RV Wensen en bedenkingen Regionale agenda omgevingsvisie Holland Rijnland
Tekst van het document
&VOORBLAD
Voorstel aan de Raad
Zaaknummer: Datum collegebesluit: Datum commissievergadering: Datum raadsvergadering:
20/045968/242410 dinsdag 4 mei 2021 donderdag 27 mei 2021 donderdag 10 juni 2021
Soort Voorstel: Onderwerp:
Adviesnota Wensen en bedenkingen Regionale Omgevingsagenda 2040 Omgevingsvisie Holland Rijnland
Portefeuillehouder:
Wethouder Cramwinckel
Programma:
7. Volksgezondheid en Milieu
Kernboodschap:
Op verzoek van het AB heeft de regio Holland Rijnland met alle betrokken gemeenten een Regionale Omgevingsagenda 2040 opgesteld. Hierin worden grote regionale ruimtelijke opgaven bij elkaar gebracht. Het gaat om de Woningbouwopgave, de Regionale Strategie Mobiliteit, de Regionale Energie Strategie en de groene nota’s. In het voorstel worden de hoofdlijnen van het plan besproken. Onder kanttekeningen staat de concept wensen & bedenkingen van het college. Ze worden aangevuld met de in amendementen en moties opgenomen wensen en bedenkingen van de raad.
Bijlagen:
Bijl.1 Holland Rijnland Regionale Omgevingsagenda 2040 Bijl.2 Brief aan AB regio Holland Rijnland “Wensen en bedenkingen Voorschoten”
Beslispunten
In te stemmen met de inhoud van de bijgevoegde wensen & bedenkingenbrief aan het bestuur van Holland Rijnland
Relatie met:
Pagina 1 van 8
Agendapunt: Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Adviesnota aan de Raad Onderwerp
Wensen en bedenkingen Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland Samenvatting Voor u ligt de Regionale Omgevingsagenda voor Holland Rijnland, bijlage 1. Dit document komt voort uit de opdracht van het Algemeen Bestuur d.d. nov. 2019 om de Regionale Agenda voor Holland Rijnland te gaan uitwerken. Op dat moment is ook de behoefte uitgesproken een Integraal Ruimtelijk Afwegingskader voor Holland Rijnland te gaan opstellen, omdat gesteld werd dat alle ambities ruimtelijke consequenties kennen en dat de hypothese leeft dat die wensen en ambities niet allemaal mogelijk zouden zijn binnen de regio: nadere keuzes zijn nodig bij de uitwerking ervan. Status Regionale Omgevingsagenda Er is gekozen voor de status van een Regionale Omgevingsagenda. Een zelfbindend document in het kader van de Omgevingswet. De ambitie is dat de inzichten uit deze visie worden verwerkt in de lokale omgevingsvisies en -plannen van de deelnemende 13 gemeenten (Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk, Katwijk, Oegstgeest, Leiden, Leiderdorp, Kaag en Braassem, Zoeterwoude, Voorschoten, Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn). In deze agenda worden de regionale opgaven en keuzes uiteengezet. Locaties of thema’s waar meerdere opgaven, belangen en schaalniveaus bij elkaar komen.
Vanuit deze omgevingsagenda kunnen noodzakelijke en urgente activiteiten, uitgewerkt in regionale omgevingsprogramma’s, worden geborgd in de nationale omgevingsagenda als ook provinciaal kader. De inzet is om de Regionale Omgevingsagenda te laten vaststellen op 30 juni 2021 door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. Daarbij is de agenda als adaptief document voor dat moment vastgesteld. Door voortschrijdend inzicht zal het document de komende jaren steeds bijgesteld kunnen worden. Uitnodiging tot indienen wensen en bedenkingen Aangezien het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland deze Regionale Omgevingsagenda gaat vaststellen, vraagt de regio Holland Rijnland de raad om wensen en bedenkingen in te dienen op het voorliggende document, bijlage 2. Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland neemt uw wensen en bedenkingen mee in de besluitvorming die is voorzien op 30 juni 2021. Beoogd effect De Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland 2040 is opgesteld op verzoek van het Algemeen Bestuur. Beoogd effect is het bieden van een integraal ruimtelijk kader voor de regio: 1. 2. 3.
als onderbouwing voor ruimtelijke claims richting andere overheden en instellingen als onderbouwing voor verzoeken om samenwerking en steun van andere overheden en instellingen dat beoogt een antwoord te geven op de vraag hoe de druk op de regio kan worden benut om de aantrekkelijkheid van de regio te behouden en versterken.
Toelichting De Regionale Omgevingsagenda is het bod van de regio Holland Rijnland voor de landsdelige Regionale Omgevingsagenda Zuid-West, de agenda waarmee Zuid-Holland en Zeeland hun ambities kenbaar maken voor de nationale uitvoeringsagenda van het rijk. Voor grotere investeringen in de fysieke leefomgeving van de deelnemende gemeenten is het essentieel dat hun belangen goed geborgd zijn in de uitvoeringsagenda’s van de verschillende hogere overheden. Daarnaast is het wenselijk dat de inspanningen van Holland Rijnland meer focus krijgen. Strategieën voor energie, mobiliteit, maar ook van economie en landschap hangen direct samen met de verstedelijkingsopgave van de regio. Door de verschillende opgaven in hun samenhang af te wegen ontstaat synergie. De Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland 2040 is de opmaat naar het werken in de geest van de Omgevingswet in regionaal verband. Het is een eerste stap in de integratie van de verschillende beleidsdomeinen binnen Holland Rijnland. Er worden drie belangrijke ruimtelijke documenten: de Regionale energie strategie Holland Rijnland 1.0 (RES 1.0), de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) en de Regionale Omgevingsagenda in één bestuurlijk traject ter besluitvorming aangeboden. Argumenten vanuit de Regionale Omgevingsagenda 1.1.
We *) gaan uit van eigen kracht Vanuit eigen kracht en identiteit redenerend is deze ruimtelijke vertaalslag nuttig om te komen tot realisatie van de doelstellingen uit de Regionale Agenda Holland Rijnland. Zowel de stedelijkheid, hoogwaardige bedrijvigheid en verbindingen met andere economieën en de wereld, als het uitstekende vestigingsklimaat in een zeer gewaardeerd divers cultuur- en natuurlandschap zijn hiervoor van belang. En dat maakt ook de troefkaart van deze regio zichtbaar, want deze regio is uniek en veelzijdig in de drukke Randstad. Er is op dit moment ook momentum vanwege de activiteiten en plannen vanuit de hogere en andere overheden. Zo worden voor het opstellen van de Agenda Nationale Omgevingsvisie voor het Groene Hart de eerste stappen gezet, worden nadere afspraken gemaakt naar aanleiding van het verschijnen van de landsdelige Omgevingsagenda Zuid West (voor Zuid-Holland en Zeeland), en worden middelen vrijgemaakt vanuit het nationale Groeifonds voor o.a. infrastructuur. Ook de Groeiagenda voor Zuid-Holland gaat haar (economische) uitwerkingen kennen. Dan is het goed dat de regio haar eigen verhaal opgesteld heeft. 1.2 De ruimte is beperkt, keuzen zijn nodig Reuring en rust zijn nu in goede balans in de regio. Tegelijkertijd is deze balans kwetsbaar. Er is enorme druk op de ruimte vanuit de stedelijke gebieden in en om de regio.
Transitieopgaven zullen invloed hebben op zowel de stad (zoals klimaatadaptatie) als op het landschap (zoals de energietransitie en mobiliteit). De bereikbaarheid, het waterbeheer en energievoorziening lopen nu al tegen de grenzen van het systeem aan. Dat vraagt om een integrale benadering. 1.3 Integrale benadering In de kern gaat de Regionale Omgevingsagenda in op de vraag hoe op integrale wijze alle ruimte-vragende functies een plek kunnen krijgen of waar keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij gaat het o.a. om toekomstige woningbouw of locaties voor bedrijvigheid. Ook is daarbij
nadrukkelijk integraal gekeken naar de samenhang met en gevolgen op andere thema’s zoals, naast wonen en werken, bereikbaarheid, natuur en landschap, energie, klimaat en gezondheid. *) “We” is de regio Holland Rijnland, de regievoerder van de Regionale Omgevings Agenda namens de deelnemende gemeenten. Want we willen niet alleen wonen in onze mooie regio, maar ook werk vinden, alle gebieden kunnen bereiken, genieten van de diverse landschappen, de stroomvoorzieningen met duurzame bronnen op peil houden, rekening houden met klimaatverandering en dat alles met zo gezond mogelijke inwoners en een prettig leefklimaat voor mens, plant en dier. Deze omgevingsagenda staat daarmee niet op zichzelf, maar hangt zeer nauw samen met de andere regionaal strategische documenten die momenteel in ontwikkeling zijn, zoals de Regionale Energie Strategie (RES), de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) en de mogelijk toekomstige Regionale Landschapsstrategie. De reeds verschenen subregionale agenda’s (Omgevingsagenda Hart van Holland, Strategische Agenda Rijn en Veenstreek, en Strategische Agenda Ruimte Duin en Bollenstreek) vormen belangrijke bouwstenen voor dit regionale perspectief. 1.4 Verstedelijking tot 2030 In deze agenda gaan we uit van een aantal zaken, zoals fasering in de tijd: we willen duidelijk de volgtijdelijkheid naar voren brengen in onze plannen en opgaven.
We respecteren bestaande verstedelijkingsafspraken en zoeken voor de middellange en lange termijn naar aanvullende oplossingen in de regio. Allereerst sluiten we qua ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio aan op landelijk en provinciaal beleid zoals NOVI Groene Hart, bijdragen leveren aan de Groeiagenda Zuid-Holland, en uitvoeren van afspraken die zijn gemaakt op het gebied van woningbouw, mobiliteit en economie. Ook de Verstedelijkingsstrategie als leidraad voor toekomstige ontwikkeling omarmen we. En dat betekent ook dat we alle vastgestelde en harde plannen voor nieuwbouw of andersoortige afspraken meenemen als gegeven en dat die niet ter discussie staan. Maar bestaande afspraken (op het gebied van verstedelijking en mobiliteit) zijn niet altijd voldoende om deze verstedelijking op de kortere termijn te kunnen realiseren. 1.5 As Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn Op langere termijn na 2030 zetten we in op verdere ruimte bieden voor grote verstedelijkingsvraagstukken op de gehele as Katwijk Leiden Alphen aan den Rijn, om aan de ene kant ruimte voor deze vragen te bieden, complementariteit tussen deze kernen te bieden en ondersteunend aan elkaar te laten zijn. Daarmee ontstaat een sterk cluster, een motorblok welke is “opgehangen” aan de nationale noord-zuid en oost-west structuren in de Randstad. Met letterlijk knooppunt Leiden Centraal als draaischijf in de regio.
1.6 Vitale en veelkleurige kernen er om heen De nadruk voor de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn is een bewuste keuze om de gebieden buiten deze zone zoveel mogelijk te ontzien. We willen daar geen grootschalige woningbouw realiseren en daarmee de landelijke kwaliteit van delen van de regio behouden. Dat betekent niet dat er in de vitale en veelkleurige kernen niks meer kan, maar wel met respect voor het omringende landschap: landschappelijke verstedelijking, kleinschalig, en passend binnen het karakter van het woon- werk en het landschappelijke klimaat. Zo blijven alle kernen vitaal in Holland Rijnland. Overigens worden alle afspraken die er tot 2030 zijn gemaakt rondom woningbouw in alle gemeenten gerespecteerd. Natuur, groen en water dienen een plek dichtbij huis te krijgen, ook gezien de klimaatopgaven waarvoor de regio gesteld wil staan. Een gezonde leefomgeving staat in de regio Holland
Rijnland hoog in het vaandel. Bereikbaarheid van groene en waterrijke gebieden, zowel klein als groot, in en om de stad, is daarvoor een randvoorwaarde. 1.7 Landschapsstrategie Voor het landschap willen we maatwerk bieden in een landschapsstrategie. Delen van het landschap zijn beschermd, functioneren prima, en zijn uniek in zijn soort. We denken daarbij aan de kust en de Hollandse Duinen, de Hollandse plassen en de Nieuwkoopse plassen. Het landschap kent echter ook vele transitie opgaven. Voor een deel zal het landschap op dezelfde wijze doorontwikkeld kunnen worden en kan blijven bestaan zoals het is. Maar voor een deel zijn de transitie opgaven zo groot dat wijziging en doorontwikkeling van landschappen onvermijdelijk zijn. Dit doen we met een strategie voor het landschap, uiteraard samen met de beheerders van het betreffende landschap. 1.8 Nieuwe opgaven Of het landschap nou stedelijk, groen of blauw is, de komende periode zal het landschap verrijkt worden met (nieuwe) opgaven die op ons afkomen. Een daarvan is de energie opgave die gaat leiden tot ruimteclaims voor de elektriciteits-infrastructuur en de opwek voor duurzame energie met zon en wind. De RES 1.0 biedt daartoe voor de kortere termijn voldoende aanknopingspunten, voor de langere termijn na 2030 is een volgende slag nodig.
1.9 Extra woningbouw na 2030 : 30.000 woningen Een extra verstedelijkingsopgave is opgenomen in het “Dashboard Verstedelijking en Landschap”. In deze ruimtelijke verkenning is de hypothese opgenomen dat er nog 30.000 extra woningen na 2030 nodig zijn in onze regio. Volgens welke scenario’s zou dat kunnen, wat levert dat voor dwarsverbanden en onderliggende afhankelijkheden op, en zijn maatschappelijke consequenties te benoemen, zoals effecten op modal split of effecten op de energie-infrastructuur of landschap? Op basis van vier extreme scenario’s uitgaande van geconcentreerde als ook verspreide extra woningbouw, zijn argumenten verzameld voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, met samenhangende consequenties, kansen en uitdagingen. Dit heeft geleid tot het benoemen van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn als een duurzaam concept voor toekomstige ruimtelijk-economische ontwikkeling op de langere termijn in onze regio. 1.10
Richting een uitvoeringsprogramma
Na vaststelling van deze Regionale Omgevingsagenda willen we een integraal uitvoeringsprogramma gaan opstellen. Daarmee gaan we uitvoeringslijnen opstellen geïntegreerd met ingrediënten uit de RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM). Daartoe zien we uitvoeringslijnen ontstaan, die nodig zijn voor
het uitwerken van de ontwikkelmogelijkheden van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn met interne faseringsstrategieën een landschapsstrategie gericht op het versterken van de diverse landschappen het gefaseerd kunnen ontwikkelen van Alphen aan den Rijn als complete stad en als knooppunt met intercitystation ontwikkeling van huidige en toekomstige infrastructuur in het oostelijk deel van de regio speciale aandacht geven we ook aan de Duin- en Bollenstreek gezien de vele ruimteclaims, het karakter van het veelkleurige en kleinschalige landschap, en de ligging nabij grote ontwikkelingen in de Haarlemmermeer (zoals woningbouw, infrastructuur en Schiphol). 1.11
Rijn- en Veenstreek
In de Rijn- en Veenstreek is de dubbele doelstelling voor verstedelijking en doorontwikkeling van het landschap integraal overgenomen. De vrees kan bestaan in hoeverre de vitale en veelkleurige kernen kunnen bestaan zonder op slot te gaan, ook in relatie tot de ontwikkeling van Alphen aan den Rijn als complete stad. In de Regionale Omgevingsagenda gaan de kernen geenszins op slot. Kernen liggen dichtbij de metropoolregio Amsterdam en zeker in de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop is de druk op de woningmarkt ook groot. Een combinatie van woningen bijbouwen voor eigen behoefte, voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling, inbreiden en beperkt landschappelijk verstedelijken langs de randen van de kernen blijft mogelijk. Altijd met inachtneming van het prachtige en veelzijdige landschap dat onze regio rijk is. Met een Noord-zuid verbinding tussen Zoetermeer via Alphen aan den Rijn naar de Metropoolregio Amsterdam en Schiphol hebben we een stip op de horizon gezet, die op termijn gefaseerd ontwikkeld kan gaan worden. 1.12
Duin- en Bollenstreek
In de Duin- en Bollenstreek is met een Strategische agenda ingezet op zoveel mogelijk aansluiten wat reeds goed is en wat verbeterd kan worden. We zien veel beleidsuitgangspunten in deze subregio, maar ook veel kansen en uitdagingen. De balans in oog blijven houden in deze subregio is er een waar we als regio graag in willen bijdragen, met inachtneming van afspraken die zijn gemaakt voor de Hollandse Duinen, de Greenport, en de ambities van bijvoorbeeld de kuuroord status Noordwijk. De ruimte is beperkt, dus ook hier geldt, het komt uit de lengte of uit de breedte, en op zoek naar slimme combinaties. Dat betreft o.a. ook de benodigde aandacht voor de mobiliteit in de Duin- en Bollenstreek, zowel in het noordelijke deel richting Haarlemmermeer als in het gehele gebied richting A44. Daarbij speelt HOV en infrastructuur voor alle modaliteiten een rol. Kanttekeningen 1.
De keuzen en knelpunten komen niet goed tot uiting en belangrijke nota’s worden nauwelijks geïntegreerd.
Op dit moment bevindt de regio zich op het kruispunt om keuzes te maken die richtinggevend zijn voor de toekomst. Deze keuze zal per onderwerp en mogelijk per gemeente verschillen. De regio schrijft: ”Omdat de diversiteit aan opgaven groot is, evenals de urgentie voor veel van deze opgaven en de beschikbare middelen niet oneindig zijn, zullen er keuzes gemaakt moeten worden hoe de ruimte in Holland Rijnland wordt ingezet. Wat voor soort regio wil Holland Rijnland zijn en welke stappen zetten we daarbij naar de toekomst? Een Regionale Omgevingsagenda is immers alleen van waarde als hij ook op regionaal draagvlak kan rekenen. Daarbij zal de agenda ook helder moeten maken welke vragen voor samenwerking of ondersteuning er zijn naar andere overheden, zoals de naastgelegen (metropool)regio’s, provincies en het Rijk.” Dit wordt echter o.i. onvoldoende uitgewerkt. De Regionale energie strategie Holland Rijnland 1.0 (RES 1.0) en de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) komen onvoldoende aan bod in de Regionale Omgevingsagenda. 2.
Wensen en bedenkingen staan in de brief aan het AB
In bijlage 2 zijn de wensen en bedenkingen die het college aan de raad voorstelt, opgenomen.
Communicatie De Regionale Omgevingsagenda is een samenvoeging van bestaande nota’s en beleidsplannen. In dit proces heeft geen externe communicatie plaats gevonden. Financiën De Regionale Omgevingsagenda heeft in dit stadium van planvorming geen financiële consequenties voor de deelnemende gemeenten. Bij uitwerking van deelplannen zijn die er wel. De financiële gevolgen worden separaat voorgelegd. Volgen van en meedenken aan de planvorming van de Regionale Omgevingsagenda en het vervolg erop vergen ambtelijke capaciteit. Risico’s De Regionale Omgevingsagenda beoogt knelpunten en daarmee risico’s in beeld te brengen. De nota is nog niet zo ver ontwikkeld dat deze risico’s al benoemd kunnen worden. Duurzaamheid Dit aspect is onvoldoende tot uiting gekomen omdat de Regionale Energie Strategie en de Regionale Strategie Mobiliteit niet zijn uitgewerkt.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf, gemeentesecretaris
N. Stemerdink , burgemeester
Besluit Zaaknummer:
20/047994/242410
De raad der gemeente Voorschoten, gezien de aanbiedingsbrief van het bestuur van Holland Rijnland d.d. 15 april 2021 gelezen de Nota Regionale Omgevingsagenda 2040, april 2021; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 4 mei 2021; overwegende dat artikel 3.1 van de nog niet in werking getreden Omgevingswet hem verplicht om een omgevingsvisie vast te stellen; dat bij de voorbereiding van de omgevingsvisie en het overige gemeentelijk omgevingsbeleid een regionaal kader gewenst is dat hieraan optimaal bijdraagt;
besluit: In te stemmen met de inhoud van de bijgevoegde wensen & bedenkingenbrief aan het bestuur van Holland Rijnland.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 11 juni 2021.
de griffier,
de voorzitter,
drs. B.J. Urban
N. Stemerdink