CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

RV wijziging van de APV.docx

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 22 april 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)4.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORBLAD

Voorstel aan de Raad

Zaaknummer: Datum collegebesluit: Datum commissievergadering: Datum raadsvergadering:

Z/21/052707/237211 dinsdag 6 april 2021 donderdag 22 april 2021 donderdag 29 april 2021

Soort Voorstel: Onderwerp: Portefeuillehouder: Programma:

Adviesnota Wijziging van de APV Burgemeester Aptroot OOV

Kernboodschap:

De Algemene Plaatselijke Verordening wordt gewijzigd. De wijzigingen zijn gedeeltelijk tekstueel of wetstechnisch van aard vanwege ontwikkelingen in de rechtspraak en wetswijzigingen. Daarnaast wordt de Algemene Plaatselijke Verordening, naast de aanpassingen die de VNG voorstelt, op een aantal onderdelen ook inhoudelijk gewijzigd (lokale inkleuring). Deze wijzigingen betreffen nieuwe of aangepaste artikelen inzake een lachgasverbod, een verbod tot het oplaten van ballonnen en plastic/metalen confetti, een bredere toepassing van het artikel omtrent drugshandel op straat, een ruimere sluitingsbevoegdheid van de burgemeester met betrekking tot voor publiek openstaande gebouwen en een mogelijkheid tot het instellen van een verbod tot exploiteren van een bedrijf zonder benodigde vergunning bij criminogene gebouwen, bedrijven of gebieden.

Bijlagen:

Beslispunten

Buiten de wijziging van de APV, maar daaraan wel gelieerd, wordt de raad voorgesteld in te stemmen met een opdracht aan het college om, ten behoeve van accordering door de raad, een voorstel voor te bereiden waarin de kaders en voorwaarden worden beschreven ten behoeve van het toestaan van één speelautomatenhal in Voorschoten Ja 1. Was-wordt-tabel 2. VNG ledenbrief 2020 1.De verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2020 vast te stellen. 2. Het college opdracht geven om, ten behoeve van accordering door de raad, een voorstel voor te bereiden waarin de kaders en voorwaarden worden beschreven ten behoeve van het toestaan van één speelautomatenhal in Voorschoten.

Relatie met:

Pagina 1 van 15

Agendapunt:

Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:

Pagina 2 van 15

Adviesnota aan de Raad Onderwerp Wijziging van de APV Samenvatting De Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2020 (hierna: APV) is gebaseerd op het model van de VNG. De VNG wijzigt dit model regelmatig in verband met nieuwe wet- en regelgeving, jurisprudentie, gewijzigde inzichten en wensen vanuit de praktijk. Het is gebruikelijk dat de door de VNG voorgestelde wijzingen, voor zover mogelijk en relevant, worden doorgevoerd in de APV. Met kanttekening dat de model-APV als leidraad en basis dient en de model-APV ruimte laat voor lokale inkleuring. Hiermee kan beter worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en wordt afstemming met en harmonisatie van regelgeving in regionale samenwerkingsverbanden bevordert. Tevens worden hiermee juridische risico’s beperkt en wordt voorkomen dat beleid niet goed kan worden uitgevoerd. De voorgestelde wijzigingen zijn gebaseerd op het wijzigingsvoorstel van de VNG van 2020 en zijn voor een deel tekstueel of wetstechnisch van aard. Daarnaast wordt de APV ‘lokaal ingekleurd’ op een aantal belangrijke thema’s als ondermijning, overlast en milieu..

Voor wat betreft het thema ondermijning komen de wijzigingen mede voort uit een advies van het Regionale Informatie en Expertisecentrum (hierna:RIEC) omtrent de toevoeging van een aantal artikelen aan de APV die, mede in regionaal verband, de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit versterken. De inhoudelijke wijzigingen betreffen een toevoeging van een lachgasverbod, een verbod tot het oplaten van ballonnen en plastic/metalen confetti, een bredere toepassing van het artikel omtrent drugshandel op straat, een ruimere sluitingsbevoegdheid van de burgemeester met betrekking tot voor publiek openstaande gebouwen en een mogelijkheid tot het instellen van een verbod tot exploiteren van een bedrijf zonder benodigde vergunning bij criminogene gebouwen, bedrijven of gebieden., Tenslotte wordt de raad voorgesteld in te stemmen met een opdracht aan het college om, ten behoeve van accordering door de raad, een voorstel voor te bereiden waarin de kaders en voorwaarden worden beschreven ten behoeve van het toestaan van één speelautomatenhal in Voorschoten.De voornaamste APV- wijzigingen worden hierna nader toegelicht. Tekstuele wijzigingen

1.

Tekstuele wijzigingen:

a.

In verschillende artikelen wordt de zinsnede ‘op een vergunning’ vervangen door ‘op de aanvraag om een vergunning’;

b.

In verschillende artikelen wordt ‘Op de ontheffing’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een ontheffing’;

c.

Op de vrijstelling’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vrijstelling’

Pagina 3 van 15

Inhoudelijke en juridisch-technische wijzigingen Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichtingen Als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning is in het derde lid toegevoegd dat de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De toevoeging is ontleend aan de gemeentelijke praktijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft aan dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Artikel 2:48a Lachgas (nieuw) Het gebruik van lachgas, dat in de Opiumwet (nog) niet verboden is, wordt (met name onder jongeren) een steeds groter probleem. Het blijkt bij overmatig gebruik zeer schadelijk voor de gezondheid en leidt steeds vaker tot openbare orde problematiek op publieke plaatsen. Het lachgasgebruik neemt voorts landelijk in omvang steeds meer toe. Op dit moment zijn in Voorschoten nog geen concrete signalen van problematisch lachgasgebruik bekend. De verwachting luidt echter dat dat niet lang op zich zal laten wachten. Met het voorgestelde artikel kan er op dat moment direct worden opgetreden. Artikel 2:65 Bedelarij Er geldt een bedelverbod voor aangewezen plaatsen op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw. In het gewijzigde artikel wordt het begrip aangewezen plaatsen vervangen door het begrip ‘openbare plaatsen’, waardoor het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen gaat gelden.

‘Een voor het publiek toegankelijk gebouw’ voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden, is ook een openbare plaats. Artikel 2:74 Drugshandel op straat (aangepast) Het RIEC adviseerde deze uitbreiding in artikel 2:74 toe te voegen. Met de toevoeging wordt het gemakkelijker om tegen drugskoeriers op te treden nu “het zich daar heen en weer te bewegen” tevens strafbaar is gesteld. Artikel 2:80 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen (nieuw) Steeds meer gemeenten kennen een bepaling op grond waarvan de burgemeester de bevoegdheid heeft om in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid, of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, de gehele of gedeeltelijke sluiting te bevelen van een voor het publiek toegankelijk gebouw (niet zijnde een horeca-inrichting of seksinrichting) of een bij dat gebouw behorend erf. In de praktijk kan een dergelijke bevoegdheid worden ingezet als er bijvoorbeeld sprake is van witwassen of andere ondermijnende strafrechtelijke activiteiten vanuit winkels, garagebedrijven etc. Het RIEC heeft gemeenten in de regio geadviseerd een dergelijke bepaling in de APV op te nemen omdat deze in de (bestuurlijke) aanpak van ondermijning zeer betekenisvol kan zijn.

Artikel 2:81 Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning (nieuw) Het verbod tot het exploiteren van een bedrijf zonder benodigde vergunning betreft een bevoegdheid van de burgemeester om gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waar exploitatie van een bedrijf zonder vergunning verboden is. Het geeft de burgemeester een instrument in handen om ingeval van bedrijven die zich, naar verwachting, bezig houden met criminele activiteiten en niet over een vergunning beschikken, een vergunningplicht op te leggen, waarbij in de aanvraagprocedure het bedrijf (waaronder de exploitant en beheerder) met bibob nader onderzocht kunnen worden. Indien uit het bibobonderzoek zou blijken dat het bedrijf zich met criminele activiteiten bezig houdt, of bijvoorbeeld met crimineel geld legale activiteiten ontplooit (witwassen), dan zou de vergunning niet verleend worden en dient te exploitatie beëindigd te worden.

Pagina 4 van 15

Het betreft een verregaande bevoegdheid waar in de praktijk zeer terughoudend mee dient te worden omgegaan, bijvoorbeeld slechts na zeer sterke signalen vanuit de politie, na overleg met het RIEC en ervaringsgemeenten in de regio. Een aantal gemeenten heeft reeds, met wisselend succes, de afgelopen jaren met het artikel “geëxperimenteerd”. Een aantal zaken heeft stand gehouden, een aantal niet. Zo heeft onlangs de aanwijzing van autoverhuurbedrijven door de gemeente Tilburg geen stand gehouden bij de Raad van State omwille van een niet toereikende onjuiste motivering van het betreffende besluit. Er geldt voor een dergelijk verregaand besluit een zware motiveringsplicht waarbij onder meer, omdat het een APV-bepaling betreft, openbare orde- en veiligheidsgronden dienen te worden betrokken. Omdat er met de bevoegdheid ook duidelijk resultaat is geboekt, en er binnen de rechtsspraak steeds meer duidelijkheid komt over de randvoorwaarden omtrent toepassing van de bevoegdheid, wordt voorgesteld het betreffende artikel reeds in de APV op te nemen. Het RIEC heeft ook alle gemeenten in de regio daartoe geadviseerd. Artikel 3:7 Weigeringsgronden vergunning seksbedrijf In het eerste lid is tot uitdrukking gebracht dat de genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8.

In het eerste lid is onderdeel b geschrapt en zijn de overige onderdelen anders geletterd. Onderdeel b bevatte de weigeringsgrond ‘de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij’. Sinds 2015 is wettelijk sprake van ‘beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij’. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. In verband hiermee is ook in de Drank- en Horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. Artikel 4:8a Verbod oplaten ballonnen en plastic en metalen confetti. Opgelaten ballonnen - waaronder de biologisch afbreekbare exemplaren - die in de natuur terechtkomen, brengen volgens deskundigen ernstige schade toe aan natuur en milieu. Ze worden bijvoorbeeld opgegeten door vissen, vogels en andere dieren. Daarmee zorgen ze voor dierenleed door verstrikking in linten, of uithongering na het eten van ballonresten. Om deze reden nemen steeds meer gemeenten in de milieuparagraaf van de APV een verbod tot het oplaten van ballonnen op. Ook het buitengebruik van confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal brengen schade toe aan het milieu. Confetti waait weg, is lastig op te ruimen en blijft derhalve vaak achter in de openbare ruimte.

De GroenLinks fractie bereidde een initiatiefwetsvoorstel voor, gesteund door de D66-fractie, dat zag op een verbod tot het oplaten van ballonnen en het buiten gebruiken van plastic/metalen confetti. Het voorgestelde artikel 4:8a komt hieraan tegenmoet en voorziet in deze verboden. Indien de raad instemt met het voorgestelde artikel zal hierover actief gecommuniceerd worden naar onze inwoners. Toestaan verkenning één speelautomatenhal In november 2015 heeft de raad, naar aanleiding van twee verzoeken daartoe, besloten om in Voorschoten geen speelautomatenhallen toe te staan. Onlangs is een nieuw verzoek daartoe ontvangen. In steeds meer gemeenten worden speelautomatenhallen toegestaan omdat daarmee nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd voor bedrijven om zich in een gemeente te vestigen. Deze vestiging levert in de regel een positieve bijdrage aan de werkgelegenheid en de economie van een gemeente, maar heeft daarnaast ook mogelijke negatieve aspecten. De huidige APV bevat de bevoegdheid van de burgemeester om vergunningen voor speelautomatenhallen te verlenen, mits de vestiging ervan niet in strijd is met een bestemmingsplan of er andere zwaarwegende belangen zich tegen verzetten.

Pagina 5 van 15

Het college wil, indien de raad ten principale bereid is één speelautomatenhal toe te staan, opnieuw de mogelijkheid verkennen om in Voorschoten één speelautomatenhal toe te staan. Met het toestaan van één speelautomatenhal (door daarvoor het maximum op 1 te stellen in de APV) ontstaat een schaarse tijdelijke vergunning die een grote waarde vertegenwoordigd en die de gemeente mogelijk in een positie brengt deze te gelde te maken. Onderdeel van deze verkenning zal een in ieder geval een bredere verkenning zijn met betrekking tot bijvoorbeeld de economische-, openbare orde-, veiligheids-, en gezondheidsaspecten van een dergelijke vestiging maar zal zich eveneens richten op de mogelijkheden om een dan schaarse vergunning te gelde te maken. De verkenning zal vervolgens moeten leiden tot duidelijke kaders en voorwaarden voor een dergelijke vestiging, die ter accordering aan de raad zullen worden voorgelegd. Beoogd effect 1. Een op het VNG model-APV geactualiseerde APV die in overeenstemming is met (hogere) wet- en regelgeving, nieuwe jurisprudentie en nieuwe ontwikkelingen. 2. Het beperken van juridische risico’s en het voorkomen dat beleid niet goed kan worden uitgevoerd als gevolg van een verouderde APV. 3.

Met een geactualiseerde APV kan beter worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en wordt afstemming met en harmonisatie van regelgeving in regionale samenwerkingsverbanden bevordert. 4. Een versterking van het instrumentarium van de burgemeester in het kader van de aanpak van ondermijning: vergroten aanpak drugshandel op straat, sluiting van voor publiek toegankelijke gebouwen en het verbod tot exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning. 5. Het artikel omtrent lachgas maakt een directe aanpak van de problematiek, indien deze zich voordoet, mogelijk. 6. Met het verbod tot oplaten van ballonnen en plastic/metalen confetti, wordt schade aan natuur en milieu voorkomen. 7 Met het instemmen met een verkenning naar het toestaan van één speelautomatenhal ontstaan op termijn mogelijk economische en financiële voordelen voor de gemeente. Argumenten Zie toelichting op de voorgestelde wijzigingen. Kanttekeningen Niet van toepassing. Communicatie/Inwonersparticipatie Burgerparticipatie is ingeval van de te wijzigingen APV in de regel niet aan de orde. De verordening worden op de gebruikelijke wijze gepubliceerd op de gemeentelijke website en op de website www.overheid.nl (lokale bekendmakingen). De geconsolideerde tekst van de APV wordt beschikbaar gesteld op de website www.overheid.nl (lokale regelingen).

Met betrekking tot het verbod oplaten van ballonnen en plastic/metalen confetti zal nadere communicatie richting inwoners plaatsvinden. Financiën Niet van toepassing. Risico’s Niet van toepassing. Duurzaamheid Met de opname van het verbods-artikel inzake ballonnen en plastic/metalen confetti wordt een bijdrage geleverd aan de bescherming van natuur en milieu.

Pagina 6 van 15

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A.R. de Graaf, gemeentesecretaris

Pagina 7 van 15

Ch.B. Aptroot, burgemeester

Besluit Zaaknummer:

Z/21/052707/237211

De raad der gemeente Voorschoten; Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 6 april 2021,

besluit: 1.

Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020 wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1:1 wordt in de definitie van ‘voertuig’ de zinsnede ‘met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen’ vervangen door ’met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen’. B In de artikelen 2:9, vierde lid, 2:29, achtste lid, 2:29a, negende lid, 2:64, zesde lid, 5:2, vijfde lid, 5:3, derde lid, 5:6, vierde lid, 5:7, derde lid, 5:8, vijfde lid, en 5:36, vierde lid, wordt ‘Op de ontheffing’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een ontheffing’. C Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: In het achtste lid wordt ‘Op de vergunning’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vergunning’. D In de artikelen 2:11, vijfde lid, 2:25, tiende lid, 2:28, vijfde lid, 2:39, vierde lid, 2:72, tweede lid, 5:13, vierde lid, 5:15, tweede lid en 5:18, derde lid, wordt ‘Op de vergunning’ vervangen door ‘Op een aanvraag om een vergunning’.

Pagina 8 van 15

E In de artikelen 2:24, eerste lid, onder b, en 5:14, tweede lid, onder b, wordt ‘artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet’ vervangen door ‘artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet’. F Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: In het negende, wordt ‘slecht levensgedrag’ vervangen door ‘in enig opzicht van slecht levensgedrag’.

G Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt te luiden: 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning en de vrijstelling H In artikel 2:34b, derde lid, wordt ‘het eerste lid, onder a,’ vervangen door ‘het tweede lid’. I Na artikel 2:48 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:48a Lachgasverbod

Pagina 9 van 15

1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. J In artikel 2:65 wordt ‘op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw’ vervangen door ‘op een openbare plaats’. K In artikel 2:67, derde lid, wordt ‘Op de vrijstelling’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vrijstelling’.

L Artikel 2:74 wordt als volgt gewijzigd: Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden of zich daar heen en weer te bewegen, met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. M Na artikel 2:79 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:80 Sluiting van voor publiek toegankelijke gebouwen 1. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: a. is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen; b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; c. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; d. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of

Pagina 10 van 15

e. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 3. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van het gebouw, de inrichting of de ruimte, of in de directe nabijheid daarvan. 4. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. 5. Het is verboden een gebouw, inrichting of ruimte te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 6. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf het gebouw, de inrichting of de ruimte te betreden. 7. Het derde, vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing als de burgemeester krachtens artikel 174a van de Gemeentewet of artikel 13b van de Opiumwet heeft besloten tot sluiting van een woning, een lokaal of een bij de woning of dat lokaal behorend erf.

N Na artikel 2:80 (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:81 Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. Beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten; c. Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit of door de exploitant en/of beheerder onder druk staat. Het aanwijzingsbesluit bepaalt de duur van de periode dat de aanwijzing geldt. Deze duur bedraagt maximaal vijf jaar en kan – indien dat met het oog op de bovengenoemde belangen naar het oordeel van de burgemeester nodig is – eenmalig worden verlengd met nogmaals een termijn van maximaal vijf jaar. 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied, of b. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of c.in door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteiten. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:

Pagina 11 van 15

a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn; e. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersverordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of g. indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken; h. indien niet is voldaan aan de bij of krachtens de in dit artikel gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag. 5.

De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een verklaring omtrent gedrag (VOG); g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. h. naast de bovengenoemde gegevens kunnen gegevens en bescheiden worden verlangd van de aanvrager die verband houden met registraties van het specifieke gebouw of de specifieke bedrijfsmatige activiteit, waarop de aangevraagd exploitatievergunning betrekking heeft. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; e. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersverordening of een geldende

Pagina 12 van 15

omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; g. Indien de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; 8. De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of gedeelte van een gebouw bevelen indien het daarin gevestigde bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met k, van toepassing is. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het zevende lid van deze bepaling gesloten bedrijf of gebouw te betreden of daarin te verblijven.. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien uit later bekend geworden feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat de bescherming van de belangen in verband waarmee deze regeling van kracht is, geen langere sluiting vergen. 11.

De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand, aan de burgemeester te melden en een wijziging van zijn vergunning aan te vragen. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. Indien niet binnen een maand na de verandering van omstandigheden een aanvraag wordt ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een bestaande vergunning vervalt, zodra de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, in werking treedt. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is. 13. Het aanwijzingsbesluit geldt voor het aangewezen gebouw, het aangewezen gebied en de aangewezen bedrijfsmatige activiteiten direct na de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Voor bedrijven die vóór de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit in het aangewezen gebouw of gebied gevestigd waren en/of zich bezig hielden met de aangewezen bedrijfsmatige activiteiten, dient in het aanwijzingsbesluit een redelijke overgangstermijn geboden te worden, na het verstrijken waarvan het verbod uit het derde lid van toepassing wordt.

De overgangstermijn bedraagt 1 jaar. 14. Op de aanvraag om vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. O In artikel 3:3, vijfde lid, wordt ‘één seksinrichting’ vervangen door ‘een seksinrichting’. P Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht: a. In de aanhef wordt ‘Een vergunning wordt geweigerd als’ vervangen door ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als’. b. Onderdeel b vervalt. c. De onderdelen c tot en met k worden geletterd b tot en met j.

Pagina 13 van 15

2. In het tweede lid, aanhef, wordt ‘het eerste lid, onder h,’ vervangen door ‘het eerste lid, onder g,’. 3. In het derde lid wordt ‘het eerste lid, onder h en i,’ vervangen door ‘het eerste lid, onder g en h,’. 4. In het vierde lid wordt ‘het eerste lid, onder h en i,’ vervangen door ‘het eerste lid, onder g en h,’. Q In artikel 3:9, eerste lid, onder e, wordt ‘artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met i’ vervangen door ‘artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h’. R Na artikel 4:8 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 4:8a Verbod oplaten ballonnen en plastic en metalen confetti 1. Het is verboden één of meerdere ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. 2. Onder ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon, etc. 3. Het buitengebruik van confetti bestaande uit kleine snippers die (deels) gemaakt zijn van plastic en/of metaal, is verboden. 4. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste en derde lid genoemde verbod.

S In de artikelen 5:17, tweede lid, en 5:22, tweede lid, onder a, wordt ‘artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet’ vervangen door ‘artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet’. T In artikel 6:7 wordt ‘2020’ vervangen door ‘2021’.

Pagina 14 van 15

Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie.

2.

Het college opdracht te geven om, ten behoeve van accordering door de raad, een voorstel voor te bereiden waarin de kaders en voorwaarden worden beschreven ten behoeve van het toestaan van één speelautomatenhal in Voorschoten.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 29 april 2021.

de griffier,

de voorzitter,

Drs. B.J. Urban

Ch.B. Aptroot

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=36042469-7e3c-46b2-95d6-c3701e3cee7f