Raadsvoostel Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten.
Tekst van het document
VOORBLAD
Voorstel aan de Raad
Zaaknummer: Datum collegebesluit: Datum commissievergadering: Datum raadsvergadering:
Z/21/050673/228403-1 dinsdag 14 december 2021 donderdag 13 januari 2022 donderdag 3 februari 2022
Soort Voorstel: Onderwerp: Portefeuillehouder: Programma:
Adviesnota Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten Wethouder Cramwinckel Omgevingswet
Kernboodschap:
De Omgevingswet treedt naar huidig inzicht op 1 juli 2022 in werking. Vóór die datum moet een gemeentelijke adviescommissie zijn ingesteld voor het beoordelen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het besluit van de raad betreft de instelling van zo een commissie. De naam van deze commissie zal Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten zijn. De nieuwe taak van de adviescommissie zal een commissie opleveren die qua samenstelling en deskundigheden meer gevarieerd is om over alle aspecten van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te kunnen adviseren. De vernieuwing door de Omgevingswet vraagt om een divers en inclusief profiel op basis van de bevolkingsopbouw van Voorschoten zodanig dat de leden ruimte bieden voor ontwikkeling, integraal, deskundig en vernieuwend adviseren. Het college draagt de leden voor en de raad benoemt de leden.
Bijlagen:
Artikelsgewijze toelichting op Verordening op de instelling van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten.
Beslispunten
De ontwerpverordening voor de instelling van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten overeenkomstig bijgaand ontwerp vast te stellen.
Relatie met:
Agendapunt: (bijv. een aangehouden stuk of een stuk wat nog moet komen of al geweest is) Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Pagina 1 van 10
Adviesnota aan de Raad Onderwerp Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten. Samenvatting Het raadsbesluit betreft de instelling van de gemeentelijke commissie omgevingskwaliteit op basis van artikel 17.9 van de Omgevingswet onder de naam Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten. Deze commissie vormt vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet, thans voorzien op 1 juli 2022, de opvolger van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. Het raadsbesluit betreft de vaststelling van de Verordening tot instelling van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten. Deze verordening omvat hoofdzakelijk de volgende onderdelen: -
de taak en werkzaamheden van de adviescommissie (artikel 2 van de verordening); de samenstelling en inrichting van de adviescommissie (artikel 4); de adviestermijnen (artikel 7); de adviseurs van de adviescommissie (artikel 9); de relatie met andere adviseurs voor de omgevingskwaliteit (artikel 12); de vergoeding van de leden van de adviescommissie (artikel 13); en het jaarverslag (artikel 14).
Volgens het overgangsrecht (artikel 15 van de verordening) worden de leden van de huidige Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet de leden van de nieuwe adviescommissie. Reglement van orde Het reglement van orde voor de adviescommissie wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders (artikel 11 van de verordening). Hierin worden voornamelijk geregeld: -
de wijze van vergaderen, beraadslaging en standpuntbepaling; de afbakening van onderwerpen van advisering, als uitwerking van artikel 2 van de verordening; de deelname van – enkele leden van – de adviescommissie aan de omgevingstafel van de gemeente; de taken van de dorpsbouwmeester, voor het geval dat het college van burgemeester en wethouders een dorpsbouwmeester hebben aangewezen; de relatie met andere adviseurs van de gemeente.
In de verordening is de mogelijkheid opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders tevens een dorpsbouwmeester benoemt (artikel 2, lid 4). De dorpsbouwmeester is geen lid van de nieuwe adviescommissie maar werkt wel onder de verantwoordelijkheid van de adviescommissie. Het takenpakket krijgt vorm in het reglement van orde. In ieder geval mag de dorpsbouwmeester niet de taken uitvoeren die de adviescommissie heeft ten aanzien van een rijksmonument, een gemeentelijk monument of een aanwijzing door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een onroerende zaak als rijksmonument. De gedachte achter het instellen van een dorpsbouwmeester is bevordering sneller behandelen van initiatieven: met name bij initiatieven die ‘te groot zijn’ om te zien als ‘reguliere aanvraag’ en door een casemanager afgehandeld kunnen worden en ‘te klein zijn’ (niet echt nodig) voor
Pagina 2 van 10
de adviescommissie Omgevingskwaliteit. In dat soort situaties kan de dorpsbouwmeester sneller schakelen. Dit komt de doorlooptijd ten goede en sluit aan op doelen van de Omgevingswet. Beoogd effect De Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten vormt een voortzetting van de huidige Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. De nieuwe adviescommissie zal een grotere taak hebben en over meer aspecten van de fysieke leefomgeving moeten adviseren dan de huidige commissie. De huidige Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed heeft uitsluitend een adviestaak met betrekking tot welstand en tot monumenten. De nieuwe adviescommissie gaat adviseren over de hele fysieke leefomgeving en wel over het aspect kwaliteit van die leefomgeving. Naast monumenten houdt de adviestaak van de nieuwe adviescommissie vooral advisering in over: -
een andere omgevingsplanactiviteit in het omgevingsplan dan die met betrekking tot monumenten, zoals die aangaande het bouwen (op verzoek van het college van burgemeester en wethouders); een andere activiteit in het nieuwe omgevingsrecht en wel met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit (op verzoek van het college); het ontwikkelen van beleid voor de omgevingskwaliteit, inclusief de omgevingsvisie, het omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit (op verzoek van raad of college of uit eigen beweging).
Het effect is derhalve dat de nieuwe adviescommissie een grotere rol zal krijgen in de voorbereiding van omgevingsbeleid en besluiten over activiteiten in de fysieke leefomgeving. De nieuwe taak van de adviescommissie zal een commissie opleveren die qua samenstelling en deskundigheden meer gevarieerd is om over alle aspecten van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te kunnen adviseren. De Omgevingswet beoogt een nieuwe manier van werken en denken. Dit vraagt om een divers en inclusief profiel op basis van de bevolkingsopbouw van Voorschoten zodanig dat de leden werken en denken vanuit de geest van de Omgevingswet: ruimte bieden voor ontwikkeling en zo integraal, deskundig en vernieuwend adviseren gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Deze gevarieerdheid hoeft nu nog niet te worden aangebracht. Dat kan ook gebeuren direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving blijven de huidige leden van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed immers zitten.
Op die datum zijn deze personen de leden van de nieuwe adviescommissie (geregeld in het overgangsrecht van de verordening). De kwaliteiten van die leden zijn voldoende om in de eerste periode vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet te kunnen adviseren (zie hierna ook het gestelde bij Argument). Het aantal leden in de nieuwe adviescommissie blijft volgens de verordening gelijk aan het aantal leden van de huidige Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed.
Pagina 3 van 10
Argument Een gemeente moet op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet een gemeentelijke commissie instellen voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het argument om vóór de inwerkingtreding van die wet reeds deze commissie in te stellen is, dat op de eerste dag van in werking zijn van de Omgevingswet reeds een vraag om advies kan binnen komen van de minister van Cultuur, Onderwijs en Wetenschap over een rijksmonument. De gemeentelijke commissie moet dan al operationeel zijn. Kanttekeningen Het besluit tot vaststelling van de verordening omvat geen risico’s of negatieve consequenties. Communicatie/Inwonersparticipatie Over het raadsvoorstel en de ontwerpverordening is intern overleg geweest met het Ontwikkelteam gemeentelijke adviescommissie. Communicatie naar buiten toe zal op de gebruikelijke wijze plaatsvinden. Inwonersparticipatie is niet nodig geweest. Financiën Het besluit tot vaststelling van de verordening heeft geen financiële consequenties. Het aantal leden in de nieuwe adviescommissie blijft gelijk aan het aantal leden in de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. De vergoeding van de leden van de nieuwe adviescommissie blijft dezelfde grondslag houden als die nu geldt voor de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. Risico’s Het besluit tot vaststelling van de verordening heeft geen nadelige invloed op het bereiken van de beleidsdoelstelling.
Duurzaamheid Het besluit tot vaststelling van de verordening heeft geen nadelige invloed op de beleidsdoelen omtrent duurzaamheid.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf, gemeentesecretaris
Pagina 4 van 10
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Besluit Zaaknummer:
Z/21/050673/228403-1
De raad der gemeente Voorschoten; Gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 14 december 2021,
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de instelling van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten
Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: de Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten, zijnde de gemeentelijke commissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, van de gemeente Voorschoten; b. burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten; c. omgevingskwaliteit: de goede omgevingskwaliteit zoals die wordt verstaan in artikel 1.3 van de Omgevingswet; d. omgevingsplan: het Omgevingsplan Voorschoten; e. raad: de raad van de gemeente Voorschoten; f. wet: de Omgevingswet Paragraaf 2 Adviestaak Artikel 2 Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak:
Pagina 5 van 10
a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1o. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2o. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3o. een andere omgevingsplanactiviteit indien en voor zover deze in het omgevingsplan is aangewezen voor advisering door de commissie of, zolang daarover nog geen bepaling is opgenomen in het omgevingsplan, is aangewezen door burgemeester en wethouders; 4o. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van de raad of van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid voor de omgevingskwaliteit, inclusief de omgevingsvisie, het omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: 1 ̊. het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 2o. over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten. 3. In het kader van de omgevingstafel voert de commissie, vertegenwoordigd door een of twee leden, overleg met planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces en voert vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning. 4. Burgemeester en wethouders kunnen werkzaamheden, als bedoeld in het tweede lid, aanwijzen die door een dorpsbouwmeester worden uitgevoerd die werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in het tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊ en 2, ̊en onder b.
Pagina 6 van 10
Paragraaf 3 Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3 Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1o tot en met 3o, en onder b. Paragraaf 4 Samenstelling en inrichting Artikel 4 Samenstelling en inrichting 1. De commissie bestaat uit maximaal 8 leden, de voorzitter daaronder begrepen, en bestaande uit 4 permanente leden en 4 niet-permanente leden. Per vergadering van de commissie bestaat het maximale aantal leden, dat aan die vergadering deelneemt, uit 6. De raad kan daarnaast per lid een plaatsvervanger benoemen die het lid bij afwezigheid kan vervangen. 2. Voor zover op een deskundigheidsgebied binnen de commissie geen mogelijkheid aanwezig is tot onderlinge vervanging, worden plaatsvervangende deskundigen ingeschakeld die de vereiste vakkennis in kunnen brengen. 3. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4. In afwijking van het derde lid kan een burgerlid worden benoemd die alleen advies kan uitbrengen over plannen uit de gemeente waar het burgerlid is benoemd.
Het burgerlid wordt benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 5. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 6. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn zodanig van kwaliteit en zodanig gevarieerd dat deze leden de kwaliteit van de fysieke leefomgeving kunnen beoordelen. 7. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 5 Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 3 jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 3 jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn 2 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. Een lid kan ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan de raad.
Pagina 7 van 10
5. Een lid kan door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 6. Voor wat betreft het recht tot herbenoeming en de plicht tot aftreden, wordt een commissielid, dat wordt benoemd gedurende een lopende zittingsperiode geacht geheel in de plaats te treden van zijn voorganger. 7. Bij de benoeming en de zittingsduur van de leden speelt de continuïteit van de commissie een rol. Ten behoeve hiervan houdt de ambtelijk secretaris, als bedoeld in artikel 6, een register bij waarin het in- en uittreden van de commissieleden wordt aangegeven. Artikel 6 Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Paragraaf 5 Advisering Artikel 7 Adviestermijn 1. De commissie brengt een advies uit binnen de daarvoor in de wetgeving vermelde termijnen doch tenminste binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.
Ingeval van advisering over aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument adviseert de commissie tenminste binnen acht weken. Artikel 8 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan, onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Artikel 9 Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
Pagina 8 van 10
Artikel 10 Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6 Werkwijze Artikel 11 Reglement van orde Burgemeester en wethouders stellen de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. Artikel 12 Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie, dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 13 Vergoeding De leden van de commissie ontvangen een door de gemeenteraad te bepalen vergoeding. Paragraaf 7 Jaarverslag Artikel 14 Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks binnen vier maanden na afloop van elk kalenderjaar verslag uit, als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet, van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders zoals bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b.
de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen zoals bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet. Paragraaf 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 15 Overgangsrecht 1. De op grond van de Verordening tot vijfde wijziging van de Bouwverordening Voorschoten 2008 van 1 oktober 2014 benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. De termijn als bedoeld in artikel 5, eerste lid, loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van voornoemde verordeningen. 2. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de commissie wordt geacht de in artikel 8 van de
Pagina 9 van 10
Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. 3. Indien de commissie adviseert over een activiteit die nog niet is geregeld in het volwaardig gemaakte omgevingsplan ter vervanging van het tijdelijk deel, zoals bedoeld in artikel 22.1 van de wet, dan dient het tijdelijk deel van het omgevingsplan als grondslag voor die advisering. Artikel 16 Geschillenregeling In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen, beslissen burgemeester en wethouders, de commissie gehoord hebbende. Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet, in het bijzonder artikel 17.9 van die wet, in werking treedt. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Adviescommissie omgevingskwaliteit Voorschoten.
Verordening
op
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 3 februari 2022
de griffier,
de voorzitter,
Drs. B.J. Urban
drs. N. Stemerdink
Pagina 10 van 10
de
instelling
van
de