Raadsvoorstel Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
Z/23/079602/378483
Datum collegebesluit:
9 januari 2024
Datum commissievergadering:
25 januari 2024
Datum raadsvergadering:
1 februari 2024
Soort Voorstel:
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)
Portefeuillehouder:
Wethouder Van der Elst
Programma:
Bestuur
Kernboodschap:
Het bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) geeft de raad de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen op de voorgestelde aanpassing van de tekst van de gemeenschappelijke regeling (hierna te noemen GR).
Bijlagen:
Ja Bijlage 1 Brief verzoek zienswijzen op aanpassing tekst GR BSGR Bijlage 2 Geconsolideerde tekst GR BSGR na verwerking aanpassingen Bijlage 3 Overzicht was-wordt aanpassingen en tekst GR BSGR nav aanpassing Wgr Bijlage 4 VNG Handreiking-Wijziging – Wgr Bijlage 5 Brief Hoogheemraadschap van Rijnland 22 juni 2023 (namens deelnemende gemeenten GR BSGR) Bijlage 6 Zienswijze voorgestelde aanpassing tekst GR BSGR
Beslispunten:
1.
Een zienswijze op de voorgestelde aanpassing tekst gemeenschappelijke regeling van de BSGR aan het
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
dagelijks bestuur van de BSGR naar voren te brengen zoals verwoord in de bij het besluit behorende brief. Inleiding en samenvatting Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Deels bevat de wetswijzing bepalingen die per 1 juli 2022 direct in werking zijn getreden, deels bepalingen die in een wijziging van de GR BSGR moeten worden opgenomen. De verplicht op te nemen onderdelen zijn vrij uit te werken verplichte bepalingen in de regeling. Voor het in overeenstemming brengen van de gemeenschappelijke regeling (GR) met de Wgr geldt een overgangstermijn van twee jaar na de datum van inwerkingtreding. De te verwerken wijzigingen moeten dus vóór 1 juli 2024 in de tekst van de GR zijn verwerkt. De gewijzigde GR die nu in concept voorligt heeft alle benodigde wijzigingen in zich. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de verwijzing naar de archiefverordening, opgenomen in artikel 41, te actualiseren. Beoogd effect Door de in het ontwerp opgenomen aanpassingen wordt voldaan aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Argumenten 1.
De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen leidt tot een versterking van democratische legitimatie. De wijziging van de Wgr en de Gemeentewet met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen is op 1 juli 2022 in werking getreden. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot de invloedsmogelijkheden van de raden. De doelstelling van de wetswijziging is dat gemeenteraden hiermee meer mogelijkheden krijgen om hun kader stellende en controlerende rol binnen deze samenwerkingsverbanden te versterken. 2. Aanpassingen in de tekst GR BSGR: 2.1. Aanscherping afspraken uittreding (art. 38 GR BSGR) De Wgr verplicht ertoe om de artikelen in de GR inzake uittreding aan te scherpen (wijziging artikel 9 Wgr). Er wordt niet meer volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het AB de uittreedvoorwaarden vaststelt. Er moet een bepaling worden opgenomen over: de voorwaarden waaronder wordt uitgetreden en
Pagina 2 van 7
de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Omdat het een verplichting van de Wgr is zijn de artikelen in de GR met betrekking tot uittreding verder uitgewerkt en aangescherpt zodat de GR weer voldoet aan de eisen van de Wgr. In artikel 38 wordt vastgelegd wat de gevolgen zijn voor een deelnemer als deze uit het samenwerkingsverband wil vertrekken. 2.2. Invoeren zienswijzeprocedure omtrent besluiten (art 40a. GR BSGR) In de GR moet een bepaling worden opgenomen omtrent de besluiten van de BSGR waarover de gemeenteraden zienswijze kunnen geven. Vóór het nemen van het besluit moet het DB van de BSGR schriftelijk en gemotiveerd een oordeel geven over de zienswijzen en de conclusies die de BSGR daaraan verbindt. Voor de belangrijkste en verplichte besluiten vloeit dit al voort uit de Wgr (opheffen, toetreding nieuwe deelnemer) en voor de verplichte besluiten rondom de begrotingscyclus was dit al opgenomen in de tekst van de GR BSGR.Het invoeren van een zienswijzeprocedure omtrent besluiten werkt vertragend op het nemen van besluiten. Gelet op de vergadercycli van DB, AB en de gemeenteraden kan dit ertoe leiden dat besluiten niet meer tijdig worden genomen en dit leidt tot het inplannen van extra vergaderingen.
Voorgesteld wordt om een bepaling op te nemen die regelt dat bij andere besluiten om een zienswijze kan worden gevraagd, indien een meerderheid van het algemeen bestuur van de BSGR daarmee instemt. 2.3. Afspraken over burgerparticipatie (art 40c GR BSGR) In de vernieuwde Wgr is een verplichting opgenomen om in de GR te bepalen of en hoe ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van beleid betrokken worden. De wijziging van de Wgr introduceert de mogelijkheid om burgers (ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR (art 10.7 Wgr). Het is niet verplicht om de ingezetenen en belanghebbenden rechtstreeks te betrekken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid. De BSGR is een uitvoeringsorganisatie. De uitvoering van de haar opgedragen taken zijn voor het overgrote deel conform wettelijke regels die landelijk voorgeschreven zijn. De beleidsvrijheid is zeer beperkt. Binnen de uitvoering van de taken van de BSGR is er weinig ruimte om burger daarbij te betrekken. Voorgesteld wordt om een bepaling op te nemen die aansluit bij de tekst van een ander samenwerkingsverband (Hecht), waarbij evenals bij de BSGR sprake is van zeer beperkte beleidsruimte.
Voor burgerparticipatie wordt verwezen naar de mogelijkheden die door de deelnemers in hun eigen regelingen worden aangeboden.
Pagina 3 van 7
2.4. Afspraken over evaluatie (art 40b GR BSGR) Conform de Wgr art 11a is het verplicht een bepaling op te nemen over het evalueren van de regeling. Niet bepaald is waar de evaluatie specifiek op moet zijn gericht, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Gekozen kan worden om niet te evalueren, maar de gemeenteraden moeten daar dan mee instemmen. In de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat: “De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan een evaluatiemoment een ijkpunt in de samenwerking zijn.” De wetsbepalingen omtrent een evaluatie biedt alle mogelijkheden om het zelf in te vullen. Er is geen verplichting als deelnemers instemmen niet te evalueren. Voorgesteld wordt een bepaling op te nemen waarbij het algemeen bestuur van de BSGR kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren (een evaluatie indien wenselijk). De besturen van de deelnemende gemeenten en het HHR worden vooraf verzocht input te leveren voor een evaluatie van de regeling (met welk doel wordt geëvalueerd, wat is de reikwijdte en op welke wijze vindt de evaluatie plaats) 2.5. Actieve informatieplicht (art 12 GR BSGR). De Wgr bepaalt dat het bestuur de gemeenteraden alle inlichtingen verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
De GR bevat bepalingen over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. Voorgesteld wordt artikel 12 uit te breiden; Voorafgaand aan de vergadering van het algemeen bestuur van de BSGR worden de stukken die in de vergadering worden behandeld gelijktijdig met het publiceren van de agenda en de stukken van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband toegezonden aan colleges en de griffies van de deelnemers. 2.6. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus (art. 31 GR BSGR) Financiële bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een deelnemer aan een gemeenschappelijke regeling, die in de eigen begroting van de gemeente worden verwerkt. Het is de bedoeling van de nieuwe Wgr om de gemeenteraden meer tijd te geven en om beter aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingscyclus. Daarom worden de uiterste termijnen voor indiening van de kadernota en het toezenden van de ontwerpbegroting aan de deelnemers en het toezenden van de begroting aan Gedeputeerde staten aangepast. Deze verplichting vloeit rechtstreeks voort uit de wet maar dient ook in de tekst van de GR te worden vastgelegd. Artikel 31 is conform de aanpassingen in de Wgr gewijzigd. 2.7. Overige (art 41 GR BSGR) Er is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in artikel 41 de op de
Pagina 4 van 7
archiefbescheiden van toepassing zijnde archiefverordening aan te passen. Door de archivaris van de BSGR is aangegeven dat de BSGR een eigen archiefverordening zou moeten vaststellen. De tekst van artikel 41 is hierop aangepast. Zienswijzen raden Nieuw in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is dat het ontwerp van een gemeenschappelijke regeling die is opgesteld door de colleges en of de burgemeester moet worden voorgelegd aan de raden. De raden kunnen binnen acht weken na ontvangst een zienswijze naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte (artikel 2 en 3 Wgr). De raden kunnen op eigen manier invulling geven aan de zienswijzen die zij indienen. Zij zijn niet beperkt tot de toetsing of sprake is van overeenstemming met de wettelijke bepalingen van de Wgr maar kunnen bijvoorbeeld ook een reactie geven op de wijze waarop de (actieve) informatieplicht is geregeld. Dit is anders dan bij de procedure waarin aan de raden toestemming wordt gevraagd voor het aangaan van de gemeenschappelijke regeling. In die procedure kan de raad alleen toestemming onthouden bij strijd met de wet of het algemeen belang. De toestemmingsprocedure vindt plaats nadat de zienswijzeprocedure is afgerond.
Kanttekeningen De gemeente kan ervoor kiezen om de aanpassing van de tekst van de GR voor kennisgeving aan te nemen en geen zienswijze uit te brengen. Voor de duidelijkheid kiezen we ervoor om het bestuur van de BSGR te laten weten dat de gemeente Voorschoten kan instemmen met de aanpassingen van de GR. Inwonersparticipatie en communicatie De ontvangen zienswijzen van alle deelnemende gemeenten en het Hoogheemraadschap van Rijnland worden betrokken in de vergadering van het dagelijks bestuur van 15 februari 2024. Na besluitvorming bij de BSGR wordt in maart 2024 de aan te passen regeling aangeboden aan het college om ter instemming voor te leggen aan de gemeenteraad. Er heeft met de regievoerders van alle deelnemende gemeenten en het Hoogheemraadschap Rijnland afstemming plaatsgevonden. Financiën De aanpassing van de GR heeft geen financiële gevolgen.
Pagina 5 van 7
Juridisch kader De mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is gebaseerd op artikel 61 van de Wgr. De aanpassing van de GR BSGR zijn gebaseerd op de op 1 juli 2022 gewijzigde Wgr. Risico’s De aangescherpte uittredingsregels in artikel 38 van de GR BSGR leggen specifieke voorwaarden en financiële verplichtingen op voor het geval de gemeente overweegt uit te treden. Het is belangrijk op te merken dat uittreding momenteel niet aan de orde is en ook niet waarschijnlijk lijkt. Desondanks kunnen deze regels leiden tot administratieve en financiële complexiteit in het geval van een besluit tot uittreding. Duurzaamheid N.v.t. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
Pagina 6 van 7
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Besluit Zaaknummer: Z/23/079602/378483
De raad van de gemeente Voorschoten; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 9 januari 2024, besluit: 1.
Een zienswijze op de voorgestelde aanpassing tekst gemeenschappelijke regeling van de BSGR aan het dagelijks bestuur van de BSGR naar voren te brengen zoals verwoord in de bij het besluit behorende brief.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op donderdag 1 februari 2024
de griffier,
de voorzitter,
drs. B.J. Urban
drs. N. Stemerdink
Pagina 7 van 7