CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen 803 GL PvdA D66 over Vierde technische wijziging verordening jeugdhulp

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 27 november 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vierde (technische) wijziging Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen over lopende agendapunten 803

Datum:

25 november 2025

Steller vragen:

Paul ’t Lam, Patty Wijnen-Lunenburg en Rachèl van Hellemondt

Over:

Commissievergadering 27 november 2025 Agendapunt 8: Vierde technische wijziging Verordening Jeugdhulp Bij de nadere bestudering Vierde technische wijziging Verordening Jeugdhulp (hierna: Verordening) hebben Groen Links, D66 en de PvdA een aantal technische vragen. Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: In de Jeugdwet is welbewust door de wetgever gekozen voor een onderscheid tussen toezicht en handhaving van kwaliteit en rechtmatigheid. Op grond van de Jeugdwet is het rechtmatigheidstoezicht bij de gemeenten belegd en het kwaliteitstoezicht bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Om die taak te kunnen uitvoeren heeft de IGJ ruime bevoegdheden gekregen (hoofdstuk 9 van de Jeugdwet). In de MvT bij de Jeugdwet staat expliciet dat gemeenten door de IGJ moeten worden betrokken bij haar (kwaliteits)onderzoek, zodat de IGJ rekening kan houden met de behoeften -en dus ook de belangen- van de gemeenten. Op basis van de Jeugdwet kunnen gemeenten een rechtmatigheidstoezichthouder aanwijzen. Daarvoor is een wettelijke grondslag in de Verordening Jeugdhulp noodzakelijk. Een rechtsgrondslag die de mogelijkheid creëert om via de Verordening lokale of regionale kwaliteitstoezichthouders aan te wijzen -en dus voor het zelf uitvoeren van kwaliteitstoezicht- ontbreekt echter in de Jeugdwet.

1) Met de voorgestelde wijzigingen van de Verordening Jeugdhulp worden verstrekkende en ruime bevoegdheden toekend aan een nog onbekende toezichthouder om kwaliteitstoezicht te organiseren op lokaal en regionaal niveau. Waarom is de Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten niet om advies gevraagd? 2) In het raadsvoorstel op p. 2 staat dat bij het toezicht van de IGJ lokale en/of regionale belangen ondergesneeuwd kunnen raken. Aan welke belangen moet hierbij worden gedacht, kan het college daar voorbeelden van geven, zowel regionaal als lokaal? 3) Waarom wordt in het raadsvoorstel bij het juridisch kader verwezen naar de artikelen 2.9 en 8.1.1 lid 2 Jeugdwet? 4) Klopt het dat de artikelen 2.9 en 8.1.1 lid 2 Jeugdwet primair betrekking hebben op de rechtmatigheid van de jeugdhulp en niet op de kwaliteit van de (geleverde) zorg. 5) Op welke formeel wettelijke grondslag is de wijziging van de Verordening gebaseerd? 6) Is deze praktijk van regionaal/lokaal aangewezen toezichthouder kwaliteit jeugd nieuw, of zijn er andere regio’s ons al voorgegaan? 7) Hoe zijn de uitgebreidere bevoegdheden van zo’n toezichthouder kwaliteit jeugd juridisch afgedekt?

1

Technische vragen over lopende agendapunten 803

8) Is er afstemming met de IGJ geweest over de voorgestelde werkwijze met een toezichthouder kwaliteit jeugd? Zo ja, wat was hun reactie hierop? Zo nee, waarom niet?

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=2b8a1a77-a203-4b61-aa63-4137835c2369