1. bestemmingsplan Attero 2023 (toelichting) - Bijlage 8 Geuronderzoek
Tekst van het document
EZGE-2023-02-031
RAPPORT ATTERO WILP, GEURSITUATIE NA IMPLEMENTATIE TUNNELCOMPOSTERING IN OPDRACHT VAN:
ATTERO
Revisie: 2
Pagina 1 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
SGS is the world’s leading inspection, verification, testing and certification company. Recognised as the global benchmark for quality and integrity, We provide innovative services and solutions for every part of the environmental industry. Our global network of offices and laboratories, alongside our dedicated team, allows us to respond to your needs, when and where they occur.
RAPPORT ATTERO WILP, GEURSITUATIE NA IMPLEMENTATIE TUNNELCOMPOSTERING EZGE-2023-02-031 DATUM RAPPORTAGE: 08-05-2025
Klant
Laboratorium SGS BELGIUM NV – LOCATIE ARNHEM
ATTERO
LEEMANSWEG 51 6827 BX ARNHEM
Sluinerweg 12 7384 SC Wilp
Geschreven door
Goedgekeurd door
----------------------------------------------------------JB Senior Consultant
----------------------------------------------------------CT Senior Consultant
Revisie: 2
Pagina 2 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Rev.
Datum
0 1
22-03-2023 27-05-2024
2
08-05-2025
Revisie historie Wijzigingen N.a.v. vragen om aanvullende informatie Omgevingsdienst dd 12 maart 2024 met rap nr W.Z23.10441.02-GE-01-rev1 N.a.v. vragen om aanvullende informatie Omgevingsdienst dd 2 oktober 2024 met rap nr W.Z23.10441.02-GE-02 Een nieuwe watersilo is toegevoegd waarin het percolaatwater van de stortplaats en water van de compostering wordt opgevangen.
Bij een revisie vervalt de voorgaande versie. Dit rapport annuleert en vervangt het rapport met nummer EZGE-2023-02-031 met revisie nummer 1 van 27-05-2024, uitgegeven door SGS Belgium NV – Locatie Arnhem, Industries & Environment te Arnhem.
Projectgegevens Algemene gegevens Bedrijfsnaam Adresgegevens Postcode, woonplaats Contactpersoon Telefoonnummer Emailadres Referentienummer klant Referentienummer SGS
Attero Sluinerweg 12 7384 SC Wilp Achterhoek
EZGE-2023-02-031-REV.2
Installatie gegevens Locatie Installatie
Wilp Gehele inrichting
Gegevens onderzoek Soort onderzoek Periode uitvoering Uitvoerende(n)
Bepaling geursituatie na introductie tunnelcompostering Maart - Mei 2025 JB
Kwaliteit Voor de lijst van geaccrediteerde verrichtingen (Belac 005-TEST) van de afdeling Industries & Environment te Arnhem verwijzen wij naar de site van Belac (Beproevingslaboratoria (TEST) | FOD Economie (fgov.be) – site 13
Disclaimer Behoudens andersluidende overeenkomst worden de opdrachten uitgevoerd op basis van de meest recente versie van de algemene voorwaarden van SGS Belgium NV – Locatie Arnhem. Voor de General Terms and Conditions verwijzen wij u naar de bijlage van de door ons opgestelde aanbieding / offerte. U vindt deze in de bijlage van betreffende aanbieding / offerte of kunt u deze opvragen bij uw SGS-contactpersoon. . Elke houder van dit document dient te weten dat de informatie vervat in dit document enkel de bevindingen van SGS Belgium NV – Locatie Arnhem op het ogenblik van haar tussenkomst en binnen de grenzen van de eventuele instructies van de opdrachtgever, bevat. SGS Belgium NV – Locatie Arnhem is enkel aansprakelijk t.a.v. haar opdrachtgever en dit document stelt de bij een handelstransactie betrokken partijen niet vrij van hun plicht al hun rechten en verplichtingen uit te oefenen voortspruitend uit de transactiedocumenten. Elke niet toegestane wijziging evenals de namaak of vervalsing van de inhoud of het uitzicht van dit document is onwettig en overtreders zullen vervolgd worden.
Indien het/de monster(s) waarop de resultaten van dit rapport betrekking hebben werd(en) genomen en /of aangeleverd door de klant of door een derde partij, voorgedragen door de klant, dan houden de resultaten geen enkele waarborg in voor de representativiteit van welke goederen dan ook en hebben enkel betrekking op het/de monster(s). SGS Industries & Environment Arnhem aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid met betrekking tot de oorsprong van het /de monster(s), waarvan het/ze beweerd wordt afkomstig te zijn. Elke verklaring, anders dan de analyseresultaten (zoals conformiteitsverklaringen, opinies en interpretaties,…),valt niet binnen het toepassingsgebied van de ISO 17025 accreditatie. De resultaten in dit verslag hebben alleen betrekking op de geteste of bemonsterde objecten.
Revisie: 2
Pagina 3 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
SAMENVATTING In opdracht van Attero Wilp heeft SGS Belgium NV – Locatie Arnhem, Industries & Environment de geursituatie inzichtelijk gemaakt die te verwachten is na implementatie van tunnelcompostering. De in dit rapport beschreven geursituatie is volledig geënt op het in 2021 uitgevoerde geuronderzoek waarin de geuremissie vanwege de gehele inrichting in kaart is gebracht. Omdat tunnelcompostering voor de locatie Wilp een nieuw aspect is, moest voor een deel van de bronnen een inschatting gemaakt worden van de te verwachten geuremissie. Als toets voor de redelijkheid van de inschatting werd ook gebruik gemaakt van geuronderzoeken van andere locaties van Attero waar deze techniek al wel wordt toegepast. De te verwachten geursituatie is getoetst aan zowel de geurnormering uit de huidige vergunning als aan het Gelders Geurbeleid. Bij dit laatste is op verzoek van bevoegd gezag de hedonische waarde van de vrijkomende geuren buiten beschouwing gelaten. Getoetst is aan de normering zoals opgenomen in het Geurbeleid voor de categorie “minder hinderlijk”. Onderstaande tabel geeft de te verwachten geurbelasting na implementatie van tunnelcompostering. De in de tabel genoemde eerste zes referentiepunten zijn identiek aan die welke in eerdere rapportages zijn gebruikt. Deze zijn ook opgenomen in de huidige vergunning. In de kop van de tabel is ook het toetsingskader opgenomen.
Hierbij wordt opgemerkt dat de provincie Gelderland recent heeft aangegeven dat het Gelders Geurbeleid ten aanzien van het gebruik van de hedonische waarde is aangepast. Zij heeft daarom Attero gevraagd om, afwijkend van de geurrapportage 2021, als toetsingskader uit te gaan van de categorie geur: “minder hinderlijk” en daarbij de emissies niet te corrigeren voor de hedonische waarde van de individuele bronnen. Tabel S-1 Geursituatie na implementatie Tunnelcompostering Richtwaarde geurbeleid Grenswaarde geurbeleid Toetspunt Omschrijving 1 Zwaluwenweg 1 2 Oude zutphenseweg 2 3 Leemsteeg 14 4 Vundelaarsweg 5 5 bestaat niet meer 6 Sluinerweg 23 7 Kranenburgweg 7 8 Ardeweg 16 9 Zwartekolkstraat 104 10 Vundelaarsweg 6 11 Vundelaarsweg 11 12 Tienmorgen 4 13 Tienmorgen 9 14 Tienmorgen 63 15 Wildhagenweg 16
Revisie: 2
98% [OU/m³] 99.50% [OU/m³] 99.90% [OU/m³] 1.5 3 6 5 10 20 X 201829 201951 201559 202539 201890 201994 201696 201762 201969 202331 202270 202789 202497 202671 202920
Y 469179 467864 468708 469077 467955 467947 468935 469074 469393 469242 469423 469108 469607 469502 468297
Pagina 4 van 62
1.8 2.8 3.6 1.5 3.6 3.6 2.7 2.2 1.4 1.5 1.3 1.0 0.9 0.9 1.3
3.2 5.2 6.8 2.7 6.5 6.4 4.8 3.8 2.4 2.6 2.2 2.0 1.7 1.7 2.7
5.2 8.3 10.4 3.9 10.7 11.4 7.3 5.9 3.7 3.9 3.3 3.2 2.6 2.8 4.7
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Vervolg tabel S-1 Richtwaarde geurbeleid Grenswaarde geurbeleid Toetspunt Omschrijving 16 Sluinerweg 33 17 Aerdenbroek 6 18 Aerdenbroek 11
98% [OU/m³] 99.50% [OU/m³] 99.90% [OU/m³] 1.5 3 6 5 10 20 X 201566 201425 201371
Y 467919 468095 468263
gemiddelde oude 6 toetspunten (TP 1 t/m 6) gemiddeld alle toetspunten
2.2 2.5 2.6
4.3 4.5 4.9
6.4 6.9 7.4
2.8 2.1
5.1 3.8
8.3 6.0
Uit de tabel blijkt dat op alle referentiepunten voldaan wordt aan de grenswaarde behorend bij het toetsingskader voor gebiedscategorie “wonen” (gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend de bestemming ‘wonen’). Op 8 van de 18 toetspunten (groen gekleurd in de tabel) wordt ook voldaan aan de richtwaarde. Voor de toetspunten 1 t/m 6 is ook een vergunde geurbelasting als 98 percentiel beschikbaar. Hiermee vergeleken neemt de geurbelasting gemiddeld over die 6 punten met 22 % af. Voor de overige toetspunten is deze niet beschikbaar omdat deze pas in dit rapport op verzoek van bevoegd gezag zijn toegevoegd. Bij bovenstaande conclusies wordt tenslotte nog opgemerkt dat de 98 percentiel concentratie vooral bepaald wordt door de continue bronnen zoals de biofilters en de opslag gereed product. Deze bronnen bepalen gezamenlijk 69 % van de jaarlijkse geuremissie, terwijl deze bronnen geen oorzaak zijn van klachten. Klachten worden met name veroorzaakt door de niet continue bronnen waarvan de geurbelasting beter beschreven wordt door de hogere percentielen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, voldoet de 99,9 percentiel als gemiddelde van alle toetspunten aan de richtwaarde. Attero vraagt naast de bestaande activiteiten ook een nieuwe geurbron aan, namelijk een silo waarin het water vanuit de compostering wordt opgeslagen.
De geurimmissie ten gevolge van deze bron voldoet ruimschoots aan de streefwaarde van het geurbeleid.
Revisie: 2
Pagina 5 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .................................................................................................................................9
2.
TOEKOMSTIGE PROCESSITUATIE .......................................................................................10
3.
BESCHRIJVING GEUREMISSIE SITUATIE ............................................................................12 3.1
GEURBRONNEN DIE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE HUIDIGE SITUATIE .................................12
3.2
GEUREMISSIES VAN DE GEWIJZIGDE BRONNEN ..........................................................................14
3.2.1
Scheidingshal binnen en buiten ......................................................................................14
3.2.2
Bronnen voorcompostering .............................................................................................14
3.2.3
Biofilters 1 – 5 .................................................................................................................15
3.2.4
Biofilters 6 .......................................................................................................................16
3.2.5
Biofilters 7 .......................................................................................................................17
3.2.6
Narijping .........................................................................................................................17
3.2.6.1
Opzetten narijping................................................................................................................................. 18
3.2.6.2
Narijping in rust..................................................................................................................................... 18
3.2.6.3
Afhalen narijping ................................................................................................................................... 18
3.2.7 3.2.7.1
Opzetten gereed product....................................................................................................................... 19
3.2.7.2
Gereed product in rust .......................................................................................................................... 19
3.2.7.3
Verladen gereed product ....................................................................................................................... 20
3.2.8
Grove fractie ...................................................................................................................20
3.2.9
Silo waterzuivering ..........................................................................................................21
3.2.10
Buffertank water vanuit compostering ..........................................................................21
3.3 4.
5.
Opslag gereed product ...................................................................................................19
GEUREMISSIESITUATIE NA IMPLEMENTATIE TUNNELCOMPOSTERING ...........................................22 TOETSINGSKADER EN GEURIMMISSIESITUATIE ...............................................................24
4.1
TOETSINGSKADER...................................................................................................................24
4.2
GEURIMMISSIESITUATIE GEHELE INRICHTING .............................................................................25
4.3
GEURIMMISSIESITUATIE NIEUWE BRON .....................................................................................31 CONCLUSIES ..........................................................................................................................35
APPENDICES ....................................................................................................................................36
Revisie: 2
Pagina 6 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
LIJST MET TABELLEN
Tabel 3-1
Geurbronnen composteerbedrijf Attero Wilp met voorgenomen wijzigingen....... 13
Tabel 3-2
Geuremissie biofilters 1-5 na toepassing TC ...................................................... 15
Tabel 3-3
Geuremissie biofilters 6 na toepassing TC ......................................................... 16
Tabel 3-4
Geuremissie biofilters 7 na toepassing TC ......................................................... 17
Tabel 3-5
Geuremissie na-compostering in rust ouE/h/m2................................................... 18
Tabel 3-6
Geuremissie opslag gereed product in rust voor en na toepassing TC............... 19
Tabel 3-7
Hoeveelheid afvoer gereed product over het jaar ............................................... 20
Tabel 3-8
Samenvatting geuremissies na implementatie TC .............................................. 22
Tabel 4-1
Geurbeleid provincie Gelderland......................................................................... 24
Tabel 4-2
Resultaten berekeningen op de toetspunten ..................................................... 26
Tabel 4-3
Aangevraagde versus en vergunde geurbelasting .............................................. 27
Tabel 4-4
Resultaten berekeningen op de toetspunten voor alleen de nieuwe bron.......... 31
LIJST MET FIGUREN
Figuur 4-1 Rekenpunten (woningen) rondom het bedrijf.......................................................... 25 Figuur 4-2 Niet hedonisch gewogen 98 percentielconcentratie (ouE/m3) aanvraag ................. 28 Figuur 4-3 Niet hedonisch gewogen 99,5 percentielconcentratie (ouE/m3) aanvraag .............. 29 Figuur 4-4 Niet hedonisch gewogen 99,9 percentielconcentratie (ouE/m3) aanvraag .............. 30 Figuur 4-5 Niet hedonisch gewogen 98 percentielconcentratie (ouE/m3) alleen nieuwe bron wateropslag compostering ....................................................................................................... 32 Figuur 4-6 Niet hedonisch gewogen 99,5 percentielconcentratie (ouE/m3) alleen nieuwe bron wateropslag compostering ....................................................................................................... 33 Figuur 4-7 Niet hedonisch gewogen 99,9 percentielconcentratie (ouE/m3) alleen nieuwe bron wateropslag compostering ....................................................................................................... 34
Revisie: 2
Pagina 7 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
LIJST MET APPENDICES
Appendix 1: Layout toekomstige tunnelcompostering Appendix 2: Geurconcentraties biofilters Appendix 3: Bepaling ruwheidslengte Appendix 4: Journaal
Revisie: 2
Pagina 8 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
1.
INLEIDING
Attero locatie Wilp is van plan haar bedrijfsvoering aan te passen. De maximale hoogte van de stortplaats wordt verhoogd naar 46,5 m +NAP (ca. 40 m boven maaiveld) en de huidige open compostering wordt vervangen door tunnelcompostering. De verwerkingscapaciteiten van deponie en compostering blijven ongewijzigd. Attero heeft SGS Belgium-locatie Arnhem gevraagd om de dan te verwachten geursituatie inzichtelijk te maken. Deze geursituatie is inzichtelijk gemaakt aan de hand van het uitgebreide geuronderzoek dat SGS in 2021 op de inrichting heeft uitgevoerd waarbij de geuremissie vanwege de gehele inrichting inzichtelijk is gemaakt. De resultaten van dat onderzoek zijn beschreven in het rapport “Attero, geuronderzoek locatie Wilp dd. 13 september 2021 met kenmerk EZGE-2021-02-005. Voor de geurbronnen waar de toepassing van tunnelcompostering impact heeft op de geuremissie is een gemotiveerde inschatting gemaakt van de te verwachten geuremissie. Als referentiekader voor de redelijkheid van de aannames zijn geuronderzoeken gebruikt van andere locaties van Attero waar ook tunnelcompostering wordt toegepast. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de wijzigingen in de processing. Hoofdstuk 3 beschrijft de te verwachten geuremissies. In hoofdstuk 4 wordt de te verwachten geurimmissie beschreven en de toetsing ervan aan het van toepassing zijnde beleid.
Hoofdstuk 5 gaat in op het geurklachten patroon van de afgelopen jaren.
Revisie: 2
Pagina 9 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
2.
TOEKOMSTIGE PROCESSITUATIE
Het plan is om aan de oostzijde van de huidige ontvangsthal tunnels te bouwen. In bijlage 1 is een layout opgenomen. Voor een gedetailleerde beschrijving van het principe van tunnelcompostering wordt verwezen naar de aanvraag. Met betrekking tot het aspect geur zijn onderstaande punten van belang. Op de kwantitatieve impact wordt in hoofdstuk 3 ingegaan: 1. Tunnelcompostering vervangt het huidige proces van voor- en nacompostering in cellen. In de huidige situatie treedt geuremissie op tijdens het vullen van de cellen, het voorcomposteringsproces zelf en het leeghalen van de cellen. Doordat de huidige cellen voorzien zijn van een afzuiging aan de onderzijde, wordt buitenlucht van boven naar beneden door het composterend materiaal gezogen en vervolgens naar biofilters geleid waarin de lucht wordt gereinigd. Een belangrijk deel van de geuremissie wordt dus gecontroleerd afgezogen en gereinigd. Toch blijkt vanuit het in 2021 uitgevoerde geuronderzoek dat van de bovenzijde van de composterende cellen nog geuremissie vrijkomt die onbehandeld wordt geëmitteerd. 2. Vóór de tunnels wordt een hal (manoeuvreerruimte) gerealiseerd voor het inpandig vullen en leeghalen van de tunnels. De manoeuvreerruimte wordt afgezogen waarbij de afgezogen lucht uit de manoeuvreerruimte ingezet wordt als aanvoerlucht voor de tunnels.
Daarnaast wordt nog extra lucht uit hal B afgezogen en als aanvoerlucht aangeboden aan de composteringstunnels. Proceslucht die vrijkomt uit de tunnels wordt via gesloten kanalen eerst naar een zure wasser geleid voor afvangen van NH3 en vervolgens naar het biofilter om geur te verwijderen. Door het afvangen van ammoniak verminderd de biologische belasting van het biofilter wat de stabiliteit van het biofilter ten goede komt. De temperatuur van proceslucht uit tunnels is te hoog voor directe behandeling in biofilters. De tunnelinstallatie wordt daarom voorzien van adiabatische koeling die de proceslucht temperatuur terugbrengt tot onder 40 °C. Daarmee wordt de goede werking van de biofilter-biologie gewaarborgd. 3. In de huidige situatie met cellen-compostering is sprake van zowel een voorcompostering als een nacompostering. Doordat tunnelcompostering een veel intensiever en beter controleerbaar proces is, is het materiaal dat uit de tunnels komt al veel verder gecomposteerd dan nu in de voorcompostering gebeurd. In de toekomstige situatie is er daarom geen sprake meer van nacompostering. Het gecomposteerde materiaal is gereed voor eind-afzeving en compostafzet. Dit composteer principe is afgeleid van de procesvoering bij de composteer- en vergistingsinstallatie bij Attero in Tilburg, waar de inputmix verglijkbaar is (mix van voorbewerkt GFT en digestaat uit vergisting).
Het product rijpt in de buitenlucht nog na maar heeft daarbij een beduidend lagere geuremissie dan vanuit de nacompostering in cellen zoals momenteel in Wilp. Deze narijping blijft overigens wel plaatsvinden in de huidige cellen van de voorcompostering en in een deel van de huidige nacomposteervelden waarbij de huidige onderafzuiging met reiniging van de afgezogen lucht in biofilters intact blijft. Hierbij wordt wél minder lucht afgezogen dan eerder noodzakelijk was bij de nacompostering. 4. De op locatie aanwezige composteercellen blijven gehandhaafd en zal Attero inzetten om compost extra te laten narijpen. Vooral klanten die compost afnemen voor veenvervanging in bijvoorbeeld potgrond hechten veel waarde aan extra stabiliteit van de compost. Voor het narijpen worden de composteercellen procestechnisch hetzelfde ingezet als bij nacompostering bij cellen-compostering. De compost rijpt na door toepassing van onderdruk beluchting maar heeft daarbij een beduidend lagere geuremissie dan vanuit de nacompostering bij cellen compostering. De narijping vindt plaats
Revisie: 2
Pagina 10 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
in de huidige cellen van de voorcompostering en in de nacomposteervelden JKL waarbij de onderdrukafzuiging met reiniging van de afgezogen lucht in biofilters gehandhaafd blijft . 5. Doordat tunnelcompostering inpandig is, behoren externe weersinvloeden tot het verleden. In de huidige voorcompostering in cellen was soms sprake van een “slechte cel” doordat ten gevolge van hevige regenval een deel van het materiaal was dichtgeslagen waardoor lokaal anaerobe plekken ontstonden. Deze plekken resulteerden in kortstondige piekemissies tijdens het afhalen van de cel. Door toepassing van inpandige gecontroleerde tunnelcompostering wordt het ontstaan van slechte cellen in de voorcompostering door weersinvloeden uitgesloten. Geuroverlast die daarmee gepaard gaat behoort dan tot het verleden.
Revisie: 2
Pagina 11 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.
BESCHRIJVING GEUREMISSIE SITUATIE
In het voorliggende hoofdstuk wordt in paragraaf 3.1. inzichtelijk gemaakt welke geurbronnen veranderen. In paragraaf 3.2 worden die veranderingen besproken waarna in paragraaf 3.3. een overzicht gegeven wordt van de te verwachten geursituatie ná implementatie van tunnelcompostering.
3.1
GEURBRONNEN DIE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE HUIDIGE SITUATIE
Onderstaande tabel geeft aan welke bronnen er wijzigen en welke niet. In paragraaf 3.2. worden de bronnen die wijzigen verder inhoudelijk besproken. De tabel is beperkt tot die geurbronnen die relevant zijn voor het composteerbedrijf van de inrichting. De bronnen vanwege de activiteiten stortbedrijf en zandrecycling veranderen niet. In paragraaf 3.3. worden deze bronnen weer aan het overzicht toegevoegd. Voor de details van alle bronnen wordt verwezen naar het geurrapport uit 2021.
Revisie: 2
Pagina 12 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Tabel 3-1
Geurbronnen composteerbedrijf Attero Wilp met voorgenomen wijzigingen
Emissiebron Ontvangsthal (hal A)
Wijzigt ? Nee
scheidingshal (hal B) binnen
Ja
scheidinghal opslag buiten in rust
Ja
scheidingshal buiten opzetten/afhalen
Ja
verkleinen groenafval
Ja
opzetten open voorcompostering
Ja
open voorcompostering in rust
Ja
afhalen open voorcompostering
Ja
digestaat verwerken
Ja
digestaat uitdraaien
Ja
digestaat buiten in rust
Ja
biofilters 1-5
Ja
biofilters 6.1 - 6.2
Ja
biofilters 7 Zuid en Noord
Ja
Waterzuivering
Ja
opzetten nacompostering cellen A t/m I
Vervalt
nacompostering in rust cellen A t/m I
Vervalt
afhalen nacompostering cellen A t/m I
Vervalt
opzetten nacompostering cellen J,K,L
Ja
nacompostering in rust cellen J,K,L
Ja
afhalen nacompostering cellen J,K,L
Ja
opzetten depot gereed product
Ja
gereed product in rust
Ja
afleveren gereed product
Ja
opzetten depot grove fracties
Ja
opslag grove fracties
Ja
afhalen grove fracties
Ja
Buffertank water vanuit compostering
Ja
Revisie: 2
Aard van de wijziging
Er komt extra afzuiging op ten behoeve van de beluchting van de tunnelcompostering. De huidige zeefstap tussen voorcompostering en nacompostering verschuift naar verderop in het proces: de nagerijpte compost wordt gezeefd. Beide wijzigingen zullen ertoe leiden dat de geuremissie vanuit de hal verder wordt verlaagd. De opslag van diverse fracties blijft waarbij door de verbeterde compostering een geurreductie verwacht wordt van 75 %. Dit op basis van resultaten op vergelijkbare locaties Locatie van verkleinen verandert De compostering gaat in tunnels plaats vinden met afzuiging naar koeler, gaswasser en biofilter 7. De cellen blijven wel in gebruik voor de narijping van de compost
De digestaat verwerking blijft geheel inpandig met afzuiging naar biofilter 7 De 18 aangesloten cellen voorcompostering gaan ingezet worden voor de narijping. De geurbelasting hieruit zal lager zijn dan vanuit de huidige voorcompostering. Idem voor de cellen nacompostering die op deze filters zijn aangesloten. Omdat er niet meer gecomposteerd wordt is er minder lucht nodig waarom het debiet maximaal 272.250 m3/h gaat bedragen De 3 aangesloten cellen voorcompostering gaan nu ingezet worden voor de narijping. De geurbelasting zal lager zijn dan vanuit de huidige voorcompostering Hierin wordt de afzuiging van de tunnelcompostering behandeld (na koeling en voorreiniging in gaswasser). De geurbelaste lucht die uit de overdekte manoeuvreerhal wordt afgezogen en ingezet als aanvoerlucht voor de compostering en komt daarmee indirect dus ook in biofilter 7 uit Het filter wordt vergroot van 1000 m2 naar 1400 m2 Op basis van wijzigingen in de bedrijfsvoering wordt de emissie hiervan verlaagd naar 9 MouE/h Deze cellen maken plaats fysiek voor de tunnelcompostering
Deze cellen worden gebruikt voor de narijping van de compost. De emissie hiervan is lager vanwege verdergaande en homogenere compostering in de tunnels De emissie van de compost is lager vanwege verdergaande en homogenere compostering in de tunnels. Op basis van resultaten op vergelijkbare locaties wordt uitgegaan van 75 % reductie Ook de geuremissie van de grove fractie is lager vanwege verdergaande en homogenere compostering in de tunnels. Ook hier wordt uitgegaan van een reductie van 75 % Dit is een nieuwe buffertank waarin het percolaatwater van de stortplaats en water van de compostering wordt opgevangen
Pagina 13 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.2
GEUREMISSIES VAN DE GEWIJZIGDE BRONNEN
In deze paragraaf worden alle bronnen waarvoor in voorgaande tabel een wijzing wordt aangegeven successievelijke behandeld 3.2.1 Scheidingshal binnen en buiten Een deel van de in de tunnelcompostering benodigde lucht wordt vanuit deze hal gehaald. Dit is een extra afzuiging bovenop de reeds bestaande afzuiging die richting biofilter 1-5 gaat. Door deze maatregel wordt de hal nog weer beter op onderdruk gehouden wat de diffuse verspreiding van geur beter voorkómt. Verder wijzigt het moment van zeven in de bedrijfsvoering. In de huidige situatie wordt er tussen vooren nacompostering gezeefd. Bij toepassing van tunnelcompostering wordt pas gezeefd als de compost nagerijpt is. Dus veel later in het proces waarom verwacht wordt dat de geuremissie van deze zeefstap lager zal zijn. Ondanks bovengenoemde positieve effecten wordt (conservatief) de diffuse emissie vanuit de hal getalsmatig gelijk gehouden. Voor het vullen en leeghalen van de depots aan de noordzijde van de scheidingshal is een geuremissie vastgesteld van 55 MouE/h die van maandag t/m vrijdag gedurende 16 uur per dag, 4160 uren per jaar. Dankzij het toepassen van tunnelcompostering wordt hier een reductie van 75 % in geur verwacht waarmee de geuremissie 14 MouE/h bedraagt. Voor een onderbouwing van deze reductie wordt verwezen naar Appendix 3 van dit rapport.
Verder treedt er vanuit deze buitenopslag (noordkant scheidingshal) een continue emissie op. Deze opslag is 1900 m2 groot. Qua bronsterkte is een gemiddelde emissie vastgesteld van 6005 ouE/m2/h. Ook hier wordt 75 % reductie verwacht De totale emissie van de opslag in rust aan de noordkant van de scheidingshal bedraagt dan 1900 * 6005 * 0,25 = 2,9 MouE/h. Deze emissie treedt gedurende het gehele jaar op. 3.2.2 Bronnen voorcompostering De volledige geuremissie vanwege de voorcompostering (opzetten, in rust en leeg halen) vervalt. Daarvoor terug komt de geuremissie vanwege de tunnelcompostering. Deze wordt in paragraaf 3.2.5 (geuremissie biofilter 7) besproken. De huidige voorcomposteercellen worden straks fysiek ingezet voor de narijping van het gecomposteerde materiaal. De onderafzuiging blijft daarbij intact; 18 cellen worden afgezogen richting de biofilters 1-5 en 3 cellen worden afgezogen richting biofilter 6. De te verwachten geuremissie vanwege deze bronnen wordt in de paragrafen 3.2.3 en 3.2.4 besproken. De geuremissie vanaf de bóvenzijde van de narijpende compost wordt in pararaaf 3.2.6 besproken.
Revisie: 2
Pagina 14 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.2.3 Biofilters 1 – 5 Op deze biofilters zijn aangesloten: - De afzuiging van de ontvangsthal (hal A), scheidingshal (hal B) gedeeltelijk1, digestaathal (hal D) en de afzuiging van hal E - De onderafzuiging van 18 cellen narijping (voorheen voorcomposteercellen) - De onderafzuiging van 3 cellen narijping (voorheen nacomposteercellen J,K en L) Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat door de voorgenomen wijzigingen de geurbelasting richting de biofilters lager wordt: - In hal B wordt extra lucht afgezogen richting de tunnelcompostering én de zeefstap tussen voorcompostering en nacompostering wordt vervangen door een zeefstap van nagerijpt materiaal. - Door de intensievere compostering in de tunnels is het materiaal dat naar de narijping gaat veel verder gecomposteerd. Desondanks wordt conservatief aangenomen dat de geurconcentratie in de gereinigde afgassen ná de biofilters niet wijzigt. Wat wél wijzigt is de hoeveelheid lucht die in de filters behandeld wordt. Hierop wordt hieronder nader ingegaan. De hoeveelheid lucht die in de filters behandeld wordt is afhankelijk van de activiteit van composterend materiaal in de cellen en de buitentemperatuur. Om de temperatuur in het filter te beheersen wordt er ’s zomers meer koellucht aangezogen dan ’s winters. In de geurmodellering zijn de filters daarom ook met een tijdprofiel opgenomen. Dit tijdprofiel blijft.
Echter omdat er nu alleen narijping plaatsvindt en geen nacompostering, wordt het maximale debiet verminderd naar 272.250 m3/h voor de warmste maanden (juli en augustus), waarbij aanvoer van afzuiging van hallucht uit hallen A, B, D en E gehandhaafd blijft. Bij deze maximale capaciteit bedraagt de filterbelasting maximaal 110 m3/m2/h (filteroppervlak is 2475 m2). Voor wat betreft de geurconcentratie in de afgassen van het biofilter is ervoor gekozen om de gemiddelde concentratie aan te houden zoals vastgesteld in de uitlaat van alle biofilters. Deze keuze is ook gehanteerd bij de biofilters 6 en 7. In appendix 2 staan de resultaten van alle geurmetingen aan de biofilters weergegeven, met de daaruit berekende gemiddelde geurconcentratie zijnde 434 ouE/m3. Onderstaande tabel geeft de verwachte geuremissie Tabel 3-2
1
Geuremissie biofilters 1-5 na toepassing TC
Maand
Debiet (m3/h)
Geuremissie (MouE/h)
jan
115,083
feb
115,083
mrt
149,616
apr
177,855
mei
246,999
jun
259,664
jul
272,250
aug
272,250
50 50 65 77 107 113 118 118
De rest gaat naar biofilters 6
Revisie: 2
Pagina 15 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
sep
231,424
okt
213,096
nov
206,724
dec
125,624
100 92 90 55
Gemiddelde
198,800
86
3.2.4 Biofilters 6 Op deze biofilters zijn aangesloten: - de onderafzuiging van 3 cellen narijping (voorheen voorcomposteercellen). - Scheidingshal B (gedeeltelijk)2 - De procesafzuiging digestaat verwerking. Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat door de voorgenomen wijzigingen de geurbelasting richting de biofilters lager wordt:. Door de intensievere compostering in de tunnels is het materiaal dat naar de narijping gaat immers veel verder gecomposteerd. Desondanks wordt conservatief aangenomen dat de geurconcentratie in de gereinigde afgassen ná de biofilters niet wijzigt. De geuremissie wordt berekend vanuit de gemiddelde geurconcentratie en de luchthoeveelheid van 54.450 m3/h 3. De filterbelasting bedraagt dan maximaal 55 m3/m2/h (filteroppervlak is 990 m2). Onderstaande tabel geeft de verwachte geuremissie: Tabel 3-3 Maand
Geuremissie biofilters 6 na toepassing TC Debiet (m3/h)
Geuremissie (MouE/h)
jan
35,302
15
feb
35,302
15
mrt
35,302
15
apr
35,302
15
mei
41,201
18
jun
41,201
18
jul
47,054
20
aug
54,450
24
sep
35,302
15
okt
35,302
15
nov
35,302
15
dec
35,302
15
Gemiddelde
35,302
17
2
De rest gaat naar de biofilters 1-5
3
Door de wijzigingen in de procesvoering kan er ook 50 % minder lucht naar biofilter 6.
Revisie: 2
Pagina 16 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.2.5 Biofilters 7 Op dit biofilter stond aangesloten de onderafzuiging van de nacomposteervelden A t/m H. Deze velden (met een totaal oppervlak van ruim 17.000 m2) vervallen als geurbron omdat op deze plaats de tunnelcompostering is voorzien. In de toekomst wordt in biofilter 7 de afzuiging van de tunnelcompostering aangesloten waarbij de afgassen eerst gekoeld worden en in een zure wasser behandeld. Qua luchtbelasting wordt uitgegaan van de technisch maximale capaciteit. Bij deze maximale technische capaciteit van 196.000 m3/h bedraagt de filterbelasting maximaal 140 m3/m2/h (filteroppervlak is 1400 m2). Doordat de aanvoer in de wintermaanden beduidend lager ligt dan in de overige maanden, wordt ook voor dit filter verwacht dat de belasting in de wintermaanden lager ligt dan in de zomermaanden. Voor wat betreft de te verwachten geurconcentratie wordt (analoog aan de eerder besproken biofilters 1 t/m 6 ) uitgegaan van de gemiddelde geurconcentratie zoals vastgesteld over alle biofilters tijdens de meetcampagne 2021. Onderstaande tabel geeft de verwachte geuremissie Tabel 3-4
Geuremissie biofilters 7 na toepassing TC
Maand
Debiet (m3/h)
Geuremissie (MouE/h)
jan
98,000
feb
98,000
mrt
122,657
apr
147,104
mei
196,000
jun
196,000
jul
196,000
aug
196,000
sep
171,552
okt
159,433
nov
159,433
dec
98,000
43 43 53 64 85 85 85 85 74 69 69 43
Gemiddelde
153,200
66
3.2.6 Narijping De narijping van de compost gebeurd in de volgende cellen: - De 21 oude voorcomposteercellen met een totaal oppervlak van 21 * 375 = 7875 m2 - De oude nacomposteercellen J, K en L met een totaal oppervlak van 3 * 1000 = 3000 m2. Geuremissies zijn afkomstig van de volgende bronnen: - Opzetten - Narijping in rust - Afhalen
Revisie: 2
Pagina 17 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Voor elk van deze bronnen wordt er vanuit gegaan dat de geuremissie 75 % lager is dan in 2021 is vastgesteld voor de huidige wijze van composteren. Voor een onderbouwing van deze reductie wordt verwezen naar Appendix 3 van dit rapport. 3.2.6.1 Opzetten narijping De compost wordt vanuit de tunnels middels gesloten transportbanden naar hal B getransporteerd en vandaar met shovels op de narijpingsvelden gebracht. In 2021 is bij het opzetten van de nacompostering een geuremissie van 81 MouE/h vastgesteld. Voor het opzetten van de narijping wordt uitgegaan van 75 % reductie van deze geuremissie (appendix 3) waarmee de emissie 20,3 MouE/h bedraagt. De emissieduur blijft daarbij gelijk, namelijk 1600 uur/jaar. 3.2.6.2 Narijping in rust De bij dit procesonderdeel nog vrijkomende geur wordt grotendeels via de onderafzuiging afgevoerd naar biofilter 1-5. Voor de (van de bovenkant van de opslag nog vrijkomende) geuremissie vanuit de narijping in rust wordt conservatief uitgegaan van 75 % van de geuremissie van de vroegere nacomposteercellen. Onderstaande tabel geeft de in 2021 gemeten emissies van de nacompostering in rust. Tabel 3-5
Geuremissie na-compostering in rust ouE/h/m2 Datum
Koude periode (oud materiaal na > 20 dagen) Warme periode (vers materiaal na 11 dagen )
12-10 20-7
Temp (oC) 11 21
Geuremissie ouE/h/m2 462 1208
Omdat het materiaal gemiddeld 28 dagen in de nacompostering lag, is in het geuronderzoek 2021 uitgegaan van een gemiddelde geuremissie van (11/28 * 1208 + (28-11)/28 * 462) = 755 ouE/h/m2 . Voor de narijping in rust wordt dankzij de verbeterde compostkwaliteit ten gevolge van de toepassing van tunnelcompostering een reductie van 75 % verwacht. De geuremissie bedraagt daarmee 25 % * 755 = 189 ouE/h/m2. - De geuremissie vanuit de 7875 m2 (voorheen voorcomposteercellen) bedraagt dan 1,5 MouE/h - De geuremissie vanuit de 2000 m2 (voorheen nacomposteercellen) K en J bedraagt dan 0,4 MouE/h - De geuremissie vanuit de 1000 m2 (voorheen nacomposteercel) L bedraagt dan 0,2 MouE/h Alle emissies treden 8760 uren/jaar op. De totale emissie van de narijping bedraagt dan naar verwachting 2,1 MouE/h terwijl voorheen de som van de voorcompostering in rust en de nacompostering in totaal 98 + 17 = 115 MouE/h bedroeg. Dit is een afname van 98 %. Genoemde emissie treedt continu op. 3.2.6.3 Afhalen narijping De bij het afhalen te verwachten geuremissie wordt ook 75 % reductie van de oorspronkelijke emissie verwacht. De geuremissie bedroeg volgens het in 2021 uitgevoerde geuronderzoek gemiddeld 72 MouE/h. Uitgegaan wordt daarom van een bronsterkte van 18 MouE/h. De emissieduur blijft daarbij gelijk, namelijk 1600 uur/jaar.
Revisie: 2
Pagina 18 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.2.7 Opslag gereed product De compost die naar de narijping wordt gebracht is voldoende gestabiliseerd voor afzet. De extra inzet van de narijping verhoogt additioneel de stabiliteit. Bij opslag gereed product zijn geuremissies afkomstig van de volgende bronnen: - Opzetten gereed product - Gereed product in rust - Verladen gereed product Voor de geuremissie van deze drie bronnen wordt analoog aan de narijping uitgegaan van een 75 % lagere geuremissie dankzij de intensievere compostering in de tunnelcompostering. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar appendix 3. 3.2.7.1 Opzetten gereed product In 2021 is bij het opzetten gereed product een uurgemiddelde geuremissie van 17 MouE/h vastgesteld. Ook hier wordt uitgegaan van 75 % reductie waarmee de emissie 4,3 MouE/h bedraagt. Deze emissie treedt gedurende 2.200 uren per jaar op. 3.2.7.2 Gereed product in rust In de bepaling van de geuremissie is conservatief aangenomen dat alle compost vanuit de narijping ook op de opslag gereed product terecht komt en vandaaruit wordt afgeleverd aan derden. Omdat de vraag naar compost over het jaar niet constant is, is de voorraad op het terrein ook niet constant. In de bepaling van de geuremissie is hier rekening mee gehouden.
Onderstaande tabel geeft de geuremissies in de oude en nieuwe situatie als functie van de tijd waarbij uitgegaan is van een 75 % lagere geuremissie dankzij de intensievere compostering in de tunnelcompostering. Tabel 3-6
maand
Geuremissie opslag gereed product in rust voor en na toepassing TC Geuremissie Geuremissie Hoeveelheid in opslag oude situatie nieuwe situatie kton MouE/h MouE/h
1
24
132
33
2
21
114
28
3
16
87
22
4
9
50
13
5
12
63
16
6
13
71
18
7
15
80
20
8
15
84
21
9
17
91
23
10
18
101
25
11
21
117
29
12
23
127
32
Gemiddeld
16
93
23
De geuremissie vanwege de bron “opslag gereed product in rust” treedt continu op.
Revisie: 2
Pagina 19 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.2.7.3 Verladen gereed product In 2021 is een uurgemiddelde geuremissie van 17 MouE/h vastgesteld. Ook hier wordt een reductie van 75 % verwacht waardoor de emissie naar verwachting 4,3 MouE/h bedraagt. In de hoeveelheid compost die maandelijks wordt afgevoerd zit een duidelijke seizoeninvloed die ook in de berekeningen is verdisconteerd. Zie onderstaande tabel. Analoog aan de huidige situatie is uitgegaan van 30 ton per vrachtwagen, 20 minuten laadtijd per wagen en 10 minuten na-ijlen van de geuremissie.
Tabel 3-7
Hoeveelheid afvoer gereed product over het jaar
Maand
afvoer kton
wagens per dag
1
6.5
11
8.3
181
2
6.3
11
8.3
181
3
9.3
16
10.8
235
4
11.9
20
12.8
278
5
11.4
19
12.3
267
6
8.3
14
9.8
213
7
8.0
14
9.8
213
8
8.0
14
9.8
213
9
7.5
13
9.3
202
10
7.8
14
9.8
213
11
8.1
14
9.8
213
12
6.7
12
8.8
EmissieEmissie-uren uren per dag per maand 1)
191
2600
Totaal 1) Uitgaande van 5 dagen per week en 52/12 = 4,3 weken per maand
Het laden van compost gebeurt van maandag t/m vrijdag tussen 07:00 en 17:00 uur. 3.2.8 Grove fractie Analoog aan de compost mag voor de grove fractie4 ook worden verwacht dat de geuremissie ten gevolge van het toepassen van tunnelcompostering met 75 % wordt verlaagd. Deze grove fractie ligt opgeslagen in het depot aan de noordzijde van hal B. Gemiddeld ligt er constant 1500 m3 in depot en bedraagt het emitterend oppervlak 375 m2. In 2021 is de geuremissie van het depot in rust vastgesteld op 1,4 MouE/h. Door te verwachten reductie van 75 % wordt dit 0,4 MouE/h. Deze emissie treedt 8760 uren per jaar op . Voor het vullen van het depot werd een uurgemiddelde geuremissie berekend van 5,5 MouE/h. Dit wordt na 75 % reductie 1,4 MouE/h. Deze emissie treedt gedurende 1560 uren per jaar op.
4
In de geurrapportage 2021 werd dit de fractie 10-30 mm genoemd. Juister is om te spreken over de fractie 30-60 mm (biomassa) en de fractie 8-30 mm (ZOL). Verder is er nog een fractie residu dat wordt afgevoerd naar een verbrander. In totaal gaat het om circa 34 kton per jaar. Omdat er geen onderscheid verwacht wordt in geuremissie als functie van de fractiegrootte wordt voortaan gesproken over de grove fractie
Revisie: 2
Pagina 20 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Voor het per vrachtwagen afvoeren van de grove fractie geldt het volgende: - In 2021 werd voor het beladen een uurgemiddelde emissie berekend van 7,8 MouE/h. Dit wordt na 75 % reductie 2,0 MouE/h. - Jaarlijks wordt 34 kton grove fractie afgevoerd naar derden. Hiervoor zijn circa 1300 vrachtwagens per jaar nodig. De uurgemiddelde emissie treedt daarmee 1300 uur per jaar op. Per dag is dat 1300 / 50 / 5 = 5,2 uren in de periode tussen 07:00 en 17:00. 3.2.9 Silo waterzuivering In de vigerende vergunning is voor deze bron een bronsterkte van 29 MouE/h opgenomen. Uit metingen op de locatie Tilburg blijkt dat de geuremissie vanuit een vergelijkbare bron 0,018 MouE/m2/uur bedraagt 5. De silo heeft een oppervlak van 491 m2 waarmee de geuremissie 491 * 0,018 = 8,8 MouE/h bedraagt. De emissie treedt continu op. 3.2.10 Buffertank water vanuit compostering Om het percolaatwater vanuit de compostering op de vangen wordt een nieuwe watersilo geplaatst. Deze silo heeft een diameter van 29 meter en is aan de bovenzijde open. De geuremissie vanwege deze bron wordt berekend op basis van metingen op de locatie Tilburg 5. In Tilburg is de geuremissie vanuit de “afvalwaterbassins/afvalwater composteerprocessen” vastgesteld op 0,009 MouE/m2/uur. Voor de locatie Wilp bedraagt de geuremissie dan π/4 * 292 * 0.009 = 5,9 MouE/h.
Er wordt vanuit gegaan dat er het gehele jaar water in deze tank staat waarom deze emissie gedurende het gehele jaar optreedt.
5
Olfasense. Geuronderzoek deponie zuid locatie Tilburg (Spinder) – revisievergunning. Kenmerk ESMA23A1, december 2023
Revisie: 2
Pagina 21 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
3.3
GEUREMISSIESITUATIE NA IMPLEMENTATIE TUNNELCOMPOSTERING
Onderstaande tabel geeft het totaal overzicht van geurbronnen. Tabel 3-8
Samenvatting geuremissies na implementatie TC
Emissiebron
Emissie
duur
bijdrage
cumulatief
Bron nr
(MouE/h)
(u/j)
(%)
(%)
Geomilieu 3)
biofilters 1-5
86
8760
31%
31%
1
biofilters 7 Zuid en Noord
66
8760
24%
54%
2
Gereed product in rust
23
8760
8%
63%
7
biofilters 6.1 - 6.2
17
8760
6%
69%
3
850
144
5%
74%
24
9
8760
3%
77%
33
storten OHM en NRB
15
4175
3%
79%
37
Scheidingshal buiten activiteiten
14
4160
2%
82%
23
Buffertank water uit compostering
5.9
8760
2%
84%
14
opslagen vzr
5.6
8760
2%
86%
13
afgedekt stortfront
4.5
8760
2%
87%
12
Hal 1 stortbordes
16.9
1568
1%
89%
38
scheidinghal opslag buiten in rust
2.9
8760
1%
90%
9
stort CALAM
288
85
1%
91%
26
Opzetten narijping cellen VC
20.3
936
1%
91%
19
Hal 1 deur noordkant
14
1307
1%
92%
39
Afhalen narijping cellen VC
18
939.7
1%
93%
20
aanbrengen stortkokers
140
120
1%
93%
34
watersilo
7
2192
1%
94%
28
storten grondreinigingsslib
6.1
2500
1%
95%
27
Hal 3 deur oostkant
14
1045
1%
95%
40
installatie vzr
3.5
4000
1%
96%
35
Narijping in rust cellen VC
1.5
8760
1%
96%
4
Afleveren gereed product
4.3
2600
0%
97%
21
ontvangsthal
2.1
5200
0%
97%
11
Opzetten depot gereed product
4.3
2200
0%
98%
36
Opzetten narijping velden J en K
20.3
448.5
0%
98%
16
Afhalen narijping velden J en K
18
443.5
0%
98%
17
lossen rkg (vzr)
10
600
0%
99%
29
stortgasfakkels
140
38
0%
99%
25
Opzetten narijping veld L
20.3
222.2
0%
99%
15
Afhalen narijping veld L
18
218.8
0%
99%
18
Narijping in rust cellen J en K
0.4
8760
0%
99%
5
verkleinen groenafval Silo waterzuivering
Revisie: 2
1)
Pagina 22 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Tabel 3-8
Samenvatting geuremissies na implementatie TC (vervolg)
Emissiebron
Emissie
duur
bijdrage
cumulatief
Bron nr
(MouE/h)
(u/j)
(%)
(%)
Geomilieu 3)
Opslag grove fractie
0.4
8760
0%
99%
8
Afhalen depot grove fractie
2
1300
0%
100%
22
vullen depot grove fractie
1.4
1560
0%
100%
41
Sanering installatie
1.2
1610
0%
100%
32
0.2
8760
0%
100%
6
0.3
5200
0%
100%
10
1.3
1200
0%
100%
30
Narijping in rust cel L Scheidingshal binnen lossen veegvuil (vzr)
2)
lossen grond (vzr) 0.5 2000 0% 100% 31 1) Deze bron is nog niet gerealiseerd en draagt daarmee nog niet bij aan de geurbeleving. Omdat de bron wel vergund is, is deze wel in de verspreidingsberekeningen meegenomen. 2) Zoals in het geurrapport EZGE-2021-02-005-rapport-definitief Geuronderzoek Attero Wilp 2021-rev.1 dd 13 september is aangegeven, zijn in de hal een aantal maatregelen (afdichting en intensivering afzuiging) getroffen waarmee de geuremissie vanuit de hal met naar verwachting 90 % is gereduceerd (van 3 MouE/h naar 0,3 MouE/h)
Revisie: 2
Pagina 23 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
4.
TOETSINGSKADER EN GEURIMMISSIESITUATIE
4.1
TOETSINGSKADER
De provincie Gelderland kent een geurbeleid gebaseerd op de hedonische waarde van de vrijkomende geur. In een schrijven 6 aan Attero heeft bevoegd gezag echter aangegeven te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de hedonische waarden om het risico op geurhinder inzichtelijk te maken. Op 26 maart jongstleden is door Gedeputeerde Staten van Gelderland het Gelders Geurbeleid hierop aangepast. N.a.v. deze bevindingen zal Provincie Gelderland bij de beoordeling van het geuronderzoek het toetsingskader uit de vergunning hanteren. Dit kader stelt dat er sprake is van een “minder hinderlijke geur”. Het voor dit type geur van toepassing zijnde kader staat in onderstaande tabel. Dit toetsingskader is ook in het recente gewijzigde geurbeleid opgenomen. Tabel 4-1
Geurbeleid provincie Gelderland
beoordeling
Streef waarde zeer hinderlijk hinderlijk minder hinderlijk niet hinderlijk -
0,05 0,15 0,5 1,5
norm als 98-percentiel immissieconcentratie (ouE/m³) 1) Categorie A Categorie B Richt Grens Streef Richt waarde waarde waarde waarde 0,15 0,5 1,5 5
0,5 1,5 5 15
0,15 0,5 1,5 5
0,5 1,5 5 15
Grens waarde 1,5 5 15 50
bij toetsing aan hogere percentielen worden de gepresenteerde waarden vermenigvuldigd met een factor 2 voor de 99,5 percentielwaarden en met een factor 4 voor de 99,9 percentielwaarden categorie A: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “wonen”; categorie B: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “werken”;
gebiedscategorie buitengebied: gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend één of meer van de bestemmingen ‘agrarisch’, ‘bos’, ‘natuur’, ‘water’, ‘recreatie’ of een soortgelijke bestemming. Overige functies, zoals wonen, zijn alleen verspreid aanwezig. Ook lintbebouwing valt onder deze gebiedscategorie; gebiedscategorie werken: gebied met overwegend de bestemming ‘bedrijf’, ‘bedrijventerrein’ of een soortgelijke bestemming volgens het vigerende bestemmingsplan; gebiedscategorie wonen: gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend de bestemming ‘wonen’; Verder is in het Geurbeleid opgenomen dat “verspreid liggen woningen in het buitengebied worden aangemerkt als geurgevoelige objecten categorie A. In specifieke gevallen kunnen GS deze woningen 6 Notitie van ODRA aan Projectgroep Attero-Ambtshalve wijziging voorschriften geur, “beoordeling geuronderzoek “dd 30 januari 2023 met volgnummer TMA: ADV-21-152F en zaaknummer ODRA : ODRA22AV0023
Revisie: 2
Pagina 24 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
echter aanmerken als geurgevoelige objecten categorie B” .“Bijvoorbeeld indien het buitengebied het karakter heeft van een agrarische werkomgeving kunnen GS verspreid liggen woningen in het buitengebied aanmerken als geurgevoelige objecten categorie B (gelegen in gebiedscategorie ‘werken’)”. 4.2
GEURIMMISSIESITUATIE GEHELE INRICHTING
De geurimmissiesituatie is berekend met de release van Geomilieu V2024.1 Bij de berekeningen is (analoog aan de vergunde situatie) uitgegaan van een ruwheidslengte van 0,5 meter. Het nu toegepaste rekenmodel geeft voor het berekende gebied een ruwheidslengte van 0.09 meter wat (totaal) niet past bij het gebied. Voor een nadere motivatie wordt verwezen naar appendix 3. Het rekenjournaal zijn in appendix 4 opgenomen. Voor de locaties van de bronnen wordt verwezen naar de eveneens meegeleverde Geomilieu bestanden. Om de rekentijd te beperken is eerst getoetst op de zes geurgevoelige objecten zoals ook in de rapportage van 2008 gehanteerd. Zie onderstaande figuur.
Figuur 4-1 Rekenpunten (woningen) rondom het bedrijf
Revisie: 2
Pagina 25 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Naar opgave van Attero bestaat toetspunt 5 inmiddels niet meer. Het effect op dit punt is wél weergegeven. De resultaten zijn in onderstaande tabel opgenomen voor respectievelijk de 98 en 99,5 en 99,9 percentielconcentraties. In de figuren 4-2 t/m 4-4 staan de concentraties ook weergegeven op een topografische ondergrond. Tabel 4-2
Resultaten berekeningen op de toetspunten
Richtwaarde geurbeleid Grenswaarde geurbeleid Toetspunt Omschrijving 1 Zwaluwenweg 1 2 Oude zutphenseweg 2 3 Leemsteeg 14 4 Vundelaarsweg 5
98% [OU/m³] 99.50% [OU/m³] 99.90% [OU/m³] 1.5 3 6 5 10 20 X 201829 201951 201559 202539
Y 469179 467864 468708 469077
1.8 2.8 3.6 1.5
3.2 5.2 6.8 2.7
5.2 8.3 10.4 3.9
5 6
bestaat niet meer Sluinerweg 23
201890 201994
467955 467947
3.6 3.6
6.5 6.4
10.7 11.4
7 8
Kranenburgweg 7 Ardeweg 16
201696 201762
468935 469074
2.7 2.2
4.8 3.8
7.3 5.9
9 10
Zwartekolkstraat 104 Vundelaarsweg 6
201969 202331
469393 469242
1.4 1.5
2.4 2.6
3.7 3.9
11 12
Vundelaarsweg 11 Tienmorgen 4
202270 202789
469423 469108
1.3 1.0
2.2 2.0
3.3 3.2
13 14
Tienmorgen 9 Tienmorgen 63
202497 202671
469607 469502
0.9 0.9
1.7 1.7
2.6 2.8
15 16
Wildhagenweg 16 Sluinerweg 33
202920 201566
468297 467919
1.3 2.2
2.7 4.3
4.7 6.4
17 18
Aerdenbroek 6 Aerdenbroek 11
201425 201371
468095 468263
2.5 2.6
4.5 4.9
6.9 7.4
2.8 2.1
5.1 3.8
8.3 6.0
gemiddelde oude 6 toetspunten (TP 1 t/m 6) gemiddeld alle toetspunten
Uit de tabel blijkt dat op alle referentiepunten voldaan wordt aan de grenswaarde behorend bij het toetsingskader voor gebiedscategorie “wonen” (gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend de bestemming ‘wonen’). Op 8 van de 18 toetspunten (groen gearceerd) wordt ook voldaan aan de richtwaarde.
Revisie: 2
Pagina 26 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
In onderstaande tabel is voor de toetspunten 1 t/m 6 de berekende geurbelasting vergeleken met de vergunde geurbelasting 7 .De overige toetspunten zijn in dit rapport op verzoek van bevoegd gezag nieuw toegevoegd. Tabel 4-3
Aangevraagde versus en vergunde geurbelasting 98 percentiel concentratie ouE/m3)
Toetspunt 1 2 3 4 5 6 Gemiddeld
Omschrijving Zwaluwenweg 1 Oude zutphenseweg 2 Leemsteeg 14 Vundelaarsweg 5 bestaat niet meer Sluinerweg 23
Aanvraag
Vergund
1.8 2.8 3.6 1.5 3.6 3.6 2.8
1.9 3.4 4.7 1.7 4.9 5.0 3.6
Uit de tabel blijkt dat de geurbelasting als 98 percentielconcentratie met 22 % afneemt ten opzichte van vergund.
7
Dit is de geurbelasting zoals beschreven in tabel 13 van het geurrapport “Geurimmissiesituatie VAR B.V. na uitbreiding
activiteiten. SGS rapport EZ/06/1849.rap.2 dd oktober 2007
Revisie: 2
Pagina 27 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Figuur 4-2 Niet hedonisch gewogen 98 percentielconcentratie (ouE/m3) aanvraag
Revisie: 2
Pagina 28 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Figuur 4-3 Niet hedonisch gewogen 99,5 percentielconcentratie (ouE/m3) aanvraag
Revisie: 2
Pagina 29 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Figuur 4-4 Niet hedonisch gewogen 99,9 percentielconcentratie (ouE/m3) aanvraag
Revisie: 2
Pagina 30 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
4.3
GEURIMMISSIESITUATIE NIEUWE BRON
Conform het geurbeleid dient de geurbelasting ten gevolge van een nieuwe bron (op een bestaande locatie) te voldoen aan de streefwaarde van het geurbeleid. In deze paragraaf is daarom de geurbelasting ten gevolge van de bron “wateropslag vanuit de compostering” inzichtelijk gemaakt. Tabel 4-4
Resultaten berekeningen op de toetspunten voor alleen de nieuwe bron
Streefwaarde geurbeleid Toetspunt Omschrijving 1 Zwaluwenweg 1 2 Oude zutphenseweg 2 3 Leemsteeg 14 4 Vundelaarsweg 5 5 bestaat niet meer 6 Sluinerweg 23
98% [OU/m³] 99.50% [OU/m³] 99.90% [OU/m³] 0.5 1.5 2 X 201829 201951 201559 202539 201890 201994
Y 469179 467864 468708 469077 467955 467947
0.03 0.11 0.04 0.04 0.15 0.18
0.06 0.25 0.08 0.07 0.31 0.39
0.10 0.47 0.16 0.13 0.59 0.71
7 8
Kranenburgweg 7 Ardeweg 16
201696 201762
468935 469074
0.04 0.03
0.07 0.06
0.14 0.12
9 10
Zwartekolkstraat 104 Vundelaarsweg 6
201969 202331
469393 469242
0.02 0.03
0.05 0.06
0.09 0.11
11 12
Vundelaarsweg 11 Tienmorgen 4
202270 202789
469423 469108
0.03 0.03
0.05 0.05
0.1 0.1
13 14
Tienmorgen 9 Tienmorgen 63
202497 202671
469607 469502
0.02 0.02
0.04 0.04
0.08 0.08
15 16
Wildhagenweg 16 Sluinerweg 33
202920 201566
468297 467919
0.04 0.06
0.08 0.11
0.17 0.22
17 18
Aerdenbroek 6 Aerdenbroek 11
201425 201371
468095 468263
0.04 0.04
0.09 0.08
0.17 0.16
0.05
0.11
0.21
gemiddeld alle toetspunten
Uit de tabel blijkt dat op alle referentiepunten ruim voldaan wordt aan de streefwaarde behorend bij het toetsingskader.
Revisie: 2
Pagina 31 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Figuur 4-5 Niet hedonisch gewogen 98 percentielconcentratie (ouE/m3) alleen nieuwe bron wateropslag compostering
Revisie: 2
Pagina 32 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Figuur 4-6 Niet hedonisch gewogen 99,5 percentielconcentratie (ouE/m3) alleen nieuwe bron wateropslag compostering
Revisie: 2
Pagina 33 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Figuur 4-7 Niet hedonisch gewogen 99,9 percentielconcentratie (ouE/m3) alleen nieuwe bron wateropslag compostering
Revisie: 2
Pagina 34 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
5.
CONCLUSIES
De voorgenomen implementatie van tunnelcompostering leidt tot een verlaging van de geuremissie en daarmee geurimmissiesituatie. Ten opzichte van de vergunde situatie neemt de geurbelasting op de referentiepunten als 98 percentielconcentratie met gemiddeld 22 % af. De geurimmissie voldoet op alle referentiepunten aan de grenswaarde behorend bij het toetsingskader voor gebiedscategorie “wonen” (gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend de bestemming ‘wonen’). Op 8 van de 18 punten wordt ook voldaan aan de richtwaarde. De geurbelasting ten gevolge van de nieuwe bron “wateropslag vanuit de compostering” voldoet ruimschoots aan de streefwaarde van het geurbeleid. Bij bovenstaande conclusies wordt tenslotte nog opgemerkt dat de 98 percentiel concentratie vooral bepaald wordt door de continue bronnen zoals de biofilters en de opslag gereed product. Deze bronnen bepalen gezamenlijk 69 % van de jaarlijkse geuremissie, terwijl deze bronnen niet de klachten veroorzaken. Klachten worden met name veroorzaakt door de niet continue bronnen waarvan de geurbelasting beter beschreven wordt door de hogere percentielen. Zoals uit tabel 4-2 blijkt, voldoet de 99,9 percentiel als gemiddelde van alle toetspunten aan de richtwaarde.
Revisie: 2
Pagina 35 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
APPENDICES
Revisie: 2
Pagina 36 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
APPENDIX 1: LAY-OUT TOEKOMSTIGE TUNNELCOMPOSTERING
Revisie: 2
Pagina 37 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Bondige uitleg: Voor de toegang tot de tunnels wordt een manoeuvreerhal gerealiseerd. Vullen en leeghalen van tunnels vindt plaats vanuit deze manoeuvreerhal. Als de tunnels in bedrijf zijn worden deze afgesloten van de manoeuvreerruimte door er een paneeldeur voor te plaatsen. Aanvoer en voorbewerking van GFT blijft plaatsvinden in de op locatie aanwezige ontvangst en voorbewerkingshal. Om het voorbewerkte GFT naar de tunnelinstallatie te transporteren worden transportbanden geïnstalleerd (groene en lila pijlen in Lay-out). Digestaat uit de vergister wordt eveneens via de GFT transportbanden aangevoerd naar de tunnelcompostering. In de manoeuvreerhal wordt het GFT-digestaat mengsel samen met extra structuurmateriaal ingebracht in een mixer en vervolgens laagsgewijs in een ontvangstbunker gevuld. Met shovels wordt de inputmix gevuld in de composteringstunnels. Na voltooiing van het tunnelcomposteringsproces wordt het gecomposteerde materiaal met transportbanden naar de westzijde van de bewerkingshallen getransporteerd (rode pijlen in Lay-out). De composteercellen die nu ingezet worden voor voorcompostering zullen als narijpingsvelden ingezet worden. Vanuit de narijpingsvelden wordt de het gecomposteerde materiaal ingevoerd in de nabewerkingshal om opgewerkt te worden tot eindproduct voor afzet naar klanten.
De transportbanden waarmee GFT en digestaat mengsel worden aangevoerd naar de tunnelcomposteerinstallatie en het gecomposteerde materiaal wordt afgevoerd naar narijpingsvelden worden uitgevoerd als gesloten transportbanden die op onderdruk gehouden worden om emissies naar de omgeving te voorkomen. Het composteringsproces heeft zuurstof nodig. Hiertoe wordt aanvoerlucht uit de manoeuvreerhal, Hal B en vanaf de aan- en afvoertransportbanden onttrokken en toegevoerd naar de tunnels. Door deze luchtonttrekking wordt onderdruk gehouden op de manoeuvreerruimte en de toe- en afvoerbanden. Emissies naar de omgeving worden daarmee voorkomen. De proceslucht die vrijkomt bij het composteringsproces wordt met gesloten luchtkanalen afgevoerd naar de bestaande biofilters. De installatie wordt additioneel voorzien van gaswassers die ammoniak uit de proceslucht verwijderen. Daardoor zal de belasting van de biofilters afnemen, wat de werking ten goede komt.
Revisie: 2
Pagina 38 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
APPENDIX 2: GEURCONCENTRATIES BIOFILTERS In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle tijdens de meetcampagne 2021 vastgestelde geurconcentraties aan de uitlaat van de aanwezige biofilters
Biofilter
Datum
Geurconcentratie (MouE/m3)
6.1
22-4-2021
658
6.2
22-4-2021
360
6.1
19-7-2021
282
6.2
19-7-2021
256
7 zuid
6-5-2021
340
7 noord
6-5-2021
441
7 zuid
26-8-2021
190
7 noord
26-8-2021
876
1
10-5-2021
279
2
10-5-2021
570
3
25-5-2021
667
4
25-5-2021
289
4
12-7-2021
168
5
12-7-2021
211
3
13-7-2021
633
1
14-7-2021
585
2
14-7-2021
178
5
11-10-2021
831
Gemiddeld
434
De gemiddelde geurconcentratie over de biofilters 1-5 bedroeg 441 ouE/m3 De gemiddelde geurconcentratie over de biofilters 6 bedroeg 389 ouE/m3 De gemiddelde geurconcentratie over de biofilters 1-5 bedroeg 462 ouE/m3 De gemiddelde geurconcentraties van de individuele filters liggen dicht bij elkaar en ook dicht bij het overall gemiddelde waarom gekozen is van het overall gemiddelde uit te gaan.
Revisie: 2
Pagina 39 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
APPENDIX 3: ONDERBOUWING GEUREMISSIE NARIJPING EN OPSLAG GEREED PRODUCT Introductie: Naar de mening van Attero is de locatie Tilburg het best vergelijkbaar met Wilp omdat hier zowel vergisting plaats vindt als opslag van gereed product in de buitenlucht. Alle andere locaties missen óf vergisting óf buitenopslag waardoor ze minder representatief zijn. Het grote verschil met alle locaties is dat Wilp de enige locatie is waar op de narijpingsvelden onderafzuiging plaats vindt waardoor een fors deel van de tijdens het narijpen vrijkomende geuremissie wordt nabehandeld in de biofilters. Ondanks de verschillen in verwerking worden in deze appendix ook de resultaten van de locatie Wijster weergegeven. Van de overige locaties zijn geen recente resultaten van geurmetingen beschikbaar. Gegevens locatie Tilburg. Op de locatie Tilburg is in 2021 de geuremissie van compost vastgesteld. Onderstaand de resultaten van die metingen: Metingen 2021 ( Geuronderzoek Deponie Zuid locatie Tilburg (Spinder) – revisievergunning, rapport ESMA21A2, Olfasense 11 juni 2021), Onderstaande tabel is een integrale overname van de meetresultaten
Uit de resultaten blijkt dat er geen significante geuremissie werd vastgesteld. Door de concentratie aan de inlaat van de OBA8 op 0 ouE/m3 te stellen kan worst case worden berekend dat de geuremissie van verse compost 29 (m3/h) * 54 (ouE/m3) / 0,9 (m2 oppervlak gebruikte OBA) = 1740 ouE/m2/h. Idem voor oudere compost 1100 ouE/m2/h. 8
OBA = Oppervlakte Bemonsterings Apparaat of Lindvall doos die tijdens de monstername op de hoop gelegd is.
Revisie: 2
Pagina 40 van 62
Status
: Definitief
EZGE-2023-02-031
Gegevens locatie Wijster. Op de locatie Wijster is in 2018, 2020 en 2024 de geuremissie van compost vastgesteld. Onderstaand de resultaten van die metingen: Metingen 2018 ( Geurmetingen 2018, Attero locatie Wijser , Witteveen+Bos rapport 107574/18-008.697, 5 juni 2018), Onderstaande tabel is een integrale overname van de meetresultaten