Liggende klaver Lijsterbes Madelief Pluimzegge Ridderzuring Rode klaver Rode kornoelje Rood zwenkgras Ruwe berk Schietwilg Sint-janskruid Sleedoorn Smalle weegbree Tweestijlige meidoorn Veelbloemige roos Veldzuring Vijfvingerkruid Vlasbekje Smalle wikke Wilde liguster Witte klaver Zachte ooievaarsbek Zandmuur Zandteunisbloem Zomeraster Zomereik Zwarte els

3.2 Zoogdieren Op het perceel zijn de volgende zoogdiersoorten aangetroffen:  Ree  Veldmuis

3.3 Amfibieën Op het perceel zijn geen amfibieën aangetroffen.

3.4 Reptielen Op het perceel zijn geen reptielen aangetroffen.

-9-

3.5 Ongewervelden Op het perceel zijn de volgende ongewervelden aangetroffen:  Aardhommel  Aziatisch lieveheersbeestje  Blauwtje  Bontzandoogje  Boomhommel  Bromvlieg  Bruinblauwtje  Groot dikkopje  Hommelbijvlieg  Junikever  Kleine vos  Krasser  Langpootmug  Lantaarntje  Platbuik  Segrijnslak  Spaanse wegslak  Spinselmot  Zwarte wegmier  Zwartgerande tuinslak

3.6 Broedvogels Op het perceel zijn de volgende broedvogels aangetroffen:  Gaai  Grote bonte specht  Grote lijster  Heggenmus  Holenduif  Houtduif  Koolmees  Merel  Pimpelmees  Raaf  Roek  Torenvalk  Vink  Winterkoning  Zwarte kraai

3.7 Vissen Op het perceel zijn geen vissen aangetroffen. Openwater ontbreekt.

- 10 -

3.8 Vleermuizen 3.8.1 Gebouwen Op het perceel zijn geen gebouwen aanwezig

3.8.2 Bomen Boombewonende soorten verblijven in diepe spleten en holten waarvan de opening naar boven gaat in bomen met een diameter van <30 cm. In het noordelijke gedeelte van het plangebied staat een bosje met bomen met een diameter van meer dan 30 cm. Deze bomen hebben plaatselijk beperkte spleten en holten. Vleermuizen maken gebruik van rijen van bomen en struiken als vliegroute. Aan de westrand van de te bebouwen zuidelijke gedeelte staat een rij van bomen en struiken dat een houtgrondwal vormt.

- 11 -

4

Conclusie

4.1 Flora Alle aangetroffen soorten in het zuidelijke gedeelte van het plangebied zijn algemene soorten en soorten van ruderale terreinen. Ook in het bosje in het noordelijke gedeelte van het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Uit de verspreidingsgegevens blijkt ook dat er geen beschermde plantensoorten op het perceel en in de buurt groeien. Hierdoor is het uitgesloten dat in het plangebied beschermde planten worden aangetroffen. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep flora niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2 Zoogdieren Bij de veldinspectie zijn er geen beschermde zoogdieren aangetroffen. In de verspreidingsgegevens komen een aantal beschermde zoogdiersoorten voor: bever, egel, haas, konijn en steenmarter en op iets verdere afstand boommarter, bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, otter en wezel. Voor bever en otter is het plangebied volledig ongeschikt, het essentiële open water ontbreekt. De bosrand tussen het bosje en de hout-/grondwal zijn geschikte leefgebieden voor de steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing. Ook zijn er in het noordelijke bosje houtstapels aangetroffen waar deze soorten onder kunnen leven en op 1 plek een hol (zie foto’s bijlage 1). Op het grasland zelf zijn nog wat struikjes aanwezig die enige dekking geven. Hierdoor kunnen deze soorten niet worden uitgesloten. Voor de das zijn de geschikte habitatstype; graslanden met voldoende bosjes, houtwallen, singels en heggen, ook aanwezig in het plangebied. Een das heeft echter een leefgebied van minimaal 30 ha. Sporen van de das zijn niet aangetroffen. De braakliggende grond zal de soort weinig voedsel geven, bodemleven ontbreekt. Bovendien is het perceel deels met hekken afgeschermd. Het is uitgesloten dat de das in het plangebied aanwezig is. Boommarter en eekhoorn leven in bossen die groter zijn dan het bosje in het noordelijke gedeelte van het plangebied.

Hierdoor kan worden uitgesloten dat deze soorten hier aanwezig zijn. Egel, haas en konijn zijn vrijgesteld bij een ruimtelijke ontwikkeling. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep zoogdieren mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing is noodzakelijk op het moment dat de houtopstanden en/of de grondwal worden aangetast. Wordt plaatselijk enige begroeiing verwijderd en blijven takkenhopen en of andere structuren waaronder deze soorten kunnen schuilen in tact dan ontstaat geen overtreding van de Wet natuurbescherming en is nader onderzoek niet noodzakelijk.

- 12 -

4.3 Amfibieën Voortplantingswater ontbreekt op de locatie en ook in de onmiddellijke omgeving is geen voortplantingswater aanwezig. Hierdoor is het uitgesloten dat in het plangebied beschermde amfibieën worden aangetroffen. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep amfibieën niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.4 Reptielen Tijdens de veldinspectie zijn er geen reptielen aangetroffen. Ook komen er in de verspreidingsgegevens geen beschermde reptielen in de nabije omgeving voor pas op meer dan 5 km afstand. Het plangebied is geschikt als leefgebied van reptielen door de aanwezigheid van o.a. open warme plekken, houtwallen, bos(randen) en struiken. Het plangebied is echter omringd door landbouwgebied dat geen geschikt leefgebied is voor reptielen. Door deze geïsoleerde ligging is het uitsloten dat de reptielen die voorkomen op meer dan 5 km het plangebied kunnen bereiken en daarmee is het uitgesloten dat reptielen in het plangebied voorkomen. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep reptielen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5 Ongewervelden 4.5.1 Vlinders Bij de veldinspectie zijn geen beschermde vlindersoorten aangetroffen. Uit de verspreidingsgegevens komen de volgende vlindersoorten voor op 1-5 km afstand: grote vos grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart. De waardplanten van grote vos zijn iep, zoete kers en wilg. De waardplanten van grote weerschijnvlinder zijn boswilg en grauwe wilg. De waardplanten van kleine ijsvogelvlinder zijn wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie of gecultiveerde kamperfoelie. De waardplanten van teunisbloempijlstaart zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Van deze waardplanten is boswilg en zandteunisbloem aangetroffen tijdens de veldinspectie. Dit betekent dat de aanwezigheid van grote weerschijnvlinder en grote vos niet kan worden uitgesloten. Nader onderzoek naar grote weerschijnvlinder en grote vos is noodzakelijk op het moment dat de beplantingen worden aangetast. De zandteunisbloem is in een klein aantal aanwezig. Dit is te weinig om voor de teunisbloempijlstaart van belang te zijn. Bovendien wordt de locatie omringd door agrarisch gebied met vrijwel geen geschikte waardplanten. De locatie ligt hierdoor te geïsoleerd waardoor de aanwezigheid van deze soort is uit te sluiten.

- 13 -

De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep vlinders mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar grote weerschijnvlinder is noodzakelijk op het moment dat de beplantingen met boswilg worden geveld.

4.5.2 Libellen Bij de veldinspectie zijn geen beschermde libellesoorten aangetroffen. Uit de verspreidingsgegevens komen geen beschermde libellesoorten voor. Open water ontbreekt en daarmee ontbreekt ook het voortplantingswater van deze soortgroep. Het is hierdoor uitgesloten dat de plannen van invloed zijn op beschermde libellensoorten. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep libellen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5.3 Overige ongewervelden Bij de veldinspectie zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. In de verspreidingsgegevens komt alleen vliegend hert voor in de nabije omgeving op 1-5 km. Het is voor het vliegend hert mogelijk om het plangebied te bereiken. Op het plangebied zelf is echter geen geschikt leefgebied aanwezig door het ontbreken van oude bomen, voornamelijk oude eiken, en dood hout. Hierdoor is het uitgesloten dat deze beschermde soorten aanwezig zijn. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep overige ongewervelden niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.6 Broedvogels Op het moment van veldinspectie zijn een aantal vogelsoorten waargenomen. Een ervan de roek heeft beschermde nesten. Deze nesten zijn niet aanwezig. Daarnaast zijn enkele holenbroeders met categorie 5 nesten aanwezig. De nesten van deze soorten(Grote bonte specht, koolmees, pimpelmees) zijn alleen beschermd op het moment dat er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Deze zijn niet aanwezig. In de omgeving zijn ruim voldoende bomenaanwezig waarin deze soorten een nieuw nest kunnen vinden. De overige soorten hebben geen beschermde nesten. Deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens de broedperiode. In de verspreidingsgegevens komen nog een aantal soorten met beschermde nesten voor: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, sperwer en steenuil. De aanwezigheid van gierzwaluw, grote gele kwikstaart en kerkuil kan worden uitgesloten. Voor de gierzwaluw en kerkuil ontbreken geschikte gebouwen om in te nestelen. Voor de grote gele kwikstaart ontbreken geschikte nestlocaties langs open water. Het leefgebied van

- 14 -

de ooievaar zijn extensief beheerde weilanden in veenweidegebieden en uiterwaarden met een hoge waterstand, en dat is hier niet aanwezig. Voor de huismus ontbreekt een geschikte nestlocatie. In de nabij gelegen woningen kan de huismus aanwezig zijn. Rondom deze gebouwen liggen voldoende mogelijkheden voor de huismus om te foerageren. Het plangebied kan tot het leefgebied behoren maar is zeker niet essentieel. Het perceel kan onderdeel zijn van het leefgebied voor de overige roofvogels: boomvalk, buizerd, ransuil en sperwer. Nesten daarvan zijn binnen het plangebied echter niet waargenomen. Wel is het eikenbosje ten noorden van het plangebied mogelijk aantrekkelijk voor nesten van deze roofvogels. De havik is uit te sluiten omdat hier geen groot bos aanwezig is. Door de dichte begroeiing in de zomerperiode is het wel mogelijk om nesten over het hoofd te zien. Daarom is een extra controle op nesten in de winterperiode noodzakelijk. Wanneer er tijdens die extra controle nesten worden getroffen, is een ander onderzoek naar specifieke soorten noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep broedvogels mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar grote nesten is noodzakelijk.

4.7 Vissen Niet van toepassing, de soortgroep is zeker niet aanwezig.

4.8 Vleermuizen In de verspreidingsgegevens van de nabije omgeving komen drie vleermuissoorten voor: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis.

4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. In het bosje staan bomen die in potentie geschikt kunnen zijn. Worden deze bomen geveld dan kan een overtreding van de wet natuurbescherming ontstaan. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft de vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen bij het vellen van de bomen met holten en spleten mogelijk overtreden. Nader onderzoek is op dat moment noodzakelijk.

4.8.2 Foerageergebied Rosse vleermuis heeft als voorkeur om te foerageren boven open gebied, op ruime afstand van bosranden en bomenrijen. De andere vleermuissoorten jagen liever in half opengebieden, o.a. langs bosranden en boven water. Deze landschap elementen zijn ruimschoots aanwezig in de omgeving van het plangebied. Foerageergebieden zijn echter uitsluitend beschermd als deze een essentieel onderdeel vormen bij een vaste rust- en verblijfplaats. Dit is hier niet het geval.

- 15 -

De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft de foerageergebieden van vleermuizen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.8.3 Vliegroute De westelijke rand en het bosje maken deel uit van een groot aantal kleine elementen die vleermuizen kunnen gebruiken om door het landschap heen te vliegen. Worden grotere delen van deze beplantingen geveld, dan kan een overtreding ontstaan ten aanzien van vliegrouten. Blijven de eventueel te vormen gaten kleiner dan 30 meter dan zal er geen sprake zijn van een eventuele verstoring van de vliegroute. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft vliegrouten van vleermuizen mogelijk overtreden. Nader onderzoek is alleen noodzakelijk als groter delen van de beplantingen worden geveld.

- 16 -

4.9 Samenvatting Onderdeel

Overtreding Wet Nader natuurbescherming onderzoek

Flora Zoogdieren

Nee Mogelijk

Amfibieën Reptielen Ongewervelden

Nee Nee Mogelijk

Broedvogels

Mogelijk

Vissen Vleermuizen

N.V.T. Mogelijk

Nee Ja, bij het verwijderen van het bosje, de beplantingsrand is nader onderzoek naar steenmarter en kleine marterachtigen noodzakelijk. Nee Nee Ja, naar grote weerschijnvlinder en grote vos indien de boswilgen in de beplanting worden geveld. Controle in winterperiode op grote nesten in het bosje. Naar verblijfplaatsen indien de grote bomen in het bosje worden geveld en of vliegroute bij het verwijderen van de beplantingsrand en of bosje

- 17 -

Periode

Mitigatie

Conform handreiking kleine marterachtigen

Handhaven van bosje en beplantingsrand.

Handhaven van de beplanting en in het bijzonder de boswilgen.

Handhaven bosje en beplantingsrand.

4.10 Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de Natura 2000 gebieden en op ruime afstand tot deze gebieden. Van een externe werking zal geen sprake zijn indien de locatie als wonen of kleine bedrijvigheid wordt bestemd. De afstand tot het Natura 2000 gebied Rijntakken dusdanig dat stikstof hier mogelijk invloed op zal hebben. Een aantal activiteiten zijn vrijgesteld voor wat betreft de bouwfase. Dit geldt niet voor de gebruiksfase. Het bevoegde gezag kan om een AERIUS-berekening vragen.

4.11 Gelders Natuur Netwerk Het plangebied ligt buiten de GNN en GO-zones. De kernkwaliteiten zijn niet van toepassing op dit gebied.

4.12 Houtopstanden Aan de westrand van het te bebouwen zuidelijke gedeelte is een hout-/ grondwal aanwezig die volgens de plannen wat meer wordt opengemaakt. Omdat de oppervlakte meer dan 1000m2 (ongeveer 1115m2), kan het zo zijn dat in het geval dat er ook bomen worden geveld, een ontheffing of melding noodzakelijk is voor het vellen van de houtopstand bij de provincie Gelderland en kan een daarbij behorende herplant worden opgelegd. Het bosje in het noordelijke deel van het plangebied blijft volgens de plannen behouden.

- 18 -

5

Advies

5.1 Intrinsieke waarde Onder de Wet natuurbescherming wordt elk in het wild levende dier of inheemse plant beschermd. Ook diersoorten of diergroepen, die niet in de lijsten van Wet natuurbescherming voorkomen, bezitten deze bescherming. Voorwaarde is wel dat het inheemse dieren betreft. Dit is de intrinsieke waarde van het dier of de plant. Het is daarom aan te bevelen om direct voorafgaande aan de werkzaamheden het plangebied en de omgeving te controleren op de aanwezigheid van dieren. Worden dieren aangetroffen moeten deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen. Ook tijdens de werkzaamheden dient met de aanwezigheid van dieren rekening te worden gehouden. Treft men een dier aan dan moet deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen, of moet het dier in veiligheid gebracht worden. Worden onverhoopt beschermde diersoorten aangetroffen dan moeten de werkzaamheden worden gestaakt en een passende oplossing worden gezocht.

- 19 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16819764/2