RV Vaststellen Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Holland Rijnland
Tekst van het document
VOORBLAD
Voorstel aan de Raad
Zaaknummer: Datum collegebesluit: Datum commissievergadering: Datum raadsvergadering:
Z/20/042310/241404 maandag 26 april 2021 donderdag 27 mei 2021 donderdag 10 juni 2021
Soort Voorstel:
Adviesnota
Onderwerp: Portefeuillehouder:
Vaststellen Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Holland Rijnland Wethouder Spil
Programma:
7 Volksgezondheid en Milieu
Kernboodschap:
De raad wordt voorgesteld de RES1.0 Holland Rijnland vast te stellen. Dit is een plan voor de regio Holland Rijnland waarmee richting wordt gegeven aan de ambitie om in 2030 49 % van al onze energie duurzaam op te wekken. Energiebesparing is een belangrijk onderdeel: wat je niet nodig hebt aan energie hoef je niet op te wekken. Het plan geeft aan dat de regio 1,1 TWh van alle energie duurzaam wil opwekken met zon op daken, zonnevelden en windmolens. Voor Voorschoten zijn twee zoekgebieden voor zonnevelden aangegeven. De gemeente laat een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren, omdat ze twijfelt aan de realisatiekans gezien de beschermende regimes in dit gebied. Windmolens staan voor Voorschoten niet op de kaart. Naast opwek van duurzame energie is een hoofdstuk gewijd aan duurzame mobiliteit (minder autorijden en meer elektrisch rijden) en aan de warmtetransitie en de aanleg van een restwarmtenet vanuit Rotterdam. Daar gaan we actief mee aan de slag.
Bijlagen:
Bijlage 1 RES 1.0 Holland Rijnland apr 2021 Bijlage 2 Kaart RES 1.0 apr 2021
Beslispunten
1. 2. 3. 4.
Relatie met:
Pagina 1 van 11
De RES 1.0 vast te stellen Geeft het college de opdracht de haalbaarheid van zonnevelden in Voorschoten te onderzoeken Geeft het college de opdracht de kansen voor energiebesparing, duurzame mobiliteit en restwarmte uit te werken. Geeft het college de opdracht de RES 1.0 mee te nemen in de verankering van het (omgevings)beleid Agendapunt: Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Adviesnota aan de Raad Onderwerp Vaststellen Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Holland Rijnland Samenvatting De raad wordt gevraagd de RES 1.0 vast te stellen. Dit is een plan voor de regio Holland Rijnland waarmee richting wordt gegeven aan de ambitie om in 2030 49 % van al onze energie duurzaam op te wekken. Het Nationaal Programma RES heeft aan alle 30 regio’s van Nederland gevraagd het concept bod van 2020 nader uit te werken in een RES 1.0 en per 1 juli 2021 het definitief bod in te dienen. Het rijk beoordeelt vervolgens of alle regio’s samen voldoen aan de opgave van de opwek van 35 TWh duurzame energie in 2030. De RES 1.0 van de regio Holland Rijnland richt zich op energiebesparing, duurzame mobiliteit, benutten van een restwarmtenet en opwek van duurzame energie. Energiebesparing is een belangrijk onderdeel: wat je niet nodig hebt aan energie hoef je niet op te wekken. Het plan geeft aan dat de regio 1,1 TWh van alle energie duurzaam wil opwekken met zon op daken, zonnevelden en windmolens. Voor Voorschoten zijn twee zoekgebieden voor zonnevelden aangegeven. Van de gemeente wordt gevraagd met inwoners en stakeholders uit te zoeken of en waar dit haalbaar is. Windmolens staan voor Voorschoten niet op de kaart.
Naast opwek van duurzame energie zijn hoofdstukken gewijd aan duurzame mobiliteit (minder autorijden en meer elektrisch rijden) en aan de warmtetransitie en de aanleg van een restwarmtenet vanuit Rotterdam. De gemeenten gaan de komende periode hun bijdrage aan de RES nader uitwerken en zo mogelijk verwerken in de Omgevingsplannen. Voorschoten zal een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar de kansen van de zonnevelden. Het college ziet weinig kans op realisatie, gezien de beschermende regimes (o.a. monumentenstatus) van dit gebied. Voor de totale energietransitie wordt een participatieproces gehouden, dat dit jaar wordt uitgevoerd. De resultaten worden meegenomen in de RES 2.0 die na de zomer van start gaat. Inleiding en context In 2019 presenteerde het kabinet het Klimaatakkoord. Nederland gaf hiermee invulling aan de internationale klimaatafspraken van Parijs. Daarin maakten 195 landen afspraken om de CO2uitstoot te verminderen en zo de wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden Celsius te beperken. De decentrale overheden hebben allen het Nationale Klimaatakkoord onderschreven via de koepelorganisaties (VNG, IPO, UvW), waarbij voorwaarden gesteld zijn. In het Klimaatakkoord staat onder meer dat dertig energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe ze kunnen bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. Ze leggen dit vast in een eigen Regionale Energie Strategie (RES).
De RES 1.0 is dus geen doel op zich, maar een middel om onderdelen van het Nationale Klimaatakkoord te realiseren. De RES wordt tweejaarlijks geactualiseerd, waarbij ruimte bestaat voor nadere uitwerking en aanpassingen.
Pagina 2 van 11
De RES maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma RES, een gezamenlijke interbestuurlijk programma van Rijk en decentrale overheden, inclusief de VNG. Het NP RES vraagt alle regio´s de RES 1.0 per 1 juli 2021 aan te leveren. Holland Rijnland is één van die dertig regio’s. Met dertien gemeenten, twee waterschappen, de provincie, de netbeheerder en andere partijen is vormgegeven aan de RES 1.0 van Holland Rijnland. Deze kent zijn basis onder meer in het Regionale Energieakkoord uit 2017. Hierin is door de samenwerkende overheden in Holland Rijnland uitgesproken om in 2050 energieneutraal te zijn. De RES gaat in elk geval in op opwek van hernieuwbare elektriciteit en warmte. Proces van tot stand komen van de RES 1.0 In 2019 en de eerste helft van 2020 is eerst gewerkt aan de Concept RES 1.0. Die is tot stand gekomen in een intensief samenwerkingsproces tussen publieke partners, de netbeheerder en brede belanghebbenden. Het document is medio 2020 voorgelegd aan de dagelijkse besturen (DB) van de overheidspartners (gemeenten, provincie en waterschappen). De concept RES 1.0 is besproken in de raad van 11 juni 2020, waarbij de raad wensen en bedenkingen kon indienen. Deze zijn vastgesteld en per brief aangeboden aan de Stuurgroep RES.
Ook de Programmaraad, een adviserend orgaan waarin het bedrijfsleven en maatschappelijke partners zijn vertegenwoordigd, heeft wensen en bedenkingen ingediend. Op basis hiervan heeft de voorzitter van de Stuurgroep eind september 2020 de Concept RES met de ontvangen wensen en bedenkingen aan het NP RES aangeboden. Drie regionale werkgroepen (energiebesparing, warmte en elektriciteit) hebben gewerkt aan uitwerking van de thema’s en opstellen van de kaart voor elektriciteit. Aan de hand van onder meer bestuurlijke weging, (on)mogelijkheden vanuit het elektriciteitsnetwerk, de ruimtelijke kwaliteit en het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak zijn kaarten en teksten tot stand gekomen. Deze zijn in het PHO van 31 maart vastgesteld. Ook werd een oplegnotitie voor de AB’s (gemeenteraden) vastgesteld. Hierop is deze adviesnota voor de raad gebaseerd. De term “we” betekent “alle partijen vertegenwoordigd in de RES Regio Holland Rijnland”. Beoogd effect De RES 1.0 is een belangrijke tussenstap op weg naar 2030 (49% CO2 reductie) en uiteindelijk 2050 (95% CO2 reductie). We gaan dus alleen duurzame energie opwekken zonder gebruik van fossiele brandstoffen. 1. De opgave De opgave voor elektriciteit is gericht op realisatie in 2030 van zonne- en windenergie binnen onze regio. Hiervoor moeten de vergunningen per 2025 verleend zijn.
De RES wordt geacht inzicht te geven in de regionale bijdrage aan de nationale opgave van 35 TWh aan grootschalige duurzame opwek van elektriciteit per 20302. Deze bestaat uit bijdragen aan elektriciteit vanuit: 1. Zonnepanelen op grote daken 2. Zonnevelden 3. Wind op land
Pagina 3 van 11
In het Klimaatakkoord zijn daarnaast ook afspraken gemaakt over wind op zee (49 TWh) en kleine daken (7 TWh). Kleine daken zijn daken met minder dan 50 zonnepanelen (maximaal 15 kWp). Deze kleine daken passen ook in de ambitie van de regio, maar tellen niet mee in de bijdrage aan de nationale opgave voor grootschalige opwek van 35 TWh. Inzet op innovatie door de regio kan uiteraard onderdeel zijn van de inzet, maar alleen bewezen technieken (zon en wind) tellen mee in de bijdrage aan de nationale opgave voor elektriciteit. In alle RES-regio’s is de afgelopen periode hard gewerkt aan bijdragen aan de nationale opgave voor duurzame elektriciteit. Analyses van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op basis van de Concept RES’en leren dat Nederland op koers ligt, maar dat de speling beperkt is. Voor de opgave in verduurzamen van warmte is de RES 1.0 gericht op keuzes over de regionale warmtestructuur in 2023 op basis van beschikbare bovenlokale bronnen. Doel is om in 2030, in lijn met de ambities uit het Klimaatakkoord, voldoende woningen en andere gebouwen op een andere manier dan met aardgas te voorzien van warmte. We richten ons op gebruik van restwarmte uit Rotterdam, aangevuld met geothermie als bron en op all electric voor gebouwen die niet aangesloten worden op het warmtenet. Belangrijk is ook de opgave voor energiebesparing en verduurzamen van mobiliteit.
De opgave ligt op 11 % energie besparen in woningen en in minder autorijden. En in de overstap naar elektrisch rijden, wat zuiniger is in energiegebruik dan fossiele brandstof. Hoewel kernenergie niet uitgesloten is in het Klimaatakkoord wordt dit niet als realistisch gezien voor 2030, gegeven de verwachte doorlooptijden. Dit jaar vindt een landelijke marktconsultatie plaats om zicht te krijgen op of en onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn hierin te investeren. 2. Regionale ambitie De RES geeft richting om verdere stappen te zetten, op lokaal niveau, en ook in regionale samenhang. In het vervolg en de verdere uitwerking is nadrukkelijk ruimte voor het verwerken van nieuwe inzichten. Op weg naar 2030, en zeker naar 2050, zullen onderdelen toegevoegd worden, afvallen, onder meer aan de hand van nieuwe inzichten, kansen en barrières. De regionale ambitie is om in 2050 energieneutraal te zijn. De ambitie voor 2030 is in lijn met de doelstellingen uit het Regionale Energieakkoord uit 2017. We zetten in op een gebalanceerde combinatie van inzet op besparing, mobiliteit, warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en opwek van hernieuwbare elektriciteit. Vanuit de gezamenlijke ambitie uit het Energieakkoord, zijn ook de onderwerpen energiebesparing en duurzame mobiliteit onderdeel van de RES.
Besparen is essentieel: wat niet gebruikt wordt, hoeft niet opgewekt te worden, en beperkt ruimteclaims. Mobiliteit zorgt voor relevante vraag naar energie, en heeft daarmee grote invloed op het energiesysteem. Door de RES vast te stellen scharen de samenwerkende partijen zich achter de ambitie. En is het een herbevestiging van de gezamenlijke opgave en de bijbehorende bovenlokale kansen en onderlinge afhankelijkheid. En spreken ze uit zich verder in onderlinge samenwerking in te zetten om de ambities te realiseren. De RES omvat hiermee niet slechts gezamenlijke constateringen. De strategie geeft richting door regionale keuzes te markeren. Met het vaststellen van de RES committeren de partners (overheden) zich aan de inhoudelijke keuzes en aan een gezamenlijk vervolg: (proces)afspraken over de doorwerking en uitwerking, inclusief de benodigde bovenlokale afstemming.
Pagina 4 van 11
Integrale afweging van de ruimtelijke effecten ten opzichte van andere toekomstige ruimteclaims zal plaatsvinden in de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. Deze Omgevingsagenda zal tegelijkertijd met de RES vastgesteld worden door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. 3. Richting en keuzes per thema in de RES 3.1 Energiebesparing Als eerste moeten we besparen. Want wat niet wordt gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt. De ambitie voor besparing is 1,1 TWh in 2030 oftewel 11 procent minder dan in 2014. Dat doen we door 11 procent te besparen op mobiliteit en 15 procent op de gebouwde omgeving. In woningen kunnen we vooral besparen op warmte. Bij diensten en bedrijven ook op elektriciteit. Besparing is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en taak. Focus van besparing ligt op de gebouwde omgeving (warmte in woningen, elektriciteit en warmte in utiliteiten). In regioverband wordt ook voor mobiliteit actief ingezet op besparing. Besparing gericht op het bedrijfsleven is onderwerp van kennis- en informatie-uitwisseling in de regio. 3.2. Duurzame mobiliteit De RES 1.0 zet in op schonere, slimmere en andere mobiliteit.
Dit leidt tot de volgende twee concrete doelen: • Reductie van de CO2 uitstoot door mobiliteit in Holland Rijnland met 22 procent in 2030 ten opzichte van 1990 • Reductie van het energieverbruik door mobiliteit in Holland Rijnland met 11 procent in 2030 ten opzichte van 2014 Er is in kaart gebracht welke maatregelen bijdragen aan het behalen van deze doelen. Verdere uitwerking hiervan vindt plaats na vaststelling van de RES 1.0 en de Regionale Strategie Mobiliteit. 3.3 Warmte De voorkeursvolgorde van warmtebronnen, de zogenaamde warmteladder, is als volgt: 1: Restwarmte 2: Geothermie 3: Aquathermie (i.c.m.Warmte- en Koudeopslag WKO) 4: Open WKO's 5: Warmtepompen en all-electric oplossingen 6: Groen Gas 7: Biomassa Deze ladder gaat uit van het principe dat we elektrificatie van de warmtevraag zoveel mogelijk proberen te voorkomen. We volgen de mogelijkheden voor toepassing van waterstof als techniek in de gebouwde omgeving met belangstelling. De huidige verwachting is dat dit nog geen rol van betekenis zal vervullen voor 2030. Waterstof is geen bron, maar een energiedrager. Groene (duurzame) waterstof wordt geproduceerd met groene (duurzame) elektriciteit en leidt tot aanvullend
Pagina 5 van 11
benodigde opwek van hernieuwbare elektriciteit (windmolens en zonnepanelen). Als middel voor opslag van overtollige elektriciteit lijkt waterstof kansrijk. Collectieve warmtesystemen, oftewel een warmtenet, lijkt voor ons deel van de regio de meest geschikte manier voor verwarming. Om beter zicht te krijgen op de bronnen die het warmtenet gaan voeden, zijn er verschillende nieuwe onderzoeken gedaan naar bijvoorbeeld restwarmte, geo- en aquathermie. Ruimte bestaat daarbij voor oplossingen die de gedeeltelijke elektrificatie van de warmtevraag met zich meebrengen (zoals bijvoorbeeld aquathermie en hybride warmtepompen). Verwachting is dat waarschijnlijk voldoende duurzame bronnen (restwarmte, geothermie, aquathermie, groen gas) beschikbaar kunnen zijn om in 2050 de gebouwde omgeving te verwarmen. Voorwaarden hierbij zijn: • Minimaal 15 procent besparing op warmte. Vooral door woningen te isoleren tot minimaal label D en bedrijven en utiliteitsgebouwen tot label B. • Een verbinding met het restwarmtenet uit Rotterdam. De samenwerkende partijen zetten hierop stevig in, net als op geothermie. • Goede samenwerking tussen de RES-partners om bovenlokale kansen te identificeren, af te stemmen en zo mogelijk te realiseren. Als regisseur van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving werkt ook onze gemeente aan een Transitievisie Warmte (TVW).
Optimale afstemming van lokale vraag en warmtebronnen met bovengemeentelijke potentie vraagt afstemming en samenwerking tussen gemeenten. Op basis van de RES 1.0 gaat gewerkt worden aan regionale principes over warmte-inzet (koppelen vraag en aanbod en de benodigde bovenlokale infrastructuur). 3.4 Elektriciteit 3.4.1 Ambitie De regionale ambitie is om in 2030 1,05 TWh aanvullende opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben. Dit is een passende inzet voor de regio en in lijn met de ambities uit het Regionale Energieakkoord en de nationale opgave van 35 TWh. Deze inzet wordt opgewekt door een combinatie van zonnepanelen op (grote) daken en zonnevelden en windturbines. Om in 2030 de opwek gerealiseerd te hebben, moeten begin 2025 de benodigde vergunningen verleend zijn. Dit vraagt om voortvarende verdere uitwerking en concretisering van de ambities. De RES 1.0 is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de regionale netbeheerder Liander. De plannen voor de regio Holland Rijnland leren dat Liander de elektriciteitsnetten komende jaren fors moet uitbreiden. Daarmee worden direct 'stopcontacten' gecreëerd, waarop latere lokale wind of zon projecten kunnen worden aangesloten. Dat zijn no-regret investeringen die hoe dan ook nodig zijn om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen. De verhouding tussen opwek via zon en via wind is opgenomen in de analyses.
Door deze samenwerking hebben we alle plannen integraal kunnen beoordelen. Zo wordt o.a. voorkomen dat extra elektriciteitsstations moeten worden gebouwd met verdere oplopende kosten tot gevolg. 3.4.2 Zon op Daken We zetten zoveel mogelijk in op het opwekken van zonne-energie op daken, ook om de ruimtelijke claims op het buitengebied te beperken. Die inzet doen we binnen de marges van de
Pagina 6 van 11
netcapaciteit en de optimale verhouding in opgesteld vermogen voor wind- en zonne-energie. Concreet gaat dit om 0,25 TWh aan elektriciteit op grote daken. Ook voor de opwek van elektriciteit op kleine daken is de regionale inzet stevig: 0,24 TWh. Deze telt echter niet mee in de regionale bijdrage aan de nationale opgave. Het realiseren van de betreffende opwek is een taak en verantwoordelijkheid van gemeenten. In onze gemeente streeft o.a. de Stichting Zon op Voorschoten naar het volleggen van grote daken. De komend tijd zullen we de inspanningen vergroten en streven naar het wegnemen van specifieke belemmeringen voor specifieke doelgroepen. In regionaal verband wordt kennis uitgewisseld en bovendien worden de vorderingen regulier gemonitord als basis voor mogelijke bijsturing. 3.4.3 Zonnevelden en windturbines Voor invulling van de ambitie van dit deel (0,8 TWh) zijn zoekgebieden bepaald voor zonnevelden en windmolens. De Concept RES bevatte op dit onderwerp twee denkrichtingen als basis voor verdere uitwerking. Aan de hand van onder meer bestuurlijke weging van de wensen en bedenkingen zijn deze samengebracht tot één kansenkaart. Deze kansenkaart vormde de basis voor de verdere (lokale) participatie rondom dit onderwerp. Op basis daarvan heeft een nadere gezamenlijke beschouwing plaatsgevonden van mogelijke gebieden.
Hierbij is gekeken naar (on)mogelijkheden vanuit het elektriciteitsnetwerk, de ruimtelijke kwaliteit en het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak. Daarbij zijn zogenaamde ‘niet te mitigeren restricties’ voor milieu en veiligheid verwerkt. De (bestuurlijke) duiding van (lokale) participatie is hierin ook nadrukkelijk verwerkt, hetgeen veelal heeft geleid tot het verkleinen van de potentiële grotere zoekgebieden. De zoekgebieden zijn ruimtelijk geduid en bevinden zich voor een groot deel langs (rijks)infrastructuur. De meest kansrijke zoekgebieden van dit moment dekken theoretisch de genoemde ambitie. De kaart markeert gebieden die voldoende kansrijk worden geacht een bijdrage te leveren aan de regionale ambitie, om nader uit te werken en te concretiseren richting de RES 2.0. De gebieden worden op weg naar de RES 2.0 verder uitgewerkt: alle gemeenten onderzoeken welke projecten kansrijk zijn en werken zoekgebieden uit tot locaties. Ook de PlanMER die momenteel wordt opgesteld zal hierbij worden meegenomen. Op dit moment kan nog niet worden gezegd welke of welk deel van de zoekgebieden uiteindelijk gerealiseerd wordt. Gegeven de regionale ambitie vraagt dit om commitment van alle overheden om te blijven zoeken naar aanvullende kansen en zoekgebieden. Ook gaat elke deelnemende overheid aan de slag met inventarisatie van de benodigde aanpassingen van beleid.
In Voorschoten zijn twee zoekgebieden voor zonnevelden aangegeven langs de uitvalswegen naar Leidschendam en Wassenaar. De gemeente zal een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren, om de kansen van deze gebieden verder uit te werken en zo nodig naar alternatieve gebieden of opwekmogelijkheden te zoeken. Windmolens zijn in de RES 1.0 voor Voorschoten niet aan de orde. Argumenten 1.1 Het voorstel sluit aan op de doelen voor duurzame energie in de Visie Energie en Klimaat
Pagina 7 van 11
In hoofdstuk 3 van de Visie Energie en Klimaat wordt aangesloten op de doelen en ambities van de RES 1.0 : de gemeente zoekt naar mogelijkheden voor grootschalige opwek van duurzame energie en stimuleert zon op daken en energiebesparing. 1.2 De RES 1.0 gaat uit van een evenredige verdeling over de regio. Iedere gemeente draagt naar vermogen bij. Het waarmaken van de regionale ambitie is een grote opgave. Vertrekpunt daarbij is dat deze opgave in besparing en opwek van duurzame energie evenredig verdeeld wordt over de samenwerkende partijen. Alle partijen dragen bij aan de regionale ambitie waar ze kunnen en wat ze passend achten, mede vanuit de eigen context. De gemeente Voorschoten wil haar verantwoordelijkheid nemen. Daarom is ingestemd met globale zoekgebieden voor zonnevelden in Voorschoten. De komende tijd zal een onderzoek worden gedaan naar de haalbaarheid hiervan. Deze wordt niet groot geacht gezien de beschermende waarden in het buitengebied. 1.3 De gemeente is verantwoordelijk voor doorwerking van de RES De RES is een politiek-bestuurlijk document dat keuzes markeert en richting geeft, oftewel een strategische verkenning. De RES kent geen binding richting derden, en het is in die zin geen ‘plan’ of beleidsdocument. De RES vraagt om vertaling naar (lokale en bovenlokale) projecten en (ruimtelijk) beleid om tot realisatie te kunnen komen.
De individuele RES-partners zijn hiervoor aan zet: zij bepalen hoe de RES verder wordt uitgewerkt en vertaald wordt naar beleid. Dat gebeurt bijvoorbeeld in structuur- of omgevingsvisies en/of in ander beleid (omgevings-, ruimtelijk, duurzaamheids-, energiebeleid of andersoortig). Dat kan ook vragen om bijvoorbeeld aanpassing van beleid, of het organiseren van het samenspel tussen marktpartijen, overheden, maatschappelijke partijen en bewoners. Kanttekeningen 1. Een haalbaarheidsonderzoek is nodig voor zonnevelden De gemeente zal dit jaar een haalbaarheidsonderzoek doen om te zien of zonnevelden een kans maken. Deze kans lijkt niet groot, gezien de belangrijke ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het buitengebied en de afspraken die hierover met andere overheden zijn gemaakt. 2. Ondersteuning vanuit het rijk Ondersteuning vanuit het Rijk met passende financiële en andersoortige middelen is onontbeerlijk voor het verdere proces als uitvoering. Voldoende sturingsmiddelen en instrumenten zijn nodig om de ambities kracht bij te zetten. Hierbij is in het bijzonder de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen (Warmtewet 2.0) van belang. Hierin worden de borging en sturingsmogelijkheden op leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van het toekomstige warmtesysteem geregeld.
Maar ook kan worden gedacht aan mogelijkheden om te kunnen sturen op besparing en op realisatie van zon op dak. Dit laatste is ook vanuit de acceptatie van zonnevelden en windmolens van groot belang. Ook is op onderdelen continuering, aanpassing of uitbreiding van stimulerende maatregelen nodig. Hierbij kan worden gedacht de salderingsregeling, postcoderoosregeling, Subsidie Duurzame Energie SDE++. 3. De tekst van RES 1.0 staat vast
Pagina 8 van 11
De RES 1.0 is het gezamenlijk document van alle samenwerkende partijen, dat breed gedragen wordt. Het is bestuurlijk vastgesteld op 31 maart 2021. Verschillen van inzicht omtrent de tekst RES leiden niet tot aanpassing van de RES zelf, maar kunnen doorwerken in de verdere uitwerking of vertaling naar beleid van de betreffende overheid. Amendementen kunnen een (complicerende) invloed hebben op de besluitvorming van de RES. Mogelijke gevolgen hiervan zijn niet bij voorbaat inzichtelijk te maken. Een amendement zou door alle partners moeten worden ondersteund, wat procedureel niet haalbaar is. Daarom worden amendementen meegenomen voor uitwerking in de RES 2.0. Eventuele moties kunnen worden ingediend bij het eigen college. Aangezien de RES een samenwerking is van verschillende organisaties, kan deze zelf geen moties ontvangen of hieraan opvolging geven. Effecten van moties krijgen hun beslag in de lokale uitwerking (verankering in beleid) en kunnen voor wat betreft het document RES alleen nog in de RES 2.0 verwerkt worden. Communicatie / Inwonersparticipatie Participatie met inwoners heeft eind 2020 (doorlopend naar begin 2021) plaatsgevonden over de energietransitie en de RES in het bijzonder. Dat gebeurde op regionaal en lokaal niveau, op velerlei manieren en daarbij zoekend naar de juiste wijze, rekening houdend met de beperkingen door de Covid-pandemie.
In totaal zijn meer dan 10.000 inwoners betrokken, via webinars, enquêtes, straatgesprekken en op andere wijze. De nadruk daarbij lag op lokale activiteiten. Het lijkt erop dat veel inwoners zich bewust zijn van de noodzaak dat er verduurzaamd moet worden en dat daarvoor ook flink wat dient te gebeuren. Deze eerste activiteiten en opbrengsten zijn de eerste stap in een langdurig participatieproces over de energietransitie. Ook hebben diverse bijeenkomsten met volksvertegenwoordigers plaatsgevonden. De inhoudelijke uitwerking heeft plaatsgevonden in diverse (ambtelijke) werkgroepen waarin alle gemeenten deel konden nemen. Daarna volgde terugkoppelingen en overleg op bestuurlijk niveau. De opbrengst van het participatieproces is in januari 2021 verzameld, en is meegenomen en verwerkt in de voorliggende RES. De komende periode zal voor de energietransitie een participatieproces worden gestart, waarin we inwoners en bedrijven meenemen in de bijdrage die ieder kan leveren aan verduurzaming van onze gemeente. Het haalbaarheidsonderzoek zal aan de orde komen. Samen gaan we naar alternatieven zoeken wanneer zonnevelden niet haalbaar blijken te zijn. Financiën De RES 1.0 heeft geen financiële consequenties, maar uitwerking ervan en deelname aan RES 2.0 vergt wel extra ambtelijke capaciteit. Dit heeft consequenties voor de begroting 2022.
Risico’s In de uitwerking van de RES1.0 komt de wenselijkheid en noodzaak van zonnevelden aan de orde. Dit geeft grote kans op weerstand. Aanpak van de klimaatproblematiek op eigen grondgebied wordt niet door iedereen geaccepteerd. Vergroting van begrip en acceptatie is een belangrijke opgave, zeker in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen 2022. Duurzaamheid Bij instemming met de RES 1.0 wordt een belangrijke stap in de regionale energietransitie
Pagina 9 van 11
binnen Holland Rijnland gezet. Nadere uitwerking in Voorschoten vindt plaats binnen de kaders van de Visie Energie en Klimaat.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf, gemeentesecretaris
Pagina 10 van 11
N. Stemerdink, burgemeester
Besluit Zaaknummer:
Z/20/042310/241404
De raad der gemeente Voorschoten; Gelet op de vaststelling van de concept RES 1.0 in de raadsvergadering van 10 juni 2020, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van maandag 26 april 2021,
besluit: 1. de RES 1.0 vast te stellen; 2.
het college de opdracht te geven de haalbaarheid van zonnevelden in Voorschoten te onderzoeken;
3.
het college de opdracht te geven de kansen voor energiebesparing, duurzame mobiliteit en restwarmte uit te werken;
4.
het college de opdracht te geven de RES 1.0 mee te nemen in de verankering van het (omgevings)beleid.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 10 juni 2021
de griffier,
de voorzitter,
Drs. B.J. Urban
Ch. B. Aptroot
Pagina 11 van 11