Raadsvoorstel Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer: Datum collegebesluit: Datum commissievergadering: Datum raadsvergadering:
Z/22/064931/297751 19 april 2022 25 mei 2022 2 juni 2022
Soort Voorstel: Onderwerp: Portefeuillehouder: Programma:
Raadsvoorstel Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Burgemeester Stemerdink OOV
Kernboodschap:
De Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2020 wordt gewijzigd. De wijzigingen zijn tekstueel of wetstechnisch van aard vanwege ontwikkelingen in de rechtspraak en wetswijzigingen. Het betreft o.a. wijzigingen i.v.m. de inwerkingtreding van de Alcoholwet en wijziging van de Wet aanpak Woonoverlast. Voorts worden diverse bepalingen die een aantal jaren geleden in het kader van deregulering waren geschrapt opnieuw in de APV opgenomen. Het betreffen met name bepalingen die betrekking hebben op het tegen gaan van overlast in de openbare ruimte. Tot slot wordt het in de APV opgenomen lachgasverbod gewijzigd door in de verbodsomschrijving het bestanddeel distikstofmonoxide (een wetenschappelijke benaming voor lachgas) te schrappen, dit maakt de strafrechtelijke handhaving van het lachgasverbod makkelijker. In de praktijk blijkt dat er behoefte is aan deze bepaling.
Bijlagen:
ja Bijlage 1 Was-wordt-tabel Bijlage 2 Brief VNG wijziging model-APV mei 2021 Bijlage 3 Brief VNG wijziging model-APV juni 2021 Bijlage 4 Brief VNG wijziging model-APV september 2021 Bijlage 5 Brief VNG d.d. 12 mei 2021 inzake handhaving lachgasverbod
Beslispunten
De verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2020 vast te stellen.
Relatie met:
Agendapunt: Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Raadsvoorstel Onderwerp Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2020 Samenvatting De Algemene Plaatselijke Verordening is gebaseerd op het model van de VNG. De VNG wijzigt dit model regelmatig in verband met nieuwe wet- en regelgeving, jurisprudentie, gewijzigde inzichten en wensen vanuit de praktijk. Het is gebruikelijk dat de door de VNG voorgestelde wijzingen, voor zover mogelijk en relevant, worden doorgevoerd in de APV. Met kanttekening dat de model-APV als leidraad en basis dient en de model-APV ruimte laat voor lokale inkleuring. Hiermee kan beter worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en wordt afstemming met en harmonisatie van regelgeving in regionale samenwerkingsverbanden bevordert. Tevens worden hiermee juridische risico’s beperkt en wordt voorkomen dat beleid niet goed kan worden uitgevoerd. De voorgestelde wijziging is o.a. gebaseerd op wijzigingsvoorstellen van de VNG van 4 mei 2021, 12 mei 2021, 18 juni 2021 en 17 september 2021. Daarnaast worden 14 artikelen die in 2014 zijn geschrapt in het kader van deregulering opnieuw in de APV opgenomen. Het betreffen artikelen die hoofdzakelijk betrekking hebben op het voorkomen van overlast, hinder en het aanbrengen van schade in de buitenruimte en het schrappen van deze artikelen niet zozeer een bijdrage leverden aan deregulering.
Deze artikelen zijn overeenkomstig de model-APV van de VNG. Toelichting op wijzigingen Voorgestelde wijziging VNG d.d. 4 mei 2021 (Alcoholwet) Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Alcoholwet worden een aantal artikelen gewijzigd. Het betreft de artikelen 2:24, eerste lid, onder d, 2:34a, 2:48, tweede lid, onder a, 2:48, tweede lid, onder b, en 3:7, eerste lid, onder h, onderdeel . De Alcoholwet vervangt de Drank- en horecawet. Het gaat om een redactionele wijziging waarbij in de betreffende artikelen een verwijzing naar de “Drank- en horecawet” wordt vervangen door de “Alcoholwet”. Voorgestelde wijziging VNG d.d. 12 mei 2021 (lachgas) De APV bevat in artikel 2:48a een verbod op het gebruik van lachgas in de openbare ruimte ten aanzien van specifiek door het college aangewezen gebieden en in situaties waarin het gebruik van lachgas hinder veroorzaakt. De VNG adviseert om in de verbodsomschrijving het bestanddeel distikstofmonoxide (een wetenschappelijke benaming voor lachgas) te schrappen. omdat in de strafrechtelijke handhaving van het artikel de aanwezigheid van het bestanddeel moeilijk kan worden bewezen. De VNG heeft inmiddels in dat kader de model-APV gewijzigd en het bestanddeel distikstofmonoxide geschrapt in de bepaling. In navolging hiervan wordt de APV ook gewijzigd en wordt het genoemde bestanddeel geschrapt. Voorgestelde wijziging VNG d.d.
18 juni 2021 (redactioneel-technische wijzigingen) De VNG stelt voor om 2 artikelen in de APV redactioneel-technisch aan te passen. Het betreft artikel 2:64 over hinder van bijenkorven en art.3:7 over weigeringsgronden van een prostitutievergunning.
Voorgestelde wijziging VNG d.d. 17 september 2021 (woonoverlast) Op grond van artikel 2:79 van de APV kan de burgemeester handhavend optreden tegen overlastgevende gebruikers van woningen. Deze bevoegdheid is gebaseerd op de Wet aanpak woonoverlast (artikel 151d Gemeentewet). Handhaving is momenteel, naast huurders van woningen, ook mogelijk tegen verhuurders die een woning tegen betaling in gebruik geven aan niet-ingezetenen. Te denken valt aan woningen die via Airbnb worden verhuurd en geschaard kunnen worden onder toeristische verhuur. Sinds 1 januari 2021 is de Wet aanpak woonoverlast verruimd en is handhaving ook mogelijk tegen verhuurders die tegen betaling een woning in gebruik geven aan ingezetenen van de gemeente. Dit houdt in dat de verhuurder voortaan kan worden aangesproken op het gedrag van alle huurders en niet meer alleen op het gedrag van huurders die niet-ingezetene zijn. Conform het voorstel van de VNG wordt artikel 2:79 van de APV gewijzigd in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wet aanpak woonoverlast. Na wijziging van de APV betekent dit dat ook in Voorschoten handhavend kan worden opgetreden tegen de verhuurder voor het gedrag van alle huurders ongeacht of ze al dan niet ingezetene zijn. Opnieuw opnemen gedereguleerde bepalingen In 2017 zijn in het kader van deregulering de hierna nader toegelichte artikelen uit de APV geschrapt.
Voorgesteld wordt om deze artikelen opnieuw in de APV op te nemen. Deregulering en administratieve lastenverlichting zijn van belang om te voorkomen dat burgers en bedrijven onnodig belemmerd worden in hun reguliere (bedrijfs)activiteiten. Herintroductie van deze artikelen zal niet of niet noemenswaardig zorgen voor lastenverzwaring voor burgers en bedrijven, maar dragen daarentegen wel bij aan een veilige woon- en leefomgeving. De artikelen waarvan wordt voorgesteld om deze opnieuw op te nemen in de APV hebben in dat kader betrekking op het voorkomen van hinderlijk, gevaarlijk en schadeveroorzakend gedrag. De VNG heeft ook gemeend om deze artikelen nog altijd aan te houden in de model-APV. De artikelen waarvan wordt voorgesteld om deze conform de model-APV opnieuw in de APV op te nemen worden hierna artikelsgewijs toegelicht. Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Op grond van dit artikel is folderen en flyeren in de buitenruimte toegestaan, behalve op of aan door het college aangewezen gebieden. Het tweede lid geeft de mogelijkheid om het verbod voor aangewezen gebieden te beperken tot nader aan te geven dagen en uren, waarbij het vierde lid het college de bevoegdheid geeft voor het dan nog resterende verbod een ontheffing te verlenen. Het artikel geeft het college de mogelijkheid om bijv. in drukke winkelgebieden een flyerverbod in te voeren.
Hiermee kan worden voorkomen dat winkelend publiek onnodig hinder ondervinden van deze vorm van ongevraagde marketing. Voorts wordt hiermee vervuiling van de buitenruimte tegen gegaan. De ervaring leert dat veel flyers niet belanden in de daartoe bestemde vuilnisbakken, maar op straat worden weggegooid. Artikel 2:14 Winkelwagentjes Op grond van deze bepaling worden winkelbedrijven verplicht om achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen en op deze winkelwagentjes een herkenningsteken van hun winkel aan te brengen. Voorts is het voor klanten verboden om en winkelwagentje na gebruik onbeheerd achter te laten in de buitenruimte. Met dit artikel kan hinder en vervuiling door zwerfwinkelwagentjes worden bestreden.
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Op grond van deze bepalingen is het voor niet daartoe bevoegde personen verboden om een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Het komt niet vaak voor dat straatkolken, rioolputten of andere afsluitingen onbevoegd worden geopend, maar als het wel gebeurd, dan kan dit voor aanzienlijke schade en gevaarlijke situaties zorgen. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke Op grond van dit artikel mogen kelderingangen en ander lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een gebouw geen gevaar opleveren voor weggebruikers. Zoals al aangegeven in de toelichting bij artikel 2:16 geldt ook voor dit artikel dat kelderingangen etc. niet vaak openlijk betreedbaar zijn voor weggebruikers. Maar als dit wel het geval is, dan kan dit voor gevaarlijke situaties zorgen. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen Op grond van dit artikel kan het college in droge periodes gebieden aanwijzen waar het verboden is om gedurende een aangewezen periode te roken of brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen of te laten liggen. Hiermee kan bosbranden worden voorkomen.
Gelet op de zeer warme en droge zomers van 2018, 2019 en 2020 is het zeer reel dat in de komende jaren situaties zich voordoen waarin het noodzakelijk is om een rookverbod in natuurgebieden in te stellen. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Op grond van dit artikel is het verboden om voor het publiek toegankelijk ijs te beschadigen, verontreinigen, versperren of het verkeer op enigerlei wijze te belemmeren of in gevaar te brengen. Tevens is het verboden om bakens of andere voorwerpen geplaatst ten behoeve van de veiligheid te verplaatsen, beschadigen of te verwijderen. Vorstperiodes waardoor schaatsen op natuurijs mogelijk is, worden helaas steeds zeldzamer, maar kunnen zich nog wel voordoen. Als voorbeeld kan genoemd worden de vorstperiode in februari 2021. Met dit artikel kan ook handhavend worden opgetreden op het ijs en kunnen gevaarlijke of hinderlijke situaties worden bestreden. Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Op grond van dit artikel kan het college plaatsen aanwijzen, waaronder erven behorende bij woningen, waarbij het houden van dieren uitsluitend is toegestaan op grond van het door het college gestelde regels. Hierbij kan gedacht worden aan een beperking ten aanzien van het aantal dieren, voergedrag of het zonder toezicht gedurende langere tijd achter laten van honden in een tuin.
Dit artikel biedt het college mogelijkheid om handhavend op te treden in situaties waarbij het houden van dieren hinderlijk is voor de omgeving of zelfs schade veroorzaakt. Overigens geldt dit artikel niet voor agrarische bedrijven, hierop is de Wet milieubeheer van toepassing. Artikel 2:63 Duiven Op grond van dit artikel is een eigenaar van duiven verplicht ervoor te zorgen dat duiven niet kunnen uitvliegen tussen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni. Verwilderde duiven veroorzaken in het voorjaar nogal wat schade aan jonge gewassen doordat zij akkerbouwgebieden als foerageerplaats gebruiken. Deze bepaling geeft het college de mogelijkheid om tussen 1 maart en 1 juni een periode aan te wijzen, die bijvoorbeeld kan variëren van een week tot een dag per week, waarin de eigenaren of bezitters van duiven verplicht zijn de duiven binnen te houden. Dit geeft jagers de mogelijkheid om het verwilderde duivenbestand uit te dunnen.
Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Op grond van dit artikel is het verboden om buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer om zich met een motorvoertuig of bromfiets zodanig te gedragen dat daardoor voor omwonenden of voor de omgeving geluidhinder ontstaat. Het betreft hier geluidsoverlast door bijvoorbeeld auto’s met een zogenaamde sportuitlaten of het onnodig stationair laten draaien van motorvoertuigen. Artikel 4:5e Geluidhinder door vrachtauto’s Op grond van dit artikel is het verboden om een vrachtauto op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Ook hierbij kan met name gedacht worden aan auto’s die hun motor onnodig stationair laten draaien tijdens het laden en lossen. Artikel 4:7 Straatvegen Op grond van dit artikel is het verboden om op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Op grond van dit artikel is het verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
Het is helaas een veelvuldig voorkomend verschijnsel dat groenstroken, openbare beplantingen, plantsoenen en grasperken worden benut voor het parkeren van voertuigen. Met de onderhavige bepaling wordt beoogd beschadiging van groenstroken en dergelijke, die het uiterlijk aanzien van de gemeente beogen te verfraaien, te voorkomen en het groen beter aan zijn bestemming te doen beantwoorden. Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Op grond van dit artikel is het verboden om een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp, zoals een reddingsboei, te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Het zal duidelijk zijn dat gewaarborgd dient te worden dat dergelijke reddingsmiddelen aanwezig dienen te zijn en gebruikt kunnen worden voor het redden van personen in nood. Artikel 5:32 Crossterreinen Op grond van dit artikel is het verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet geldt.
Crossen binnen of buiten wedstrijdverband kan zorgen voor hinder voor omwonenden en de omgeving en voorts kunnen daardoor recreatie- en natuurgebieden worden beschadigd en hinder vooroorzaken voor de daar aanwezige fauna. Toekomstige wijzigingen Eind 2022 zal aan uw raad worden voorgesteld om de APV te wijzigingen in verband met de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet. In deze wijziging zal ook de jaarlijkse VNG wijziging van de model-APV worden meegenomen. De VNG publiceert de jaarlijkse wijziging doorgaans in juli/augustus. Beoogd effect 1. Een op het VNG model-APV geactualiseerde APV die in overeenstemming is met (hogere) wetten regelgeving, nieuwe jurisprudentie en nieuwe ontwikkelingen. 2. Het beperken van juridische risico’s en het voorkomen dat (handhavings)beleid niet goed kan worden uitgevoerd als gevolg van een verouderde APV.
3. Met een geactualiseerde APV kan beter worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en wordt afstemming met en harmonisatie van regelgeving in regionale samenwerkingsverbanden bevordert. 4. Het opnieuw opnemen van artikelen in de APV die in het kader van deregulering zijn geschrapt zorgt voor betere handhavingsmogelijkheden ten aanzien van het voorkomen van overlast, hinder en het aanbrengen van schade in de buitenruimte. Argumenten Zie toelichting op de voorgestelde wijzigingen. Kanttekeningen n.v.t. Communicatie/Inwonersparticipatie De verordening worden op de gebruikelijke wijze gepubliceerd op de gemeentelijke website en op de website www.overheid.nl (lokale bekendmakingen). De geconsolideerde tekst van de APV wordt beschikbaar gesteld op de website www.overheid.nl (lokale regelingen). Financiën n.v.t. Risico’s n.v.t. Duurzaamheid n.v.t.
A.R. de Graaf, gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Besluit Zaaknummer: Z/22/064931/297751
Besluit van de raad van de gemeente Voorschoten tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020.
De raad van de gemeente Voorschoten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 april 2022; gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de Commissie Burger & Bestuur van 25 mei 2022; besluit:
Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2020 wordt als volgt gewijzigd: Wijzigingen in verband met de inwerkingtreding Alcoholwet A In de artikelen 2:24, eerste lid, onder d, 2:34a, 2:48, tweede lid, onder a, 2:48, tweede lid, onder b, en 3:7, eerste lid, onder h, onderdeel 1, wordt ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. B In het opschrift van Hoofdstuk 2, Afdeling 5, wordt ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. Wijzigingen in verband het lachgasverbod C In artikel 2:48a, eerste en tweede lid wordt ‘distikstofmonoxide (lachgas)’ vervangen door ‘lachgas’.
Redactionele wijzigingen D Artikel 2:64, tweede, derde en vierde lid, komen te luiden: 2. Het verbod, bedoeld in het eerst lid geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van bijen te voorkomen. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland. E Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden:
1. Een vergunning wordt geweigerd als:
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.
F Artikel 2:79, eerste lid, komt te luiden: 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. G Artikel 2:6 komt te luiden: Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. H Artikel 2:14 komt te luiden: Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2.
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
I Artikel 2:16 kom te luiden: Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. J Artikel 2:17 komt te luiden: Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke 1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. K Artikel 2:18 komt te luiden: Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
L Artikel 2:23 komt te luiden: Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. M Artikel 2:60 komt te luiden: Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren. 2.
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
N Artikel 2:63 komt te luiden: Artikel 2:63 Duiven 1. De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00 uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het gebod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.] O Artikel 4:5d komt te luiden: Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.] P Artikel 4:5e komt te luiden: Artikel 4:5e Geluidhinder door vrachtauto’s 1. Het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Q Artikel 4:7 komt te luiden: Artikel 4:7 Straatvegen
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
R Artikel 5:11 komt te luiden: Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. S Artikel 5:29 komt te luiden: Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. T Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen.
Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juni 2022,
de griffier,
de voorzitter,
drs. B.J. Urban
drs. N. Stemerdink