Raadsvoostel Voortzetting samenwerking Warmte Leidse Regio
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknummer:
Z/22/070761/361515
Datum collegebesluit:
2023-08-22
Datum commissievergadering:
2023-09-07
Datum raadsvergadering:
2023-09-28
Soort Voorstel:
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Voortzetting samenwerking Warmte Leidse Regio
Portefeuillehouder:
Wethouder Schokker
Programma:
7.4 Milieubeheer
Kernboodschap:
De gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude zijn in 2021 een samenwerking aangegaan op de warmtetransitie in de regio. Het is nuttig en nodig om deze gezamenlijke aanpak voort te zetten. Dit raadsvoorstel voorziet in de voortzetting van de samenwerking voor de periode 2023-2027, inclusief de bijbehorende financiële middelen.
Bijlagen:
Bijlage 1 Open Regionaal Energiesysteem ORES rapportage Bijlage 1 a Open Regionaal Energiesysteem ORES rapportage bijlagen
Beslispunten:
1. De raad besluit akkoord te gaan met het voortzetten van de bestaande samenwerking tussen de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude op grond van de Samenwerkingsovereenkomst Warmte Leidse Regio voor ten minste de periode tot 31 december 2027; 2. De raad besluit de regionale organisatie warmtetransitie Leidse regio een budget mee te geven van maximaal € 254.733,- voor de periode 2024 - 2027 ter realisatie van gezamenlijke doelstellingen. Toekenning van het budget na 2025 is afhankelijk van de toekenning van de volgende tranche rijksmiddelen voor uitvoering lokaal klimaatbeleid aan de deelnemende gemeenten en neemt hier uiterlijk 2025 een apart besluit over.
Relatie met:
n.v.t.
Inleiding en samenvatting De gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude zijn in 2021 een samenwerking aangegaan op de warmtetransitie in de regio. Doel van deze samenwerking is onderzoeken of een Open Regionaal Energie Systeem in de Leidse Regio realiseerbaar is binnen de publieke waarden haalbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Deze samenwerking is bekrachtigd in Raadsbesluiten van eind mei en begin juni 2021. Het resultaat van deze samenwerking tot nog toe treft u aan in de bijlage ‘2023-031 Leidse Regio Warmteoplossingen_samenvatting’. De aanleiding voor de samenwerking in 2021 was de benutting en verdeling in de regio van betaalbare en duurzame warmte uit de Rotterdamse haven aangevoerd via het transportnetwerk van WarmtelinQ+ (Hoge temperatuur). Over de realisatie van Warmtelinq+ is inmiddels een investeringsbesluit genomen en is de ruimtelijke inpassing ervan onderdeel van een Provinciaal Inpassingsplan. Dat geeft een impuls aan de warmtetransitie in de regio en stimuleert het ontwikkelen van wijkuitvoeringsplannen. Naast WLQ+ zijn ook geothermie (midden temperatuur) en grootschalige aquathermie (lage temperatuur) als warmtebronnen in beeld gekomen. De gezamenlijke opgave is deze warmtebronnen op een doelmatige manier in te zetten in de regio om daarmee de inwoners van
Pagina 2 van 9
duurzame en betaalbare warmte te voorzien. Dat kan met een Open Regionaal Energiesysteem (ORES). De ORES ontwerpanalyses die in 2022 zijn uitgevoerd bieden een basis voor de realisatie daarvan. Het inzicht uit deze analyse is dat een gezamenlijke regionale infrastructuur voor de inzet van die bronnen voordelen biedt voor de regio ten opzichte van individuele inspanningen per gemeente. De inzet van de grote regionale bronnen vereist gecoördineerd bundelen van voldoende warmtevraag. Daarom is het nodig de komende jaren de gezamenlijke aanpak verder voort te zetten en te richten op de realisatie van die regionale oplossing van bronnen, infrastructuur en warmtevraag in de aangewezen wijken. Daarmee gaat de samenwerking van de gemeenten in de Leidse regio een nieuwe fase in waarin op basis van de opgedane kennis en inzichten afspraken worden gemaakt met alle betrokken partijen over hun inzet bij het realiseren van de warmteopgave. Beoogd effect Deze fase van samenwerking Warmte Leidse Regio moet leiden tot: 1.
Afspraken over de realisatie van WLQ+ en de volledige afzet van de transportcapaciteit in de regio;
2.
De realisatie van een open warmtetransportleiding voor de inzet van onder meer geothermische warmte in de regio;
3.
Afspraken over de warmtevoorziening Leiderdorp / Zoeterwoude waarin een eventuele afzet Alphen is meegenomen;
4.
Inzicht in de mogelijkheden om regionaal invulling te geven aan het publieke aandeel in warmtelevering, in ieder geval voor bovengemeentelijke open infrastructuur;
5. Duidelijkheid over de regionale kostenstructuur van warmtelevering aan de diverse kavels. Argumenten 1. De samenwerking Warmte Leidse Regio wordt voortgezet. Voortzetting van de samenwerking is belangrijk om in de regio te werken aan de realisatie van warmteoplossingen. Gemeenten hebben een centrale, regisserende rol in de verduurzamingsopgave in de gebouwde omgeving. Daarin werken zij samen met andere partijen binnen maatschappelijke en economische kaders zodat ook zij hun rol goed kunnen uitvoeren. Daarvoor is duidelijkheid en consistentie op alle schaalniveaus nodig. De urgentie op dit onderwerp neemt toe, zowel vanwege de betaalbaarheid van warmte/energie voor inwoners als vanwege de behoefte van marktpartijen over duidelijkheid over de toekomstige invulling van de warmtevraag. Als regio zijn wij een betere gesprekspartner dan als individuele gemeente. De beschikbare warmte moet op een maatschappelijk verantwoorde wijze verdeeld worden over de regio en de samenwerking en kennisopbouw bij het bundelen van voldoende warmtevraag is efficiënter dan het individuele spoor. De opzet van het regionale programma is daarom
Pagina 3 van 9
ontworpen om de komende tijd meer duidelijkheid te krijgen over de context van de warmtetransitie voordat verregaande keuzen worden gemaakt. We kiezen er voor om dit in een voortzetting van de gemeentelijke samenwerking te doen omdat we de noodzaak en de voordelen ervan zien: ‑
Het ontwikkelen van regionale bronnen (WLQ+ en Geothermie) en de bijbehorende infrastructuur is qua volume, snelheid en afzet niet mogelijk voor individuele gemeenten;
‑
Alleen door gezamenlijk te overleggen met ontwikkelaars en investeerders kunnen we de publieke belangen voor de inwoners en bedrijven borgen;
‑
Kennisontwikkeling op een complex onderwerp als regionale collectieve warmte op individueel gemeentelijk niveau is kostbaar en niet doelmatig, zeker niet in het licht van het gezamenlijke belang;
‑
De partnerstrategie en lobby naar bijvoorbeeld provincie en rijk heeft meer impact als die met meerdere partijen en onderbouwde inzichten wordt ingezet;
‑
Door ervaringen en inzichten te delen kunnen we sneller handelen en sneller resultaten boeken. De urgentie van klimaatmaatregelen vraagt daar ook om.
2. Voorschoten baseert keuzes en uitvoering op de resultaten van de WLR De regionale samenwerking levert oplossingen die bijdragen aan verduurzaming en vermindering van de kosten van de energievoorziening in de regio. In het bijzonder geldt dat voor de levering van betaalbare, duurzame en comfortabele warmte aan inwoners en bedrijven in de regio op een realistische maar zo kort mogelijke termijn. Het realiseren van een regionale warmte infrastructuur zal geruime tijd vergen in een wereld vol veranderingen. Daarom is het van belang dat er voldoende duidelijkheid en zekerheid komt die het alle partijen mogelijk maakt om hun bijdrage te leveren. Om aan die zekerheid te kunnen voldoen is het op voldoende schaal, en met voldoende snelheid door gemeenten ontwikkelen van de vraag naar collectieve warmte in het kader van de gemeentelijke wijkaanpak een belangrijke voorwaarde. Als deze oplossingen beschikbaar zijn kan Voorschoten haar aanpak van de realisatie van aardgasvrije buurten hierop baseren. Hierbij zijn twee zaken belangrijk om hier te noemen. Ten eerste start Voorschoten met een onderzoek naar de haalbaarheid van de plaatsing van een Warmte Overdracht Station op het bedrijventerrein op de locatie Hofweg 6. Dit is een apart traject waarover u later geïnformeerd wordt. Dit staat los van de voortzetting van de samenwerking waarover dit Raadsvoorstel handelt.
Ten tweede zijn in de Transitievisie Warmte de buurten benoemd waar een collectieve warmteoplossing de laagste maatschappelijke kosten met zich meebrengt. Dit is vastgelegd in het raadsbesluit Z/21/052099/272694 van 16 december 2021. Hieruit blijkt dat Noord-Hofland een logische buurt om in 2024 het gesprek met
Pagina 4 van 9
de inwoners te starten over de warmtetransitie. In deze buurt lopen al gesprekken met de woningcorporatie over de warmtetransitie. Met een apart Raadsbesluit wordt aan de Raad voorgelegd wanneer en hoe we de buurtaanpakken verder uitvoeren. De Transitievisie Warmte wordt ook elke vijf jaar geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten. De samenwerking draagt ook bij aan deze eventuele nieuwe inzichten. 3. Voorschoten draagt financieel bij aan realisatie van gezamenlijke doelstellingen. De volgende fase van de samenwerking in de Leidse regio vergt een financiële bijdrage van de betrokken gemeenten. De bijdrage wordt gebruikt voor personele inzet en de inkoop van externe dienstverlening. De financiële bijdrage is onder voorbehoud van toekenning van klimaatmiddelen aan gemeenten voor de periode na 2025. Onomkeerbare investeringen in fysieke middelen zijn niet voorzien voor de komende periode. Kanttekeningen 1. Voor de komende fase wordt een Samenwerkingsovereenkomst en een Dienstverleningsovereenkomst gesloten. De samenwerking wordt geborgd met een samenwerkingsovereenkomst tussen alle deelnemende gemeenten en een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Leiden. De samenwerkingsovereenkomst bekrachtigt het belang dat we als regiogemeenten zien in de gezamenlijke aanpak.
Maar de colleges en raden van de deelnemende gemeenten behouden hun volledige eigen verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden. De samenwerking kent geen eigen formele bevoegdheden en heeft geen rechtspersoonlijkheid. Gemeente Leiden fungeert als gastheer en penvoerder voor de programmaorganisatie. Daarom wordt met de gemeente Leiden hiervoor een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Inwonersparticipatie en communicatie De uitvoering van het huidige programma en de intentie om de samenwerking voort te zetten is tot stand gekomen in samenwerking met alle betrokken partners. Hiervoor wordt samengewerkt met de adviesraad WLR. Op dit moment bestaat de adviesraad uit vertegenwoordigers van Gasunie, Liander, Uniper, Firan, de woningbouwcorporaties, Energie Beheer Nederland, Hoogheemraadschap Rijnland en Rijnland Energie. Het actief betrekken van inwoners bij de besluitvorming over de verduurzaming van energievoorziening in hun woon en leefomgeving is een structureel onderdeel van de verduurzamingsmaatregelen. Hun betrokkenheid zal in de toekomst toenemen zodra de plannen voor de wijkaanpakken concreter worden. De regie daarop ligt vanzelfsprekend bij de individuele gemeenten. Waar dat nuttig of nodig is zal daar vanuit WLR inhoudelijk aan worden bijgedragen.
Pagina 5 van 9
De besluiten van de diverse Raden zullen gecommuniceerd worden in onderlinge afstemming met de betrokken gemeenten. Bovendien zullen de raden elk halfjaar op de hoogte worden gehouden van de voortgang van het samenwerkingsverband door middel van een raadsinformatiebrief. Financiën
Voor de uitvoering van de nieuwe fase in de samenwerking is per jaar een inschatting gemaakt, te onderscheiden naar personele inzet en de inkoop van externe dienstverlening. Onomkeerbare investeringen in fysieke middelen zijn voor deze periode nu niet (te) voorzien. Mocht daar sprake van zijn zal dat separate besluitvorming in de raden vereisen. De bijdrage per gemeente voor de uitvoering van deze fase in de regionale samenwerking wordt vastgelegd op basis van de verdeelsleutel volgens de toegekende Rijksklimaatbijdragen per gemeente. Dit leidt tot de onderstaande bijdrage per gemeente per jaar. Hierin is rekening gehouden met de gedeeltelijke onderuitputting van het huidige programma. Met deze onderuitputting worden de kosten in 2023 en deels 2024 gedekt.
De begroting van het werkprogramma Warmtetransitie Regio Leiden (WRL) is opgesteld voor de periode tot en met 2027. De totale bijdrage voor Voorschoten over de periode 2024-2027 bedraagt € 254.733. Bij het vaststellen van de kadernota 2024 is voor 2024 een bedrag van € 80.000 opgenomen. De aanvullend benodigde middelen zullen worden verwerkt in de kadernota 2025. De klimaatmiddelen (CDOKE) zoals die op dit moment door het rijk beschikbaar zijn gesteld voor de periode 2023-2025 bieden geen dekkingsruimte voor de uitvoeringskosten van de WLQ+. Indien het rijk extra middelen vanaf 2026 beschikbaar stelt zijn er mogelijk wel extra dekkingsmogelijkheden. Dat is op dit moment nog niet bekend en zal opnieuw worden beoordeeld bij het proces van de kadernota 2025.
Pagina 6 van 9
Juridisch kader De samenwerking wordt voortgezet in dezelfde juridische vorm als in de jaren 2021- 2023, namelijk middels een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerking is hoofdzakelijk gericht op beleidsafstemming en coördinatie van uitvoering van gezamenlijke opgaves en ambities. Dit betekent dat de colleges en raden van de deelnemende gemeenten hun volledige eigen verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden behouden. De samenwerking kent geen eigen formele bevoegdheden en heeft geen rechtspersoonlijkheid. Gemeente Leiden fungeert als gastheer en penvoerder voor de programmaorganisatie. Tussentijdse toe- en uittreding is mogelijk en kan eventueel financiële gevolgen hebben, afhankelijk van de gezamenlijk aangegane verplichtingen, bijvoorbeeld voor gezamenlijke onderzoeken. Risico’s 1. Niet toekennen van klimaatmiddelen aan gemeenten voor de periode 2026 en 2027. De begroting is opgesteld voor de periode tot en met 2027. Op dit moment is er nog geen zekerheid over de toekenning van voldoende (CDOKE) klimaatmiddelen voor gemeenten door het Rijk voor de periode 2026 en 2027. Besluitvorming over toekenning van budget voor de volgende fase is daarom beperkt tot de periode tot en met 2025. In 2024 / 2025 is een ijkmoment voorzien waarop op basis van de dan bekende inzichten in de toekenning van rijksgelden kan worden besloten over de budgettaire bijdrage in 2026 en 2027.
Duurzaamheid Het doel van de samenwerking WLR is om de warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving in de deelnemende gemeenten te verduurzamen en de energietransitie te versnellen. Hierdoor werken wij actief aan het verminderen van het gebruik van aardgas als primaire bron voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Het resultaat is het terugdringen van CO2-uitstoot en benutting van restwarmte. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
Pagina 7 van 9
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Besluit Zaaknummer: Z/22/070761/361515
De raad van de gemeente Voorschoten; Gelet op -
de constatering dat de warmtetransitie binnen publieke waarden duurzaamheid,
betaalbaarheid, leveringszekerheid en betrouwbaarheid, een gemeenschappelijke opgave is waarin regionale samenwerking schaalvoordelen oplevert in de ontwikkeling en inzet van regionale warmtebronnen ten opzichte van een individueel gemeentelijke benadering, -
de constatering dat een regionale warmteoplossing voor de gezamenlijkheid van
inwoners van Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude het beste bijdraagt aan het borgen van betaalbaarheid; -
de constatering dat een regionale warmteoplossing de meeste CO2-besparing realiseert
en zo bijdraagt aan duurzaamheid. -
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van disndag 22 augustus augustus
2023,
besluit:
1.
De bestaande samenwerking tussen de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk,
Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude op grond van de Samenwerkingsovereenkomst Warmte Leidse Regio voort te zetten voor ten minste de periode tot 31 december 2027; 2.
De regionale organisatie warmtetransitie Leidse regio een budget mee te geven van
maximaal € € 254.733,- voor de periode 2024 - 2027 ter realisatie van gezamenlijke doelstellingen. Toekenning van het budget na 2025 is afhankelijk van de toekenning van de volgende tranche rijksmiddelen voor uitvoering lokaal klimaatbeleid aan de deelnemende gemeenten. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 28 september 2023
Pagina 8 van 9
de griffier,
de voorzitter,
drs. B.J. Urban
drs. N. Stemerdink
Pagina 9 van 9