CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Wijziging Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 20 februari 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 20204.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer:

Z/25/095136/429971

Datum collegebesluit:

4 februari 2025

Datum commissievergadering:

20 februari 2025

Datum raadsvergadering:

6 maart 2025

Soort Voorstel:

Raadsvoorstel

Onderwerp:

Wijziging Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020

Portefeuillehouder:

Burgemeester Stemerdink

Programma:

OOV

Kernboodschap:

De Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020 wordt gewijzigd. De wijzigingen zijn nodig vanwege ontwikkelingen in wetgeving, rechtspraak en behoeften vanuit de praktijk. De wijzingen zijn grotendeels overeenkomstig de wijzigingen in de model-APV van de VNG.

Bijlagen:

Ja 1. Bijlage 1: Brief VNG wijziging model-APV najaar 2023 2. Bijlage 2: Brief VNG wijziging model-APV zomer 2024 3. Was-wordt-tabel

Beslispunten:

De verordening tot vierde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020 vast te stellen.

Relatie met:

Eerder genomen B&W-besluit/actiepunt

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

Inleiding en samenvatting De Algemene plaatselijke verordening is gebaseerd op het model van de VNG. De VNG wijzigt dit model regelmatig in verband met nieuwe wet- en regelgeving, jurisprudentie, gewijzigde inzichten en wensen vanuit de praktijk. Het is gebruikelijk dat de door de VNG voorgestelde wijzigingen, voor zover mogelijk en relevant, worden doorgevoerd in de APV Voorschoten. Wel is er ruimte voor lokale invullingen en in die zin dient het model van de VNG als leidraad. In de voorgestelde wijziging zijn de wijzigingsvoorstellen van de VNG verwerkt uit 2023 en 2024. Dit voor zover de wijzigingen niet reeds zijn meegenomen bij eerdere herzieningen van de APV. Dit heeft tot gevolg dat de wijzigingsvoorstellen vanuit de VNG ten aanzien van het messenverbod, het lachgasverbod en het consumentenvuurwerk niet doorgevoerd zijn. De APV van Voorschoten bevat al een messenverbod (dat inhoudelijk overeenkomt met het model van de VNG), het lachgasverbod is reeds vervallen verklaard in de APV van Voorschoten bij de eerdere herziening van de APV en de aanpassing van het artikel over het consumentenvuurwerk is bij de herziening van de APV in verband met de Omgevingswet (in 2024) al meegenomen. Dit is dan ook de reden waarom de wijzigingsvoorstellen vanuit de VNG uit 2023 nu worden doorgevoerd.

De overige wijzingen vanuit de VNG uit 2023 waren (inhoudelijk) zo klein dat gewacht is tot heden. De artikelen over handelsreclames (artikel 4:14 APV, 4:15 en 4:16 APV) worden ook aangepast. Artikel 4:14 APV is al een tijd vervallen verklaard in de model-APV van de VNG. Dit is abusievelijk over het hoofd gezien bij de eerdere herzieningen. Omdat artikel 4:14 APV vervallen is, behoeft ook artikel 4:15 APV aanpassing en kan artikel 4:16 APV komen te vervallen. Dit is conform de model-APV van de VNG. Daarnaast wordt een aantal wijzingen voorgesteld die verband houden met het tegengaan van ondermijning. De artikelen over de exploitatievergunning openbare inrichtingen (artikel 2:28 APV en artikel 2:27 APV) en het artikel over drugshandel op straat (artikel 2:74 APV) worden aangepast. Dit is niet conform de model-APV van de VNG. Tot slot worden wijzigen doorgevoerd in het artikel over ligplaatsen (artikel 5:25 APV). Hier blijkt vanuit de praktijk behoefte aan te bestaan. Dit artikel is aangepast aan de lokale situatie in Voorschoten en is daarom ook niet conform de model-APV van de VNG. Beoogd effect 1. Een geactualiseerde APV die in overeenstemming is met (hogere) regelgeving, nieuwe jurisprudentie en de model-APV van de VNG. 2. Een geactualiseerde APV die goed aansluit bij de ontwikkelingen op lokaal niveau.

Pagina 2 van 15

Argumenten 1. Wijzigingen die overeenkomen met de model-APV VNG Wijziging van artikel 2:78 APV Gebiedsontzeggingen en het laten vervallen van artikel 2:1a APV Gebiedsontzeggingen Artikel 2:78 APV geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging bij (ernstige) vrees voor een openbare ordeverstoring of overlastgevend gedrag. In dit artikel is in 2023 een aantal tekstuele aanpassingen gedaan. Ook is het huidige lid drie vervallen. Daarnaast wordt een nieuw lid toegevoegd om de samenloop tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om een gedragsaanwijzing op te leggen en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van dit artikel op te treden te regelen. Het (nieuwe) vierde lid van dit artikel geeft voorrang aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester. Het onderwerp gebiedsontzeggingen is dubbel geregeld in de APV. Behalve in artikel 2:78 APV is dit onderwerp ook in artikel 2:1a APV opgenomen. Dit is abusievelijk over het hoofd gezien bij eerdere herzieningen van de APV. Artikel 2:1a APV wordt vervallen verklaard. Hiermee is het onderwerp gebiedsontzeggingen in de APV van Voorschoten geregeld conform de model-APV van de VNG. De VNG heeft ook in 2024 het artikel met betrekking tot de gebiedsontzegging gewijzigd. In 2024 is er een nieuw vierde lid toegevoegd.

Door dit nieuwe lid (in combinatie met een strafbaarstelling in artikel 6:1 APV) is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Wijziging van artikel 2:80 APV Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf Dit artikel is sinds 2023 in de model-APV van de VNG opgenomen. De gemeente Voorschoten had een dergelijke bepaling al langer. Uit praktisch oogpunt wordt deze bepaling nu in overeenstemming met de tekst uit de model-APV gebracht zodat aangesloten kan worden bij (eventuele) toekomstige wijzigingen vanuit de VNG. Er is geen reden om hier vanuit lokaal oogpunt vanaf te wijken. Wijziging van artikel 2:81 APV tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Ook dit artikel is sinds 2023 in de model-APV van de VNG opgenomen. De gemeente Voorschoten had een dergelijke bepaling al langer. Uit praktisch oogpunt wordt deze bepaling nu in overeenstemming met de tekst uit de model-APV gebracht zodat aangesloten kan worden

Pagina 3 van 15

bij (eventuele) toekomstige wijzigingen vanuit de VNG. Er is geen reden om hier vanuit lokaal oogpunt vanaf te wijken. De VNG heeft in 2024 ook artikel 2:81 APV gewijzigd. Het tiende lid van dit artikel is tekstueel aangepast. Wijzing van artikel 1:1 APV Definitie van ‘gebouw’ Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Inhoudelijk is deze definitie niet gewijzigd. Invoegen van artikel 2:54 APV Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats Er wordt een nieuw artikel ingevoegd waarin een verbod is opgenomen op het gebruik van een openbare plaats als slaapplaats. Een verbod op het slapen op openbare plaatsen binnen Voorschoten draagt bij aan het veiligheidsgevoel binnen het dorp. Op grond van het nieuwe artikel wordt tussen zonsondergang en zonsopgang in aangewezen gebieden een verbod opgenomen. Het aanwijzingsbesluit wordt genomen door het college. Op deze manier wordt aangesloten bij het systeem van de huidige APV: bijna alle aanwijzingsbesluiten worden door het college genomen (m.u.v. de typische burgemeestersbevoegdheden). Bij de handhaving op deze verbodsbepaling zal rekening gehouden worden met de gevolgen van het handhavingsmiddel. In de meeste gevallen zal worden volstaan met een waarschuwing, tenzij er sprake is van recidive.

Het is immers weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dit niet kunnen betalen. Het gaat om een kwetsbare groep mensen. Vervallen verklaren van artikel 4:14 en 4:16 APV handelsreclame en wijziging van artikel 4:15 APV verbod hinderlijke of gevaarlijke handelsreclame In de model-APV van de VNG is artikel 4:14 met een verbod op handelsreclame al een tijd vervallen. Deze wijziging was nog niet doorgevoerd in de APV Voorschoten. In de praktijk werd deze bepaling overigens niet meer toegepast in Voorschoten, omdat gebruik wordt gemaakt van artikel 4:15 APV. Artikel 4:15 bevat een verbod op hinderlijke of gevaarlijke handelsreclame. Er wordt daarom voorgesteld om artikel 4:14 te laten vervallen. Omdat artikel 4:14 vervalt, behoeft ook artikel 4:15 APV aanpassing. In het eerste lid van het huidige artikel 4:15 APV wordt immers verwezen naar artikel 4:14 APV. Daarnaast wordt artikel 4:15 APV in overeenstemming gebracht met het model van de VNG.

Pagina 4 van 15

Tot slot kan artikel 4:16 APV vervallen. Dit artikel geeft een nadere invulling aan artikel 4:14 APV en is met het vervallen verklaren van artikel 4:14 APV overbodig geworden. 3. Wijzigingen in het kader van ondermijning (niet conform model-APV) Wijziging van artikel 2:27 APV Definitie In artikel 2:27 APV worden definities opgenomen van “exploitant” en “leidinggevende”. Naar deze begrippen wordt in artikel 2:28, derde lid APV (exploitatievergunning openbare inrichting) verwezen. Door een definitie op te nemen van deze begrippen wordt duidelijkheid geschept over de invulling hiervan en wordt ervoor gezorgd dat deze personen verantwoordelijk zijn voor de exploitatie. Voor de invulling van het begrip “exploitant” is aangesloten bij het voorstel van de VNG van artikel 2:81 APV over het tegengaan van een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. In deze bepaling komen dezelfde begrippen voor. Voor de definitie van “leidinggevende” is aangesloten bij de definitie uit de Alcoholwet. Wijziging van artikel 2:28 APV Exploitatievergunning openbare inrichting In artikel 2:28 wordt een nieuw tweede lid toegevoegd. Dit nieuwe tweede lid geeft de burgemeester de mogelijkheid om de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen voor bepaalde duur te verlenen. Dit is mogelijk op basis van artikel 33 Dienstenwet, maar vergt wel een expliciete bevoegdheidsgrondslag.

Deze grondslag is met dit nieuwe artikellid gecreëerd. Dit maakt het mogelijk om op een bepaald moment te toetsen of de exploitant nog voldoet aan de eisen van openbare orde en de openbare veiligheid. Wijziging van artikel 2:74 APV Drugshandel op straat Artikel 2:74 APV gaat over drugshandel op straat. Bij het huidige artikel 2:74 APV moet de aanwezigheid van drugs (als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet) worden aangetoond. In de praktijk blijkt dat dit niet altijd mogelijk is. Daarom wordt artikel 2:74 aangepast. In het nieuwe artikel 2:74 APV kan eerder worden ingegrepen, omdat het enkele “postvatten” met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet [….] af te leveren, aan te bieden of te verwerven, hierbij behulpzaam te zijn of hierin te bemiddelen al strafbaar wordt gesteld. Deze invulling van artikel 2:74 APV komt vaker voor in de APV

Pagina 5 van 15

4. Overige wijzigingen in het kader van lokale behoeften (niet conform model-APV) Wijziging van artikel 5:25 APV Ligplaatsen vaartuigen In Voorschoten zijn verschillende situaties van toepassing op het innemen van ligplaatsen door vaartuigen. Een aantal ligplaatsen wordt verhuurd aan de Watersportvereniging Voorschoten (die deze ligplaatsen vervolgens weer beschikbaar stelt aan haar leden), een aantal ligplaatsen wordt rechtstreeks door de gemeente verhuurd (Hofvliet) en daarnaast bestaat er ook nog een vergunningplicht op basis van het huidige artikel 5:25 APV. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de regels die gelden ten aanzien van het innemen van ligplaatsen door vaartuigen, is artikel 5:25 gewijzigd. Er is afscheid genomen van een aanwijzingsbesluit.1 In plaats daarvan zijn de verschillende regimes benoemd in het nieuwe eerste lid van artikel 5:25 APV en is de optie opgenomen dat het college algemene regels kan stellen ten aanzien van het openbare water in Voorschoten. Kanttekeningen Niet van toepassing. Inwonersparticipatie en communicatie De verordening wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd op de gemeentelijke website en op www.overheid.nl. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Juridisch kader Artikel 149 Gemeentewet. Risico’s Niet van toepassing. Duurzaamheid Niet van toepassing.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

1 In dit aanwijzingsbesluit werd de Hofvliet, de Rouwkoopvaart en de Krimkade

uitgezonderd van de vergunningplicht en werden hiervoor aparte regels opgenomen.

Pagina 6 van 15

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

Pagina 7 van 15

mw. drs. N. Stemerdink, burgemeester

Besluit Zaaknummer: Z/25/095136/429971

De raad van de gemeente Voorschoten; Gelet op 149 Gemeentewet gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 februari 2025 besluit: De verordening tot vierde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020 vast te stellen. Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020 wordt als volgt gewijzigd: A in artikel 1:1 APV (definities) wordt de definitie van “gebouw” gewijzigd in: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; B artikel 2:1A vervalt (gebiedsontzegging); C aan artikel 2:27 APV (definitie) wordt een derde lid toegevoegd met de volgende inhoud: In deze afdeling wordt onder exploitant verstaan natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; D aan artikel 2:27 APV (definitie) wordt een vierde lid toegevoegd met de volgende inhoud: In deze afdeling wordt onder leidinggevende verstaan natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

Pagina 8 van 15

E aan artikel 2:28 APV (exploitatie openbare inrichting) wordt een nieuw lid twee toegevoegd (onder vernummering van de overige leden) met de volgende inhoud: De burgemeester stelt de looptijd van de vergunning vast; F er wordt na artikel 2:53 APV een nieuw artikel 2:54 APV ingevoegd met als onderwerp: Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats. Dit artikel komt als volgt te luiden: 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden b. in andere gevallen dan onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan; b. voor woonwagens met een woonbestemming; c. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; d. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.

G artikel 2:74 APV (drugshandel op straat) komt als volgt te luiden: Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Pagina 9 van 15

H artikel 2:78 APV (gebiedsontzeggingen) komt als volgt te luiden: 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste achtenveertig uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

2.

Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste twaalf weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3.

De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4.

Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

5.

Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven zoals bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

I

artikel 2:80 APV (sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf) komt als volgt te luiden: 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten

Pagina 10 van 15

tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid of artikel 13b Opiumwet voorziet.

3.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

4.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft zolang de sluiting van kracht is.

5.

Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

6.

De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid zal plaatsvinden.

J artikel 2:81 APV (tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) komt als volgt te luiden: 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep op bedrijf die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

Pagina 11 van 15

4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d.

als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer. 6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.

Pagina 12 van 15

7. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Pagina 13 van 15

15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. K artikel 4:14 APV (verbod handelsreclame) vervalt.

L artikel 4:15 APV (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame) komt als volgt te luiden: 1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en hinder zijn betrokken bij de afweging.

M artikel 4:16 APV (weigeringsgronden handelsreclame) vervalt;

N artikel 5:25 APV (ligplaats vaartuigen) komt als volgt te luiden: 1.Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen in openbaar water, behoudens in de navolgende gevallen: a. indien de ligplaats is gelegen in het gedeelte van openbaar water dat door de gemeente wordt verhuurd aan de Watersportvereniging Voorschoten en de ligplaats op grond van een rechtsgeldige huurovereenkomst met de Watersportvereniging Voorschoten wordt ingenomen of beschikbaar gesteld; b. indien de ligplaats wordt verhuurd door de gemeente Voorschoten; c. indien de ligplaats met toestemming van de eigenaar van een aangrenzend perceel wordt ingenomen of beschikbaar gesteld; d. indien het vaartuig maximaal drie dagen aaneengesloten is gelegen in openbaar water dat niet valt onder a tot en met c genoemde gevallen.

Pagina 14 van 15

2.Het college kan voor de in het eerste lid onder a tot en met d genoemde gevallen nadere regels stellen in een besluit waarin onder meer kunnen zijn opgenomen: a. nadere regels in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen naar soort en aantal vaartuigen. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel III Dit besluit wordt aangehaald als: de vierde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 6 maart 2025 de griffier,

de voorzitter,

drs. B.J. Urban

mw. drs. N. Stemerdink

Pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=16d2c99e-9bf4-4243-9038-dfcf70d59ea6